Last Updated on 10 april 2022 by M.G. Sulman

Kattenkrabziekte, ook wel Bartonella henselae-infectie genoemd, is een infectieziekte die meestal het gevolg is van krabben of bijten van een kat. Vandaar de benaming ‘kattenkrabziekte’. Symptomen bestaan meestal uit een niet-pijnlijke bult of blaar op de plaats van de verwonding en pijnlijke en gezwollen lymfeklieren. Je kunt je moe voelen, hoofdpijn hebben of koorts hebben. Symptomen beginnen meestal binnen 3-14 dagen na infectie. Dit wordt de incubatieperiode genoemd. Kattenkrabziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Bartonella henselae. Dit is een bacterie die bij katten vaak voorkomt. Men neemt aan dat de boosdoener wordt verspreid door het speeksel van de kat. Jonge katten vormen een groter risico dan oudere katten. Vaak voert de arts een afwachtend beleid, aangezien de klachten vanzelf verdwijnen. Antibiotica versnellen de genezing en worden aanbevolen bij mensen met een ernstige ziekte of immuunproblemen. Herstel treedt meestal binnen 4 maanden op, maar kan tot wel een jaar duren.

Een wondje aan de hand van een persoon met kattenkrabziekte
Een wondje aan de hand van een persoon met kattenkrabziekte / Bron: Wikimedia Commons

Wat is kattenkrabziekte?

Kattenkrabziekte is een bacteriële infectie die door katten wordt verspreid. De ziekte verspreidt zich wanneer een geïnfecteerde kat aan een open wondje van een persoon likt, of iemand bijt of krabt waarbij er door de huid heen wordt gegaan.

Ongeveer drie tot veertien dagen na het incident kan een milde infectie optreden op de plaats van de krab of beet. Het geïnfecteerde gebied kan gezwollen en rood lijken met ronde, verheven bultjes en kan pus bevatten. Je kan daarnaast ook last hebben van koorts, hoofdpijn, slechte eetlust en moeheid. Later kunnen de lymfeklieren in de buurt van de oorspronkelijke krab of beet gezwollen, gevoelig of pijnlijk worden.

Een vergrote lymfeklier in het okselgebied van een persoon met kattenkrabziekte en wondjes van een kattenkrab aan de hand
Een vergrote lymfeklier in het okselgebied van een persoon met kattenkrabziekte en wondjes van een kattenkrab aan de hand / Bron: Wikimedia Commons

Oorzaken

Kattenkrabziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Bartonella henselae. Je kunt kattenkrabziekte krijgen van een beet of een krab van een geïnfecteerde kat. Je kunt de ziekte ook krijgen als speeksel van een geïnfecteerde kat in een open wond(je) terechtkomt of het wit van je ogen raakt. Een enkele keer krijgt iemand de ziekte van een vlo of een teek die de bacterie bij zich draagt. Je kunt géén kattenkrabziekte krijgen van een ander mens.

Incubatietijd

De incubatieperiode is de tijd tussen besmetting en het ontwikkelen van symptomen. Deze periode is meestal 3 tot 10 dagen voor de eerste symptomen: de knobbel op de plaats van de kras of beet. Het is nog eens 1 tot 7 weken totdat de zwelling van de lymfeklier optreedt.

Risicogroepen

Iedereen die een kat heeft of ermee omgaat, loopt het risico om kattenkrabziekte op te lopen. De ziekte komt echter het meest voor bij kinderen in de leeftijd van 5 tot 9 jaar. Meer vrouwen dan mannen worden erdoor getroffen.

Je hebt een verhoogd risico om ernstig ziek te worden als je een verzwakt immuunsysteem hebt. Bijvoorbeeld als je diabetes, kanker of hiv/aids hebt of als je een orgaantransplantatie hebt ondergaan.

Symptomen van kattenkrabziekte

Dit zijn de meest voorkomende symptomen van kattenkrabziekte:

  • Een kattenbeet of krab die binnen een paar dagen rood of gezwollen wordt en niet geneest of na verloop van tijd verergert.
  • Pijnlijke of gezwollen klieren, vooral onder de armen (gezwollen okselklieren bij krabbeen op de arm of hand), of in de lies (gezwollen liesklieren bij krabben op de voet of het been)
  • Griepachtige symptomen, waaronder hoofdpijn, verminderde eetlust, vermoeidheid, gewrichtspijn of koorts
  • Lichaamsuitslag: jeukende uitslag over het hele lichaam.

De symptomen van kattenkrabziekte kunnen lijken op andere aandoeningen. Raadpleeg altijd je huisarts voor een diagnose.

Onderzoek en diagnose

De diagnose is over het algemeen gebaseerd op de gepresenteerde klachten. Bevestiging is mogelijk door bloedonderzoek.

Behandeling van kattenkrabziekte

Bij de meeste mensen verdwijnt kattenkrabziekte zonder behandeling. Je kunt een vrij verkrijgbare pijnstiller nemen zoals paracetamol om pijn en ongemak te verlichten. NSAID’s zoals ibuprofen of naproxen kunnen ook helpen. Het aanbrengen van warmtekompressen op het getroffen gebied kan soelaas bieden. Als een lymfeklier erg groot of pijnlijk is, kan de arts deze draineren om de pijn te verlichten.

Antibiotica kunnen nodig zijn als de symptomen niet binnen een maand of twee verdwijnen. In zeldzame gevallen kan de infectie naar je botten, lever of andere organen reizen. Dit vereist vanzelfsprekend een intensievere behandeling.

Prognose

Bij 90 tot 95% van de getroffenen zal kattenkrabziekte spontaan verdwijnen en volstaat inname van pijnstillers, koortswerende middelen en warme kompressen. Bij complicaties kan het herstel maanden tot een jaar duren, afhankelijk van het betrokken systeem.

Kan kattenkrabziekte worden voorkomen?

Je kunt kattenkrabziekte op de volgende manieren voorkomen:

  • Was je handen zorgvuldig na het aaien van je kat.
  • Speel voorzichtig met je kat zodat ze je niet krabben of bijten.
  • Laat je kat je niet likken, vooral niet rond de mond, neus, ogen of open wondjes.
  • Bestrijd vlooien tijdig om de kans te verkleinen dat je kat de bacteriën oploopt.
  • Plaag je kat niet en daag een kat niet uit.
  • Vermijd het aaien van zwerfkatten of verwilderde katten.

Jonge katten dragen de bacterie vaker bij zich dan oudere katten. Huishoudens met kittens hebben een hoger besmettingspercentage. Als de kittens vlooien hebben, is het infectiepercentage nog hoger.

Handen wassen na het aaien van je kat
Handen wassen na het aaien van je kat / Bron: Pixabay

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.