Laatst bijgewerkt op 1 oktober 2026 door M.G. Sulman
Bloed stroomt door je hele lichaam teneinde zuurstof, voedingsstoffen en hormonen naar je organen te brengen en afvalstoffen af te voeren. Naast het transporteren van zuurstof en voedingsstoffen, bevat je bloed gespecialiseerde bloedcellen en celfragmenten die van kardinaal belang zijn voor je immuunsysteem en het dichten van wonden. Met behulp van bloedonderzoek kan een arts verschillende dingen onderzoeken. Het is in feite een van de meest veelzijdige diagnostische instrumenten die een arts tot zijn beschikking heeft. Door een kleine hoeveelheid bloed te analyseren, kan een arts een goed beeld krijgen van je algemene gezondheid en de werking van specifieke organen. Een afwijkende bloedwaarde betekent op zichzelf vaak weinig en hoeft niet direct te wijzen op een ziekte. De arts kijkt niet alleen naar de uitslag, maar naar het hele plaatje: je klachten, leeftijd, medicijnen en eerdere resultaten. Normaalwaarden kunnen per laboratorium verschillen. Normaalwaarden (of referentiewaarden) zijn namelijk geen universele, vaste getallen.
Je opent je patiëntenportaal en één bloedwaarde staat rood. Dat zegt nog niet dat er iets ernstigs aan de hand is. Een referentiegebied geeft aan welke waarden bij de meeste gezonde mensen worden gevonden; ook een gezond persoon kan er net buiten vallen. Kijk eerst naar de eenheid en het referentiegebied van jouw eigen laboratorium (die grenzen kunnen verschillen) en vergelijk de uitslag zo mogelijk met eerdere metingen.
Een ferritine, CRP, Hb of creatinine vertelt bovendien telkens iets anders. De reden waarom het bloedonderzoek is aangevraagd weegt mee. En soms is één getal gewoon onvoldoende om er een conslusie aan te verbinden. In onderzoek naar hoe mensen hun laboratoriumuitslagen begrijpen, vroeg een deelnemer om uitleg die eenvoudig te begrijpen was: „Leg het uit alsof een tienjarige het kan begrijpen” (“make it like a 10-year-old would understand”).1Zhang Z, Citardi D, Xing A, Luo X. Patient Challenges and Needs in Comprehending Laboratory Test Results: Mixed Methods Study. J Med Internet Res. 2020;22(12):e18725. DOI: 10.2196/18725. PMID: 33284117.
- Zie je één licht afwijkend getal? Kijk dan ook naar oudere, dus eerdere, uitslagen.
- Gebruik de referentiewaarden die naast jouw eigen laboratoriumuitslag staan. Als je kijkt naar een tabel op internet, dan is het heel wel mogelijk dat er andere grenzen of eenheden gebruikt worden.
- Waarom is deze waarde eigenlijk bepaald? Een ferritine bij onderzoek naar ijzertekort wordt in een andere context gelezen dan dezelfde waarde bij een bekende ijzerstapelingsziekte. Kijk daar goed naar.
- Ben je ernstig ziek of geeft het laboratorium aan dat een uitslag met spoed beoordeeld moet worden, wacht dan niet af tot je volgende gewone afspraak.
Vooral een uitslag die ineens sterk afwijkt van eerdere metingen verdient (medische) aandacht. Een kleine verschuiving hoeft niet veel te betekenen. Een snelle verandering daarentegen kan juist belangrijk zijn. Neem bij twijfel de uitslag erbij wanneer je je huisarts of behandelaar belt.
Wat is bloed?
Je bloed bestaat voor ongeveer 55% uit vloeibaar bloedplasma (het heldere, gele vloeibare deel van het bloed) en voor 45% uit bloedcellen en bloedplaatjes. Bloedplasma bestaat voor ongeveer 90 tot 91,5% uit water en voor 8,5 tot 10% uit opgeloste stoffen zoals eiwitten, zouten, hormonen, voedingsstoffen en afvalstoffen
Wat zijn bloedwaarden?
Bloedwaarden zijn de meetbare uitslagen van cellen of stoffen in je bloed die informatie geven over je gezondheid. Dat kan een aantal cellen zijn, maar ook de hoeveelheid van een bepaalde stof. In een laboratorium kunnen bijvoorbeeld je hemoglobine, ferritine, creatinine, glucose of schildklierhormonen worden gemeten. Bij weer andere onderzoeken kunnen bloedplaatjes of verschillende soorten witte bloedcellen worden geteld.
Welke bepalingen zinvol zijn om te onderzoeken hangt af van je specifieke gezondheidsvraag of klachten, omdat er geen standaardpakket bestaat dat voor iedereen nuttig is. Als je last hebt van aanhoudende vermoeidheid, dan kan bijvoorbeeld onderzoek naar bloedarmoede of schildklierproblemen passend zijn. Bij een vermoeden van nierproblemen zijn weer andere bepalingen nodig.
Normaalwaarden en referentiewaarden
Naast een bloeduitslag staat vaak een referentie-interval. In het dagelijks taalgebruik noemen we dat meestal de normaalwaarde. In dit referentie-interval staan de waarden die artsen met behulp van een gezonde testgroep hebben vastgesteld. Indien jouw uitslag buiten deze marges valt, dan hoeft dat niet meteen te betekenen dat je ziek bent. Maar liefst 5% van de kerngezonde mensen heeft namelijk van nature een waarde die hier net onder of boven zit. Je leeftijd, je geslacht of een eventuele zwangerschap kunnen ook van invloed zijn op de uitslag. Klinisch chemici Yesim Ozarda, Victoria Higgins en Khosrow Adeli noemen referentie-intervallen daarom terecht “fundamental tools used by healthcare and laboratory professionals to interpret patient laboratory test results” [fundamentele hulpmiddelen die zorgverleners en laboratoriumprofessionals gebruiken teneinde laboratoriumuitslagen van patiënten te interpreteren].3Ozarda Y, Higgins V, Adeli K. Verification of reference intervals in routine clinical laboratories: practical challenges and recommendations. Clin Chem Lab Med. 2018;57(1):30-37. DOI: 10.1515/cclm-2018-0059. PMID: 29729142.
Iemand die deelnam aan een onderzoek naar het begrijpen van laboratoriumuitslagen zei dat de uitleg eigenlijk zo eenvoudig moest zijn: “make it like a 10-year-old would understand” [maak het zo dat een tienjarige het kan begrijpen].4Zhang Z, Citardi D, Xing A, Luo X. Patient Challenges and Needs in Comprehending Laboratory Test Results: Mixed Methods Study. J Med Internet Res. 2020;22(12). DOI: 10.2196/18725. PMID: 33284117.
Waarom verschillen normaalwaarden per laboratorium?
Kijk altijd eerst naar het referentiegebied dat bij jouw eigen uitslag staat. Laboratoria kunnen namelijk verschillende meetmethoden en apparatuur gebruiken, waardoor de grenzen iets kunnen verschillen. Ook de gebruikte eenheid is niet overal gelijk en kan dus per lab verschillen.
Voor een aantal bepalingen bestaan aparte waarden naar leeftijd, geslacht of levensfase. Bij kinderen kunnen grenzen tijdens de groei veranderen. Ook kunnen verscheidene bloedwaarden behoorlijk veranderen tijdens een zwangerschap. Een statische internetpagina met één vaste normaalwaarde kan een laboratoriumrapport nooit volledig vervangen, omdat referentiewaarden in de geneeskunde zeer specifiek en dynamisch zijn.5MedlinePlus. How to Understand Your Lab Results. U.S. National Library of Medicine. https://medlineplus.gov/lab-tests/how-to-understand-your-lab-results/
Welke bloedwaarden worden vaak bepaald?
Er bestaan honderden laboratoriumbepalingen. Sommige zijn dagelijkse kost en andere worden alleen bij een heel specifieke medische vraag aangevraagd.
Hemoglobine en rode bloedcellen
Hemoglobine (Hb) is het eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof kan binden. Een te laag hemoglobinegehalte (Hb) betekent dat je bloed te weinig zuurstof kan vervoeren. Bij een te laag Hb spreek je van bloedarmoede of anemie.
Bij een bloedbeeld zie je vaak ook:
Erytrocyten
Het aantal rode bloedcellen. Erytrocyten zijn rode bloedcellen die zuurstof transporteren van je longen naar de rest van je lichaam.
Hematocriet (Ht)
Het hematocriet is het percentage van het bloed dat uit rode bloedcellen bestaat. Deze waarde laat zien of je bloed de juiste dikte heeft om zuurstof goed door je lichaam te vervoeren.
MCV
MCV meet de gemiddelde grootte van je rode bloedcellen om de oorzaak van bloedarmoede te achterhalen. Een te lage waarde wijst vaak op een ijzertekort, terwijl een te hoge waarde meestal door een vitamine B12- of foliumzuurtekort komt.
Een laag Hb kan onder meer voorkomen bij ijzertekort, bloedverlies, nierziekte, een tekort aan vitamine B12 of foliumzuur en verscheidene chronische aandoeningen. Een Hb-waarde laat overigens alleen zien of er sprake is van een tekort of overschot aan rode bloedcellen, maar niet waarom dit zo is. Dat zal de arts nader moeten onderzoeken.
Witte bloedcellen
Witte bloedcellen, oftewel leukocyten, maken deel uit van je afweer. Ze werken als een soort intern verdedigingsleger dat je lichaam beschermt tegen indringers van buitenaf en schadelijke cellen van binnenuit.
Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen. Ze hebben ieder hun eigen taak in je afweer.
- Lymfocyten: helpen je lichaam bij de afweer tegen onder meer virussen. B-lymfocyten kunnen antistoffen maken. Andere lymfocyten onthouden een ziekteverwekker, zodat je afweersysteem bij een volgende besmetting sneller kan reageren.
- Granulocyten: komen vaak snel in actie als je een infectie hebt. Vooral neutrofiele granulocyten ruimen, ten dienste van je afweer, bacteriën en andere ziekteverwekkers op.
- Monocyten: zijn relatief grote witte bloedcellen. Ze nemen ziekteverwekkers en resten van beschadigde cellen op en breken die af. In je weefsels kunnen ze zich ontwikkelen tot onder meer macrofagen. Dat laatste is een groot type witte bloedcel dat ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen opneemt en opruimt.
Een verhoogd aantal leukocyten (witte bloedcellen) betekent dat het immuunsysteem actief is, maar dit betekent nog niet dat er sprake is van een bacteriële infectie. Verschillende oorzaken kunnen ten grondslag liggen aan een verhoogd aantal witte bloedcellen:
- Infecties: bij een bacteriële of virale infectie kan je aantal leukocyten stijgen.
- Ontstekingen en andere aandoeningen: ook zonder infectie kan je afweersysteem actiever worden, bijvoorbeeld bij astma, allergieën of andere ontstekingsziekten.
- Lichamelijke of emotionele stress: na zware inspanning, bij pijn, tijdens de zwangerschap of ten gevolge van hevige stress kan het aantal witte bloedcellen tijdelijk hoger zijn.
- Medicijnen: sommige medicijnen, waaronder corticosteroïden, kunnen je leukocyten verhogen.
- Beenmergaandoeningen: soms ligt de oorzaak in het beenmerg zelf. Dat komt minder vaak voor. Een voorbeeld is leukemie.
Er kan worden bekeken welke soorten leukocyten aanwezig zijn. Dan krijg je een zogeheten leukocytendifferentiatie met bijvoorbeeld neutrofielen, lymfocyten, eosinofielen, monocyten en basofielen. Deze test kan door artsen worden gebruikt om te controleren op infecties, allergieën of ontstekingen.
Bloedplaatjes
Trombocyten (bloedplaatjes) helpen om bloedingen te stoppen. Zonder bloedplaatjes kan je bloed niet stollen en zou je door blijven bloeden. Raakt een bloedvat beschadigd, dan hechten bloedplaatjes zich ter plaatse van de beschadiging aan de vaatwand en vervolgens aan elkaar. Zo ontstaat een eerste propje dat het lek afsluit. Daarna wordt dit propje door stollingseiwitten verder verstevigd.
Bij een sterk verlaagd aantal bloedplaatjes kan je makkelijker gaan bloeden. Je krijgt dan bijvoorbeeld sneller blauwe plekken of een bloedneus. Een verhoogd aantal bloedplaatjes heet trombocytose. Dat kan ontstaan ten gevolge van een ontsteking, infectie, bloedverlies of ijzertekort. Je beenmerg maakt dan tijdelijk meer bloedplaatjes aan. Soms ligt de oorzaak in het beenmerg zelf en worden daar voortdurend te veel bloedplaatjes gevormd. Bij bepaalde beenmergaandoeningen kan een hoog aantal bloedplaatjes de kans op bloedstolsels en trombose vergroten. Bij een reactieve trombocytose is dat risico meestal veel kleiner.
Ferritine en ijzer
Ferritine is een eiwit waarin je lichaam ijzer opslaat. De ferritinewaarde geeft bijgevolg een goede indruk van je ijzervoorraad. De onderzoeker David Thurnham en zijn collega’s schrijven in een meta-analyse: “The World Health Organization recommends serum ferritin concentrations as the best indicator of iron deficiency” [De Wereldgezondheidsorganisatie beveelt de ferritineconcentratie in serum aan als de beste indicator van ijzertekort].6Thurnham DI, McCabe LD, Haldar S, Wieringa FT, Northrop-Clewes CA, McCabe GP. Adjusting plasma ferritin concentrations to remove the effects of subclinical inflammation in the assessment of iron deficiency: a meta-analysis. Am J Clin Nutr. 2010;92(3):546-555. DOI: 10.3945/ajcn.2010.29284. PMID: 20610634.
Heb je een lage ferritinewaarde, dan past dat sterk bij een verminderde ijzervoorraad. Bij een hoge waarde ligt het minder eenvoudig. Ferritine is namelijk ook een acute-fase-eiwit. Ten gevolge van een ontsteking kan de waarde stijgen. Je ferritine kan tevens verhoogd zijn bij leverziekten en enkele andere aandoeningen.
In de hierboven genoemde meta-analyse steeg het ferritinegehalte duidelijk tijdens ontstekingsprocessen. Ferritine gedraagt zich namelijk als een acuutefase-eiwit. Ten gevolge van een ontsteking kan je ferritine daardoor hoger zijn dan je op grond van je ijzervoorraad zou verwachten. Je ijzervoorraad kan dus laag zijn, terwijl de ferritinewaarde normaal of zelfs verhoogd is. Een ijzertekort is daarmee niet altijd uitgesloten.7Thurnham DI et al. Am J Clin Nutr. 2010;92(3):546-555. DOI: 10.3945/ajcn.2010.29284. PMID: 20610634.
Je arts kan daarom behalve naar ferritine ook kijken naar je Hb, MCV, transferrineverzadiging en CRP. Die waarden samen geven vaak een beter beeld dan ferritine alleen.
CRP en andere ontstekingswaarden
CRP, voluit C-reactief proteïne, is een eiwit dat bij een ontsteking of een beschadiging in je lichaam snel kan stijgen. Een hoge CRP-waarde vertelt je echter niet waar de ontsteking zit. Ook kun je er niet uit aflezen of een bacterie, virus of iets anders de boosdoener is.
Een andere bekende ontstekingswaarde is de BSE, de bezinkingssnelheid van rode bloedcellen. Ook deze waarde is weinig specifiek. Allerlei factoren, waaronder je leeftijd, of je al dan niet zwanger bent, bloedarmoede en verschillende ziekten kunnen van invloed zijn op de BSE.
Je kunt het vergelijken met een puzzel. Eén los stukje zegt nog weinig, maar in samenhang met je klachten, lichamelijk onderzoek en andere bloeduitslagen wordt het totale beeld steeds duidelijker.
Glucose en HbA1c
Glucose is bloedsuiker. Het is de belangrijkste brandstof voor je lichaam en wordt via het bloed naar al je cellen vervoerd om je energie te geven. Een glucosemeting kan worden gebruikt bij onderzoek naar diabetes. Afhankelijk van de test moet je daarvoor soms nuchter zijn.
HbA1c is iets anders. Glucose hecht zich in je bloed aan hemoglobine. Omdat rode bloedcellen ongeveer enkele maanden blijven bestaan, geeft HbA1c een indruk van je bloedsuiker over een langere periode. Koenig en Cerami beschreven dit als volgt: de HbA1c-concentratie “reflects a patient’s mean blood glucose level for the preceding weeks to months” [weerspiegelt het gemiddelde bloedsuikergehalte van een patiënt over de voorafgaande weken tot maanden].8Koenig RJ, Cerami A. Hemoglobin A Ic and diabetes mellitus. Annu Rev Med. 1980;31:29-34. DOI: 10.1146/annurev.me.31.020180.000333. PMID: 6994614.
Uit hoofde van dat verschil vertellen HbA1c en een losse glucosemeting je dus niet precies hetzelfde. Een glucosemeting laat zien hoe hoog je bloedsuiker op dat moment is, terwijl HbA1c meer zegt over de voorafgaande weken tot maanden.
Creatinine en eGFR
Bij onderzoek van je nierfunctie wordt meestal creatinine gemeten. Creatinine is een afvalstof die ontstaat door de afbraak van creatine in je spieren en door je nieren via de urine wordt afgevoerd. Uit je creatininewaarde kan de eGFR worden berekend. Dat is een schatting van de glomerulaire filtratiesnelheid. Dat duidt op de hoeveelheid bloed die je nierfilters per tijdseenheid zuiveren. Nieronderzoekers Edmund Lamb en Paul Stevens zeggen over dit onderzoek: “GFR is the best overall measure of kidney function” [GFR is de beste algemene maat voor de nierfunctie].9Lamb EJ, Stevens PE. Estimating and measuring glomerular filtration rate: methods of measurement and markers for estimation. Curr Opin Nephrol Hypertens. 2014;23(3):258-266. DOI: 10.1097/01.mnh.0000444813.72626.88. PMID: 24670402.
De e in eGFR staat voor estimated, hetgeen geschat betekent. Je filtratiesnelheid wordt dus niet rechtstreeks gemeten. Je creatininewaarde hangt bovendien niet alleen van je nieren af. Ook je spiermassa blaast een partijtje mee. Met het oog op die beperkingen moet je de uitslag altijd in samenhang met de rest bekijken.
Voor chronische nierschade is verder van belang hoe lang een afwijking bestaat en of er andere tekenen zijn die mogelijk wijzen op nierschade. Eén licht afwijkende eGFR betekent dus nog niet dat je een chronische nierziekte hebt. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, zo te zeggen. Soms is een nieuwe meting na enige tijd nodig om te zien of de afwijking blijft bestaan.
Natrium, kalium en andere elektrolyten
Elektrolyten zijn opgeloste zouten en mineralen in je lichaam. Bekende waarden die in je bloed kunnen worden gemeten zijn natrium, kalium, calcium, magnesium en chloride. Natrium speelt een grote rol bij de regeling van de hoeveelheid water in je lichaam. Een te hoge of te lage natriumwaarde kan daardoor allerlei klachten geven. Kalium heb je onder meer nodig voor de werking van je zenuwen en spieren. Ook je hartspier is gevoelig voor veranderingen in het kaliumgehalte. Een sterk verhoogde of verlaagde waarde kan daarom gevaarlijk zijn.
Spoedeisendehulpartsen Brit Long en collega’s noemen hyperkaliëmie, een te hoog kalium, “a common electrolyte disorder that can result in morbidity and mortality if not managed appropriately” [een veelvoorkomende elektrolytenstoornis die tot ziekte en overlijden kan leiden als zij niet goed wordt behandeld].10Long B, Warix JR, Koyfman A. Controversies in Management of Hyperkalemia. J Emerg Med. 2018;55(2):192-205. DOI: 10.1016/j.jemermed.2018.04.004. PMID: 29731287. Bij een sterk afwijkende kaliumwaarde kan je arts besluiten om snel opnieuw te meten of meteen te behandelen. Al naar gelang van de hoogte van de waarde, je klachten, het ECG en de oorzaak kan daar meer of minder haast bij zijn.
Leverwaarden
Indien de arts je lever en galwegen wil onderzoeken, dan worden vaak ALAT, ASAT, alkalische fosfatase (AF), gamma-GT en bilirubine bepaald. Die testen meten niet allemaal hetzelfde. ALAT en ASAT kunnen stijgen als je levercellen beschadigd raken. AF en gamma-GT kunnen onder meer veranderen bij aandoeningen van je lever of galwegen. Bilirubine ontstaat bij de afbraak van rode bloedcellen en wordt daarna door je lever verwerkt. Saillant detail: Bilirubine is de stof die ontlasting haar normale bruine kleur geeft
De term leverfunctiewaarden wordt veel gebruikt, maar is niet helemaal precies. ALAT (alanine-aminotransferase) is bijvoorbeeld een enzym dat vooral in je levercellen voorkomt. Raken die cellen ontstoken of beschadigd, dan lekt ALAT naar je bloed en kan de waarde stijgen. Een verhoogde ALAT-waarde zegt echter maar een deel over de algehele werking van de lever. Het wijst vooral op schade of irritatie van de levercellen, maar zegt nog niets over hoe goed de lever als geheel nog werkt.
Cholesterol en triglyceriden
Een zogeheten lipidenprofiel brengt de hoeveelheid vetten en cholesterol in je bloed in kaart via een cholesteroltests. De interpretatie van deze waarden is altijd maatwerk, omdat een arts niet alleen naar de cijfers kijkt, maar naar je totale cardiovasculaire risicoprofiel. Denk hierbij aan je leeftijd, bloeddruk, rookgedrag, diabetes, gewicht, nierziekte en eerder doorgemaakte hart- en vaatziekten. Met het oog op dat totale risicoprofiel bestaat er niet één cholesterolgetal dat voor iedereen precies dezelfde betekenis heeft. De uitslag moet dus worden gelezen in samenhang met de rest van je gezondheid.
TSH en schildklierhormonen
TSH wordt gemaakt in je hypofyse en stuurt je schildklier aan. Als je arts vermoedt dat je schildklier te langzaam of juist te snel werkt, is TSH vaak de eerste bloedwaarde die wordt bepaald. De richtlijn van de American Association of Clinical Endocrinologists en American Thyroid Association noemt serum-TSH “the single best screening test for primary thyroid dysfunction for the vast majority of outpatient clinical situations” [de beste afzonderlijke screeningstest voor primaire schildklierstoornissen in verreweg de meeste poliklinische situaties].11Garber JR, Cobin RH, Gharib H, et al. Clinical Practice Guidelines for Hypothyroidism in Adults. Thyroid. 2012;22(12):1200-1235. DOI: 10.1089/thy.2012.0205. PMID: 22954017.
Zo nodig wordt ook vrij T4 (FT4) gemeten. Ter zake van de beoordeling van je schildklierfunctie kijkt je arts vervolgens vooral naar de combinatie van TSH en FT4. Die verhouding helpt om te bepalen of je schildklier normaal, te traag of te snel werkt.
Vitaminen en voedingsstoffen
Bloedonderzoek kan ook worden gebruikt als je arts vermoedt dat je een tekort hebt aan bijvoorbeeld vitamine B12, foliumzuur, vitamine D of ijzer. In geval van vage klachten heeft het weinig zin om bij iedere vage klacht meteen tientallen vitaminen en mineralen te laten bepalen. Hoe meer waarden je laat meten, hoe groter de kans dat er ergens toevallig eentje buiten het referentiegebied valt.
Terzijde: dat is ook een zwakke kant van commerciële bloedpakketten waarbij in één keer een hele reeks waarden wordt gemeten. Zo’n rood getal in je uitslag trekt natuurlijk de aandacht en kan aanleiding geven tot vervolgonderzoek, terwijl het soms weinig betekenis heeft en gewoon door normale biologische of statistische variatie buiten het referentiegebied valt.
Een afwijkende bloedwaarde: wat zegt dat?
Je opent je patiëntenportaal en ziet ineens een uitslag in het rood staan. Da’s schrikken. Toch betekent zo’n afwijkend getal niet meteen dat je ziek bent. Sommige bloedwaarden veranderen namelijk tijdelijk. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door uitdroging, zware lichamelijke inspanning, een recente infectie, zwangerschap, veranderingen in je voeding of het gebruik van bepaalde medicijnen, waarbij de invloed per bloedwaarde nogal kan verschillen en soms ook maar tijdelijk is. Ook rond de bloedafname zelf kan iets meespelen. Een bloedmonster kan bijvoorbeeld hemolyseren, waarbij rode bloedcellen kapotgaan en bepaalde waarden kunstmatig veranderen.12MedlinePlus. Laboratory Tests. U.S. National Library of Medicine. https://medlineplus.gov/laboratorytests.html Je arts kijkt daarom verder dan dat ene getal. Al naargelang de reden waarom het bloedonderzoek is aangevraagd, kunnen dezelfde uitslagen heel anders worden beoordeeld. Je klachten tellen mee. Andere bloedwaarden ook. En soms zegt een oude uitslag meer dan je denkt: een waarde die al jaren ongeveer gelijk is, roept andere vragen op dan een waarde die in korte tijd sterk verandert. Medicijnen kunnen eveneens een en ander verklaren. Een afwijkende uitslag moet dus worden uitgelegd binnen het geheel, niet alleen afgelezen van het scherm.
Dat verschil tussen een getal zien en begrijpen komt ook terug in onderzoek naar patiëntenportalen. Een patiënt reageerde bij het bekijken van laboratoriumuitslagen met: “What does this mean? Am I okay? Am I going to live?” [Wat betekent dit? Gaat het goed met me? Ga ik dit overleven?].13McAlearney AS, Sieck CJ, Gaughan A, et al. Patients’ Perceptions of Portal Use Across Care Settings: Qualitative Study. J Med Internet Res. 2019;21(6). DOI: 10.2196/13126. PMID: 31172960.
Een waarde die steeds verandert
Bloedwaarden zijn dynamisch en veranderen continu. Je lichaam past zich constant aan aan wat je doet, eet, voelt en meemaakt. Een bloeduitslag is dan ook altijd slechts een momentopname. Een verschil tussen twee metingen kan echt iets betekenen. Het kan ook gewone biologische of analytische variatie zijn. Daarom kijkt een arts bij veel aandoeningen liever naar het verloop dan naar één los getal. Iemand met jarenlang ongeveer dezelfde licht verlaagde nierfunctie wordt anders beoordeeld dan iemand bij wie de eGFR binnen enkele dagen sterk daalt. Hetzelfde geldt voor Hb, leverenzymen, ontstekingswaarden en veel andere bepalingen. Oude uitslagen kunnen dus verrassend waardevol zijn.
Iemand die meedeed aan een onderzoek naar patiëntenportalen verwoordde precies die behoefte: “I like having information accessible, I like being able to go back and look at it” [ik vind het prettig dat de informatie toegankelijk is en dat ik er later opnieuw naar kan kijken].14Robinson S, Reed M, Quevillon T, Hirvi E. Patient perceptions and interactions with their web portal-based laboratory results. BMJ Health Care Inform. 2019;26(1). DOI: 10.1136/bmjhci-2019-000012. PMID: 31039117.
Hoe gaat bloedprikken?
Ten behoeve van bloedonderzoek wordt meestal bloed afgenomen uit een ader in je arm. Je gaat zitten of liggen. De verpleegkundige zoekt een geschikte ader en brengt een naald in. Vaak wordt kort een elastische band rond de bovenarm aangebracht. De elastische band (stuuband) zorgt ervoor dat de terugstroom van het bloed naar het hart tijdelijk wordt afgeremd. Hierdoor zwellen de aderen in de onderarm en elleboogplooi een beetje op, waardoor ze beter zichtbaar en voelbaar zijn Vervolgens worden één of meer buisjes gevuld. Het prikken zelf is in een vloek en een zucht voorbij. Na de bloedafname krijg je een gaasje of pleister op de prikplek. Soms ontstaat daar een blauwe plek. Die trekt vanzelf weg.
Word je snel duizelig of val je gemakkelijk flauw bij bloedprikken (een zogeheten vasovagale reactie), vertel dat dan vóór het prikken. Liggend bloed laten afnemen kan dan prettiger en veiliger zijn.
Moet je nuchter zijn?
Voor de meeste soorten bloedonderzoek hoef je tegenwoordig niet meer nuchter te zijn. Met nuchter zijn voor een bloedonderzoek wordt bedoeld dat je een aantal uren vóór de bloedafname niets eet of drinkt. Voor sommige bepalingen kan dat wel nodig zijn. Bij bepaalde glucoseonderzoeken krijg je bijvoorbeeld de opdracht gedurende een aantal uren niets te eten. Meestal gaat het om een periode van 8 tot 12 uur voor de afname. Dit betekent in de praktijk vaak dat je vanaf de avond vóór het onderzoek (bijvoorbeeld vanaf 22:00 uur) niets meer mag nemen.
Volg gewoon de instructie die je van arts of laboratorium hebt gekregen. Stop niet zelf met het gebruik van medicijnen omdat er bloed geprikt moet worden. Als je niet weet of je ’s ochtends je medicatie mag innemen, vraag dat dan vooraf na. Water drinken mag bij veel bloedonderzoeken waarvoor je nuchter dient te zijn wel, maar ook hier geldt de instructie van het laboratorium.
Wanneer krijg je de uitslag?
Veel gewone bepalingen zijn dezelfde dag of kort daarna al bekend. Andere tests duren langer, bijvoorbeeld omdat ze slechts op bepaalde dagen worden uitgevoerd of naar een gespecialiseerd laboratorium gaan voor analyse. Via je patiëntenportaal kun je de uitslagen vaak al zien voordat je arts ze met je heeft besproken. Dat heeft voor- en nadelen. Nederlandse onderzoekers die 28 patiënten interviewden, vonden dat directe toegang tot uitslagen bij sommige mensen stress veroorzaakt, maar bij anderen juist spanning wegneemt. Een patiënt zei na het controleren van laboratoriumuitslagen: “I was really glad I looked at it” [ik was op dat moment echt blij dat ik ernaar had gekeken].15Hulter P, Weggelaar-Jansen AMJWM, Ahaus K, Pluut B. Patient discourses on real-time access to test results via hospital portals: a discourse analysis of semistructured interviews with Dutch patients. BMJ Open. 2024;14. DOI: 10.1136/bmjopen-2024-088201. PMID: 39581732. Bij een andere patiënt kan exact dezelfde directe toegang juist spanning en onzekerheid oproepen.
Zelf je bloeduitslag bekijken
Je mag je eigen bloeduitslagen natuurlijk bekijken. Het helpt wel als je eerst vaststelt wát je eigenlijk voor je hebt. Let op:
- welke bepaling is uitgevoerd;
- wat je eigen uitslag is;
- welke eenheid wordt gebruikt;
- welk referentiegebied het laboratorium vermeldt;
- hoe eerdere uitslagen eruitzagen;
- waarom de arts deze bepaling heeft aangevraagd.
Dat patiënten hun bloeduitslagen graag zelf willen kunnen bekijken, blijkt overigens duidelijk uit onderzoek. Aangaande je eigen medische gegevens wil je vaak niet alleen horen wat de arts ervan vindt, maar wil je de uitslag ook zelf zien, zelfs wanneer die afwijkend is. En vaak ook zo snel mogelijk. Een deelnemer aan een onderzoek naar afwijkende uitslagen verwoordde dat heel treffend: “It’s my body, my result … I still want to see it” [Het is mijn lichaam, mijn uitslag … ik wil hem toch zien].16Giardina TD, Modi V, Parrish DE, Singh H. The patient portal and abnormal test results: An exploratory study of patient experiences. Patient Exp J. 2015;2(1):148-154. DOI: 10.35680/2372-0247.1055. PMID: 28345018.
Bloedwaarden bij kinderen
Bij kinderen gelden andere referentiewaarden voor bloedonderzoek dan bij volwassenen. Dit komt doordat het lichaam van een kind continu in ontwikkeling is. Organen rijpen, het immuunsysteem bouwt zich op en de hormoonhuishouding verandert snel. Dat verschil kan echt groot zijn. Sommige bloedwaarden veranderen tijdens de eerste levensweken en daarna opnieuw tijdens de verdere groei. Gebruik daarom bij een kind niet zomaar een tabel voor volwassenen. Een goed laboratoriumrapport houdt uiteraard rekening met leeftijd wanneer daarvoor leeftijdsspecifieke grenzen bestaan. Bij borelingen liggen verscheidene waarden heel anders dan op latere leeftijd. Dat is fysiologisch bepaald, dus passend bij die levensfase.
Bloedwaarden tijdens de zwangerschap
Tijdens je zwangerschap verandert de samenstelling van je bloed. Zo neemt je plasmavolume toe, waardoor sommige stoffen in je bloed als het ware worden verdund. De gemeten concentratie kan daardoor dalen. Andere waarden verschuiven juist als gevolg van hormonale veranderingen en doordat je lichaam zich aan de zwangerschap aanpast. Een uitslag die buiten de zwangerschap als afwijkend geldt, hoeft staande de zwangerschap niet precies dezelfde betekenis te hebben. Voor verschillende bloedwaarden bestaan daarom aparte referentiegebieden of klinische beslisgrenzen voor zwangere vrouwen.
Voorts is het goed om bij bloedonderzoek te vermelden dat je zwanger bent als dit niet al bekend is. Je arts en het laboratorium kunnen de uitslag dan in de juiste context beoordelen.
Wanneer contact opnemen met de huisarts?
Bij afwezigheid van klachten is een licht afwijkende bloedwaarde vaak geen reden om meteen van een noodsituatie uit te gaan. Het kan dan zijn dat de arts de bepaling na enige tijd wil herhalen om te zien of de waarde vanzelf hersteld is of dat het hetzelfde is gebleven of zelfs is achteruitgegaan.
Als je een duidelijk afwijkende uitslag ziet en niet weet wat ermee moet gebeuren, is het verstandig om contact op te nemen met je husiarts. Doe dat zeker wanneer het laboratorium of het patiëntenportaal aangeeft dat de uitslag snel beoordeeld moet worden. Kijk ondertussen ook naar hoe je je voelt. Ernstige benauwdheid, bewusteloosheid, een hevige bloeding of plotselinge uitvalsverschijnselen kunnen reden zijn om terstond medische hulp in te schakelen. Bij een levensbedreigende situatie moet je meteen 112 bellen.
De volgende medische casus laat zien dat je een testuitslag nooit los mag zien van de klachten die je ervaart. Een 53-jarige vrouw met een chronische nierziekte meldde zich op de spoedeisende hulp nadat ze in één dag was getroffen door toenemende spierzwakte en tintelingen in haar armen en benen. Haar kaliumgehalte bleek hoger dan 8 mmol/l. Op het ECG (hartfilmpje) waren eveneens veranderingen te zien die bij ernstige hyperkaliëmie passen. Qua medicatie gebruikte ze onder meer lisinopril, spironolacton en kaliumsupplementen. Dit zijn allemaal middelen die aan het hoge kaliumgehalte zouden kunnen bijdragen. Na adequate behandeling verdwenen haar klachten en waren er geen ECG-afwijkingen meer. Ongeveer 36 uur later was het kalium gedaald tot 4,2 mmol/l.17Kimmons LA, Usery JB. Acute Ascending Muscle Weakness Secondary to Medication-Induced Hyperkalemia. Case Rep Med. 2014;2014:789529. DOI: 10.1155/2014/789529. PMID: 24782897.
Bloedonderzoek blijft één onderdeel van medisch onderzoek. Je arts gebruikt daarnaast je klachten en voorgeschiedenis, lichamelijk onderzoek, eerdere uitslagen en zo nodig andere tests.18MedlinePlus. What You Need to Know About Blood Testing. U.S. National Library of Medicine. https://medlineplus.gov/lab-tests/what-you-need-to-know-about-blood-testing/
Veel voorkomende bloedwaarden
Op Mens-en-Gezondheid vind je afzonderlijke artikelen over verschillende bloedwaarden. Daar kan per bepaling uitgebreider worden ingegaan op referentiewaarden, oorzaken van een verhoging of verlaging en de manier waarop artsen de uitslag beoordelen. Veel geraadpleegde waarden zijn onder meer:
Ferritine
Wordt vooral gebruikt om de ijzervoorraad te beoordelen.
Hemoglobine (Hb)
Het zuurstofdragende eiwit in rode bloedcellen.
CRP
Een ontstekingswaarde die bij veel verschillende ontstekingsprocessen kan stijgen.
LDH
Een enzym dat in veel weefsels zit en door uiteenlopende oorzaken verhoogd kan raken.
Creatinine en eGFR
Worden gebruikt bij de beoordeling van de nierfunctie.
Leverwaarden
Hieronder vallen onder andere ALAT, ASAT, AF, gamma-GT en bilirubine.
Glucose en HbA1c
Worden veel gebruikt bij onderzoek naar diabetes en bij de controle ervan.
Bij al deze bepalingen geldt dezelfde nuchtere regel: begin niet met de vraag of het getal rood of groen is. Begin met de vraag waarom het is gemeten.
Disclaimer, bronnen, reacties en ervaringen
Disclaimer
Deze pagina geeft algemene medische informatie over bloed, bloedwaarden en bloedonderzoek. We stellen geen diagnose, noch geven we persoonlijk behandeladvies. Een afwijkende uitslag kan veel oorzaken hebben en zal moeten worden beoordeeld in samenhang met je klachten en andere gegevens. Heb je ernstige, nieuwe of snel verslechterende klachten? Neem dan contact op met een arts.
Geraadpleegde bronnen
Voor dit artikel zijn onderstaande medische organisaties, onderzoeken en vakpublicaties geraadpleegd.
- American Society of Hematology. Blood Basics. American Society of Hematology.
- Garber, J. R., Cobin, R. H., Gharib, H., et al. (2012). Clinical Practice Guidelines for Hypothyroidism in Adults. Thyroid, 22(12), 1200–1235. PMID: 22954017.
- Kimmons, L. A., & Usery, J. B. (2014). Acute Ascending Muscle Weakness Secondary to Medication-Induced Hyperkalemia. Case Reports in Medicine, 2014, 789529. PMID: 24782897.
- Koenig, R. J., & Cerami, A. (1980). Hemoglobin A Ic and diabetes mellitus. Annual Review of Medicine, 31, 29–34. PMID: 6994614.
- Lamb, E. J., & Stevens, P. E. (2014). Estimating and measuring glomerular filtration rate: methods of measurement and markers for estimation. Current Opinion in Nephrology and Hypertension, 23(3), 258–266. PMID: 24670402.
- Long, B., Warix, J. R., & Koyfman, A. (2018). Controversies in Management of Hyperkalemia. Journal of Emergency Medicine, 55(2), 192–205. PMID: 29731287.
- MedlinePlus. How to Understand Your Lab Results. U.S. National Library of Medicine.
- MedlinePlus. Laboratory Tests. U.S. National Library of Medicine.
- MedlinePlus. What You Need to Know About Blood Testing. U.S. National Library of Medicine.
- Ozarda, Y., Higgins, V., & Adeli, K. (2018). Verification of reference intervals in routine clinical laboratories: practical challenges and recommendations. Clinical Chemistry and Laboratory Medicine, 57(1), 30–37. PMID: 29729142.
- Thurnham, D. I., McCabe, L. D., Haldar, S., Wieringa, F. T., Northrop-Clewes, C. A., & McCabe, G. P. (2010). Adjusting plasma ferritin concentrations to remove the effects of subclinical inflammation in the assessment of iron deficiency: a meta-analysis. American Journal of Clinical Nutrition, 92(3), 546–555. PMID: 20610634.
Bronnen van reacties en ervaringen
De patiëntcitaten in het artikel zijn afkomstig uit onderstaande onderzoeken naar het bekijken en begrijpen van laboratoriumuitslagen en patiëntenportalen.
- Giardina, T. D., Modi, V., Parrish, D. E., & Singh, H. (2015). The patient portal and abnormal test results: An exploratory study of patient experiences. Patient Experience Journal, 2(1), 148–154. PMID: 28345018.
- Hulter, P., Weggelaar-Jansen, A. M. J. W. M., Ahaus, K., & Pluut, B. (2024). Patient discourses on real-time access to test results via hospital portals: a discourse analysis of semistructured interviews with Dutch patients. BMJ Open, 14. PMID: 39581732.
- McAlearney, A. S., Sieck, C. J., Gaughan, A., et al. (2019). Patients’ Perceptions of Portal Use Across Care Settings: Qualitative Study. Journal of Medical Internet Research, 21(6). PMID: 31172960.
- Robinson, S., Reed, M., Quevillon, T., & Hirvi, E. (2019). Patient perceptions and interactions with their web portal-based laboratory results. BMJ Health & Care Informatics, 26(1). PMID: 31039117.
- Zhang, Z., Citardi, D., Xing, A., & Luo, X. (2020). Patient Challenges and Needs in Comprehending Laboratory Test Results: Mixed Methods Study. Journal of Medical Internet Research, 22(12). PMID: 33284117.
Reacties en ervaringen
Bekijk je zelf regelmatig je bloeduitslagen? Laat gerust een reactie achter. Welke waarde was afwijkend? Was meteen duidelijk wat de uitslag betekende, of leverde het patiëntenportaal juist vragen op? Ook ervaringen met herhaald bloedonderzoek of sterk wisselende waarden zijn welkom.
Houd het anoniem. Geen namen, adressen of andere persoonsgegevens. Heb je medische hulp nodig of maak je je zorgen over een uitslag? Neem contact op met een arts; gebruik daarvoor niet het reactieformulier.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Een bloedgasonderzoek wordt ook wel een arterieel bloedgasonderzoek of een bloedgasanalyse genoemd. Bloedgassen worden bepaald om de verhouding zuurstof (O2)…
Lees het artikel
Heb je je ooit afgevraagd wat er zich allemaal bevindt in die mysterieuze rechterkant van je buik? Nou,…
Lees het artikel
Nachtelijke erecties zijn spontane erecties die tijdens de slaap ontstaan, meestal in de REM-slaap, de fase waarin je…
Lees het artikel