Laatst bijgewerkt op 31 juli 2026 door M.G. Sulman
Infectieziekten ontstaan wanneer virussen, bacteriën, schimmels, parasieten of andere ziekteverwekkers het lichaam binnendringen en zich daar vermenigvuldigen. De gevolgen lopen sterk uiteen: van een milde verkoudheid of kortdurende buikgriep tot een ernstige longontsteking, hersenvliesontsteking of sepsis. Hoe ziek je wordt, hangt af van de verwekker, de plaats van de infectie, je leeftijd, je afweer en eventuele onderliggende aandoeningen. Veel infecties genezen vanzelf, terwijl andere gerichte behandeling vereisen met bijvoorbeeld antibiotica, antivirale middelen of antischimmelmedicatie. Goede hygiëne, vaccinatie, veilig voedselgebruik en tijdige medische beoordeling verkleinen het risico op complicaties en verdere verspreiding.
Deze pagina hoort bij de landingspagina Aandoeningen . Daar vind je een overzicht van ziekten en medische aandoeningen, geordend per orgaanstelsel en ziektegroep.
Aandoeningen valt binnen het bredere hoofdthema Gezondheid & klachten , waar je ook informatie vindt over symptomen, het menselijk lichaam en andere medische onderwerpen.
Inleiding
Infectieziekten ontstaan wanneer virussen, bacteriën, schimmels, parasieten of andere ziekteverwekkers het lichaam binnendringen en zich daar vermenigvuldigen. Dat kan uitlopen op een lichte verkoudheid, enkele dagen diarree of een hinderlijke huidinfectie. Soms raakt een orgaan ernstig ontstoken of reageert het gehele lichaam ontregeld, zoals bij sepsis. De ernst hangt af van de verwekker, de plaats van de infectie, je afweer en de snelheid waarmee een passende behandeling wordt ingezet.
Veel infecties verdwijnen vanzelf. Je immuunsysteem ruimt de indringer op, waarna vermoeidheid of een kuch nog enige tijd kan blijven hangen. Andere infecties vragen om antibiotica, antivirale middelen, antischimmelmedicatie of behandeling in een ziekenhuis. Een vroege inschatting is derhalve belangrijk. Niet iedere koorts behoeft medische bemoeienis, doch iemand die snel zieker wordt, verward raakt of benauwd wordt, moet onverwijld worden beoordeeld.
Wat is een infectieziekte?
Een infectie is de aanwezigheid en vermenigvuldiging van een ziekteverwekker in of op het lichaam. Van een infectieziekte spreken we wanneer die infectie klachten, weefselschade of een ontregeling van lichaamsfuncties veroorzaakt.
Dat onderscheid is relevant. Je kunt namelijk een micro-organisme bij je dragen zonder ziek te zijn. Dit heet kolonisatie: de bacterie of schimmel leeft bijvoorbeeld op de huid, in de neus of in de darm zonder daar schade aan te richten. Zo draagt een deel van de bevolking Staphylococcus aureus in de neus. Meestal merk je daar niets van. Pas wanneer de bacterie via een wond dieper weefsel binnendringt, kan een steenpuist, wondinfectie of ernstiger ziektebeeld ontstaan.
Ook een positieve laboratoriumtest bewijst op zichzelf niet altijd dat een bepaalde verwekker de klachten veroorzaakt. Artsen beoordelen de uitslag samen met je symptomen, lichamelijk onderzoek, ziekteverloop en eventuele risicofactoren.
De voornaamste ziekteverwekkers
Virussen
Virussen zijn uiterst kleine infectieuze deeltjes die zich uitsluitend in levende lichaamscellen kunnen vermenigvuldigen. Ze gebruiken als het ware de machinerie van de cel om nieuwe virusdeeltjes te produceren.
Bekende virusinfecties zijn:
- verkoudheid;
- influenza, oftewel echte griep;
- COVID-19;
- waterpokken en gordelroos;
- mazelen;
- bof;
- rodehond;
- hepatitis A, B en C;
- hiv;
- het humaan papillomavirus, afgekort HPV;
- het respiratoir syncytieel virus, meestal RS-virus genoemd;
- herpesinfecties;
- norovirusinfectie.
Antibiotica werken niet tegen virussen. Een virus heeft immers geen bacteriële celwand of eigen eiwitproductie waarop een antibioticum kan aangrijpen. Bij bepaalde virusziekten bestaan wel antivirale middelen. Deze medicijnen remmen een stap in de vermenigvuldiging van het virus. Voorbeelden zijn middelen tegen hiv, hepatitis C, influenza, herpes en COVID-19 bij geselecteerde risicopatiënten.
Bacteriën
Bacteriën zijn eencellige micro-organismen. Tal van soorten leven vreedzaam op de huid en slijmvliezen of behoren tot de normale darmflora. Andere bacteriën kunnen rechtstreeks ziekte veroorzaken. Een doorgaans onschuldige darmbacterie kan trouwens eveneens problemen geven wanneer zij op een verkeerde plaats terechtkomt. Escherichia coli leeft meestal in de darm, maar is ook een veelvoorkomende veroorzaker van urineweginfecties.
Bacteriële infecties omvatten onder meer:
- blaasontsteking en nierbekkenontsteking;
- bacteriële longontsteking;
- krentenbaard;
- wondroos;
- kinkhoest;
- tuberculose;
- de ziekte van Lyme;
- meningokokkenziekte;
- gonorroe;
- syfilis;
- salmonellose;
- legionellose;
- Q-koorts.
Sommige bacteriële infecties verdwijnen zonder antibiotica. Bij een ongecompliceerde oorontsteking bij een verder gezond kind is afwachten dikwijls verantwoord. Bij bacteriële meningitis, sepsis of een ernstige nierbekkenontsteking kan uitstel daarentegen levensgevaarlijk zijn. De plaats en ernst van de infectie bepalen dus mede het beleid.
Schimmels en gisten
Schimmels komen overal in de leefomgeving voor. De meeste veroorzaken bij gezonde mensen geen diepe infectie. Op warme en vochtige lichaamsplaatsen kunnen wel oppervlakkige schimmelinfecties ontstaan, zoals voetschimmel, ringworm of een schimmelnagel.
Gisten zijn eencellige schimmels. Candida leeft bij veel mensen op slijmvliezen zonder klachten te geven. Door antibiotica, hormonale veranderingen, diabetes of een verminderde afweer kan de balans verschuiven en ontstaat soms candidiasis. Dat kan zich uiten als spruw in de mond of een vaginale schimmelinfectie.
Een invasieve schimmelinfectie dringt dieper het lichaam binnen en kan de longen, bloedbaan, hersenen of andere organen aantasten. Zulke infecties komen vooral voor bij mensen met een sterk verminderde afweer, bijvoorbeeld na een stamceltransplantatie, bij langdurige neutropenie of tijdens bepaalde vormen van chemotherapie. Neutropenie betekent dat er te weinig neutrofiele granulocyten zijn, witte bloedcellen die een centrale rol spelen bij de bestrijding van bacteriën en schimmels.
Parasieten
Parasieten leven ten koste van een gastheer. Tot deze groep behoren eencellige organismen, zoals de malariaparasiet, en grotere organismen, zoals lintwormen en spoelwormen.
Voorbeelden zijn:
- malaria;
- giardiasis;
- toxoplasmose;
- amoebiasis;
- schistosomiasis;
- lintworminfecties;
- spoelworminfecties;
- aarsmaden;
- schurft.
Schurft wordt veroorzaakt door de schurftmijt. Deze mijt graaft gangetjes in de bovenste huidlaag en veroorzaakt dikwijls hevige nachtelijke jeuk. Hoewel een mijt geen micro-organisme is, wordt schurft vanwege de overdraagbaarheid en behandeling doorgaans bij de infectieziekten ingedeeld.
Prionen
Prionen zijn verkeerd gevouwen eiwitten die andere eiwitten in de hersenen kunnen aantasten. Zij bevatten geen DNA of RNA en zijn derhalve geen levende ziekteverwekkers. Toch kunnen zij overdraagbare aandoeningen veroorzaken, zoals de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.
Prionziekten zijn zeer zeldzaam. Ze verlopen ernstig en zijn thans niet te genezen. Op deze algemene landingspagina over infectieziekten nemen zij slechts een bescheiden plaats in, omdat hun biologie en overdracht sterk verschillen van gewone virus- of bacterie-infecties.
Infectie, ontsteking en besmettelijkheid zijn verschillende begrippen
Deze woorden worden in het dagelijks taalgebruik gemakkelijk door elkaar gehaald.
Een infectie ontstaat door een ziekteverwekker. Een ontsteking is een reactie van het lichaam op schade of gevaar. Die reactie kan ontstaan door een infectie, maar ook door auto-immuunziekten, trauma, kristallen of chemische prikkels. Bij jicht raakt een gewricht bijvoorbeeld ontstoken door urinezuurkristallen; er is dan geen bacterie aanwezig.
Ook is niet iedere infectie besmettelijk. Een blaasontsteking door eigen darmbacteriën draag je doorgaans niet aan een huisgenoot over. Tetanus ontstaat wanneer sporen van de bacterie Clostridium tetani via een wond binnendringen. De ziekte verspreidt zich niet van mens tot mens.
Andersom kan iemand wel besmettelijk zijn voordat duidelijke klachten ontstaan. Bij verscheidene luchtwegvirussen begint de uitscheiding reeds rond het begin van de symptomen. Bij hepatitis B of hiv kan een infectie lange tijd weinig merkbare verschijnselen geven, terwijl overdracht onder bepaalde omstandigheden mogelijk blijft.
Hoe ziekteverwekkers zich verspreiden
Via druppels en kleine luchtdeeltjes
Bij praten, hoesten, niezen en zingen komen vochtdeeltjes uit de luchtwegen vrij. Grotere druppels zakken betrekkelijk snel neer. Kleinere deeltjes kunnen langer in de lucht blijven zweven, vooral in slecht geventileerde binnenruimten.
Mazelen is buitengewoon besmettelijk en verspreidt zich gemakkelijk door de lucht. Ook tuberculose kan via kleine luchtdeeltjes worden overgedragen. Bij veel gewone luchtweginfecties spelen afstand, duur van het contact, ventilatie en de hoeveelheid virus die iemand uitscheidt samen een rol.
Door direct of indirect contact
Huidinfecties, schurft en sommige ooginfecties kunnen via direct lichamelijk contact worden overgedragen. Besmette handen kunnen verwekkers naar mond, neus, ogen of beschadigde huid brengen.
Overdracht via voorwerpen is mogelijk wanneer een ziekteverwekker daar lang genoeg infectieus blijft. Denk aan handdoeken bij bepaalde huidinfecties, speelgoed in een kinderdagverblijf of deurklinken tijdens een uitbraak van buikgriep. De bijdrage van oppervlakken verschilt evenwel per verwekker.
Via voedsel en water
Voedselinfecties ontstaan na het binnenkrijgen van levende ziekteverwekkers, zoals Salmonella, Campylobacter of norovirus. Bij een voedselvergiftiging word je ziek door een reeds in het voedsel gevormd toxine, oftewel gifstof. De klachten kunnen dan opvallend snel beginnen.
Besmet drinkwater kan onder meer diarree, hepatitis A, cholera of parasitaire darminfecties veroorzaken. In Nederland is leidingwater veilig, maar op reis ligt dat in sommige gebieden anders. IJsblokjes, rauwe groente, onvoldoende verhit vlees en ongepasteuriseerde zuivel vormen dan mogelijke bronnen.
Via bloed en seksueel contact
Hiv, hepatitis B en hepatitis C kunnen via bloed worden overgedragen. Seksuele overdracht speelt bij hiv en hepatitis B eveneens een rol. Hepatitis C verspreidt zich vooral door bloed-bloedcontact.
Andere seksueel overdraagbare aandoeningen zijn chlamydia, gonorroe, syfilis, genitale herpes, HPV en trichomoniasis. Een soa kan klachten geven zoals afscheiding, pijn bij het plassen, wondjes of pijn in de onderbuik. Veel soa’s verlopen echter zonder duidelijke symptomen. Een test is daarom zinvoller dan afgaan op hoe gezond iemand eruitziet.
Van dier op mens
Een infectie die van dieren op mensen kan overgaan heet een zoönose. Voorbeelden zijn Q-koorts, psittacose, salmonellose, toxoplasmose en rabiës.
Teken kunnen de bacterie Borrelia burgdorferi overdragen, die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Muggen verspreiden onder meer malaria, dengue, chikungunya en het zikavirus. De teek of mug is dan een vector: een organisme dat een ziekteverwekker van de ene gastheer naar de andere vervoert.
Tijdens zwangerschap of geboorte
Sommige verwekkers kunnen van moeder op kind worden overgedragen. Dat kan tijdens de zwangerschap, rond de bevalling of via borstvoeding gebeuren. Voorbeelden zijn hiv, hepatitis B, syfilis, toxoplasmose, cytomegalovirus en groep-B-streptokokken.
Screening en preventieve behandeling kunnen het risico sterk verminderen. Daarom worden zwangeren in Nederland onder meer onderzocht op hiv, hepatitis B en syfilis.
De belangrijkste groepen infectieziekten
Luchtweginfecties
Luchtweginfecties treffen de neus, keel, bijholten, luchtpijp, bronchiën of longen. Verkoudheid, keelpijn en de meeste gevallen van acute bronchitis worden door virussen veroorzaakt.
Een pneumonie, oftewel longontsteking, kan viraal of bacterieel zijn. Typische klachten zijn hoesten, koorts, kortademigheid en pijn bij het ademhalen. Bij ouderen kan een longontsteking minder herkenbaar verlopen. Soms staan zwakte, sufheid, vallen of verwardheid op de voorgrond.
Maag-darminfecties
Acute gastro-enteritis is een ontsteking van maag en darmen, meestal door een virus of bacterie. Diarree, misselijkheid, braken, buikkrampen en koorts komen geregeld voor.
Het grootste praktische risico is dehydratie, oftewel uitdroging. Vooral baby’s, jonge kinderen, kwetsbare ouderen en mensen die voortdurend braken kunnen snel vocht en zouten verliezen. Weinig plassen, sufheid, een droge mond, ingezonken ogen en duizeligheid bij opstaan wijzen op een tekort aan vocht.
Kinderziekten
De term kinderziekte verwijst naar infecties die vanouds veel in de kinderjaren voorkwamen. Voorbeelden zijn mazelen, bof, rodehond, waterpokken, vijfde ziekte, zesde ziekte, roodvonk en hand-, voet- en mondziekte.
Het woord kan ten onrechte een onschuldige indruk wekken. Mazelen kan longontsteking of encefalitis veroorzaken. Encefalitis is een ontsteking van het hersenweefsel. Rodehond verloopt bij kinderen meestal mild, maar kan tijdens de zwangerschap ernstige aangeboren afwijkingen veroorzaken.
Vaccinatie heeft het voorkomen en de complicaties van verscheidene klassieke kinderziekten sterk teruggedrongen. Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt kinderen onder meer tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, bof, mazelen, rodehond, meningokokkenziekte, pneumokokkenziekte, hepatitis B en HPV. 1Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Vaccinaties. Geraadpleegd op 2 juli 2026, van https://www.rivm.nl/vaccinaties
Huidinfecties
De huid vormt een stevige barrière, doch kleine wondjes, eczeem, insectenbeten of verweking tussen de tenen kunnen een toegangspoort vormen.
Veelvoorkomende huidinfecties zijn:
- impetigo, beter bekend als krentenbaard;
- cellulitis en erysipelas, oftewel wondroos;
- folliculitis, een ontsteking rond haarzakjes;
- steenpuisten;
- voetschimmel;
- ringworm;
- herpes simplex;
- gordelroos;
- wratten;
- schurft.
Een zich snel uitbreidende rode, warme en pijnlijke huidafwijking, zeker in combinatie met koorts of ziek zijn, vraagt om medische beoordeling. Ook heftige pijn die niet past bij wat aan de buitenkant zichtbaar is, geldt als waarschuwing voor een zeldzame maar ernstige dieper gelegen infectie.

Urineweg- en nierinfecties
Bij een blaasontsteking heb je vaak pijn of een branderig gevoel bij het plassen, kleine beetjes urine, frequente aandrang en soms pijn laag in de buik.
Wanneer bacteriën via de urineleider naar de nier opstijgen, kan pyelonefritis ontstaan. Dat is een nierbekkenontsteking. Koorts, koude rillingen, pijn in de zij en een duidelijk ziek gevoel passen daarbij. Een nierbekkenontsteking vraagt doorgaans om antibiotica.
Bij mannen, zwangeren, jonge kinderen en mensen met afwijkingen van de urinewegen wordt een urineweginfectie eerder als gecompliceerd beschouwd. De arts kijkt dan nauwkeuriger naar de verwekker, mogelijke obstructie en de kans op uitbreiding naar de bloedbaan.
Infecties van hersenen en hersenvliezen
Meningitis is een ontsteking van de hersenvliezen. Encefalitis betreft het hersenweefsel zelf. Beide aandoeningen kunnen door virussen of bacteriën worden veroorzaakt.
Ernstige hoofdpijn, nekstijfheid, sufheid, verwardheid, herhaald braken, epileptische aanvallen of puntvormige huidbloedingen zijn alarmsignalen. Bij baby’s kunnen slecht drinken, ontroostbaar huilen, kreunen, een grauwe kleur of een bolle fontanel opvallen. De fontanel is de zachte plek tussen de schedelbeenderen.
Een bacteriële meningitis kan in korte tijd ernstig verlopen. Wacht bij verdenking niet af tot alle klassieke kenmerken aanwezig zijn.
Seksueel overdraagbare infecties
Soa’s kunnen de geslachtsorganen, urinewegen, keel, anus, huid, lever of het afweersysteem aantasten. De precieze klachten hangen af van de verwekker en de plaats van infectie.
Een onbehandelde chlamydia-infectie kan bij vrouwen opstijgen naar de baarmoeder en eileiders. Hierdoor kan pelvic inflammatory disease ontstaan, afgekort PID. Dit is een ontsteking in het kleine bekken die later de vruchtbaarheid kan aantasten.
Gonorroe wordt steeds moeilijker te behandelen wanneer de bacterie ongevoelig raakt voor antibiotica. Een gerichte test, correcte behandeling en partnerwaarschuwing beperken verdere verspreiding.
Teken-, muggen- en reisgerelateerde infecties
Koorts na een verblijf in een malariagebied moet altijd serieus worden genomen. Malaria kan aanvankelijk op griep lijken, met koorts, rillingen, hoofdpijn, spierpijn en malaise. Malaise betekent een algemeen gevoel van ziek en krachteloos zijn.
Vertel een arts steeds waar je bent geweest, wanneer je terugkwam, welke insectenbeten je had, wat je hebt gegeten en of je in zoet water hebt gezwommen. Bij sommige tropische infecties worden klachten pas weken of maanden later zichtbaar.
📌 Koorts na een tropenreis
Heb je koorts tijdens of na een verblijf in een gebied waar malaria voorkomt, neem dan dezelfde dag contact op met een arts. Zeg uitdrukkelijk dat je in een malariagebied bent geweest. Ook wanneer je malariatabletten hebt gebruikt, kan onderzoek nodig zijn.
Chronische en latente infecties
Een acute infectie ontstaat betrekkelijk plotseling en duurt meestal kort. Een chronische infectie kan maanden of jaren voortbestaan. Hiv, hepatitis B en hepatitis C zijn bekende voorbeelden.
Bij een latente infectie blijft een verwekker in rust in het lichaam aanwezig. Het immuunsysteem houdt hem onder controle, maar ruimt hem niet volledig op. Het waterpokkenvirus kan later opnieuw actief worden en gordelroos veroorzaken. Een latente tuberculose-infectie geeft geen klachten en is niet besmettelijk, maar kan bij een verzwakte afweer alsnog actief worden.
Opportunistische infecties
Een opportunistische infectie krijgt vooral kans wanneer de afweer ernstig is verzwakt. Verwekkers die bij gezonde mensen weinig kwaad doen, kunnen dan diepe of wijdverspreide infecties veroorzaken.
Dat komt onder meer voor bij:
- chemotherapie;
- orgaan- of stamceltransplantatie;
- onbehandelde hiv;
- langdurig gebruik van hoge doses corticosteroïden;
- bepaalde afweeronderdrukkende medicijnen;
- ernstige aangeboren afweerstoornissen.
Bij deze groepen kan zelfs geringe koorts een reden zijn om direct met het behandelteam te overleggen.
Waarom de ene persoon ernstiger ziek wordt dan de andere
Dezelfde verwekker geeft niet bij iedereen hetzelfde ziektebeeld. Een jongvolwassene kan enkele dagen snotteren, terwijl een oudere met dezelfde luchtweginfectie een longontsteking ontwikkelt.
Leeftijd en lichamelijke reserves
Pasgeborenen hebben een onrijp afweersysteem. Ouderen hebben dikwijls minder lichamelijke reserve en vertonen soms minder typische symptomen. Koorts kan bij een kwetsbare oudere ontbreken, ofschoon er wel een ernstige infectie aanwezig is.
Afweerstoornissen en medicijnen
Diabetes, nierfalen, leverziekte, kanker, hiv en aangeboren afweerstoornissen kunnen de vatbaarheid verhogen. Ook medicijnen beïnvloeden de afweer. Prednison, biologicals en middelen tegen afstoting na een transplantatie onderdrukken doelbewust bepaalde afweerreacties.
Een biological is een geneesmiddel dat zeer gericht ingrijpt op een eiwit of celtype binnen het immuunsysteem. Dat kan ontstekingsziekten effectief afremmen, maar verhoogt soms de kans op specifieke infecties.
De toegangspoort
Een intacte huid houdt tal van micro-organismen buiten. Operatiewonden, infusen, urinekatheters en beademingsbuizen doorbreken natuurlijke barrières. Dat verklaart waarom infectiepreventie in ziekenhuizen zo nauw luistert.
De hoeveelheid en eigenschappen van de verwekker
De infectiedosis is de hoeveelheid ziekteverwekkers waaraan iemand wordt blootgesteld. Ook de virulentie telt mee. Virulentie beschrijft het vermogen van een micro-organisme om schade en ziekte te veroorzaken.
Sommige bacteriën produceren toxinen, vormen een beschermende slijmlaag of kunnen lichaamscellen binnendringen. Andere stammen van dezelfde soort zijn veel minder agressief.
Eerdere immuniteit
Na een infectie of vaccinatie kan het immuunsysteem geheugencellen en antistoffen hebben opgebouwd. Bij een volgend contact reageert het dan sneller. De duur en volledigheid van die bescherming verschillen per ziekte.
Klachten: kijk naar het geheel, niet uitsluitend naar koorts
Koorts betekent een lichaamstemperatuur van 38,0 °C of hoger. Het is een gereguleerde reactie waarbij de hypothalamus, de temperatuurregelaar in de hersenen, de gewenste lichaamstemperatuur tijdelijk verhoogt.
Koorts is een aanwijzing, geen maat voor de ernst. Een kind met 40 °C dat drinkt, reageert en tussendoor speelt, kan minder ziek zijn dan een kind met 38,2 °C dat suf en grauw is. De algemene toestand weegt zwaar.
Veelvoorkomende verschijnselen bij infecties zijn:
- koorts of koude rillingen;
- vermoeidheid en malaise;
- spier– en gewrichtspijn;
- hoofdpijn;
- opgezette lymfeklieren;
- hoesten, keelpijn of neusverkoudheid;
- benauwdheid;
- misselijkheid, braken of diarree;
- pijn bij het plassen;
- roodheid, zwelling, warmte of pus;
- huiduitslag;
- verminderde eetlust.
Plaatselijke symptomen geven vaak een eerste aanwijzing over de bron. Pijn bij het plassen wijst richting urinewegen. Hoesten en kortademigheid passen bij de luchtwegen. Een warme, scherp begrensde rode plek op het been kan bij wondroos horen.
De afwezigheid van lokale klachten sluit een ernstige infectie nochtans niet uit. Bij sepsis is de bron niet altijd meteen duidelijk.
Wanneer medische hulp nodig is
Bel direct 112
Bel 112 bij:
- ernstige benauwdheid of dreigende verstikking;
- blauwe of grauwe lippen;
- bewusteloosheid;
- een epileptische aanval die niet snel stopt;
- ernstige sufheid waarbij iemand nauwelijks wekbaar is;
- tekenen van shock, zoals een klamme huid, verwardheid en dreigend bewustzijnsverlies;
- een zeer snelle verslechtering waarbij vervoer op eigen gelegenheid onverantwoord lijkt.
Bel direct de huisarts of huisartsenpost
Neem met spoed contact op bij:
- verwardheid of opvallend ander gedrag;
- snelle, moeizame of kreunende ademhaling;
- nekstijfheid met hoofdpijn of sufheid;
- niet-wegdrukbare rode of paarse vlekjes;
- nauwelijks drinken of vrijwel niet plassen;
- aanhoudend braken waardoor vocht binnenhouden niet lukt;
- heftige pijn of pijn die snel toeneemt;
- snel uitbreidende roodheid en zwelling van de huid;
- koude rillingen met een zeer ziek gevoel;
- koorts bij een sterk verminderde afweer;
- koorts tijdens of na een reis door een malariagebied;
- koorts bij een baby jonger dan drie maanden;
- een kind dat suf, grauw, ontroostbaar of moeilijk wekbaar is.
Bij koorts is de algemene toestand vaak doorslaggevender dan het getal op de thermometer. Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseert bij kinderen met koorts nadrukkelijk te letten op leeftijd, ademhaling, circulatie, hydratatie en het contact met het kind. 2Nederlands Huisartsen Genootschap. Kinderen met koorts. Geraadpleegd op 2 juli 2026, van https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/kinderen-met-koorts
Maak een gewone afspraak met de huisarts
Een afspraak is verstandig wanneer:
- klachten langer aanhouden dan bij een gewone zelflimiterende infectie te verwachten valt;
- koorts na enkele koortsvrije dagen terugkeert;
- een wond blijft etteren of niet geneest;
- je herhaaldelijk infecties krijgt;
- een hoest wekenlang aanhoudt;
- je onverklaard gewicht verliest of ’s nachts sterk zweet;
- je een soa vermoedt;
- een tekenbeet wordt gevolgd door een uitbreidende rode ring;
- je na een buitenlandse reis langdurige diarree, huidafwijkingen of onverklaarde koorts houdt.
Zelflimiterend betekent dat een aandoening meestal vanzelf tot rust komt. Dat is geen garantie dat afwachten altijd juist is. Het ziekteverloop en je persoonlijke risico’s bepalen wat verantwoord is.
Sepsis: wanneer de reactie op een infectie ontspoort
Sepsis is een levensbedreigende ontregeling van organen door een ontspoorde reactie van het lichaam op een infectie. De schade ontstaat deels door de verwekker en deels door een afweerreactie die allengs de circulatie, longen, nieren, hersenen of andere organen verstoort.
Mogelijke signalen zijn:
- snelle ademhaling;
- verwardheid of sufheid;
- zeer snelle hartslag;
- lage bloeddruk;
- weinig urine;
- koude, bleke of gemarmerde huid;
- extreme spierpijn of zwakte;
- een sterk gevoel dat er iets ernstig mis is;
- snelle achteruitgang.
Een septische shock is de ernstigste vorm. De bloeddruk blijft dan gevaarlijk laag en organen krijgen onvoldoende zuurstof, ondanks de eerste behandeling met vocht. Snelle ziekenhuiszorg, antibiotica bij een vermoedelijke bacteriële oorzaak, bewaking en ondersteuning van falende organen zijn dan noodzakelijk.
De Nederlandse SWAB-richtlijn behandelt de empirische antimicrobiële therapie bij sepsis. Empirisch betekent dat artsen starten met behandeling op basis van de waarschijnlijkste verwekkers en de vermoedelijke infectiebron, nog voordat alle kweekuitslagen bekend zijn. 3Stichting Werkgroep Antibioticabeleid. Sepsis. Geraadpleegd op 2 juli 2026, van https://swab.nl/nl/sepsis
Hoe artsen een infectie onderzoeken
Anamnese en lichamelijk onderzoek
De anamnese is het gerichte gesprek over klachten, verloop en omstandigheden. De arts vraagt bijvoorbeeld:
- wanneer de klachten begonnen;
- of je koorts hebt;
- waar de pijn zit;
- of je benauwd bent;
- welke medicijnen je gebruikt;
- of je recent antibiotica kreeg;
- of je in het buitenland bent geweest;
- of er zieken in je omgeving zijn;
- of je bent gebeten door een dier, teek of insect;
- of er kans bestaat op een soa;
- of je afweer verminderd is.
Daarna volgt lichamelijk onderzoek. De arts luistert naar hart en longen, bekijkt keel en huid, voelt lymfeklieren en buik en beoordeelt zo nodig nekstijfheid, hydratatie en neurologische functies.
Bloedonderzoek
Bloedonderzoek kan aanwijzingen geven voor ontsteking en orgaanbelasting.
Vaak onderzochte waarden zijn:
- CRP, een ontstekingseiwit dat bij infecties en andere ontstekingsprocessen kan stijgen;
- leukocyten, oftewel witte bloedcellen;
- nier- en leverwaarden;
- elektrolyten, de zouten in het bloed;
- lactaat bij ernstig zieke patiënten;
- antistoffen tegen bepaalde verwekkers.
Een hoog CRP bewijst geen bacteriële infectie. Ook virussen, auto-immuunziekten en weefselschade kunnen CRP verhogen. Een lage waarde sluit een beginnende ernstige infectie evenmin volkomen uit.
Kweken
Bij een kweek probeert het laboratorium een bacterie of schimmel uit bloed, urine, sputum, wondvocht of ander materiaal te laten groeien. Daarna kan een resistentiebepaling worden uitgevoerd. Daarbij wordt nagegaan voor welke antimicrobiële middelen de verwekker gevoelig of ongevoelig is.
Bloedkweken zijn vooral zinvol wanneer bacteriën in de bloedbaan worden vermoed. Artsen nemen ze bij voorkeur af voordat antibiotica worden toegediend, mits dit de noodzakelijke behandeling niet vertraagt.
PCR en antigeentesten
PCR staat voor polymerasekettingreactie. Deze techniek vermenigvuldigt kleine hoeveelheden genetisch materiaal van een verwekker, zodat deze aantoonbaar worden. PCR kan zeer gevoelig zijn en wordt veel gebruikt bij luchtwegvirussen, soa’s, darminfecties en hersenvliesontsteking.
Een antigeentest zoekt naar specifieke onderdelen van een ziekteverwekker. Zo’n test is vaak sneller, maar soms minder gevoelig dan PCR.
Een positieve PCR kan in bepaalde situaties genetisch materiaal aantonen terwijl de actieve infectie reeds voorbij is. De uitslag krijgt derhalve pas betekenis binnen de klinische context.
Antistofonderzoek
Serologie is bloedonderzoek naar antistoffen. Het kan aantonen dat het immuunsysteem met een bepaalde verwekker in aanraking is gekomen.
Antistoffen verschijnen niet altijd meteen. Een test in de eerste ziektedagen kan negatief zijn en later alsnog positief worden. Voorts kan een positieve uitslag wijzen op een oude infectie, vaccinatie of kruisreactie. Serologie is dus geen universele detector die op ieder moment een helder ja of neen geeft.
Beeldvormend onderzoek
Een röntgenfoto van de borstkas kan een longontsteking zichtbaar maken. Echografie helpt bijvoorbeeld bij het opsporen van galwegontsteking, nierstuwing of een abces. Een CT-scan geeft gedetailleerdere beelden en wordt gebruikt wanneer een diepe infectie, orgaancomplicatie of onbekende infectiebron wordt vermoed.
Een abces is een afgekapselde verzameling pus. Antibiotica dringen daar soms onvoldoende in door. Dan is drainage nodig: de arts laat het pus via een naald, slangetje of operatie weglopen.

Lumbaalpunctie
Bij verdenking op meningitis of encefalitis kan een lumbaalpunctie worden verricht. Daarbij neemt de arts via de onderrug een kleine hoeveelheid hersenvocht af. Dat vocht wordt onderzocht op ontstekingscellen, eiwitten, glucose en ziekteverwekkers.
De prik wordt onder in de rug uitgevoerd, beneden het niveau waar het ruggenmerg eindigt. Het onderzoek is nodig om snel onderscheid te maken tussen verschillende oorzaken en een gerichte behandeling te kiezen.
Behandeling: de verwekker, de plaats en de patiënt tellen mee
Ondersteunende behandeling
Bij veel virusinfecties bestaat de behandeling voornamelijk uit:
- voldoende drinken;
- rust nemen zonder onnodig dagenlang in bed te blijven;
- pijn en koorts zo nodig verlichten;
- uitdroging voorkomen;
- de ademhaling en algemene toestand bewaken;
- geleidelijk weer bewegen zodra dat haalbaar is.
Paracetamol kan pijn en ziek gevoel verminderen. Het geneest de infectie niet en verkort de koortsperiode meestal niet. Bij koorts hoef je de lichaamstemperatuur niet koste wat kost te normaliseren. Comfort en voldoende drinken wegen zwaarder.
Antibiotica
Antibiotica doden bacteriën of remmen hun groei. Het middel wordt gekozen op grond van:
- de vermoedelijke verwekker;
- de plaats van de infectie;
- de ernst;
- leeftijd en lichaamsgewicht;
- zwangerschap;
- nier- en leverfunctie;
- allergieën;
- lokale resistentiepatronen;
- kweekuitslagen;
- eerder antibioticagebruik.
Een antibioticum dat goed werkt bij een blaasontsteking hoeft onvoldoende door te dringen in hersenvocht of bot. “Een sterk antibioticum” is medisch gezien derhalve een gebrekkig begrip. Het juiste middel is een middel dat de waarschijnlijke verwekker op de betreffende plaats bereikt, met zo min mogelijk schade voor de patiënt en diens normale microbiota.
Maak een kuur volgens voorschrift af
Volg de voorgeschreven dosering en behandelduur. Stop niet op eigen houtje zodra je je beter voelt en verleng een kuur evenmin met oude tabletten die nog in huis liggen.
De optimale duur verschilt per infectie. Korter behandelen kan bij verscheidene aandoeningen even effectief zijn en geeft minder bijwerkingen en selectiedruk. Bij andere infecties, zoals endocarditis, botinfecties of tuberculose, is een langdurig schema noodzakelijk. Een universele regel dat iedere kuur altijd “helemaal op” moet, doet derhalve geen recht aan de moderne, per aandoening vastgestelde behandelduur. Houd je aan het concrete voorschrift en overleg bij bijwerkingen of twijfel.
Antivirale medicatie wordt alleen gebruikt wanneer een werkzame behandeling bestaat en de verwachte winst opweegt tegen bijwerkingen en belasting.
Bij influenza kan vroege antivirale behandeling relevant zijn voor ernstig zieke patiënten en bepaalde risicogroepen. Bij hiv onderdrukt combinatietherapie de virusvermenigvuldiging langdurig. Moderne hepatitis-C-medicijnen kunnen de infectie bij de meeste behandelde patiënten genezen.
Antischimmelmiddelen
Oppervlakkige schimmelinfecties worden vaak met crème, zalf of lokale vloeistof behandeld. Bij een hardnekkige nagelschimmel of diepe infectie zijn soms tabletten of intraveneuze middelen nodig.
Antischimmelmiddelen kunnen wisselwerkingen geven en de lever belasten. Laat langdurige orale behandeling daarom medisch begeleiden.
Antiparasitaire middelen
De behandeling hangt geheel af van de parasiet. Aarsmaden vragen een ander middel dan malaria, schurft of schistosomiasis. Bij schurft moeten nauwe contacten vaak gelijktijdig worden behandeld, ook wanneer zij nog weinig jeuk hebben. Anders blijft de infectie in het huishouden rondgaan.
Bronbehandeling
Medicijnen alleen volstaan soms niet. Een geïnfecteerde katheter kan verwijderd moeten worden. Een abces moet mogelijk worden gedraineerd. Bij een geïnfecteerde gewrichtsprothese is soms chirurgie nodig.
Dit heet source control, oftewel het wegnemen of behandelen van de infectiebron. Bij ernstige buik- en weke-deleninfecties kan snelle bronbehandeling beslissend zijn.
Antibioticaresistentie
Resistentie ontstaat wanneer micro-organismen eigenschappen ontwikkelen waardoor een geneesmiddel minder goed of niet meer werkt. De patiënt wordt dus niet resistent; de bacterie, schimmel, parasiet of het virus is ongevoelig geworden.
Antimicrobiële resistentie is deels een natuurlijk biologisch proces. Het gebruik van antimicrobiële middelen oefent echter selectiedruk uit. Gevoelige bacteriën verdwijnen, terwijl resistente exemplaren overleven en zich kunnen vermenigvuldigen.
Onnodig of verkeerd gebruik versnelt dat proces. Voorbeelden zijn:
- antibiotica gebruiken bij een gewone virusverkoudheid;
- een ongeschikte dosering nemen;
- medicijnen delen;
- restanten bewaren voor een volgende ziekteperiode;
- zeer breed behandelen terwijl een smaller middel volstaat;
- onnodig langdurig behandelen.
Antimicrobial stewardship is georganiseerd en zorgvuldig antibioticabeleid. Het doel is een patiënt effectief te behandelen, terwijl toxiciteit, verstoring van de microbiota en verdere resistentie zoveel mogelijk worden beperkt. De SWAB noemt het optimaliseren van klinische uitkomsten en het beperken van resistentieontwikkeling als centrale doelen. 4Stichting Werkgroep Antibioticabeleid. Antimicrobial stewardship. Geraadpleegd op 2 juli 2026, van https://swab.nl/nl/antimicrobial-stewardship
De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt antimicrobiële resistentie als een bedreiging voor de behandeling van gewone infecties en voor medische ingrepen zoals chirurgie, orgaantransplantatie en kankerbehandeling. 5World Health Organization. Antimicrobial resistance. 21 november 2023. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/antimicrobial-resistance
Besmetting voorkomen zonder in smetvrees te vervallen
Handen wassen op de juiste momenten
Was je handen met water en zeep:
- na toiletgebruik;
- vóór koken en eten;
- na het verschonen van een luier;
- na contact met braaksel, ontlasting of wondvocht;
- na hoesten of niezen in je hand;
- bij thuiskomst na contact met kwetsbare patiënten;
- vóór en na wondverzorging.
Wrijf handpalmen, handruggen, duimen, vingertoppen en ruimten tussen de vingers goed schoon. Gewoon zorgvuldig wassen is zinvoller dan voortdurend oppervlakken ontsmetten zonder duidelijk doel.

Hoesten, ventileren en thuisblijven
Hoest of nies in je elleboog, gebruik papieren zakdoekjes en ventileer binnenruimten. Blijf thuis wanneer je door koorts, braken, diarree of uitgesproken ziek zijn niet verantwoord kunt werken of naar school kunt gaan.
In de zorg, voedingssector en kinderopvang gelden soms strengere regels. Bij bepaalde infecties bepaalt de GGD wanneer iemand weer mag werken of naar school mag.
Voedselveiligheid
Houd rauwe en bereide producten gescheiden. Verhit kip, gehakt en eieren voldoende. Koel bederfelijke producten snel en laat bereide gerechten niet langdurig op kamertemperatuur staan.
Was handen, messen en snijplanken na contact met rauw vlees. Het afspoelen van rauwe kip is juist ongunstig, omdat besmette waterdruppels zich door de keuken kunnen verspreiden.
Veilige seks en testen
Condooms verminderen het risico op veel soa’s, al beschermen zij niet volkomen tegen infecties die via huidcontact worden overgedragen, zoals HPV, herpes en syfiliswondjes buiten het bedekte gebied.
Laat je testen bij klachten, na seksueel contact met een verhoogd risico of wanneer een partner een soa blijkt te hebben. Vroege behandeling voorkomt complicaties en verdere overdracht.
Vaccinatie
Vaccinatie traint het immuunsysteem zonder dat je eerst de volle ziekte hoeft door te maken. Het lichaam maakt antistoffen en geheugencellen aan, waardoor het bij later contact sneller kan reageren.
Vaccins beschermen tegen uiteenlopende ziekten, zoals mazelen, kinkhoest, tetanus, polio, hepatitis B, pneumokokkeninfecties en HPV-gerelateerde kanker. Welk vaccin voor jou zinvol is, hangt af van leeftijd, gezondheid, beroep, zwangerschap, reisbestemming en eerdere vaccinaties.
Vaccinatie helpt tevens het antibioticagebruik terug te dringen doordat bacteriële infecties en secundaire bacteriële complicaties worden voorkomen. De WHO beschouwt vaccins daarom als onderdeel van de aanpak van antimicrobiële resistentie. 6World Health Organization. Vaccines for antimicrobial resistance. https://www.who.int/teams/immunization-vaccines-and-biologicals/product-and-delivery-research/anti-microbial-resistance
Meldingsplicht en de rol van de GGD
Bepaalde infectieziekten moeten door artsen of laboratoria bij de GGD worden gemeld. Dit is geregeld in de Wet publieke gezondheid.
De meldingsplicht dient verschillende doelen:
- een uitbraak tijdig herkennen;
- contacten opsporen;
- beschermende maatregelen treffen;
- vaccinatie of preventieve medicatie aanbieden;
- besmette voedsel- of waterbronnen onderzoeken;
- landelijke verspreiding volgen.
Meldingsplichtige ziekten zijn ingedeeld in de groepen A1, A2, B1, B2 en C. Die indeling hangt onder meer samen met de urgentie en de maatregelen die de overheid zo nodig kan nemen. De actuele lijst kan wijzigen en staat bij het RIVM. 7Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Welke infectieziekten zijn meldingsplichtig? Gewijzigd 9 mei 2026. https://www.rivm.nl/meldingsplicht-infectieziekten/welke-infectieziekten-zijn-meldingsplichtig
Een melding betekent niet automatisch dat de naam of medische gegevens breed worden verspreid. De GGD werkt volgens wettelijke regels voor infectieziektebestrijding en privacy.
Herstel na een infectie
Vermoeidheid kan langer duren dan de koorts
Na een infectie kan de temperatuur alweer normaal zijn terwijl je conditie nog duidelijk achterblijft. Je immuunsysteem heeft energie verbruikt, spieren zijn minder belast en slaap is dikwijls verstoord geweest.
Bouw activiteiten geleidelijk op. Een korte wandeling kan in het begin verstandiger zijn dan direct een volledige werkdag, intensieve training en sociale verplichtingen te combineren. Wanneer de vermoeidheid na geringe inspanning telkens hevig verergert en lang aanhoudt, is een rustiger opbouwschema nodig.
Vocht en elektrolyten
Bij koorts, braken en diarree verlies je vocht. Kleine, frequente slokjes worden vaak beter verdragen dan grote glazen ineens.
Bij forse diarree of braken kan orale rehydratieoplossing, afgekort ORS, nuttig zijn. ORS bevat water, glucose en zouten in een verhouding die de opname vanuit de darm bevordert. Sportdrank, limonade of vruchtensap heeft niet dezelfde samenstelling en kan door het hoge suikergehalte diarree soms verergeren.
Voeding voor herstel
Tijdens enkele ziektedagen is een verminderde eetlust meestal geen ramp. Drinken heeft dan prioriteit. Zodra eten weer lukt, kies je gewone, gemakkelijk verteerbare voeding die voldoende eiwitten en energie levert.
Praktische opties zijn:
- yoghurt of kwark;
- ei;
- vis, kip, peulvruchten of tofu;
- brood, rijst, aardappelen of havermout;
- soep met groente en een eiwitbron;
- fruit;
- notenpasta wanneer stevig kauwen lastig is.
Eiwitten leveren aminozuren voor spieren, enzymen, antistoffen en herstel van weefsel. Vooral ouderen, mensen met ondergewicht en patiënten na een langdurige ziekenhuisopname lopen risico op spierverlies.
Er bestaat geen algemeen voedingsmiddel dat een infectie “uit het lichaam trekt”. Een volwaardige voeding ondersteunt normale afweerfuncties, maar vervangt geen vaccinatie, antibiotica of andere noodzakelijke behandeling.
Supplementen
Een vastgesteld tekort aan vitamine D, vitamine B12, ijzer, foliumzuur of zink behoort gericht te worden behandeld. Megadoseringen zonder aangetoond tekort geven zelden aantoonbare versnelling van herstel en kunnen bijwerkingen veroorzaken.
Hoge doses zink kunnen misselijkheid en op langere termijn kopertekort geven. Te veel vitamine A of D is toxisch. Supplementen zijn derhalve geen vrijbrief onder het mom van “baat het niet, dan schaadt het niet”.
Wetenschappelijke literatuur wijst erop dat energie, eiwitten en micronutriënten nodig zijn voor een normale afweerfunctie. Dat is iets anders dan aantonen dat losse hoge-dosissupplementen een acute infectie genezen. Een overzicht over voeding en afweer benadrukt onder meer eiwit, ijzer, zink en de vitaminen C en D, maar plaatst deze binnen de totale voedingsstatus en lichamelijke belasting. 8Hatch-McChesney, A., & Smith, T. J. (2023). Nutrition, immune function, and infectious disease in military personnel: A narrative review. Nutrients, 15. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38068857/
De darmflora na antibiotica
De darm bevat een omvangrijke gemeenschap van bacteriën, virussen en schimmels. Dit geheel heet de darmmicrobiota. Antibiotica kunnen naast de ziekteverwekker ook gevoelige darmbacteriën treffen.
Daardoor kunnen diarree, buikkrampen of een tijdelijke verandering van de stoelgang ontstaan. Meestal herstelt de microbiota allengs. Een vezelrijke voeding met groente, fruit, volkorenproducten, peulvruchten en noten ondersteunt de normale darmfunctie zodra je dit weer verdraagt.
Probiotica zijn levende micro-organismen die in voldoende hoeveelheid mogelijk een gezondheidseffect hebben. Het effect verschilt sterk per bacteriestam, dosering en patiëntengroep. Het woord “probioticum” zegt op zichzelf weinig. Een product met een willekeurige mix kan niet zonder meer worden gelijkgesteld aan een specifieke stam die in een onderzoek is gebruikt.
Bij mensen met een ernstig verminderde afweer of een centraal infuus is terughoudendheid geboden, omdat zelfs probiotische micro-organismen in uitzonderlijke gevallen een infectie kunnen veroorzaken.
Kruidengeneeskunde bij infectieziekten
Een ondersteunende plaats, geen vervanging van gerichte therapie
Planten bevatten biologisch actieve stoffen. Sommige daarvan remmen in een reageerbuis de groei van bacteriën, virussen of schimmels. Een laboratoriumeffect is evenwel nog geen bewijs dat een kruid bij mensen een infectie geneest. Het middel moet worden opgenomen, de juiste concentratie op de infectieplaats bereiken en klinisch voordeel geven zonder onaanvaardbare bijwerkingen.
Gebruik kruiden daarom hoogstens als ondersteunende zelfzorg bij lichte klachten, mits het product veilig is en geen wisselwerking geeft. Een vermoedelijke longontsteking, nierbekkenontsteking, meningitis, malaria of sepsis leent zich niet voor een kruidenexperiment.
Tijm
Tijm bevat onder meer thymol en carvacrol. Tijmpreparaten worden traditioneel gebruikt bij hoest en vastzittend slijm. Ze kunnen een verzachtend of licht slijmoplossend effect hebben, maar behandelen geen bacteriële longontsteking.
Geconcentreerde etherische tijmolie mag niet onverdund worden ingenomen. Etherische oliën zijn sterk geconcentreerd en kunnen slijmvliezen irriteren of vergiftiging veroorzaken.
Echinacea
Echinacea wordt gebruikt bij verkoudheidsklachten. Onderzoeken laten wisselende resultaten zien. Producten verschillen in plantensoort, plantendeel, extractiemethode en dosering, waardoor uitkomsten lastig vergelijkbaar zijn.
Het mogelijke effect is bescheiden en echinacea voorkomt geen ernstige luchtweginfectie. Mensen met bepaalde auto-immuunziekten, allergieën voor composieten of gebruik van afweeronderdrukkende medicatie doen er verstandig aan eerst medisch of farmaceutisch advies te vragen.
Vlierbes
Vlierbessenextract wordt aangeboden bij griepachtige klachten. Een systematische beoordeling vond aanwijzingen voor mogelijk symptoomvoordeel bij virale luchtweginfecties, maar het bewijs was beperkt en heterogeen. Heterogeen betekent dat onderzoeken sterk verschilden in opzet, producten en uitkomsten. 9Wieland, L. S., Piechotta, V., Feinberg, T., et al. (2021). Elderberry for prevention and treatment of viral respiratory illnesses: A systematic review. BMC Complementary Medicine and Therapies, 21, 112. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33827515/
Rauwe of onrijpe vlierbessen en andere delen van de plant kunnen cyanogene glycosiden bevatten, stoffen waaruit cyanide kan vrijkomen. Gebruik daarom uitsluitend correct bereide voedingsproducten of gestandaardiseerde preparaten.
Knoflook
Knoflook bevat zwavelverbindingen met antimicrobiële eigenschappen in laboratoriumonderzoek. Het bewijs voor behandeling van een acute infectie bij mensen is onvoldoende om knoflook als geneesmiddel aan te bevelen.
Grote hoeveelheden of geconcentreerde supplementen kunnen maagklachten geven en de bloedstolling beïnvloeden. Dat is relevant bij gebruik van antistollingsmiddelen of rond een operatie.
Cranberry
Cranberryproducten worden vooral onderzocht ter preventie van terugkerende urineweginfecties. Zij behandelen geen bestaande nierbekkenontsteking en vervangen geen antibiotica wanneer die medisch aangewezen zijn.
Ook hier zijn product, dosering en persoonlijke situatie bepalend. Cranberry kan onder meer relevant zijn voor de werking van bepaalde antistollingsmiddelen. Bespreek regelmatig gebruik met arts of apotheker wanneer je chronische medicatie gebruikt.
Kruiden kunnen medicijnen beïnvloeden
Sint-janskruid versnelt de afbraak van tal van geneesmiddelen en kan onder meer de werking van antivirale medicatie verminderen. Zoethout kan de bloeddruk verhogen en het kalium verlagen. Sommige kruidenmiddelen beschadigen de lever of nieren, zeker wanneer de samenstelling onduidelijk is.
“Natuurlijk” beschrijft de herkomst, niet de veiligheid. Vingerhoedskruid, monnikskap en wolfskers zijn eveneens natuurlijk, doch bepaald geen limonade.
Wetenschappelijke publicaties in PubMed
PubMed is de medische literatuurdatabase van de Amerikaanse National Library of Medicine. De databank bevat miljoenen verwijzingen naar biomedische onderzoeken, reviews en richtlijnen.
Een vermelding in PubMed betekent niet automatisch dat een onderzoek van hoge kwaliteit is. De opzet blijft beslissend. Een kleine observationele studie geeft minder zekerheid dan een goed uitgevoerde gerandomiseerde trial of een systematische review van meerdere vergelijkbare onderzoeken.
Kortere antibioticakuren en zorgvuldig voorschrijven
Een actueel onderzoeksthema is de optimale behandelduur. Een kuur moet lang genoeg zijn om de infectie effectief te behandelen, maar niet langer dan nodig. Een systematische review uit 2025 onderzocht behandelduur bij veelvoorkomende bacteriële infecties en plaatste verkorting van antibioticakuren binnen antimicrobial stewardship. 10Mo, Y., et al. (2025). Antibiotic duration for common bacterial infections: A systematic review. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39881797/
De praktische betekenis is genuanceerd. Bij bepaalde ongecompliceerde infecties volstaat een korter schema. Bij endocarditis, tuberculose, botinfecties of infecties met slecht bereikbare haarden blijft langdurige behandeling nodig.
Resistentie als wereldwijd probleem
Onderzoek naar antimicrobiële resistentie bestrijkt de genetica van bacteriën, verspreiding in ziekenhuizen en de samenleving, antibioticagebruik in mens en dier en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en vaccins.
Resistentie maakt een infectie niet per definitie agressiever, maar beperkt de behandelmogelijkheden. Daardoor kan een aanvankelijk behandelbare infectie langer duren, meer bijwerkingen veroorzaken of ziekenhuisopname vereisen.
Vaccins verminderen ziekte én antibioticagebruik
Vaccinatieonderzoek laat zien dat preventie verder reikt dan bescherming tegen één verwekker. Minder infecties betekenen tevens minder doktersbezoeken, minder complicaties en minder antibioticagebruik.
De WHO analyseerde de potentiële invloed van vaccins tegen tientallen ziekteverwekkers op antimicrobiële resistentie en antibioticaconsumptie. 11World Health Organization. (2024). Estimating the impact of vaccines in reducing antimicrobial resistance and antibiotic use: Technical report. https://www.who.int/publications/i/item/9789240098787
Voeding en afweer
Onderzoek naar voeding en infecties moet behoedzaam worden gelezen. Mensen met ondervoeding hebben een grotere kans op infecties en herstelproblemen. Daaruit volgt niet automatisch dat extra supplementen bij een goed gevoed persoon dezelfde winst opleveren.
Studies naar voedingsinterventies zijn geregeld moeilijk vergelijkbaar door verschillen in leeftijd, ziekte, uitgangsgewicht, tekorten en samenstelling van supplementen. De kwintessens blijft dat aangetoonde ondervoeding en tekorten behandeling verdienen, terwijl hoge doses zonder indicatie zelden een wondermiddel vormen.

Kruidenonderzoek
Natuurlijke stoffen leveren interessante uitgangspunten voor geneesmiddelenonderzoek. Dat geldt bijvoorbeeld voor plantaardige moleculen met activiteit tegen resistente bacteriën. Een systematische review uit 2025 inventariseerde natuurlijke producten die in preklinisch onderzoek antimicrobiële activiteit vertoonden. 12SeyedAlinaghi, S. A., et al. (2025). A systematic review on natural products with antimicrobial activity against antibiotic-resistant bacteria. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40597250/
Preklinisch betekent dat het onderzoek hoofdzakelijk in het laboratorium of in diermodellen is verricht. Zulke bevindingen kunnen nieuwe geneesmiddelen opleveren, maar bewijzen nog niet dat een vrij verkrijgbaar kruidenpreparaat bij patiënten werkt.
Zorgverleners bij infectieziekten
Huisarts
De huisarts behandelt het grootste deel van de alledaagse infecties. Hij of zij beoordeelt of afwachten verantwoord is, of aanvullend onderzoek nodig is en of antibiotica of andere medicatie zinvol zijn.
Arts-microbioloog
Een arts-microbioloog houdt zich bezig met laboratoriumdiagnostiek, eigenschappen van ziekteverwekkers, resistentie en infectiepreventie. Deze specialist adviseert behandelaars over kweken en antimicrobiële therapie.
Patiënten hebben doorgaans geen rechtstreeks spreekuur bij de arts-microbioloog. Het advies verloopt via huisarts, internist, chirurg of een andere behandelend arts.
Internist-infectioloog
Een internist-infectioloog behandelt complexe infecties bij volwassenen. Denk aan langdurige koorts zonder duidelijke oorzaak, infecties bij een verminderde afweer, hiv, tuberculose, tropische ziekten, botinfecties of infecties door resistente micro-organismen.
Kinderarts-infectioloog
Een kinderarts-infectioloog behandelt ernstige, ongebruikelijke of terugkerende infecties bij kinderen. Ook aangeboren infecties en mogelijke afweerstoornissen vallen binnen dit terrein.
GGD-arts infectieziektebestrijding
De GGD richt zich op de publieke gezondheid. Bij meldingsplichtige ziekten kan de GGD bron- en contactonderzoek uitvoeren, adviezen geven en zo nodig vaccinatie of preventieve medicatie organiseren.
Ziekenhuizen met bijzondere expertise
Voor een gewone verkoudheid, keelontsteking of ongecompliceerde blaasontsteking is geen academisch centrum nodig. Complexe, zeldzame of hardnekkige infecties kunnen wel verwijzing naar een gespecialiseerd team rechtvaardigen.
Het Radboudumc heeft expertise op het gebied van complexe infectieziekten, tropische infecties, Q-koorts, de ziekte van Lyme, mycobacteriële infecties, afweerstoornissen en invasieve schimmelinfecties. 13Radboudumc. Expertisecentra infectieziekten. https://www.radboudumc.nl/centrum-voor-ontsteking-infectie-en-afweer/expertisecentra
Het LUMC heeft gespecialiseerde spreekuren voor onder meer hiv, tuberculose, tropische infecties, afweerstoornissen, complexe urineweginfecties en complexe bot- en gewrichtsinfecties. 14Leids Universitair Medisch Centrum. Afdeling Infectieziekten. https://www.lumc.nl/afdelingen/infectieziekten/
Ook andere universitaire medische centra beschikken over afdelingen infectieziekten en medische microbiologie. Welke plaats passend is, hangt af van het specifieke ziektebeeld. Bij Lymeziekte bestaat bijvoorbeeld een landelijk samenwerkingsverband van het Radboudumc, Amsterdam UMC, het RIVM en de patiëntenvereniging. Voor bepaalde zeldzame schimmel-, mycobacteriële of tropische infecties bestaan afzonderlijke expertisecentra.
Een verwijzing verloopt meestal via huisarts of medisch specialist. De bekendste naam is niet vanzelfsprekend de beste bestemming; de relevante expertise voor jouw concrete infectie geeft de doorslag.

Terugkerende infecties: wanneer de afweer onderzocht wordt
Vier verkoudheden in één winter wijzen niet meteen op een afweerstoornis. Vooral jonge kinderen krijgen veel luchtweginfecties doordat zij voortdurend nieuwe virussen ontmoeten.
Verder onderzoek wordt eerder overwogen bij:
- opvallend ernstige infecties;
- infecties met ongebruikelijke verwekkers;
- terugkerende longontstekingen;
- diepe abcessen;
- slecht herstel ondanks juiste behandeling;
- langdurige schimmelinfecties;
- noodzaak tot herhaalde intraveneuze antibiotica;
- infecties in combinatie met groeiachterstand;
- een familiegeschiedenis van afweerstoornissen.
Artsen kunnen onder meer aantallen witte bloedcellen, antistoffen en specifieke afweerfuncties onderzoeken. Soms blijkt er geen aangeboren stoornis te zijn, maar wel een andere verklaring, zoals diabetes, een anatomische afwijking, chronische longziekte of afweeronderdrukkende medicatie.
Veelgestelde vragen
Is koorts zelf gevaarlijk?
Gewone koorts door een infectie is meestal geen directe bedreiging. Het lichaam verhoogt de temperatuur gereguleerd. Zeer hoge lichaamstemperaturen door oververhitting zijn iets anders.
Bij koorts kijk je vooral naar ademhaling, bewustzijn, drinken, plassen, huidkleur en snelheid van verslechtering. Bij baby’s, mensen met een verminderde afweer en kwetsbare ouderen ligt de drempel voor overleg lager.

Betekent geel of groen slijm dat ik antibiotica nodig heb?
Neen. De kleur kan veranderen door afweercellen en enzymen in het slijm. Groen sputum of geel snot bewijst geen bacteriële infectie. Het totale ziektebeeld bepaalt of onderzoek of antibiotica nodig zijn.
Ben ik na één antibioticatablet niet meer besmettelijk?
Dat verschilt per infectie. Bij sommige bacteriële keel- of huidinfecties neemt de besmettelijkheid na effectieve behandeling betrekkelijk snel af. Bij andere ziekten duurt dat langer. Een antibioticum helpt bovendien uitsluitend wanneer de verwekker gevoelig is en de diagnose klopt.
Volg het specifieke advies van arts of GGD over werk, school, hygiëne en contact met kwetsbare personen.
Kan kou een infectie veroorzaken?
Koude lucht maakt op zichzelf geen virus of bacterie. Infecties ontstaan door ziekteverwekkers. In koude maanden verblijven mensen wel vaker dicht bij elkaar in binnenruimten. Bepaalde virussen verspreiden zich dan gemakkelijker en de slijmvliezen kunnen door droge lucht kwetsbaarder worden.
Moet ik bij iedere infectie in bed blijven?
Bedrust is meestal niet noodzakelijk. Neem voldoende rust, maar beweeg licht wanneer je conditie dat toelaat. Langdurig stilliggen veroorzaakt spierverlies en vergroot bij kwetsbare mensen de kans op trombose en functieverlies.
Bij koorts, duizeligheid, benauwdheid of forse zwakte stel je sport en zwaar werk uit. Hervat inspanning geleidelijk.
Kan ik twee infecties tegelijk hebben?
Ja. Een virusinfectie kan worden gevolgd door een secundaire bacteriële infectie. Secundair betekent dat de tweede infectie ontstaat tijdens of na de eerste. Zo kan influenza de luchtwegen beschadigen, waarna een bacteriële longontsteking gemakkelijker ontstaat.
Terugkerende koorts, nieuwe benauwdheid, toenemende pijn of opnieuw ziek worden na aanvankelijke verbetering verdient daarom aandacht.
Wanneer is iemand niet meer besmettelijk?
Dat hangt af van de verwekker, behandeling en het stadium van de ziekte. Sommige mensen scheiden een virus nog uit nadat zij zich beter voelen. Bij andere infecties begint de besmettelijke periode reeds vóór de klachten.
Gebruik bij specifieke ziekten de adviezen van huisarts, behandelaar, GGD of RIVM. Een vaste regel van 24 uur klachtenvrij geldt niet voor iedere infectie.
Een nuchtere slotsom
Infectieziekten lopen uiteen van alledaagse kwalen tot acute ziektebeelden waarbij uren het verschil maken. De kunst is niet om achter iedere kuch een ramp te vermoeden, evenmin om duidelijke alarmsignalen weg te redeneren. Kijk naar het verloop, de algemene toestand, de plaats van de klachten en persoonlijke kwetsbaarheid.
Koorts bij een verder alerte volwassene met een gewone verkoudheid vraagt meestal rust, drinken en tijd. Sufheid, verwardheid, benauwdheid, uitdroging, snelle achteruitgang of hevige pijn veranderen de zaak. Dan past geen heroïsch afwachten.
Gerichte diagnostiek voorkomt dat ieder micro-organisme automatisch als boosdoener wordt bestempeld. Verstandig antibioticagebruik beschermt zowel de patiënt van nu als de behandelbaarheid van infecties in de toekomst. Voeding, slaap en een rustige opbouw ondersteunen het herstel, doch nemen de plaats van noodzakelijke medische zorg niet over. Dat onderscheid, eenvoudig in woorden maar soms lastig in de praktijk, vormt de raison d’être van goede infectiezorg.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is bedoeld als algemene medische voorlichting en vervangt geen persoonlijk advies, onderzoek of behandeling door een arts. Infectieziekten kunnen sterk uiteenlopen in ernst en verloop. Neem bij benauwdheid, sufheid, verwardheid, snelle achteruitgang, uitdroging, hevige pijn, nekstijfheid, niet-wegdrukbare huidvlekjes of andere alarmsignalen direct contact op met de huisarts, huisartsenpost of 112. Gebruik antibiotica, antivirale middelen, antischimmelmiddelen, supplementen of kruidenpreparaten uitsluitend volgens medisch of farmaceutisch advies. Bij twijfel over klachten, medicatie of besmettelijkheid is beoordeling door een bevoegde zorgverlener aangewezen.
Geraadpleegde bronnen
- Hatch-McChesney, A., & Smith, T. J. (2023). Nutrition, immune function, and infectious disease in military personnel: A narrative review. Nutrients, 15. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38068857/
- Leids Universitair Medisch Centrum. (z.d.). Afdeling Infectieziekten. https://www.lumc.nl/afdelingen/infectieziekten/
- Mo, Y., et al. (2025). Antibiotic duration for common bacterial infections: A systematic review. PubMed. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39881797/
- Nederlands Huisartsen Genootschap. (z.d.). Kinderen met koorts. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/kinderen-met-koorts
- Radboudumc. (z.d.). Expertisecentra infectieziekten. https://www.radboudumc.nl/centrum-voor-ontsteking-infectie-en-afweer/expertisecentra
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2026, 9 mei). Welke infectieziekten zijn meldingsplichtig? https://www.rivm.nl/meldingsplicht-infectieziekten/welke-infectieziekten-zijn-meldingsplichtig
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (z.d.). Vaccinaties. https://www.rivm.nl/vaccinaties
- SeyedAlinaghi, S. A., et al. (2025). A systematic review on natural products with antimicrobial activity against antibiotic-resistant bacteria. PubMed. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40597250/
- Stichting Werkgroep Antibioticabeleid. (z.d.). Antimicrobial stewardship. https://swab.nl/nl/antimicrobial-stewardship
- Stichting Werkgroep Antibioticabeleid. (z.d.). Sepsis. https://swab.nl/nl/sepsis
- Wieland, L. S., Piechotta, V., Feinberg, T., et al. (2021). Elderberry for prevention and treatment of viral respiratory illnesses: A systematic review. BMC Complementary Medicine and Therapies, 21, 112. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33827515/
- World Health Organization. (2023, 21 november). Antimicrobial resistance. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/antimicrobial-resistance
- World Health Organization. (2024). Estimating the impact of vaccines in reducing antimicrobial resistance and antibiotic use: Technical report. https://www.who.int/publications/i/item/9789240098787
- World Health Organization. (z.d.). Vaccines for antimicrobial resistance. https://www.who.int/teams/immunization-vaccines-and-biologicals/product-and-delivery-research/anti-microbial-resistance
Reacties en ervaringen
Heb je zelf ervaring met een infectieziekte, langdurig herstel, antibioticagebruik of terugkerende infecties? Je kunt hieronder een reactie achterlaten. Beschrijf bij voorkeur om welke klachten of diagnose het ging, hoe lang deze duurden en welke behandeling je kreeg. Deel geen gegevens waarmee jij of anderen herkenbaar worden. Reacties worden vooraf gecontroleerd om spam, reclame en onveilige medische adviezen tegen te houden. Daardoor kan het enkele uren duren voordat je bijdrage zichtbaar wordt. Bij acute of ernstige klachten is het reactieformulier vanzelfsprekend geen geschikte plaats voor hulp; neem dan contact op met een arts.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Dysbiose of dysbacteriose is een verstoring van de balans in de bacteriële flora van de darmen. Het kan…
Lees het artikel
Oogstmijtbeten zijn jeukende huidreacties die ontstaan wanneer de piepkleine larven van de oogstmijt zich tijdelijk aan de huid…
Lees het artikel
Het syndroom van Alice in Wonderland (AIWS) is een neurologische aandoening die van invloed is op de manier…
Lees het artikel