Laatst bijgewerkt op 2 augustus 2026 door M.G. Sulman
Pijn is een onaangename lichamelijke gewaarwording die ontstaat bij daadwerkelijke of dreigende weefselschade, maar soms blijft bestaan zonder duidelijk zichtbaar letsel. De klacht kan stekend, brandend, zeurend, kloppend of drukkend aanvoelen en varieert van kortdurend ongemak tot langdurige pijn die slaap, beweging en dagelijks functioneren belemmert. Soms is pijn onschuldig, elders wijst zij op een aandoening die medische beoordeling vraagt. Wat veroorzaakt pijn, wanneer moet je naar de dokter en wat leren ervaringen?
Pijn is een onaangename lichamelijke en gevoelsmatige ervaring die ontstaat bij daadwerkelijke of dreigende schade, maar soms blijft bestaan zonder dat ernstig letsel zichtbaar is. De klacht kan stekend, brandend, zeurend, kloppend of drukkend aanvoelen en kortdurend, terugkerend of chronisch zijn.
Acute pijn werkt vaak als waarschuwing, bijvoorbeeld bij een wond, ontsteking of botbreuk. Langdurige pijn kan samenhangen met blijvende weefselschade, zenuwschade of een overgevoelig geraakt pijnsysteem. De behandeling hangt derhalve af van de oorzaak, het pijnmechanisme en de gevolgen voor slaap, bewegen en dagelijks functioneren.
Pijn / Bron: Freepik
Deze landingspagina over pijn valt onder Symptomen. Die pagina maakt deel uit van Symptomen & klachten, binnen de hoofdpagina Gezondheid & klachten. Vanuit deze pagina vind je artikelen over verschillende soorten pijn, mogelijke oorzaken, alarmsignalen, onderzoek, behandeling en zelfzorg.
Wat is pijn?
Pijn is een onaangename lichamelijke én gevoelsmatige ervaring die samenhangt met daadwerkelijke of dreigende weefselschade, of daarop lijkt. Dat laatste deel is wezenlijk. Je kunt hevige pijn hebben zonder dat op een röntgenfoto, scan of bloedtest ernstige beschadiging zichtbaar is. Omgekeerd kan er aanzienlijke schade bestaan terwijl iemand betrekkelijk weinig pijn aangeeft.
De International Association for the Study of Pain, doorgaans afgekort tot IASP, benadrukt derhalve dat pijn altijd een persoonlijke ervaring is. Biologische processen doen ertoe, maar eerdere ervaringen, verwachtingen, angst, slaap, stemming en de sociale omgeving beïnvloeden eveneens hoe pijn wordt gevoeld en verwerkt. Dat betekent niet dat pijn ‘tussen de oren zit’. De pijn is echt. Wel werkt het zenuwstelsel minder eenvoudig dan een losse elektriciteitsdraad die rechtstreeks van een wond naar de hersenen loopt.1Raja, S. N., Carr, D. B., Cohen, M., et al. (2020). The revised International Association for the Study of Pain definition of pain: Concepts, challenges, and compromises. Pain, 161(9), 1976-1982.
De medische term voor het waarnemen en verwerken van mogelijk schadelijke prikkels is nociceptie. Nociceptie is nog geen pijn. Bij narcose kunnen zenuwen bijvoorbeeld wel schadelijke prikkels registreren, terwijl je die niet bewust als pijn ervaart. Pijn ontstaat pas wanneer het zenuwstelsel en de hersenen de signalen verwerken tot een bewuste ervaring.
Pijn is een signaal, maar niet altijd een betrouwbare schademeter
Acute pijn heeft dikwijls een duidelijke beschermende functie. Wanneer je je hand aan een hete pan brandt, trek je haar vrijwel onmiddellijk terug. Bij een verstuikte enkel zorgt pijn ervoor dat je het beschadigde weefsel tijdelijk minder belast.
Bij langdurige pijn raakt die verhouding soms zoek. Het alarmsysteem blijft dan actief terwijl de oorspronkelijke beschadiging reeds is genezen, of het reageert veel sterker dan op grond van de weefselschade te verwachten valt. Een jas die over de huid schuurt kan dan branderig aanvoelen. Een korte wandeling leidt soms tot urenlange napijn. Het zenuwstelsel is als het ware gevoeliger afgesteld geraakt.
Dat verschijnsel wordt sensitisatie genoemd. Bij perifere sensitisatie zijn pijnzenuwen rond een beschadigde of ontstoken plek gevoeliger. Bij centrale sensitisatie verwerken ruggenmerg en hersenen signalen sterker. Sensitisatie is geen verklaring voor iedere langdurige pijnklacht, doch zij helpt wel begrijpen waarom pijn kan voortbestaan of uitbreiden.
Naamgeving en historische achtergrond
Het Nederlandse woord pijn hangt samen met het Latijnse poena, dat straf, vergelding of kwelling betekent. In oudere teksten kon pijn derhalve zowel lichamelijk lijden als straf aanduiden. Het Engelse pain en het Franse peine hebben dezelfde taalkundige oorsprong.
De medische bestudering van pijn is eeuwenoud. Hippocratische artsen zagen pijn vooral als gevolg van een verstoring van lichaamssappen. Galenus, een invloedrijke Romeinse arts uit de tweede eeuw, beschouwde de hersenen en zenuwen reeds als wezenlijke onderdelen van de zintuiglijke waarneming.
In de zeventiende eeuw stelde René Descartes een mechanisch model voor. Een pijnlijke prikkel zou via zenuwbanen rechtstreeks naar de hersenen worden geleid, ongeveer zoals trekken aan een touw een bel laat klinken. Dit model was te eenvoudig, maar heeft lang het denken over pijn beheerst.
Een belangrijke ommekeer kwam in 1965 met de gate-controltheorie van Ronald Melzack en Patrick Wall. Zij stelden dat pijnsignalen in het ruggenmerg kunnen worden versterkt, geremd of doorgelaten. Aanraking, aandacht, emoties en signalen uit de hersenen beïnvloeden die ‘poort’. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom wrijven over een gestoten knie tijdelijk verlichting kan geven.2Melzack, R., & Wall, P. D. (1965). Pain mechanisms: A new theory. Science, 150(3699), 971-979.
Melzack ontwikkelde later de neuromatrixtheorie. Daarin is pijn geen simpele afdruk van beschadigd weefsel, maar het resultaat van activiteit in een uitgebreid hersennetwerk. Moderne pijnwetenschap bouwt hierop voort, ofschoon nog lang niet ieder mechanisme volledig is opgehelderd.
Sinds de invoering van de internationale ziekteclassificatie ICD-11 kan chronische pijn onder bepaalde voorwaarden als zelfstandige aandoening worden gecodeerd. Dat is meer dan semantiek. Langdurige pijn kan een ziektebeeld op zichzelf worden, ook wanneer zij ooit begon als symptoom van letsel, ontsteking of ziekte.3Treede, R. D., Rief, W., Barke, A., et al. (2019). Chronic pain as a symptom or a disease: The IASP Classification of Chronic Pain for the International Classification of Diseases. Pain, 160(1), 19-27.
Anatomie van pijn: van huidprikkel tot bewuste ervaring
Pijn ontstaat door samenwerking tussen zenuwuiteinden, perifere zenuwen, het ruggenmerg, de hersenstam en verschillende hersengebieden. Er bestaat geen afzonderlijk ‘pijncentrum’ dat alles alleen bestuurt.
Nociceptoren: waarschuwingszintuigen in het weefsel
Nociceptoren zijn vrije zenuwuiteinden die reageren op mogelijk schadelijke prikkels. Ze bevinden zich onder meer in:
- de huid;
- spieren;
- pezen;
- gewrichtskapsels;
- botvlies;
- bloedvaten;
- bindweefsel;
- inwendige organen.
Nociceptoren kunnen mechanische prikkels waarnemen, zoals snijden, knellen of overrekking. Andere reageren op extreme hitte of kou. Chemische nociceptoren worden geactiveerd door stoffen die vrijkomen bij beschadiging en ontsteking, waaronder prostaglandinen, bradykinine en waterstofionen.
De hersenen zelf bevatten vrijwel geen nociceptoren. Hersenvliezen en bloedvaten rond de hersenen zijn daarentegen wel gevoelig. Dat is relevant bij bijvoorbeeld hoofdpijn en migraine.
Snelle en langzame pijnvezels
Pijnsignalen reizen hoofdzakelijk via twee soorten zenuwvezels:
- A-deltavezels geleiden snel. Zij veroorzaken vaak de eerste scherpe, goed begrensde pijn na een prik of snijwond.
- C-vezels geleiden trager. Zij geven eerder een brandende, zeurende of kloppende napijn.
Wanneer je je teen hard stoot, voel je dikwijls eerst een scherpe pijn. Kort daarna volgt een diepere, zeurende pijn. Dat verschil hangt mede samen met de geleidingssnelheid van deze zenuwvezels.
Het ruggenmerg als schakelstation
De signalen komen via zenuwwortels het ruggenmerg binnen. Daar worden ze niet klakkeloos doorgestuurd. Plaatselijke zenuwcellen, tastprikkels en dalende signalen uit de hersenen kunnen de doorgifte afremmen of versterken.
Vanuit het ruggenmerg reizen pijnsignalen via opstijgende banen naar de hersenstam, de thalamus en de hersenschors. De thalamus fungeert als een belangrijk verdeelstation.
Wat de hersenen met een pijnsignaal doen
Verschillende hersengebieden verwerken verschillende aspecten van pijn:
- de somatosensorische hersenschors helpt bepalen waar de pijn zit en hoe sterk zij is;
- de insula verwerkt lichamelijke gewaarwordingen en de onaangename kwaliteit van pijn;
- de voorste cingulaire cortex hangt samen met lijden, aandacht en emotionele betekenis;
- de prefrontale cortex speelt mee bij interpretatie, verwachting en besluitvorming;
- het limbische systeem verbindt pijn met emoties en herinneringen.
Pijn is derhalve tegelijk lichamelijke waarneming, dreigingsinschatting en ervaring. Die drie zijn niet kunstmatig van elkaar te scheiden.
Het lichaam bezit eigen pijnremming
De hersenen kunnen pijnsignalen via dalende zenuwbanen remmen. Daarbij zijn lichaamseigen stoffen betrokken, zoals endorfinen, noradrenaline en serotonine. Inspanning, veiligheid, aandacht, verwachting en medicijnen kunnen deze systemen beïnvloeden.
Dit verklaart mede waarom een sporter tijdens een wedstrijd een blessure soms nauwelijks voelt en pas na afloop hevige pijn krijgt. De schade is er reeds, maar de verwerking verandert zodra de acute noodzaak om door te gaan voorbij is.
Acute, subacute en chronische pijn
De duur van pijn geeft richting aan onderzoek en behandeling, hoewel kalendergrenzen nooit het gehele verhaal vertellen.
Acute pijn
Acute pijn begint plotseling en duurt meestal korter dan enkele weken. Vaak is er een herkenbare oorzaak, zoals:
- een wond;
- een kneuzing of botbreuk;
- een ontsteking;
- een operatie;
- kiespijn;
- een niersteen;
- een verrekte spier;
- een acute infectie.
Deze pijn neemt doorgaans af naarmate het weefsel herstelt of de oorzaak wordt behandeld. Ernstige acute pijn verdient niettemin aandacht. Slecht behandelde pijn kan herstel, slaap, ademhaling en bewegen belemmeren.
Subacute pijn
Subacute pijn vormt de overgang tussen acute en chronische pijn. De klachten bestaan grofweg enkele weken tot drie maanden. Juist in deze fase is het zinvol te letten op factoren die herstel vertragen, zoals angst voor bewegen, slapeloosheid, somberheid, langdurige inactiviteit of onzekerheid over de diagnose.
Chronische pijn
Chronische pijn houdt langer dan drie maanden aan of keert gedurende meer dan drie maanden telkens terug. Zij duurt dus langer dan de gebruikelijke hersteltijd van veel weefsels.4Treede, R. D., Rief, W., Barke, A., et al. (2019). Chronic pain as a symptom or a disease: The IASP Classification of Chronic Pain for the International Classification of Diseases. Pain, 160(1), 19-27.
Soms blijft een lichamelijke oorzaak actief, zoals artrose, endometriose, reumatoïde artritis, kanker of blijvende zenuwschade. In andere gevallen is de oorspronkelijke beschadiging grotendeels hersteld, maar blijft het pijnsysteem overgevoelig. Dikwijls lopen beide mechanismen door elkaar.
Volgens Europese onderzoeken heeft ongeveer één op de vijf volwassenen matige tot ernstige chronische pijn. Schattingen verschillen door uiteenlopende definities, meetmethoden en onderzochte bevolkingsgroepen.5Breivik, H., Collett, B., Ventafridda, V., Cohen, R., & Gallacher, D. (2006). Survey of chronic pain in Europe: Prevalence, impact on daily life, and treatment. European Journal of Pain, 10(4), 287-333.
De drie belangrijkste pijnmechanismen
Voor behandeling is de vraag hoe pijn ontstaat vaak nuttiger dan de vraag hoe hevig zij voelt. Artsen onderscheiden thans drie hoofdmechanismen: nociceptieve, neuropathische en nociplastische pijn. Een mengvorm komt veelvuldig voor.
Nociceptieve pijn door beschadiging of ontsteking
Nociceptieve pijn ontstaat doordat normaal werkende pijnzenuwen reageren op dreigende of daadwerkelijke beschadiging van niet-zenuwweefsel. Voorbeelden zijn:
- een snijwond;
- een verstuiking;
- een botbreuk;
- artrose;
- een ontstoken gewricht;
- spierletsel;
- pijn na een operatie.
De pijn is vaak zeurend, kloppend, scherp of drukgevoelig. Zij wordt meestal erger bij belasting van het aangedane weefsel.
Bij spieroverbelasting kun je bijvoorbeeld plaatselijke spierpijn krijgen. Bij overbelasting of aandoeningen van wervels, spieren en gewrichten kan rugpijn ontstaan.
Neuropathische pijn door ziekte of beschadiging van zenuwen
Neuropathische pijn, in gewone taal zenuwpijn, ontstaat door beschadiging of ziekte van het somatosensorische zenuwstelsel. Dat is het deel van het zenuwstelsel dat tast, temperatuur, positie en pijn verwerkt.
Mogelijke kenmerken zijn:
- brandende pijn;
- elektrische schokken;
- tintelingen;
- prikkelingen;
- doofheid;
- pijn door lichte aanraking;
- aanvallen van schietende pijn;
- een vreemd koud of heet gevoel.
Allodynie betekent dat een normaal niet-pijnlijke prikkel toch pijn veroorzaakt. Een dekbed op het been kan dan ondraaglijk aanvoelen. Hyperalgesie betekent dat een pijnlijke prikkel buitengewoon hevig wordt ervaren.
Zenuwpijn kan voorkomen bij diabetes, gordelroos, een hernia, chemotherapie, zenuwletsel of polyneuropathie. Pijn die als een band langs een rib verloopt, kan bijvoorbeeld passen bij intercostale neuralgie.
Gewone pijnstillers werken bij zenuwpijn vaak matig. Artsen kiezen geregeld middelen die oorspronkelijk als antidepressivum of anti-epilepticum zijn ontwikkeld, maar ook de verwerking van zenuwpijn beïnvloeden.
Nociplastische pijn door veranderde pijnverwerking
Nociplastische pijn ontstaat door veranderde nociceptie, terwijl duidelijke weefselschade of een aantoonbare zenuwbeschadiging de klachten niet volledig verklaart. De term werd ingevoerd als derde mechanistische categorie naast nociceptieve en neuropathische pijn.6Kosek, E., Cohen, M., Baron, R., et al. (2016). Do we need a third mechanistic descriptor for chronic pain states? Pain, 157(7), 1382-1386.
Kenmerken die hierbij kunnen passen zijn:
- pijn in meerdere lichaamsgebieden;
- sterke gevoeligheid voor druk, licht, geluid of temperatuur;
- wisselende pijn;
- vermoeidheid;
- een niet-verkwikkende slaap;
- concentratieproblemen;
- klachten die sterk toenemen na overbelasting;
- pijn die minder nauw samenhangt met zichtbare schade.
Fibromyalgie geldt als bekend voorbeeld. Ook bij een deel van de mensen met langdurige lage rugpijn, prikkelbaredarmsyndroom of chronische hoofdpijn kunnen nociplastische mechanismen meespelen.
Nociplastisch betekent niet denkbeeldig. Het beschrijft een ontregeling van de verwerking. Evenmin mag de term worden gebruikt als afvalbak voor iedere onbegrepen klacht. Eerst moeten relevante lichamelijke oorzaken behoorlijk zijn onderzocht.
Gemengde pijn
Veel mensen hebben een combinatie. Bij artrose kan plaatselijke nociceptieve pijn samengaan met sensitisatie. Na een rugoperatie kunnen weefselschade, zenuwpijn en overgevoelige pijnverwerking tegelijk aanwezig zijn.
Een behandeling die slechts één mechanisme adresseert, schiet dan gemakkelijk tekort. Meer medicatie is niet automatisch de oplossing.
Pijn naar plaats in het lichaam
De plaats van de pijn levert aanwijzingen, doch geen zekere diagnose. Pijn kan uitstralen of op een andere plek worden gevoeld dan waar de oorzaak zit.
Hoofdpijn en aangezichtspijn
Hoofdpijn kan voortkomen uit spierspanning, migraine, infectie, medicatieovergebruik, aandoeningen van ogen of gebit en, zelden, een ernstige neurologische oorzaak.
Plotselinge explosieve hoofdpijn die binnen een minuut maximaal hevig wordt, vraagt om spoedbeoordeling. Dat geldt eveneens voor hoofdpijn met uitvalsverschijnselen, nekstijfheid, sufheid, hoge koorts of een recente hoofdwond.
Veelvuldig gebruik van pijnstillers kan zelf hoofdpijn onderhouden. Dit heet medicatieafhankelijke hoofdpijn.
Nek- en schouderpijn
Nekpijn ontstaat vaak door overbelasting, spier- en gewrichtsklachten of langdurig in één houding werken. Uitstraling naar arm of hand, krachtsverlies en gevoelsstoornissen kunnen wijzen op prikkeling van een zenuwwortel.
Bij schouderpijn kan de oorzaak liggen in pezen, slijmbeurzen, spieren, het schoudergewricht of de nek. Pijn in de schouder hoeft nochtans niet altijd uit de schouder te komen. Hart-, long- en buikorganen kunnen gerefereerde pijn veroorzaken.
Pijn op de borst
Pijn op de borst kan afkomstig zijn van spieren, ribben, zenuwen, slokdarm, maag, longen, hart of bloedvaten. Een stekende pijn die duidelijk erger wordt bij drukken of draaien past eerder bij de borstwand. Drukkende of beklemmende pijn bij inspanning, vooral met uitstraling, zweten, misselijkheid of benauwdheid, kan wijzen op zuurstoftekort van de hartspier.
Bij plotselinge drukkende pijn links op de borst met uitstraling naar arm, kaak, rug of bovenbuik moet je direct medische hulp inschakelen. Ook pijn op de borst met ernstige benauwdheid, flauwvallen of bloed ophoesten is een alarmsignaal.
Pijn die verergert bij diep ademhalen wordt pleuritische pijn genoemd. De oorzaak kan in de borstwand of longvliezen liggen. Lees daarover verder bij pijn bij inademen.
Buikpijn
Buikpijn kent vele oorzaken, van verstopping en buikgriep tot galstenen, blindedarmontsteking, nierstenen of vaatproblemen. Plaats, begin, duur, ontlasting, plassen, koorts, braken en relatie met eten geven richting.
Viscerale pijn komt uit inwendige organen. Zij is vaak krampend, drukkend of moeilijk aan te wijzen. Parietale pijn ontstaat wanneer het buikvlies wordt geprikkeld en is doorgaans scherper en beter te lokaliseren.
Hevige buikpijn met een harde buik, bloedbraken, zwarte ontlasting, flauwvallen, hoge koorts, aanhoudend braken of zwangerschap vraagt om snelle beoordeling.

Flankpijn
Pijn in de zij kan ontstaan door spieren, ribben, zenuwen, nieren, urinewegen of buikorganen. Koliekpijn door een niersteen komt dikwijls in golven en kan uitstralen naar lies of geslachtsdelen.
Flankpijn met koorts, ziek gevoel en pijn bij plassen kan passen bij een nierbekkenontsteking. Dat vraagt beoordeling door een arts.
Spier-, gewrichts- en botpijn
Spierpijn voelt vaak zeurend, stijf of drukgevoelig. Gewrichtspijn kan samengaan met zwelling, warmte, stijfheid en bewegingsbeperking. Botpijn wordt geregeld als diep, borend of nachtelijk beschreven, maar zulke omschrijvingen zijn op zichzelf niet diagnostisch.
Een rood, heet en plotseling zeer pijnlijk gewricht kan passen bij jicht of een gewrichtsinfectie. Een bacteriële gewrichtsinfectie is een spoedsituatie, omdat kraakbeen snel beschadigd kan raken.
Bekken- en menstruatiepijn
Pijn in het bekken kan samenhangen met spieren, gewrichten, urinewegen, darmen, prostaat of voortplantingsorganen. Bij vrouwen komen onder meer menstruatiepijn, endometriose, cysten en bekkeninfecties voor.
Ernstige plotselinge onderbuikpijn tijdens een mogelijke zwangerschap vraagt om spoedbeoordeling vanwege het risico op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
Pijn naar karakter
De woorden waarmee je pijn beschrijft helpen een arts om mechanismen en mogelijke oorzaken te onderscheiden.
Veelgebruikte omschrijvingen zijn:
- stekend: kort, scherp en plaatselijk;
- brandend: geregeld passend bij zenuwirritatie of oppervlakkige beschadiging;
- kloppend: ritmisch, soms bij ontsteking of hoofdpijn;
- zeurend: voortdurend en minder scherp begrensd;
- krampend: in golven, vaak door samentrekkende spieren of holle organen;
- borend: diep en aanhoudend;
- drukkend of beklemmend: bijvoorbeeld bij spanning, spierbelasting of hartaandoeningen;
- schietend: snel langs het verloop van een zenuw;
- snijdend: scherp en duidelijk begrensd;
- elektrisch: plotselinge schokachtige zenuwpijn.
Een bepaald woord bewijst echter geen specifieke ziekte. Brandende pijn kan bijvoorbeeld uit een zenuw komen, maar ook uit beschadigde huid, reflux of een ontstoken slijmvlies.
Gerefeerde en uitstralende pijn
Bij gerefereerde pijn voel je de pijn op afstand van de bron. Dit gebeurt doordat signalen uit een orgaan en signalen uit huid of spieren in het ruggenmerg op dezelfde zenuwcellen samenkomen. De hersenen plaatsen het signaal vervolgens soms verkeerd.
Een bekend voorbeeld is schouderpijn door irritatie van het middenrif. Het teken van Kehr is pijn in de linkerschouder die kan optreden bij bloed of irritatie onder het linker middenrif, bijvoorbeeld na een miltbeschadiging.
Uitstralende pijn volgt vaker het verloop van een zenuw. Bij een geïrriteerde zenuwwortel in de onderrug kan de pijn via bil en been naar de voet trekken.
Ervaringen met pijn
Pijn wordt van buitenaf gemakkelijk onderschat. Iemand kan rustig praten, lachen of boodschappen doen en naderhand volledig uitgeput zijn. Zichtbaar gedrag is geen betrouwbare maat voor pijnintensiteit.
Een leven dat allengs kleiner wordt
In ervaringsverhalen over chronische pijn keert een bepaald patroon geregeld terug. Aanvankelijk probeert iemand de pijn te negeren en door te werken. Vervolgens worden huishoudelijke taken uitgesteld, afspraken afgezegd en wandelingen korter. De omgeving ziet vooral wat nog lukt, niet welke prijs later wordt betaald.
Een patiënt met langdurige pijn verwoordde in een gepubliceerd verhaal van het UMCG hoe sterk het verlangen naar zelfs een korte pijnvrije periode kan worden. Het ziekenhuis gebruikt dergelijke ervaringsverhalen om zichtbaar te maken dat chronische pijn invloed heeft op slaap, relaties, stemming, zelfstandigheid en toekomstverwachtingen.7Universitair Medisch Centrum Groningen. (z.d.). UMCG Pijncentrum en ervaringsverhaal over leven met chronische pijn.
Het jojo-effect van goede en slechte dagen
Op een redelijke dag probeert iemand vaak achterstallige taken in te halen. Hij maakt het huis schoon, doet boodschappen en gaat op bezoek. De volgende dag nemen pijn en vermoeidheid sterk toe. Daarna volgt noodgedwongen rust. Zodra het iets beter gaat, begint dezelfde cyclus opnieuw.
Dit patroon wordt soms het boom-bustpatroon genoemd. Pacing, oftewel activiteiten doseren en spreiden, kan helpen om extreme pieken en dalen te verminderen. Pacing betekent niet dat je voortaan ieder ongemak vermijdt. Het draait om een haalbaar ritme waarin belasting geleidelijk wordt opgebouwd.
Onbegrip doet iets met pijn
Wanneer artsen geen duidelijke afwijking vinden, kan opluchting samengaan met frustratie. De gedachte “er is niets te zien” wordt gemakkelijk gehoord als “er is niets aan de hand”. Dat is een faux pas. Een normale scan sluit ernstige structurele schade soms uit, maar wist de pijnervaring niet uit.
Goede pijnzorg erkent de klacht en blijft tegelijk kritisch zoeken naar behandelbare oorzaken, onderhoudende factoren en schadelijke behandelingen. Erkenning en medische zorgvuldigheid zijn bondgenoten.
Veelvoorkomende oorzaken
Pijn kent honderden mogelijke oorzaken. Voor een landingspagina is het zinvoller deze naar mechanisme en orgaansysteem te ordenen dan een eindeloze ziektenlijst te produceren.
Letsel en overbelasting
Voorbeelden zijn kneuzingen, verstuikingen, spierscheurtjes, peesirritatie, botbreuken en overbelasting door werk of sport. Vaak bestaat een redelijk duidelijke relatie tussen belasting en pijn.
Rust kan kort nodig zijn, maar langdurige volledige inactiviteit vertraagt bij veel spier- en gewrichtsklachten juist het herstel.
Ontsteking en infectie
Ontstekingsstoffen maken nociceptoren gevoeliger. Daardoor wordt een ontstoken plek pijnlijk, warm en drukgevoelig. Infecties kunnen plaatselijke pijn, koorts en ziek gevoel veroorzaken.
Een huidinfectie zoals krentenbaard geeft doorgaans oppervlakkige huidafwijkingen en gevoeligheid. Diepe infecties van bot, gewricht of inwendige organen kunnen heviger pijn en algemene ziekteverschijnselen veroorzaken.
Slijtage en degeneratieve veranderingen
Artrose is een gewrichtsaandoening waarbij kraakbeen, bot, kapsel en omliggende structuren veranderen. De ernst van pijn komt niet altijd overeen met wat op een röntgenfoto zichtbaar is. Sommige mensen hebben duidelijke afwijkingen en weinig pijn; anderen hebben relatief bescheiden afwijkingen en forse klachten.
Auto-immuunziekten
Bij auto-immuunziekten richt het afweersysteem zich tegen onderdelen van het eigen lichaam. Reumatoïde artritis, polymyalgia rheumatica en bepaalde vaatontstekingen kunnen pijn, stijfheid en vermoeidheid veroorzaken.
Aandoeningen van zenuwen en zenuwwortels
Diabetes, gordelroos, vitaminetekorten, alcoholschade, chemotherapie, hernia’s en zenuwletsel kunnen neuropathische pijn geven. Onderzoek richt zich dan onder meer op gevoelsverlies, reflexen, spierkracht en het patroon van de klachten.
Vaatproblemen
Een verminderde bloedtoevoer kan pijn veroorzaken. Etalagebenen geven bijvoorbeeld krampende kuitpijn tijdens lopen die bij stilstaan afneemt. Een plotseling afgesloten slagader kan hevige pijn, bleekheid, kou en functieverlies veroorzaken. Dat vereist spoedzorg.
Kanker
Pijn bij kanker kan ontstaan door druk op zenuwen, botuitzaaiingen, orgaanrek, ontsteking of behandeling. Nieuwe pijn betekent zeker niet automatisch kanker. Aanhoudende onverklaarde pijn met gewichtsverlies, nachtzweten, bloedverlies of progressieve achteruitgang moet wel worden beoordeeld.
Functionele en nociplastische pijnsyndromen
Bij aandoeningen zoals fibromyalgie en een deel van de gevallen van prikkelbaredarmsyndroom wordt de pijn niet volledig verklaard door plaatselijke weefselschade. Veranderde verwerking in zenuwstelsel, hersenen, immuunsysteem en stressregulatie kan bijdragen.
Functioneel betekent niet dat de klacht verzonnen is. Het wil zeggen dat de werking ontregeld is zonder dat altijd een duidelijke structurele beschadiging wordt gevonden.
Factoren die pijn kunnen versterken of onderhouden
Een biopsychosociale benadering bekijkt biologische, psychologische en sociale factoren. Die term wordt soms verkeerd begrepen alsof een arts de klacht psychisch wil verklaren. In werkelijkheid beschrijft zij hoe verschillende processen elkaar beïnvloeden.
Slechte slaap
Pijn verstoort de slaap. Slechte slaap verlaagt op haar beurt de pijndrempel en belemmert herstel. Zo ontstaat een wederkerige cirkel.
Bij chronische pijn is slaapbehandeling derhalve geen luxe. Regelmatige bedtijden, behandeling van slaapapneu, minder nachtelijk piekeren en verstandig omgaan met slaapmedicatie kunnen relevant zijn.

Angst voor bewegen
Wanneer iedere pijnscheut als bewijs van nieuwe schade wordt gezien, kan beweging steeds bedreigender worden. Je gaat activiteiten vermijden, spieren verliezen conditie en normale bewegingen voelen zwaarder.
Dit heet fear avoidance, oftewel angstgestuurde vermijding. Geleidelijke oefening onder begeleiding kan helpen onderscheid te leren maken tussen pijn die gevaar aangeeft en pijn die optreedt zonder nieuwe beschadiging.
Stress en voortdurende waakzaamheid
Stress veroorzaakt niet automatisch pijn, maar kan spierspanning, slaapgebrek, ontstekingsprocessen en aandacht voor dreiging versterken. Wie voortdurend scant of een pijnscheut erger wordt, merkt meer signalen op. De pijn wordt daardoor niet ingebeeld; de volumeknop van het zenuwstelsel staat simpelweg hoger.
Somberheid en eenzaamheid
Chronische pijn kan werk, contacten en geliefde bezigheden aantasten. Somberheid is dan soms een begrijpelijke reactie. Een depressie kan daarnaast slaap, motivatie en pijnverwerking verslechteren.
Behandeling van depressie betekent niet dat de arts de pijn psychisch noemt. Zij behandelt een factor die het lijden en functioneren mede bepaalt.
Zwaar lichamelijk werk, weinig regelruimte, onzeker inkomen, conflicten met een werkgever en langdurige procedures rond arbeidsongeschiktheid kunnen herstel bemoeilijken. Een puur lichamelijk behandelplan mist dan een deel van de werkelijkheid.
Hoe een arts pijn beoordeelt
Pijn kan niet rechtstreeks met een bloedtest worden gemeten. Een arts combineert je verhaal, lichamelijk onderzoek en zo nodig aanvullend onderzoek.
Het gesprek over de pijn
Belangrijke vragen zijn:
- Wanneer begon de pijn?
- Begon zij plotseling of geleidelijk?
- Waar zit de pijn precies?
- Straalt zij uit?
- Hoe voelt zij?
- Is de pijn voortdurend of aanvalsgewijs?
- Wat maakt haar erger of juist minder?
- Zijn er koorts, gewichtsverlies, uitval, huidafwijkingen of problemen met plassen en ontlasting?
- Welke medicijnen gebruik je?
- Wat kun je door de pijn niet meer doen?
- Hoe slaap je?
- Waar ben je zelf bang voor?
Een pijnscore van 0 tot 10 kan nuttig zijn, maar is nooit het volledige verhaal. Twee mensen met een score 7 kunnen volstrekt verschillende beperkingen en behandelvragen hebben.
Lichamelijk onderzoek
De arts kan letten op:
- houding en looppatroon;
- zwelling, roodheid en warmte;
- bewegingsbeperking;
- drukpijn;
- spierkracht;
- reflexen;
- huidgevoel;
- doorbloeding;
- buikspanning;
- hart- en longgeluiden.
Onderzoek wordt gericht uitgevoerd. Bij plaatselijke schouderpijn is een volledige lichaamsscan zelden zinvol. Bij wijdverspreide pijn, koorts en gewichtsverlies ligt dat anders.
Pijndagboek
Een pijndagboek kan gedurende een beperkte periode inzicht geven in:
- tijdstip en duur;
- activiteit;
- slaap;
- medicatie;
- menstruatie;
- voeding;
- stressvolle gebeurtenissen;
- ernst van de pijn;
- gevolgen voor functioneren.
Een dagboek moet geen voltijdse observatiepost worden. Voortdurend turven kan de aandacht juist sterker op pijn richten.
Aanvullend onderzoek
Aanvullend onderzoek is nuttig wanneer de uitkomst de diagnose of behandeling kan veranderen. Meer onderzoek is niet per definitie betere zorg.
Bloedonderzoek
Bloedonderzoek kan worden ingezet bij verdenking op:
- ontsteking of infectie;
- bloedarmoede;
- schildklierziekte;
- nier- of leverproblemen;
- spierafbraak;
- tekorten;
- reumatische aandoeningen.
Een normale ontstekingswaarde sluit niet iedere ziekte uit. Omgekeerd bewijst een licht verhoogde waarde nog geen specifieke diagnose.
Röntgenfoto
Een röntgenfoto toont vooral botten, gewrichtsspleten en bepaalde slijtageverschijnselen. Pezen, spieren, zenuwen en tussenwervelschijven zijn beperkt zichtbaar.
Echografie
Echografie gebruikt geluidsgolven en kan onder meer pezen, spieren, slijmbeurzen, galstenen en bloedstromen in beeld brengen. Het onderzoek is snel en bevat geen ioniserende straling.
MRI-scan
MRI gebruikt een sterk magnetisch veld. Het onderzoek toont zachte weefsels, ruggenmerg, zenuwen, gewrichten en hersenen gedetailleerd.
Een afwijking op MRI is niet automatisch de oorzaak van de pijn. Uitstulpingen van tussenwervelschijven en slijtage worden ook gevonden bij mensen zonder klachten.
CT-scan
CT maakt met röntgenstraling dwarsdoorsneden van het lichaam. Het onderzoek is nuttig bij onder meer botletsel, longafwijkingen, nierstenen en acute buikproblemen. De stralingsbelasting is hoger dan bij een gewone röntgenfoto.
Zenuwonderzoek
Elektromyografie, afgekort EMG, en zenuwgeleidingsonderzoek meten de werking van spieren en perifere zenuwen. Zij kunnen helpen bij zenuwbeknelling, zenuwschade of spierziekte.
Een normaal EMG sluit echter niet iedere vorm van zenuwpijn uit. Dunne zenuwvezels worden met standaard zenuwgeleidingsonderzoek minder goed beoordeeld.
Wanneer moet je direct medische hulp inschakelen?
Bel 112 bij levensbedreigende verschijnselen. Neem met spoed contact op met huisarts of huisartsenpost bij ernstige pijn met één of meer van de volgende signalen:
- plotselinge drukkende pijn op de borst met benauwdheid, zweten, misselijkheid of uitstraling;
- een plotseling zeer hevige hoofdpijn die binnen een minuut maximaal is;
- pijn met verlamming, scheve mond, spraakproblemen, ernstige verwardheid of bewustzijnsverlies;
- hevige buikpijn met een harde buik, flauwvallen, bloedbraken of zwarte ontlasting;
- ernstige rugpijn met gevoelloosheid rond anus of geslachtsdelen, urineretentie, incontinentie of toenemend krachtsverlies;
- een koud, bleek, blauw of gevoelloos ledemaat met plotselinge hevige pijn;
- pijn na een ernstig ongeval;
- nekpijn met hoge koorts, sufheid en nekstijfheid;
- pijn tijdens zwangerschap met bloedverlies, flauwvallen of hevige eenzijdige onderbuikpijn;
- een rood, heet en zeer pijnlijk gewricht met koorts;
- plotselinge hevige pijn in een zaadbal;
- ondraaglijke oogpijn met verminderd zicht, misselijkheid of lichtkringen;
- ernstige pijn met zwelling van tong of keel en ademhalingsproblemen.
Wanneer maak je een gewone afspraak met de huisarts?
Laat pijn beoordelen wanneer:
- zij zonder duidelijke verklaring blijft bestaan;
- zij geleidelijk erger wordt;
- zij je slaap herhaaldelijk verstoort;
- je door de pijn werk, school of dagelijkse taken niet meer uitvoert;
- pijnstillers steeds vaker nodig zijn;
- er gewichtsverlies, nachtzweten of aanhoudende koorts bijkomt;
- je gevoelsverlies, tintelingen of krachtsverlies hebt;
- de klachten na een verwachte hersteltermijn niet verminderen;
- de pijn na een eerdere kankerbehandeling nieuw ontstaat;
- je je zorgen maakt over de oorzaak.
Je hoeft niet te wachten tot pijn ‘erg genoeg’ is. De gevolgen voor functioneren zijn mede bepalend.
Behandeling: eerst begrijpen wat voor pijn het is
Een behandeling moet passen bij de vermoedelijke oorzaak, het pijnmechanisme, de duur en je persoonlijke situatie. Het doel verschilt. Bij een niersteen kan snelle pijnstilling en behandeling van de steen nodig zijn. Bij langdurige pijn ligt de nadruk vaker op functioneren, slaap, belastbaarheid en levenskwaliteit.
De oorzaak behandelen
Voorbeelden zijn:
- antibiotica bij een bacteriële infectie;
- behandeling van een ontstekingsziekte;
- ontlasting van een beknelde zenuw wanneer daar een duidelijke indicatie voor bestaat;
- behandeling van een botbreuk;
- tandheelkundige behandeling bij kiespijn;
- hormoonbehandeling of operatie bij geselecteerde gevallen van endometriose;
- kankerbehandeling;
- behandeling van een vitaminetekort.
Pijnstilling zonder oorzakelijke behandeling kan soms noodzakelijk zijn, maar zij mag een ernstige oorzaak niet maskeren.
Pijnstillers
Paracetamol
Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar nauwelijks ontstekingsremmend. Het wordt bij diverse acute pijnklachten gebruikt, ofschoon het effect per aandoening verschilt.
Houd je aan de dosering op de verpakking of het voorschrift. Een overdosis kan ernstige leverschade veroorzaken. Extra voorzichtigheid is nodig bij een laag lichaamsgewicht, ondervoeding, leverziekte, fors alcoholgebruik of langdurig gebruik.
Meer informatie staat in het artikel over paracetamol en de juiste dosering.
NSAID’s
NSAID staat voor non-steroidal anti-inflammatory drug, oftewel een ontstekingsremmende pijnstiller. Voorbeelden zijn ibuprofen, naproxen en diclofenac.
Deze middelen kunnen helpen bij sommige spier-, gewrichts- en ontstekingspijnen, maar geven risico op:
- maagzweren en maagbloedingen;
- nierfunctiestoornissen;
- vocht vasthouden;
- verhoging van de bloeddruk;
- verergering van hartfalen;
- cardiovasculaire complicaties.
NSAID’s zijn niet voor iedereen geschikt. Dat geldt in het bijzonder bij nierziekte, maagzweren, bloedverdunners, hart- en vaatziekten en zwangerschap.
Een gel met een NSAID geeft bij plaatselijke spier- of gewrichtspijn soms minder systemische bijwerkingen dan tabletten, al blijft voorzichtigheid geboden.
Opioïden
Opioïden zijn krachtige pijnstillers zoals morfine, oxycodon, fentanyl en tramadol. Zij kunnen zinvol zijn bij acute ernstige pijn, pijn na een operatie, bepaalde kankerpijn en palliatieve situaties.
Bij langdurige niet-kankerpijn is het nut vaak beperkt. Risico’s zijn:
- verstopping;
- misselijkheid;
- sufheid;
- vallen;
- ademhalingsdepressie;
- gewenning;
- lichamelijke afhankelijkheid;
- verslaving;
- overgevoeligheid voor pijn bij langdurig gebruik.
Opioïdgeïnduceerde hyperalgesie betekent dat langdurig opioïdgebruik de pijngevoeligheid paradoxaal kan verhogen.
Stop opioïden na langdurig gebruik niet plotseling zonder overleg. Geleidelijk afbouwen beperkt ontwenningsklachten. Zie daarvoor het artikel over oxycodon afbouwen.
Medicijnen tegen neuropathische pijn
Bij zenuwpijn kunnen artsen onder meer kiezen voor:
- amitriptyline;
- nortriptyline;
- duloxetine;
- gabapentine;
- pregabaline;
- lidocaïne op de huid;
- capsaïcinepleisters.
Deze middelen verminderen de pijn doorgaans gedeeltelijk, niet volledig. Bijwerkingen en effect moeten na een afgesproken periode worden geëvalueerd. Wanneer een middel geen merkbaar voordeel geeft, is eindeloos voortzetten weinig rationeel.
De NHG-Standaard Pijn maakt onderscheid tussen acute nociceptieve pijn, chronische pijn, neuropathische pijn en pijn in de palliatieve fase. De keuze van medicatie verschilt per mechanisme en patiënt.8Nederlands Huisartsen Genootschap. (2021). NHG-Standaard Pijn.
Bewegen en fysiotherapie
Bij veel spier- en gewrichtsklachten is gedoseerd bewegen gunstiger dan langdurige bedrust. Beweging ondersteunt spierkracht, conditie, gewrichtsfunctie, slaap en vertrouwen in het lichaam.
Fysiotherapie kan gericht zijn op:
- herstel van beweeglijkheid;
- spierkracht;
- conditie;
- houdings- en bewegingsgedrag;
- geleidelijke blootstelling aan gevreesde bewegingen;
- ademhaling en ontspanning;
- opbouw van dagelijkse activiteiten.
Oefeningen moeten passen bij de aandoening. Bij een instabiele breuk of acute ernstige ontsteking gelden andere adviezen dan bij aspecifieke lage rugpijn.
Pijn tijdens oefenen betekent niet automatisch dat schade ontstaat. Toch is forceren evenmin verstandig. De reactie gedurende de uren en dag na de activiteit vertelt vaak meer dan de pijn tijdens één beweging.

Psychologische behandeling bij chronische pijn
Psychologische pijnbehandeling is geen ontkenning van lichamelijke pijn. Zij richt zich op gedachten, gedrag, aandacht, emoties en stressreacties die pijn en beperkingen kunnen versterken.
Cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie, afgekort CGT, helpt onwerkzame patronen te herkennen en te veranderen. Voorbeelden zijn:
- ieder pijntje als nieuwe schade interpreteren;
- alle beweging vermijden;
- uitsluitend op goede dagen actief zijn;
- voortdurend het lichaam controleren;
- slaap proberen af te dwingen;
- grenzen pas opmerken nadat ze ruim overschreden zijn.
Het gemiddelde effect op pijn is vaak bescheiden. Verbeteringen in functioneren, stemming en omgang met de klachten kunnen niettemin betekenisvol zijn.9Williams, A. C. de C., Fisher, E., Hearn, L., & Eccleston, C. (2020). Psychological therapies for the management of chronic pain in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews, 8, CD007407.
Acceptance and commitment therapy
Acceptance and commitment therapy, meestal afgekort tot ACT, richt zich op het hervatten van betekenisvolle activiteiten zonder eerst te eisen dat alle pijn verdwenen is.
Acceptatie betekent hier niet berusting in slechte zorg. Het betekent dat je de strijd met iedere afzonderlijke gewaarwording vermindert, terwijl je wel medische hulp zoekt waar dat nodig is.
Ontspanning en aandachtstraining
Ademhalingsoefeningen, mindfulness en progressieve spierontspanning kunnen de algemene spanning en dreigingswaarneming verminderen. De effecten verschillen. Deze methoden zijn geen universele remedie en mogen niet worden opgedrongen alsof onvoldoende ontspanning de oorzaak van iedere pijn is.
Multidisciplinaire pijnrevalidatie
Bij complexe chronische pijn kan medisch-specialistische revalidatie worden overwogen. Een team kan bestaan uit een revalidatiearts, fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog, maatschappelijk werker en andere disciplines.
De behandeling richt zich veelal op:
- begrijpen van pijnmechanismen;
- geleidelijk vergroten van belastbaarheid;
- hervatten van activiteiten;
- verbeteren van slaap;
- verminderen van vermijding;
- werkhervatting;
- afbouw van ineffectieve medicatie;
- omgaan met terugvallen;
- herstel van zelfstandigheid.
Het doel is niet altijd volledige pijnvrijheid. Een realistisch doel kan zijn dat je weer boodschappen doet, een opleiding hervat, beter slaapt of meer grip krijgt op je week.
De Nederlandse richtlijn Chronische pijnrevalidatie uit 2024 richt zich op volwassenen met chronische musculoskeletale pijn en duidelijke beperkingen of emotionele belasting. Bij complexere problematiek kan interdisciplinaire revalidatie passend zijn.10Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen. (2024). Richtlijn Chronische pijnrevalidatie.
Systematische reviews laten zien dat intensieve multidisciplinaire programma’s bij geselecteerde patiënten het functioneren kunnen verbeteren. De gemiddelde effecten zijn niet spectaculair, maar kunnen klinisch relevant zijn.11Scascighini, L., Toma, V., Dober-Spielmann, S., & Sprott, H. (2008). Multidisciplinary treatment for chronic pain: A systematic review of interventions and outcomes. Rheumatology, 47(5), 670-678.
Pijnbehandelingen en ingrepen
Injecties
Afhankelijk van de oorzaak kan een pijnspecialist een injectie geven rond een zenuw, gewricht, zenuwwortel of in de epidurale ruimte. Soms wordt een lokaal verdovingsmiddel gebruikt, soms een corticosteroïd.
Het effect kan tijdelijk zijn. Een injectie is vooral zinvol bij een duidelijke indicatie, niet als routinebehandeling voor iedere chronische pijn.
Zenuwblokkade
Bij een zenuwblokkade wordt de prikkelgeleiding tijdelijk verminderd. Een proefblokkade kan soms helpen bepalen of een bepaalde zenuwstructuur waarschijnlijk aan de pijn bijdraagt.
Radiofrequente behandeling
Bij radiofrequente behandeling wordt met elektrische stroom warmte of een elektrisch veld rond een zenuw aangebracht. De bedoeling is de pijnoverdracht tijdelijk te verminderen. Resultaten hangen sterk af van diagnose en selectie.
Neuromodulatie
Neuromodulatie beïnvloedt zenuwactiviteit met elektrische stimulatie. Een voorbeeld is ruggenmergstimulatie. Deze behandeling wordt alleen bij bepaalde ernstige chronische zenuwpijnen overwogen nadat minder ingrijpende behandelingen onvoldoende hebben geholpen.
Operatie
Een operatie is passend wanneer er een behandelbare structurele oorzaak bestaat en de verwachte baten opwegen tegen de risico’s. Beeldvormende afwijkingen zonder overeenkomstige klachten vormen geen goede operatie-indicatie.
Bij langdurige aspecifieke pijn zonder duidelijke chirurgische oorzaak kan een operatie klachten ongewijzigd laten of soms verergeren.
Zelfzorg bij kortdurende pijn
Bij lichte, herkenbare pijn zonder alarmsignalen kun je soms zelf beginnen met:
- tijdelijk aanpassen van belastende activiteiten;
- normale beweging zo veel mogelijk voortzetten;
- warmte bij gespannen spieren;
- kortdurend koelen bij een verse kneuzing of zwelling;
- voldoende slaap;
- regelmatige maaltijden en voldoende drinken;
- zo nodig een geschikte pijnstiller volgens verpakking of medisch advies;
- controleren of houding, schoenen, werkplek of sportbelasting bijdragen.
Koelen hoeft niet rechtstreeks op de huid. Wikkel een coldpack in een doek en gebruik het kort. Langdurig intensief koelen kan huid en zenuwen beschadigen.
Warmte kan spierspanning verminderen, maar is minder geschikt bij een duidelijk rode, hete en sterk gezwollen plek waarvan de oorzaak onbekend is.
Zelfzorg bij langdurige pijn
Langdurige pijn vraagt doorgaans om meer structuur dan losse huismiddelen.
Werk met een basisniveau
Bepaal een hoeveelheid activiteit die ook op een minder goede dag haalbaar is. Bouw van daaruit geleidelijk op. Wie iedere goede dag maximaal benut en daarna instort, blijft dikwijls gevangen in pieken en terugvallen.
Houd activiteiten betekenisvol
Bewegen krijgt meer kans wanneer het aansluit bij je leven. Wandelen met iemand kan beter vol te houden zijn dan een abstract trainingsschema. Tuinieren, zwemmen, fietsen of lichte krachttraining kunnen eveneens geschikt zijn, afhankelijk van de aandoening.
Maak ruimte voor herstel zonder bedrust als standaard
Herstelmomenten zijn nuttig. De hele dag liggen leidt bij veel aandoeningen evenwel tot conditieverlies, stijfheid en meer onzekerheid bij bewegen.
Bespreek medicatie periodiek
Vraag bij langdurig gebruik:
- Werkt dit middel aantoonbaar?
- Wat kan ik erdoor wat eerder niet lukte?
- Welke bijwerkingen ervaar ik?
- Is de dosis nog passend?
- Kan het middel worden afgebouwd?
Een medicijn dat ooit logisch was, hoeft jaren later niet nog steeds nuttig te zijn.
Voeding bij pijn en herstel
Er bestaat geen algemeen pijndieet dat alle pijnklachten geneest. Voeding kan wel bijdragen aan herstel, spierbehoud, botgezondheid en behandeling van specifieke aandoeningen.
Genoeg eiwit en energie
Na ziekte, letsel of operatie heeft het lichaam bouwstoffen nodig. Eiwit ondersteunt herstel en behoud van spiermassa. Denk aan zuivel, eieren, vis, vlees, peulvruchten, tofu en noten.
Bij chronische pijn gaan sommige mensen minder eten door misselijkheid, vermoeidheid of medicatie. Onbedoeld gewichtsverlies en spierverlies kunnen de belastbaarheid verder verminderen.
Een mediterraan voedingspatroon
Een voedingspatroon met veel groente, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten, olijfolie en vis hangt samen met gunstige effecten op hart- en vaatgezondheid en metabole gezondheid. Mogelijk helpt dit bij aandoeningen waarin laaggradige ontsteking meespeelt, maar het effect op individuele pijn is niet voorspelbaar.
Vitaminen en mineralen
Tekorten aan vitamine B12, vitamine D, foliumzuur of ijzer kunnen in bepaalde situaties klachten geven. Supplementen zijn vooral zinvol bij een aangetoond tekort, een sterk verhoogd risico of een medische indicatie.
Hoge doses zijn niet automatisch beter. Vitamine B6 kan bij langdurig overmatig gebruik bijvoorbeeld zenuwschade veroorzaken.
Gewicht en gewrichtsbelasting
Bij overgewicht kan gewichtsverlies de mechanische belasting van knieën en heupen verminderen. Dit moet zonder moraliserende toon worden besproken. Pijn bemoeilijkt bewegen, slaaptekort beïnvloedt eetlust en sommige medicijnen bevorderen gewichtstoename.
Een haalbare aanpassing is doorgaans nuttiger dan een streng dieet dat na enkele weken deraillert.
Kruidengeneeskunde en natuurlijke middelen
Kruiden en natuurlijke middelen kunnen bij enkele specifieke pijnklachten een bescheiden effect hebben. ‘Natuurlijk’ betekent echter niet automatisch veilig, zuiver of geschikt.
Capsaïcine
Capsaïcine is de brandende stof uit chilipeper. Crèmes en medische pleisters met capsaïcine kunnen bij bepaalde vormen van plaatselijke zenuwpijn worden gebruikt.
De huid kan aanvankelijk sterk branden. Medische hooggedoseerde pleisters worden onder professionele begeleiding aangebracht.
Duivelsklauw
Duivelsklauw, Harpagophytum procumbens, wordt gebruikt bij lage rugpijn en artrose. Sommige onderzoeken suggereren een beperkt pijnstillend effect, maar producten verschillen sterk in samenstelling.
Duivelsklauw kan maag-darmklachten geven en is niet voor iedereen geschikt, onder meer bij bepaalde maag-, galweg- en medicatieproblemen.
Wilgenbast
Wilgenbast bevat salicylaten, stoffen die chemisch verwant zijn aan acetylsalicylzuur. Het middel kan bijwerkingen en wisselwerkingen geven die lijken op die van NSAID’s.
Gebruik wilgenbast niet lichtvaardig bij bloedverdunners, maagzweren, nierproblemen, zwangerschap of allergie voor salicylaten.
Kurkuma en curcumine
Curcumine is een bestanddeel van kurkuma. Onderzoek bij artrose laat soms een bescheiden afname van pijn zien, maar de bewijskracht en productkwaliteit variëren.
Geconcentreerde supplementen kunnen maag-darmklachten en wisselwerkingen veroorzaken. Er zijn tevens meldingen van leverbeschadiging. Kurkuma als keukenkruid is iets anders dan een hooggedoseerd extract.
Voor een specifiek overzicht kun je verder lezen over kruiden bij artrose.
Gember
Gember is vooral onderzocht bij misselijkheid en in mindere mate bij menstruatiepijn en artrose. Het mogelijke pijnstillende effect is doorgaans bescheiden.
Hoge doses kunnen de maag irriteren en mogelijk invloed hebben op bloedstolling. Bespreek supplementen met arts of apotheker wanneer je bloedverdunners gebruikt.
Cannabis en CBD
Cannabisproducten worden gebruikt bij chronische pijn, maar de gemiddelde pijnvermindering is beperkt en bijwerkingen komen geregeld voor. Denk aan sufheid, duizeligheid, concentratieproblemen, angst, afhankelijkheid en verminderde rijvaardigheid.
Vrij verkrijgbare CBD-producten verschillen in zuiverheid en dosering. CBD kan leverenzymen beïnvloeden en daardoor wisselwerken met medicijnen. Het is geen onschuldig universeel pijnmiddel.
Wat meestal weinig helpt
Volledige rust zonder duidelijke indicatie
Langdurige bedrust verzwakt spieren en conditie. Bij veel rug-, nek- en gewrichtsklachten vertraagt zij herstel.
Steeds nieuwe scans zonder nieuwe aanwijzingen
Herhaalde beeldvorming kan toevallige afwijkingen vinden die onrust veroorzaken zonder de behandeling te verbeteren.
Pijnstillers blijven ophogen zonder functionele winst
Een lagere pijnscore is niet het enige doel. Wanneer een middel geen merkbare verbetering geeft in slapen, bewegen of dagelijks functioneren, moeten nut en risico opnieuw worden afgewogen.
Eén allesverklarende behandeling
Chronische pijn wordt zelden opgelost door één supplement, injectie, houdingstechniek of dieet. Behandelingen die volledige genezing beloven zonder goede diagnostiek verdienen wantrouwen.
Bewegen op wilskracht tot het lichaam protesteert
Doorgaan tot totale uitputting is geen dapperheid. Het is dikwijls een slechte doseerstrategie. Geleidelijke, herhaalbare opbouw werkt meestal beter.
Pijn bij kinderen
Kinderen ervaren pijn eveneens als een samengestelde lichamelijke en emotionele ervaring. Zij kunnen pijn anders uiten dan volwassenen. Een jong kind wordt stil, prikkelbaar, slapeloos of weigert te eten. Een ander kind gaat juist druk gedrag vertonen.
Bij terugkerende buikpijn, hoofdpijn of spier- en gewrichtspijn moeten lichamelijke oorzaken worden beoordeeld. Tegelijk kunnen schoolstress, pesten, slaap, angst en gezinsbelasting de klachten beïnvloeden.
Chronische pijn bij kinderen vraagt vaak een gezinsgerichte aanpak. Ouders moeten pijn erkennen zonder ieder ongemak te behandelen als bewijs dat activiteit gevaarlijk is.
Het Kinderpijncentrum van het Erasmus MC Sophia is aangewezen als landelijk expertisecentrum voor chronische pijn bij kinderen.12Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis. (z.d.). Kinderpijncentrum: landelijk expertisecentrum voor chronische pijn bij kinderen.
Pijn bij ouderen
Pijn komt veel voor bij ouderen, onder meer door artrose, wervelkolomproblemen, neuropathie en kanker. Toch wordt pijn soms onderbehandeld, vooral bij dementie of communicatieproblemen.
Signalen kunnen zijn:
- kreunen;
- afwerend gedrag;
- slecht slapen;
- minder eten;
- onrust;
- een andere manier van lopen;
- terugtrekken;
- plotselinge verwardheid.
Medicatie vraagt extra aandacht. Nierfunctie, valrisico, sufheid en wisselwerkingen wegen zwaarder. NSAID’s en opioïden kunnen bij kwetsbare ouderen ernstige complicaties geven.
Pijn tijdens zwangerschap en borstvoeding
Niet iedere pijnstiller is veilig tijdens zwangerschap. NSAID’s zijn in bepaalde fasen ongeschikt en kunnen onder meer de bloedsomloop van het ongeboren kind beïnvloeden. Gebruik pijnmedicatie tijdens zwangerschap daarom volgens advies van arts, verloskundige of apotheker.
Paracetamol geldt doorgaans als eerste keus wanneer een pijnstiller nodig is, in de laagste werkzame dosis en zo kort mogelijk. Aanhoudende pijn moet worden onderzocht in plaats van langdurig op eigen gezag te worden onderdrukt.
Pijn in de palliatieve fase
In de palliatieve fase verschuift het doel naar comfort en kwaliteit van leven. Pijn kan het gevolg zijn van de ziekte, behandeling, immobiliteit of bijkomende aandoeningen.
Behandeling kan bestaan uit:
- paracetamol;
- NSAID’s wanneer geschikt;
- opioïden;
- medicijnen tegen zenuwpijn;
- bestraling;
- zenuwblokkades;
- behandeling van angst, misselijkheid en benauwdheid;
- houdings- en verpleegkundige maatregelen.
Angst voor verslaving mag adequate pijnbehandeling in de laatste levensfase niet blokkeren. Dosering wordt afgestemd op effect en bijwerkingen.
Ziekenhuizen en gespecialiseerde pijnzorg
Niet iedere pijnklacht hoort thuis in een academisch pijncentrum. De huisarts, fysiotherapeut, medisch specialist of eerstelijnspsycholoog kan veel klachten behandelen. Verwijzing wordt overwogen bij complexe, ernstige of therapieresistente pijn.
Radboudumc Multidisciplinair Pijncentrum
Het Multidisciplinair Pijncentrum van het Radboudumc maakt deel uit van het Regionaal Expertisecentrum Pijn en Palliatieve Geneeskunde. Verschillende disciplines beoordelen en behandelen daar patiënten met complexe chronische pijn.13Radboudumc. (z.d.). Multidisciplinair Pijncentrum en Regionaal Expertisecentrum Pijn en Palliatieve Geneeskunde.
UMCG Pijncentrum
Het UMCG Pijncentrum onderzoekt en behandelt chronische pijn en beschikt over expertise in onder meer neuromodulatie. Het centrum beschrijft pijnbehandeling als een combinatie van medische, psychologische en functionele benaderingen.14Universitair Medisch Centrum Groningen. (z.d.). UMCG Pijncentrum.
Erasmus MC Centrum voor Pijngeneeskunde
Het Erasmus MC behandelt acute, chronische en oncologische pijn. Het bijbehorende Sophia Kinderpijncentrum richt zich specifiek op kinderen en jongeren met chronische pijn.15Erasmus MC. (z.d.). Centrum voor Pijngeneeskunde en Kinderpijncentrum.
Een verwijzing betekent niet automatisch dat een technische ingreep volgt. Een gespecialiseerd centrum kan eveneens adviseren over medicatie, revalidatie, zenuwpijn, psychologische behandeling of terugverwijzing naar regionale zorg.
PubMed-publicaties over pijn
De herziene definitie van pijn
Raja en collega’s publiceerden in 2020 de herziene IASP-definitie. De auteurs benadrukten dat pijn een persoonlijke ervaring is en niet uitsluitend uit activiteit in sensorische zenuwen kan worden afgeleid. Ook mensen die niet kunnen spreken, kunnen pijn ervaren.16Raja, S. N., Carr, D. B., Cohen, M., et al. (2020). The revised International Association for the Study of Pain definition of pain: Concepts, challenges, and compromises. Pain, 161(9), 1976-1982.
Chronische pijn als symptoom of ziekte
Treede en collega’s beschreven de classificatie van chronische pijn voor ICD-11. Zij maakten onderscheid tussen chronische primaire pijn en chronische secundaire pijn. Bij primaire pijn vormt de pijn zelf het centrale probleem; bij secundaire pijn is zij gekoppeld aan een onderliggende aandoening.17Treede, R. D., Rief, W., Barke, A., et al. (2019). Chronic pain as a symptom or a disease: The IASP Classification of Chronic Pain for the International Classification of Diseases. Pain, 160(1), 19-27.
Nociplastische pijn als derde mechanisme
Kosek, Cohen en Baron betoogden in 2016 dat nociceptieve en neuropathische pijn niet alle chronische pijnbeelden verklaren. Hun publicatie vormde een basis voor de term nociplastische pijn.18Kosek, E., Cohen, M., & Baron, R. (2016). Do we need a third mechanistic descriptor for chronic pain states? Pain, 157(7), 1382-1386.
Latere criteria proberen nociplastische musculoskeletale pijn klinisch te herkennen. Die criteria zijn nuttig, maar moeten met nuance worden toegepast. Er bestaat geen eenvoudige bloedtest of scan die nociplastische pijn bevestigt.19Kosek, E., Clauw, D., Nijs, J., et al. (2021). Chronic nociplastic pain affecting the musculoskeletal system: Clinical criteria and grading system. Pain, 162(11), 2629-2634.
Europese cijfers over chronische pijn
Het Europese onderzoek van Breivik en collega’s vond dat 19 procent van de ondervraagde volwassenen matige tot ernstige chronische pijn had. Veel deelnemers meldden beperkingen in werk, slaap en sociale activiteiten.20Breivik, H., Collett, B., Ventafridda, V., Cohen, R., & Gallacher, D. (2006). Survey of chronic pain in Europe: Prevalence, impact on daily life, and treatment. European Journal of Pain, 10(4), 287-333.
Nieuwere systematische overzichten laten aanzienlijke verschillen in prevalentiecijfers zien. Dat komt mede doordat onderzoeken andere leeftijdsgroepen, duurcriteria en ernstgrenzen gebruiken.21Rometsch, C., et al. (2025). Chronic pain in European adult populations: A systematic review of prevalence studies. European Journal of Pain.
Multidisciplinaire behandeling
Een systematische review van Scascighini en collega’s concludeerde dat intensieve multidisciplinaire programma’s bij chronische pijn gunstiger kunnen zijn dan geen behandeling of beperkte enkelvoudige zorg. De kwaliteit en inhoud van programma’s verschilden echter sterk.22Scascighini, L., Toma, V., Dober-Spielmann, S., & Sprott, H. (2008). Multidisciplinary treatment for chronic pain: A systematic review of interventions and outcomes. Rheumatology, 47(5), 670-678.
Onderzoek naar niet-medicamenteuze behandeling toont gemiddeld kleine tot matige verbeteringen door onder meer oefentherapie, cognitieve gedragstherapie, multidisciplinaire revalidatie en sommige vormen van aandachtstraining. Niet iedere methode werkt bij iedere pijnsoort.23Skelly, A. C., Chou, R., Dettori, J. R., et al. (2018). Noninvasive nonpharmacological treatment for chronic pain: A systematic review. Agency for Healthcare Research and Quality.
Prognose
Het verloop hangt sterk af van de oorzaak. Een kneuzing of spierverrekking herstelt meestal binnen dagen tot weken. Zenuwschade, ontstekingsziekte en artrose kunnen langduriger klachten geven.
Bij chronische pijn is herstel niet hetzelfde als terugkeren naar het lichaam van vóór de klachten. Verbetering kan bestaan uit:
- minder pijn;
- minder pijnaanvallen;
- beter slapen;
- meer bewegen;
- minder medicatie;
- hervatting van werk;
- minder angst;
- meer grip op terugvallen.
Volledige pijnvrijheid is soms haalbaar, soms niet. Een behandelaar die dit vooraf garandeert, belooft meer dan de geneeskunde kan waarmaken.
Leven met pijn zonder dat pijn alles bestuurt
Pijn verdient onderzoek, zeker wanneer zij plotseling, ernstig, progressief of onverklaard is. Evenzeer verdient zij een behandeling die verder kijkt dan het dempen van één signaal. Soms moet een ontsteking worden bestreden, een breuk gestabiliseerd of een zenuw ontlast. Elders ligt de winst in bewegen, slapen, revalideren, medicatie afbouwen of het dagelijks leven anders doseren.
De kwintessens is niet dat je pijn moet negeren. Je moet haar leren duiden. Acute pijn kan een dringende waarschuwing zijn. Langdurige pijn kan blijven bestaan nadat de oorspronkelijke dreiging is verminderd. In beide situaties is serieus nemen iets anders dan blind gehoorzamen.
Goede pijnzorg zoekt daarom naar oorzaak én mechanisme, naar gevaar én herstel, naar pijnvermindering én functioneren. Niet ieder alarmsignaal wijst op schade, maar ieder mens met pijn verdient een nauwkeurige beoordeling.
Lees verder over pijn
Pijn kan ontstaan in spieren, gewrichten, pezen, zenuwen, bloedvaten of inwendige organen. Soms ligt de oorzaak vlak onder de pijnlijke plek, terwijl pijn elders op afstand wordt gevoeld of de verwerking van prikkels is ontregeld.
Hoofdroutes
Pijngevoeligheid en veranderde pijnverwerking
Spieren, gewrichten, pezen en krampen
Rug, nek, schouders, armen en handen
Mond, keel en voorzijde van de hals
Borstkas, ribben en ademhaling
Buikpijn en pijn rond buikorganen
Bekken, lies, anus en geslachtsorganen
Heupen, benen, knieën en voeten
Tintelingen, branderigheid en zenuwprikkeling
Disclaimer, bronnen en reacties
Disclaimer
Deze pagina biedt algemene publieksinformatie over acute en chronische pijn, pijnmechanismen, mogelijke oorzaken, onderzoek, pijnstilling, zelfzorg en pijnrevalidatie. De tekst vervangt geen medische diagnose, lichamelijk of neurologisch onderzoek, beoordeling van beeldvorming of persoonlijk behandeladvies van een huisarts, medisch specialist, pijnarts, revalidatiearts, fysiotherapeut, apotheker of andere bevoegde zorgverlener.
Pijn kan onschuldig en voorbijgaand zijn, doch soms wijzen op een ernstige aandoening. Schakel direct medische hulp in bij plotselinge drukkende pijn op de borst, ernstige benauwdheid, verlamming, een scheve mond, spraakproblemen, bewustzijnsverlies, een plotselinge buitengewoon hevige hoofdpijn, een koude of bleke arm of been, ernstige buikpijn met een harde buik, bloedbraken, zwarte ontlasting of rugpijn met gevoelloosheid rond anus of geslachtsdelen en problemen met plassen. Neem eveneens contact op met een arts wanneer pijn blijft toenemen, onverklaard aanhoudt, gepaard gaat met koorts, krachtsverlies, gewichtsverlies of je dagelijks functioneren duidelijk belemmert.
Gebruik pijnstillers volgens de bijsluiter of het voorschrift van arts of apotheker. Paracetamol, ontstekingsremmende pijnstillers zoals ibuprofen en naproxen, opioïden, middelen tegen zenuwpijn, kruidenpreparaten en supplementen kunnen bijwerkingen en wisselwerkingen geven. Stop opioïden, antidepressiva, anti-epileptica of andere langdurig gebruikte medicijnen niet plotseling zonder medisch overleg.
Geraadpleegde bronnen
- Breivik, H., Collett, B., Ventafridda, V., Cohen, R., & Gallacher, D. (2006). Survey of chronic pain in Europe: Prevalence, impact on daily life, and treatment. European Journal of Pain, 10(4), 287-333. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16095934/
- Cohen, S. P., Vase, L., & Hooten, W. M. (2021). Chronic pain: An update on burden, best practices, and new advances. The Lancet, 397(10289), 2082-2097. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34062143/
- Erasmus MC. (z.d.). Centrum voor Pijngeneeskunde. https://www.erasmusmc.nl/nl-nl/patientenzorg/centra/centrum-voor-pijngeneeskunde
- Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis. (z.d.). Kinderpijncentrum. https://www.erasmusmc.nl/nl-nl/sophia/patientenzorg/centra/kinderpijncentrum
- International Association for the Study of Pain. (2020). IASP announces revised definition of pain. https://www.iasp-pain.org/publications/iasp-news/iasp-announces-revised-definition-of-pain/
- Kosek, E., Clauw, D., Nijs, J., et al. (2021). Chronic nociplastic pain affecting the musculoskeletal system: Clinical criteria and grading system. Pain, 162(11), 2629-2634. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33974577/
- Kosek, E., Cohen, M., Baron, R., et al. (2016). Do we need a third mechanistic descriptor for chronic pain states? Pain, 157(7), 1382-1386. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26835783/
- Melzack, R., & Wall, P. D. (1965). Pain mechanisms: A new theory. Science, 150(3699), 971-979. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/5320816/
- Nederlands Huisartsen Genootschap. (2021). NHG-Standaard Pijn. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/pijn
- Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen. (2024). Richtlijn Chronische pijnrevalidatie. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/chronische_pijnrevalidatie/
- Raja, S. N., Carr, D. B., Cohen, M., et al. (2020). The revised International Association for the Study of Pain definition of pain: Concepts, challenges, and compromises. Pain, 161(9), 1976-1982. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32694387/
- Radboudumc. (z.d.). Multidisciplinair Pijncentrum. https://www.radboudumc.nl/afdelingen/anesthesiologie-pijn-en-palliatieve-geneeskunde/onze-onderdelen/multidisciplinair-pijncentrum
- Scascighini, L., Toma, V., Dober-Spielmann, S., & Sprott, H. (2008). Multidisciplinary treatment for chronic pain: A systematic review of interventions and outcomes. Rheumatology, 47(5), 670-678. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18375406/
- Scholz, J., Finnerup, N. B., Attal, N., et al. (2019). The IASP classification of chronic pain for ICD-11: Chronic neuropathic pain. Pain, 160(1), 53-59. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30586071/
- Skelly, A. C., Chou, R., Dettori, J. R., et al. (2020). Noninvasive nonpharmacological treatment for chronic pain: A systematic review update. Agency for Healthcare Research and Quality. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK556229/
- Treede, R. D., Rief, W., Barke, A., et al. (2019). Chronic pain as a symptom or a disease: The IASP Classification of Chronic Pain for the International Classification of Diseases. Pain, 160(1), 19-27. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30586067/
- Universitair Medisch Centrum Groningen. (z.d.). UMCG Pijncentrum. https://www.umcg.nl/-/afdeling/pijncentrum
- Williams, A. C. de C., Fisher, E., Hearn, L., & Eccleston, C. (2020). Psychological therapies for the management of chronic pain in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews, 8, CD007407. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32794606/
Reacties en ervaringen
Heb je ervaring met acute of chronische pijn, zenuwpijn, pijnrevalidatie, pijnmedicatie of een behandeling in een pijncentrum? Je reactie is welkom. Beschrijf bij voorkeur welke klachten je had, hoe lang deze bestonden, welk onderzoek werd verricht en wat wel of niet hielp. Ervaringen van anderen kunnen herkenning geven, maar vormen geen vervanging voor medisch advies en bewijzen niet dat dezelfde behandeling voor iedere lezer geschikt is.
Vermeld geen namen van zorgverleners, herleidbare persoonsgegevens, volledige medische dossiers of beschuldigingen over herkenbare personen en instellingen. Plaatsing van reacties kan enkele uren duren, omdat berichten eerst worden gecontroleerd op spam, privacygevoelige informatie, medische claims en onnodig grievende inhoud.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Gewrichtspijn is pijn die ontstaat in of vlak rond een gewricht, zoals de knie, heup, schouder, pols of…
Lees het artikel
Peesirritatie, medisch vaak tendinopathie genoemd, is pijn aan een pees doordat het weefsel meer belasting krijgt dan het…
Lees het artikel
Dat je zweet af en toe een gekleurde tint krijgt is eigenlijk best normaal. Het treft zowel mannen…
Lees het artikel