Laatst bijgewerkt op 1 augustus 2026 door M.G. Sulman
Een maag-darminfectie is een ontsteking van de maag en darmen door een virus, bacterie of parasiet. Meestal krijg je plotseling diarree, buikkrampen, misselijkheid en braken; soms komen daar koorts, spierpijn of bloed bij de ontlasting bij. Het voornaamste risico is uitdroging, vooral bij baby’s, ouderen en mensen met een verminderde afweer. Vaak verdwijnen de klachten vanzelf binnen enkele dagen, doch bij sufheid, weinig plassen, hevige buikpijn of bloederige diarree is medische beoordeling nodig. Hoe raak je besmet, wat helpt werkelijk en wanneer moet je de huisarts bellen? Lees ook de ervaringen die mensen kunnen hebben.
Een maag-darminfectie is een ontsteking van het spijsverteringskanaal door een virus, bacterie of parasiet. Veelvoorkomende klachten zijn waterige diarree, buikkrampen, misselijkheid, braken en soms koorts. Besmetting verloopt meestal via verontreinigd voedsel, water, handen of oppervlakken.
De meeste infecties verdwijnen vanzelf binnen enkele dagen. Voldoende drinken is dan de kern van de behandeling; bij fors vochtverlies kan ORS helpen om water en zouten aan te vullen. Antibiotica zijn doorgaans niet nodig en kunnen bij sommige ziekteverwekkers zelfs ongunstig zijn.
Dit artikel hoort bij de landingspagina Infectieziekten, die onderdeel is van Aandoeningen binnen de hoofdpagina Gezondheid & klachten. Daar vind je verwante artikelen over virale, bacteriële en parasitaire infecties, besmetting, klachten, onderzoek, behandeling en herstel.
Wat is een maag-darminfectie?
Een maag-darminfectie is een infectie van het spijsverteringskanaal door een virus, bacterie of parasiet. Artsen spreken dikwijls van infectieuze gastro-enteritis. Gastro-enteritis betekent letterlijk een ontsteking van de maag en de darmen, ofschoon de ontsteking in de praktijk vaak vooral in de dunne of dikke darm zit.
De bekendste verschijnselen zijn plotselinge diarree, misselijkheid, braken en buikkrampen. Koorts, hoofdpijn en spierpijn kunnen erbij komen. Het klachtenbeeld hangt af van de ziekteverwekker, de plaats van de ontsteking, je leeftijd, je afweer en de hoeveelheid vocht die je verliest.
De term maag-darminfectie omvat een breed terrein. Een kortdurende norovirusinfectie in een gezin valt eronder, maar ook bloederige diarree door Campylobacter, langdurige klachten door Giardia en ernstige darmontsteking door Clostridioides difficile. De meeste infecties gaan vanzelf over. Een klein deel vraagt gerichte diagnostiek, medicatie of opname in het ziekenhuis.
Bij een gewone acute gastro-enteritis is het grootste onmiddellijke gevaar doorgaans dehydratie, oftewel uitdroging door verlies van water en zouten. Vooral baby’s, jonge kinderen, kwetsbare ouderen en mensen met een verminderde afweer kunnen in korte tijd achteruitgaan. 1Nederlands Huisartsen Genootschap. (2025). Gastro-enteritis. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/gastro-enteritis
Waar in het spijsverteringskanaal zit de infectie?
Het spijsverteringskanaal begint bij de mond en loopt via de slokdarm, maag, dunne darm en dikke darm naar de anus. De meeste ziekteverwekkers die diarree veroorzaken, treffen de dunne darm, de dikke darm of beide.
Infectie van de dunne darm
Bij een infectie van de dunne darm raakt vooral de opname van water, zouten en voedingsstoffen ontregeld. Je krijgt dan vaak grote hoeveelheden waterige ontlasting. Bloed of slijm komt minder vaak voor.
Virussen zoals het norovirus en rotavirus veroorzaken veelal dit soort waterige diarree. Sommige bacteriën produceren toxinen, oftewel gifstoffen, die de darmcellen aanzetten om extra water en zout af te geven. De darmwand hoeft daarbij niet zwaar beschadigd te zijn om toch forse diarree te veroorzaken.
Infectie van de dikke darm
Een infectie van de dikke darm kan leiden tot colitis, een ontsteking van het colon ofwel de dikke darm. De ontlasting is soms minder volumineus, maar je moet wel vaak naar het toilet. Buikkrampen, aandrang, slijm en bloed passen bij een meer invasieve infectie.
Invasief betekent hier dat de ziekteverwekker het darmslijmvlies binnendringt of beschadigt. Dat zie je onder meer bij infecties door Campylobacter, Shigella, bepaalde salmonellabacteriën en shigatoxineproducerende Escherichia coli.
De maag zelf
Braken en misselijkheid betekenen niet automatisch dat de ziekteverwekker werkelijk in de maag zit. Prikkeling van zenuwen en signaalstoffen in het spijsverteringskanaal kan het braakcentrum in de hersenstam activeren. Je maag wordt dan als het ware tot stilstand gemaand en de braakreflex treedt in werking.
Het begrip maag-darminfectie is derhalve praktisch bruikbaar, maar anatomisch niet altijd exact.
Hoe raak je besmet?
De meeste maag-darminfecties worden overgedragen via de fecaal-orale route. Microscopisch kleine resten van ontlasting komen via handen, oppervlakken, voedsel of water in de mond terecht. Dat klinkt onsmakelijk, doch het kan ongemerkt gebeuren.
Een toiletknop, deurklink, kraan, handdoek of telefoon kan bijvoorbeeld besmet raken. Vervolgens eet iemand met ongewassen handen een boterham. Bij sommige verwekkers is slechts een kleine hoeveelheid nodig om ziek te worden.
Besmet voedsel
Voedsel kan besmet raken tijdens productie, vervoer, bewaring of bereiding. Bekende risicobronnen zijn:
- rauw of onvoldoende verhit kippenvlees;
- rauwe eieren en producten met rauw ei;
- onvoldoende verhit gehakt of rundvlees;
- rauwe schaal- en schelpdieren;
- ongepasteuriseerde melk en kaas;
- rauwe kiemgroenten;
- ongewassen groente en fruit;
- voedsel dat lang buiten de koelkast staat;
- eten dat door een besmette kok of huisgenoot is aangeraakt.
Kruisbesmetting is een bekende boosdoener. Je snijdt rauwe kip op een plank en gebruikt dezelfde plank daarna voor komkommer. De komkommer wordt niet meer verhit, zodat bacteriën rechtstreeks kunnen worden ingeslikt.
Besmet water
In Nederland is drinkwater doorgaans veilig. Besmetting kan wel ontstaan door recreatiewater, oppervlaktewater, een particuliere waterbron of drinkwater tijdens reizen.
Parasieten zoals Giardia duodenalis en Cryptosporidium kunnen via water worden verspreid. Ook bacteriën en virussen gedijen wanneer sanitaire voorzieningen tekortschieten.
Van mens op mens
Norovirus en shigellose verspreiden zich gemakkelijk van mens op mens. Dit gebeurt vooral in huishoudens en op plaatsen waar mensen dicht bij elkaar verblijven, zoals:
- kinderdagverblijven;
- scholen;
- zorginstellingen;
- ziekenhuizen;
- cruiseschepen;
- opvanglocaties;
- kazernes;
- gevangenissen.
Bij braken kunnen kleine druppeltjes met virusdeeltjes in de directe omgeving terechtkomen. Op oppervlakken kunnen deze deeltjes vervolgens andere mensen bereiken.
Contact met dieren
Dieren kunnen bacteriën bij zich dragen zonder zichtbaar ziek te zijn. Reptielen, kuikens, kippen, kalveren, honden en katten kunnen bijvoorbeeld salmonellabacteriën verspreiden. Campylobacter komt veel voor in de darmen van vogels en landbouwdieren.
Na een bezoek aan een kinderboerderij moet je derhalve je handen zorgvuldig wassen, vooral voordat je eet. Jonge kinderen stoppen hun vingers nu eenmaal geregeld in hun mond.
Seksuele overdracht
Bepaalde darminfecties kunnen tijdens seksueel contact worden overgedragen, vooral wanneer er contact is met de anus of met microscopische resten van ontlasting. Dit geldt onder meer voor Shigella, Giardia, hepatitis A en sommige andere enterale ziekteverwekkers.
Shigellose wordt in Nederland geregeld vastgesteld na een buitenlandse reis, maar verspreiding via seksueel contact komt eveneens voor. 2Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2026). Shigellose. https://www.rivm.nl/shigellose
Virussen als oorzaak
Virussen behoren tot de meest voorkomende veroorzakers van acute maag-darminfecties. Antibiotica werken er niet tegen. De behandeling richt zich daarom hoofdzakelijk op voldoende vocht, herstel van zouten en het voorkomen van besmetting van anderen.
Norovirus
Het norovirus is berucht om snel verlopende uitbraken. De klachten beginnen veelal plotseling, ongeveer 12 tot 48 uur na de besmetting. Misselijkheid, heftig braken, waterige diarree en buikpijn staan op de voorgrond. Lichte koorts, hoofdpijn en spierpijn kunnen erbij komen.
Bloed in de ontlasting past niet goed bij een gewone norovirusinfectie. Bij volwassenen nemen de klachten meestal binnen twee tot drie dagen af. Bij kinderen kan het herstel langer duren.
Norovirus is zeer besmettelijk. Een kleine hoeveelheid virus kan reeds voldoende zijn. De mens vormt voor menselijke norovirussen het voornaamste reservoir, en opgebouwde immuniteit is beperkt en dikwijls kortdurend. Je kunt het virus dus meer dan eenmaal krijgen. 3Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Norovirus, LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/norovirus

Rotavirus
Rotavirus veroorzaakt vooral bij baby’s en jonge kinderen hevige waterige diarree, braken en koorts. Volwassenen kunnen eveneens besmet raken, maar hebben vaak mildere klachten.
De incubatietijd, dat is de tijd tussen besmetting en de eerste verschijnselen, bedraagt gewoonlijk één tot drie dagen. Een kind kan snel veel vocht verliezen. Minder natte luiers, een droge mond, sufheid en slecht drinken zijn dan tekenen die aandacht vragen. 4Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Rotavirus. https://www.rivm.nl/rotavirus
Rotavirusvaccinatie is sinds 2024 opgenomen in het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma voor baby’s. Het vaccin beschermt niet tegen iedere episode van diarree, maar verlaagt de kans op ernstige rotavirusziekte en ziekenhuisopname.
Adenovirus
Enterale adenovirustypen 40 en 41 veroorzaken vooral bij kinderen diarree. Het beeld kan lijken op een rotavirusinfectie, met braken, koorts en waterige ontlasting. De diarree houdt soms langer aan dan bij norovirus.
Astrovirus en sapovirus
Astrovirussen en sapovirussen veroorzaken eveneens gastro-enteritis. Vooral kleine kinderen, ouderen en mensen met een verzwakte afweer kunnen er hinder van ondervinden. De klachten zijn doorgaans minder karakteristiek. Op grond van symptomen alleen is meestal niet vast te stellen welk virus verantwoordelijk is.
Bacteriële maag-darminfecties
Een bacteriële darminfectie is niet per definitie ernstiger dan een virale infectie. Sommige bacteriën veroorzaken slechts een korte episode van diarree. Andere beschadigen de darmwand, produceren krachtige toxinen of dringen vanuit de darm door in het bloed.
Campylobacter
Campylobacter is een belangrijke oorzaak van bacteriële gastro-enteritis. Besmetting vindt vaak plaats via onvoldoende verhit kippenvlees, rauwe melk, besmet water of contact met dieren.
De klachten beginnen meestal enkele dagen na de besmetting. Diarree en buikpijn komen zeer vaak voor. Koorts, slijm en bloed in de ontlasting kunnen optreden. De buikpijn kan fors zijn en soms zelfs aan een blindedarmontsteking doen denken.
De meeste infecties genezen vanzelf binnen ongeveer een week. In een kleine groep ontstaan complicaties nadat de darmklachten reeds afnemen.
Een voorbeeld is reactieve artritis, een gewrichtsontsteking die volgt op een infectie elders in het lichaam. Een zeldzamere complicatie is het syndroom van Guillain-Barré, waarbij het afweersysteem perifere zenuwen beschadigt. Daardoor kunnen tintelingen, spierzwakte en in ernstige gevallen ademhalingsproblemen ontstaan. 5Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Campylobacteriose, LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/campylobacteriose
Salmonella
Salmonellabacteriën komen voor bij tal van dieren. Besmetting gebeurt via voedsel, water of rechtstreeks contact met een besmet dier. Rauwe eieren, onvoldoende verhit vlees en ongepasteuriseerde producten zijn bekende bronnen.
De incubatietijd bedraagt meestal 12 tot 96 uur. De klachten bestaan uit plotselinge buikkrampen, diarree, koorts en soms misselijkheid en braken. Hoofdpijn en spierpijn kunnen het geheel een griepachtig karakter geven. 6Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Salmonellose, LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/salmonellose
Bij gezonde volwassenen blijft de infectie gewoonlijk beperkt tot de darm. Bij jonge baby’s, ouderen en mensen met een verminderde afweer kan de bacterie in het bloed terechtkomen. Dat heet bacteriëmie. Vanuit het bloed kan de infectie andere organen bereiken.
Buiktyfus en paratyfus worden eveneens door salmonellabacteriën veroorzaakt, maar vormen een afzonderlijk ziektebeeld. Deze infecties worden veelal opgelopen in landen waar de hygiëne en drinkwatervoorziening gebrekkig zijn. Hoge en aanhoudende koorts staat dan dikwijls meer op de voorgrond dan diarree.
Shigella
Shigella veroorzaakt shigellose, vroeger ook bacteriële dysenterie genoemd. De infectie kan hevige buikkrampen, koorts en bloederige diarree geven. Soms moet je zeer vaak naar het toilet terwijl er slechts weinig ontlasting, slijm of bloed komt.
Tenesmen zijn pijnlijke, voortdurende aandranggevoelens waarbij je na de stoelgang het idee houdt dat je opnieuw moet. Dit verschijnsel past bij ontsteking van het onderste deel van de dikke darm en de endeldarm.
Shigella is buitengewoon besmettelijk. Slechts weinig bacteriën kunnen voldoende zijn om een infectie te veroorzaken. Daarom kan de bacterie zich snel verspreiden binnen gezinnen, instellingen en seksuele netwerken.
Shigatoxineproducerende E. coli
Shigatoxineproducerende Escherichia coli, afgekort STEC, kan ernstige darmontsteking veroorzaken. De bekendste variant is E. coli O157, maar er bestaan meerdere typen.
De diarree is aanvankelijk soms waterig en wordt na één tot drie dagen bloederig. Hevige buikkrampen zijn kenmerkend. Opvallend is dat hoge koorts kan ontbreken.
Een gevreesde complicatie is het hemolytisch-uremisch syndroom, afgekort HUS. Daarbij raken rode bloedcellen beschadigd, daalt het aantal bloedplaatjes en ontstaat acute nierschade. Vooral jonge kinderen lopen risico.
Tekenen van HUS kunnen vijf tot veertien dagen na het begin van de diarree ontstaan. Let op toenemende bleekheid, extreme vermoeidheid, kleine bloeduitstortingen, sufheid en minder plassen. 7Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2025). Shigatoxineproducerende E. coli-infectie, LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/stec
Bij een vermoeden van STEC moet je niet op eigen gezag loperamide gebruiken. Ook antibiotica worden niet routinematig gegeven, omdat bepaalde behandelingen mogelijk samenhangen met een grotere afgifte van toxinen of een hoger risico op HUS.
Yersinia
Yersinia enterocolitica kan via varkensvlees en besmet voedsel worden overgedragen. De bacterie veroorzaakt diarree, koorts en buikpijn.
Bij schoolgaande kinderen en jongeren zit de pijn soms rechtsonder in de buik. Vergrote lymfeklieren in de buik kunnen dan een blindedarmontsteking nabootsen. Artsen noemen dit mesenteriale lymfadenitis, een ontsteking van lymfeklieren in het darmscheil.
Vibrio en cholera
Bacteriën uit het geslacht Vibrio leven vooral in zout of brak water. Besmetting kan volgen op het eten van rauwe oesters of andere onvoldoende verhitte schaal- en schelpdieren.
Cholera wordt veroorzaakt door toxineproducerende Vibrio cholerae. De ziekte kan enorme hoeveelheden waterige diarree geven. De klassieke omschrijving “rijstwaterontlasting” verwijst naar bleke, troebele ontlasting met vlokjes slijm.
Cholera komt in Nederland hoofdzakelijk voor als importziekte. Zonder snelle aanvulling van vocht en elektrolyten, oftewel opgeloste zouten, kan binnen enkele uren ernstige uitdroging ontstaan.
Clostridioides difficile
Clostridioides difficile, vaak afgekort tot C. difficile, kan gaan overgroeien nadat antibiotica de normale darmflora hebben verstoord. De bacterie produceert toxinen die de dikke darm ontsteken.
De klachten lopen uiteen van waterige diarree tot ernstige colitis. Buikpijn, koorts en een ziek gevoel kunnen erbij komen. Een zware infectie kan leiden tot een sterk uitgezette dikke darm, sepsis of een darmperforatie.
Niet iedereen bij wie de bacterie wordt gevonden, heeft werkelijk een infectie. Sommige mensen zijn drager zonder klachten. Daarom wordt ontlasting in beginsel alleen onderzocht bij passende diarree. Een test ter controle na genezing is doorgaans niet zinvol, omdat de bacterie of haar genetisch materiaal nog aantoonbaar kan blijven. 8Infectious Diseases Society of America. (2018). Clinical practice guidelines for Clostridium difficile infection. https://www.idsociety.org/practice-guideline/clostridium-difficile/
Voedselvergiftiging door bacteriële toxinen
Bij een voedselvergiftiging word je soms ziek door toxinen die reeds in het voedsel aanwezig zijn. De bacterie hoeft zich dan niet eerst in je darm te vermenigvuldigen.
Staphylococcus aureus en Bacillus cereus kunnen bijvoorbeeld gifstoffen in voedsel vormen. De klachten beginnen vaak zeer snel, soms binnen enkele uren. Heftig braken staat geregeld op de voorgrond. Omdat het toxine al aanwezig was, kan opwarmen van het eten het risico niet altijd volledig wegnemen.
Een ander type Bacillus cereus veroorzaakt juist waterige diarree. Ook Clostridium perfringens kan na slecht gekoelde of onvoldoende opgewarmde grote porties vlees of jus buikkrampen en diarree geven.
Parasitaire darminfecties
Parasieten veroorzaken in Nederland minder vaak acute diarree dan virussen en bacteriën. Ze worden relevanter wanneer klachten langer dan tien dagen bestaan, na reizen, na het drinken van onbehandeld water of bij een verminderde afweer. 9Federatie Medisch Specialisten. (2019). Indicaties voor parasitologisch onderzoek. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/lab-diagnostiek_van_intestinale_parasieten/indicaties_voor_parasitologisch_onderzoek.html
Giardia
Giardia duodenalis, ook Giardia lamblia genoemd, leeft in de dunne darm. Besmetting verloopt via water, voedsel of rechtstreeks contact.
De diarree kan wisselend aanwezig zijn. De ontlasting is soms vettig, bleek, sterk ruikend en moeilijk door te spoelen. Dit heet steatorroe, oftewel vetdiarree. Opgeblazenheid, boeren, buikkrampen, vermoeidheid en gewichtsverlies kunnen erbij komen.
Giardia beschadigt de darm niet op dezelfde wijze als een invasieve bacterie, maar verstoort wel de opname van voedingsstoffen. De klachten kunnen weken aanhouden en soms na een korte verbetering terugkeren.
Cryptosporidium
Cryptosporidium veroorzaakt waterige diarree. Besmetting kan optreden via contact met kalveren, zwembaden of verontreinigd water. Bij gezonde mensen gaat de infectie meestal vanzelf over.
Bij ernstig verminderde afweer kan de diarree langdurig en uitputtend worden. De aanpak richt zich dan mede op herstel of verbetering van de afweer, voor zover dat mogelijk is.
Entamoeba histolytica
Entamoeba histolytica kan amoebiasis veroorzaken. Deze parasiet komt vooral voor in gebieden met gebrekkige sanitaire omstandigheden, maar kan ook buiten de tropen worden vastgesteld.
De infectie kan leiden tot bloederige diarree en buikpijn. In zeldzame gevallen bereikt de parasiet via het bloed de lever en ontstaat een leverabces. Dat geeft koorts en pijn rechtsboven in de buik.
Bij onverklaarde bloederige diarree kan onderzoek naar E. histolytica aangewezen zijn, zelfs wanneer een duidelijke tropenreis ontbreekt.
Welke klachten passen bij een maag-darminfectie?
De precieze combinatie verschilt per verwekker. Veelvoorkomende klachten zijn:
- plotselinge dunne of waterige ontlasting;
- vaker ontlasting dan gewoonlijk;
- misselijkheid;
- braken;
- buikkrampen;
- rommelende darmen;
- gebrek aan eetlust;
- lichte tot hoge koorts;
- hoofdpijn;
- spierpijn;
- algehele slapte;
- slijm of bloed bij de ontlasting.
Diarree wordt in medische zin vaak omschreven als drie of meer keer per dag dunne of waterige ontlasting. De verandering ten opzichte van je normale patroon telt echter eveneens. Iemand die gewoonlijk eens per twee dagen ontlasting heeft en plotseling tweemaal per dag waterdunne ontlasting krijgt, kan wel degelijk infectieuze diarree hebben.
Waterige diarree
Waterige diarree past vaak bij een infectie van de dunne darm of bij afscheiding van vocht door bacteriële toxinen. Virale gastro-enteritis geeft doorgaans waterige ontlasting zonder zichtbaar bloed.
Grote hoeveelheden waterige diarree verhogen het risico op uitdroging, vooral wanneer je tevens braakt en nauwelijks kunt drinken.
Bloederige diarree
Bloed in de ontlasting kan wijzen op beschadiging of hevige ontsteking van het darmslijmvlies. Mogelijke verwekkers zijn Campylobacter, Shigella, STEC, Salmonella en Entamoeba histolytica.
Bloed hoeft niet altijd door een infectie te komen. Aambeien, een anale kloof, inflammatoire darmziekte en darmkanker kunnen eveneens bloedverlies veroorzaken. Bij bloederige diarree moet je daarom contact opnemen met de huisarts.
Buikpijn en krampen
Krampen ontstaan doordat de darm krachtiger samentrekt en de ontstoken darmwand gevoeliger wordt. De pijn komt vaak in golven en neemt soms tijdelijk af na de stoelgang.
Aanhoudende, scherp gelokaliseerde of steeds erger wordende buikpijn past minder goed bij een eenvoudige gastro-enteritis. Een blindedarmontsteking, galblaasontsteking, alvleesklierontsteking, darmafsluiting of andere acute buikziekte moet dan worden overwogen.
Koorts
Koorts wijst op activering van het afweersysteem. Een lichte temperatuurverhoging komt ook bij virusinfecties voor. Hoge koorts, koude rillingen en een ernstig ziek gevoel maken een invasieve bacteriële infectie of uitbreiding buiten de darm waarschijnlijker.
Het ontbreken van koorts sluit een ernstige infectie overigens niet uit. Bij STEC kan bloederige diarree bijvoorbeeld zonder hoge koorts optreden.

Braken zonder diarree
Een maag-darminfectie kan aanvankelijk alleen braken veroorzaken. Toch zijn er vele andere oorzaken mogelijk, zoals migraine, zwangerschap, medicijngebruik, een hersenschudding, blindedarmontsteking, darmobstructie of een stofwisselingsontregeling.
Aanhoudend braken zonder diarree verdient daarom een bredere blik, vooral wanneer buikpijn, hoofdpijn, sufheid of een opgezette buik aanwezig is.
Ervaringen: wat merk je in het dagelijks leven?
Een maag-darminfectie wordt vaak als een betrekkelijk eenvoudige aandoening beschouwd. Dat is begrijpelijk, want de meeste episodes duren slechts enkele dagen. Tijdens die dagen kan je dagelijks functioneren nochtans vrijwel stilvallen.
Je moet soms ieder kwartier naar het toilet en durft nauwelijks te slapen uit angst dat je te laat bent. Een boodschap doen of de hond uitlaten wordt een logistiek vraagstuk. Wanneer braken erbij komt, kan zelfs een slok water verkeerd vallen.
Buikkrampen voelen vaak niet als gewone buikpijn. Ze trekken in golven door de onderbuik en kunnen je dwingen krom te gaan zitten. Na de stoelgang volgt soms verlichting, waarna een nieuwe kramp zich alweer aandient.
Vermoeidheid en een slap gevoel
Vochtverlies verlaagt het circulerende bloedvolume. Daardoor kun je bij het opstaan duizelig worden, een snelle hartslag krijgen of zwarte vlekken zien. Tegelijk eet je minder en verbruikt het afweersysteem energie. De combinatie voelt soms alsof de kracht uit je spieren is verdwenen.
Na een korte infectie blijft de ontlasting geregeld nog enkele dagen onrustig. De eetlust keert niet altijd meteen terug en vette maaltijden kunnen plots slecht vallen.
Schaamte en verlies van controle
Diarree en braken zijn lichamelijke processen waarover je weinig controle hebt. Een ongelukje in bed, onderweg of op het werk kan veel schaamte oproepen. Dat is begrijpelijk, maar medisch gezien volstrekt niet uitzonderlijk.
Bij langdurige diarree gaan sommige mensen bijna niet meer de deur uit. Zij willen steeds weten waar het dichtstbijzijnde toilet is. Wanneer de infectie voorbij is, kan die waakzaamheid nog enige tijd blijven hangen.
Herstel verloopt niet bij iedereen gelijk
De ene persoon eet na twee dagen alweer normaal. Een ander houdt langer last van krampen, gasvorming of wisselende ontlasting. Leeftijd, conditie, voedingsinname, de verwekker en eventuele complicaties bepalen mede hoe snel je herstelt.
Langdurige of terugkerende klachten mogen niet eindeloos onder het etiket “buikgriep” blijven vallen. Bij gewichtsverlies, nachtelijke diarree, bloedverlies of aanhoudende koorts is nader onderzoek nodig.
Uitdroging herkennen
Dehydratie is een tekort aan lichaamsvocht. Bij diarree en braken verlies je tegelijk elektrolyten, zoals natrium en kalium. Deze zouten zijn nodig voor de werking van zenuwen, spieren en het hartritme.
Tekenen van beginnende uitdroging
Let op:
- dorst;
- droge mond en lippen;
- donkergele urine;
- minder vaak plassen;
- duizeligheid bij opstaan;
- hoofdpijn;
- slapte;
- een snelle hartslag;
- minder tranen bij huilen.
Tekenen van ernstige uitdroging
Ernstige dehydratie kan zich uiten door:
- nauwelijks of niet meer plassen;
- sufheid of verwardheid;
- zeer snelle hartslag;
- koude handen en voeten;
- snelle ademhaling;
- diepliggende ogen;
- niet kunnen staan door zwakte of duizeligheid;
- flauwvallen;
- grauwe of gevlekte huid.
Bij baby’s kunnen een ingezonken fontanel, weinig natte luiers, een droge mond en opvallende slaperigheid voorkomen. De fontanel is de zachte plek boven op het hoofd waar de schedelbeenderen nog niet volledig met elkaar vergroeid zijn.
Een kind dat slap wordt, nauwelijks reageert of weigert te drinken, moet met spoed medisch worden beoordeeld.
Wie loopt meer risico op een ernstig verloop?
Baby’s en jonge kinderen
Kinderen hebben in verhouding tot hun lichaamsgewicht een grotere vochtbehoefte en kleinere reserves. Enkele uren veel braken en diarree kunnen daardoor reeds merkbare uitdroging geven.
Ouderen
Ouderen voelen dorst soms minder goed. Zij gebruiken vaker plastabletten, hebben mogelijk verminderde nierfunctie en zijn bij ziekte minder goed in staat zelfstandig te drinken.
Een maag-darminfectie kan bij een kwetsbare oudere leiden tot een delier, oftewel acute verwardheid. De buikklachten lijken dan soms op de achtergrond te raken terwijl gedragsverandering juist het meest opvalt.
Mensen met verminderde afweer
Je afweer kan verzwakt zijn door chemotherapie, afweeronderdrukkende medicatie, een orgaantransplantatie, bepaalde bloedziekten of een onbehandelde hiv-infectie.
Een gebruikelijke ziekteverwekker kan dan langer aanwezig blijven of vanuit de darm in het bloed terechtkomen. Ook verwekkers die gezonde mensen zelden ziek maken, kunnen problemen veroorzaken.
Zwangeren
De meeste gewone gastro-enteritiden verlopen tijdens de zwangerschap zonder schade aan het ongeboren kind. Hoge koorts, ernstige uitdroging en bepaalde bacteriële infecties vragen wel extra aandacht.
Listeria monocytogenes veroorzaakt bij zwangeren soms slechts koorts en een griepachtig gevoel, maar kan de placenta en foetus infecteren. Listeriose valt inhoudelijk niet altijd onder de typische maag-darminfecties, omdat diarree kan ontbreken, doch besmet voedsel vormt wel de bron.
Mensen met chronische ziekten
Hartfalen, nierziekte, diabetes, de ziekte van Addison en inflammatoire darmziekten kunnen het verloop ingewikkelder maken. Bij diabetes kan ziekte bijvoorbeeld de glucosespiegel ontregelen. Mensen die insuline gebruiken moeten hun bloedsuiker daarom vaker controleren en hun persoonlijke ziektedagregels volgen.
Wanneer moet je de huisarts bellen?
Neem dezelfde dag contact op met de huisarts of huisartsenpost bij:
- bloed in de diarree;
- zwarte, teerachtige ontlasting;
- hoge koorts en een ernstig ziek gevoel;
- nauwelijks kunnen drinken;
- steeds opnieuw braken;
- tekenen van uitdroging;
- hevige of steeds erger wordende buikpijn;
- sufheid, verwardheid of flauwvallen;
- zeer weinig of geen urine;
- diarree bij een baby jonger dan drie maanden;
- diarree tijdens ernstige afweeronderdrukking;
- klachten kort na een ziekenhuisopname of antibioticakuur;
- diarree die na een verre reis ernstig verloopt;
- meerdere zieken na dezelfde maaltijd;
- verdenking op vergiftiging of besmet voedsel uit de handel.
Bel met spoed bij ernstige achteruitgang
Bel 112 of laat direct spoedzorg regelen wanneer iemand:
- nauwelijks wekbaar is;
- tekenen van shock heeft;
- ernstig benauwd raakt;
- een stijve nek en verminderd bewustzijn heeft;
- bloed braakt;
- een plankharde of sterk opgezette buik krijgt;
- heftige buikpijn heeft met flauwvallen;
- na bloederige diarree plots veel minder plast en opvallend bleek wordt.
Wanneer klachten te lang aanhouden
Neem contact op met de huisarts wanneer diarree langer dan ongeveer een week aanhoudt zonder duidelijke verbetering, of eerder wanneer je kwetsbaar bent.
Bij klachten die langer dan tien dagen bestaan, wordt een parasitaire oorzaak zoals giardiasis of cryptosporidiose allengs relevanter. Bij diarree langer dan twee weken spreken richtlijnen vaak van persisterende diarree. Duurt zij langer dan vier weken, dan is er sprake van chronische diarree en moet breder worden gekeken dan infecties alleen.
Hoe stelt de arts de diagnose?
Bij een kortdurende, ongecompliceerde gastro-enteritis is laboratoriumonderzoek meestal niet nodig. De uitslag verandert het beleid dikwijls niet en de infectie is vaak reeds aan het genezen voordat de verwekker bekend is.
Vragen over het verloop
De arts vraagt onder meer:
- wanneer de klachten begonnen;
- hoe vaak je diarree hebt;
- of er bloed of slijm aanwezig is;
- of je koorts hebt;
- hoeveel je drinkt en plast;
- of huisgenoten of collega’s ziek zijn;
- wat je de afgelopen dagen hebt gegeten;
- of je onlangs hebt gereisd;
- of je antibiotica hebt gebruikt;
- of je met dieren of oppervlaktewater in aanraking kwam;
- welke medicijnen en aandoeningen je hebt.
De combinatie van klachten en blootstelling levert vaak meer informatie dan één los symptoom. Diarree na rauwe kip stuurt de gedachte een andere kant op dan langdurige vettige ontlasting na een trektocht waarbij beekwater is gedronken.
Lichamelijk onderzoek
De arts beoordeelt je algemene indruk, hartslag, bloeddruk, temperatuur en tekenen van uitdroging. De buik wordt bekeken, beluisterd en voorzichtig onderzocht.
Peritoneale prikkeling betekent dat het buikvlies geïrriteerd is. De buik kan dan gespannen zijn en pijn doen bij loslaten na indrukken. Dit past niet bij een simpele diarree alleen en kan wijzen op een acute aandoening die chirurgische beoordeling verlangt.
Ontlastingsonderzoek
Ontlastingsonderzoek wordt overwogen bij bloederige diarree, hoge koorts, ernstige ziekte, langdurige klachten, verminderde afweer, een uitbraak of bijzondere blootstelling.
Tegenwoordig gebruiken laboratoria vaak een multiplex-PCR. PCR staat voor polymerasekettingreactie, een techniek waarmee genetisch materiaal van meerdere ziekteverwekkers tegelijk kan worden opgespoord.
Zo’n test is gevoelig, maar heeft ook beperkingen. Hij kan genetisch materiaal aantonen van een organisme dat niet meer actief is of niet de werkelijke oorzaak van de klachten vormt. De uitslag moet daarom steeds naast het klinische beeld worden gelegd.
Bij vermoedens van STEC, Salmonella, Shigella, Campylobacter, Yersinia of C. difficile kan gericht onderzoek nodig zijn. Internationale richtlijnen adviseren vooral te testen bij diarree met koorts, bloed, slijm, ernstige buikkrampen of tekenen van sepsis. 10Shane, A. L., et al. (2017). Infectious Diseases Society of America clinical practice guidelines for the diagnosis and management of infectious diarrhea. https://www.idsociety.org/practice-guideline/infectious-diarrhea/
Bloedonderzoek
Bloedonderzoek is bij een gewone maag-darminfectie niet standaard nodig. Het kan zinvol zijn bij ernstige uitdroging, hoge koorts, verdenking op sepsis, nierproblemen of een gecompliceerd beloop.
Artsen kunnen kijken naar:
- nierfunctie;
- natrium en kalium;
- ontstekingswaarden;
- hemoglobine;
- bloedplaatjes;
- glucose;
- zuur-base-evenwicht.
Bij een mogelijke HUS zijn hemoglobine, bloedplaatjes en nierfunctie wezenlijk. Bij ernstige uitdroging helpt het bloedonderzoek om verstoring van zouten te herkennen, maar de klinische toestand blijft leidend.
Bloedkweken
Een bloedkweek wordt verricht wanneer bacteriën in het bloed worden vermoed. Dit speelt bijvoorbeeld bij hoge koorts, koude rillingen, lage bloeddruk, ernstige afweerstoornissen of verdenking op buiktyfus.
Beeldvorming en endoscopie
Een scan of darmonderzoek is bij acute infectieuze diarree zelden nodig. Beeldvorming komt in beeld wanneer een andere diagnose wordt vermoed, zoals blindedarmontsteking, darmperforatie, toxisch megacolon of een abces.
Een coloscopie is een kijkonderzoek van de dikke darm. Dit onderzoek wordt vooral overwogen wanneer klachten aanhouden en inflammatoire darmziekte, microscopische colitis, darmkanker of een andere niet-infectieuze oorzaak moet worden uitgesloten.
Wat lijkt op een maag-darminfectie?
Diarree en buikpijn bewijzen op zichzelf geen infectie. De differentiaaldiagnose, oftewel de lijst van andere mogelijke verklaringen, is breed.
Medicijnen
Antibiotica, metformine, magnesium, laxeermiddelen, colchicine en bepaalde antidepressiva kunnen diarree veroorzaken. Ook zoetstoffen zoals sorbitol kunnen bij grote hoeveelheden klachten geven.
Prikkelbaredarmsyndroom
Het prikkelbaredarmsyndroom, afgekort PDS, veroorzaakt buikpijn en een veranderd ontlastingspatroon zonder aantoonbare structurele darmziekte. PDS geeft gewoonlijk geen koorts of bloederige diarree.
Een darminfectie kan wel het begin vormen van postinfectieus PDS. De acute ziekteverwekker is dan verdwenen, maar de darm blijft maandenlang overgevoelig en ontregeld.
Inflammatoire darmziekten
De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn chronische ontstekingsziekten van de darm. Bloedverlies, nachtelijke diarree, gewichtsverlies, bloedarmoede en langdurige klachten passen hierbij.
Een infectie kan sterk op een eerste episode van inflammatoire darmziekte lijken. Omgekeerd kan iemand met een bestaande darmontsteking daarnaast een infectie oplopen.
Coeliakie
Coeliakie is een auto-immuunreactie op gluten. De dunne darm raakt beschadigd na blootstelling aan gluten uit tarwe, rogge en gerst. Diarree, een opgeblazen buik, bloedarmoede, vermoeidheid en gewichtsverlies kunnen voorkomen.
De klachten ontstaan meestal minder plotseling dan bij gastro-enteritis.
Voedselintolerantie
Lactose-intolerantie veroorzaakt gasvorming, buikkrampen en diarree na melkproducten. Na een darminfectie kan tijdelijk minder lactase aanwezig zijn. Lactase is het enzym dat melksuiker afbreekt.
Daardoor kun je na herstel enkele weken gevoeliger zijn voor grote hoeveelheden melk, terwijl je voordien nooit problemen had.
Acute buikziekten
Blindedarmontsteking, galblaasontsteking, alvleesklierontsteking, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en darmafsluiting kunnen beginnen met misselijkheid, braken of diarree. De aard en plaats van de pijn, het verloop en lichamelijk onderzoek maken dan het onderscheid.
Behandeling: vocht staat voorop
De behandeling van een ongecompliceerde maag-darminfectie is betrekkelijk eenvoudig: voorkom uitdroging, blijf zo mogelijk eten en geef het lichaam tijd om de infectie op te ruimen.
Kleine hoeveelheden drinken
Bij misselijkheid en braken werkt vaak drinken in kleine porties. Neem iedere paar minuten enkele slokken in plaats van ineens een groot glas. Een volle maag lokt gemakkelijker opnieuw braken uit.
Water, thee en bouillon kunnen bijdragen aan de vochtinname. Bij veel diarree of tekenen van uitdroging is ORS geschikter.
ORS
ORS betekent orale rehydratieoplossing. Het is een nauwkeurig samengestelde oplossing van water, glucose en zouten. De combinatie gebruikt een transportsysteem in de dunne darm waarmee natrium en glucose samen worden opgenomen. Water volgt vervolgens mee.
ORS stopt de diarree niet direct. Het voorkomt of behandelt vooral uitdroging. Dat onderscheid is wezenlijk.
Gebruik een zakje volgens de aanwijzingen en los het op in precies de voorgeschreven hoeveelheid water. Een te sterke oplossing bevat te veel zout en suiker; een te slappe oplossing vult elektrolyten onvoldoende aan.
Zelfgemaakte mengsels zijn minder betrouwbaar. Een kleine meetfout kan de zout- of suikerconcentratie aanzienlijk veranderen. Een kant-en-klaar ORS-preparaat uit apotheek of drogist verdient daarom de voorkeur.
De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt ORS als de kern van de behandeling van diarree met vochtverlies. 11World Health Organization. (2024). Diarrhoeal disease. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/diarrhoeal-disease
ORS bij kinderen
Bij kinderen met dreigende of milde uitdroging wordt ORS in kleine, herhaalde hoeveelheden gegeven. Een lepeltje, spuitje of klein bekertje kan praktischer zijn dan een volle fles.
De Nederlandse richtlijn voor dehydratie bij kinderen adviseert bij milde uitdroging rehydratie met ongeveer 50 milliliter per kilogram lichaamsgewicht in vier uur, of een vergelijkbare gefaseerde toediening, naast compensatie van nieuwe verliezen. De precieze aanpak hangt af van leeftijd, gewicht en klinische toestand. 12Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. (2023). Dehydratie bij kinderen. https://www.nvk.nl/kennisdocument/dehydratie-bij-kinderen/
Bij een kind dat ORS blijft uitbraken of weigert en uitdroogt, moet de huisarts beoordelen of aanvullende behandeling nodig is.
Blijven eten
Vasten versnelt het herstel niet. Zodra je trek hebt en voedsel verdraagt, kun je weer eten. Kies aanvankelijk wat gemakkelijk valt, zonder een rigide dieet te volgen.
Geschikte producten zijn bijvoorbeeld:
- brood of beschuit;
- rijst;
- aardappelen;
- banaan;
- soep;
- yoghurt, wanneer je zuivel verdraagt;
- groente;
- mager vlees of ei.
Zeer vette maaltijden, grote hoeveelheden alcohol en sterk gekruid eten kunnen tijdelijk extra klachten geven. Dat is geen universeel verbod, maar een kwestie van verdragen.
Borstvoeding kan bij baby’s gewoon doorgaan. Ook normale flesvoeding wordt doorgaans voortgezet, tenzij een arts anders adviseert.
Medicijnen tegen de klachten
Paracetamol
Paracetamol kan helpen bij koorts, hoofdpijn en spierpijn. Houd je aan de aanbevolen dosering.
Wees voorzichtig met ontstekingsremmende pijnstillers zoals ibuprofen en naproxen wanneer je uitgedroogd bent. Deze middelen kunnen de nierdoorbloeding verminderen en bij vochttekort nierschade bevorderen.
Loperamide
Loperamide remt de beweging van de darm en vermindert zo de frequentie van de ontlasting. Het kan bij sommige volwassenen kortdurend worden gebruikt bij waterige diarree, bijvoorbeeld wanneer een reis onvermijdelijk is.
Gebruik het niet bij:
- bloederige diarree;
- hoge koorts;
- verdenking op STEC;
- ernstige buikpijn of een opgezette buik;
- actieve inflammatoire darmziekte;
- vermoedelijke ernstige bacteriële colitis.
Door de darm sterk af te remmen kunnen ziekteverwekkers of toxinen langer aanwezig blijven. Loperamide behandelt de oorzaak niet.
Geef het niet zomaar aan jonge kinderen. Overleg bij kinderen met een arts of apotheker.
Middelen tegen misselijkheid
Bij volwassenen is onvoldoende overtuigend bewijs dat anti-emetica, oftewel middelen tegen misselijkheid en braken, standaard voordeel bieden bij gastro-enteritis. 13Nederlands Huisartsen Genootschap. Anti-emetica bij misselijkheid en braken door gastro-enteritis bij volwassenen. https://richtlijnen.nhg.org/lacunes/anti-emetica-bij-misselijkheid-en-braken-door-gastro-enteritis-bij-volwassenen
Bij kinderen ouder dan drie maanden met gastro-enteritis en dreigende uitdroging kan de huisarts in geselecteerde gevallen een eenmalige dosis ondansetron overwegen. Ondansetron blokkeert bepaalde serotonine-receptoren die bij de braakreflex betrokken zijn. Het doel is dat het kind ORS binnenhoudt en een verwijzing of opname mogelijk wordt voorkomen.
Metoclopramide en domperidon worden bij jonge kinderen niet als gewone thuisbehandeling aangeraden vanwege potentieel ernstige bijwerkingen. 14Nederlands Huisartsen Genootschap. (2025). Gastro-enteritis. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/gastro-enteritis
Probiotica
Probiotica zijn levende micro-organismen die in voldoende hoeveelheid een gezondheidseffect zouden moeten hebben. De producten verschillen sterk in bacteriestam, dosering en kwaliteit.
Onderzoeksresultaten zijn wisselend. Een gunstig effect van één specifieke stam mag niet zonder meer worden toegeschreven aan alle yoghurtdrankjes, capsules en poeders. Nederlandse richtlijnen adviseren probiotica niet als noodzakelijke standaardbehandeling voor iedere maag-darminfectie.
Wie ernstig ziek is, een centrale infuuslijn heeft of sterk verminderde afweer bezit, moet terughoudend zijn. Zeer zelden kunnen micro-organismen uit een probioticum zelf een infectie veroorzaken.

Actieve kool en alternatieve middelen
Actieve kool bindt bepaalde gifstoffen in het maag-darmkanaal, maar is geen standaardbehandeling voor infectieuze diarree. Het kan de ontlasting zwart kleuren en de opname van medicijnen verminderen.
Kruidenmiddelen, colloïdaal zilver, etherische oliën en zogenoemde darmreinigingen hebben geen aangetoonde plaats in de behandeling. Sommige veroorzaken juist irritatie, leverbeschadiging of extra vochtverlies. Een cleanse bij diarree is ronduit quatsch: de darm is reeds bezig zich te ledigen en heeft geen extra zuivering nodig.
Wanneer zijn antibiotica nodig?
Antibiotica zijn bij de meeste maag-darminfecties niet nodig. Virussen reageren er niet op en veel bacteriële infecties genezen vanzelf.
Onnodig gebruik heeft nadelen:
- bijwerkingen zoals misselijkheid en diarree;
- verstoring van het darmmicrobioom;
- selectie van resistente bacteriën;
- groter risico op C. difficile;
- soms langer dragerschap van bepaalde bacteriën.
Gerichte antibiotica kunnen wel aangewezen zijn bij ernstige shigellose, cholera, buiktyfus, gecompliceerde campylobacteriose, invasieve salmonellose, giardiasis of een C. difficile-infectie. De keuze hangt af van de verwekker, ernst, leeftijd, weerstand en lokale resistentiepatronen.
Bij STEC worden antibiotica doorgaans vermeden. Ook bij ongecompliceerde salmonellose kunnen antibiotica soms meer nadeel dan voordeel geven.
Neem nooit restjes antibiotica van een eerdere kuur. De verkeerde behandeling kan diagnostiek bemoeilijken en schadelijk zijn.
Opname in het ziekenhuis
Ziekenhuisbehandeling kan nodig zijn bij:
- ernstige uitdroging;
- shock;
- aanhoudend braken waardoor drinken onmogelijk blijft;
- ernstige verstoring van natrium of kalium;
- acute nierschade;
- sepsis;
- HUS;
- toxisch megacolon;
- ernstige afweeronderdrukking;
- een baby of kwetsbare oudere die snel achteruitgaat.
Vocht kan via een infuus worden toegediend. Bij kinderen lukt rehydratie soms via een neus-maagsonde, een dun slangetje dat via de neus naar de maag loopt. Dit kan een infuus voorkomen wanneer de bloedsomloop nog stabiel is.
In het ziekenhuis wordt niet slechts gekeken naar hoeveel vocht iemand heeft verloren. Ook de nierfunctie, bloedsomloop, urineproductie, zouthuishouding en oorzaak van de infectie worden beoordeeld.
Complicaties
Acute nierschade
Bij ernstige uitdroging stroomt minder bloed door de nieren. Daardoor kunnen afvalstoffen zich ophopen en neemt de urineproductie af. Tijdige aanvulling van vocht herstelt dit vaak, maar langdurige of ernstige ondervulling kan blijvende schade geven.
Sepsis
Sepsis is een ontregelde reactie van het lichaam op een infectie, waarbij organen bedreigd raken. Symptomen zijn onder meer snelle ademhaling, snelle hartslag, verwardheid, lage bloeddruk, weinig urine en een ernstig zieke indruk.
De term bloedvergiftiging wordt in gewone taal gebruikt, maar sepsis betekent meer dan de aanwezigheid van bacteriën in het bloed. Het gaat om orgaanschade door een ontspoorde lichaamsreactie.
Hemolytisch-uremisch syndroom
HUS kan volgen op een STEC-infectie. Rode bloedcellen vallen versneld uiteen, bloedplaatjes worden verbruikt en kleine bloedvaten in de nieren raken beschadigd.
De diarree kan al verminderen wanneer HUS begint. Juist daarom is toenemende bleekheid, sufheid of afnemende urineproductie na bloederige diarree zo verraderlijk.
Reactieve artritis
Na infecties met onder meer Campylobacter, Salmonella, Shigella of Yersinia kunnen gewrichten ontstoken raken. Knieën, enkels en voeten zijn vaak aangedaan.
De bacterie zit dan meestal niet in het gewricht. De ontsteking ontstaat door een afweerreactie die na de infectie blijft voortbestaan.
Guillain-Barré-syndroom
Het syndroom van Guillain-Barré is een zeldzame neurologische complicatie, vooral bekend na Campylobacter. Tintelingen en zwakte beginnen vaak in de benen en trekken omhoog.
Snel toenemende spierzwakte, moeite met lopen, slikproblemen of benauwdheid vragen onmiddellijke medische beoordeling.
Postinfectieus prikkelbaredarmsyndroom
Na een doorgemaakte darminfectie houdt een deel van de mensen buikpijn, diarree, verstopping of een opgeblazen gevoel. De oorspronkelijke ziekteverwekker is verdwenen, maar de darmfunctie blijft ontregeld.
Mogelijke mechanismen zijn een veranderde darmflora, lichte aanhoudende ontsteking, veranderde galzuurverwerking en overgevoeligheid van zenuwen in de darmwand.
Tijdelijke lactose-intolerantie
Beschadiging van de dunne darm kan tijdelijk de productie van lactase verminderen. Melkproducten veroorzaken dan extra gasvorming, krampen en diarree.
Dit betekent niet noodzakelijk dat je voortaan levenslang lactose moet vermijden. De enzymactiviteit kan zich herstellen wanneer de darmwand geneest.
Maag-darminfecties bij kinderen
Bij kinderen ligt de nadruk op drinken, urineproductie, alertheid en gewichtsverlies. De hoeveelheid diarree zelf is minder bruikbaar dan de vraag wat het kind nog binnenhoudt en hoe het zich gedraagt.
Een kind dat tussen de episodes door speelt, goed drinkt en geregeld plast, maakt doorgaans een minder zieke indruk dan een stil, slap kind dat ieder slokje uitbraakt.
Let op het gedrag
Zorgwekkende signalen zijn:
- moeilijk wakker te krijgen;
- slap of ongewoon stil;
- ontroostbaar huilen;
- weigeren te drinken;
- geen tranen;
- droge mond;
- weinig natte luiers;
- diepliggende ogen;
- snelle ademhaling;
- koude armen en benen.
Geen sap als hoofdbehandeling bij duidelijke uitdroging
Onverdund vruchtensap en frisdrank bevatten veel suiker en relatief weinig zout. Een hoge suikerconcentratie kan extra water de darm in trekken en diarree verergeren.
Bij lichte klachten en een kind dat goed drinkt, is enige flexibiliteit mogelijk. Bij duidelijke of dreigende dehydratie blijft ORS de aangewezen oplossing. Voor kinderen ouder dan zes maanden die zelfstandig drinken en slechts mild uitgedroogd zijn, noemt de Nederlandse tweedelijnsrichtlijn verdund appelsap als mogelijke optie in geselecteerde situaties. 15Federatie Medisch Specialisten. (2023). Orale rehydratievloeistof bij dehydratie bij kinderen. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/dehydratie_bij_kinderen/orale_rehydratievloeistof.html
Maag-darminfecties op reis
Reizigersdiarree ontstaat meestal door besmet voedsel of water. Enterotoxigene E. coli, afgekort ETEC, is een bekende oorzaak. Ook Campylobacter, Shigella, Salmonella, norovirus en parasieten komen voor.
Praktische voorzorgsmaatregelen
- Drink water uit een betrouwbare verzegelde fles.
- Vermijd ijsblokjes wanneer de waterkwaliteit onzeker is.
- Eet voedsel dat goed verhit en nog heet is.
- Schil fruit zelf.
- Wees voorzichtig met rauwe salades.
- Vermijd rauwe schaal- en schelpdieren.
- Was je handen voor het eten.
- Poets je tanden met veilig water wanneer kraanwater onbetrouwbaar is.
De bekende Engelse regel “boil it, cook it, peel it, or forget it” is bruikbaar, doch biedt geen absolute garantie. Een keurig ogend buffet kan uren lauw hebben gestaan, terwijl eenvoudig vers bereid straatvoedsel soms veiliger is.
Wanneer na een reis onderzoek nodig is
Onderzoek wordt relevanter bij:
- koorts;
- bloederige diarree;
- ernstige uitdroging;
- klachten langer dan tien tot veertien dagen;
- recent antibioticagebruik;
- afweeronderdrukking;
- verblijf in een gebied met cholera of buiktyfus.
Bij diarree die veertien dagen of langer aanhoudt, moet in het bijzonder aan darmparasieten worden gedacht.
Verspreiding thuis voorkomen
Handen wassen
Was je handen zorgvuldig:
- na toiletgebruik;
- na het verschonen van een luier;
- na opruimen van braaksel;
- voor koken en eten;
- na contact met dieren;
- na tuinieren;
- wanneer je thuiskomt.
Gebruik stromend water en zeep. Droog je handen goed af met een schone handdoek of papieren doek.
Handalcohol werkt tegen veel ziekteverwekkers, maar is geen volwaardige vervanging voor handen wassen wanneer de handen zichtbaar vuil zijn. Bij sommige darmpathogenen en sporen, zoals die van C. difficile, is mechanisch wassen met water en zeep bijzonder relevant.

Toilet en oppervlakken reinigen
Reinig toiletbril, spoelknop, kraan en deurklink geregeld. Draag zo nodig wegwerphandschoenen bij het opruimen van diarree of braaksel en was daarna alsnog je handen.
Gebruik een middel dat geschikt is voor het betreffende oppervlak. Meng nooit bleekmiddel met zure schoonmaakmiddelen of ammoniak, omdat giftige dampen kunnen ontstaan.
Wasgoed
Was bevuild ondergoed, beddengoed en handdoeken zo warm als het materiaal toelaat. Schud vuil wasgoed niet uit, omdat ziekteverwekkers zich dan in de omgeving kunnen verspreiden.
Koken voor anderen
Bereid geen eten voor anderen wanneer je diarree of braken hebt. Dit geldt des te sterker wanneer je beroepsmatig met voedsel werkt.
Wie in de zorg, kinderopvang of voedselbereiding werkt, kan te maken krijgen met specifieke adviezen van werkgever, bedrijfsarts of GGD. De vereiste periode voordat je het werk hervat hangt af van de verwekker en het soort werkzaamheden.
Voedselinfectie melden
Wanneer meerdere mensen na dezelfde maaltijd ziek worden, kan sprake zijn van een voedselgerelateerde uitbraak. Neem contact op met de GGD of meld het vermoeden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Bewaar zo mogelijk informatie over:
- wat er is gegeten;
- waar en wanneer het eten is gekocht of bereid;
- wanneer de klachten begonnen;
- wie nog meer ziek is;
- verpakkingen, productcodes en houdbaarheidsdata;
- eventuele voedselresten.
Ga geen bedorven voedsel bewaren wanneer dit thuis een besmettingsrisico vormt. Een foto van het etiket en de productcode kan reeds bruikbaar zijn.
Ziekenhuizen en medische expertise
Voor een gewone maag-darminfectie bestaat in Nederland geen noodzaak om rechtstreeks een gespecialiseerd academisch centrum te zoeken. De huisarts, huisartsenpost, kinderarts, internist-infectioloog of maag-darm-leverarts kan de gebruikelijke diagnostiek en behandeling verzorgen.
Verwijzing naar een academisch ziekenhuis kan wel aan de orde zijn bij:
- ernstige of steeds terugkerende infecties;
- complexe afweerstoornissen;
- onverklaarde langdurige diarree;
- tropische parasitaire infecties;
- HUS;
- ernstige C. difficile-infectie;
- complicaties waarbij intensive care of nierdialyse nodig is.
Het Amsterdam UMC, Erasmus MC, Leids Universitair Medisch Centrum, UMC Utrecht, Radboudumc, Maastricht UMC+ en UMC Groningen beschikken over afdelingen infectieziekten, medische microbiologie, kindergeneeskunde en maag-darm-leverziekten. Welke instelling het meest passend is, hangt af van de concrete complicatie, je woonplaats en bestaande regionale afspraken.
Bij een vermoedelijke tropische infectie kan een internist-infectioloog of arts met deskundigheid in de tropengeneeskunde nodig zijn. Bij een kind met ernstige uitdroging of HUS ligt de expertise vooral bij kinderartsen, kindernefrologen en kinderintensivisten.
Een landingspagina behoort hier niet de suggestie te wekken dat één ziekenhuis alle maag-darminfecties beter behandelt. Routinezorg hoort dicht bij huis. Hooggespecialiseerde expertise krijgt pas raison d’être wanneer het ziektebeeld werkelijk complex wordt.
Wetenschappelijke publicaties in PubMed
PubMed is een internationale databank van de Amerikaanse National Library of Medicine. Je vindt er miljoenen verwijzingen naar biomedische artikelen. Een vermelding in PubMed betekent niet automatisch dat een onderzoek van hoge kwaliteit is. Onderzoeksopzet, aantal deelnemers, risico op vertekening en aansluiting bij de patiënt moeten steeds worden beoordeeld.
Orale rehydratie als basis
De ontwikkeling van orale rehydratie behoort tot de belangrijkste medische vooruitgangen bij diarree. Het mechanisme berust op gekoppelde opname van natrium en glucose in de dunne darm. Zelfs tijdens hevige secretoire diarree blijft dit transportsysteem grotendeels functioneren.
De gezamenlijke Europese richtlijn van ESPGHAN en ESPID benadrukt dat orale rehydratie met een hypo-osmolaire oplossing zo spoedig mogelijk moet beginnen. Hypo-osmolair betekent dat de oplossing een zorgvuldig verlaagde concentratie opgeloste deeltjes bevat, zodat vocht doelmatig wordt opgenomen en de kans op extra osmotische diarree beperkt blijft. 16Guarino, A., et al. (2014). European Society for Pediatric Gastroenterology, Hepatology, and Nutrition and European Society for Pediatric Infectious Diseases evidence-based guidelines for the management of acute gastroenteritis in children in Europe. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition, 59(1), 132-152. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24739189/
Doorgaan met voeding
Ouder onderzoek liet reeds zien dat doorgaande orale voeding bij kinderen met acute diarree het herstel niet verslechtert en nutritionele nadelen van vasten voorkomt.
De gedachte dat een zieke darm volledig “rust” nodig heeft, is te grof. Darmcellen gebruiken voedingsstoffen en blijven beter functioneren wanneer passende voeding wordt voortgezet. 17Brown, K. H., et al. (1988). Effect of continued oral feeding on clinical and nutritional outcomes of acute diarrhea in children. Journal of Pediatrics, 112, 191-200. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Effect+of+continued+oral+feeding+on+clinical+and+nutritional+outcomes+of+acute+diarrhea+in+children
Ondansetron bij kinderen
Meerdere gerandomiseerde onderzoeken en systematische reviews suggereren dat een eenmalige dosis ondansetron het braken bij geselecteerde kinderen kan verminderen en orale rehydratie kan vergemakkelijken.
Het middel is geen algemene thuismedicatie voor ieder kind met buikgriep. Het nut ligt vooral bij kinderen met dreigende uitdroging die door herhaald braken nauwelijks ORS binnenhouden. De Nederlandse NHG-richtlijn formuleert daarom een voorzichtige, zwakke aanbeveling voor een beperkte groep.
Moleculaire ontlastingsdiagnostiek
Multiplex-PCR heeft de opsporing van darmpathogenen sterk veranderd. Eén monster kan tegelijk op verschillende bacteriën, virussen en protozoën worden onderzocht.
Onderzoek heeft aangetoond dat moleculaire screening meer verwekkers kan vinden dan klassieke kweek of microscopie alleen. De hogere gevoeligheid creëert evenwel een interpretatieprobleem: meer aantonen betekent niet steeds beter begrijpen. 18De Boer, R. F., Ott, A., Kesztyus, B., & Kooistra-Smid, A. M. D. (2010). Improved detection of five major gastrointestinal pathogens by use of a molecular screening approach. Journal of Clinical Microbiology, 48, 4140-4146. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Improved+detection+of+five+major+gastrointestinal+pathogens+by+use+of+a+molecular+screening+approach
Parasitaire diagnostiek
Real-time-PCR heeft ook de detectie van protozoën zoals Giardia, Cryptosporidium en Entamoeba histolytica verbeterd. Microscopie blijft in bepaalde situaties nuttig, maar vraagt ervaring en kan meerdere monsters vereisen.
Nederlandse onderzoekers speelden een duidelijke rol in de ontwikkeling en evaluatie van gecombineerde diagnostische methoden. 19Bruijnesteijn van Coppenraet, L. E. S., et al. (2009). Parasitological diagnosis combining an internally controlled real-time PCR assay for the detection of four protozoa in stool samples with a testing algorithm for microscopy. Clinical Microbiology and Infection, 15, 869-874. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Parasitological+diagnosis+combining+an+internally+controlled+real-time+PCR
Postinfectieuze klachten
Cohortonderzoek en systematische reviews tonen dat een doorgemaakte bacteriële of parasitaire darminfectie het risico op langdurige functionele darmklachten verhoogt. De kans lijkt groter na een ernstige of langdurige acute infectie.
Dit betekent niet dat ieder opgeblazen gevoel na buikgriep een chronische aandoening aankondigt. Het onderstreept wel dat aanhoudende klachten reëel kunnen zijn, ook wanneer herhaald ontlastingsonderzoek geen ziekteverwekker meer toont.
Probiotica vragen precisie
Studies naar probiotica leveren geen eenvoudig ja-of-nee-antwoord. Een probioticum is geen uniforme werkzame stof. Effecten zijn stamgebonden en hangen af van dosering, leeftijd, verwekker en onderzoeksopzet.
Grote, degelijk opgezette onderzoeken bij kinderen hebben voor sommige veelgebruikte preparaten geen klinisch betekenisvolle verkorting van gastro-enteritis gevonden. De wetenschappelijke lijn is derhalve verschoven van algemene verwachtingen naar striktere beoordeling per specifieke stam.
Een korte geschiedenis van maag-darminfecties
John Snow en cholera
In 1854 onderzocht de Engelse arts John Snow een cholera-uitbraak in de Londense wijk Soho. Hij bracht de woonadressen van zieken in kaart en zag een concentratie rond de waterpomp aan Broad Street.
Snow vermoedde dat cholera via besmet water werd verspreid, in een tijd waarin de miasmatheorie nog invloedrijk was. Volgens die theorie veroorzaakte kwalijke lucht ziekte. De verwijdering van de pomphendel werd later een icoon van de epidemiologie, ofschoon de uitbraak toen reeds begon af te nemen.
Zijn betekenis lag vooral in de methode: gevallen lokaliseren, blootstelling vergelijken en een toetsbare besmettingsroute formuleren.
Filippo Pacini en Vibrio cholerae
De Italiaanse anatoom Filippo Pacini beschreef in 1854 komma-vormige micro-organismen in de darm van mensen die aan cholera waren overleden. Hij herkende hun betekenis, maar zijn werk kreeg aanvankelijk weinig aandacht.
Robert Koch isoleerde de cholerabacterie tijdens onderzoek in Egypte en India in de jaren 1880. Zijn werk leverde krachtig bewijs voor de bacteriële oorzaak en maakte de ziekteverwekker internationaal bekend.
Ignaz Semmelweis en handhygiëne
Ignaz Semmelweis werkte niet primair aan darminfecties, maar zijn onderzoek naar kraamvrouwenkoorts toonde reeds in de negentiende eeuw hoe handen ziekteverwekkend materiaal kunnen overbrengen. Handreiniging met een chlooroplossing liet de sterfte op zijn afdeling scherp dalen.
Zijn bevindingen werden in zijn tijd niet breed aanvaard. Thans lijkt handen wassen vanzelfsprekend, doch die vanzelfsprekendheid is met veel strijd verworven.
Theodor Escherich
De Duitse kinderarts Theodor Escherich beschreef in 1885 een bacterie uit de ontlasting van zuigelingen die later naar hem werd genoemd: Escherichia coli. De meeste E. coli-stammen zijn normale darmbewoners. Bepaalde varianten hebben echter eigenschappen verworven waarmee zij diarree, urineweginfecties, sepsis of andere ziekten veroorzaken.
Shiga en dysenterie
De Japanse arts Kiyoshi Shiga identificeerde in 1897 de bacterie achter een ernstige dysenterie-epidemie. Shigella dysenteriae en het door sommige stammen geproduceerde shigatoxine dragen zijn naam.
Later bleek dat bepaalde E. coli-bacteriën een nauw verwant toxine kunnen maken. Daarmee ontstond de verbinding tussen klassieke dysenterie en het moderne begrip STEC.
Van zout-suikeroplossing naar ORS
In de twintigste eeuw werd duidelijk dat de opname van glucose en natrium in de darm gekoppeld verloopt. Deze fysiologische ontdekking maakte doelmatige orale rehydratie mogelijk.
Tijdens cholera-uitbraken werd aangetoond dat patiënten, ondanks enorme diarreeverliezen, via de mond water en zouten konden opnemen wanneer de verhouding juist was. ORS heeft sindsdien miljoenen levens gered. De oplossing is eenvoudig, maar de wetenschap erachter is geenszins simpel.
De ontdekking van het norovirus
In 1968 vond in Norwalk in de Amerikaanse staat Ohio een uitbraak van gastro-enteritis plaats op een school. Met elektronenmicroscopie werd later een virusachtig deeltje aangetoond in materiaal van patiënten.
Het Norwalk-virus werd uiteindelijk de naamgever van het geslacht norovirus. Moderne moleculaire technieken hebben sindsdien laten zien hoe groot de genetische variatie is en waarom herinfecties zo gemakkelijk voorkomen.
Maag-darminfecties en volksgezondheid
Maag-darminfecties zijn meer dan individuele ziektegevallen. Zij verbinden menselijke gezondheid met voedselproductie, diergezondheid, waterkwaliteit, klimaat, internationale handel en antimicrobiële resistentie.
Deze samenhang wordt vaak aangeduid als One Health. Daarmee wordt bedoeld dat gezondheid van mensen, dieren en ecosystemen niet los van elkaar kan worden begrepen.
In de Europese Unie behoren Campylobacter en Salmonella tot de belangrijkste gemelde zoönosen, dat zijn infecties die tussen dieren en mensen kunnen worden overgedragen. Bij voedselgerelateerde uitbraken spelen ook norovirus en andere verwekkers een grote rol. 20European Centre for Disease Prevention and Control & European Food Safety Authority. (2025). The European Union One Health 2024 Zoonoses Report. https://www.ecdc.europa.eu/en/publications-data/european-union-one-health-2024-zoonoses-report
Surveillance, oftewel systematische bewaking van ziektegevallen en verwekkers, helpt uitbraken te herkennen. Laboratoria, artsen, GGD’en, het RIVM en de NVWA combineren daarvoor medische, microbiologische en voedselgerelateerde gegevens.
Niet iedere patiënt wordt getest en lang niet iedere uitbraak wordt herkend. Geregistreerde aantallen vormen derhalve het zichtbare deel van een veel grotere werkelijkheid.
Veelgestelde vragen
Is buikgriep hetzelfde als influenza?
Nee. Buikgriep is een informele naam voor gastro-enteritis. Influenza is een luchtweginfectie door het influenzavirus. Influenza kan bij kinderen soms braken of diarree veroorzaken, maar is geen typische darminfectie.
Hoe lang ben je besmettelijk?
Dat verschilt per ziekteverwekker. Vaak ben je tijdens de klachten het meest besmettelijk. Sommige virussen en bacteriën worden nog dagen of langer na herstel uitgescheiden.
Houd daarom ook na het verdwijnen van diarree en braken de handhygiëne zorgvuldig vol. Bij werk in zorg, kinderopvang of voedselbereiding kunnen strengere regels gelden.
Helpt cola met zout?
Cola bevat veel suiker en weinig geschikt samengestelde elektrolyten. Zout toevoegen levert geen betrouwbare ORS op. Het drankje kan bij milde klachten soms worden verdragen, maar is geen goede behandeling voor uitdroging.
Moet je melk vermijden?
Niet standaard. Veel mensen verdragen yoghurt of kleine hoeveelheden melk goed. Na beschadiging van de dunne darm kan tijdelijk lactose-intolerantie ontstaan. Wanneer melk duidelijk extra krampen en diarree geeft, kun je de hoeveelheid tijdelijk verminderen.
Is diarree een manier waarop het lichaam de infectie opruimt?
Diarree kan ziekteverwekkers en toxinen helpen afvoeren, maar is tevens het gevolg van ontsteking, beschadigde opname en actieve vochtafscheiding. Het is derhalve te eenvoudig om iedere diarree als nuttige schoonmaakreactie te zien.
Kun je zonder diarree toch een maag-darminfectie hebben?
Ja. Vooral in het begin kan braken overheersen. Sommige voedselvergiftigingen veroorzaken hoofdzakelijk misselijkheid en braken. Bij bepaalde infecties blijven de klachten mild of ontbreekt diarree geheel.
Wanneer is de ontlasting weer normaal?
Na een virale infectie kan de ontlasting nog enkele dagen zachter of onregelmatig blijven. Volledig herstel van eetlust, energie en darmritme duurt soms één tot twee weken.
Blijvende diarree, bloedverlies, gewichtsverlies of nachtelijke klachten passen niet bij een eenvoudig herstel en vragen beoordeling.
De kern ligt bij het verloop
Een maag-darminfectie is zelden ingewikkeld zolang je voldoende drinkt, blijft plassen en de klachten duidelijk afnemen. Het beeld verandert wanneer bloed verschijnt, de urineproductie terugloopt, koorts hoog blijft of buikpijn steeds lokaler en heviger wordt.
De naam van de verwekker is dan niet het eerste wat telt. Eerst moet duidelijk zijn of je bloedsomloop, nieren en algemene toestand stabiel zijn. Pas daarna volgt de fijnere diagnostiek.
Nuchter omgaan met gastro-enteritis betekent daarom twee dingen tegelijk. Je hoeft bij iedere waterdunne ontlasting geen laboratoriumonderzoek of antibioticum te verlangen. Doch je moet evenmin blijven spreken van “een buikgriepje” wanneer het lichaam duidelijke alarmsignalen afgeeft. Juist dat onderscheid maakt het verschil tussen verstandig afwachten en tijdig handelen.
Lees verder over maag-darminfecties
Deze selectie sluit aan bij de landingspagina over maag-darminfecties. Je vindt hier afzonderlijke artikelen over virale, bacteriële, parasitaire en schimmelinfecties van het maag-darmkanaal, maar ook over diarree, braken, uitdroging, ORS en praktische zelfzorg tijdens het herstel. Voor het bredere verband is er tevens de special over infectieziekten.
Disclaimer, bronnen en reacties
Deze pagina is bedoeld als algemene publieksinformatie over maag-darminfecties. De tekst vervangt geen diagnose, medisch onderzoek of persoonlijk behandeladvies van een arts. Diarree, braken, buikpijn en koorts kunnen het gevolg zijn van een infectie, maar ook bij andere aandoeningen voorkomen. Neem contact op met de huisarts of huisartsenpost bij bloed in de ontlasting, aanhoudend braken, hevige buikpijn, sufheid, nauwelijks plassen, ernstige uitdroging of snelle achteruitgang. Bij baby’s, kwetsbare ouderen, zwangeren en mensen met een verminderde afweer is eerder medische beoordeling aangewezen.
- Bruijnesteijn van Coppenraet, L. E. S., Wallinga, J. A., Ruijs, G. J. H. M., Bruins, M. J., Verweij, J. J., van Vliet, J. A. H., & Mulder, B. (2009). Parasitological diagnosis combining an internally controlled real-time PCR assay for the detection of four protozoa in stool samples with a testing algorithm for microscopy. Clinical Microbiology and Infection, 15(9), 869–874. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Parasitological+diagnosis+combining+an+internally+controlled+real-time+PCR
- Brown, K. H., Gastanaduy, A. S., Saavedra, J. M., Lembcke, J., Rivas, D., Robertson, A. D., Yolken, R., & Sack, R. B. (1988). Effect of continued oral feeding on clinical and nutritional outcomes of acute diarrhea in children. The Journal of Pediatrics, 112(2), 191–200. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Effect+of+continued+oral+feeding+on+clinical+and+nutritional+outcomes+of+acute+diarrhea+in+children
- De Boer, R. F., Ott, A., Kesztyüs, B., & Kooistra-Smid, A. M. D. (2010). Improved detection of five major gastrointestinal pathogens by use of a molecular screening approach. Journal of Clinical Microbiology, 48(11), 4140–4146. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Improved+detection+of+five+major+gastrointestinal+pathogens+by+use+of+a+molecular+screening+approach
- European Centre for Disease Prevention and Control, & European Food Safety Authority. (2025). The European Union One Health 2024 zoonoses report. https://www.ecdc.europa.eu/en/publications-data/european-union-one-health-2024-zoonoses-report
- Federatie Medisch Specialisten. (2023). Orale rehydratievloeistof bij dehydratie bij kinderen. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/dehydratie_bij_kinderen/orale_rehydratievloeistof.html
- Federatie Medisch Specialisten. (2019). Indicaties voor parasitologisch onderzoek. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/lab-diagnostiek_van_intestinale_parasieten/indicaties_voor_parasitologisch_onderzoek.html
- Guarino, A., Ashkenazi, S., Gendrel, D., Lo Vecchio, A., Shamir, R., & Szajewska, H. (2014). European Society for Pediatric Gastroenterology, Hepatology, and Nutrition/European Society for Pediatric Infectious Diseases evidence-based guidelines for the management of acute gastroenteritis in children in Europe. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition, 59(1), 132–152. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24739189/
- Infectious Diseases Society of America. (2018). Clinical practice guidelines for Clostridium difficile infection in adults and children. https://www.idsociety.org/practice-guideline/clostridium-difficile/
- Nederlands Huisartsen Genootschap. (2025). NHG-Standaard Gastro-enteritis. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/gastro-enteritis
- Nederlands Huisartsen Genootschap. (z.d.). Anti-emetica bij misselijkheid en braken door gastro-enteritis bij volwassenen. https://richtlijnen.nhg.org/lacunes/anti-emetica-bij-misselijkheid-en-braken-door-gastro-enteritis-bij-volwassenen
-
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. (2023).
Dehydratie bij kinderen.
Dehydratie bij kinderen
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Campylobacteriose: LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/campylobacteriose
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Norovirus: LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/norovirus
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Rotavirus. https://www.rivm.nl/rotavirus
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2024). Salmonellose: LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/salmonellose
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2025). Shigatoxineproducerende E. coli-infectie: LCI-richtlijn. https://lci.rivm.nl/richtlijnen/stec
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2026). Shigellose. https://www.rivm.nl/shigellose
- Shane, A. L., Mody, R. K., Crump, J. A., Tarr, P. I., Steiner, T. S., Kotloff, K., Langley, J. M., Wanke, C., Warren, C. A., Cheng, A. C., Cantey, J., & Pickering, L. K. (2017). 2017 Infectious Diseases Society of America clinical practice guidelines for the diagnosis and management of infectious diarrhea. Clinical Infectious Diseases, 65(12), e45–e80. https://www.idsociety.org/practice-guideline/infectious-diarrhea/
- World Health Organization. (2024). Diarrhoeal disease. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/diarrhoeal-disease
Heb je zelf een maag-darminfectie, voedselinfectie, reizigersdiarree of langdurige darmklachten na een infectie doorgemaakt? Je ervaringen zijn welkom, bijvoorbeeld over het verloop, uitdroging, het gebruik van ORS, onderzoek of herstel. Beschrijf bij voorkeur niet alleen wat je hebt gebruikt, maar ook of de diagnose door een arts is gesteld en hoelang de klachten duurden. Plaats geen herleidbare persoonsgegevens of medische gegevens van anderen. Reacties worden vooraf gecontroleerd op spam, gevaarlijke gezondheidsadviezen en onbewezen claims. Daardoor kan plaatsing enige tijd duren.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Een keelabces, ook wel peritonsillair abces genoemd, is een pusophoping naast of achter de keelamandel, meestal na een…
Lees het artikel
Amandelkanker of tonsilkanker is een van de meest voorkomende kankers die in de mond en keel voorkomen. Het…
Lees het artikel
Een aandoening is een verstoring van een orgaan, lichaamsfunctie of psychisch proces, tijdelijk of blijvend. De gevolgen lopen…
Lees het artikel