Laatst bijgewerkt op 19 september 2026 door M.G. Sulman
Jezus krijgt in de Koran opvallend hoge titels aangemeten. Hij heet de Messias, een boodschapper van Allah en zelfs een woord van Hem. Lees je daarna door, dan wordt de afstand tot het Nieuwe Testament al snel zichtbaar. Zijn eeuwige zoonschap wordt afgewezen. Ook zou Hij niet aan het kruis zijn gestorven. Volgens het christelijk geloof ligt daar juist de kern van de zaak: God de Zoon werd mens, droeg de zonde, stierf aan het kruis en stond lichamelijk op.1Bijbel, Johannes 1:1-18; Romeinen 3:21-26; 1 Korinthe 15:3-8; Koran, soera 4:157-158 en 4:171. Het verschil zit derhalve veel dieper dan in de manier waarop het geloof wordt beoefend. Islam en christelijk geloof gebruiken woorden als God, Abraham, Jezus, oordeel en barmhartigheid. De inhoud kan ondertussen sterk verschillen. Dat merken mensen soms pas wanneer zij de bronnen zelf gaan lezen of raadplegen. De Somalische Aweis, zoon van een islamitische geestelijke, zei over zijn eigen zoektocht: “Hoe meer ik de islam bestudeerde, hoe meer vragen ik kreeg.”2Open Doors Nederland, “Het verhaal van Aweis uit Somalië”. Binnen de rubriek Geloof vind je op deze pagina het overzicht en verwijzingen naar afzonderlijke onderwerpen. De bredere Bijbelse lijn staat bij christelijk geloof.
Wat houdt de islam in?
De islam ontstond in de zevende eeuw in Arabië rond de prediking van Mohammed. Volgens de islam ontving Mohammed boodschappen van Allah die in de Koran zijn overgeleverd. Hij geldt in de islam als de laatste profeet. Soera 33:40 noemt hem de boodschapper van Allah en het „zegel der profeten” (Arabisch خاتم النبيين Khatim-an-Nabiyyin).3Koran, soera 33:40. Mohammed sprak volgens de islam namens God. De vraag is hoe hij dat wist.
Overgave aan Allah
Het woord islam heeft te maken met overgave of onderwerping aan Allah. Bekend zijn de vijf zuilen. De eerste is de geloofsbelijdenis dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed zijn boodschapper is. Verder zijn er het voorgeschreven gebed, de zakat, het vasten tijdens de ramadan en de bedevaart naar Mekka voor wie daartoe in staat is. Sahih al-Bukhari zegt dat de islam “is based on five” (op vijf [zuilen] is gebouwd).4Al-Bukhari, Sahih al-Bukhari, overlevering 8.
Naast de koran zijn de hadith van groot belang. Het gaat daarbij om overleveringen over woorden en handelingen van Mohammed. Daaruit wordt veel van de soenna gekend: zijn voorbeeld voor het leven van moslims. Tal van regels over gebed, omgangsvormen, huwelijk, reinheid en dagelijks leven worden mede uit deze overleveringen afgeleid. Soennieten en sjiieten gebruiken overigens verschillende verzamelingen. Ook de beoordeling van afzonderlijke overleveringen verschilt tussen beide stromingen. Binnen de soennitische traditie bestaan bovendien gradaties van betrouwbaarheid.
Daarom zegt de persoonlijke mening van één moslim weinig over de leer van de islam als geheel. Een Nederlandse moslim kan iets anders zeggen dan een imam in Egypte of een islamitische jurist uit de Middeleeuwen (dat verschil kom je in de praktijk voortdurend tegen). Wie wil weten wat de klassieke islam leert, moet terug naar de Koran, de hadith en de uitlegtraditie die daaruit is voortgekomen.
De eerste openbaring
Volgens Sahih al-Bukhari (de meest toonaangevende en betrouwbare verzameling van Hadith, oftewel de overleveringen van de profeet Mohammed) trok Mohammed zich geregeld terug in de grot Hira. Daar verscheen een engel en droeg hem op te lezen. Mohammed antwoordde dat hij niet kon lezen. De verschijning greep hem vast en drukte hem zo hard samen dat hij het nauwelijks kon verdragen. Dat gebeurde opnieuw. Daarna nog een keer.5Al-Bukhari, Sahih al-Bukhari, overlevering 3 en 4953. Vervolgens hoorde Mohammed de woorden die volgens de islamitische traditie het begin van soera 96 vormen.
“Lees voor! In de naam van jouw Heer die heeft geschapen. Hij heeft de mens geschapen uit een bloedklonter. Lees voor! En jouw Heer is de meest edelmoedige, die onderwezen heeft met de pen. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.”
— Koran, soera 96:1-56Koran, soera 96:1-5.
Mohammed ging geschrokken naar huis, zijn hart bonsde en hij zei tegen Khadija: “Cover me! Cover me!” (Bedek mij! Bedek mij!).7Al-Bukhari, Sahih al-Bukhari, overlevering 3. Nadat hij enigszins tot rust was gekomen, vertelde hij wat er was gebeurd. “I fear that something may happen to me” (Ik vrees dat mij iets zal overkomen), zei hij.8Al-Bukhari, Sahih al-Bukhari, overlevering 3. Khadija stelde hem gerust. Zij wees op zijn goede karakter en bracht hem daarna naar haar verwant Waraqa ibn Nawfal. Waraqa kende volgens de overlevering de eerdere Schriften. Mohammed vertelde hem wat hij had gezien en meegemaakt. Waraqa zei daarop dat dit de Namus was die ook tot Mozes gekomen was.9Al-Bukhari, Sahih al-Bukhari, overlevering 3. Met de Namus (vaak vertaald als de wet, de goddelijke geheimdrager of de brenger van openbaringen) doelde Waraqa op de aartsengel Gabriël (Jibril).
Dichter of bezeten?
De oude biografische traditie die via Ibn Ishaq is overgeleverd, gaat nog verder. Daar wordt Mohammeds angst scherper beschreven. Hij zou hebben gevreesd dat hij een dichter of een bezeten man was. In de Engelse vertaling van Alfred Guillaume staat: “Woe is me poet or possessed” (Wee mij, dichter of bezeten).10Ibn Ishaq, Sirat Rasul Allah, overgeleverd in de redactie van Ibn Hisham; Alfred Guillaume, The Life of Muhammad, Oxford University Press, 1955, p. 106. Ibn Ishaq schreef zijn biografie later en zijn werk is via verdere overlevering en redactie tot ons gekomen.
De beschuldiging dat de profeet Mohammed bezeten zou zijn (door djinn of boze geesten) was een veelvoorkomend verwijt van zijn Mekkaanse tegenstanders toen hij zijn openbaringen begon te verkondigen. Zij probeerden zijn boodschap hiermee te discrediteren en hem weg te zetten als een waarzegger (kāhin) of een bezeten dichter (mājnun). De Sira en Hadith gaan uitgebreid op dit thema in. Ook de Koran reageert op de beschuldiging dat Mohammed majnun was. Soera 68:2 zegt dat hij door de gunst van zijn Heer geen majnun is.11Koran, soera 68:2. Soera 81:22 zegt: “En jullie metgezel is niet bezeten.”12Koran, soera 81:22. Het Arabische woord kan worden vertaald als krankzinnig, bezeten of door een geest getroffen.
Een privéopenbaring bewijst zichzelf niet
Dit probleem kom je ook bij andere religies tegen. Joseph Smith, de grondlegger van het mormonisme, vertelde dat hij als jongen een visioen had waarin God de Vader en Jezus Christus aan hem verschenen. Volgens zijn latere relaas gebeurde dit toen hij ongeveer veertien jaar oud was en alleen aan het bidden was. De gebeurtenis die later bekend werd als de First Vision had dus geen andere ooggetuigen. De oudste bewaard gebleven beschrijving ervan dateert uit 1832, ongeveer twaalf jaar na het tijdstip waarop Smith het visioen plaatste. Er bestaan meerdere versies die tijdens zijn leven door hemzelf of onder zijn leiding zijn vastgelegd.13Joseph Smith Papers, “Accounts of Joseph Smith’s First Vision”; The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, “Joseph Smith’s First Vision Accounts”.
Joseph Smith beweerde dus dat God tot hem sprak. Zijn volgelingen kunnen vervolgens verwijzen naar openbaringen die via Smith zijn gekomen, maar daarmee wordt zijn eerste aanspraak nog niet onafhankelijk bewezen. Dezelfde moeilijkheid ontstaat wanneer Mohammeds profetische gezag uiteindelijk wordt onderbouwd met een Koran die juist via Mohammed is ontvangen. Zo’n redenering heeft al snel iets van een “trust me bro”-religie: geloof mij nou maar dat ik een openbaring heb ontvangen en aanvaard vervolgens de openbaring als bewijs dat ik inderdaad door God ben gezonden. De overeenkomst tussen het mormonisme en de islam zit in de manier waarop religieus gezag wordt geclaimd (en juist daar moet je kritisch kijken). Een persoonlijke openbaring kan voor degene die haar meemaakt zeer overtuigend zijn, maar de ervaring bewijst alleen zichzelf.
Iedereen kan zich op een visioen of nieuwe openbaring beroepen. Dat zegt op zichzelf niets. Paulus schrijft in Galaten 1:8 zelfs: “Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”14Galaten 1:8. De toets ligt dus buiten de nieuwe openbaringsclaim zelf. Een (vermeende) profeet kan niet eenvoudigweg zeggen: God heeft mij gezonden, dus mijn woorden bewijzen dat God mij heeft gezonden. Zijn boodschap moet worden getoetst aan hetgeen God reeds heeft geopenbaard. En de boodschap van Mohammed wijkt (in grote mate) af van het apostolische evangelie over Christus.
De inhoud van de boodschap
De Koran spreekt veel over Jezus. Hij wordt Messias genoemd en krijgt een bijzondere plaats. Tegelijk wijkt de Koran op wezenlijke punten (radicaal) af van het Nieuwe Testament. Soera 4:157 spreekt over de kruisiging op een manier die haaks staat op het apostolische getuigenis.15Koran, soera 4:157. De goddelijke Zoon wordt afgewezen. De christelijke leer van verzoening krijgt eveneens geen plaats zoals zij in het Nieuwe Testament wordt verkondigd. Paulus schrijft eenvoudig: “Christus is gestorven voor onze zonden.”161 Korinthe 15:3. Johannes spreekt over de Zoon als “de waarachtige God en het eeuwige leven”.171 Johannes 5:20. Dit betreft de identiteit van Christus en om het evangelie zelf.
Moslims antwoorden hier vaak op dat de eerdere openbaring volgens hen niet betrouwbaar is overgeleverd en daarom door de Koran moet worden gecorrigeerd. Dan komt meteen de vraag op waarom een tekst uit de zevende eeuw gezag zou hebben om het evangelie te herzien dat eeuwen eerder door de apostelen werd verkondigd en op schrift stond. Alleen zeggen dat de Koran dit gezag heeft, lost dat niet op. Dat gezag staat juist ter discussie. de hamvraag is dan ook: Had Mohammed werkelijk goddelijk gezag om eerdere openbaring te corrigeren? Voor een christen ligt de toets bij Christus en het apostolische getuigenis. Mohammeds boodschap wordt daaraan gemeten.
De Koran spreekt zelf met gezag over de eerdere openbaringen en roept Joden en christenen op zich te houden aan wat hun gegeven is; zo zegt soera 5:47 dat de mensen van het Evangelie (Indjil) moeten oordelen naar wat Allah daarin heeft geopenbaard, en soera 3:3 noemt Thora en Evangelie eerdere openbaringen van God. Tegelijkertijd botst de Koran op beslissende punten met datzelfde evangelie, bijvoorbeeld over de kruisiging van Christus. Op dat punt ontstaat het zogeheten islamitische dilemma: zijn de eerdere Schriften betrouwbaar, dan spreekt de Koran ze tegen; zijn ze vóór Mohammed reeds zo veranderd dat ze niet meer te vertrouwen waren, dan is het niet te verklaren waarom de Koran zijn tijdgenoten juist naar die Schriften verwijst en hen opdraagt ernaar te oordelen. Het beroep op latere corruptie lost dat probleem dus niet op.
N.B.: De claim dat de Bijbeltekst is vervalst of gecorrumpeerd, werd in de 11e eeuw systematisch op de kaart gezet door de moslimgeleerde Ibn Hazm van Córdoba. Hij lanceerde deze theorie omdat moslimgeleerden bij het bestuderen van de Bijbel ontdekten dat deze de Koran op cruciale punten (zoals de kruisiging en de Drie-eenheid) radicaal tegensprak. Teneinde de goddelijke status van de Koran te beschermen, was de enige logische theologische uitweg te claimen dat christenen en Joden hun eigen Schriften door de eeuwen heen hadden veranderd.
Wie is Jezus volgens de Bijbel en de Koran?
Messias
Soera 4:171 noemt Jezus de Messias, een boodschapper van Allah en Zijn woord aan Maria. In dezelfde passage klinkt een waarschuwing tegen spreken over goddelijk zoonschap en over “drie” (salāsa in het Arabisch), hetgeen verwijst naar de christelijke Drie-eenheid (de Vader, de Zoon en de Heilige Geest). Jezus krijgt dus (schijnbaar) hoge titels, terwijl hun betekenis tegelijk wordt begrensd en dus veranderd.18Koran, soera 4:171. Johannes begint elders: “In den beginne was het Woord.” Dat Woord was bij God en was God. Alles is door Hem gemaakt. Vervolgens wordt het Woord vlees. Jezus staat in Johannes aan de zijde van de Schepper en betreedt daarna Zelf de geschapen wereld.19Bijbel, Johannes 1:1-18. In Marcus vergeeft Jezus zonden, treedt Hij op met een gezag dat Zijn toehoorders met God verbinden en noemt Hij Zijn leven een losprijs voor velen. Zie ook Jezus als volledig mens en volledig God in het Evangelie volgens Marcus.20Bijbel, Marcus 2:1-12 en 10:45.
Wie de Koran naast dit materiaal legt (en juist daar wordt het spannend), krijgt twee heel verschillende Jezusbeelden voor zich, zoals in odnerstaande tabel goed is te zien:
| Onderwerp | Nieuwe Testament | Koran |
|---|---|---|
| Wie is Jezus? | Johannes noemt Hem het Woord dat bij God was en God was, en vervolgens vlees werd. Thomas zegt tegen de opgestane Jezus: „Mijn Heere en mijn God” (Joh. 1:1, 14; 20:28). | Jezus, Isa ibn Maryam, heet Messias en boodschapper van Allah. Soera 4:171 waarschuwt tegelijk om over hem niet verder te gaan dan dat. |
| Zoon van God | „Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”, belijdt Petrus (Matt. 16:16). De titel loopt door heel het Nieuwe Testament heen. | Dat Allah een zoon zou hebben, wijst de Koran af. Soera 19:35 formuleert dat zonder omhaal. |
| Kruisiging | Hier staat een historisch gebeuren centraal: Jezus wordt gekruisigd en sterft. Paulus geeft die dood meteen een betekenis: Christus stierf „voor onze zonden” (1 Kor. 15:3). | Soera 4:157 spreekt dit punt tegen. Daar staat dat zij Jezus niet hebben gedood en niet hebben gekruisigd, maar dat het hun zo voorkwam. |
| Opstanding | De evangeliën eindigen niet bij het graf. Jezus verschijnt aan zijn leerlingen, en Paulus noemt vervolgens een reeks getuigen die Hem levend hebben gezien (Luk. 24; 1 Kor. 15:4-8). | Een vergelijkbaar relaas ontbreekt. De lijn van kruis, graf en lichamelijke opstanding die het Nieuwe Testament beheerst, krijgt in de Koran geen plaats. |
| Vergeving | In Markus 2 vergeeft Jezus zelf de zonden van een verlamde. De aanwezige schriftgeleerden begrijpen precies wat daar op het spel staat: „Wie kan de zonden vergeven dan alleen God?” (Mark. 2:7). | Vergeving wordt van Allah verwacht. Jezus verschijnt als profeet en gezant; zijn dood krijgt geen functie als verzoenend offer. |
| Aanbidding | Mensen vallen voor Jezus neer en Hij aanvaardt die eer. Openbaring 5 gaat nog verder: het Lam ontvangt lof en aanbidding samen met Hem die op de troon zit. | De Koran bewaakt juist hier scherp de grens. Jezus mag niet als God worden vereerd; aanbidding komt Allah toe (soera 5:72-75). |
| Redding | In de apostolische prediking horen Jezus’ persoon en zijn verlossingswerk bijeen. Zijn dood, opstanding, vergeving en rechtvaardiging kunnen nauwelijks van elkaar worden losgemaakt (Rom. 3:24-26; 1 Kor. 15:17). | Jezus heeft een bijzondere plaats, maar het heil wordt niet opgebouwd rond zijn kruisiging en opstanding. Daarmee verschuift ook de betekenis van zijn persoon. |
| Laatste gezag | Hebreeën 1:1-3 zegt dat God uiteindelijk heeft gesproken door de Zoon. Jezus zegt na zijn opstanding dat Hem alle macht in hemel en op aarde is gegeven (Matt. 28:18). | Mohammed treedt later op als boodschapper van Allah. Soera 33:40 noemt hem „het zegel der profeten”. Daarmee krijgt zijn verkondiging binnen de islam beslissend gezag. |
Samuel Zwemer (1867–1952), zendeling en bekend als de „apostel van de islam”, werkte tientallen jaren onder moslims. Hij schreef over de plaats die de Koran aan Christus geeft dat hij dat doet “by displacing Him” (“door Hem van Zijn eigen plaats te verdringen”).21Samuel M. Zwemer, The Moslem Christ; passage herdrukt door het Zwemer Center for Muslim Studies. Zwemer legt de vinger op de zere plek. De weergave van Jezus in Johannes 1 en Hebreeën 1 is diametraal tegengesteld met de islamitische godsleer (tawhid). De islam erkent Jezus (Isa) weliswaar als de Messias (al-Masih), maar de betekenis die aan deze titel wordt gegeven verschilt fundamenteel tussen het christendom en de islam.
Geliefde dochter van God
Binnen de islam werkt de vraag wie Jezus is, door in bredere vragen over de waarde van de mens en de verhouding tot God. De plaats van de vrouw kotm daarbij ook om de hoek kijken. Rania, een Egyptische vrouw die als moslim werd geboren, beschreef haar vroegere en nieuwe leven met een eenvoudige zin: „Ik had niet het gevoel dat ik van waarde was. (…) God Zelf vertelde me dat ik van waarde ben, dat ik Zijn geliefde dochter ben!”22Open Doors Nederland, „Het verhaal van Rania”; naam volgens de bron gewijzigd. In het Nieuwe Testament krijgen vrouwen een plaats die niet vanzelf sprak. Jezus spreekt hen rechtstreeks aan en neemt hun vragen serieus. Het feit dat nota bene vrouwen tot de eerste getuigen van zijn opstanding behoren, kan diep ingrijpen op iemand als Rania.Haar uitspraak dat zij zich vroeger „niet van waarde” voelde, krijgt dan een andere achtergrond: in Christus ontmoet zij geen verre religieuze figuur, maar Iemand die mensen werkelijk ziet.
Ook het godsbeeld speelt mee. De islam belijdt Allah als de verheven Schepper. De Koran spreekt op sommige plaatsen ook over zijn nabijheid, maar de gedachte dat God zelf mens wordt, ontbreekt geheel. Evenmin kent de islam de verhouding tot God als Vader door de Zoon. Vanuit christelijk oogpunt blijft daar dus een afstand bestaan die in het evangelie juist wordt doorbroken wanneer „het Woord vlees geworden is”. Voor Rania raakt dat rechtstreeks aan haar eigen waarde. Als Christus haar kent, haar roept en voor haar sterft, staat haar waarde niet meer los van wie Hij is. Voor Rania betekent dit dat zij niet langer een verre God op afstand hoeft te dienen, maar dat de Vader haar in Christus werkelijk heeft gezien, aangenomen en liefgehad als Zijn eigen kind (vergelijkbaar met Galaten 4:5-7 en 1 Johannes 3:1).
Het kruis kan er niet uit
In Soera 4:157-158 staat dat de tegenstanders van Jezus Hem niet hebben gedood of gekruisigd, maar dat dit hun slechts zo leek. De gangbare islamitische uitleg ziet hierin een ontkenning van Jezus’ werkelijke kruisiging. Soera 4:157 gebruikt alleen de passieve, ietwat mysterieuze zin “het werd hun zo voorgesteld” (shubbiha lahum) en geeft verder geen details over hoe dat dan gebeurde. In latere uitleg kwamen verhalen op over iemand die Zijn plaats zou hebben ingenomen. De Koran noemt die persoon nergens.23Koran, soera 4:157-158; zie tevens de klassieke islamitische uitlegtraditie bij deze verzen. De specifieke verhalen over een persoonswissel zijn pas later ontstaan in de tafsir (de koranexegese en commentaren) door vroege islamitische geleerden.
In het Nieuwe Testament behoort het kruis tot het hart van de verkondiging. Paulus schrijft in 1 Korinthe 15:3-8 dat Christus voor onze zonden stierf, werd begraven en werd opgewekt. Daarna noemt hij de mensen aan wie de opgestane Christus verscheen. Een paar verzen later trekt Paulus de lijn door: als Christus niet is opgewekt, is het geloof vergeefs en verkeert de mens nog in zijn zonden. Zonder het kruis is het christelijk geloof het christelijk geloof niet meer. Samuel Zwemer noemde het kruis “the very heart of our message and our mission” (“het eigenlijke hart van onze boodschap en onze zending”).24Samuel M. Zwemer, The Glory of the Cross, voorwoord; herdrukt door het Zwemer Center for Muslim Studies. De evangeliën vertellen uitvoerig over Jezus’ kruisiging. Handelingen verkondigt Jezus als de gekruisigde en opgewekte Christus. Paulus schrijft reeds vroeg over Zijn dood aan het kruis en noemt die dood in 1 Korinthe 15 onderdeel van de overlevering die hij zelf had ontvangen.
Ook buiten de christelijke geloofsovertuiging geldt Jezus’ kruisiging onder historici als een van de stevigst vaststaande gegevens uit Zijn leven. Bart Ehrman, die zelf geen orthodox-christelijke uitleg van Jezus verdedigt en dan drukken we ons nog mild uit, schrijft: “The crucifixion of Jesus by the Romans is one of the most secure facts we have about his life” (“De kruisiging van Jezus door de Romeinen is een van de zekerste feiten die wij over Zijn leven hebben”).25Bart D. Ehrman, “Why Was Jesus Killed?”, The Bart Ehrman Blog, 16 oktober 2012. Dat staat in schril contrast met wat er in Soera 4:157 staat. De kruisiging staat al in de vroegste christelijke bronnen. Zij hoort bij de verkondiging die lang vóór de islam werd doorgegeven. Eeuwen later verschijnt de Koran en zegt dat Jezus niet werd gekruisigd. Voor zo’n historische correctie mag je een goed onderbouwde historische reden verwachten. Soera 4 geeft die in het geheel niet.
De lijn begint bovendien vóór het Nieuwe Testament. Jesaja 53 spreekt over de Knecht die de ongerechtigheid van anderen draagt en om hun overtredingen wordt verwond. In Handelingen 8 leest de Ethiopische kamerling juist deze passage, waarna Filippus hem vanuit dit Schriftgedeelte Jezus verkondigt. Zie Jesaja 53 en de Messias.
Een veelgebruikt islamitisch argument rond Jona en Jezus bespreken we afzonderlijk bij Zakir Naik, Jona en de kruisiging.
Tawhid en de Drie-eenheid
De islamitische leer van Gods eenheid heet tawhid. Soera 112 zegt dat Allah één is, niet verwekt en niet verwekt is en dat niets met Hem vergelijkbaar is.26Koran, soera 112:1-4. De Bijbel belijdt eveneens één God. Deuteronomium 6:4 blijft voluit staan. Die ene God openbaart Zich in het Nieuwe Testament als Vader, Zoon en Heilige Geest. Bij Jezus’ doop spreekt de Vader, de Zoon staat in het water en de Geest daalt neer. In Mattheüs 28 wordt gedoopt in de ene Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.27Bijbel, Deuteronomium 6:4; Mattheüs 3:16-17 en 28:19; Johannes 1:1; Handelingen 5:3-4. De Nederlandse Geloofsbelijdenis verwoordt het in artikel 8: één enig God, één wezen, drie Personen.
Een deel van de islamitische polemiek loopt hier pal langs de christelijke leer heen. De kerk belijdt geen drie goden. Evenmin leert zij een lichamelijke verhouding tussen God en Maria waaruit Jezus zou zijn voortgekomen. Het woord Zoon spreekt over de eeuwige verhouding tussen Vader en Zoon. Timothy Tennent, Amerikaanse theoloog en methodistisch missioloog, maakt de volgende rake opmerking: “the Qur’an doesn’t really ever understand what Christians actually teach about the Trinity” (“de Koran begrijpt eigenlijk nergens werkelijk wat christenen over de Drie-eenheid leren”).28Timothy C. Tennent, “Islam and Christianity”, BiblicalTraining, onderdeel over de Drie-eenheid. Hij legt de vinger op de wonde. Soera 5:116 noemt Jezus en Maria in een passage over het nemen van godheden naast Allah. Tegelijk wijst de klassieke christelijke belijdenis bij de Drie-eenheid juist naar Vader, Zoon en Heilige Geest. Een leer moet worden bekritiseerd zoals haar eigen aanhangers haar belijden. Anders bestrijd je een voorstelling die zij zelf afwijzen. Wie de argumenten van de tegenstander karikatureert of verkeerd neerzet, vecht tegen een stropop.
Of de Drie-eenheid logisch tegenstrijdig is, bespreken we in het artikel schendt de Drie-eenheid de logica?.
Liefde vóór de schepping
In Johannes 17 spreekt Jezus over heerlijkheid die Hij bij de Vader had voordat de wereld bestond. Even later zegt Hij:
“want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.”29Bijbel, Johannes 17:24, Statenvertaling.
Dat ene zinnetje voert ver terug. Voor er mensen waren, vóór engelen en sterren, was er reeds liefde van de Vader tot de Zoon. De theoloog, auteur en hoogleraar Michael Reeves schrijft: “this God was the Father loving His Son in His Holy Spirit” (“deze God was de Vader Die Zijn Zoon liefhad in Zijn Heilige Geest”).30Michael Reeves, “Delighting in the Trinity”, Tabletalk, december 2019.
De islam belijdt Allah als absoluut één en verwerpt iedere eeuwige verhouding van Vader, Zoon en Geest. Er is in Allah geen gemeenschap van Personen. Geen eeuwig Ik en Gij binnen het goddelijke leven. In die zin is Allah alleen. De islam noemt Allah al-Wadūd, de Liefdevolle, en zegt dat Hij Zijn schepselen liefheeft. Toch begint persoonlijke liefde binnen dit godsbeeld pas zodra er schepselen zijn. In Allah zelf is geen eeuwige persoonlijke verhouding waarin de één de ander liefheeft. Dat volgt rechtstreeks uit de islamitische afwijzing van de Drie-eenheid.
Johannes 17:24 maakt duidelijk dat de Vader de Zoon liefhad voordat de wereld bestond. Liefde behoort dus reeds tot Gods eeuwige leven. Zij hoeft geen begin te krijgen bij de schepping. Wie de Drie-eenheid verwerpt, verwerpt ook de eeuwige persoonlijke verhouding waarin liefde reeds in God zelf aanwezig is. Bij de God van de Bijbel is dat anders. De Vader heeft de Zoon van eeuwigheid lief. De Zoon leeft van eeuwigheid in gemeenschap met de Vader. Gods liefde is daarom geen verhouding die pas ontstaat zodra er iets buiten Hem bestaat.
De islam noemt Allah liefdevol, terwijl haar godsleer iedere eeuwige persoonlijke verhouding in Allah uitsluit. Vóór de schepping is er binnen Allah niemand die Hij persoonlijk liefheeft. Persoonlijke liefde krijgt binnen dit godsbeeld pas een voorwerp zodra er iets buiten Allah bestaat. Om iemand lief te hebben, heeft Allah dus een schepsel buiten Zichzelf nodig.
Het christelijke geloof hoeft daar niets aan toe te voegen om liefde mogelijk te maken. De Vader heeft de Zoon lief vóór de grondlegging der wereld. Liefde hoort bij Gods eigen eeuwige bestaan.
Meer over Gods onafhankelijkheid staat bij de aseïteit van God.
Zijn Allah en de God van de Bijbel dezelfde?
Arabische christenen (en overigens ook Arabisch-sprekende joden) gebruiken het begrip Allah als het gewone Arabische woord voor God. Dat woord zelf zegt niets over welke God iemand belijdt. De Koran presenteert Allah expliciet als dezelfde God als die van Abraham (in het Arabisch Ibrahim genoemd). In soera 29:46 moeten moslims tegen joden en christenen zeggen:
“Onze God en jullie God is één.” De islam presenteert Allah daarmee als de ene Schepper over Wie ook de eerdere openbaring zou spreken.31Koran, soera 29:46.
De vraag blijft dan wel staan: over wie hebben we het eigenlijk? God laat Zich niet vastleggen door twee godsdiensten naast elkaar te zetten en vervolgens overeenkomsten af te vinken. Als Hij God is, komt alle kennis van Hem van Zijn kant. Wij kennen Hem doordat Hij Zich bekendmaakt.
Daar komt Jezus Christus in beeld. Volgens het Nieuwe Testament hoort Hij niet ergens aan de rand van de Godskennis thuis. Hij was bij de Vader vóór de wereld bestond, werd door Hem gezonden en is vlees geworden. Filippus vraagt Jezus om de Vader te laten zien. Het antwoord is kort: “Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien” (Johannes 14:9). En Johannes 5:23 gaat nog een stap verder: wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet Die Hem gezonden heeft.
De predikant Herman Bavinck schreef reeds: “Het eigenaardige der Christelijke religie ligt […] in den persoon van Christus.”32Herman Bavinck, Wijsbegeerte der openbaring, hoofdstuk VIII, ‘Openbaring en Religieuze ervaring’, p. 193. Dat is hier meer dan een fraaie dogmatische formulering. Neem Christus weg of verander Zijn identiteit, en de christelijke Godskennis verandert mee. In Jezus maakt de Vader Zich bekend. Jezus zegt in Johannes 14:9: “Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.”
1 Johannes 2:23 zegt het op scherpe en indringende wijze:
“Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.”33Bijbel, 1 Johannes 2:23, Statenvertaling.
De reformator Calvijn zag hierin een grondregel voor de Godskennis. Nadat wij belijden dat er één ware God is, schrijft hij, moet eraan worden toegevoegd dat Hij “no other but he who is made known in Christ” is (“geen andere is dan Hij die in Christus bekendgemaakt wordt”).34Johannes Calvijn, Commentary on the First Epistle of John, commentaar bij 1 Johannes 2:23.
De Koran aanvaardt Jezus als Messias en profeet, maar bestrijdt juist wat het Nieuwe Testament over Zijn verhouding tot de Vader leert. Jezus is volgens de islam niet de eeuwige Zoon van God. De belijdenis van Vader, Zoon en Heilige Geest wordt categorisch verworpen. Ook het goddelijk Zoonschap past niet binnen de islamitische tawhid, de leer van Gods absolute eenheid. De islam is een aberratie (afwijking of dwaling) van het christendom, omdat het voortbouwt op bijbelse figuren maar de christelijke kernorthodoxie verwerpt.
Zie verder God en Allah: eenheid, veelheid en liefde.
Frank de Graaff: Bijbelse namen met een andere inhoud
De filosoof en theoloog Frank de Graaff (1918–1993) behandelt de islam in zijn cultuurfilosofische pennenvrucht Als goden sterven: De crisis van de westerse cultuur. Hij stelt daarin een nuttige vraag: wat gebeurt er wanneer een latere godsdienst namen en personen uit de Bijbelse openbaring overneemt en hun plaats in het geheel verandert? Oftewel wanneer er sprake is van een verregaande decontextualisering en transformatie van de openbaring, waardoor de oorspronkelijke betekenis wezenlijk verandert. De Graaff schrijft:
“De Islam is een van de grootste voorbeelden van plagiaat, die de wereldgeschiedenis kent.”35Frank de Graaff, Als goden sterven. De crisis van de westerse cultuur (Rotterdam: Lemniscaat, 1969), p. 120.
De Graaff spreekt in dat verband over “een overdracht van de uiterlijke vorm” waarbij het overgenomen materiaal uit zijn oorspronkelijke verband wordt gehaald:
“Het kenmerkende van plagiaat is, dat het niet een levende verwerking van het overgenomene geeft, maar slechts een overdracht van de uiterlijke vorm.”36De Graaff, Als goden sterven, p. 120.
Dit verschijnsel zie je heel duidelijk terug in de islam. De islam noemt Jezus weliswaar de Messias, maar haalt de kern van Zijn werk, de verzoening, volledig weg. Hij krijgt de titel ‘Woord’, maar Zijn eeuwige godheid wordt ontkend. En Abraham geldt wel als een groot voorbeeld van geloof, maar de directe verbondslijn die Paulus doortrekt naar Christus, is weggelaten. Zelfs het begrip ‘openbaring’ blijft behouden. De Koran claimt de eerdere openbaringen te bevestigen, maar spreekt het vroege christelijke getuigenis over de kruisiging van Christus lijnrecht tegen. Wel de termen en namen, maar niet de inhoud. Je zou dit gerust een legehulsreligie kunnen noemen. Met legehulsreligie bedoelen we een parasitaire geloofsleer die de vertrouwde taal van een bestaande religie kaapt, maar de cruciale kern ervan, zoals het verlossende offer, de goddelijke natuur van de Heiland, de historische feiten, het directe genadeverbond (foedus gratiae, met Christus als Middelaar) en de persoonlijke relatie met God als Vader, volledig wegzuigt, waardoor er slechts een betekenisloze buitenkant overblijft.
De Graaff schrijft verder:
“De Islam is niet, zoals het bijbels geloof, een dialogische liefdesbetrekking met God.”37Frank de Graaff, Als goden sterven, p. 123.
Moslims kunnen oprecht bidden en hun geloof intens beleven. Dat staat buiten kijf. De Graaff stelt echter een andere vraag: welke verhouding tot God is binnen dat geloof eigenlijk mogelijk? Romeinen 8 spreekt over de gelovige die door Christus tot God komt als kind tot zijn Vader en door de Geest roept: “Abba, Vader.” De islam stelt dat de mens primair de ‘abd (slaaf/dienaar) van God is, terwijl het christendom stelt dat de mens door Christus een kind (zoon/dochter) van God is. Terwijl de Bijbel in Romeinen 8:15 leert dat gelovigen geen slaven meer zijn maar aangenomen kinderen van God, beschouwt de Koran in onder andere Soera 19:93 de gelovige juist als een slaaf of dienaar (‘Abd) van Allah
De Graaff merkt voorts op dat “de Koran het bevelschrift van een heerser [is].”38De Graaff, Als goden sterven, p. 123. Het evangelie spreekt juist over de aanneming tot kinderen. Via Christus wordt een schuldige zondaar zo niet als onderdaan, maar als kind tot Zijn Vader gebracht.
Is de islam een christelijke ketterij?
Dat woord ketterij klinkt voor een moderne lezer misschien wat vreemd in de oren. Islam is immers al vele eeuwen een zelfstandige godsdienst. Maar Johannes keek er met andere ogen naar. In de Koran komen veel personen voor die ook uit de Bijbel bekend zijn, onder wie Abraham en Jezus. Johannes van Damascus zag de islam daarom niet als een volkomen vreemde godsdienst, maar als een leer die christelijke elementen had overgenomen en daarna ingrijpend had veranderd. Vooral van Jezus Christus blijft in de islam weinig over. De islam noemt Hem een profeet, maar verwerpt Zijn goddelijke zoonschap en kruisiging. Daarin herkende Johannes het patroon van een ketterij: bekende Bijbelse namen en voorstellingen komen erin voor, maar krijgen een (vaak gans) andere inhoud.
De schrijver Hilaire Belloc (1870–1953) nam eeuwen na Johannes van Damascus ook het worod ketterij in zijn mond wanneer hij het had over de islam: “Mohammedanism was a heresy, not a new religion” [“de islam was een ketterij, geen nieuwe godsdienst”], schreef hij.40Hilaire Belloc, The Great Heresies, 1938, hoofdstuk ‘The Great and Enduring Heresy of Mohammed’.
Vandaag de dag wordt de islam door veel historici, theologen en sociologen niet gezien als een christelijke sekte, maar als een volledig onafhankelijke, monotheïstische en abrahamitische godsdienst. Desalniettemin is de islam ten diepste een christelijke sekte. Hiervoor kunnen de volgende argumenten aangedraagd worden
- Johannes van Damascus classificeerde, zoals gezegd, de islam in zijn werk De Haeresibus als een christelijke ketterij. Hij stelde dat Mohammed zijn eigen geloofsleer vormde nadat hij in aanraking was gekomen met Bijbelse geschriften en een ariaanse monnik.41Johannes Damascenus, De Haeresibus 100/101, in Frederic H. Chase Jr., Saint John of Damascus: Writings, 1958. Het arianisme is een oude dwaalleer die gelooft dat Jezus door God is geschapen en daarom minder machtig is dan God zelf. Terzijde: één kernpunt van het arianisme leeft nog altijd voort: de ontkenning van Christus’ volle godheid. Je ziet dat terug bij de Jehova’s getuigen, de christadelphians (in het Nederlands bekend als de Broeders in Christus), unitarische stromingen en, in een andere theologische vorm, dus ook in de islam.
- De vroege islam vertoont overeenkomsten met de Ebionieten, een vroeg joods-christelijke groepering die Jezus neerzette als een menselijke messias en de joodse wet strikt bleef naleven, terwijl ze de goddelijkheid van Jezus en de leer van de apostel Paulus afwees.
- De Koran borrelde op temidden van oude christologische twisten. Mohammeds afwijzing van Christus als Gods Zoon en de nadruk op tawhid sluiten naadloos aan bij discussies die al eeuwen binnen en rond het christendom werden gevoerd. In feite is de Koran een kind van zijn tijd.
- In de Koran staan allerlei apocriefe christelijke verhalen (dat zijn verhalen die niet in de officiële christelijke Bijbel staan). Zo staat het wonder van Jezus die vogels uit klei maakt in soera 3:49 en 5:110,. Een sterk vergelijkbaar verhaal is eeuwen eerder opgetekend in het Kindheidsevangelie van Thomas (zie onderstaande tabel).
- Waraqa ibn Nawfal wordt in Sahih al-Bukhari beschreven als een christen die het Evangelie kende en die de eerste openbaring van Mohammed bevestigde en duidde als goddelijk: „This is the same Namus whom Allah had sent to Moses” [Dit is dezelfde Namus die Allah naar Mozes had gezonden].42Sahih al-Bukhari 3.
| Kindheidsevangelie van Thomas (ca. 2e eeuw, hoofdstuk 2:1-4) | De Koran (7e eeuw, soera 3:49, vertelling namens Jezus) |
|---|---|
| “Toen dit kind Jezus vijf jaar oud was, speelde hij bij de doorwading van een beek [...] En hij maakte zachte klei en vormde daaruit twaalf mussen. [...] Jezus sloeg echter in zijn handen en riep tegen de mussen: ‘Ga heen, vlieg weg en denk aan mij nu jullie leven hebben!’ En de mussen vlogen tjilpend weg.” | “[...] Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer. Ik zal voor jullie uit klei de vorm van een vogel maken en erin blazen en het zal met Gods toestemming een vogel zijn.” |
Waarom kan een christen Mohammed niet als profeet erkennen?
Paulus waarschuwt in Galaten 1:6-9 tegen een ander evangelie. Hij noemt zelfs het geval dat een engel uit de hemel een andere boodschap zou brengen.43Bijbel, Galaten 1:6-9. Dat schreef Paulus eeuwen voordat Mohammed ten tonele verscheen. De directe aanleiding was de crisis in Galatië waarbij Joodse christenen aan niet-Joodse gelovigen oplegden dat ze zich moesten laten besnijden en de Joodse wetten moesten houden teneinde gered te worden. Paulus was hier verbolgen over, omdat dit de kern van het geloof aantastte: redding is een gratis geschenk van God en niet iets wat je zelf moet of kunt verdienen. In het betreffende Bijbelgedeelte geeft Paulus een algemene toets: (zelfs) een indrukwekkende oorsprongsclaim maakt een boodschap nog niet waar. De claim van Mohammed confliteert daarmee, zoals in onderstaande tabel duidelijk is te zien.
| Aspect | De toets van Paulus (Galaten 1:8-9) | De claim van Mohammed |
|---|---|---|
| Wie brengt de boodschap? | Paulus noemt zelfs een apostel of „een engel uit de hemel”. Ook zo’n boodschapper staat onder de toets van het evangelie. | Mohammed zegt zijn openbaringen via de engel Gabriël (Jibril) te hebben ontvangen. |
| Waar ligt het gezag? | De afkomst of status van de boodschapper beslist de zaak niet. De boodschap moet overeenkomen met het reeds verkondigde evangelie. | De verschijning van Gabriël behoort in de islamitische traditie tot de legitimatie van Mohammeds profetische roeping en de ontvangen openbaring. |
| Wat is de boodschap? | Het evangelie van Jezus Christus dat Paulus reeds verkondigde, met Zijn sterven voor de zonden en Zijn opstanding als kern. | De Koran geldt in de islam als Gods beslissende openbaring en als bevestiging en correctie van eerdere openbaring. |
| Waar botst het? | Paulus spreekt een vloek uit over wie „een ander evangelie” verkondigt dan het evangelie dat de Galaten hadden ontvangen. | De Koran verwerpt Jezus’ goddelijke zoonschap en ontkent volgens de gangbare islamitische uitleg dat Hij werkelijk werd gekruisigd. |
Vanuit deze Bijbelse maatstaf kan Mohammed derhalve niet worden erkend als profeet die van Godswege het apostolische evangelie corrigeert. Integendeel, Mohammed is een valse profeet pur sang.
Nabeel Qureshi (1983–2017) groeide op als moslim en worstelde jarenlang met precies zulke vragen. Later schreef hij: “I could not ignore the problems that crippled its foundations” (“ik kon de problemen die de fundamenten ervan aantastten niet negeren”).44Nabeel Qureshi, No God but One: Allah or Jesus?, gratis voorbeeldhoofdstuk, 2016. Zijn volgende zin is minstens zo belangrijk. Hij wist dat de navolging van Jezus hem veel zou kosten. De keuze van Nabeel Qureshi om zich te bekeren had een enorme impact op zijn persoonlijke leven en zijn relatie met zijn familie. Maar het bracht hem ook diepe vervulling. In zijn boeken en lezingen benadrukte hij dat hij er alles voor terugkreeg wat voor hem van eeuwigeheisaarde was. Batoul uit Noord-Afrika verwoordde ditzelfde op korte en krachtige wijze:
“Jezus is het waard om alles voor op te offeren.”45Open Doors Nederland, “Het verhaal van Batoul”; naam volgens de bron gewijzigd.
Zie uitgebreider Mohammed langs de Bijbelse meetlat.
Staat Mohammed in de Bijbel?
De naam van Mohammed komt niet voor in de Bijbel. Toch denken veel moslims dat er wel voorspellingen over hem in staan. Dit wordt via sociale media verkondigd via islamapologeten. Het bekendste voorbeeld hiervan is de ‘Trooster’ waar Jezus over spreekt in het Evangelie van Johannes.
“En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid.”46Bijbel, Johannes 14:16, Statenvertaling.
Jezus identificeert de Trooster in Johannes 14:26 Zelf als de Heilige Geest. In vers 17 zegt Hij bovendien dat deze Geest bij de leerlingen blijft en in hen zal zijn.
“Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.”47Bijbel, Johannes 14:17, Statenvertaling.
Handelingen 2 beschrijft Zijn komst.
Jezus zegt zelf wie de Trooster is. Het is de Geest der waarheid, die bij de discipelen blijft en in hen (!) zal zijn. Mohammed kan onmogelijk aan die woorden beantwoorden. Een mens woont niet in zijn volgelingen. Dat is onzinnig. De Heilige Geest kan dat wel. Bovendien noemt Jezus de Trooster in Johannes 14:26 uitdrukkelijk de Heilige Geest. Om vervolgens Mohammed in deze tekst te lezen is geen exegese, maar eisegese (inlegkunde). De woorden over de Heilige Geest toepassen op de sterveling Mohammed, is bovendien godslasterlijk.
De Koran en de eerdere Schriften
De Koran erkent en bevestigt de Torah (Taurat) en het Evangelie (Injeel) als goddelijke openbaringen die aan eerdere profeten zijn gegeven. In soera 5:48 noemt hij zichzelf een bevestiging en bewaker van eerdere openbaring.48Koran, soera 5:48. Tegelijk wijkt hij meerdere punten van die eerdere bronnen af, zoals dat Jezus niet werkelijk gekruisigd zou zijn. Vanuit historisch-wetenschappelijk oogpunt ligt de bewijslast bij de latere bron die afwijkt van de vroegste getuigen. De Koran verscheen eeuwen na het Nieuwe Testament en gaat lijnrecht in tegen nota bene ooggetuigenverslagen van Jezus’ directe discipelen Matteüs en Johannes, de opgetekende getuigenis van de apostel Petrus via Marcus, en het historisch onderzochte verslag van Lucas. Vergelijk het met een rechtszaak. Vier vroege getuigenverklaringen liggen al eeuwen in het dossier. Dan verschijnt zeshonderd jaar later iemand die geen onafhankelijk historisch bewijs aandraagt, maar wel zegt dat de eerdere verklaringen fout zijn en dat hij ze corrigeert zonder enoig bewijs aan te levern. Zonder degelijk tegenbewijs is die correctie niet serieus te nemen. Het is een gotspe. Binnen de islam wordt die correctie gelegitimeerd doordat de Koran als goddelijke openbaring wordt aangenomen. Simpel gezegd: de Koran heeft gelijk omdat de Koran zegt dat hij gelijk heeft. Dat is in feite een trust me bro-argument.
Datzelfde probleem speelt mutatis mutandis bij de veelgehoorde bewering dat de Bijbel zou zijn vervalst of gecorrumpeerd. Dit kun je wel beweren, maar welke tekst is dan veranderd en wanneer zou dat zijn gebeurd? En waar zijn de oudere handschriften waarin de oorspronkelijke tekst nog wel staat? Het is een claim zonder verdere onderbouwing, maar je kunt zoveel claimen.
De vierde-eeuwse Codex Sinaiticus (Codex א) bevat reeds het volledige Nieuwe Testament. De verkondiging van Christus’ goddelijke status, Zijn kruisiging en Zijn opstanding is bovendien veel ouder dan dit handschrift.49Codex Sinaiticus Project, “About Codex Sinaiticus”. James White, een Amerikaanse gereformeerde baptistische theoloog en apologeet die wereldwijd debatten voert, ook met moslims, heeft in gesprekken en debatten met islamitische apologeten vaak op precies dit punt gewezen: zeggen dat de tekst corrupt is, levert nog geen handschriftelijk bewijs voor corruptie.50James R. White, “The Accuracy of the Scriptures: the Bible vs. the Quran”, Christian Research Journal/Alpha and Omega Ministries. Moslims die dit beweren belanden al snel in een cirkelredenering. De Bijbel zou onbetrouwbaar zijn omdat hij de Koran tegenspreekt. Dat argument werkt alleen wanneer vooraf al vaststaat dat de Koran gelijk heeft. Maar dat zal eerst moeten worden aangetoond.
Meer hierover staat bij het islamitische dilemma rond de Bijbel en de Koran en de tekstoverlevering van de Koran.
Zonde, schuld en vergeving
De islam kent berouw en vergeving, maar het bekende beeld van een moslim die zijn goede werken bij elkaar spaart totdat hij genoeg punten voor de hemel heeft, is bezijden de waarheid. In Sahih Muslim zegt Mohammed:
“None amongst you would attain salvation purely because of his deeds.” (“Niemand van jullie zal de redding uitsluitend door zijn eigen daden verkrijgen.”)51Muslim ibn al-Hajjaj, Sahih Muslim, 2816a-b.
Op de vraag of dit ook voor hemzelf geldt, antwoordt Mohammed bevestigend. Ook hij is afhankelijk van Allahs barmhartigheid.
Maar als schuld werkelijk schuld is, hoe kan een volkomen rechtvaardige God die dan vergeven? Abdu Murray, jarenlang zelf moslim en later christelijk apologeet, beschreef zijn vroegere worsteling zo:
“I longed to proclaim God’s love but couldn’t ignore His uncompromising justice.” (“Ik verlangde ernaar Gods liefde te verkondigen, maar kon Zijn onverbiddelijke rechtvaardigheid niet negeren.”)52Abdu Murray, “How is God Great?”, Embrace the Truth; bewerkt uit Abdu Murray, Grand Central Question: Answering the Critical Concerns of the Major Worldviews, IVP, 2014.
Vergeving kan nooit betekenen dat kwaad geen werkelijke gevolgen heeft. Stel dat een rechter tegen iemand die schuldig is bevonden aan moord zegt: „Ik ben barmhartig, dus ik laat de zaak verder rusten. U kunt gaan. Ik wens u een prettige dag.” Geen sterveling zou dat rechtvaardig noemen. Juist omdat het kwaad werkelijk kwaad is, vraagt schuld om recht en genoegdoening. De vraag is daarom niet óf God vergeeft, maar hoe Zijn vergeving tegelijk volkomen rechtvaardig kan zijn.
De theoloog John Stott schreef over het kruis: “He bore the judgment we deserve in order to bring us the forgiveness we do not deserve” (“Hij droeg het oordeel dat wij verdienen om ons de vergeving te brengen die wij niet verdienen”).53John Stott, The Cross, InterVarsity Press, 2009, p. 67. Romeinen 3 voert ons rechtstreeks naar Christus. Paulus schrijft dat mensen om niet gerechtvaardigd worden uit Gods genade, door de verlossing in Christus Jezus. God stelt Christus voor als verzoening door Zijn bloed.54Bijbel, Romeinen 3:21-26. De zonde wordt daar niet behandeld alsof zij achteraf wel meevalt. Het oordeel wordt werkelijk voltrokken. Christus draagt het als Middelaar. De predikant Tim Keller formuleerde het zo: “Jesus Christ not only was loving us but he was also satisfying justice” (“Jezus Christus had ons niet alleen lief, Hij voldeed ook aan de eis van het recht”).55Timothy Keller, interview in Mere Christians, Jordan Raynor, gesprek over Forgive: Why Should I and How Can I? Romeinen 4 neemt daarna Abraham erbij. Paulus schrijft dat God “den goddelooze rechtvaardigt”. Abraham ontvangt gerechtigheid door geloof; die gerechtigheid wordt hem toegerekend.56Bijbel, Romeinen 4:3-8, Statenvertaling. Wie werkt, ontvangt loon omdat hij er aanspraak op heeft. Bij de rechtvaardiging staat de zondaar met lege handen. Zie ook sola fide, rechtvaardiging door het geloof alleen.
De islam leert op basis van de Koran (Soera 4:157-158) dat Jezus niet is gedood of gekruisigd, maar door God naar de hemel is verheven. Maar als Christus niet werkelijk aan het kruis stierf, valt Zijn plaatsvervangend sterven eveneens weg. Dan verdwijnt precies datgene waaraan Paulus Gods rechtvaardiging van schuldige mensen verbindt.
Betekent dit dat de islam geen ernstige leer van zonde of oordeel kent? Nee, zeker niet. Zo’n voorstelling zou geen recht doen aan de werkelijkheid. De islam spreekt over Allah die vergeeft uit barmhartigheid. Het evangelie wijst naar Golgotha en zegt dat daar werkelijk voor jouw schuld betaald wordt. God vergeeft volgens het Nieuwe Testament niet door Zijn rechtvaardigheid tijdelijk opzij te zetten. Hij geeft Zijn Zoon.
Kan een moslim eigenlijk wel zeker weten dat hij uiteindelijk gered wordt? Een opvallende overlevering in Sahih al-Bukhari gaat over de dood van ʿUthmān ibn Maẓʿūn. Umm al-ʿAlāʾ zegt dat Allah hem zeker heeft geëerd. Mohammed corrigeert haar en zegt vervolgens over zichzelf:
“By Allah, though I am Allah’s Apostle, I do not know what Allah will do to me.” (“Bij Allah, hoewel ik de boodschapper van Allah ben, weet ik niet wat Allah met mij zal doen.”)57Sahih al-Bukhari 1243; vgl. dezelfde overlevering in Sahih al-Bukhari 2687, 3929 en 7003.
Dat betekent dus dat een moslim nooit zeker weet of hij het paradijs zal binnentreden. Zelfs Mohammed beroept zich hier niet op een reeds vaststaande zekerheid over zijn eigen lot.
Het Nieuwe Testament komt met ene geheel andere boodschap. Johannes schrijft aan gelovigen: “Deze dingen heb ik u geschreven […] opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt.”58Bijbel, 1 Johannes 5:13, Statenvertaling. Die zekerheid rust op Christus. Zij hangt niet aan een onbekende uitkomst die pas op de jongste dag duidelijk wordt. Samuel Zwemer zag daarom in gesprekken met moslims telkens weer hetzelfde punt terugkeren. Hij schreef: “The Cross is the pivot as well as the centre of New Testament thought” (“Het kruis is zowel het draaipunt als het middelpunt van het nieuwtestamentische denken”).59Samuel M. Zwemer, The Glory of the Cross, voorwoord. Dat wordt ook zichtbaar in persoonlijke verhalen. Rooble, een Somaliër die naar eigen zeggen al jong onderwijs gaf in de moskee en op de Koranschool (Open Doors gebruikt voor hem een schuilnaam), beschreef zijn vroegere godsdienstige ernst aldus:
“Ik deed er alles aan om in de hemel terecht te komen.”60Open Doors Nederland, “Het verhaal van Rooble”; naam volgens de bron gewijzigd.
Rooble vertelt dat hij serieus met zijn geloof bezig was en toch geen zekerheid vond over zijn eeuwige bestemming. Om die reden kwam Zwemer steeds weer bij Golgotha uit. Want daar ligt daar het antwoord op werkelijke schuld. Christus draagt wat de zondaar zelf niet kan wegdragen.
Over een opmerkelijke islamitische overlevering rond zonde en vergeving gaat heeft Allah zondaars nodig?.
De islamitische aanspraak gaat verder dan ‘een andere weg’
Nabeel Qureshi vergeleek in No God but One islam en christendom omdat hij wilde weten welke van beide waar was. Hij stelde dat hun belangrijkste aanspraken niet tegelijk waar konden zijn. Hij schreef: “I was sure that Islam and Christianity are not just two paths that lead to the same God” (“ik wist zeker dat islam en christendom niet eenvoudig twee wegen zijn die naar dezelfde God leiden”).61Nabeel Qureshi, No God but One: Allah or Jesus?, gratis voorbeeldhoofdstuk, 2016.
De islam doet concrete uitspraken over Jezus, de Bijbel, Mohammed en Gods openbaring. Die uitspraken kun je onderzoeken. Neem de kruisiging. Soera 4:157, een tekst uit de zevende eeuw, beweert dat Jezus niet door Zijn tegenstanders werd gedood of gekruisigd. Volgens het vers werd het hun zo voorgesteld alsof dat wel gebeurde. In de klassieke islamitische uitleg werd dit veelal opgevat als een verwisseling: iemand anders zou op Jezus hebben geleken en in Zijn plaats zijn gekruisigd.62Koran, soera 4:157; vgl. de klassieke uitleg van al-Tabari en al-Baghawi bij dit vers. Dat is een erg magere uitleg. Wie die ander was, hoe de verwisseling plaatsvond en waarom Jezus’ volgelingen vervolgens overtuigd raakten van Zijn kruisiging, vertelt de tekst niet. Ook wordt geen oudere bron of getuige aangevoerd voor deze correctie. Zes eeuwen na de gebeurtenissen wordt het bestaande verhaal dus verworpen met in wezen één pennenstreek: zo is het niet gegaan, het leek alleen zo. We moeten er maar vanuit gaan dat Mohammed het hier bij het rechte eind heeft en hem op zijn blauwe ogen vertrouwen. Dat is natuurlijk een probleem van jewelste. Wie een gebeurtenis zegt te corrigeren waarover al eeuwenlang meerdere (historische) bronnen bestaan, zal goede redenen moeten geven voor die correctie.
In gesprek met een moslim
Een gesprek met een moslim kan beginnen bij een los vers. Johannes 1 komt bijvoorbeeld ter sprake. Of de kruisiging van Jezus. De discussie kan al snel van specifieke tekstgedeelten naar de onderliggende autoriteitsvraag verschuiven: wie bepaalt uiteindelijk wat waar is? Wanneer iemand vooraf aanneemt dat de Koran Gods laatste en beslissende openbaring is, leest hij het Nieuwe Testament vanuit dat uitgangspunt. (Terzijde: Een naturalist doet in feite precies hetzelfde: hij start met de vooronderstelling dat alleen de materiële wereld bestaat, waardoor een wonder zoals de opstanding van Jezus al bij voorbaat als onmogelijk wordt afgewezen, ongeacht het historische bewijsmateriaal.) Tawhid, de islamitische leer van Gods absolute eenheid, sluit het eeuwige zoonschap van Christus reeds uit. Bij de kruisiging zien we iets soortgelijks gebeuren. Soera 4:157 zegt dat Jezus niet door Zijn tegenstanders werd gedood of gekruisigd. De conclusie ligt dan eigenlijk al vast voordat het oudere christelijke getuigenis is onderzocht.
Maar waarom moet Johannes anders worden uitgelegd zodra zijn woorden botsen met de Koran? Waarom krijgt een tekst uit de zevende eeuw het gezag om het oudere apostolische getuigenis te corrigeren? Wanneer wordt beweerd dat de eerdere Schrift is veranderd of gecorrumpeerd, behoort dat onderbouwd te worden met bewijzen. Maar dat kan de moslim niet. Daarin verschilt het van het christendom. Het christendom is een historische godsdienst, welke staat of valt met de toetsbare (historische) claims rondom het leven, de kruisiging en de opstanding van Jezus. De islam daarentegen functioneert als een openbaringsreligie die de geschiedenis achteraf corrigeert via een theofanie, puur op basis van het absolute gezag van de bovennatuurlijke claim van één profeet (een particuliere profetie). Neem het kruis. Het Nieuwe Testament verkondigt Christus’ dood aan het kruis als werkelijke gebeurtenis en beroept zich daarbij herhaaldelijk op getuigen. Eeuwen later ontkent de Koran dat Jezus door Zijn tegenstanders werd gekruisigd. De islam noemt Jezus de Messias, maar verwerpt tegelijk het verzoenende werk dat in het Nieuwe Testament onlosmakelijk met Hem verbonden is.
Een moslim zal die oudere bronnen doorgaans vanuit de Koran beoordelen. Deze bril waardoor hij de Bijbel bekijkt, beïnvloedt ook de manier waarop tegenbewijs wordt verwerkt. Nabeel Qureshi kende dat maar al te goed uit eigen ervaring. Als overtuigd moslim probeerde hij historisch en theologisch materiaal waarmee hij geconfronteerd werd, aanvankelijk binnen zijn bestaande islamitische kader te begrijpen. Later schreef hij: “The same data will be interpreted differently by people from disparate worldviews.” (“Dezelfde gegevens worden verschillend uitgelegd door mensen met verschillende wereldbeelden.”)63Nabeel Qureshi, “No God but One: Allah or Jesus?—An Interview with Nabeel Qureshi”, Bible Gateway Blog, 22 augustus 2016.
Dat geldt uiteraard ook voor de christen. Wie belijdt dat de Vader Zich in de Zoon heeft geopenbaard, komt evenmin als een leeg blad bij Johannes 1 aan. Qureshi merkte daarom op: “It’s virtually impossible to study these matters objectively.” (“Het is vrijwel onmogelijk deze zaken volkomen objectief te bestuderen.”)64Nabeel Qureshi, “No God but One: Allah or Jesus?—An Interview with Nabeel Qureshi”, Bible Gateway Blog, 22 augustus 2016. Daarmee bedoelde hij niet dat zorgvuldig onderzoek zinloos is. Maar iedereen bekijkt de wereld vanuit de bril van zijn diepste overtuigingen. Niemand legt deze zomaar af.
Laat het gesprek ook over die overtuigingen gaan. Stel bijvoorbeeld de volgende vragen: Waarom geloof je dat de Koran Gods woord is? Op welke grond mag zij een eerdere bron corrigeren? Wat doe je wanneer de Koran en het Nieuwe Testament elkaar rechtstreeks tegenspreken? Dan gaat het gesprek en spade dieper dan het vergelijken van losse teksten.
Aan zo’n onderzoek kan voor een moslim een flink prijskaartje hangen. Houd dat voor ogen. Neem Aisha uit Centraal-Azië. Zij werd volgens Open Doors zwaar onder druk gezet om haar christelijke geloof af te zweren. Over dat moment zei zij: “Het was eng, maar tegelijk voelde ik me op dat moment zó sterk.”Ook merkt zij op: “In Hem maak ik deel uit van een grote familie. Die helpt mij om sterk te blijven tijdens moeilijke momenten.”65Open Doors Nederland, “Het verhaal van Aisha”; Aisha is volgens de bron een schuilnaam.
De moslim tegenover je is naar Gods beeld geschapen (Imago Dei). Wees altijd eerlijk en straight. Geef zijn bronnen correct weer en schrijf hem geen overtuigingen toe die hij zelf niet heeft. Als een hadith of tekst uit de Koran iets niet zegt, moet je hem ook niet laten zeggen wat voor je argument goed uitkomt. Paulus draagt de dienaar van de Heere in 2 Timotheüs 2:24-26 op tegenstanders met zachtmoedigheid terecht te wijzen, in de hoop dat God hun bekering geeft tot erkenning van de waarheid. Dit principe behoed je voor twee fouten: hoogmoed en slapheid. Je hoeft de waarheid niet af te zwakken, maar je kunt ook niemand het Koninkrijk in redeneren. Uiteindelijk is het de Heilige Geest die overtuigt. Je kunt praten als Brugman en een waaier aan argumenteren aandragen, maar de diepe innerlijke overtuiging komt door het werk van de Geest.
Toelichting, bronnen, reacties en ervaringen
Toelichting
Deze pagina is geschreven vanuit een klassiek christelijk en gereformeerd uitgangspunt. De islam wordt hier beoordeeld aan de hand van de Bijbel, islamitische primaire bronnen en historische gegevens. De tekst is dus niet religieus neutraal. Een individuele moslim kan op onderdelen anders geloven dan wat je in de Koran, hadith of klassieke islamitische uitlegtraditie aantreft.
Geraadpleegde bronnen
Voor deze pagina zijn onderstaande Bijbelse, islamitische, historische en apologetische bronnen gebruikt. Waar mogelijk is rechtstreeks teruggegaan naar primaire teksten. De persoonlijke verhalen die in het artikel worden aangehaald, staan afzonderlijk onder ‘Ervaringsbronnen’.
Primaire bronnen en belijdenisgeschriften
- Bijbel. Onder meer Deuteronomium 6:4; Jesaja 53; Mattheüs 3:16-17 en 28:19; Marcus 2:1-12 en 10:45; Johannes 1:1-18, 5:23, 14:9, 14:16-17, 14:26 en 17:24; Handelingen 2:1-4 en 8; Romeinen 3:21-26 en 4:3-8; 1 Korinthe 15:3-8; Galaten 1:6-9 en 4:5-7; 2 Timotheüs 2:24-26; 1 Johannes 2:23, 3:1, 5:13 en 5:20. Voor aangehaalde formuleringen is onder meer de Statenvertaling gebruikt.
- Koran. Onder meer soera 3:3 en 3:49; 4:157-158 en 4:171; 5:47-48, 5:110 en 5:116; 19:93; 29:46; 33:40; 68:2; 81:22; 96:1-5 en 112:1-4. Zie voor de Arabische tekst en verschillende vertalingen Quran.com.
- Al-Bukhari, Muhammad ibn Ismail. Sahih al-Bukhari, onder meer overleveringen 3, 8, 1243, 2687, 3929, 4953 en 7003. Zie Sunnah.com – Sahih al-Bukhari.
- Muslim ibn al-Hajjaj. Sahih Muslim, overlevering 2816a-b. Zie Sahih Muslim 2816a.
- Ibn Ishaq. Sirat Rasul Allah, overgeleverd in de redactie van Ibn Hisham; Engelse vertaling Alfred Guillaume, The Life of Muhammad. Oxford University Press, 1955, met name p. 106.
- Al-Tabari en al-Baghawi. Klassieke Koranuitleg bij soera 4:157, geraadpleegd voor de traditionele uitleg van de passage over Jezus en de kruisiging.
- Kindheidsevangelie van Thomas. Geraadpleegd voor het oudere apocriefe verhaal waarin Jezus vogels uit klei maakt, dat in het artikel wordt vergeleken met soera 3:49 en 5:110.
- Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 8. Over de ene God en de drie Personen: Vader, Zoon en Heilige Geest.
Historische, theologische en apologetische bronnen
- Adang, C. (1996). Muslim Writers on Judaism and the Hebrew Bible: From Ibn Rabban to Ibn Hazm. Leiden: Brill. Gebruikt ter controle van de passage over Ibn Hazm en de ontwikkeling van de islamitische beschuldiging van tekstuele vervalsing.
- Bavinck, H. (1908). Wijsbegeerte der openbaring, hoofdstuk VIII, in het bijzonder p. 193.
- Belloc, H. (1938). The Great Heresies, hoofdstuk ‘The Great and Enduring Heresy of Mohammed’.
- Calvijn, J. Commentaries on the Catholic Epistles, commentaar bij 1 Johannes 2:23.
- Codex Sinaiticus Project. ‘About Codex Sinaiticus’. Gebruikt voor de datering en inhoud van dit vierde-eeuwse Bijbelhandschrift.
- De Graaff, F. (1969). Als goden sterven. De crisis van de westerse cultuur. Rotterdam: Lemniscaat, in het bijzonder pp. 120 en 123.
- Ehrman, B. D. (2012). ‘Why Was Jesus Killed?’ The Bart Ehrman Blog, 16 oktober 2012.
- Johannes van Damascus. De haeresibus, hoofdstuk 100/101, ‘The Heresy of the Ishmaelites’, in Frederic H. Chase Jr. (vert.), Writings, Fathers of the Church 37. Washington, D.C.: Catholic University of America Press, 1958.
- Joseph Smith Papers, ‘Accounts of Joseph Smith’s First Vision’. Gebruikt voor de verschillende tijdens Smiths leven vastgelegde versies van zijn eerste visioen.
- Keller, T., in gesprek met Jordan Raynor. ‘Tim Keller (Author of Forgive)’. Mere Christians, transcript van het interview over vergeving, recht en het kruis.
- Murray, A. ‘How is God Great?’ Embrace the Truth; bewerkt uit Grand Central Question: Answering the Critical Concerns of the Major Worldviews. IVP, 2014.
- Qureshi, N. (2016). No God but One: Allah or Jesus?. Zondervan. Gebruikt voor zijn vergelijking van islam en christelijk geloof en zijn persoonlijke zoektocht.
- Qureshi, N. (2016). ‘No God but One: Allah or Jesus? — An Interview with Nabeel Qureshi’. Bible Gateway Blog, 22 augustus 2016.
- Reeves, M. ‘Delighting in the Trinity’. Over de eeuwige liefde van de Vader tot de Zoon en de betekenis daarvan voor de christelijke leer van God.
- Stott, J. (2009). The Cross. InterVarsity Press, in het bijzonder p. 67.
- Tennent, T. C. ‘Islam and Christianity’. BiblicalTraining, onderdeel over onder meer tawhid, de Drie-eenheid en de koranische voorstelling daarvan.
- The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. ‘First Vision Accounts’. Gebruikt naast de Joseph Smith Papers voor de verschillende overleveringen van Smiths visioen.
- White, J. R. ‘The Accuracy of the Scriptures: The Bible vs. the Quran’. Christian Research Journal / Alpha and Omega Ministries. Gebruikt bij de bespreking van de islamitische beschuldiging dat de Bijbeltekst zou zijn gecorrumpeerd.
- Zwemer, S. M. (1912). The Moslem Christ. Gebruikt voor Zwemers bespreking van Jezus in de Koran en de islamitische traditie.
- Zwemer, S. M. The Glory of the Cross. Gebruikt voor zijn opmerkingen over het kruis als hart van de christelijke verkondiging.
Ervaringsbronnen
De persoonlijke ervaringen in het artikel zijn afkomstig uit onderstaande gepubliceerde verhalen. Open Doors gebruikt bij verschillende personen een schuilnaam. Deze verhalen illustreren persoonlijke ervaringen; ze zijn geen bewijs voor algemene uitspraken over iedere moslim of iedere islamitische gemeenschap.
- Open Doors Nederland. ‘Het verhaal van Aweis uit Somalië’. Over zijn islamitische achtergrond, vragen rond het geloof en zijn latere bekering tot het christelijk geloof.
- Open Doors Nederland. ‘Het verhaal van Aisha’. Over haar bekering en de druk om haar christelijke geloof af te zweren.
- Open Doors Nederland. ‘Het verhaal van Batoul’. Over haar islamitische jeugd, haar keuze voor Jezus en de gevolgen daarvan binnen haar familie.
- Open Doors Nederland. ‘Het verhaal van Rania’. Over haar leven als moslimvrouw, haar bekering en haar ervaring van haar identiteit en waarde in Christus.
- Open Doors Nederland. ‘Het verhaal van Rooble’. Over zijn islamitische achtergrond, zijn zoektocht naar zekerheid en zijn latere geloof in Christus.
Reacties en ervaringen
Ben je zelf moslim of moslim geweest, ben je vanuit de islam christen geworden, of voer je geregeld gesprekken over islam en christelijk geloof? Je ervaring is welkom. Waar begon je zelf vragen te stellen? Hoe keek je naar Jezus? Wat deed het lezen van de Koran of de Bijbel met je? Ook als je het met dit artikel oneens bent, kun je inhoudelijk reageren.
Houd het bij de inhoud en geef bij stellige claims liefst een concrete bron, soera, hadith of Bijbeltekst. Vermeld geen adressen, telefoonnummers of andere herleidbare persoonsgegevens van jezelf of anderen. Reacties worden vooraf gecontroleerd op spam, bedreigingen, reclame en onnodig grievende inhoud.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Agnosticisme presenteert zich vaak als een bescheiden intellectuele tussenpositie—niet dogmatisch zoals het atheïsme, niet belijdend zoals het theïsme,…
Lees het artikel
Een cherub, in het meervoud bekend als cherubijnen, is een engelachtige figuur die herhaaldelijk in de Bijbel opduikt.…
Lees het artikel
In elke religieuze traditie speelt de vraag wie God is een fundamentele rol. Zijn namen en eigenschappen vormen…
Lees het artikel