Schildklierhormoonresistentie (syndroom van Refetoff): symptomen en behandeling

Last Updated on 3 maart 2024 by M.G. Sulman

Schildklierhormoonresistentie, ook wel bekend als resistentie tegen schildklierhormoon (RTH) of het Refetoff-syndroom, verwijst naar een zeldzaam syndroom waarbij de niveaus van schildklierhormonen verhoogd zijn, maar het schildklierstimulerend hormoon (TSH) niet volledig wordt onderdrukt zoals je normaal gesproken zou verwachten. Het werd in de medische literatuur voor het eerst beschreven in 1967. Fundamenteel gezien is er sprake van een verminderde respons van de eindorganen op schildklierhormonen. In maart 2014 werd er een nieuwe term geïntroduceerd door Refetoff et al.: “verminderde gevoeligheid voor schildklierhormoon’ (‘impaired sensitivity to thyroid hormone’).1Refetoff S, Bassett JH, Beck-Peccoz P, Bernal J, Brent G, Chatterjee K, De Groot LJ, Dumitrescu AM, Jameson JL, Kopp PA, Murata Y, Persani L, Samarut J, Weiss RE, Williams GR, Yen PM. Classification and proposed nomenclature for inherited defects of thyroid hormone action, cell transport, and metabolism. J Clin Endocrinol Metab. 2014 Mar;99(3):768-70. doi: 10.1210/jc.2013-3393. PMID: 24823702; PMCID: PMC3942236.

Regulatie van schildklierhormoon / Bron: Wkimedia Commons

Wat is schildklierhormoonresistentie?

Het syndroom van Refetoff werd in 1967 voor het eerst omschreven door dr. Refetoff, dat aanvankelijk bekend stond als het syndroom van Refetoff. Schildklierhormoonresistentie is een zeldzame genetische aandoening waarbij bepaalde weefsels in het lichaam niet normaal reageren op de schildklierhormonen die worden geproduceerd door de schildklier.

Schildklierhormoonresistentie betekent dat het schildklierhormoon, dat normaal gesproken de activiteit van cellen en weefsels reguleert, niet goed wordt opgepikt door de cellen. Dit komt door defecten in transporters, enzymen of receptoren die betrokken zijn bij de werking van het hormoon. Als gevolg hiervan reageren de cellen anders op het schildklierhormoon, wat kan leiden tot normale werking, te weinig werking (hypothyreoïdie) of overmatige werking (thyreotoxicose), afhankelijk van het specifieke weefsel.

Mensen met deze aandoening kunnen symptoomvrij zijn of symptomen vertonen die zowel wijzen op een overactieve als een te trage schildklier.

Vóórkomen

Ongeveer 1 op de 25.000 mensen heeft een vorm van schildklierhormoonresistentie.

Soorten schildklierhormoonresistentie

MCT8-deficiëntie

MCT8-deficiëntie ontstaat door een kapotte schildklierhormoontransporter. Het veroorzaakt ernstige mentale en motorische beperkingen, met symptomen zoals een laag gewicht en een te snelle hartslag. Bloedonderzoek toont verhoogde T3 en verlaagde FT4 concentraties aan.

SECISBP2-mutaties

Mutaties in SECISBP2 verminderen de activiteit van enzymen die schildklierhormoon reguleren (activeren of inactiveren).

Schildklierhormoonresistentie bèta (RTH-beta)

Dit type gaat samen met hoge FT4 concentraties en ononderdrukte TSH concentraties in het bloed. Klachten van cchildklierhormoonresistentie bèta (RTH-bèta) variëren en kunnen bijvoorbeeld hartkloppingen omvatten.

Schildklierhormoonresistentie alpha (RTH-alpha)

Hierbij zijn schildklierhormoonwaarden niet sterk afwijkend. Symptomen van schildklierhormoonresistentie alpha (RTH-alpha) zijn onder andere vertraagde groei, obstipatie en motorische problemen.

Oorzaak van het Refetoff-syndroom

Resistentie tegen schildklierhormoon wordt veroorzaakt door abnormale schildklierhormoonreceptoren in de cellen van het lichaam. Deze receptoren, die normaal gesproken de interactie met schildklierhormonen regelen, zijn bij resistentie niet normaal, waardoor de hormonen hun gebruikelijke effecten niet kunnen veroorzaken. Er zijn twee soorten receptoren, alfa en bèta, en resistentie ontstaat vaak door een genetische mutatie die resulteert in een defecte bètareceptor. Verschillende weefsels in het lichaam hebben verschillende verhoudingen alfa- en bètareceptoren, waardoor ze anders reageren op hoge schildklierhormoonspiegels. Weefsels met normale alfa-receptoren vertonen kenmerken van schildklieroveractiviteit, terwijl weefsels met defecte bèta-receptoren resistent zijn tegen de hormoonwerking en symptomen van onderactiviteit van de schildklier kunnen vertonen.

Symptomen van schildklierhormoonresistentie

Variabele symptomen

De symptomen van schildklierhormoonresistentie verschillen, afhankelijk van de ernst van de afwijking met de schildklierhormoonreceptor. Daarom is het mogelijk dat je geen symptomen vertoont als je een mildere, gedeeltelijke weerstand vertoont. Dit wordt gecompenseerd doordat de hoeveelheid schildklierhormonen wordt verhoogd die je produceert.

Symptomen van traag werkende schildklier

Als jouw schildklierreceptoren minder goed reageren op schildklierhormonen, kun je symptomen ervaren die lijken op een trage schildklier. Denk aan een verhoogd cholesterolgehalte, vermoeidheid en een neiging tot overgewicht. Soms kunnen er zelfs tekenen zijn van een te actieve schildklier, zoals een snelle hartslag. Dit komt vooral doordat je hart meer normale alfa-receptoren heeft.

Struma (vergrote schildklier)

Als je schildklierhormoonresistentie hebt, zal jouw schildklier waarschijnlijk groter worden (struma). Dit is een reactie op de noodzaak om meer schildklierhormonen aan te maken dan normaal.

Vergrote schildklier (struma) / Bron: Wikimedia Commons

Symptomen bij kinderen

Bij kinderen kunnen bijkomende symptomen optreden, waaronder groeiachterstand, frequente oor-, neus- en keelinfecties, aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD), leerstoornissen en gehoorverlies.

Oorzaak van schildklierhormoonresistentie

Normaal gesproken vervullen schildklierhormonen hun rol door te interageren met receptoren in verschillende doelcellen van jouw lichaam. Als je resistentie hebt tegen schildklierhormonen, betekent dit dat deze receptoren abnormaal zijn. Hierdoor kunnen de schildklierhormonen niet normaal werken en de gebruikelijke effecten niet veroorzaken.

Er bestaan twee soorten schildklierhormoonreceptoren: alfa en bèta. Verschillende delen van jouw lichaam hebben verschillende hoeveelheden alfa- en bètareceptoren. Resistentie tegen schildklierhormoon wordt meestal veroorzaakt door een genetische mutatie die leidt tot een defecte bètareceptor.

Hoe jouw lichaamsweefsels reageren op hoge schildklierhormoonspiegels hangt af van de verhouding tussen alfa- en bètareceptoren in dat specifieke weefsel. Weefsels met voornamelijk normale alfa-receptoren kunnen symptomen van een overactieve schildklier vertonen, terwijl weefsels met voornamelijk defecte bèta-receptoren resistent zijn tegen de werking van het hormoon en symptomen kunnen vertonen die wijzen op onderactiviteit van de schildklier.

Onderzoek en diagnose

De diagnose van schildklierhormoonresistentie wordt gesteld op basis van de volgende onderzoeken:

Bloedtest voor schildklierfunctie

Eerste stap is een eenvoudige bloedtest. Deze toont vaak verhoogde schildklierhormonen en normaal of licht verhoogd schildklierstimulerend hormoon (TSH).

Controle en aanvullende tests

Uitsluiten van TSH-producerend hypofyseadenoom via bloedtest ‘alfa-subeenheid’ en MRI-scan van de hersenen. Daarnaast een thyrotropine-releasing hormoontest (TRH-test) in het ziekenhuis om resistentie te onderscheiden van hypofyse-adenoom. Voor deze test krijg je Relefact TRH om te zien of je hypofyse voldoende stoffen maakt voor een goede werking van je schildklier. Dit kan worden gemeten in je bloed.

Voorts kan middels een genetische test afwijkingen opgespoord worden in de bèta-receptor.

Mogelijke triiodothyronine-suppressietest

Bij onduidelijke diagnose kan er een T3-suppressietestwordenuitgevoerd. Hoge dosis triiodothyronine gedurende acht tot tien dagen, met voor en na bloedonderzoek. Deze test kan worden uitgevoerd om te beoordelen hoe je schildklier reageert op een verhoogde dosis triiodothyronine (T3), waardoor het mogelijk wordt om de oorzaak van de schildklierproblemen beter te begrijpen.

Genetische tests ter bevestiging

Genetische tests worden uitgevoerd om resistentie tegen schildklierhormoon te bevestigen door mogelijke genetische mutaties te identificeren, vooral in de bèta-receptor van het schildklierhormoon. Deze tests bieden een definitieve bevestiging van de genetische basis van de aandoening, waardoor een nauwkeurige diagnose mogelijk is en passende behandelingsstrategieën kunnen worden overwogen.

Behandeling van resistentie tegen schildklierhormoon

Geen symptomen

Bij abnormale bloedtesten maar zonder symptomen, is een behandeling niet vereist. Kinderen worden extra beoordeeld om een normale groei en ontwikkeling te waarborgen.

Symptomen van hypothyreoïdie

Bij hypothyreoïdie maakt je schildklier te weinig schildklierhormonen. Behandeling vindt plaats met levothyroxinetabletten, een synthetische thyroxine-versie. Levothyroxine wordt in de bloedbaan omgezet in actief triiodothyronine. Combinatiebehandeling met levothyroxine en triiodothyronine is niet aanbevolen.

Regelmatige controles

Behandeling wordt gecontroleerd via regelmatige bloedonderzoeken.

Bètablokkers voor snelle hartslag

Bètablokkers worden voorgeschreven aan patiënten met een snelle hartslag als gevolg van hoge schildklierhormoonspiegels.

TRIAC

In bepaalde gevallen kan het medicijn TRIAC worden gebruikt om schildklierhormoonwerking in specifieke weefsels na te bootsen.

Prognose

In zeldzame gevallen kunnen superhoge schildklierhormoonlevels tijdens de zwangerschap problemen veroorzaken voor de groei van de ongeborenbaby. Nauwkeurige monitoring is daarom vereist. Vrouwen met schildklierhormoonresistentie dienen hun arts te raadplegen voordat ze zwanger worden.

Mensen met schildklierhormoonresistentie hebben een verhoogd risico op botontkalking (osteoporose). Daarom wordt er regelmatig gecontroleerd op de botdichtheid, vooral bij volwassenen.

Het is niet bewezen dat specifieke aanpassingen in het dieet helpen bij schildklierhormoonresistentie.

Reacties en ervaringen

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt bijvoorbeeld je ervaringen delen over schildklierhormoonresistentie, of tips geven. Wij stellen reacties zeer op prijs. Reacties worden niet automatisch (direct) gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie gelezen zijn. Dit om ‘spam’ of anderszins ongewenste c.q. ongepaste reacties eruit te filteren. Daar kunnen soms enige uren overheen gaan.