Het getal 1 in de Bijbel: één God, één Middelaar en één volk

Laatst bijgewerkt op 15 augustus 2026 door M.G. Sulman

Het getal 1 lijkt eenvoudig, maar draagt in de Bijbel een opmerkelijk grote theologische lading. Het wijst op oorsprong, uniciteit, eenheid en voorrang, en raakt daarmee aan de kern van de Bijbelse openbaring: er is één God, één Schepper, één Middelaar, één offer, één geloof en één volk dat door Christus wordt vergaderd. Toch heeft niet iedere vermelding van één automatisch een symbolische betekenis. Soms gaat het eenvoudig om één persoon, één dag of één voorwerp. De context beslist. Juist daarom vraagt dit getal om nuchtere uitleg, met aandacht voor taal, verband en heilsgeschiedenis, zodat numerologie wordt vermeden en de werkelijke Bijbelse betekenis helder naar voren komt.

Snel antwoord

Het getal 1 verwijst in de Bijbel vooral naar eenheid, uniciteit, oorsprong en voorrang. De Schrift belijdt één God, Die als Schepper boven alles staat en geen gelijke naast Zich heeft. Vanuit deze belijdenis loopt een duidelijke lijn naar één Middelaar, Jezus Christus, één offer voor de zonde, één geloof en één volk van God.

Toch heeft niet iedere vermelding van het getal 1 een diepere symbolische betekenis. Soms gaat het eenvoudig om één dag, één persoon of één voorwerp. De context bepaalt wat bedoeld wordt. Daarom moet het getal steeds worden uitgelegd vanuit de Bijbeltekst zelf, zonder er een geheime getallencode of vorm van numerologie van te maken.

Let vooral op:
  • De ene God is de enige ware God en geen onderdeel van een groter geheel van goden.
  • De eenheid van God sluit de openbaring van Vader, Zoon en Heilige Geest niet uit.
  • De lijn van één bereikt haar diepste betekenis in Christus: één Middelaar en één volkomen offer.
De afbeelding toont een open boek op een houten tafel, omringd door herfstbladeren. Het boek lijkt op een Bijbel, het heilige boek van het christendom.
Wat is de betekenis van het getal 1 in de Bijbel? / Bron: Freepik

Wat betekent het getal 1 in de Bijbel?

Het getal 1 verwijst in de Bijbel in de eerste plaats naar eenheid, uniciteit, oorsprong, exclusiviteit en voorrang. Dat klinkt wellicht abstract, maar de grondgedachte is eenvoudig: wat één is, staat niet naast een gelijkwaardige tweede. Het is uniek in zijn soort, vormt een samenhangend geheel of neemt de eerste plaats in.

Bij het lezen van getallen in de Bijbel moet je nochtans voorzichtig blijven. De Schrift geeft geen geheim numerologisch woordenboek waarin ieder getal altijd dezelfde verborgen betekenis bezit. Soms is één eenvoudigweg een hoeveelheid: één persoon, één dag, één stad of één offerdier. Elders krijgt het getal door de context een groter theologisch gewicht.

Bij het getal 1 komen verschillende Bijbelse lijnen samen:

  • er is één God;
  • God is de ene oorsprong van alle dingen;
  • één mens, Adam, staat aan het begin van de gevallen mensheid;
  • één Mens, Jezus Christus, staat aan het hoofd van de verloste mensheid;
  • er is één Middelaar tussen God en mensen;
  • Gods volk vormt één lichaam;
  • man en vrouw worden één vlees;
  • er is één geloof, één doop en één hoop;
  • de geschiedenis loopt uit op de erkenning van één Koning.

De kwintessens ligt derhalve niet in de vorm van het cijfer 1. Het gaat om de werkelijkheid die ermee wordt aangeduid. De Bijbel gebruikt eenheid om te laten zien wie God is, hoe Hij handelt en op welke wijze Hij mensen met Zichzelf en met elkaar verbindt.

Naamgeving: één, eerste en enig

Het Nederlandse woord ‘één’

Het Nederlandse woord één duidt een enkel exemplaar, één geheel of één persoon aan. Het accentteken wordt gebruikt wanneer onderscheid nodig is met het onbepaalde lidwoord een. In de Bijbelvertaling kan dat verschil betekenisvol zijn. “Eén God” betekent dat er slechts één God is. “Een god” kan daarentegen verwijzen naar een vermeende godheid, een afgod of iemand die op oneigenlijke wijze god wordt genoemd.

Het rangtelwoord eerste ligt dicht bij het getal 1, doch betekent niet precies hetzelfde. Eén zegt iets over aantal of eenheid. Eerste zegt iets over volgorde, rang of voorrang.

Christus wordt bijvoorbeeld “de Eerstgeborene van heel de schepping” genoemd (Kolossenzen 1:15). Dat betekent niet dat Hij het eerste geschapen wezen zou zijn. De daaropvolgende verzen verklaren juist dat alle dingen door Hem zijn geschapen. Eerstgeborene duidt daar op rang, erfgenaamschap en oppergezag. Hij staat boven de schepping omdat zij door Hem bestaat.

Het Hebreeuwse woord echad

Het belangrijkste Hebreeuwse woord voor één is echad of ’echad (אֶחָד). Het komt zeer dikwijls in het Oude Testament voor. Het kan één persoon, één dag, één voorwerp of een verenigd geheel aanduiden.

In Genesis 1:5 worden avond en morgen samen “de eerste dag”, letterlijk “dag één”, genoemd. In Genesis 2:24 worden man en vrouw “één vlees”. In Exodus 24:3 antwoordt het volk “eenstemmig”, letterlijk met één stem. Ezechiël 37:17 spreekt over twee stukken hout die in de hand van de profeet tot één worden.

Daaruit mag je niet concluderen dat echad op zichzelf “samengestelde eenheid” betekent. Het woord betekent gewoon één. De context bepaalt of het om één afzonderlijk voorwerp, één unieke persoon of een eenheid van onderscheiden delen gaat. Het populaire argument dat echad reeds in zichzelf de Drie-eenheid zou bewijzen, belast één Hebreeuws telwoord met meer theologie dan het kan dragen.

De leer van de Drie-eenheid rust op het geheel van de Schrift: er is één God, de Vader is God, de Zoon is God, de Heilige Geest is God, en deze drie Personen zijn werkelijk van elkaar onderscheiden. De betekenis van echad past binnen dat grotere geheel, maar fungeert niet als een taalkundige passe-partout waarmee de hele leer uit één woord kan worden gehaald.

De Drie-eenheid, ook wel Triniteit of Drievuldigheid genoemd, is het theologische concept binnen het christendom dat stelt dat er één God is die bestaat in drie goddelijke Personen: de Vader, de Zoon (Jezus Christus) en de Heilige Geest.
Scutum Fidei — het klassieke schild van de Drie-eenheid: één God in drie Personen — Vader, Zoon en Heilige Geest. Volmaakt één in wezen, onderscheiden in persoon / Bron: Martin Sulman

Het Griekse woord heis

In het Nieuwe Testament wordt voor één meestal het Griekse heis (εἷς) gebruikt. De vrouwelijke vorm is mia en de onzijdige vorm hen. Welk woord verschijnt, hangt af van het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord.

Zo schrijft Paulus over:

  • één God in Romeinen 3:30;
  • één lichaam in 1 Korinthe 12:12;
  • één Geest in Efeze 4:4;
  • één Heere in Efeze 4:5;
  • één geloof en één doop in hetzelfde vers;
  • één Middelaar in 1 Timotheüs 2:5.

Ook hier ontstaat de betekenis uit de zin en uit de bredere Bijbelse samenhang. Een telwoord is geen zelfstandig theologisch systeem.

Historische achtergrond van het getal 1

Getallen in de wereld van de Bijbel

De Bijbelschrijvers gebruikten niet ons huidige cijferteken 1. De Hebreeuwse en Griekse handschriften bevatten woorden voor getallen en maakten in bepaalde perioden tevens gebruik van letters met een getalswaarde.

Het moderne cijfer 1 behoort tot het Indo-Arabische cijfersysteem, dat zich eeuwen na het ontstaan van de Bijbel in Europa verspreidde. Het rechtopstaande teken dat jij thans als 1 herkent, heeft dus geen eigen Bijbelse symboliek. Het zou quatsch zijn om aan de vorm van dat moderne cijfer een door God geopenbaarde betekenis toe te schrijven.

De theologische betekenis ligt in het begrip één, niet in het later ontwikkelde typografische teken.

Het Sjema als belijdenis van de ene God

De bekendste Bijbelse uitspraak over één staat in Deuteronomium 6:4:

“Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!”

Deze belijdenis wordt doorgaans het Sjema genoemd, naar het eerste Hebreeuwse woord sjema, dat “hoor” of “luister” betekent. Het gaat om meer dan het waarnemen van geluid. Bijbels horen omvat aandacht, erkenning en gehoorzaamheid.

Het Sjema kreeg een centrale plaats in de Joodse gebedspraktijk en werd vanouds ’s morgens en ’s avonds gereciteerd. 1Singer, I. et al. (Eds.). (1901–1906). “Shema.” The Jewish Encyclopedia, deel 11. Het was geen losse rekensom over het aantal goden. Israël beleed tegenover de afgoden van Egypte, Kanaän en de omringende volken dat de HEERE alleen God is en daarom het onverdeelde hart opeist.

De woorden die onmiddellijk volgen, leggen dat verband:

“Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Deuteronomium 6:5).

De ene God vraagt om een ongedeelde liefde. Dat is de praktische spits. Gods eenheid wordt geen onderwerp voor vrijblijvende metafysica, alsof je op afstand over het goddelijke discussieert. De belijdenis legt beslag op je hart, je huis, je opvoeding, je spreken en je dagelijkse gang.

De anatomie van de Bijbelse eenheid

Het getal 1 heeft uiteraard geen anatomie in lichamelijke zin. Wel kun je de Bijbelse gedachte van eenheid ontleden. Dan blijken verschillende betekenislagen aanwezig te zijn die je niet achteloos op één hoop moet werpen.

Numerieke eenheid

Numerieke eenheid betekent eenvoudig dat er één exemplaar of één persoon is. Noach bouwt één ark. Abraham heeft op een bepaald moment één zoon van de belofte. Een priester brengt één offerdier. Deze vermeldingen kunnen theologisch belangrijk zijn, maar het getal draagt niet automatisch een symbolische lading.

Uniciteit

Uniciteit betekent dat iets of Iemand zonder gelijke is. Wanneer de Schrift zegt dat God één is, gaat het om meer dan tellen. Er is geen tweede God van dezelfde soort. De HEERE behoort niet tot een klasse van goddelijke wezens waarvan Hij toevallig het eerste of hoogste lid is.

Jesaja 45:5 zegt:

“Ik ben de HEERE, en niemand anders, buiten Mij is er geen God.”

Gods eenheid is hier exclusief. Alle andere goden zijn afgoden, menselijke bedenksels of demonische machten die ten onrechte worden vereerd. Zij vormen geen kleinere concurrenten binnen hetzelfde godenrijk.

Eenheid als samenhang

In andere teksten bestaat de ene werkelijkheid uit meerdere personen of delen die werkelijk onderscheiden blijven. Man en vrouw worden één vlees. De twaalf stammen vormen één volk. De gelovigen zijn vele leden en toch één lichaam.

Eenheid betekent daar geen versmelting. Het verschil verdwijnt niet. De hand wordt geen oog en de man wordt geen vrouw. De onderscheiden delen worden binnen een door God bepaalde orde aan elkaar verbonden.

Eenheid als exclusieve toewijding

De Bijbel verbindt één geregeld met onverdeeldheid. Jozua roept Israël op te kiezen wie het zal dienen. Elia vraagt hoelang het volk nog op twee gedachten zal hinken (1 Koningen 18:21). Jezus zegt dat niemand twee heren kan dienen (Mattheüs 6:24).

Een verdeeld hart probeert God een plaats te geven naast geld, reputatie, seksualiteit, politieke macht of persoonlijke autonomie. De Schrift weigert die constructie. De ene God ontvangt geen aandeel. Hij heeft recht op het geheel.

Eenheid als oorsprong en doel

God staat als Schepper vóór alle geschapen verscheidenheid. Alles komt uit Hem voort en bestaat tot Zijn eer. De werkelijkheid heeft daarom één uiteindelijke oorsprong en één laatste bestemming.

Dat betekent niet dat alle dingen goddelijk zijn. De leer van de schepping maakt juist scherp onderscheid tussen Schepper en schepsel. God is eeuwig. De wereld heeft een begin. Hij bestaat uit Zichzelf; de schepping is volledig afhankelijk.

Wie deze verhouding nader wil bekijken, vindt meer achtergrond in het artikel over schepping en evolutie.

Eén God: het hart van de Bijbelse belijdenis

Geen oppergod binnen een groter pantheon

In de godsdienstige wereld van het oude Nabije Oosten werden goden dikwijls verbonden aan gebieden, natuurkrachten en volken. Een volk kon zijn eigen god vereren zonder het bestaan van andere godheden principieel te ontkennen. De HEERE openbaart Zich echter niet als Israëls plaatselijke beschermgod naast de goden van Moab, Egypte en Babel.

Hij is de Schepper van hemel en aarde. De zee, de zon, het land, de dieren en de sterren zijn geen goden, doch werken van Zijn handen. Genesis 1 heeft mede daarom een ontmaskerende kracht. Wat de volken aanbaden, wordt in het scheppingsverhaal teruggebracht tot zijn ware status: het is geschapen werkelijkheid.

De leer van God begint derhalve niet bij een algemene categorie “goden”, waarna je onderzoekt welke god het meest aannemelijk is. God is geen kandidaat binnen een verkiezing. Hij is de noodzakelijke en onafhankelijke Schepper, terwijl alle andere dingen hun bestaan van Hem ontvangen.

Gods eenheid en eenvoud

De klassieke theologie spreekt over Gods eenvoud. Dat woord betekent hier niet dat God gemakkelijk te begrijpen zou zijn. Goddelijke eenvoud houdt in dat God niet uit onderdelen is samengesteld.

Een mens bestaat uit lichaam en ziel, bezit eigenschappen en maakt veranderingen door. God bestaat niet uit een deel liefde, een deel macht, een deel rechtvaardigheid en een deel kennis. Hij is geheel en volmaakt wie Hij is. Zijn liefde strijdt nooit met Zijn recht. Zijn macht raakt niet los van Zijn wijsheid. Zijn barmhartigheid heft Zijn heiligheid niet op.

Herman Bavinck stelde dat er maar één goddelijk Wezen is en dat alles wat verder bestaat, zijn bestaan uit, door en tot God heeft. 2Bavinck, H. (1906). Gereformeerde Dogmatiek (2e druk), deel 2, paragraaf over de eenheid van Gods wezen. Gods eenheid betekent dus dat Hij niet afhankelijk is van een samenvoeging die Hem tot God maakt. Hij is uit Zichzelf de levende God.

De Westminster Confessie opent haar hoofdstuk over God met de belijdenis dat er slechts één levende en ware God is, oneindig in wezen en volmaaktheid. 3Westminster Assembly. (1647). Westminster Confession of Faith, hoofdstuk 2, paragraaf 1. Die oude formulering bewaart een wezenlijk onderscheid. Een afgod kan door mensen worden vervaardigd, gedragen, beschadigd of vergeten. De levende God draagt alles.

Eén God en drie Personen

Gods eenheid mag niet worden uitgelegd alsof Vader, Zoon en Heilige Geest slechts drie namen, maskers of tijdelijke rollen zijn. Bij de doop van Jezus staat de Zoon in het water, daalt de Geest op Hem neer en spreekt de Vader uit de hemel (Mattheüs 3:16-17). De Personen zijn werkelijk onderscheiden.

Tegelijk zijn er geen drie goden. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest bezitten niet ieder een eigen afgescheiden goddelijk wezen. Er is één Goddelijk Wezen dat volledig en eeuwig bestaat in drie Personen.

Johannes Calvijn waarschuwde zowel tegen het vermengen van de Personen als tegen het verdelen van Gods wezen. 4Calvijn, J. (1559/2009). Institutie van de christelijke godsdienst, boek I, hoofdstuk 13. Daarmee wordt geen wiskundige tegenstrijdigheid verdedigd. De belijdenis zegt niet dat God één Persoon en tegelijk drie Personen is. God is één in wezen en drie in Persoon.

Wie de logische bezwaren nader wil onderzoeken, kan verder lezen over de vermeende absurditeit van de Drie-eenheid.

De eerste dag en het begin van de schepping

“Dag één” in Genesis

Genesis 1:5 sluit de eerste scheppingsdag af met de woorden:

“Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.”

In het Hebreeuws staat een formulering die letterlijk als “dag één” kan worden weergegeven. De eerste dag vormt het begin van de geordende tijd. God staat Zelf niet binnen die tijd als een wezen dat ouder wordt. Hij schept de opeenvolging van dagen.

De geschiedenis begint daarom niet met een eeuwige stof, een kosmisch conflict of een toevallige fluctuatie. Zij begint met Gods soevereine spreken:

“In het begin schiep God de hemel en de aarde” (Genesis 1:1).

Openbaring betekent dat God bekendmaakt wat de mens uit zichzelf niet kan ontdekken. Niemand was aanwezig om het ontstaan van hemel en aarde waar te nemen. De kennis van de schepping berust uiteindelijk op Gods getuigenis over Zijn eigen werk.

Licht op de eerste dag

Op de eerste dag roept God het licht tevoorschijn en maakt Hij scheiding tussen licht en duisternis. De lichtdragers, waaronder zon en maan, verschijnen pas op de vierde dag. Daarmee maakt de tekst duidelijk dat het licht en de orde van de wereld niet autonoom uit de zon voortkomen. God is hun oorsprong.

Deze eerste scheiding zet een patroon neer dat vaker in Genesis 1 verschijnt. God scheidt en ordent. Hij maakt onderscheid tussen licht en donker, water en land, dieren naar hun aard en uiteindelijk man en vrouw.

Eenheid sluit geschapen onderscheid dus geenszins uit. De ene Schepper brengt een rijke, geordende veelheid voort. Bijbelse eenheid is geen monotone gelijkvormigheid.

Eén mens aan het hoofd van de oude mensheid

Adam als historisch persoon

Romeinen 5 stelt één mens, Adam, tegenover één Mens, Jezus Christus. Die vergelijking verliest haar samenhang wanneer Adam slechts een mythisch symbool voor de mensheid zou zijn. Paulus spreekt over twee werkelijke verbondshoofden die door hun handelen gevolgen hebben voor degenen die zij vertegenwoordigen.

Een verbondshoofd is iemand die voor anderen optreedt, zodat zijn gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid hun positie mede bepaalt. Dat klinkt juridisch, maar het beginsel is ook in het gewone leven herkenbaar. Een regeringsleider kan namens een land een verdrag sluiten. De gevolgen raken miljoenen mensen die niet persoonlijk aan de onderhandelingstafel zaten.

Adam stond in een veel diepere zin als hoofd van de mensheid voor God. Door één mens kwam de zonde de wereld binnen, en door de zonde de dood (Romeinen 5:12).

Eén overtreding met verstrekkende gevolgen

De eerste zonde was geen onbeduidend vergrijp rond een stuk fruit. Adam verwierp Gods woord en eigende zich het recht toe om zelf te bepalen wat goed en kwaad is. De mens wilde niet langer onder Gods gezag leven.

Hier wordt de ernst van de zonde zichtbaar. Zonde is wetteloosheid, oftewel leven alsof Gods wet geen rechtmatige zeggenschap heeft. Zij bestaat zowel uit verkeerde daden als uit het nalaten van het goede. Meer daarover staat in het artikel over zonden van commissie en omissie.

Paulus schrijft dat door één overtreding de veroordeling over alle mensen is gekomen (Romeinen 5:18). Dat stuit bij moderne lezers dikwijls op verzet. Waarom zou Adams daad jou raken?

Het Bijbelse antwoord ligt in de organische en verbondsmatige eenheid van het menselijk geslacht. Jij bent geen los atoom dat toevallig naast miljarden andere autonome individuen bestaat. Alle mensen stammen uit dezelfde mensheid voort en delen in Adams gevallen natuur. Daar komt bij dat je Adams opstand niet onschuldig ondergaat. Je bevestigt haar door je eigen zonden.

Eén Mens aan het hoofd van de nieuwe mensheid

De laatste Adam

Tegenover Adam plaatst Paulus Christus. Hij noemt Hem in 1 Korinthe 15:45 “de laatste Adam”. Christus begint geen reparatieproject waarbij de oude mensheid enigszins wordt opgeknapt. Hij staat aan het hoofd van een nieuwe mensheid.

Waar Adam ongehoorzaam was, gehoorzaamt Christus. Waar Adam onder gunstige omstandigheden viel, blijft Christus staande onder honger, verzoeking, vijandschap en lijden. Waar Adam naar gelijkheid met God greep, vernederde de eeuwige Zoon Zich door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen (Filippenzen 2:6-8).

De parallel in Romeinen 5 is nauwkeurig:

  • door de ongehoorzaamheid van één mens werden velen als zondaars aangemerkt;
  • door de gehoorzaamheid van Eén zullen velen als rechtvaardigen aangemerkt worden.

Eén rechtvaardige daad

Christus’ gehoorzaamheid omvat Zijn gehele leven en bereikt haar beslissende voltooiing aan het kruis. Hij vervult de wet die Adam en zijn nakomelingen overtreden. Hij draagt het oordeel dat zij verdienden.

Verzoening betekent dat de verhouding tussen God en zondaren wordt hersteld doordat Christus de schuld wegneemt en Gods recht bevredigt. Het kruis is geen toneelstuk waarin God doet alsof de zonde ernstig is. Daar wordt het werkelijke oordeel gedragen door de Plaatsvervanger.

Rechtvaardiging betekent dat God een schuldige zondaar rechtvaardig verklaart op grond van Christus’ gerechtigheid. Het gaat om een rechterlijk oordeel. God maakt de zonde niet ongedaan door haar te negeren, maar rekent de gelovige het volbrachte werk van Christus toe.

Eén Mens handelt, en velen ontvangen de vrucht. De eenheid tussen Christus en de gelovige vormt daarmee een centrale werkelijkheid van het heil.

In Adam of in Christus

De Bijbel kent uiteindelijk twee mensheden. De ene is in Adam en staat onder zonde en dood. De andere is in Christus en ontvangt gerechtigheid en leven.

“In Christus” betekent dat je door het geloof met Hem verbonden bent. Zijn dood geldt als jouw dood onder het oordeel. Zijn opstanding opent jouw nieuwe leven. Zijn gerechtigheid bepaalt jouw positie voor God.

Dat is geen mystieke versmelting waarbij jouw persoon verdwijnt. Christus blijft het Hoofd en jij blijft schepsel. De vereniging is geestelijk, werkelijk en verbondsmatig. De Heilige Geest brengt haar tot stand en onderhoudt haar.

Adam en Christus staan tegenover elkaar als de twee verbondshoofden: door Adam kwamen zonde en dood, door Christus gerechtigheid en leven.
Adam en Christus staan in de Schrift tegenover elkaar als twee hoofden van de mensheid. In Adam kwam de zonde de wereld binnen; in Christus worden gerechtigheid, opstanding en eeuwig leven geschonken. Beeld: M.G. Sulman

Eén Middelaar tussen God en mensen

Waarom er maar één Middelaar is

Paulus schrijft:

“Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus” (1 Timotheüs 2:5).

De redenering is scherp. Omdat er één God is, bestaat er voor alle mensen één weg tot Hem. De volken hebben geen afzonderlijke verlossers nodig die aansluiten bij hun eigen cultuur, temperament of religieuze erfenis.

Een Middelaar is iemand die tussen twee partijen staat om de verbroken verhouding te herstellen. Tussen de heilige God en de schuldige mens kan geen gewoon schepsel die taak volbrengen. De Middelaar moet werkelijk mens zijn om namens mensen te gehoorzamen en te lijden. Hij moet werkelijk God zijn om het volle gewicht van Gods toorn te dragen en een verlossing van eeuwige waarde tot stand te brengen.

Christus is die ene Middelaar omdat Hij God en mens is in één Persoon.

Geen aanvullende bemiddelaars

De ene Middelaar laat geen ruimte voor andere geestelijke tussenpersonen die noodzakelijk zouden zijn om tot God te naderen. Predikanten, ouderlingen en andere gelovigen kunnen voor je bidden. Zij kunnen het Woord uitleggen en geestelijke raad geven. Zij worden daarmee geen tweede toegangspoort tot God.

Ook Maria, heiligen, engelen of gestorven gelovigen delen niet in Christus’ unieke Middelaarsambt. De Schrift leert dat je door Christus vrijmoedig tot de troon van de genade mag gaan (Hebreeën 4:14-16). Een aanvullende hemelse hiërarchie zou Zijn volkomen werk feitelijk onvolkomen verklaren.

De exclusiviteit van Christus klinkt in de huidige Zeitgeist al snel aanmatigend. Toch volgt zij uit de identiteit van Christus Zelf. Wanneer Hij werkelijk de vleesgeworden Zoon, de gekruisigde Borg en de opgestane Heere is, kan Hij niet worden teruggebracht tot één religieuze leraar tussen vele anderen.

Voor een breder overzicht van deze belijdenis kun je terecht bij het christelijk geloof.

Eén offer dat werkelijk volstaat

De herhaling van de offers

Onder het oude verbond werden voortdurend offers gebracht. Die herhaling maakte zichtbaar dat het bloed van dieren de zonde niet definitief kon wegnemen. De offers hadden een door God ingestelde functie, maar wezen boven zichzelf uit naar Christus.

Hebreeën 10 plaatst de herhaalde dienst van de priesters tegenover het ene offer van Christus:

“Maar deze Priester is, nadat Hij één slachtoffer voor de zonden geofferd had, tot in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand van God” (Hebreeën 10:12).

Het zitten wijst op voltooiing. De oudtestamentische priester bleef staan omdat zijn dienst doorging. Christus gaat zitten omdat Zijn offer niet herhaald hoeft te worden.

Eén offer en volledige vergeving

Hebreeën 10:14 zegt:

“Want met één offer heeft Hij hen die geheiligd worden, tot in eeuwigheid volmaakt.”

Heiliging is het werk waardoor God de gelovige steeds meer vernieuwt naar het beeld van Christus. Die vernieuwing verloopt tijdens het aardse leven onvolkomen. De gelovige strijdt nog met zonde.

Zijn positie voor God rust evenwel niet op de mate waarin zijn heiliging reeds gevorderd is. Het ene offer heeft hem wat de schuld betreft volkomen gereinigd. Hier ligt vaste grond voor een geweten dat telkens weer wordt aangeklaagd.

Je hoeft Christus niet door je berouw, ernst of geestelijke prestaties over te halen om opnieuw te betalen. Bekering is noodzakelijk, doch zij voegt geen waarde toe aan het offer. Het geloof ontvangt wat Christus volbracht heeft.

Eén Naam waardoor je gered moet worden

Na de genezing van de verlamde man verklaart Petrus tegenover de Joodse leiders:

“En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden” (Handelingen 4:12).

Een naam staat in de Bijbel geregeld voor de persoon, zijn gezag en zijn geopenbaarde identiteit. Gered worden door de Naam van Jezus betekent daarom geen magisch gebruik van klanken. Het betekent dat de redding uitsluitend gevonden wordt in wie Hij is en wat Hij heeft gedaan.

God heeft geen reeks gelijkwaardige verlossingsroutes beschikbaar gesteld. Religieuze oprechtheid kan waarheid niet vervangen. Een mens kan oprecht verdwalen. Hij kan met grote toewijding een afgod dienen of zijn vertrouwen stellen op eigen goedheid.

Daarom heeft de verkondiging van het evangelie een wereldwijde strekking. Wanneer Christus de enige Naam tot redding is, moet die Naam aan alle volken worden bekendgemaakt. Christelijke zending berust niet op culturele zelfverheffing, maar op het bevel van de ene Koning en de nood van een gevallen mensheid.

Eén Herder en één kudde

De goede Herder

In Johannes 10 noemt Jezus Zichzelf de goede Herder. Hij kent Zijn schapen, roept hen bij name en legt Zijn leven voor hen af. Vervolgens spreekt Hij over andere schapen die nog niet van de bestaande Joodse kudde zijn:

“Ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder” (Johannes 10:16).

De ene kudde ontstaat niet door menselijke diplomatie of organisatorische uniformiteit. Christus verzamelt haar door Zijn stem. Het Woord roept mensen uit Joden en heidenen tot hetzelfde geloof.

De eenheid van Gods volk ligt derhalve eerst in Christus, niet in sociologische overeenkomsten. Leeftijd, afkomst, taal, opleiding en maatschappelijke positie kunnen sterk verschillen. De kudde blijft één omdat zij onder dezelfde Herder staat.

De afbeelding toont een voorstelling van de Gelijkenis van de Goede Herder, een gelijkenis van Jezus die te vinden is in Johannes 10:11-14 in het Nieuwe Testament.
Jezus zegt: “Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen.” / Bron: Wikimedia Commons

Israël en de volken

De opname van gelovigen uit de volken betekent niet dat Gods handelen met Israël een vergissing of overbodige tussenfase was. De Messias komt uit Israël, de verbonden en beloften zijn in Israëls geschiedenis geopenbaard, en de heidenen worden niet los van deze heilshistorische wortel gered.

Heilsgeschiedenis is de voortgaande geschiedenis waarin God Zijn reddingsplan bekendmaakt en uitvoert, van schepping en zondeval tot Christus’ wederkomst en de nieuwe schepping.

Paulus gebruikt in Romeinen 11 het beeld van een olijfboom. Takken uit een wilde olijf worden geënt op de bestaande boom. Zij dragen de wortel niet; de wortel draagt hen. Dat behoedt zowel voor hoogmoed tegenover Israël als voor de gedachte dat er twee losstaande wegen van verlossing zouden bestaan.

Meer achtergrond staat op de themapagina over Israël in Bijbel, geschiedenis en actualiteit.

Eén lichaam met vele leden

De gemeente als lichaam van Christus

Paulus noemt de gemeente één lichaam met vele leden (1 Korinthe 12:12-27). Ieder lid heeft een eigen plaats en functie. De verscheidenheid wordt door de Geest gegeven en behoort tot de goede orde van het lichaam.

De vergelijking corrigeert twee tegengestelde dwalingen.

De eerste is individualisme. Daarbij beschouw je geloof vooral als een privéverhouding tussen Jezus en jou, terwijl de zichtbare gemeente facultatief wordt. Paulus laat echter zien dat een lichaamsdeel niet zelfstandig kan voortbestaan. Een oog buiten het lichaam is geen vrij oog, maar een stervend orgaan.

De tweede dwaling is uniformiteit. Daarbij wordt eenheid opgevat als gelijkvormigheid. Iedereen moet hetzelfde karakter, dezelfde taak, dezelfde belangstelling of dezelfde manier van spreken hebben. Paulus redeneert precies andersom. Wanneer het hele lichaam oog was, waar bleef dan het gehoor?

Bijbelse eenheid geeft ruimte aan onderscheid, doch niet aan onafhankelijkheid.

Eén Hoofd

Christus is het Hoofd van het lichaam (Kolossenzen 1:18). Hij schenkt leven, bepaalt de richting en heeft het hoogste gezag. Geen predikant, synode, beweging of invloedrijke persoonlijkheid mag die plaats innemen.

Kerkelijke leiders hebben werkelijk gezag voor zover zij het Woord trouw bedienen. Hun positie is dienend en afgeleid. Zodra een leider gehoorzaamheid aan zichzelf opeist tegen de Schrift in, treedt hij buiten zijn ambt.

Dat geeft ook een maatstaf voor bewegingen en gemeenten die sterk rond een bepaalde stijl of leider worden opgebouwd. De vraag luidt niet allereerst hoeveel bezoekers er komen of hoe krachtig de ervaring is, maar of Christus door Zijn Woord regeert. Een voorbeeld van zo’n toetsing vind je in de beschouwing over Mozaiek-gemeenten.

Eén Geest, één hoop, één Heere en één geloof

Efeze 4:4-6 bevat een opvallende opeenstapeling van het woord één:

“Eén lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.”

De eenheid is reeds gegeven

Paulus draagt de gemeente op de eenheid van de Geest te bewaren. Hij zegt niet dat gelovigen die eenheid eerst moeten produceren. Christus heeft door Zijn bloed Jood en heiden met God verzoend en tot één nieuwe mens gemaakt (Efeze 2:14-16). De Geest verbindt hen met Christus en met elkaar.

De kerk ontvangt haar eenheid dus als gave en moet haar vervolgens bewaren in nederigheid, geduld, waarheid en liefde.

Dat bewaart voor kerkelijk activisme waarbij zichtbare samenwerking als hoogste doel wordt behandeld. Organisatorische eenheid kan nuttig zijn, maar zij is niet identiek aan geestelijke eenheid. Kerken kunnen één instituut vormen en ondertussen fundamenteel verdeeld zijn over het evangelie. Omgekeerd kunnen gelovigen uit verschillende kerkverbanden dezelfde Heere, hetzelfde geloof en dezelfde hoop bezitten.

Eén geloof

“Eén geloof” duidt hier op de gemeenschappelijke inhoud van het christelijke geloof. Geloof is meer dan een innerlijk gevoel van vertrouwen. Het heeft een object. Je gelooft de waarheid die God heeft geopenbaard en vertrouwt jezelf toe aan Christus.

Daarom kan christelijke eenheid niet worden gebouwd op het minimaliseren van de waarheid. Wanneer Christus’ godheid, Zijn lichamelijke opstanding of de rechtvaardiging door het geloof wordt prijsgegeven, blijft geen ruimer christendom over. Het fundament is dan verdwenen.

Eén doop

De ene doop is het door Christus ingestelde teken van de inlijving in Zijn zichtbare gemeente. Water bezit geen magische kracht. Het teken wijst naar reiniging door Christus’ bloed en vernieuwing door de Heilige Geest.

Paulus noemt de doop binnen de eenheid van de kerk. Wie gedoopt wordt, ontvangt geen zuiver individuele geloofsmarkering. De doop plaatst iemand zichtbaar binnen de gemeenschap die de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest draagt.

Man en vrouw worden één vlees

Een door God gestichte eenheid

Genesis 2:24 zegt:

“Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.”

De eenheid van man en vrouw omvat lichamelijke gemeenschap, maar reikt verder. Het huwelijk sticht een nieuwe verbondseenheid van trouw, leven, verantwoordelijkheid en wederzijdse toewijding.

Man en vrouw worden geen onpersoonlijk mengsel. Zij blijven onderscheiden personen en behouden hun lichamelijke sekse. Hun eenheid veronderstelt juist het verschil dat God in de schepping heeft gelegd.

Hier raakt het huwelijk aan het beeld van God. Imago Dei betekent dat de mens God op schepselmatige wijze vertegenwoordigt. Dat houdt concreet in dat ieder mens waardigheid bezit, waarheid kan kennen, morele verantwoordelijkheid draagt, de schepping moet beheren en in relaties van trouw behoort te leven.

Eén vlees en seksuele ethiek

Omdat seksuele gemeenschap één-vlees-eenheid tot uitdrukking brengt, behandelt de Schrift seksualiteit nooit als louter recreatie. Paulus past Genesis 2 zelfs toe op gemeenschap met een prostituee: “Die zich met een hoer verenigt, is één lichaam met haar” (1 Korinthe 6:16).

Het lichaam spreekt als het ware verbondstaal, ook wanneer de betrokken personen ontkennen dat er een verbond bestaat. Seksuele handelingen zijn daarom niet betekenisloos zolang beide partijen instemmen. Zij raken de door God gegeven samenhang tussen lichaam, trouw en huwelijk.

Deze lijn geeft tevens een kader voor onderwerpen zoals promiscuïteit. De Bijbelse norm is geen willekeurige beperking van vrijheid. Zij beschermt de eenheid waarvoor seksualiteit geschapen is.

Christus en Zijn bruid

Efeze 5 verbindt het huwelijk met Christus en de gemeente. De man wordt geroepen zijn vrouw lief te hebben zoals Christus de gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar heeft overgegeven.

Het aardse huwelijk is geen verlossingsmiddel. Wel vormt het een geschapen afbeelding van verbondstrouw. Christus verwerft Zijn bruid niet door romantisch sentiment, maar door Zelfovergave, reiniging en blijvende zorg.

De diepere heilshistorische achtergrond daarvan wordt uitgewerkt in het artikel over de bruid van Christus langs de weg van zondeval en kruis.

Eén wetgever en één morele orde

Jakobus 4:12 zegt:

“Er is één Wetgever, Die macht heeft om zalig te maken en te verderven.”

Gods eenheid heeft rechtstreeks gevolgen voor de ethiek. Wanneer er één Schepper en Wetgever is, bestaat er uiteindelijk één objectieve morele orde. Goed en kwaad worden niet voortgebracht door meerderheid, gewoonte, macht of individuele voorkeur.

Dat betekent niet dat iedere situatie eenvoudig is. Bijbelse ethiek vraagt zorgvuldig onderscheid tussen beginsel, gebod, omstandigheid en verantwoordelijkheid. De maatstaf blijft evenwel Gods karakter en geopenbaarde wil.

Geen concurrerende bronnen van hoogste gezag

De moderne mens erkent dikwijls verschillende hoogste gezagsbronnen naast elkaar: persoonlijke autonomie, wetenschap, rechtspraak, maatschappelijke consensus en emotionele authenticiteit. Elk daarvan heeft een legitieme beperkte plaats. Geen ervan kan echter het hoogste morele gezag dragen.

Wetenschap kan beschrijven wat er gebeurt. Zij kan niet uit meetgegevens afleiden wat een mens behoort te doen. Rechtspraak kan wetten handhaven, maar een wettelijk besluit kan onrechtvaardig zijn. Consensus toont wat veel mensen denken, niet noodzakelijk wat waar is.

De ene Wetgever staat boven menselijk gezag. Derhalve kunnen profeten koningen terechtwijzen en kunnen apostelen verklaren dat men God meer moet gehoorzamen dan mensen.

De verhouding tussen Gods openbaring en maatschappelijke moraal komt uitgebreider aan bod bij ethiek en samenleving.

Eenheid als grond voor kennis en moraal

Cornelius Van Til benadrukte dat de menselijke kennis afhankelijk is van Gods kennis. De mens denkt nooit vanuit een neutraal niemandsland. Hij denkt als schepsel in Gods wereld en gebruikt daarbij vermogens die God hem heeft gegeven.

Dat uitgangspunt heet presuppositionalisme: de benadering dat ieder denken uitgaat van fundamentele vooronderstellingen en dat alleen Gods openbaring een sluitende grond biedt voor kennis, logica en moraal. Meer hierover staat in het artikel over Bijbelse apologetiek en het transcendentale argument.

De eenheid van waarheid vloeit voort uit de ene God. Er bestaat geen religieuze waarheid die strijdig mag zijn met historische waarheid, en geen morele waarheid die losstaat van de werkelijkheid. God spreekt Zichzelf niet tegen.

Eén doel binnen Gods voorzienigheid

De geschiedenis valt niet uiteen

Voorzienigheid betekent dat God de schepping onderhoudt, alle gebeurtenissen bestuurt en Zijn raad uitvoert. Dat betekent niet dat mensen marionetten zijn of dat kwaad goed wordt. Mensen handelen werkelijk, maken keuzes en dragen verantwoordelijkheid. Gods bestuur omvat hun handelen zonder Zelf de auteur van de zonde te zijn.

Omdat één God regeert, valt de geschiedenis niet uiteen in een strijd tussen gelijkwaardige machten. Satan is geen donkere god die tegenover God staat. Hij is een gevallen schepsel, begrensd en uiteindelijk veroordeeld.

Het boek Job laat zien dat Satan niet buiten Gods gezag om kan handelen. In het lijden van Christus spannen Herodes, Pontius Pilatus, de volken en leiders van Israël samen. Handelingen 4:27-28 zegt tegelijk dat zij doen wat Gods hand en raad tevoren bepaald hadden.

Hun daad blijft boos. Gods bedoeling is heilig. Aan het kruis gebruikt Hij de grootste menselijke misdaad om de verlossing van zondaren tot stand te brengen.

Eén raad, vele gebeurtenissen

In het gewone leven zie je dikwijls losse feiten, abrupte wendingen en pijnlijke onderbrekingen. Gods raad is voor jou grotendeels verborgen. Je mag daarom niet achter ieder voorval een gedetailleerde verklaring fabriceren.

Wel mag je weten dat de werkelijkheid niet stuurloos is. De ene God werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil (Efeze 1:11). Dat geeft geen goedkope verklaring voor verdriet. Het geeft grond om te vertrouwen wanneer de verklaring ontbreekt.

Meer over deze samenhang vind je op de pagina over kerkgeschiedenis en christelijke organisaties, waar voorzienigheid wordt verbonden met menselijk handelen en historische verantwoordelijkheid.

Eén ding is nodig

Wanneer Martha druk bezig is met dienen en zich ergert aan Maria, die naar Jezus luistert, zegt de Heere:

“Slechts één ding is nodig” (Lukas 10:42).

Deze uitspraak veracht het dagelijkse werk niet. Jezus bevindt Zich juist in Martha’s huis en ontvangt haar gastvrijheid. Haar probleem is dat haar dienst allengs wordt beheerst door onrust, vergelijking en verwijt.

Het ene nodige is gemeenschap met Christus door te luisteren naar Zijn woord. Alle andere taken ontvangen pas hun juiste plaats wanneer zij onder Zijn spreken staan.

Dat is confronterend voor een leven waarin drukte gemakkelijk als deugd wordt gepresenteerd. Een volle agenda kan zelfs een vlucht zijn. Je hoeft dan niet stil te worden voor God, je motieven te onderzoeken of schuld onder ogen te zien.

Maria kiest het goede deel omdat zij aan Jezus’ voeten zit als leerling. De prioriteit van het ene nodige ordent de veelheid van dagelijkse verantwoordelijkheden.

Eén ding doen: gerichte heiliging

Paulus schrijft in Filippenzen 3:13:

“Maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is.”

Hij beweert niet letterlijk maar één activiteit te verrichten. Zijn leven bevat reizen, onderwijs, handwerk, gebed, pastorale zorg en gevangenschap. “Eén ding” benoemt de richting die al deze activiteiten samenbindt.

Paulus jaagt naar het doel van Gods roeping in Christus. Hij laat zich niet regeren door vroegere prestaties en evenmin verlammen door vroegere zonden.

Dit is gerichte heiliging. Je wordt niet heiliger door eindeloos in jezelf rond te kijken. Zelfonderzoek heeft zijn plaats, doch het moet leiden tot belijdenis, geloof en vernieuwde gehoorzaamheid. Anders verandert het in geestelijke zelfabsorptie.

De eenheid van levensrichting ontstaat wanneer Christus het middelpunt is. Werk, relaties, rust, kerkelijk leven en lichamelijke zorg krijgen dan verschillende functies binnen dezelfde roeping.

Een geleefde ervaring: het Sjema in het dagelijks leven

Een modern ervaringsverhaal over het getal 1 zou al snel geforceerd of moeilijk controleerbaar worden. De historische gebedspraktijk rond het Sjema biedt een betrouwbaarder voorbeeld van geleefde ervaring.

Joodse gelovigen reciteerden Deuteronomium 6:4-9 in de morgen en de avond. De belijdenis van de ene God stond daarmee aan het begin en einde van de dagelijkse arbeid. 5Singer, I. et al. (Eds.). (1901–1906). “Shema.” The Jewish Encyclopedia, deel 11.

Die praktijk sluit nauw aan bij de tekst zelf. Mozes zegt dat Israëlieten Gods woorden moeten inscherpen bij hun kinderen en erover moeten spreken wanneer zij thuiszitten, onderweg zijn, neerliggen en opstaan.

Stel je een Israëlitisch gezin voor dat leeft te midden van volken met talloze goden. De oogst wordt met een vruchtbaarheidsgod verbonden, onweer met een stormgod en ziekte met boze machten. Tweemaal per dag klinkt daartegenover: de HEERE is onze God, de HEERE is één.

Dat was geen abstract lesje monotheïsme. Het plaatste akker, gezondheid, kinderen, toekomst en veiligheid onder het bestuur van dezelfde God. De ene God van de eredienst was ook de God van de markt, de maaltijd en de opvoeding.

Voor een christen krijgt deze belijdenis verdere diepte in Christus. Paulus schrijft in 1 Korinthe 8:6:

“Toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem.”

Paulus verlaat het monotheïsme van Israël niet. Hij belijdt de ene God in het licht van de openbaring van Vader en Zoon. Het dagelijks leven staat daardoor onder één Schepper en één Heere.

Verkeerde uitleg van het getal 1

Numerologie

Numerologie probeert verborgen kennis te verkrijgen door getallen op speculatieve wijze te verbinden aan namen, gebeurtenissen of toekomstige ontwikkelingen. Daarbij wordt de gewone betekenis van de Bijbel dikwijls terzijde geschoven.

Een voorbeeld is het optellen van letterwaarden om op basis daarvan iemands geestelijke betekenis of toekomstige rol vast te stellen. De Bijbel kent gematria, oftewel het gebruik van letters als getallen, mogelijk bij het getal 666 in Openbaring 13. Dat geeft geen vrijbrief om elk woord in een rekensom te veranderen.

De Schrift legt zichzelf uit door tekst, context, genre en samenhang. Wie getallen losmaakt van die begrenzing, kan vrijwel iedere gewenste boodschap produceren. De methode wordt dan ongevoelig voor correctie.

“Eén” betekent altijd hetzelfde

Een tweede fout is de gedachte dat één overal dezelfde symbolische betekenis heeft. Soms betekent één uniciteit, soms eenheid, soms volgorde en soms gewoon één exemplaar.

De ene verloren schaap uit Lukas 15 benadrukt bijvoorbeeld de persoonlijke zorg van de herder voor een afzonderlijk dier. Het getal verwijst daar niet rechtstreeks naar Gods eenvoud of naar de eenheid van de kerk.

Gezonde Bijbeluitleg begint bij de vraag wat een tekst in zijn eigen literaire en historische verband zegt.

Eén als bewijs tegen de Drie-eenheid

Unitarische opvattingen stellen dat Gods eenheid uitsluit dat Vader, Zoon en Heilige Geest onderscheiden goddelijke Personen zijn. Daarbij wordt “één” stilzwijgend gelijkgesteld aan “één Persoon”.

Dat volgt niet uit het woord zelf. Een wezen en een persoon zijn verschillende categorieën. De Schrift belijdt één God en spreekt tegelijk over de Vader, de Zoon en de Geest op een wijze die hun goddelijkheid en persoonlijke onderscheidenheid bevestigt.

De vraag is dus niet welke voorstelling het eenvoudigst aanvoelt, maar welke belijdenis recht doet aan alle gegevens van de Schrift.

Eén als opheffing van verschil

Ook in maatschappelijke en kerkelijke discussies wordt eenheid soms gelijkgesteld aan het verdwijnen van onderscheid. Verschillen in ambt, geslacht, verantwoordelijkheid of gave worden dan verdacht gemaakt alsof zij de menselijke gelijkwaardigheid aantasten.

De Schrift denkt anders. Gelijke waardigheid vereist geen identieke functie. In het lichaam heeft ieder lid dezelfde verbondenheid met het Hoofd, terwijl de taken verschillen. In het huwelijk zijn man en vrouw beiden beelddragers van God, doch zij zijn niet onderling verwisselbaar.

Eenheid zonder onderscheid wordt vormloos. Onderscheid zonder eenheid valt uiteen. De Bijbelse orde bewaart beide onder het gezag van de ene God.

Het getal 1 en christelijke ethiek

Ieder mens als ondeelbare persoon

Het getal 1 herinnert er tevens aan dat God mensen niet slechts als aantallen beziet. Jezus spreekt over één verloren schaap, één verloren munt en één verloren zoon. Daarmee wordt geen individualistische mensvisie geleerd, maar wel de persoonlijke waarde van ieder mens onder Gods oordeel en zorg.

Het Imago Dei geeft ieder mens waardigheid. Die waardigheid hangt niet af van gezondheid, verstandelijke vermogens, zelfstandigheid, leeftijd of maatschappelijk nut.

Een mens met ernstige dementie blijft één menselijke persoon. Een ongeboren kind is geen stukje potentieel leven dat pas door maatschappelijke erkenning mens wordt. Een gevangene wordt door zijn misdaad geen onmens. Een ernstig gehandicapte hoeft zijn bestaansrecht niet te bewijzen door productiviteit.

Imago Dei -- elke mens draagt de afdruk van zijn Maker (Genesis 1:27)
Imago Dei — elke mens draagt de afdruk van zijn Maker (Genesis 1:27) / Bron: Martin Sulman

Eén naaste voor je aangezicht

Christelijke ethiek kan gemakkelijk breed en theoretisch worden. Je spreekt dan over menselijkheid, rechtvaardigheid en barmhartigheid, terwijl de concrete persoon voor je wordt vergeten.

De wet zegt: “U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Een naaste is geen abstracte mensheid. Het is dikwijls die ene persoon die op dat moment aanspraak maakt op je tijd, waarheid, bescherming of geduld.

Daarmee wordt naastenliefde begrensd én concreet. Jij bent niet geroepen persoonlijk alle nood in de wereld op te lossen. Je mag evenmin de bereikbare naaste negeren onder verwijzing naar grote idealen.

Eén waarheid voor alle mensen

Omdat er één God en één morele orde is, gelden waarheid en recht voor alle mensen. Bijbelse ethiek kent geen afzonderlijke moraal voor machthebbers, vrienden of leden van de eigen groep.

Een rechter mag de arme niet voortrekken uit sentiment en de rijke niet bevoordelen uit eigenbelang (Leviticus 19:15). Een christen mag leugen niet goedpraten omdat zij een nuttig politiek doel dient. De ene Waarachtige God laat geen tribale waarheid toe.

Juist hier krijgt de belijdenis van Gods eenheid maatschappelijke scherpte. Zij bestrijdt afgoderij, machtsmisbruik en moreel opportunisme.

De ene God tegenover moderne veelgoderij

Afgoden zonder tempel

De westerse mens noemt zichzelf graag seculier, maar leeft niet zonder goden. Een afgod is alles waaraan je het hoogste vertrouwen, de beslissende gehoorzaamheid of je diepste identiteit geeft.

Geld kan als god functioneren wanneer financiële zekerheid je uiteindelijke rust bepaalt. Seksualiteit wordt een god wanneer verlangens het recht krijgen je identiteit en moraal te definiëren. De staat wordt een god wanneer hij als hoogste bron van recht en verlossing wordt behandeld.

Deze afgoden hebben zelden een altaar van steen. Zij vragen niettemin offers: tijd, geweten, relaties, kinderen, waarheid en soms mensenlevens.

Het artikel over moreel parasitisme laat zien hoe een samenleving christelijk gevormde morele begrippen kan blijven gebruiken terwijl zij de grondslag ervan afwijst.

Een versnipperd zelf

Wanneer er geen ene God boven het leven staat, moet de mens zelf eenheid construeren. Dat blijkt moeilijker dan het moderne autonomie-ideaal doet vermoeden.

Iemand kan op het werk een andere moraal hanteren dan thuis, online een ander karakter tonen dan in de kerk en zijn lichaam behandelen alsof het losstaat van zijn geestelijke overtuigingen. Het zelf versplintert in rollen, verlangens en verwachtingen.

De Bijbelse oproep tot heelheid begint niet bij intensiever zelfmanagement. Zij begint bij bekering tot de ene God. Wanneer Hij de hoogste plaats ontvangt, kunnen de verschillende terreinen van het leven opnieuw onder één waarheid en één roeping worden gebracht.

Eén Koning en één toekomstig Koninkrijk

De Koning over alle volken

Psalm 2 spreekt over de koningen van de aarde die zich tegen de HEERE en Zijn Gezalfde verheffen. God antwoordt dat Hij Zijn Koning over Sion heeft aangesteld.

Christus’ koningschap ontstaat niet doordat mensen Hem erkennen. Hij bezit alle macht in hemel en op aarde (Mattheüs 28:18). Evangelieverkondiging is daarom tevens de bekendmaking dat de wettige Koning genade aanbiedt aan opstandelingen.

De oproep tot geloof is geen vrijblijvende uitnodiging om Jezus als levensaanvulling te proberen. Zij is een bevel tot bekering en tegelijk een ruim aanbod van vergeving.

De HEERE zal één zijn

Zacharia 14:9 ziet uit naar de dag waarop de HEERE Koning zal zijn over heel de aarde:

“Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.”

De tekst suggereert niet dat God thans nog niet één zou zijn. Zij ziet uit naar de wereldwijde, openbare erkenning van wat altijd waar is geweest.

Nu wordt Gods Naam gelasterd, ontkend en vermengd met menselijke voorstellingen. Dan zal Zijn alleenheerschappij zichtbaar en onbetwist zijn.

Openbaring eindigt met één troon van God en van het Lam in het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 22:1-3). De Bijbelse geschiedenis beweegt van de ene Schepper naar de ene troon. Tussen die beide ligt de geschiedenis van zonde, verbond, oordeel en verlossing.

Wat de betekenis van één van je vraagt

De Bijbelse betekenis van één blijft niet steken in getallensymboliek. De belijdenis stelt een persoonlijke vraag: wie of wat bezit in werkelijkheid de eerste en hoogste plaats in je leven?

Je kunt formeel belijden dat er één God is en praktisch leven met een verdeeld hart. Jakobus merkt zelfs op dat de demonen geloven dat God één is, en sidderen (Jakobus 2:19). Zuivere kennis zonder vertrouwen en gehoorzaamheid redt niet.

De ene God roept je tot een ongedeeld antwoord. Dat antwoord ontstaat niet doordat je jezelf innerlijk bijeenraapt en voldoende religieuze concentratie ontwikkelt. Een verdeeld en schuldig mens kan zichzelf niet tot geestelijke eenheid genezen.

Daarom loopt de lijn van het getal 1 uit op Christus.

Er is één Middelaar omdat er één God is. Er is één offer omdat Christus de schuld werkelijk heeft gedragen. Er is één Herder omdat Hij Zijn schapen kent en vergadert. Er is één lichaam omdat allen die geloven door dezelfde Geest met Hem verbonden zijn. Er is één hoop omdat Zijn opstanding de toekomst bepaalt.

De Bijbel begint met de ene God Die alle dingen schept. Zij eindigt met de ene troon van God en het Lam. Daartussen staat het kruis, waar de ene Rechtvaardige de plaats inneemt van velen.

Daar ligt de werkelijke betekenis van één. God deelt Zijn heerlijkheid niet met afgoden, Christus deelt Zijn Middelaarschap niet met concurrenten en het evangelie deelt zijn grond niet met menselijke verdiensten. De redding rust op Eén. Juist daarom kan een mens die in zichzelf verdeeld, schuldig en machteloos is, vaste grond vinden buiten zichzelf: in Jezus Christus, gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.

Verdieping en bovenliggende pagina’s
Lees verder over het getal 1 en Bijbeluitleg

Het getal 1 raakt aan enkele centrale lijnen in de Schrift, waaronder de eenheid van God, de ene Schepper, de ene Middelaar en de eenheid van Gods volk. De pagina’s hieronder voeren je naar de bovenliggende rubrieken, de centrale special over Bijbelse getallen en verwante artikelen over de getallen drie, zeven en acht, de Drie-eenheid en de scheppingsdagen.

Hoofdrubriek
Geloof & levensbeschouwing

De centrale hoofdpagina met artikelen over de Bijbel, geloofsleer, kerkgeschiedenis, apologetiek, christelijke ethiek en levensbeschouwing.

Naar de hoofdrubriek
Landingspagina
Bijbeluitleg

Een overzicht van artikelen over Bijbelboeken, personen, begrippen, symbolen, profetieën en de samenhang van Genesis tot Openbaring.

Bekijk Bijbeluitleg
Directe bovenliggende special
Getallen in de Bijbel

Het centrale overzicht over de letterlijke, literaire en symbolische betekenis van getallen binnen hun tekstverband en heilshistorische samenhang.

Naar de special
Getallen in de Bijbel
Het getal 3 in de Bijbel

Over de betekenis van drie bij getuigenis, herhaling, de opstanding van Christus en de openbaring van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Lees het artikel
Getallen in de Bijbel
Het getal 7 in de Bijbel

Lees hoe het getal zeven samenhangt met voltooiing, heiliging, de scheppingsweek, de sabbat en de vele zeventallen in Openbaring.

Lees het artikel
Getallen in de Bijbel
Het getal 8 in de Bijbel

Lees hoe de achtste dag wordt verbonden met besnijdenis, een nieuwe week, de opstanding van Christus en het begin van de nieuwe schepping.

Lees het artikel
Schepping
De scheppingsdagen in Genesis

Over de eerste scheppingsdag, Gods ordenende spreken en de voltooiing van Zijn scheppingswerk binnen de opeenvolging van zes dagen.

Lees het artikel
Geloofsleer
De Drie-eenheid

Een Bijbelse uitleg van de belijdenis dat er één God is, Die eeuwig bestaat als Vader, Zoon en Heilige Geest.

Lees het artikel
Apologetiek
Is de Drie-eenheid tegenstrijdig?

Een onderzoek naar veelgehoorde bezwaren tegen de belijdenis van één God in drie onderscheiden Personen.

Lees het artikel

Disclaimer, bronnen en reacties

Disclaimer

Deze pagina biedt algemene publieksinformatie over de betekenis van het getal 1 in de Bijbel, de eenheid en uniciteit van God, de ene Middelaar, de eenheid van Gods volk en aanverwante theologische thema’s. De uitleg is bedoeld als hulpmiddel bij het lezen en bestuderen van de Bijbel en vervangt geen persoonlijke pastorale begeleiding, kerkelijk onderwijs of zelfstandig onderzoek van de Bijbeltekst.

Niet iedere vermelding van het getal 1 heeft automatisch een symbolische of verborgen betekenis. Soms duidt één eenvoudig op een hoeveelheid, volgorde of afzonderlijke persoon. De betekenis wordt bepaald door de directe tekst, het Bijbelboek, het literaire genre en de bredere samenhang van de Schrift. De uitleg op deze pagina wijst numerologie, willekeurige getallencodes en speculaties die losstaan van de Bijbeltekst af.

Geraadpleegde bronnen

  1. Bavinck, H. (1928). Gereformeerde dogmatiek (4e druk, Delen 1–4). J. H. Kok.
  2. Beale, G. K., & Carson, D. A. (Red.). (2007). Commentary on the New Testament use of the Old Testament. Baker Academic.
  3. Berkhof, L. (1938). Systematic theology. Wm. B. Eerdmans Publishing Company.
  4. Brown, F., Driver, S. R., & Briggs, C. A. (1907). A Hebrew and English lexicon of the Old Testament. Clarendon Press.
  5. Calvijn, J. (2009). Institutie van de christelijke godsdienst (C. A. de Niet, Vert.). Den Hertog. (Oorspronkelijk werk gepubliceerd in 1559)
  6. Charnock, S. (1864). Discourses upon the existence and attributes of God. Robert Carter & Brothers.
  7. Danker, F. W. (Red.). (2000). A Greek-English lexicon of the New Testament and other early Christian literature (3e druk). University of Chicago Press.
  8. Ferguson, S. B. (2018). Some pastors and teachers: Reflecting a biblical vision of what every minister is called to be. Banner of Truth Trust.
  9. Gaffin, R. B., Jr. (1987). Resurrection and redemption: A study in Paul’s soteriology (2e druk). P&R Publishing.
  10. Henry, M. (1706–1710). Exposition of the Old and New Testaments. Verschillende uitgevers.
  11. Hoekema, A. A. (1986). Created in God’s image. Wm. B. Eerdmans Publishing Company.
  12. Kittel, G., Friedrich, G., & Bromiley, G. W. (Red.). (1985). Theological dictionary of the New Testament: Abridged in one volume. Wm. B. Eerdmans Publishing Company.
  13. Murray, J. (1955). Redemption accomplished and applied. Wm. B. Eerdmans Publishing Company.
  14. Packer, J. I. (1973). Knowing God. Hodder & Stoughton.
  15. Ridderbos, H. (1975). Paul: An outline of his theology. Wm. B. Eerdmans Publishing Company.
  16. Turretin, F. (1992). Institutes of elenctic theology (G. M. Giger, Vert.; J. T. Dennison Jr., Red.; Deel 1). P&R Publishing. (Oorspronkelijk werk gepubliceerd 1679–1685)
  17. Van Til, C. (1967). The defense of the faith (3e druk). Presbyterian and Reformed Publishing Company.
  18. Vos, G. (1948). Biblical theology: Old and New Testaments. Wm. B. Eerdmans Publishing Company.
  19. Warfield, B. B. (1929). Biblical doctrines. Oxford University Press.
  20. Westminster Assembly. (1647). The Westminster Confession of Faith. Westminster Assembly.

Reacties en ervaringen

Heb je vragen over de betekenis van het getal 1 in de Bijbel, de belijdenis dat God één is, de verhouding tussen Gods eenheid en de Drie-eenheid, of de lijn van Adam naar Christus? Je reactie is welkom. Beschrijf gerust welke Bijbeltekst je bezighoudt, welke uitleg je hebt gehoord of waar je bij het lezen tegenaan loopt.

Reacties van lezers kunnen helpen om vragen, misverstanden en verschillende uitleglijnen zichtbaar te maken, maar vormen op zichzelf geen bewijs voor een bepaalde Bijbeluitleg. Iedere uitleg moet worden getoetst aan de tekst, de context en de samenhang van de Schrift. Plaatsing van reacties kan enige tijd duren, omdat berichten eerst worden gecontroleerd op spam, onnodig grievende inhoud, persoonlijke aanvallen en uitspraken die ten onrechte als vaststaand Bijbels gegeven worden gepresenteerd.

Verder lezen
Ook uit Geloof en levensbeschouwing

Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.