Last Updated on 21 februari 2026 by M.G. Sulman
De Drie-eenheid is de Bijbelse leer dat de ene God bestaat als Vader, Zoon en Heilige Geest, drie onderscheiden Personen die volledig God zijn. Het gaat hier niet om drie goden of om één God met drie rollen, maar om een diepgaande waarheid die het hart van het christelijk geloof raakt. Misverstanden kunnen leiden tot verwarring over wie Christus is en hoe je bidt. Wat betekent dit concreet voor jouw geloof en dagelijks gebed?
Gebruik de inhoudsopgave om snel te navigeren
- 1 Wat wordt er bedoeld met “Drie-eenheid”?
- 2 De Bijbelse pijlers onder de Drie-eenheid
- 3 ’n Aantal kernteksten die je niet kunt negeren
- 4 Wat hieruit volgt
- 5 Drie klassieke misverstanden helder ontward
- 6 Wat betekent dit concreet voor je geloof en gebed?
- 7 Samenvatting en richting: hier ligt het hart
- 8 Nog één keer in heldere lijnen
- 9 ⭐ Dit artikel is een special over de Drie-eenheid
- 10 Bronnen
- 11 Reacties en ervaringen
Wat wordt er bedoeld met “Drie-eenheid”?
Eén God, geen compromis
Wanneer je het woord Drie-eenheid gebruikt, zeg je allereerst iets heel eenvoudigs: er is maar één God. Niet meerdere goddelijke wezens die samenwerken. Niet een hogere en een lagere god. Eén God, uniek en ondeelbaar.
De Bijbel is hier helder over. Deuteronomium 6:4 zegt:
“Hoor, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!”
Dat is de basis. Alles wat je daarna zegt over Vader, Zoon en Geest mag dit niet ondergraven.
Christelijk geloof is dus radicaal monotheïstisch. Dat woord betekent simpelweg dat je gelooft in één God. Geen mengvorm en geen compromis met andere godsdiensten.
Drie Personen, werkelijk onderscheiden
Tegelijk zegt de Schrift meer. Zij spreekt niet alleen over God in het algemeen, maar over de Vader, over de Zoon en over de Heilige Geest. En dat niet als drie namen voor één en dezelfde Persoon.
Bij de doop van Jezus in Mattheüs 3 zie je dat scherp. De Zoon staat in het water. De Geest daalt neer. De Vader spreekt uit de hemel. Dat zijn geen rollen die elkaar afwisselen. Dat zijn onderscheiden Personen die tegelijk handelen.
Persoon betekent hier: iemand die kan spreken, willen, liefhebben en handelen. De Vader is niet de Zoon. De Zoon is niet de Geest. En toch staan zij niet los van elkaar.
Eén wezen, volledig gedeeld
Nu komt het kernpunt. De Vader is volledig God. De Zoon is volledig God. De Geest is volledig God. Niet elk een derde deel. Niet een hogere en twee lagere. Elk deelt volledig in hetzelfde goddelijke wezen.
- Wezen betekent: wat iets is.
- Persoon betekent: wie iemand is.
Een eenvoudig voorbeeld helpt. Jij bent één menselijk wezen en één persoon. Bij God ligt het anders. God is één wezen, maar drie Personen delen dat ene wezen volledig. Dat is uniek. Er is niets in de schepping dat hier exact mee te vergelijken is.
Dit klinkt misschien abstract. Toch is het geen vrijblijvende speculatie. Het is een poging om alle Bijbelse gegevens recht te doen. Als je alleen Gods eenheid benadrukt, mis je teksten over Vader, Zoon en Geest. Als je alleen het onderscheid benadrukt, kom je uit bij drie goden. De Drie-eenheid bewaart beide.
Kort gezegd: één God in wezen, drie Personen in bestaan. Dat is geen wiskundige formule, maar een belijdenis die voortkomt uit de Schrift zelf.
De Bijbelse pijlers onder de Drie-eenheid
Je gelooft de Drie-eenheid niet omdat een kerkvergadering dat ooit heeft bedacht. Je gelooft haar omdat de Schrift je ertoe dwingt. Niet door één losse tekst, maar door een samenhangend geheel. Drie lijnen lopen door de Bijbel heen, en samen vormen ze het fundament.
Pijler 1: God is één
De Bijbel begint niet met filosofie, maar met belijdenis. Deuteronomium 6:4 zegt: “Hoor, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!” Dit is het hart van Israëls geloof. Er is geen tweede naast Hem. Geen rivaliserende goden. Geen hiërarchie van hogere en lagere machten.
Jesaja 45:5 zegt het nog scherper: “Ik ben de HEERE, en niemand anders, buiten Mij is er geen God.” Dat sluit polytheïsme uit, het idee dat er meerdere goden bestaan.
Dit is de eerste pijler. Wat je verder ook zegt over Vader, Zoon en Geest, je blijft binnen dit kader. Eén God. Ondeelbaar in Zijn wezen.
Pijler 2: Vader, Zoon en Geest zijn onderscheiden
Toch spreekt de Bijbel op een opvallende manier over drie die handelen, spreken en liefhebben.
Bij de doop van Jezus in Mattheüs 3:16-17 zie je het gebeuren. De Zoon wordt gedoopt. De Geest daalt neer als een duif. De Vader spreekt uit de hemel: “Deze is Mijn geliefde Zoon.” Dat is geen symbolische toneelscène. Hier zijn drie onderscheiden Personen actief.
In Johannes 14:16 zegt Jezus: “En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven.” De Zoon bidt tot de Vader om de Geest te zenden. Dat veronderstelt echte relatie. Niet één Persoon die intern een andere rol speelt.
Dit onderscheid is wezenlijk. Als je dit ontkent, kom je uit bij modalisme, het idee dat God slechts één Persoon is die zich op verschillende manieren voordoet. Dat doet geen recht aan deze teksten.
Pijler 3: Elk is volledig God
Nu wordt het theologisch gewichtiger. De Schrift noemt niet alleen de Vader God, maar ook de Zoon en de Geest.
Johannes 1:1 zegt over Christus: “En het Woord was God.” Dat is geen halve formulering. Het Woord is niet minder dan God.
Wanneer Thomas in Johannes 20:28 uitroept: “Mijn Heere en mijn God!”, spreekt hij Jezus rechtstreeks als God aan. Jezus wijst hem niet terecht. Hij bevestigt zijn geloof.
In Handelingen 5:3-4 wordt liegen tegen de Heilige Geest gelijkgesteld aan liegen tegen God. De Geest is dus niet slechts een kracht of invloed, maar een Persoon die God is.
Hier ontstaat spanning. Eén God. Drie onderscheiden Personen. Elk volledig God. De Schrift laat deze lijnen naast elkaar staan zonder ze te reduceren. De kerk heeft dat niet opgelost door één lijn te schrappen, maar door ze samen te belijden.
Dat samenspel vormt de kern. Geen losse teksten, maar een theologisch geheel dat zich allengs ontvouwt door Oude en Nieuwe Testament heen. Hier ligt de basis van de Drie-eenheid.
’n Aantal kernteksten die je niet kunt negeren
De leer van de Drie-eenheid rust niet op één geïsoleerde tekst, alsof alles zou afhangen van een enkel vers dat als sluitsteen fungeert. Zo werkt de Schrift niet. Wat wij belijden, groeit uit het geheel van de openbaring. De Bijbel reikt geen kant-en-klare dogmatische definitie aan; hij laat ons veeleer lijnen zien die, wanneer zij samen worden gelezen, een consistent en onontkoombaar patroon vormen.
Wie slechts één passage uitlicht, zal de samenhang missen. Maar wie Schrift met Schrift vergelijkt, ziet hoe een mozaïek zich allengs tot een herkenbaar beeld voegt. Wat volgt is geen uitputtende lijst, doch een representatieve selectie van teksten die samen het raamwerk dragen.
Oude Testament: kiemen en contouren
Het Oude Testament formuleert de Drie-eenheid niet expliciet in latere theologische termen. Toch bevat het sporen, kiemen, spanningsvelden die verder wijzen dan een eenvoudig unipersonaal godsbegrip. De contouren zijn aanwezig; de volle helderheid komt later.
Genesis 1:26
“Laat Ons mensen maken naar Ons beeld.”
Het meervoud in dit vers mag niet overspannen worden. Op zichzelf bewijst het niets. En toch is het opmerkelijk dat God hier in meervoudsvorm spreekt. Dat gegeven vraagt om duiding. In het licht van het Nieuwe Testament krijgt deze formulering reliëf; wat eerst raadselachtig klinkt, blijkt achteraf niet gratuit maar betekenisvol.
Psalm 110:1
“De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken.”
David spreekt hier over twee die beide met een goddelijke titel worden aangeduid. In Mattheüs 22 beroept Jezus Zich op deze tekst om duidelijk te maken dat de Messias méér is dan louter Davids zoon. De spanning in de psalm wordt door Christus Zelf opgepakt en verdiept. Het Oude Testament laat hier een opening zien die later theologisch wordt uitgewerkt.
Er ligt dus geen uitgewerkte triniteitsleer in het Oude Testament, maar wel een innerlijke dynamiek die niet volledig kan worden verklaard vanuit een strikt enkelvoudig persoonsbegrip van God.
Nieuwe Testament: expliciete articulatie
In het Nieuwe Testament wordt de zaak helderder. De godheid van Christus en de persoonlijkheid van de Heilige Geest worden niet impliciet gesuggereerd, maar expliciet verwoord.
Johannes 1:1
“En het Woord was God.”
Deze uitspraak is grammaticaal scherp en theologisch geladen. Het Woord, dat volgens vers 14 vlees werd, wordt hier zonder omhaal God genoemd. Tegelijk wordt onderscheid gehandhaafd; het Woord was bij God. Hier verschijnen zowel eenheid als onderscheidenheid.
Johannes 10:30
“Ik en de Vader zijn één.”
Het gebruikte woord voor “één” duidt op eenheid van wezen, niet op identieke persoonsidentiteit. Dat blijkt ook uit de reactie van de omstanders; zij verstaan deze uitspraak als een goddelijke claim en willen Hem stenigen. Jezus corrigeert hun conclusie niet, maar onderbouwt Zijn positie verder. Dat is exegetisch veelzeggend.
Johannes 14:16-17
“Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven.”
Het woord “andere” wijst op een ander van dezelfde orde. De Heilige Geest is niet een inferieure kracht of louter goddelijke invloed, maar een Persoon die in continuïteit staat met de Zoon. De passage toont tegelijk onderscheid tussen Vader, Zoon en Geest, zonder hun goddelijke eenheid te verbreken.
Handelingen 5:3-4
“U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.”
Petrus stelt het liegen tegen de Heilige Geest gelijk aan liegen tegen God. De identificatie is direct en zonder omweg. De Geest wordt hier niet als energie of kracht voorgesteld, maar als degene tegen Wie men kan zondigen, en Die God genoemd wordt. Dat is dogmatisch niet marginaal, maar fundamenteel.
2 Korinthe 13:13
“De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.”
In deze zegenformule worden drie onderscheiden Personen samen genoemd in één liturgische uitspraak. Het gaat hier niet om een toevallige opsomming. De structuur is theologisch doordacht en functioneert binnen de aanbidding van de vroege kerk. De gemeente leeft onder de zegen van drie, en toch is er geen sprake van drie goden.
Samengebald in één doopformule
Mattheüs 28:19
“Doop hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.”
Het woord “Naam” staat in het enkelvoud. Er is één goddelijke Naam, en toch worden drie onderscheiden Personen genoemd. Hier wordt in één zin zowel eenheid als onderscheid uitgesproken. Dit is geen latere kerkelijke toevoeging; het behoort tot de tekst van het evangelie zelf en vormt de grondslag van de dooppraktijk van de vroegchristelijke gemeente.
De formulering is te precies om toevallig te zijn. Zij weerspiegelt een geloofsstructuur die reeds in de apostolische tijd functioneert.
Wat hieruit volgt
De leer van de Drie-eenheid is geen speculatieve constructie die van buitenaf op de Schrift wordt geprojecteerd. Zij ontstaat uit het geheel van de bijbelse gegevens. Wanneer men alle relevante teksten recht wil doen, kan men niet volstaan met het belijden van slechts één Persoon zonder onderscheid; evenmin kan men uitkomen bij drie onafhankelijke godheden.
De Schrift zelf dwingt tot een hogere synthese. Dat vergt zorgvuldig denken, heldere begripsvorming en eerbiedige exegese. Het is geen filosofisch spel, maar een poging om recht te doen aan de volle breedte van wat God over Zichzelf heeft geopenbaard. Juist daarin ligt de kracht van de triniteitsleer: zij is geen product van menselijke verbeelding, maar het resultaat van het samen laten spreken van de gehele Schrift.
Drie klassieke misverstanden helder ontward
Zodra je de Drie-eenheid serieus doordenkt, merk je hoe snel het denken kan ontsporen. Dat is niet vreemd. De belijdenis dat God één wezen is en tegelijk drie onderscheiden Personen, vraagt om begripsmatige precisie. Laat je één element los, dan verschuift het geheel. De kerkgeschiedenis laat zien hoe telkens weer één lijn wordt uitvergroot ten koste van de andere.
Wat volgt zijn drie klassieke ontsporingen die tot op heden terugkeren, soms onder nieuwe namen, maar inhoudelijk ongewijzigd.
Modalisme: één Persoon in drie verschijningsvormen
Modalisme stelt dat God in wezen één Persoon is die zich op verschillende momenten op verschillende manieren manifesteert; soms als Vader, soms als Zoon, soms als Geest. Het gaat dan niet om drie werkelijke Personen, maar om drie modi, drie rollen, vergelijkbaar met één acteur die meerdere maskers draagt.
Deze visie lijkt overzichtelijk en bewaart ogenschijnlijk de eenheid van God. Toch doet zij geen recht aan de bijbelse gegevens. Bij de doop van Jezus in Mattheüs 3:16-17 zien wij de Zoon in het water, de Geest die neerdaalt als een duif en de stem van de Vader uit de hemel. Dat is geen opeenvolgende rolwisseling, maar gelijktijdig handelen. In Johannes 17 bidt de Zoon tot de Vader. Dat gebed kan moeilijk worden opgevat als een innerlijke monoloog van één en dezelfde Persoon.
Indien modalisme waar zou zijn, zou het hogepriesterlijk gebed van Christus een vorm van zelfgesprek zijn, en het Middelaarschap – het feit dat Christus als Middelaar tussen God en mens optreedt – verliest dan zijn werkelijke relationaliteit. Liefde tussen Vader en Zoon, waarvan Johannes 17:24 spreekt, veronderstelt immers een reële betrekking. Zonder onderscheiden Personen wordt die liefde gereduceerd tot beeldspraak.
Arianisme: de Zoon als hoogste schepsel
Het arianisme, genoemd naar Arius uit de vierde eeuw, beweert dat de Zoon niet volledig God is, maar een verheven schepsel. Hij zou vóór alle andere dingen geschapen zijn en als eerste creatie fungeren, maar desalniettemin niet eeuwig en niet van hetzelfde wezen als de Vader.
Deze positie probeert de eenheid van God te beschermen door de Zoon ondergeschikt te maken. Toch botst zij frontaal met teksten als Johannes 1:1: “En het Woord was God.” De formulering is niet ambigu; het Woord wordt hier God genoemd. In Johannes 20:28 zegt Thomas tegen de opgestane Christus: “Mijn Heere en mijn God.” Jezus wijst deze belijdenis niet af.
Indien Christus geen waarachtig God is, raakt dat de kern van het evangelie. De verzoening veronderstelt dat de Middelaar zowel waarachtig mens als waarachtig God is. Alleen een Persoon die volledig God is, kan een offer van oneindige waarde brengen; alleen een waarachtig mens kan de mens vertegenwoordigen. Wordt de godheid van Christus gerelativeerd, dan wordt de soteriologie, de leer van de verlossing, uitgehold.
Hier gaat het niet om een randverschil, maar om de kwintessens van het christelijk geloof.
Tritheïsme: drie goden naast elkaar
Het tegenovergestelde uiterste is het tritheïsme, dat Vader, Zoon en Geest beschouwt als drie afzonderlijke goddelijke wezens die in harmonie samenwerken. Daarmee wordt het onderscheid zo sterk benadrukt dat de eenheid verloren gaat.
Deze visie staat haaks op het bijbelse monotheïsme. Deuteronomium 6:4 belijdt: “Hoor, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één.” Het christelijk geloof heeft nooit drie goden beleden, maar één goddelijk wezen. Het begrip wezen verwijst hier naar de goddelijke natuur; wat God is in Zijn essentie. De drie Personen delen volledig en onverdeeld in dat ene wezen.
Wanneer men drie zelfstandige goden postuleert, verlaat men de grondslag van het bijbels getuigenis en schuift men onwillekeurig richting polytheïsme. Dat is niet een kleine nuance, maar een fundamentele verschuiving.
Waarom deze precisie van wezenlijk belang is
Deze kwesties zijn geen academische haarkloverij. Zij raken aan je Weltanschauung, aan de wijze waarop je God, verlossing en werkelijkheid begrijpt. Wie God is, bepaalt hoe je bidt, hoe je aanbidt en hoe je het evangelie verstaat.
De kerk heeft daarom begrippen als wezen en Persoon zorgvuldig gekozen. Met wezen wordt de goddelijke essentie bedoeld; met Persoon wordt aangeduid dat Vader, Zoon en Geest werkelijk onderscheiden zijn, zonder dat zij drie aparte wezens vormen. Deze terminologie is niet bedoeld om mystiek te verhullen, maar om grenzen te trekken. Zij functioneert als theologisch hekwerk: niet te veel naar links, niet te veel naar rechts.
De belijdenis van de Drie-eenheid bewaart drie lijnen tegelijk: er is één God; er zijn drie onderscheiden Personen; elk van deze Personen is volledig God. Laat men één van deze lijnen los, dan begint het geheel te schuiven en derailleren de begrippen.
Juist in die zorgvuldige balans blijkt de belijdenis niet overdreven of gratuit, maar precies genoeg om het geheel van de Schrift recht te doen. Dat is geen speculatie, maar gehoorzaamheid aan wat geopenbaard is.
Wat betekent dit concreet voor je geloof en gebed?
Theologie mag niet blijven hangen in abstracte schema’s. Wat je over God belijdt, werkt door in hoe je bidt, hoe je vertrouwt en hoe je Christus verstaat. De Drie-eenheid is geen rekenkundige puzzel, maar de levende structuur van het heil. Hier raakt leer aan leven.
Wanneer je bidt, geloof je nooit in een vaag godsbegrip. Je nadert de Vader, door de Zoon, in de Heilige Geest. Dat is geen kunstmatige indeling; het is de manier waarop de Schrift zelf spreekt.
Bidden tot de Vader
Jezus leert Zijn discipelen bidden: “Onze Vader, Die in de hemelen zijt” (Mattheüs 6:9). Het gebed richt zich primair tot de Vader. Hij wordt getekend als oorsprong en bron; Degene van Wie het heil uitgaat.
Dat betekent niet dat de Zoon en de Geest afwezig zijn. Integendeel. Maar de Bijbel laat een bepaalde orde zien in Gods handelen. In de dogmatiek heet dat de economische triniteit; daarmee wordt bedoeld hoe de drie Personen Zich in de geschiedenis van het heil onderscheidenlijk openbaren en werken.
- De Vader zendt.
- De Zoon wordt gezonden.
- De Geest wordt uitgestort.
Die volgorde is geen rangorde in waardigheid, maar een orde in openbaring en werking.
Door de Zoon
Je komt niet tot God op basis van je eigen morele prestaties. Je nadert Hem door Christus. In 1 Timotheüs 2:5 staat: “Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.”
Het woord Middelaar betekent letterlijk tussenpersoon. Hij staat tussen God en mens, niet als derde partij, maar als Degene Die beide werkelijk verenigt. Hij is waarachtig God en waarachtig mens. Juist daarom kan Hij verzoenen.
Wanneer je bidt “in Jezus’ naam”, voeg je geen religieuze formule toe. Je beroept je op Zijn werk. Je zegt als het ware: niet op grond van mijn rechtvaardigheid, maar op grond van de Zijne kom ik tot U. Zonder Zijn godheid is er geen oneindige waarde in Zijn offer; zonder Zijn mensheid is er geen echte vertegenwoordiging van ons. De Drie-eenheid raakt hier direct aan je zekerheid.
In de Heilige Geest
Romeinen 8:26 leert dat de Geest ons helpt in onze zwakheid en voor ons pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen. Dat is geen poëtische overdrijving, maar een diepe realiteit. De Heilige Geest werkt het geloof in je hart, overtuigt van zonde, schenkt troost en bevestigt het kindschap.
Zonder de Geest blijft het evangelie een boodschap buiten je; een waarheid die je verstand kan begrijpen maar die je hart niet draagt. Met de Geest wordt het heil toegepast. Wat Christus verworven heeft, wordt door de Geest persoonlijk toegeeigend.
Dat is geen mystiek vaag gevoel, maar concrete innerlijke vernieuwing. Denk aan overtuiging van schuld, verlangen naar heiliging, vrijmoedigheid in gebed. Dat zijn geen psychologische trucs; het zijn werkingen van de Geest.
Een concreet voorbeeld
Stel dat je worstelt met schuld. Je merkt dat je zondigt tegen beter weten in. Schaamte en twijfel knagen.
Dan gebeurt er het volgende:
- Je richt je tot de Vader en belijdt je zonde; je erkent dat je tegenover Hem schuldig staat.
- Je beroept je op Christus, Die voor die schuld is gestorven en opgestaan.
- Je bidt om de werking van de Geest, Die je hart vernieuwt en je verzekert van vergeving.
Dat is geen ingewikkeld schema. Het is de normale beweging van het christelijke leven. De Drie-eenheid is hier geen leerstuk op papier, maar de concrete structuur van genade.
Waarom dit essentieel is
Als God slechts één Persoon zou zijn zonder innerlijke relatie, dan zou liefde geen eeuwige eigenschap zijn. Dan zou liefde pas ontstaan zijn toen er een schepping was om lief te hebben. Maar 1 Johannes 4:8 zegt: “God is liefde.”
Liefde veronderstelt relatie. Van eeuwigheid is er gemeenschap tussen Vader en Zoon, in de eenheid van de Geest. Dat betekent dat liefde geen bijkomstigheid is, maar tot Gods wezen behoort.
Hier ligt de diepte. De Drie-eenheid bewaart niet alleen dogmatische balans; zij beschermt het hart van het evangelie. Zij verklaart waarom verlossing mogelijk is, waarom gebed zin heeft en waarom gemeenschap met God geen abstract idee is maar levende werkelijkheid.
De kerk heeft hier niet zorgvuldig gesproken om het ingewikkeld te maken, maar om het centrum te bewaren. Eén God. Drie onderscheiden Personen. En juist daarin de volheid van genade.
Samenvatting en richting: hier ligt het hart
Je hebt het raamwerk gezien. Geen losse verzen die toevallig naast elkaar staan, maar een samenhangende lijn die door de hele Schrift loopt. Wie eerlijk leest, kan niet volstaan met een simplificatie. De gegevens dwingen tot precisie.
Wat blijft staan, in kernachtige formulering:
- Eén God.
- Drie onderscheiden Personen.
- Elke Persoon volledig God.
Dat is geen mathematische paradox, alsof wij met cijfers zouden worstelen. Het is een bijbels gegeven. De Schrift zegt niet minder dan dit; zij zegt ook niet méér. Waar de openbaring zwijgt, zwijgen wij. Dat bewaart voor speculatie en voor theologische bravoure.
Nog één keer in heldere lijnen
- De Vader is God.
- De Zoon is God.
- De Heilige Geest is God.
En:
- De Vader is niet de Zoon.
- De Zoon is niet de Geest.
- De Geest is niet de Vader.
En toch is er maar één God.
Dit is geen kunstmatige constructie. Het vloeit voort uit de samenlezing van onder meer Deuteronomium 6:4, waar het onopgeefbare monotheïsme wordt beleden; Johannes 1:1, waar het Woord God genoemd wordt; Handelingen 5:3-4, waar de Heilige Geest met God wordt geïdentificeerd; en Mattheüs 28:19, waar één Naam wordt verbonden aan Vader, Zoon en Geest.
De kerk heeft deze lijnen niet uitgevonden, maar samengevat. Zij heeft begrippen gesmeed om de grenzen te bewaken, niet om nieuwe inhoud toe te voegen. Dat is haar raison d’être in deze kwestie: bewaren wat gegeven is, niets meer en niets minder.
Hier ligt het hart. Wie dit vasthoudt, bewaart zowel de eenheid van God als de rijkdom van Zijn zelfopenbaring. En wie dit loslaat, merkt hoe snel het geheel begint te schuiven.
⭐ Dit artikel is een special over de Drie-eenheid
Dit artikel maakt deel uit van een bredere special over de Drie-eenheid. In deze reeks wordt stap voor stap uitgewerkt hoe de Bijbel spreekt over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; hoe de kerk deze gegevens heeft samengevat; en waarom deze belijdenis geen filosofische luxe is, maar het hart van het christelijk geloof raakt.
Tot nu toe behoren de volgende artikelen tot deze special:
- De absurditeit van de Triniteit? Een bijbelgetrouwe uitleg en verdediging van de Drie-eenheid
- De Drie-enige God: hoe de Bijbel de Drie-eenheid laat zien zonder ooit het woord te gebruiken
- Schendt de Drie-eenheid de logica?
Samen vormen zij geen losse beschouwingen, maar een samenhangend geheel. De ene bijdrage behandelt de bijbelse basis, de andere de logische consistentie, weer een andere de apologetische consequenties. Zo wordt duidelijk dat de belijdenis van de Drie-eenheid niet slechts een dogmatisch detail is, maar het dragend fundament van het christelijk wereldbeeld.
Bronnen
- Athanasian Creed. (z.d.). In Christian Classics Ethereal Library. Geraadpleegd via https://www.ccel.org/creeds/athanasian.creed.html
- Augustinus. (1991). The Trinity (E. Hill, Trans.). New City Press. (Oorspronkelijk werk gepubliceerd ca. 400)
- Bavinck, H. (2003). Gereformeerde dogmatiek (Deel 2: God en schepping). Kok.
- Calvijn, J. (2008). Institutie van de christelijke religie (Vert. W. van ’t Spijker). De Groot Goudriaan. (Oorspronkelijk werk gepubliceerd 1559)
- Erickson, M. J. (2013). Christian theology (3e ed.). Baker Academic.
- Frame, J. M. (2013). Systematic theology: An introduction to Christian belief. P&R Publishing.
- Grudem, W. (2020). Systematic theology: An introduction to biblical doctrine (2e ed.). Crossway.
- Holmes, S. R. (2012). The Holy Trinity: Understanding God’s life. Zondervan.
- Nicene Creed. (325/381). In Christian Classics Ethereal Library. Geraadpleegd via https://www.ccel.org/creeds/nicene.creed.html
- Sanders, F. (2016). The deep things of God: How the Trinity changes everything. Crossway.
- Ware, B. A. (2005). Father, Son, and Holy Spirit: Relationships, roles, and relevance. Crossway.
Reacties en ervaringen
Hieronder kun je reageren op dit artikel. Wij stellen inhoudelijke reacties en doordachte bijdragen zeer op prijs. Een zorgvuldige uitwisseling scherpt het denken en verdiept het gesprek.
Reacties worden niet automatisch en direct gepubliceerd. Zij verschijnen nadat de redactie ze heeft gelezen en beoordeeld. Dit doen wij om spam en ongepaste of irrelevante bijdragen te weren en het gesprek zuiver te houden. Het kan daarom voorkomen dat er enkele uren verstrijken voordat je reactie zichtbaar wordt. Wij vragen daarvoor je begrip.