Vleesboom

Vleesboom in de baarmoeder

Een vleesboom (myoma uteri of baarmoederfibroom) duidt op een goedaardig gezwel in de baarmoeder die voornamelijk bestaat uit spier- en bindweefselcellen. Het zijn goedaardige gezwellen die vaak verschijnen tijdens de vruchtbare jaren. Vleesbomen kunnen enkele millimeters tot enkele centimeters groot zijn. Er kan sprake zijn van een enkele vleesboom of meerdere vleesbomen. In extreme gevallen kunnen meerdere vleesbomen de baarmoeder zo ver doen uitzetten dat deze de ribbenkast bereikt en je zwaarder maakt. Veel vrouwen hebben ergens in hun leven vleesbomen. Maar je weet vaak niet dat je een vleesboom hebt, omdat deze vaak geen symptomen veroorzaakt. Vleesbomen hebben geen behandeling nodig als ze geen symptomen of klachten veroorzaken. Als ze echter een onregelmatige bloeding of pijn veroorzaken, zijn er verschillende behandelmogelijkheden om uit te kiezen, waardoor behandeling op maat mogelijk is. Afhankelijk van de symptomen, leeftijd en kinderwens van de vrouw en afhankelijk van de locatie en de grootte van de vleesboom, zijn er verschillende mogelijke behandelingen beschikbaar. Vleesbomen worden niet geassocieerd met een verhoogd risico op baarmoederkanker en ontwikkelen zich bijna nooit tot kanker.

Inhoud

Wat is een vleesboom?

Een vleesboom wordt ook wel ‘myoom’ genoemd. Een vleesboom is een goedaardige knobbel of gezwel in de spierlaag van de baarmoeder of uterus. Een vleesboom kan zich zowel voordoen aan de buitenzijde van de baarmoeder (het subsereus myoom), als in de baarmoederwand (het intramuraal myoom) of in de baarmoederholte (het submuceus myoom). Het is nog niet precies bekend hoe ze ontstaan. Vleesbomen bestaan vooral uit spierweefsel en kunnen een paar millimeter groot zijn, maar ze kunnen ook veel groter zijn en -in uitzonderlijke gevallen- zelfs een paar kilo wegen.

Vóórkomen

Vleesbomen komen veel voor. Ongeveer 20 tot 30 procent van de westerse vrouwen heeft een vleesboom. Bij getinte – en negroïde vrouwen ligt dit cijfer nog weer hoger. Vrouwen die (nog) geen kinderen hebben gehad, zijn vatbaarder voor het ontwikkelen van een vleesboom. Een vleesboom ontstaat onder invloed van hormonen (oestrogeen en progesteron), welke een rol spelen in de vruchtbare fase van het leven. Vleesbomen komen daarom niet voor vóór de eerste menstruatie en na de laatste menstruatie verschrompelen ze en verdwijnen ze uiteindelijk. Voorts blijkt dat vrouwen met overgewicht meer kans hebben om vleesbomen te krijgen.

Tijdens de zwangerschap vinden er allerlei hormonale veranderingen plaats, als gevolg waarvan een vleesboom kan groeien. Na de zwangerschap worden ze echter weer kleiner. Bij bepaalde hormoonbehandelingen, zoals voor overgangsklachten, kunnen vleesbomen in omvang groeien.

Symptomen van een vleesboom

Weinig tot geen klachten

Normaal gesproken geeft een vleesboom geen of weinig klachten. Ze worden dan ook vaak bij toeval aangetroffen. Een vleesboom groeit veelal langzaam en blijft vaak onopgemerkt. Of je last van een vleesboom krijgt, is vooral afhankelijk van de plaats waar de vleesboom zich bevindt. De omvang speelt een minder grote rol bij het ontwikkelen van klachten. Vleesbomen die zich in de baarmoederholte bevinden kunnen – zelfs als ze klein zijn – menstruatieklachten bij de vrouw veroorzaken. Dit geeft overmatig bloedverlies en menstruatiepijn. Als je veel bloed verliest, soms zelfs met stolsels, kan je last krijgen van bloedarmoede. Hierdoor voel je je moe of kortademig.

Verschijnselen

Klachten die minder vaak voorkomen zijn onder meer:

  • een drukkend gevoel in de buik
  • een pijnlijk gevoel laag in de rug (lage rugpijn)
  • menstruatiepijn die op bevalling kan lijken
  • krampen in de baarmoeder
  • klachten van pijn en/of bloedverlies bij het vrijen
  • een vergrote buik (bij een grote vleesboom)
  • zware menstruatie (hypermenorroe)
  • bloedingsstoornissen, intermenstrueel bloeden
  • vorming van bloedstolsels bij hevig bloeden
  • drang om te plassen
  • klachten met plassen
  • gevoel van druk op blaas of nieren

Groei en krimp

De groeipatronen van vleesbomen variëren: ze kunnen langzaam of snel groeien, of ze kunnen even groot blijven. Sommige vleesbomen maken groeispurten door en sommige kunnen vanzelf krimpen.

Veel vleesbomen die tijdens de zwangerschap ontstaan, krimpen of verdwijnen na de zwangerschap, omdat de baarmoeder weer ‘normaal’ wordt.

Soorten vleesbomen

Het type vleesboom dat een vrouw ontwikkelt, is afhankelijk van de locatie in of op de baarmoeder.

Intramurale vleesbomen

Intramurale vleesbomen zijn het meest voorkomende type vleesboom. Deze typen verschijnen in de spierwand van de baarmoeder. Intramurale vleesbomen kunnen groter worden en ervoor zorgen dat je baarmoeder groter wordt.

Subsereus myoom

Deze vleesbomen vormen zich aan de buitenkant van de baarmoeder, de serosa. Ze kunnen groot genoeg worden om je baarmoeder aan één kant groter te laten lijken.

Gesteelde vleesbomen

Een subsereus myoom kan een stengel ontwikkelen, een slanke basis die de tumor ondersteunt. Als ze dat doen, staan ze bekend als gesteelde vleesbomen.

Submuceus myoom

Deze soorten myomen ontwikkelen zich in de middelste spierlaag, of myometrium, van je baarmoeder. Deze komen niet zo vaak voor als de andere typen.

Oorzaken van vleesbomen

Anno 2021 is de precieze oorzaak van vleesbomen niet bekend, maar de volgende factoren lijken een rol spelen te spelen bij het ontstaan ervan:

Genetische veranderingen

Veel vleesbomen bevatten veranderingen in genen die verschillen van die in normale uteriene spiercellen.

Hormonen

De hormonen oestrogeen en progesteron stimuleren de ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies tijdens elke menstruatiecyclus ter voorbereiding op de zwangerschap en zij lijken de groei van vleesbomen te bevorderen. Vleesbomen bevatten meer oestrogeen- en progesteronreceptoren dan normale baarmoederspiercellen. Vleesbomen hebben de neiging om na de overgang te krimpen als gevolg van een afname van de hormoonproductie.

Andere groeifactoren

Stoffen die het lichaam helpen weefsels in stand te houden, zoals insuline-achtige groeifactoren (afgekort IGF) kunnen de groei van vleesbomen beïnvloeden.

Extracellulaire matrix (ECM)

Extracellulaire matrix (ECM) is een structuur die deel uitmaakt van biologische weefsels, maar zich buiten de cellen bevindt. ECM is het materiaal dat cellen aan elkaar laat kleven, zoals cement tussen stenen. ECM is verhoogd bij vleesbomen en maakt ze vezelig. ECM slaat ook groeifactoren op en veroorzaakt biologische veranderingen in de cellen zelf.

Risicogroepen

Vrouwen lopen een groter risico om vleesbomen te ontwikkelen als ze een of meer van de volgende risicofactoren hebben:

  • zwangerschap
    een familiegeschiedenis van vleesbomen (erfelijke aanleg)
  • leeftijd van 30 jaar of ouder
  • negroïde vrouwen
  • overgewicht

Complicaties

In een enkel geval treden er complicaties op. Bijvoorbeeld als de vleesboom verschrompelt door te weinig bloedtoevoer. De vleesboom kan hierdoor gedeeltelijk ‘afsterven’. Dit fenomeen staat bekend als ‘myoomnecrose’. Dit kan gepaard gaan met hevige buikpijn. Tijdens de zwangerschap ontstane vleesbomen geven normaal gesproken geen problemen. Een vleesboom is een goedaardige tumor van het spierweefsel. Er is slechts een geringe kans dat een vleesboom kwaadaardig wordt.

Onderzoek en diagnose

Inwendig onderzoek

Voor een juiste diagnose is een afspraak met de gynaecoloog nodig ten behoeve van een inwendig onderzoek. Dit onderzoek wordt gebruikt om de conditie, grootte en vorm van je baarmoeder te controleren. Mogelijk zijn er tevens andere tests nodig, waaronder echografie of MRI.

Echografie

Middels echografie kan de arts de interne structuren en eventuele aanwezige vleesbomen zien. Een transvaginale echografie, waarbij een soort dunne echostaaf in de vagina wordt gebracht, kan duidelijkere beelden opleveren omdat deze zich tijdens deze procedure dichter bij de baarmoeder bevindt.

MRI van de baarmoeder

Met een MRI scan kunnen met behulp van radiogolven eventuele afwijkingen in de baarmoeder, eierstokken en andere bekkenorganen zichtbaar worden gemaakt.

Behandeling van een vleesboom

Als je geen klachten hebt, wordt een vleesboom niet behandeld en is verdere controle niet nodig. Als je wel last hebt van de vleesboom, dan zal de gynaecoloog samen met jou alle mogelijke behandelingen bespreken. De uiteindelijke behandelkeuze wordt vooral bepaald door het aantal, de plaats en de grootte van de vleesbomen. Je leeftijd en je eventuele kinderwens spelen bij de afweging ook een rol.

Medicatie

Er zijn verschillende behandelmogelijkheden. Vaak zal eerst geprobeerd worden om de vleesboom te behandelen met medicijnen. Een operatieve ingreep zal worden overwogen als een behandeling met medicijnen onvoldoende effect sorteert.

Operatieve ingreep

Operatieve ingrepen zijn:

  • myoomenucleatie: als myomen aan de buitenzijde van de baarmoeder (subsereus) of in de wand (intramuraal) zitten, kunnen ze worden uitgepeld
  • hysteroscopische excisie: het verwijderen van myomen of vleesbomen aan de binnenkant van de baarmoeder
  • hysterectomie (vaginaal of via de buik): de verwijdering van de gehele baarmoeder

MRI-HIFU

Non-invasieve (zonder snijden) behandeling kan bestaan uit:

  • MR-HIFU: een afkorting van Magnetic Resonance guided High Intensity Focused Ultrasound, wat duidt op het verwijderen van myomen middels ultrageluid en waarbij een MRI-scan met een echo wordt gecombineerd

Meerdere ziekenhuizen in Nederland bieden deze behandeling aan.

Prognose

De prognose hangt af van de grootte en locatie van de vleesbomen. Fibromen hebben mogelijk geen behandeling nodig als ze klein zijn of geen symptomen veroorzaken.

Als je zwanger bent en vleesbomen hebt, of als je zwanger wordt en vleesbomen hebt, zal de arts je regelmatig controleren. In de meeste gevallen veroorzaken vleesbomen geen problemen tijdens de zwangerschap. Overleg met je arts als je verwacht zwanger te worden en vleesbomen hebt.

Preventie

Het voorkomen van vleesbomen is misschien niet mogelijk, maar door gezonde levensstijlkeuzes te maken, zoals het handhaven van een normaal gewicht en het eten van fruit en groenten, kun je mogelijk de risico’s verkleinen.

Sommige onderzoeken suggereren dat het gebruik van hormonale anticonceptiva kan worden geassocieerd met een lager risico op vleesbomen.

  • Dr. J.A.H. Eekhof, dr. A. Knuistingh Neven, dr. W. Opstelten: Kleine kwalen in de huisartspraktijk, Elsevier Gezondheidszorg, https://www.healthline.com/health/uterine-fibroids
  • https://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/uterine-fibroids/symptoms-causes/syc-20354288
  • https://www.minimed.at/medizinische-themen/frauengesundheit/uterusmyom/
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Vleesboom
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Insuline-achtige_groeifactor
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Extracellulaire_matrix
  • https://www.frauenaerzte-im-netz.de/erkrankungen/myome/krankheitsbild/
  • https://www.isala.nl/patientenfolders/6113-behandeling-van-een-vleesboom-myoomembolisatie/
  • https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/69590-vleesboom-myoom-symptomen-oorzaak-en-behandeling.html
  • https://www.radboudumc.nl/patientenzorg/onderzoeken/mri-van-de-baarmoeder
  • https://www.webmd.com/women/uterine-fibroids/understanding-uterine-fibroids-treatment
  • https://www.olvg.nl/vleesboom-operaties
  • https://www.isala.nl/patientenfolders/7626-mr-hifu-bij-vleesbomen/
  • Prof. dr. R.O.B. Gans, prof. dr. P.E.Y. Van Schil, prof. dr. J.P. Vandenbroucke, prof. dr. C. van Weel (hoofdred.). Codex Medicus. Reed Business, Amsterdam, 13e geheel herziene en opnieuw bewerkte druk, 2009, tweede en derde oplage 2010 en 2012.
  • Inleidingsfoto: Wikimedia Commons
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on print
Print
Share on pinterest
Pinterest
Share on reddit
Reddit

M.G. Sulman
M.G. Sulman
Scribent is al bijna 25 jaren werkzaam in het forensische werkveld. Hij heeft al meer dan 20 jaar (beroepsmatige) schrijfervaring en al maar dan 15 jaar schrijft hij artikelen op het gebied van gezondheid en psychologie. Hij volgt ieder jaar één of meerdere cursussen en trainingen op het gebied van gezondheid, psychologie en agogiek. Scribent houdt zijn artikelen over ziekten, aandoeningen en stoornissen (DSM-5) zo actueel mogelijk. Om die reden is hij geabonneerd op diverse (vak)bladen, zoals het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) en het Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Venereologie. Ook schaft hij regelmatig nieuwe literatuur aan om zijn artikelen —daar waar nodig— aan te vullen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *