Last Updated on 16 oktober 2022 by M.G. Sulman

Een accessoire milt is een klein stukje miltweefsel dat los van de milt wordt aangetroffen. Het staat ook bekend als ‘extra milt’ of ‘bijmilt’. Zo’n extra milt komt naar schatting bij 10-30% van de bevolking voor. Ze zijn meestal ongeveer 1 centimeter in diameter. Ze kunnen lijken op een lymfeklier of een kleine milt. Het is het resultaat van een afwijking in de ontwikkeling of trauma. Ze zijn medisch significant omdat ze kunnen leiden tot interpretatiefouten bij diagnostische beeldvormingstechnieken of aanhoudende symptomen na splenectomie (miltverwijdering) bij mensen met bloedziekten. Polysplenie is de aanwezigheid van meerdere accessoire milten in plaats van één normale milt.

CT-scan van een accessoire milt of bijmilt (in het midden van de afbeelding) tussen de milt en de linkernier / Bron: Wikimedia Commons

Wat is een accessoire milt?

Sommige mensen hebben 1 of meerdere kleine stukjes milt naast de gewone milt. Dit noem je een accessoire milt of bijmilt. Dit is een aangeboren fenomeen. De milt vormt zich uit meerdere kleinere componenten tijdens de embryonale ontwikkeling. Als er iets misgaat bij deze samensmelting, dan kan dat ertoe leiden dat één of meer knobbeltjes gescheiden blijven. Elke component is extraperitoneaal. Dat is iets wat buiten het buikvlies gelegen is. Ze moeten niet worden verward met splenose (zie hieronder) die wordt verworven en intraperitoneaal (binnen het buikvlies) is.

Synoniemen

Een accessoire milt staat ook bekend als ‘extra milt’ of ‘bijmilt’.

Polysplenie

Polysplenie is een aangeboren ziekte die zich manifesteert door meerdere kleine accessoire milten, in plaats van een enkele, normale milt van volledige grootte.

Vóórkomen

Bijkomende milten zijn een relatief veel voorkomend fenomeen en naar schatting heeft 10% tot 30% van de bevolking er een.

Symptomen van een extra milt

Een accessoire milt is normaal gesproken asymptomatisch. Dat wil zeggen: ‘zonder ziekteverschijnselen’.

Doorgaans kan iemand één tot zes bijmilten hebben. Bovendien kan de grootte van een accessoire milt variëren. De meeste bijmilten zijn ongeveer 1 centimeter, maar het is niet ongewoon om accessoire milten te vinden die groter zijn dan enkele centimeters.

Complicaties

Torsie of draaiing van een bijmilt is een zeldzame oorzaak van pijn in de linkerbovenbuik, soms met uitstraling naar de linkerschouder. In de literatuur zijn slechts enkele gevallen gemeld.1Sadro CT, Lehnert BE. Torsion of an accessory spleen: Case report and review of the literature. Radiol Case Rep. 2015 Dec 7;8(1):802. doi: 10.2484/rcr.v8i1.802. PMID: 27330618; PMCID: PMC4900206. De leeftijd van patiënten varieert van zuigelingen tot ouderen, waarbij de meeste gevallen zich voordoen bij kinderen. De grootte van een gedraaide bijmilt is variabel. De grootte varieert van 3,4 tot 10 cm.

Symptomen zijn acute buikpijn en de plaats van pijn hangt af van de locatie van de bijmilt. Het kan ook gepaard gaan met misselijkheid, braken, koorts en leukocytose. Leukocytose betekent dat het aantal witte bloedcellen (leukocyten) in het bloed groter is dan normaal.

Patiënten met chronische intermitterende torsie kunnen een voorgeschiedenis hebben van terugkerende pijnklachten. Intermitterend betekent ‘met tussenpozen verschijnend’. Dus dan weer wel en dan weer niet.

Oorzaak van een accessoire milt

Bijmilten worden meestal gevormd door ontwikkelingsanomalieën en worden vaak verward met splenose, wat een andere vorm van ectopisch miltweefsel is.

Splenose is het resultaat van het afbreken van miltweefsel van het hoofdorgaan en implantatie op een andere plaats in het lichaam. Dit wordt heterotope autotransplantatie van de milt genoemd. Het komt meestal voor als gevolg van een traumatische miltruptuur of een buikoperatie. Het nieuw ingebedde ectopische miltweefsel werft lokale bloedtoevoer en wordt functioneel miltweefsel.

Een accessoire milt kan worden onderscheiden van splenose omdat een accessoire milt functioneel en histologisch vergelijkbaar is met normaal miltweefsel, maar splenose mist belangrijke miltkenmerken zoals een dik kapsel, gladde spierelementen en een bloedtoevoer die voortkomt uit de miltslagader.

Onderzoek en diagnose

Een bijmilt kan door middel van echografie, computertomografie (CT-scan) of scintigrafie worden gelokaliseerd. Scintigrafie is een afbeeldingstechniek, waarbij er gebruik wordt gemaakt van een radioactieve stof.

CT-scan
CT-scan / Bron: Pixabay

Behandeling van een bijmilt

Bijmilten hebben over het algemeen geen enkele vorm van behandeling nodig. Ze worden samen met de milt gereseceerd (operatief weggenomen) bij het uitvoeren van een totale splenectomie (miltverwijdering) bij mensen met bloedziekten. Juist bij hen is het bij een splenectomie nodig om al het functionerende miltweefsel te verwijderen. Dus ook de bijmiltjes. Als de splenectomie daarentegen plaatsvindt in het kader van een ongeval, dan is het juist geïndiceerd om de bijmiltjes en daarmee dus ook de miltfunctie, te kunnen behouden.

Reacties en ervaringen

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt bijvoorbeeld je ervaringen delen over het hebben van een extra milt, of tips geven. Wij stellen reacties zeer op prijs. Reacties worden niet automatisch (direct) gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie gelezen zijn. Dit om ‘spam’ of anderszins ongewenste c.q. ongepaste reacties eruit te filteren. Daar kunnen soms enige uren overheen gaan.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *