Het getal 10 in de Bijbel: betekenis en voorbeelden

Laatst bijgewerkt op 18 september 2026 door M.G. Sulman

Tien geboden, tien plagen, tien maagden. Wie de Bijbel leest, komt het getal tien op heel verschillende plaatsen tegen. Soms staat het aantal nadrukkelijk in de tekst. Elders zie je de reeks pas wanneer je gaat tellen. De vraag ligt voor de hand: heeft tien in de Bijbel een bijzondere betekenis? Op sommige plaatsen kun je denken aan een afgerond geheel, een vastgestelde maat of een groep die als geheel wordt aangesproken. Zo eenvoudig blijft het echter niet. De tien geboden staan in een heel andere context dan de tien hoorns van het beest en wie één betekenis over alle teksten heen legt, loopt al spoedig vast.

Snel antwoord

Het getal 10 komt opvallend vaak in de Bijbel voor. Denk aan de Tien Geboden, de tien plagen over Egypte en later de tien maagden in een gelijkenis van Jezus. Soms is tien gewoon een werkelijk aantal. Op andere plaatsen krijgt het getal binnen het verhaal een bredere functie en kan het wijzen op een afgerond geheel, orde of volledigheid.

Je moet daar wel voorzichtig mee omgaan. De Bijbel geeft nergens een algemene regel dat het getal 10 op iedere plaats precies dezelfde symbolische betekenis heeft. De context beslist. Bij de Tien Geboden gaat het bijvoorbeeld om concrete geboden die God aan Israël gaf; bij de tien plagen ligt de nadruk op Gods oordeel over Egypte en zijn macht over farao. Een vermeende verborgen getallencode is daarvoor niet nodig.

Let vooral op:
  • Tien kan letterlijk tien betekenen. Punt.
  • De Tien Geboden vormen het bekendste Bijbelse voorbeeld en hebben een bijzondere plaats binnen Gods verbond met Israël.
  • Wanneer tien in een visioen, gelijkenis of sterk opgebouwd verhaal voorkomt, kan het getal mede een literair of symbolisch karakter hebben; bepaal dat vanuit de tekst zelf en wees terughoudend met betekenissen die de Bijbel nergens uitlegt.
  • Context eerst.

Wat betekent het getal 10 in de Bijbel?

Tien kan in de Bijbel samenhangen met volledigheid of een afgerond geheel. De betekenis moet evenwel uit de betreffende passage blijken.

Bij de tien geboden gaat het om Gods verbondswoorden voor Israël. In een gelijkenis kan tien gewoon het aantal personen of bezittingen zijn waarmee Jezus Zijn onderwijs vormgeeft. Een visioen werkt weer anders. Daar staat het getal tussen dieren, hoorns, koningen en andere beeldtaal, zodat de omgeving van het getal minstens zoveel zegt als het getal zelf.

De omschrijving ‘goddelijke volmaaktheid’ kom je geregeld tegen. Als algemene sleutel helpt zij weinig. Wat betekent ‘goddelijke volmaaktheid’ bij de tien hoorns van een godvijandig beest? Ook woorden als verantwoordelijkheid en beproeving worden met tien verbonden. Soms is dat terecht binnen een bepaalde passage. Een algemene betekenis levert dat nog niet op.

Reeds in de vroege kerk werd uitvoerig over getallen nagedacht. Augustinus schreef daarover het volgende:

“Ignorance of numbers, too, prevents us from understanding things that are set down in Scripture in a figurative and mystical way. A clever mind cannot but be deeply moved, for instance, by the fact that Moses and Elijah and our Lord Himself all fasted for forty days. And the mystery of this event cannot be solved except by an understanding and consideration of this number: for it contains four times ten, and signifies the knowledge of all things coordinated with time. For the course of time is fourfold: the year being divided into four seasons, and the day into four periods (morning, noon, evening, and night).” (Vertaald door schrijver dezes: Ook onbekendheid met getallen verhindert ons te begrijpen wat in de Schrift op figuurlijke en mystieke wijze is vastgelegd. Een scherpzinnige geest kan niet anders dan diep getroffen worden door het feit dat Mozes, Elia en onze Heer zelf allen veertig dagen vastten. En het mysterie van deze gebeurtenis kan slechts worden ontsluierd door inzicht in en overdenking van dit getal: het omvat immers vier maal tien en duidt op de kennis van alle dingen die met de tijd verbonden zijn. De loop van de tijd is namelijk viervoudig: het jaar is verdeeld in vier seizoenen en de dag in vier perioden (ochtend, middag, avond en nacht).1Augustinus. On Christian Doctrine, boek II, hoofdstuk 16, paragraaf 25. Engelse vertaling in Nicene and Post-Nicene Fathers, digitale editie Christian Classics Ethereal Library.

De kerkvader Augustinus ging zelf behoorlijk ver in het verbinden van getallen met theologische betekenissen. Daarin hoef je hem zeker niet helemaal te volgen. Zo zag Augustinus getallen in de Bijbel als een geheime code van God. Een bekend voorbeeld is zijn uitleg van de 153 vissen uit het Johannesevangelie: hij telde de cijfers 1 tot en met 17 bij elkaar op om tot dat aantal te komen. Die 17 splitste hij vervolgens op in 10 (de Tien Geboden) en 7 (de gaven van de Heilige Geest). Voor ons klinkt dit als vergezocht gegoochel met getallen, maar het laat zien dat getallen in de oudheid vaak een symbolische betekenis hadden in plaats van alleen een telfunctie. Toch blijft Augustinus’ opmerking bruikbaar. Getallen in de Bijbel hebben niet zelden een diepere, symbolische betekenis in plaats van alleen een letterlijke waarde.

Bij getallen in de Bijbel moet je dus eerst lezen wat voor tekst je voor je hebt. Een geslachtsregister ordent namen. Een wetsbepaling legt een hoeveelheid vast. Een gelijkenis gebruikt herkenbare aantallen en voorwerpen. In een visioen kan een getal onderdeel worden van symbolische taal. Bijbeluitleg begint gewoon bij dat onderscheid.

Fresco van Benozzo Gozzoli uit de 15e eeuw waarop kerkvader Augustinus is afgebeeld terwijl hij verdiept leest in een boek; hij zit onder een boom terwijl een andere figuur hem toespreekt. De scène speelt zich af tegen een renaissancelandschap met een stenen gebouw en bloemrijke achtergrond.
Augustinus door Benozzo Gozzoli (15e eeuw) / Bron: Wikimedia Commons

De tien geboden: Gods verbond raakt je hele leven

Bij de tien geboden noemt de Schrift het aantal zelf. Mozes herinnert Israël in Deuteronomium 4:13 aan Gods spreken bij de berg:

“Toen verkondigde Hij u Zijn verbond, dat Hij u gebood te doen, de tien woorden, en schreef ze op twee stenen tafelen.”2Bijbel, Statenvertaling, Deuteronomium 4:13. De letterlijke Bijbelcitaten in dit artikel volgen de Statenvertaling.

De tien woorden staan ook genoemd in Exodus 34:28 en Deuteronomium 10:4. De naam Decaloog betekent hetzelfde. Het gaat om de geboden uit Exodus 20 en Deuteronomium 5.

De volgorde is opvallend. God begint niet met: gij zult. Eerst zegt Hij Wie Hij is en wat Hij gedaan heeft: Hij heeft Israël uit Egypte geleid. Daarna komt de wet. Israël staat bij de Sinaï als een bevrijd volk, reeds uit het diensthuis gehaald. Dat verbondskader hoort er dus vanaf het begin bij.3Bijbel, Statenvertaling, Exodus 20:1–17; Deuteronomium 5:6–21. De geboden zijn niet de prijs die Israël voor zijn bevrijding moet betalen. Die bevrijding heeft al plaatsgevonden. Nu leert God zijn volk hoe het voor zijn aangezicht moet leven. Dat was ook nodig. Uit Egypte vertrekken maakt een volk nog niet vanzelf heilig, rechtvaardig of gehoorzaam. De HEERE die hen bevrijdde, gaf hun daarom ook zijn wet. Prachtig toch?

Tien geboden, maar geen tien losse vakjes

De geboden grijpen diep in het leven. Ze gaan over de dienst aan God, ouders en gezin, rust en arbeid, het leven van de naaste, huwelijk en bezit. Ook spreken en begeren vallen eronder. Bij het laatste kom je zelfs terecht bij wat zich alleen vanbinnen afspeelt. Calvijn schreef over de wet:

“The Ten Commandments follow, in which God has briefly, but comprehensively summed up the Rule of a Just and Holy Life; yet so as not to separate from them those interpretations which the Lawgiver has added unconnectedly. For many Precepts, which are not found in the Two Tables, yet differ not at all from them in sense; so that due care must be taken to affix them to their respective Commandments in order to present the Law as a whole.” (Vertaling: Vervolgens volgen de Tien Geboden, waarin God de regel voor een rechtvaardig en heilig leven kort maar volledig heeft samengevat; dit echter zodanig dat de uitleg die de Wetgever er los van heeft toegevoegd, niet daarvan wordt gescheiden. Want er zijn vele voorschriften die weliswaar niet in de twee tafelen voorkomen, maar qua betekenis geenszins daarvan verschillen; daarom moet men er zorg voor dragen deze aan de bijbehorende geboden te koppelen, om zo de Wet als een geheel te kunnen presenteren.)4Calvijn, Johannes. Harmony of the Law, deel 1, voorwoord bij de vier laatste boeken van Mozes. Engelse vertaling, digitale editie Christian Classics Ethereal Library.

Voor Calvijn is de Decaloog geen selectief lijstje, maar een raamwerk waarin de hele wet van God een logische plek krijgt.

In veel bevindelijk-gereformeerde en orthodox-hervormde kerken (zoals gemeenten binnen de Gereformeerde Bond of de Gereformeerde Gemeenten) is het overigens een vast en wezenlijk onderdeel van de zondagse liturgie om de wet van God voor te lezen. Heel vaak volgt op de lezing uit Exodus 20 of Deuteronomium 5 direct de samenvatting uit Mattheüs 22:37-40. Jezus vat de wet samen in de liefde tot God en de liefde tot de naaste. De Heidelbergse Catechismus volgt die lijn wanneer het de tien geboden in twee delen bespreekt: onze verhouding tot God en onze plicht tegenover de naaste.5Bijbel, Statenvertaling, Mattheüs 22:34–40. Heidelbergse Catechismus, zondag 34, vragen en antwoorden 92–93.

Het tiende gebod (“U zult niet begeren…”) legt de vinger bij de bron van onze daden: het menselijk hart. Andere geboden richten zich vaak op zichtbaar gedrag, bijvoorbeeld doodslag of diefstal. Dit gebod gaat dieper. Ook onze gedachten en verlangens vallen onder Gods wet. Bij Jezus komt diezelfde diepte van Gods wet nadrukkelijk naar voren. In de Bergrede laat Hij zien dat het verbod op doodslag ook het hart raakt en dat echtbreuk reeds begint bij begeerte (Mattheüs 5:21–28).

Schilderij van Rembrandt van Rijn uit 1659 waarop Mozes de twee stenen tafelen van de Wet omhooghoudt, met Hebreeuwse tekst op de donkere tafelen en een ernstige, bewogen gezichtsuitdrukking.
Mozes met de Tafelen der Wet door Rembrandt van Rijn, geschilderd in 1659. / Bron: Wikimedia Commons

De wet en de verlossing door Christus

Door wetsbetrachting wordt een mens niet rechtvaardig voor God. Paulus schrijft dat door de wet kennis van zonde komt. De vrijspraak wordt geschonken door het geloof in Jezus Christus, Die zondaren verlost van de vloek van de wet. Daar ligt ook de achtergrond van rechtvaardiging door geloof alleen.6Bijbel, Statenvertaling, Romeinen 3:19–26; Galaten 3:10–14.

De Heidelbergse Catechismus (een belangrijk leerboek uit 1563 dat het christelijke geloof uitlegt in 129 vragen en antwoorden, verdeeld over 52 zondagen) laat de geboden daarom terugkomen in het leven van de gelovige. Zondag 44 vraagt waarom God ze zo scherp laat prediken terwijl niemand ze in dit leven volkomen onderhoudt. Het antwoord spreekt over het leren kennen van onze zondige aard, het zoeken van vergeving en gerechtigheid in Christus en het gebed om vernieuwing door de Heilige Geest.7Heidelbergse Catechismus, zondag 44, vragen en antwoorden 114–115. De wet houdt de mens klein. Ook na ontvangen genade.

De tien plagen van Egypte

Exodus 7–12 vertelt hoe Egypte wordt getroffen wanneer de farao Israël niet laat gaan. De tien plagen worden gewoonlijk zo geteld:

  1. Het water wordt bloed.
  2. Kikkers.
  3. Luizen of muggen; vertalingen verschillen hier omdat het Hebreeuwse woord niet helemaal zeker is.
  4. Steekvliegen of ander schadelijk ongedierte dat het land binnendringt en de Egyptenaren treft.
  5. Veepest.
  6. Zweren.
  7. Hagel.
  8. Sprinkhanen.
  9. Duisternis.
  10. De dood van de eerstgeborenen.

Exodus zet zelf geen nummers bij de plagen. De gebruikelijke telling volgt de volgorde van het verhaal en eindigt bij de dood van de eerstgeborenen.8Bijbel, Statenvertaling, Exodus 7:14–12:32. Bij de derde en vierde plaag verschillen vertalingen in de precieze aanduiding van het ongedierte.

In Exodus 12:12 zegt God dat Hij gericht zal oefenen aan al de goden van Egypte. Daarom hebben veel uitleggers geprobeerd de afzonderlijke plagen te verbinden met Egyptische godheden. Voor sommige verbanden valt zeker iets te zeggen. Een compleet schema waarin iedere plaag precies bij één god hoort, vind je in Exodus zelf niet. Zulke schema’s zijn voor een flink deel reconstructies achteraf, vooral wanneer alle hokjes wel erg keurig blijken te passen.

De farao blijft weigeren Israël te laten gaan en de oordelen worden zwaarder. Bij de laatste plaag, de tiende plaag, krijgt het bloed van het paaslam een bijzondere plaats: waar het bloed aan de deurposten is aangebracht, wordt het huis gespaard. Eeuwen later grijpt Paulus daarop terug wanneer hij Christus „ons Pascha” noemt.9Bijbel, Statenvertaling, Exodus 12:1–13, 21–27; 1 Korinthe 5:7. Paulus trekt hiermee een directe lijn van de bevrijding uit Egypte naar de kruisdood van Jezus. Net zoals het bloed van het paaslam aan de deurposten de Israëlieten destijds beschermde tegen het oordeel, zo brengt het offer van Jezus definitieve redding en verlossing. Dit historische beeld uit het Oude Testament krijgt in het Nieuwe Testament een diepere, universele betekenis die de basis vormt voor het christelijke paasfeest. Paulus gebruikt deze parallel bovendien om gelovigen op te roepen tot een rein leven, dat hij vergelijkt met het verwijderen van de oude zuurdesem voor het feest. Zo verbindt hij de eeuwenoude traditie van de uittocht rechtstreeks met de geestelijke vernieuwing van de christelijke gemeente.

Tien in Genesis: Gods spreken en de geslachtsregisters

Tienmaal ‘God zeide’

Wie Genesis 1 nauwkeurig leest, vindt de formulering God zeide maar liefst tien keer: in vers 3, 6, 9, 11, 14, 20, 24, 26, 28 en 29. Ook Gods spreken over de opdracht en het voedsel van de mens telt dan mee.10Bijbel, Statenvertaling, Genesis 1:3, 6, 9, 11, 14, 20, 24, 26, 28–29.

God spreekt en wat Hij zegt, geschiedt. Later in hetzelfde hoofdstuk spreekt Hij opnieuw wanneer Hij de mens zegent en hem zijn plaats in de schepping geeft. De scheppingsdagen in Genesis lopen uit op de zevende dag, die God zegent en heiligt. Ook het getal zeven krijgt in deze hoofdstukken dus een eigen plaats.

De tien keer dat God spreekt, doen vanzelf denken aan de tien verbondswoorden. Dezelfde God Die door Zijn woord schept, geeft later Zijn volk Zijn geboden. De tekst van Genesis legt deze link zelf niet expliciet legt, maar de literaire structuur geeft wel een belangrijk theologisch idee weer: de God die de kosmos ordent door Zijn spreken, is dezelfde God die het leven van Zijn volk ordent door Zijn wetten. Creatie en openbaring liggen in het verlengde van elkaar. Beide zijn uitingen van Gods scheppende en ordenende Woord.

Van Adam tot Noach, van Sem tot Abraham

Genesis 5 geeft de lijn van Adam via Seth naar Noach. Tel je de begin- en eindpersoon mee, dan krijg je tien namen: Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalaleël, Jered, Henoch, Methusalach, Lamech en Noach. Genesis 11:10–26 bevat opnieuw tien namen: Sem, Arfachsad, Selah, Heber, Peleg, Rehu, Serug, Nahor, Terah en Abram, die later Abraham wordt genoemd.11Bijbel, Statenvertaling, Genesis 5:1–32; 11:10–26; 17:5. De Griekse tekstoverlevering kent bij de tweede lijn een verschil rond Kenan; vergelijk Lukas 3:35–36.

De lijn in Genesis 5 komt uit bij Noach. In Genesis 11 voert het geslachtsregister verder naar Abraham. Twee lange genealogische lijnen tellen zo ieder tien namen. Noach staat aan het begin van de wereld na de vloed; met Abraham begint het verhaal van Gods verbond met de aartsvaders en het volk dat uit hem zal voortkomen.

Genesis presenteert deze personen als mensen die werkelijk leefden, kinderen kregen en stierven. De schrijver ordent zijn materiaal zorgvuldig, zoals ook elders in geslachtsregisters gebeurt. Dat past gewoon binnen geschiedenis in de Bijbel.

Waarom stopt Abraham bij tien rechtvaardigen?

In het Bijbelboek Genesis staat een van de meest fascinerende dialogen uit de wereldliteratuur. Wanneer God besluit om de zondige stad Sodom te vernietigen, treedt Abraham moedig op als voorspreker voor de onschuldige bewoners. In een respectvol maar vlijmscherp onderhandelingsgesprek daagt hij de almachtige God uit om rechtvaardig te handelen. Abraham begint bij vijftig rechtvaardigen. Stap voor stap verlaagt Abraham de grens om de stad te sparen: van vijftig naar uiteindelijk slechts tien rechtvaardigen. God zegt dat Hij Sodom omwille van die tien zal sparen en daarmee eindigt het gesprek.

Waarom Abraham juist bij tien ophoudt, vertelt Genesis 18:23–33 niet.12Bijbel, Statenvertaling, Genesis 18:23–33. Verklaringen zijn er genoeg. Misschien gold tien als een kleine gemeenschap. Misschien dacht Abraham aan Lot en diens gezin. Dat blijft gissen, want de tekst geeft er geen nadere uitleg bij.

Meer houvast geeft Abrahams manier van spreken. Hij beroept zich op Gods rechtvaardigheid en noemt zichzelf ondertussen stof en as. Zijn vrijmoedigheid is groot. Hij durft telkens opnieuw te vragen, terwijl hij zich tegelijk bewust blijft van zijn geringe plaats ten opzichte van God. Dat is iets wat zijn houding in dit gesprek tekent: vrijmoedig voor Gods aangezicht, zonder de eerbied te verliezen.

John Martin, 'De Verwoesting van Sodom en Gomorra', 1852
John Martin, ‘De Verwoesting van Sodom en Gomorra’, 1852 / Bron: Wikimedia Commons

De tienden: een tiende deel afstaan

Een tiende is gewoon een tiende deel. Abram geeft zo’n deel aan Melchizedek. Na zijn overwinning om zijn neef Lot te bevrijden, ontmoette Abram de koning-priester Melchizedek. Melchizedek bracht brood en wijn en sprak een zegen over hem uit namens de Allerhoogste God. Uit diepe dankbaarheid voor de goede afloop gaf Abram hem ter plekke tien procent van de totale oorlogsbuit. Deze ontmoeting in Genesis vormde de allereerste vermelding van het geven van tienden in de geschiedenis.

In de wet van Mozes krijgt het geven van tienden een vaste plaats in het leven van Israël. De Levieten ontvangen daarvan hun onderhoud, omdat zij geen eigen erfdeel in het land hebben zoals de andere stammen. In Deuteronomium 14 komt daar nog iets bij. Een deel van de opbrengst wordt voor Gods aangezicht gegeten, als onderdeel van Israëls leven voor de HEERE. Om de drie jaar wordt de tiende binnen de eigen woonplaats opgeslagen, zodat ook mensen zonder eigen land of vaste bestaanszekerheid ervan kunnen eten. De Leviet (een lid van de Israëlitische stam Levi die in de Bijbel taken verrichtte in de tabernakel en de tempel) wordt daarbij uitdrukkelijk genoemd, evenals de vreemdeling en wie zonder ouders of echtgenoot achterblijft.13Bijbel, Statenvertaling, Genesis 14:18–20; Numeri 18:21–24; Deuteronomium 14:22–29. Het gaat om echte opbrengst. In Deuteronomium 14:28–29 moet die worden bijeengebracht en beschikbaar zijn voor mensen die ervan afhankelijk zijn.

Daarmee is uiteraard nog niet gezegd dat een christen vandaag de dag precies tien procent van zijn inkomen dient af te staan. De voorschriften over de tienden horen bij de wet die God aan Israël gaf. In het Nieuwe Testament wordt het geven anders uitgewerkt. Een christen geeft daar uit vrije wil en naar wat hij kan missen. Calvijn schrijft als commentaar bij 2 Korinthe 9:

“(…) Now no sacrifice is pleasing to God, if it is not voluntary. For when he teaches us, that God loveth a cheerful giver, he intimates that, on the other hand, the niggardly and reluctant are loathed by Him. For He does not wish to lord it over us, in the manner of a tyrant, but, as He acts towards us as a Father, so he requires from us the cheerful obedience of children.” (“Geen enkel offer is God welgevallig als het niet vrijwillig wordt gebracht. Want wanneer Hij ons leert dat God een blijmoedige gever liefheeft, geeft Hij daarmee te kennen dat Hij daarentegen een afkeer heeft van wie gierig en met tegenzin geeft. Hij wil immers niet als een tiran over ons heersen; zoals Hij zich jegens ons als een Vader gedraagt, zo verlangt Hij van ons de blijmoedige gehoorzaamheid van kinderen.”)14Calvijn, Johannes. Commentary on Corinthians, deel 2, toelichting op 2 Korinthe 9:7. Engelse vertaling, digitale editie Christian Classics Ethereal Library.

Paulus schrijft dat ieder moet geven zoals hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, zonder droefheid of dwang.15Bijbel, Statenvertaling, 2 Korinthe 9:6–8. Een percentage noemt hij daar niet.

De tien maagden: gereed zijn wanneer de bruidegom komt

In Mattheüs 25 gaan tien maagden de bruidegom tegemoet. Vijf hebben extra olie meegenomen en vijf hebben dat nagelaten. Wanneer de bruidegom uitblijft, worden ze allemaal moe en vallen ze in slaap. Alle tien. Dat gegeven wordt gemakkelijk overgeslagen, terwijl het voor de uitleg wel van belang is. Het verschil tussen de twee groepen wordt pas zichtbaar wanneer de bruidegom komt en de lampen verzorgd moeten worden. De dwaze maagden hebben geen voorraad olie, gaan op zoek en komen te laat terug. De deur is dan inmiddels gesloten.16Bijbel, Statenvertaling, Mattheüs 24:36–51; 25:1–13.

Jezus eindigt de gelijkneis met de oproep te waken, want dag en uur zijn onbekend. Alle tien behoren tot de wachtende groep, maar bij de komst van de bruidegom blijkt wie er werkelijk gereed is.

Calvijn over het uitpluizen van ieder detail

Calvijn waarschuwde bij deze gelijkenis voor eindeloos zoeken naar verborgen betekenissen in ieder afzonderlijk onderdeel:

“When this is ascertained to be the design of the parable, we ought not to trouble ourselves much with minute investigations, which have nothing to do with what Christ intended. Some people give themselves a good deal of uneasiness about the lamps, the vessels, and the oil; but the plain and natural meaning of the whole is, that it is not enough to have ardent zeal for a short time, if we have not also a constancy that never tires. And Christ employs a very appropriate parable to express this. A little before, he had exhorted the disciples, that as they had a journey to perform through dark and dreary places, they should provide themselves with lamps; but as the wick of the lamp, if it be not supplied with oil, gradually dries up, and loses its brightness, Christ now says, that believers need to have incessant supplies of courage, to support the flame which is kindled in their hearts, otherwise their zeal will fail ere they have completed the journey.” (“Wanneer eenmaal is vastgesteld wat de strekking van de gelijkenis is, moeten we ons niet te veel bezighouden met minutieuze details die niets te maken hebben met wat Christus voor ogen stond. Sommigen maken zich druk over de lampen, de vaten en de olie; maar de eenvoudige en natuurlijke betekenis van het geheel is dat het niet volstaat om slechts korte tijd vurig ijverig te zijn, als men niet ook beschikt over een volharding die nooit verslapt. Christus gebruikt hiervoor een zeer treffende gelijkenis. Kort daarvoor had Hij de discipelen opgeroepen zich van lampen te voorzien, aangezien zij een reis door donkere en troosteloze oorden moesten afleggen; maar omdat de pit van een lamp, als deze niet van olie wordt voorzien, geleidelijk uitdroogt en zijn lichtkracht verliest, stelt Christus nu dat gelovigen voortdurend nieuwe moed moeten putten om de vlam in hun hart brandend te houden; anders zal hun ijver uitdoven nog voordat zij de reis hebben voltooid.”17Calvijn, Johannes. Commentary on Matthew, Mark, Luke, deel 3, toelichting op Mattheüs 25:1–13. Engelse vertaling, digitale editie Christian Classics Ethereal Library.

Hij noemt uitleggers die uitvoerig zoeken naar de betekenis van de lampen, vaten en olie. Zelf legt hij vooral nadruk op volharding tijdens het uitblijven van Christus. Die waarschuwing past goed bij een onderwerp als Bijbelse getallen, want juist daar ontstaat alras de neiging om ieder detail apart te wegen, er een verborgen betekenis achter te zoeken en vervolgens steeds verder van de eigenlijke tekst af te raken. Natuurlijk mag een getal onderzocht worden en soms blijkt zo’n detail werkelijk betekenis te hebben, maar de hoofdzaak van de passage moet herkenbaar blijven. Bij de tien maagden ligt die hoofdzaak dichtbij. Wie de komst van de Bruidegom verwacht, moet ook gereed zijn wanneer Hij komt.

Tien munten, tien genezen mannen en tien dienaren

Lukas gebruikt het getal tien in verhalen die verder weinig met elkaar gemeen hebben. Daaruit volgt overigens nog geen vaste symbolische betekenis van het getal.

De verloren penning

De gelijkenis van het verloren muntstuk is een bekend Bijbelverhaal uit Lucas 15. Een vrouw heeft tien zilveren munten en raakt er één kwijt. Ze steekt een licht aan, veegt het huis en zoekt door totdat ze de munt vindt. Daarna roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen om haar blijdschap met hen te delen. Jezus verbindt die vreugde met de blijdschap bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.18Bijbel, Statenvertaling, Lukas 15:1–10.

Alexander MacLaren (1826–1910), een Schotse baptistenpredikant en Bijbeluitlegger. schreef iets treffends bij de gelijkenissen van het verlorene:

“Maar afgezien van de gedachte dat de toenemende verhouding wijst op groter verdriet en meer onrust, is er nog een les, een die mijns inziens nog waardevoller is, en die luidt: voor degene die iets verliest, doet het er nauwelijks toe hoeveel hij overhoudt of wat de waarde van het verloren voorwerp was. Er schuilt iets in de menselijke aard waardoor alles wat verloren gaat, juist door dat verlies kostbaar wordt. Niemand beseft hoeveel ruimte een boom inneemt totdat deze is geveld. Als je een minuscuul steentje uit een ring of armband verliest, ontstaat er een leemte en een ergernis die totaal niet in verhouding staan ​​tot de schittering die het steentje bezat toen het er nog zat. Iemand verliest een klein deel van zijn vermogen door een ongelukkige speculatie; dat verlies ergert hem veel meer dan het bezit hem ooit troost bood, en hij denkt meer aan de honderdtallen die zijn verdwenen dan aan de duizendtallen die hem resten. Zo zit de mens in elkaar. Het is een menselijk instinct dat, volledig los van de intrinsieke waarde of de verhouding tot wat men nog bezit, het verloren voorwerp een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent en de verliezer er alles aan doet om het terug te vinden.”19MacLaren, Alexander. Expositions of Holy Scripture: Luke, uitleg van Lukas 15 en de gelijkenissen van het verlorene. Engelse digitale editie Christian Classics Ethereal Library.

MacLaren wijst erop dat iets wat verloren raakt juist door dat verlies opeens veel gewicht krijgt. Dat zie je ook in de gelijkenis: de vrouw laat de negen munten liggen en zoekt naar die ene die ontbreekt.

Slechts één keert terug

In Lukas 17:11–19 roepen tien melaatse mannen Jezus om ontferming aan. Hij stuurt hen naar de priesters. Onderweg worden ze gereinigd. Slechts een hunner komt terug. Hij verheerlijkt God met grote stem, valt voor Jezus neer en dankt Hem. Het is een Samaritaan. Jezus vraagt:

“Zijn niet de tien gereinigd geworden? En waar zijn de negen?”20Bijbel, Statenvertaling, Lukas 17:17.

Alle tien zijn gereinigd. Slechts één keert terug. De invloedrijke Engelse baptistenpredikant Spurgeon (1834–1892) preekte er in 1886 over:

“I would rather be nobody at Christ’s feet than everybody anywhere else!”(“Ik ben liever niemand aan de voeten van Christus dan iemand van betekenis waar dan ook.”)21Spurgeon, Charles H. “Where Are the Nine? or, Praise Neglected.” Preek over Lukas 17:15–19, 7 oktober 1886, Metropolitan Tabernacle Pulpit.

Het is de Samaritaan die aan Jezus’ voeten ligt. Het feit dat de teruggekeerde man een Samaritaan was, is historisch en theologisch gezien saillant. Joden en Samaritanen leefden destijds in diepe onmin met elkaar. Hun gedeelde ellende (de melaatsheid) had hen samen gebracht, maar na de genezing toont juist deze ‘vreemdeling’ (zoals Jezus hem noemt) het ware geloof.

De tien ponden

Lukas 19 verhaalt over een man van hoge geboorte die weggaat om een koninkrijk te ontvangen. Voor zijn vertrek geeft hij tien dienaren geld waarmee zij moeten handelen. Wanneer hij terugkomt, vraagt hij aan hen wat zij ermee gedaan hebben. Een dienaar heeft met één pond tien ponden gewonnen en krijgt gezag over tien steden. Een ander heeft vijf ponden gewonnen. Een derde heeft het geld in een zweetdoek bewaard en er niets mee gedaan.22Bijbel, Statenvertaling, Lukas 19:11–27.

Deze gelijkenis wordt vaak vergeleken met die van de talenten in Mattheüs 25. De gelijkenissen in Lukas 19 en Mattheüs 25 lijken erg op elkaar. In beide verhalen vertrouwt een heer tijdens zijn afwezigheid geld toe aan zijn dienaren en vraagt hij bij zijn terugkomst wat zij ermee hebben gedaan. In Lukas 19 krijgt iedere dienaar hetzelfde bedrag: één pond. De opbrengst verschilt en daarmee ook de verantwoordelijkheid die zij later krijgen. In Mattheüs 25 begint het verschil al bij de verdeling. De ene dienaar krijgt vijf talenten, de andere twee en de derde één, ieder naar zijn bekwaamheid. In beide gelijkenissen telt wat de dienaren tijdens de afwezigheid van hun heer met het hun toevertrouwde hebben gedaan.

Lukas geeft ook aan waarom Jezus de gelijkenis vertelt. De mensen denken dat het Koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zal worden. De heer vertrekt echter en blijft een tijd weg. De dienaren krijgen intussen iets in handen waarmee zij moeten werken. Wanneer hij terugkomt, moeten zij vertellen wat zij ermee hebben gedaan.

Tien dagen van beproeving

In Daniël 1 vraagt Daniël om een proef van tien dagen. Hij wil zich niet verontreinigen met de spijze en wijn van de koning en vraagt daarom of hij samen met zijn vrienden plantaardig voedsel en water mag gebruiken. Dat wordt toegestaan. Na tien dagen zien zij er beter en gezonder uit dan de jongemannen die van de koninklijke spijze hebben gegeten. Ze mogen deze voeding vervolgens blijven gebruiken.23Bijbel, Statenvertaling, Daniël 1:8–16. Van een bijzondere tijdrekening is hier geen sprake. Daniël vraagt om tien dagen om te laten zien dat zijn keuze geen nadelige gevolgen heeft. Dat is de duur van de proef.

Het getal komt opnieuw voor in Openbaring 2. Christus spreekt daar tot de gemeente van Smyrna, die al onder verdrukking gebukt gaat. Hij zegt dat sommigen van hen in de gevangenis zullen worden geworpen en „een verdrukking hebben van tien dagen”. Kort daarna klinkt de oproep: „Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.”24Bijbel, Statenvertaling, Openbaring 2:8–11.

Over die tien dagen is in de loop van de tijd verschillend gedacht. Het kan om een werkelijke korte periode van gevangenschap gaan. Er zijn ook uitleggers die het getal vooral verstaan als aanduiding van een afgemeten tijd: de vervolging houdt niet onbeperkt aan. In oudere verklaringen worden de tien dagen soms verbonden met tien grote vervolgingen onder Romeinse keizers. Die uitleg heeft een lange geschiedenis, maar uit Openbaring 2 zelf valt zo’n schema moeilijk af te leiden. De tekst geeft geen aanwijzing dat dagen moeten worden omgerekend in eeuwen of regeringsperioden.

Voor de christenen in Smyrna was de boodschap veel directer. Er stond hun gevangenschap te wachten en trouw aan Christus kon hun het leven kosten. Tegelijk werd hun lijden niet voorgesteld als iets waaraan nooit een einde zou komen. De vervolgers hadden geen onbeperkte macht. Christus kende de situatie van zijn gemeente en wist wat haar nog te wachten stond.

Openbaring noemt ook de armoede van de gemeente en de laster waaronder zij gebukt ging. Dat vervolging in Smyrna later zeer concreet werd, blijkt uit de vroege kerkgeschiedenis. In de tweede eeuw stierf Polycarpus, bisschop van Smyrna, daar de marteldood.

Aan degene die volhardt, belooft Christus de kroon des levens. Even verder staat dat de tweede dood hem niet zal beschadigen. Openbaring gebruikt die uitdrukking later voor het definitieve oordeel en verbindt haar met de poel des vuurs.25Bijbel, Statenvertaling, Openbaring 2:8–11; 20:6, 14. Een christen in Smyrna kon weliswaar zijn aardse leven verliezen, maar toch veilig zijn voor dat laatste oordeel.

De tien hoorns in Daniël en Openbaring

In het Bijbelboek Daniël (hoofdstuk 7) krijgt de profeet Daniël een indrukwekkend visioen waarin de opkomst en ondergang van vier opeenvolgende wereldrijken centraal staan. Deze koninkrijken worden symbolisch voorgesteld als angstaanjagende dieren die oprijzen uit de zee. Het meest angstaanjagende is het vierde dier, dat met zijn tien hoorns symbool staat voor een machtig rijk. Later in hetzelfde visioen wordt uitgelegd wat die hoorns voorstellen:

“En de tien hoornen zijn tien koningen; uit dat koninkrijk zullen zij opstaan.”26Bijbel, Statenvertaling, Daniël 7:24; vergelijk Daniël 7:7–8 en 19–27.

Daarmee geeft de tekst zelf de betekenis. De tien hoorns stellen tien koningen voor.

De beeldtaal en opbouw van Openbaring grijpen geregeld terug op Daniël. Ook Johannes ziet een beest met tien hoorns. Openbaring 17 noemt deze hoorns opnieuw tien koningen. Zij ontvangen macht met het beest en trekken samen op tegen het Lam.27Bijbel, Statenvertaling, Openbaring 13:1; 17:3, 12–14. Het Lam is een symbool voor Jezus Christus, terwijl het beest staat voor de antichrist of een goddeloze wereldmacht die tegen God ingaat. De overeenkomst met Daniël ligt dus zeer voor de hand. In beide boeken horen de hoorns bij politieke macht en bij heersers die zich uiteindelijk tegen God en Zijn heerschappij keren.

De vraag wie die tien afzonderlijke koningen zijn, is een stuk moeilijker te beantwoorden. Door de eeuwen heen zijn allerlei namen en rijken genoemd. Uitleggers hebben gedacht aan afzonderlijke vorsten, opeenvolgende koninkrijken en politieke machtsblokken. Sommige verklaringen verbinden de tien heel precies met een bepaalde fase van het Romeinse Rijk, andere zoeken de vervulling juist in een toekomstig verbond van machthebbers. Matthew Poole (1624–1679), een Engelse predikant en Bijbelverklaarder,  probeerde Openbaring geregeld vrij concreet historisch te duiden, maar schreef bij deze tekst uiteindelijk:

“I must confess myself at a loss to determine.”28Poole, Matthew. Annotations upon the Holy Bible, toelichting op Openbaring 17:12. Engelse tekst weergegeven in BibleHub, Matthew Poole’s Commentary.

Die voorzichtigheid is m.i. terecht. De tekst spreekt over tien koningen, maar noemt hun namen niet. Het kunnen afzonderlijke machthebbers zijn. Het getal tien kan daarnaast de gezamenlijke macht van deze koningen tekenen. Dat laatste mag alleen niet zo ver worden doorgetrokken dat het concrete getal zijn betekenis verliest, want Johannes zegt uitdrukkelijk dat de tien hoorns tien koningen zijn. Daniël en Openbaring zelf moeten hier de grens van onze uitleg bepalen. Dat is het meest zuiver. Wie verder gaat dan de tekst, komt al snel terecht bij schema’s die vooral overtuigend lijken zolang de politieke actualiteit erbij past.

Daarom bewijst een politiek verbond van precies tien hedendaagse landen op zichzelf weinig. Zulke verbanden veranderen voortdurend, landen treden toe of vallen af en grenzen kunnen binnen enkele jaren opnieuw worden getrokken. Wie elk verband van tien staten onmiddellijk met Openbaring 17 vereenzelvigt, moet zijn uitleg dan ook telkens aanpassen aan het nieuws. De tekst legt het zwaartepunt elders. Deze koningen krijgen macht met het beest en voeren samen oorlog tegen het Lam. Dat is wat Openbaring over hen zegt. En het Lam overwint.

Daarmee raakt Openbaring aan dezelfde werkelijkheid die in Psalm 2 reeds wordt bezongen. Koningen en volken kunnen zich gezamenlijk tegen de HEERE en Zijn Gezalfde keren. Hun macht kan indrukwekkend zijn en hun verzet werkelijk gevaarlijk. Toch blijft hun gezag afgeleid en tijdelijk. Zijn troon komt daardoor niet in gevaar.

Disclaimer, bronnen en reacties

Disclaimer

Dit artikel geeft een Bijbelse en theologische uitleg van het getal tien. Bij getallensymboliek moet je steeds naar de tekst en het verband kijken. Waar meerdere uitleggingen mogelijk zijn, is dat aangegeven. Een symbolische betekenis wordt niet als vaststaand gepresenteerd wanneer de Bijbeltekst daar geen duidelijke grond voor geeft.

Geraadpleegde bronnen

Voor dit artikel zijn de Bijbel, klassieke commentaren en theologische werken geraadpleegd. De gebruikte Bijbelplaatsen staan bij de betreffende gedeelten vermeld.

  1. Augustinus. On Christian Doctrine. Boek II, hoofdstuk 16, paragraaf 25. Engelse vertaling in Nicene and Post-Nicene Fathers, digitale editie Christian Classics Ethereal Library.
  2. Bijbel. Statenvertaling. De gebruikte hoofdstukken en verzen zijn in de voetnoten bij de betreffende passages vermeld.
  3. Calvijn, Johannes. Commentary on Corinthians. Deel 2, toelichting op 2 Korinthe 9:7.
  4. Calvijn, Johannes. Commentary on Matthew, Mark, Luke. Deel 3, toelichting op Mattheüs 25:1–13.
  5. Calvijn, Johannes. Harmony of the Law. Deel 1, voorwoord bij de vier laatste boeken van Mozes.
  6. Heidelbergse Catechismus. 1563. Zondag 34, vragen en antwoorden 92–93; zondag 44, vragen en antwoorden 114–115.
  7. MacLaren, Alexander. Expositions of Holy Scripture: Luke. Uitleg van Lukas 15 en de gelijkenissen van het verlorene.
  8. Poole, Matthew. Annotations upon the Holy Bible. Toelichting op Openbaring 17:12.
  9. Spurgeon, Charles H. “Where Are the Nine? or, Praise Neglected.” Preek over Lukas 17:15–19, Metropolitan Tabernacle Pulpit, 7 oktober 1886.

Reacties

Heb je een vraag over het getal tien in de Bijbel of ken je een passage die hier volgens jou bij hoort? Laat gerust een reactie achter. Welke tekst vind je lastig uit te leggen? Zie je ergens een symbolische betekenis van tien? Vermeld er dan ook bij waarop je die uitleg baseert.

Houd de discussie bij de Bijbeltekst en de argumenten. Vermeld geen persoonsgegevens van jezelf of anderen.

Verder lezen
Ook uit Geloof en levensbeschouwing

Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.