Laatst bijgewerkt op 15 augustus 2026 door M.G. Sulman
De vraag of de Bijbel een historisch boek is, lijkt eenvoudig, maar raakt aan een bredere kwestie: wat voor soort boek is de Bijbel eigenlijk? Wie de Schrift openslaat, treft geen kale chronologie aan, maar een veelkleurig geheel van geschiedenis, profetie, poëzie, wetten, brieven en wijsheid. Toch speelt echte geschiedenis daarin een dragende rol. De Bijbelse boodschap zweeft niet boven de tijd, maar verbindt Gods spreken steeds weer met concrete mensen, plaatsen, koningen, oorlogen, verbonden en gebeurtenissen. Juist daarom is de verhouding tussen geloof en geschiedenis zo wezenlijk.
Ja, de Bijbel is in belangrijke mate een historisch boek. Hij beschrijft echte personen, volken, plaatsen en gebeurtenissen, van Abraham en David tot Pontius Pilatus en Jezus Christus. Tegelijk is de Bijbel geen modern geschiedenisboek: hij bevat ook poëzie, profetie, wijsheid, wetten, brieven en visioenen. Bijbelse geschiedenis wordt bovendien verteld vanuit Gods openbaring en laat zien hoe Hij in de tijd handelt.
Vooral het christelijke evangelie is onlosmakelijk met geschiedenis verbonden. Jezus werd werkelijk geboren, gekruisigd en begraven, en de apostelen verkondigen Zijn lichamelijke opstanding als een gebeurtenis die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Paulus zegt zelfs dat het geloof vergeefs is wanneer Christus niet werkelijk uit de dood is opgewekt. De historische betrouwbaarheid van de Schrift is derhalve geen bijkomstigheid, maar raakt het hart van haar boodschap.
- Niet ieder Bijbelgedeelte is geschiedschrijving; het genre bepaalt hoe een tekst gelezen moet worden.
- Bijbelse geschiedenis verbindt werkelijke gebeurtenissen met Gods handelen, verbond, oordeel en verlossing.
- Archeologie en buitenbijbelse bronnen kunnen historische gegevens bevestigen, maar zij vormen niet het hoogste gezag over de Schrift.
- De kruisiging en opstanding van Jezus worden in het Nieuwe Testament nadrukkelijk als gebeurtenissen in tijd en ruimte verkondigd.
Is de Bijbel een historisch boek?
Ja, de Bijbel spreekt over echte geschiedenis
De Bijbel is een historisch boek, mits je goed begrijpt wat daarmee wordt bedoeld. Grote delen van de Schrift vertellen over mensen, volken en gebeurtenissen die volgens de tekst werkelijk hebben bestaan en plaatsgevonden. Abraham trekt naar Kanaän. Israël verblijft in Egypte en trekt eruit. David wordt koning. Jeruzalem valt in handen van de Babyloniërs. Jezus wordt onder Pontius Pilatus gekruisigd. Zijn discipelen verkondigen vervolgens dat Hij lichamelijk uit de dood is opgestaan.
Daarmee is de Bijbel echter geen modern geschiedenishandboek. Hij bevat eveneens wetgeving, poëzie, wijsheidsliteratuur, profetie, brieven, gelijkenissen en apocalyptische visioenen. Wie ieder vers leest alsof het een journalistiek verslag is, doet de tekst geweld aan. Een psalm gebruikt andere taal dan 1 Koningen. Spreuken werkt anders dan Handelingen. Openbaring staat vol symboliek die je niet mag behandelen alsof Johannes een inventarislijst heeft geschreven.
Goede Bijbeluitleg vraagt derhalve steeds naar tekstsoort, historische context, bedoeling en plaats binnen het geheel van de Schrift.
Het antwoord op de vraag of de Bijbel een historisch boek is, hangt dus mede af van wat je met historisch bedoelt:
- Als je bedoelt: bevat de Bijbel verslagen van werkelijke gebeurtenissen uit het verleden? Ja.
- Als je bedoelt: zijn historische gebeurtenissen essentieel voor de boodschap van de Bijbel? Beslist.
- Als je bedoelt: is ieder Bijbelboek geschreven als moderne geschiedwetenschap? Neen.
- Als je vraagt of de Schrift haar historische beweringen als waarheid presenteert, is het antwoord wederom ja.
Juist dat laatste verdient aandacht. De Bijbel presenteert de schepping, zondeval, aartsvaders, uittocht, koningen, ballingschap, komst van Christus, kruisiging en opstanding niet als vrijblijvende religieuze verbeelding.
Geschiedenis waarin God handelt
Heilsgeschiedenis: geschiedenis met een richting
Een klassieke term hiervoor is heilsgeschiedenis. Daarmee wordt de geschiedenis bedoeld waarin God Zijn verlossingsplan daadwerkelijk uitvoert. Het Duitse Heilsgeschichte en het oudere Latijnse historia sacra, heilige geschiedenis, liggen in hetzelfde begrippenveld.
Dat betekent geenszins dat Bijbelse geschiedenis minder werkelijk zou zijn dan gewone geschiedenis. Het verschil zit vooral in het perspectief. De Schrift vertelt niet slechts wat gebeurde. Zij maakt tevens bekend wat gebeurtenissen voor Gods aangezicht betekenen.
Geerhardus Vos benadrukte, vrij weergegeven, dat openbaring zich geleidelijk binnen de voortgang van Gods verlossend handelen ontvouwt. Gods woorden en Gods daden behoren bijeen. 1Vos, G. (1948/2012). Biblical Theology: Old and New Testaments. Edinburgh: Banner of Truth.
Neem Jozef. Zijn broers verkopen hem uit afgunst. Dat is een historisch handelen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Jaren later zegt Jozef in Genesis 50:20 dat zij kwaad tegen hem hadden gedacht, terwijl God hetzelfde gebeuren ten goede had gedacht.
Hier verschijnt voorzienigheid. Dat is Gods voortdurende regering over Zijn schepping en geschiedenis. De broers waren geen marionetten. Hun daad bleef zondig. Toch liep Gods raad niet vast op hun zonde. Hij gebruikte zelfs hun kwaad om Jozef naar Egypte te brengen en vele mensen in leven te houden.
De Bijbel schrijft daarom geschiedenis coram Deo, voor het aangezicht van God. Menselijke oorzaken zijn werkelijk. Gods bestuur is eveneens werkelijk.
Openbaring legt de geschiedenis uit
Openbaring betekent dat God Zich bekendmaakt. Bijzondere openbaring is Gods gerichte spreken waardoor Hij bekendmaakt wie Hij is, wat Hij doet en hoe de mens tegenover Hem staat.
Daar ligt een wezenlijk verschil met seculiere geschiedschrijving. Een moderne historicus kan beschrijven dat Nebukadnezar Jeruzalem veroverde. De Schrift verklaart tevens waarom Gods verbondsvolk aan Babel werd overgegeven: hardnekkige afgoderij, verbondsbreuk en weigering om naar Gods profeten te luisteren.
De historische oorzaak en de goddelijke verklaring staan daarbij niet tegenover elkaar.
Herman Bavinck legt, vrij weergegeven, sterk de nadruk op het organische karakter van de openbaring: God openbaart Zich binnen de geschiedenis, gebruikt echte mensen en omstandigheden en werkt naar Christus toe. 2Bavinck, H. (2003). Reformed Dogmatics: Volume 1, Prolegomena. Grand Rapids, MI: Baker Academic.
Daarom is de Bijbel als ultiem kompas voor waarheid geen alternatief voor zorgvuldig historisch onderzoek. De Schrift geeft het uiteindelijke kader waarbinnen geschiedenis haar diepste betekenis krijgt.
De Bijbel schrijft geen propaganda voor zijn eigen helden
Een opvallend kenmerk van de Bijbelse geschiedschrijving is haar hardnekkige weigering om menselijke hoofdpersonen netjes op te poetsen.
Noach wordt dronken. Abraham liegt over Sara. Jakob bedriegt. Mozes zondigt. Aäron maakt een gouden kalf. Simson leeft geregeld roekeloos. David bedrijft overspel met Bathseba en laat Uria omkomen. Salomo raakt door zijn vrouwen verstrikt in afgoderij. Petrus verloochent Christus. De discipelen maken ruzie over de vraag wie van hen de belangrijkste is.
Dat bewijst op zichzelf nog niet dat alles wat de Bijbel vertelt daarom historisch waar moet zijn. Zo eenvoudig werkt historische argumentatie niet. Het laat wel zien dat we hier geen keurig nationaal heldenepos aantreffen waarin Israël zijn verleden heeft witgewassen.
Het boek Richteren is daarvan een onthutsend voorbeeld. Richteren 19 bewaart een geschiedenis die Israël bepaald niet flatteert. Gibea begint op Sodom te lijken en uiteindelijk dreigt de stam Benjamin vrijwel uitgeroeid te worden.
De Schrift is onverbiddelijk tegenover de zonde van haar eigen volk.
Ook de verovering van Kanaän wordt niet voorgesteld als bewijs dat Israëlieten van nature betere mensen waren. Deuteronomium 9 zegt uitdrukkelijk dat Israël het land niet ontvangt vanwege zijn eigen gerechtigheid. Wie de moeilijke kwestie van de Kanaänieten en Gods oordeel onderzoekt, moet dat gegeven laten meewegen.
Genesis staat aan het begin van de historische lijn
Geen zwevende verzameling oermythen
De eerste elf hoofdstukken van Genesis staan geregeld onder druk. Men spreekt dan over symbolische oerverhalen, theologische mythen of literaire constructies die volgens deze visie weinig zeggen over wat werkelijk in het verleden is gebeurd.
Genesis zelf geeft daar weinig aanleiding toe.
Het boek verbindt Adam via geslachtsregisters met Noach, Noach met Sem en vervolgens met Abraham. Vanaf Abraham erkent vrijwel iedereen dat Genesis een herkenbare historische wereld beschrijft met familierelaties, reizen, conflicten, plaatsen, begrafenissen en nakomelingen. De tekst plaatst vóór Abraham echter geen bordje met: vanaf hier begint opeens de echte geschiedenis.
Wie Genesis als geheel leest, ziet continuïteit.
Dat de eerste hoofdstukken zorgvuldig gecomponeerd zijn, doet daar niets aan af. Een historische tekst mag literair goed geschreven zijn. Herhaling, structuur, woordspelingen en theologische ordening maken een gebeurtenis niet fictief.
Adam blijft niet in Genesis achter
Het Nieuwe Testament behandelt Adam evenmin als een handige literaire personificatie van de mensheid.
Jezus grijpt bij Zijn onderwijs over het huwelijk terug op de schepping van man en vrouw. Paulus verbindt in Romeinen 5 Adams overtreding met Christus’ gehoorzaamheid. In 1 Korinthe 15 staat de eerste Adam tegenover Christus als de laatste Adam.
Daarmee krijgt de historische werkelijkheid van Adam rechtstreeks betekenis voor het evangelie.
Adam is geschapen naar het Imago Dei, het beeld van God. Dat betekent concreet dat de mens een bijzondere waardigheid bezit, geroepen is waarheid te kennen, moreel verantwoordelijkheid draagt, over de schepping mag heersen onder Gods gezag en geschapen is voor gemeenschap met zijn Maker.
De scheppingsdagen in Genesis vormen derhalve geen los kosmologisch voorwoord. Daar worden de grondlijnen getrokken voor mens-zijn, arbeid, huwelijk, rust, verantwoordelijkheid en aanbidding.
Noach en Sodom keren later terug als echte voorbeelden
Hetzelfde gebeurt met Noach. Jezus vergelijkt de onverwachte komst van het oordeel met de dagen van Noach in Mattheüs 24. Petrus gebruikt de zondvloed eveneens als werkelijk goddelijk oordeel.
Dat maakt discussies over de Nefilim in Genesis 6 interessant, maar het grotere verband blijft belangrijker: de aarde raakt vol geweld en God grijpt daadwerkelijk in.
Ook Sodom en Gomorra worden door Jezus, Petrus en Judas aangehaald als voorbeeld van werkelijk oordeel.
Een symbolische betekenis sluit historische werkelijkheid dus niet uit. Juist werkelijk gebeurde gebeurtenissen kunnen later een typologische betekenis krijgen.
Typologie betekent dat een vroegere persoon, instelling of gebeurtenis binnen Gods plan vooruitwijst naar een latere en grotere vervulling. Het Pascha kan bijvoorbeeld naar Christus wijzen omdat er eerst werkelijk een Pascha in Egypte is geweest.
Exodus: Gods verbond rust op wat Hij gedaan heeft
Bij de Sinaï zegt God niet: denk aan een mooi verhaal over bevrijding.
Hij zegt:
“Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.”
De Tien Geboden worden daarmee gegrond in een historische daad.
Hetzelfde patroon keert terug tijdens het Pascha. Kinderen moeten later vragen wat de maaltijd betekent. Het antwoord luidt dat God Israël uit Egypte heeft bevrijd. De liturgie bewaart de herinnering aan Gods handelen.
Dat is wezenlijk voor het verbond. Een verbond is een door God ingestelde verhouding waarin Hij beloften geeft, verplichtingen bepaalt en dikwijls tekenen schenkt. De verhouding tussen God en Israël rust niet op een nationale mythe die men later handig heeft bedacht. De Schrift grondt het verbond telkens in Gods voorafgaande daden.
Zelfs een vreemd en kort gedeelte als Exodus 4:24-26, waar God Mozes tegemoetkomt om hem te doden, staat midden in die concrete verbondsgeschiedenis. Mozes gaat als Gods gezant naar Egypte, terwijl in zijn eigen huis het teken van het Abrahamitische verbond is veronachtzaamd.
De archeologie rond de uittocht kent open vragen
Hier behoort nuchterheid bij. Er bestaat geen bekende Egyptische inscriptie waarop staat dat Mozes met Israël door de zee trok. De datering van de uittocht, de precieze route, de identificatie van bepaalde plaatsen en de archeologische interpretatie van de intocht in Kanaän blijven onderwerp van stevig debat. Dat mag je gewoon zeggen.
Kenneth Kitchen heeft uitvoerig betoogd dat tal van namen, gebruiken, verdragsvormen en Egyptische achtergronddetails in de Pentateuch goed in de wereld van het tweede millennium voor Christus passen. James Hoffmeier heeft vanuit egyptologisch perspectief eveneens verdedigd dat de Bijbelse achtergrond van Israël in Egypte historisch serieus genomen kan worden. Hun reconstructies zijn niet op ieder punt onomstreden. 3Kitchen, K. A. (2003). On the Reliability of the Old Testament. Grand Rapids, MI: Eerdmans; Hoffmeier, J. K. (1996). Israel in Egypt: The Evidence for the Authenticity of the Exodus Tradition. New York, NY: Oxford University Press.
Een onopgeloste archeologische kwestie is nog geen weerlegging van een tekst. Omgekeerd moet je evenmin ieder gevonden stuk aardewerk tot spectaculair bewijs voor Exodus verklaren.
Wanneer stenen beginnen mee te spreken
Archeologie kan de goddelijke inspiratie van de Bijbel niet opgraven. Zij kan wel gegevens leveren over koningen, volken, steden, oorlogen en bestuurlijke omstandigheden die de Schrift noemt.
En daarvan zijn er verscheidene opmerkelijke voorbeelden.
De Merneptahstèle noemt Israël
De Egyptische Merneptahstèle, meestal rond 1208 of 1207 voor Christus gedateerd, bevat de vroegste algemeen erkende buitenbijbelse vermelding van Israël. De tekst plaatst een bevolkingsgroep met die naam in Kanaän.
Daarmee is niet ineens de gehele geschiedenis van Jozua bewezen. Wel blijkt dat een groep die door Egyptenaren als Israël werd aangeduid reeds in de late dertiende eeuw voor Christus in Kanaän bekend was. 4Hasel, M. G. (1994). Israel in the Merneptah Stela. Bulletin of the American Schools of Oriental Research, 296, 45-61. DOI: https://doi.org/10.2307/1357179
Het huis van David verschijnt buiten de Bijbel
Bij Tel Dan werden fragmenten van een Aramese overwinningsinscriptie gevonden uit de negende eeuw voor Christus. Daarop staat een uitdrukking die algemeen wordt gelezen als byt dwd, “huis van David”.
Dat is belangrijk, omdat David in oudere minimalistische reconstructies soms vrijwel tot een legendarisch stamhoofd werd gereduceerd. De inscriptie toont minstens dat een dynastie in de oudheid naar David werd genoemd. 5The Israel Museum. (z.d.). “House of David” inscribed on a victory stele. Jerusalem: The Israel Museum. URL: https://www.imj.org.il/en/collections/371407-0
Dit sluit rechtstreeks aan bij de Davidische lijn die onder meer in Psalm 2 en de verwachting van Gods Gezalfde verder wordt ontwikkeld.
Sanherib en koning Hizkia
Nog concreter is de Assyrische koning Sanherib. Zijn eigen annalen beschrijven zijn veldtocht tegen Juda in 701 voor Christus en noemen koning Hizkia bij naam. Sanherib pocht dat hij Hizkia als een vogel in een kooi in Jeruzalem heeft opgesloten. Opmerkelijk genoeg beweert hij niet dat hij Jeruzalem heeft ingenomen.
2 Koningen 18 en 19 en Jesaja 36 en 37 beschrijven dezelfde Assyrische crisis vanuit Juda’s perspectief. De bronnen verschillen vanzelfsprekend in doel en theologische interpretatie, maar we bevinden ons duidelijk in dezelfde historische wereld. 6The British Museum. (z.d.). Prism: annals of Sennacherib. Collection object W_1855-1003-1. London: The British Museum. URL: https://www.britishmuseum.org/collection/object/W_1855-1003-1
Dit soort vondsten vormt geen fundament onder Gods Woord. Het zijn externe getuigen die laten zien dat de Bijbel voortdurend verankerd ligt in de concrete geschiedenis van het Oude Nabije Oosten.
Archeologie heeft grenzen
Let op: apologetische gretigheid kan gemakkelijk derailleren. De Cyruscilinder wordt bijvoorbeeld soms voorgesteld alsof dit voorwerp rechtstreeks bewijst dat Cyrus de Joden toestemming gaf naar Jeruzalem terug te keren. Dat zegt de cilinder zelf niet. Hij noemt de Judeeërs niet. Het document past wel bij een bredere Perzische politiek waarbij heiligdommen werden hersteld en cultische goederen teruggebracht. Dat vormt nuttige historische achtergrond bij Ezra, doch geen kopie van het Bijbelse decreet. 7The British Museum. (z.d.). The Cyrus Cylinder. Collection object W_1880-0617-1941. London: The British Museum. URL: https://www.britishmuseum.org/collection/object/W_1880-0617-1941 Dat onderscheid maken is gezond.
Een archeologische vondst kan aantonen dat een koning bestond. Zij kan een plaats lokaliseren, een titel bevestigen of een militaire campagne documenteren. Een potscherf vertelt je echter niet dat God een koning wegens zijn zonde oordeelde. Daarvoor is openbaring nodig. Archeologie bestudeert materiële resten. God ligt niet als een potscherf in een bodemlaag.
De evangeliën plaatsen Jezus midden in de geschiedenis
Bij het Nieuwe Testament wordt de historische verankering nog scherper. Jezus verschijnt niet “eens, lang geleden” in een naamloos religieus landschap. De evangelisten noemen Herodes, Pontius Pilatus, Kajafas, Johannes de Doper, Nazareth, Kapernaüm, Jeruzalem, de Jordaan, het Meer van Galilea en de Romeinse machtsstructuur.
Lukas opent zijn evangelie zelfs met een historiografische verantwoording. Hij zegt eerdere verslagen te kennen, verwijst naar ooggetuigen en verklaart dat hij de gebeurtenissen nauwkeurig heeft nagegaan om een geordend verslag te schrijven voor Theofilus. Dat klinkt bepaald niet als iemand die zijn lezers duidelijk wil maken dat historische werkelijkheid er eigenlijk weinig toe doet.
Onderzoek naar antieke genres heeft bovendien laten zien dat de evangeliën belangrijke kenmerken van Grieks-Romeinse bioi, antieke levensbeschrijvingen, vertonen. Een antieke biografie werkt anders dan een moderne biografie, maar haar onderwerp wordt wel als werkelijke historische persoon gepresenteerd. 8Burridge, R. A. (2004). What Are the Gospels? A Comparison with Graeco-Roman Biography (2e ed.). Grand Rapids, MI: Eerdmans.
Craig Keener heeft uitvoerig betoogd dat de evangeliën binnen de antieke historiografische en biografische wereld gelezen moeten worden en dat hun auteurs historische herinnering wilden doorgeven. 9Keener, C. S. (2019). Christobiography: Memory, History, and the Reliability of the Gospels. Grand Rapids, MI: Eerdmans.
Ook de twee stambomen van Jezus passen hierin. Mattheüs en Lukas geven ieder vanuit een eigen literair en theologisch perspectief een genealogie, maar het fundamentele punt is concreet: Jezus verschijnt binnen een menselijke afstammingslijn.
De vleeswording maakt geschiedenis theologisch onmisbaar
De christelijke leer van de incarnatie betekent vleeswording. De eeuwige Zoon van God nam werkelijk een menselijke natuur aan. Dat is een historische bewering met enorme theologische gevolgen.
Jezus werd geboren. Hij groeide op. Hij at. Hij sliep. Hij raakte vermoeid. Hij kon worden aangeraakt. Hij leed lichamelijk en stierf werkelijk. Tegelijk openbaart het evangelie Hem als de eeuwige Zoon. Dat spanningsveld wordt verder zichtbaar wanneer je kijkt naar Jezus als volledig mens en volledig God in Marcus.
Johannes begint zijn eerste brief daarom bijna tastbaar: wat de apostelen gehoord, gezien en met hun handen betast hebben, verkondigen zij. Het christendom draait (dus) niet om de ontdekking van een tijdloos beginsel. God is de geschiedenis binnengekomen.
Pontius Pilatus is geen literair decorstuk
De kruisiging van Jezus wordt in de evangeliën verbonden met Pontius Pilatus. Zijn bestaan staat volledig buiten redelijke twijfel. Een inscriptie uit Caesarea noemt hem en bevestigt zijn bestuurlijke aanwezigheid in Judea in de periode waarin de evangeliën hem plaatsen. 10The Israel Museum. (z.d.). Dedicatory inscription of Pontius Pilate. Cradle of Christianity exhibition, Caesarea, 26-36 CE. Jerusalem: The Israel Museum / Israel Antiquities Authority. URL: https://museum.imj.org.il/christianity/
Romeinse en Joodse bronnen buiten het Nieuwe Testament bevestigen eveneens de historische kern rond Jezus’ optreden en dood. Tacitus schrijft in Annales 15.44 dat Christus tijdens de regering van Tiberius door Pontius Pilatus ter dood was gebracht. Josephus verwijst naar Jezus en noemt later Jakobus “de broer van Jezus die Christus genoemd werd”. Over de precieze tekstvorm van Josephus’ uitgebreidere passage bestaat discussie, vooral omdat christelijke kopiisten waarschijnlijk enkele formuleringen hebben aangepast. Zijn verwijzing naar Jakobus in boek 20 staat veel steviger. 11Tacitus. Annales, 15.44; Josephus, F. Antiquitates Judaicae, 18.63-64 en 20.200. Zie voor tekstkritische bespreking onder meer Meier, J. P. (1991). A Marginal Jew: Rethinking the Historical Jesus, Volume 1. New York, NY: Doubleday.
Dat Jezus van Nazareth werkelijk heeft geleefd en onder Pontius Pilatus is gekruisigd, behoort daarom niet tot de serieuze historische twijfelpunten.
Bij de opstanding staat alles op het spel
Hier wordt de kwestie pas werkelijk op scherp gezet. Je kunt van het christendom een verzameling inspirerende waarden maken. Liefde voor je naaste, vergeving, zorg voor armen, trouw en zelfopoffering kunnen vervolgens blijven staan, zelfs wanneer de gebeurtenissen waarop het evangelie rust langzaam worden opgelost in symboliek. Paulus laat die uitweg niet open.
In 1 Korinthe 15 schrijft hij dat wanneer Christus niet is opgewekt, de prediking leeg is en het geloof zinloos. Dat is een verbluffend riskante uitspraak wanneer het evangelie slechts om innerlijke betekenis zou draaien.
Paulus zet de waarheid van het christelijke geloof vast aan iets dat volgens hem werkelijk met het lichaam van Jezus is gebeurd.
Hij noemt Petrus, de twaalf, Jakobus, de apostelen en een groep van meer dan vijfhonderd getuigen, van wie velen ten tijde van zijn schrijven nog leefden. De boodschap luidt niet dat de discipelen na Jezus’ dood een nieuw gevoel van hoop ontdekten. Hun bewering is veel concreter: de gekruisigde Jezus verscheen levend.
Daarom is de opstanding op de derde dag tegelijk theologie en geschiedenis.
Waarom de lichamelijke opstanding nodig is
De opstanding staat in rechtstreeks verband met de verzoening. Verzoening betekent dat de vijandschap tussen God en de zondaar wordt weggenomen door het offer van Christus. Christus draagt werkelijk het oordeel over de zonde.
Daarmee hangt de rechtvaardiging samen. Rechtvaardiging is Gods rechterlijke uitspraak waarbij Hij een zondaar vrijspreekt en de gerechtigheid van Christus aan hem toerekent. Romeinen 4:25 verbindt Christus’ overlevering met onze overtredingen en Zijn opwekking met onze rechtvaardiging.
Wanneer Christus in het graf gebleven was, zou Zijn overwinning nergens zichtbaar zijn geworden. De opstanding is Gods openbare bevestiging dat de dood Hem niet kon houden.
John Murray benadrukte, vrij weergegeven, dat het heil eerst door Christus objectief in de geschiedenis wordt verworven en daarna door de Heilige Geest aan mensen wordt toegepast. 12Murray, J. (1955/2015). Redemption Accomplished and Applied. Grand Rapids, MI: Eerdmans.
Daarom kan het kruis evenmin worden gereduceerd tot een aangrijpend symbool van liefde. Er hing werkelijk een lichaam aan een Romeins kruis. En op de derde dag was er volgens het apostolische getuigenis werkelijk een leeg graf en een levende Christus.
Wie de plaats van wonderen binnen kennis en geschiedschrijving verder wil onderzoeken, kan terecht bij wonderen, getuigenis, wetenschap en geloof.
Bijbelse ervaring: Thomas wil zekerheid
Thomas is wellicht een van de meest interessante personen wanneer je nadenkt over geschiedenis en geloof. Na Jezus’ dood vertellen de andere discipelen hem dat zij de Heere gezien hebben. Thomas antwoordt dat hij het niet zal geloven tenzij hij de littekens ziet en kan aanraken. Zijn reactie is weinig mystiek. Hij zegt feitelijk: als Jezus werkelijk lichamelijk is opgestaan, moet er lichamelijke continuïteit zijn tussen de gekruisigde en de opgestane Jezus.
Acht dagen later verschijnt Christus opnieuw. Thomas krijgt precies de confrontatie waar hij om vroeg. Vervolgens zegt hij:
“Mijn Heere en mijn God!”
Het verhaal eindigt niet met de boodschap dat alle toekomstige gelovigen dezelfde fysieke ervaring zullen krijgen. Jezus noemt juist degenen zalig die niet gezien hebben en toch geloven.
Dat is echter geen lofzang op goedgelovigheid. De latere gelovige ontvangt het apostolische getuigenis van mensen die volgens de tekst wél gezien hebben.
Richard Bauckham heeft uitvoerig verdedigd dat de rol van ooggetuigen diep in de overlevering van de evangeliën is verweven. Over onderdelen van zijn reconstructie bestaat wetenschappelijke discussie, doch zijn onderzoek heeft terecht opnieuw aandacht gevestigd op de persoonlijke getuigen achter de evangelietraditie. 13Bauckham, R. (2017). Jesus and the Eyewitnesses: The Gospels as Eyewitness Testimony (2e ed.). Grand Rapids, MI: Eerdmans.
Thomas gelooft uiteindelijk niet omdat hij heeft besloten dat hoop prettiger voelt dan wanhoop. Hij wordt geconfronteerd met de Persoon van wie hij dacht dat Hij dood was.
Betekent een theologische bedoeling dat een verhaal minder historisch is?
Dat idee kom je dikwijls tegen. Een evangelist heeft een theologische bedoeling, dus zou hij geen geschiedenis schrijven. De schrijver van Koningen beoordeelt vorsten vanuit Gods verbond, dus zou zijn verslag gekleurd en daarom historisch minder bruikbaar zijn. Daar zit een merkwaardige veronderstelling achter: alleen iemand zonder overtuigingen zou betrouwbare geschiedenis kunnen schrijven. Welnu, zo’n mens bestaat niet.
Iedere historicus selecteert. Hij bepaalt welke gebeurtenissen aandacht krijgen, welke bronnen zwaar wegen, waar een hoofdstuk begint en wat als oorzaak wordt beschouwd. Dat betekent niet dat alle geschiedenis subjectief wordt. Het betekent dat perspectief en waarheid onderscheiden moeten worden zonder ze van elkaar los te scheuren. De evangelisten selecteren eveneens.
Johannes zegt dit zelfs uitdrukkelijk. Jezus heeft veel meer tekenen gedaan dan hij heeft beschreven. Hij koos bepaalde gebeurtenissen omdat zij zijn doel dienen: dat de lezer gelooft dat Jezus de Christus is.
Die selectie maakt de beschreven gebeurtenissen niet fictief. Een rechtbankverslag kan twintig ware feiten noemen uit een dossier waarin honderd ware feiten zitten. Selectie is geen vervalsing.
Verschillen tussen Bijbelverslagen zijn niet automatisch tegenstrijdigheden
Historische betrouwbaarheid betekent evenmin dat meerdere auteurs elk detail in dezelfde volgorde en met precies dezelfde woorden moeten weergeven. Antieke schrijvers konden toespraken samenvatten, gebeurtenissen thematisch ordenen, details selecteren en tijdsverlopen comprimeren. Dat behoorde tot de gangbare geschiedschrijving. Een eenvoudig hedendaags voorbeeld maakt dit duidelijk.
Stel dat drie mensen een ongeval beschrijven. De eerste zegt dat een auto door rood reed. De tweede vermeldt dat de bestuurder vlak daarvoor zijn telefoon vasthield. De derde beschrijft hoe een fietser ternauwernood werd gemist. De verhalen verschillen. Dat maakt ze nog niet tegenstrijdig.
Bij de evangeliën moet je daarom zorgvuldig onderzoeken wat iedere auteur precies beweert. Soms lost een vermeende tegenspraak snel op. Soms vergt zij behoorlijk wat exegetisch werk. Soms blijven verschillende reconstructies mogelijk.
De verschillen tussen de twee geslachtsregisters van Jezus zijn daarvan een goed voorbeeld.
Er bestaan bovendien echte historische knopen waarover bijbelgetrouwe onderzoekers van mening verschillen. De precieze verhouding tussen Lukas 2 en de volkstelling rond Quirinius is bijvoorbeeld uitvoerig bediscussieerd. Hetzelfde geldt voor bepaalde chronologische kwesties bij de koningen en voor de exacte datering van de uittocht. Een beroep op inspiratie ontslaat je niet van nauwkeurig onderzoek.
Onfeilbaarheid betekent niet moderne journalistieke precisie
De klassieke leer van de inspiratie houdt in dat de Schrift Gods Woord is doordat de Heilige Geest menselijke auteurs zo geleid heeft dat zij betrouwbaar schreven wat God door hen wilde bekendmaken.
Organische inspiratie betekent dat God daarbij echte mensen gebruikte. Mozes schrijft niet zoals David. Lukas schrijft anders dan Johannes. Paulus klinkt anders dan Jakobus. Hun vocabulaire, persoonlijkheid, opleiding en omstandigheden verdwijnen nergens.
B.B. Warfield verdedigde, vrij weergegeven, dat goddelijke inspiratie en werkelijk menselijk auteurschap geen rivalen zijn. Gods soevereine werking schakelt de menselijke schrijver niet uit. 14Warfield, B. B. (1948/1977). The Inspiration and Authority of the Bible. Phillipsburg, NJ: Presbyterian and Reformed Publishing.
Daarom moet waarheid steeds worden beoordeeld overeenkomstig het soort uitspraak dat wordt gedaan. Wanneer Psalm 98 zegt dat de rivieren in de handen klappen, hoef je geen geologisch onderzoek te beginnen naar handen bij waterlopen. Wanneer Richteren zegt dat een stad werd aangevallen, bevind je je in een ander tekstgenre. Poëzie blijft waar als poëzie. Een gelijkenis blijft waar als gelijkenis. Geschiedschrijving moet je als geschiedschrijving lezen.
Wie meer wil weten over menselijke auteurs en goddelijke inspiratie kan verder lezen bij waarom de Bijbel betrouwbaar blijft, ofschoon hij door mensen is geschreven.
De historisch-kritische methode: nuttige vragen, verkeerde vooronderstellingen
De zogenoemde historisch-kritische methode heeft veel nuttige instrumenten voortgebracht. Vragen naar datering, bronnen, genre, woordgebruik, historische context en redactionele ontwikkeling zijn op zichzelf volstrekt legitiem.
Het probleem ontstaat wanneer een methode reeds vooraf bepaalt wat onmogelijk mag zijn.
Wanneer je begint met de regel dat God niet kan spreken, profetie nooit werkelijk toekomst kan voorzeggen en een dode onder geen beding kan opstaan, ligt een groot deel van de conclusie reeds vóór het onderzoek vast.
Dan is naturalisme geen uitkomst meer. Het is het uitgangspunt.
Naturalisme is de Weltanschauung waarin de natuurlijke werkelijkheid uiteindelijk alles is wat bestaat, of minstens alles wat bij een verklaring toegelaten mag worden. Een wonder wordt binnen zo’n kader per definitie uitgesloten.
Cornelius Van Til benadrukte, vrij weergegeven, dat de menselijke rede nooit vanuit een absoluut neutraal punt opereert. Ieder mens beoordeelt feiten binnen fundamentele overtuigingen over God, werkelijkheid en kennis. 15Van Til, C. (1976). The Defense of the Faith (3e ed.). Philadelphia, PA: Presbyterian and Reformed Publishing.
Dat betekent geenszins dat historische bewijzen waardeloos zijn. Integendeel. Bijbelse apologetiek en wereldbeeld moeten feiten serieus nemen.
Wel moet je vragen volgens welke regels feiten worden geïnterpreteerd.
Wanneer iemand zegt: “Doden staan niet op, dus Jezus kan niet zijn opgestaan”, heeft hij nog nauwelijks historisch onderzoek verricht. Hij heeft vooral zijn metafysica bekendgemaakt.
De Schrift zelf maakt onderscheid tussen geschiedenis en verzinsel
De Bijbelschrijvers kennen het verschil tussen werkelijk gebeurde gebeurtenissen en verzonnen verhalen. Dat klinkt vanzelfsprekend, doch het is belangrijk. De oude wereld was niet bevolkt door mensen die niet wisten dat verhalen verzonnen konden worden.
Petrus schrijft in 2 Petrus 1:16 dat de apostelen geen “vernuftig bedachte verzinsels” hebben gevolgd toen zij over de kracht en komst van Christus spraken. Hij beroept zich op wat zij zelf hebben gezien. Lukas vertelt dat hij onderzoek heeft verricht. Johannes verwijst bij de kruisiging naar degene die het gezien heeft en getuigt. Paulus noemt getuigen van de opstanding. Dat is taal van getuigenis en herinnering. De schrijvers verwachten dat hun boodschap betrekking heeft op de werkelijke wereld.
Historische feiten krijgen binnen de Schrift een diepere samenhang
Bijbelse geschiedenis bestaat ondertussen niet uit een lange kralenketting van losstaande feiten. De uittocht wijst vooruit naar een grotere verlossing. Het Pascha krijgt zijn vervulling in Christus. David wordt voorafbeelding van de komende Koning. De tempel wijst naar Gods wonen bij Zijn volk. Offers leren dat schuld verzoening vraagt.
Daarom is de geschiedenis van Israël in Bijbel, geschiedenis en actualiteit theologisch zo belangrijk. Israël is geen toevallig decor waartegen een abstracte godsdienst ontstaat. God richt werkelijk Zijn verbond op met Abraham en zijn nageslacht, vormt Israël als volk en brengt uit die geschiedenis de Messias voort.
Arnold Fruchtenbaum heeft vanuit een Messiaans-Joodse achtergrond sterk gewezen op de blijvende betekenis van de concrete verbonden en de Joodse historische context van het Nieuwe Testament. Zijn bredere dispensationalistische systeem vraagt op verscheidene punten om kritische toetsing, maar zijn nadruk op de historische Joodse bedding van Jezus en de apostelen is terecht. 16Fruchtenbaum, A. G. (1989). Israelology: The Missing Link in Systematic Theology. Tustin, CA: Ariel Ministries.
Jezus verschijnt niet als een algemeen religieus archetype. Hij is de Zoon van David, het Zaad van Abraham, geboren uit het Joodse volk, onder de wet, tijdens de Romeinse overheersing en in vervulling van beloften die eeuwen eerder waren gegeven.
Kan geschiedwetenschap bewijzen dat de Bijbel Gods Woord is?
Neen. Tenminste, niet wanneer met “bewijzen” wordt bedoeld dat je door archeologie en historische argumentatie zelfstandig kunt afdwingen dat iemand Gods gezag erkent.
Een steen met Davids naam kan David bevestigen. Een Romeinse inscriptie kan Pilatus bevestigen. Een Assyrische tekst kan een oorlog bevestigen. Geen archeoloog kan echter in een opgravingsput aantonen dat “al de Schrift door God is ingegeven”. Dat laatste is een uitspraak van openbaring.
Johannes Calvijn benadrukte dat de hoogste zekerheid omtrent de Schrift uiteindelijk voortkomt uit het getuigenis van de Heilige Geest. Dat betekent niet dat historische argumenten zinloos worden. Zij krijgen hun juiste plaats: als ondersteunende getuigen, niet als rechtbank die boven God zit. 17Calvijn, J. (1559/2009). Institutie van de christelijke godsdienst, boek I, hoofdstuk 7. Houten: Den Hertog.
Dat sluit aan bij de bredere vraag naar het christelijk geloof. Geloof is geen religieuze gok waarmee je feiten vaarwel zegt. Het is vertrouwen op de God Die Zich geopenbaard heeft.
📌 Hoe kun je de historiciteit van een Bijbelgedeelte beoordelen?
Wanneer je wilt weten hoe een concreet Bijbelgedeelte historisch gelezen moet worden, helpt het om enkele vragen achtereenvolgens te stellen:
-
Welk genre lees je?
Is het historische vertelling, poëzie, profetie, wijsheid, gelijkenis, brief of apocalyptiek? -
Welke historische aanwijzingen geeft de tekst zelf?
Let op namen, plaatsen, regeringsjaren, geslachtsregisters, reizen, opvolgingen en verwijzingen naar eerdere gebeurtenissen. -
Hoe behandelt de rest van de Schrift deze gebeurtenis?
Jezus en de apostelen kunnen duidelijk maken hoe oudere gebeurtenissen moeten worden verstaan. -
Zijn er buitenbijbelse gegevens?
Inscripties, archeologische vondsten en antieke schrijvers kunnen de historische omgeving verhelderen. -
Welke vragen zijn daadwerkelijk opgelost en welke blijven open?
Een eerlijke uitleg doet niet alsof ieder archeologisch en chronologisch probleem reeds een sluitend antwoord heeft. -
Welke theologische betekenis geeft God Zelf aan de gebeurtenis?
Dit is uiteindelijk de vraag waardoor Bijbelse geschiedschrijving zich onderscheidt van een kale chronologie.
De geschiedenis is uiteindelijk Gods geschiedenis
De Bijbel kan met recht een historisch boek worden genoemd, zolang je daarmee niet bedoelt dat hij geschreven is als een modern academisch geschiedeniswerk. De Schrift vertelt over werkelijke gebeurtenissen uit het verleden, maar doet méér dan feiten registreren. Haar centrale boodschap is verweven met gebeurtenissen waarvan zij zelf nadrukkelijk zegt dat ze werkelijk hebben plaatsgevonden.
Adam zondigde, Abraham werd geroepen en Israël werd tot verbondsvolk gemaakt. David regeerde over Israël en Juda ging in ballingschap. Eeuwen later werd Jezus geboren, stond Hij terecht onder Pontius Pilatus en stierf Hij aan het kruis. Daarna werd Zijn graf leeg aangetroffen en verkondigden de apostelen dat Hij uit de doden was opgewekt. Deze gebeurtenissen vormen geen decor rond een tijdloze religieuze boodschap. Zij dragen die boodschap.
Daarom kun je de Bijbel niet reduceren tot een verzameling wijze levenslessen of geestelijke symbolen zonder iets wezenlijks kwijt te raken. God heeft in de geschiedenis gesproken en gehandeld. Daarin ligt de kwintessens van de heilsgeschiedenis, de geschiedenis waarin God Zijn verlossingsplan daadwerkelijk uitvoert.
De verlossing begint dan ook niet bij een mens die een verheffende godsdienstige gedachte ontdekt. Zij wordt buiten hem tot stand gebracht. Christus sterft voordat jij over Hem nadenkt. Hij staat op voordat jij in Hem gelooft. Het evangelie komt vervolgens tot je als de bekendmaking van wat God reeds heeft gedaan.
Paulus verbindt daar in 1 Korinthe 15 alles aan. Als Christus niet werkelijk is opgewekt, is de christelijke prediking leeg en het geloof vergeefs. De opstanding mag dus niet verdampen tot een symbool voor hoop, nieuw begin of geestelijke vernieuwing. Paulus bedoelt dat de gestorven Christus werkelijk uit de dood is opgestaan.
En wanneer dat waar is, krijgt ook de geschiedenis zelf een ander aanzien. Zij is dan geen doelloze stroom waarin beschavingen opkomen en verdwijnen, generaties elkaar opvolgen en uiteindelijk iedereen in het graf eindigt. De geschiedenis heeft een Heer. Zij beweegt naar een door Hem bepaalde voltooiing.
Dat perspectief ligt reeds in de eerste woorden van de Schrift: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” De geschiedenis begint bij Zijn scheppend handelen en eindigt evenmin bij de mens die zichzelf redt of de wereld voltooit. Aan het einde klinkt vanaf Gods troon dezelfde goddelijke daadkracht waarmee de Bijbel begon:
“Zie, Ik maak alle dingen nieuw.”
Lees verder over de Bijbel en geschiedenis
De historische vraag raakt aan veel meer dan archeologie alleen. Hoe lees je oude Bijbelteksten, waarom doet de betrouwbaarheid van de Schrift ertoe en hoe lopen schepping, Israël, verbond en de komst van Christus door dezelfde geschiedenis? Deze artikelen bouwen daarop verder.
De Bijbel: Gods Woord van Genesis tot Openbaring
Een brede kennismaking met de Bijbel, haar boeken, boodschap, eenheid en plaats binnen Gods openbaring.
Lees verder Bijbel lezenBijbeluitleg: hoe lees en begrijp je de Schrift?
Over exegese, tekstsoorten, historische context en de samenhang tussen afzonderlijke teksten en de gehele Schrift.
Lees verder SchriftgezagWaarom de Bijbel betrouwbaar blijft
Hoe menselijk auteurschap, historische omstandigheden en goddelijke inspiratie zich tot elkaar verhouden.
Lees verder OergeschiedenisGenesis uitgelegd: van schepping tot Jozef
De grote lijn van Genesis, met schepping, zondeval, zondvloed, Abraham, de aartsvaders en Gods verbond.
Lees verder Genesis en oudheidDe Bijbel en de mythen
Is Genesis slechts een bewerking van Babylonische verhalen, of spreekt de Schrift vanuit een fundamenteel ander wereldbeeld?
Lees verder Genesis 1De scheppingsdagen in Genesis
Een nadere uitleg van de zes scheppingsdagen en de vraag hoe Genesis zelf over Gods scheppend handelen spreekt.
Lees verder IsraëlIsraël in Bijbel en geschiedenis
Over Abraham, Israël, verbond en de historische lijn van het volk dat zo’n centrale plaats in de Schrift inneemt.
Lees verder Nieuwe TestamentDe twee stambomen van Jezus
Waarom Mattheüs en Lukas verschillende genealogieën geven en hoe zij Christus verbinden met Abraham, David, Adam en Gods beloften.
Lees verder Geloof en bewijsApologetiek en wereldbeeld
Over waarheid, bewijs, vooronderstellingen en de vraag vanuit welk wereldbeeld historische en wetenschappelijke gegevens worden beoordeeld.
Lees verderDisclaimer, bronnen en reacties en ervaringen
Disclaimer
Deze pagina biedt algemene publieksinformatie over de Bijbel als historische bron, Bijbelse geschiedschrijving, archeologie, de historische achtergrond van het Oude en Nieuwe Testament en de verhouding tussen geschiedenis en openbaring. Het artikel leest de Schrift vanuit de overtuiging dat zij Gods Woord is en dat haar historische uitspraken serieus genomen behoren te worden. Historische en archeologische gegevens worden gebruikt om de achtergrond van de Bijbel te verduidelijken, niet alsof iedere Bijbelse gebeurtenis afzonderlijk door een archeologische vondst bewezen zou moeten worden.
Over onderdelen van de Bijbelse chronologie en archeologie bestaat wetenschappelijke discussie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de precieze datering en route van de uittocht uit Egypte, bepaalde gegevens rond de intocht in Kanaän en de interpretatie van afzonderlijke vondsten. Waar zulke kwesties niet definitief zijn opgelost, moeten zij ook niet als vaststaand worden voorgesteld. Omgekeerd betekent het ontbreken van een archeologische bevestiging niet automatisch dat een beschreven gebeurtenis daarom niet heeft plaatsgevonden.
De bronlijst bevat Bijbelwetenschappelijke, historische, archeologische en theologische literatuur uit verschillende onderzoekstradities. Vermelding van een auteur of instelling betekent niet dat Mens & Gezondheid alle theologische, historische of filosofische uitgangspunten van die bron onderschrijft. Bronnen zijn geselecteerd omdat zij rechtstreeks relevant zijn voor de besproken tekst, vondst of historische vraag.
Geraadpleegde bronnen
- Bauckham, R. (2017). Jesus and the Eyewitnesses: The Gospels as Eyewitness Testimony (2e ed.). Grand Rapids, MI: William B. Eerdmans Publishing Company.
- Bavinck, H. (2003). Reformed Dogmatics, Volume 1: Prolegomena. J. Bolt (red.) & J. Vriend (vert.). Grand Rapids, MI: Baker Academic.
- Burridge, R. A. (2004). What Are the Gospels? A Comparison with Graeco-Roman Biography (2e ed.). Grand Rapids, MI: William B. Eerdmans Publishing Company.
- Calvin, J. (1559/1960). Institutes of the Christian Religion. J. T. McNeill (red.) & F. L. Battles (vert.). Philadelphia, PA: Westminster Press.
- Fruchtenbaum, A. G. (1989). Israelology: The Missing Link in Systematic Theology. Tustin, CA: Ariel Ministries Press.
- Hasel, M. G. (1994). Israel in the Merneptah Stela. Bulletin of the American Schools of Oriental Research, 296, 45–61. DOI .
- Hoffmeier, J. K. (1996). Israel in Egypt: The Evidence for the Authenticity of the Exodus Tradition. New York, NY: Oxford University Press.
- Josephus, F. (ca. 93–94 n.Chr.). Antiquitates Judaicae, boek 18, §§63–64 en boek 20, §200.
- Keener, C. S. (2019). Christobiography: Memory, History, and the Reliability of the Gospels. Grand Rapids, MI: William B. Eerdmans Publishing Company.
- Kitchen, K. A. (2003). On the Reliability of the Old Testament. Grand Rapids, MI: William B. Eerdmans Publishing Company.
- Meier, J. P. (1991). A Marginal Jew: Rethinking the Historical Jesus, Volume 1: The Roots of the Problem and the Person. New York, NY: Doubleday.
- Murray, J. (1955/2015). Redemption Accomplished and Applied. Grand Rapids, MI: William B. Eerdmans Publishing Company.
- Stichting Herziening Statenvertaling. (2010). Herziene Statenvertaling . Stichting Herziening Statenvertaling.
- Tacitus, C. (ca. 116 n.Chr.). Annales, boek 15, §44.
- The British Museum. (z.d.). The Cyrus Cylinder . The British Museum, London.
- The British Museum. (z.d.). The Taylor Prism, also known as the Sennacherib Prism . The British Museum, London.
- The Israel Museum. (z.d.). “House of David” inscribed on a victory stele . The Israel Museum, Jerusalem.
- The Israel Museum. (z.d.). Latin dedicatory inscription mentioning Pontius Pilate . The Israel Museum, Jerusalem.
- Van Til, C. (2008). The Defense of the Faith (4e ed., K. S. Oliphint, red.). Phillipsburg, NJ: P&R Publishing. Oorspronkelijk verschenen in 1955.
- Vos, G. (1948). Biblical Theology: Old and New Testaments. Grand Rapids, MI: William B. Eerdmans Publishing Company.
- Warfield, B. B. (1948). The Inspiration and Authority of the Bible. S. G. Craig (red.). Philadelphia, PA: Presbyterian and Reformed Publishing Company.
Reacties en ervaringen
Heb je je verdiept in de historische achtergrond van de Bijbel, Bijbelse archeologie of de betrouwbaarheid van een concrete Bijbelgeschiedenis? Je reactie of ervaring is welkom. Misschien heeft kennis over de Stèle van Merenptah, het huis van David, Sanherib, Pontius Pilatus of de historische wereld van de evangeliën je geholpen een Bijbelgedeelte beter te begrijpen. Ook inhoudelijke vragen over een vermeende tegenstrijdigheid, datering of archeologische vondst kunnen worden gedeeld.
Reacties mogen kritisch zijn, maar houd de discussie inhoudelijk en respectvol. Vermeld geen herleidbare persoonsgegevens van jezelf of anderen. Berichten kunnen vóór plaatsing worden gecontroleerd op spam, persoonlijke aanvallen, ongefundeerde beschuldigingen en inhoud die geen wezenlijke relatie heeft met het onderwerp van het artikel.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Sye Ten Bruggencate (een christelijke apologeet), maar ook David Wood (een christelijke filosoof en apologeet) en anderen, komen…
Lees het artikel
In elke religieuze traditie speelt de vraag wie God is een fundamentele rol. Zijn namen en eigenschappen vormen…
Lees het artikel
Een cherub, in het meervoud bekend als cherubijnen, is een engelachtige figuur die herhaaldelijk in de Bijbel opduikt.…
Lees het artikel