Laatst bijgewerkt op 19 juli 2026 door M.G. Sulman
Een blaar is een met vocht gevulde ruimte in of vlak onder de opperhuid, meestal ontstaan door wrijving, druk, hitte, kou, een infectie of een huidziekte. Vaak gaat het om een pijnlijke plek op de voet of hand, maar spontane, uitgebreide of bloederige blaren kunnen op een ernstiger probleem wijzen. Roodheid, pus, koorts, hevige pijn of blaren in mond en ogen zijn alarmsignalen. Wanneer laat je een blaar met rust, wanneer mag je haar behandelen en wat leren ervaringen?
Een blaar is een met vocht gevulde ruimte in of vlak onder de opperhuid. Blaren ontstaan meestal door wrijving, druk, hitte, kou of een huidreactie, maar soms ligt een infectie, geneesmiddelenreactie of blaarziekte aan de basis. Vooral voeten en handen zijn gevoelig, al kunnen blaren overal op de huid en slijmvliezen voorkomen.
Een kleine, intacte wrijvingsblaar kun je doorgaans schoonhouden, beschermen en ontlasten. Spontane, terugkerende, uitgebreide of geïnfecteerde blaren vragen meer aandacht. Ook blaren bij diabetes, brandwonden of blaren in mond, ogen en geslachtsdelen moeten sneller medisch worden beoordeeld.
Wat is een blaar precies?
Een blaar is een met vocht gevulde ruimte in of vlak onder de opperhuid. Artsen gebruiken voor een klein blaasje dikwijls het woord vesikel. Een grotere blaar heet een bulla. De exacte grens verschilt enigszins per bron, maar doorgaans spreekt men bij een doorsnede groter dan ongeveer één centimeter van een bulla. 1Onalaja-Underwood, A. A., et al. (2024). Diagnosis and management of bullous disease. American Family Physician. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38000862/
Het blaarvocht is meestal helder of lichtgeel. Het bestaat grotendeels uit water, elektrolyten en eiwitten die vanuit kleine bloedvaten naar het beschadigde weefsel lekken. Bij een bloedblaar zijn tevens haarvaatjes beschadigd, waardoor bloed in de holte terechtkomt.
Een blaar kan door wrijving ontstaan, maar ook door hitte, kou, zonlicht, chemicaliën, een infectie, eczeem, een geneesmiddel of een auto-immuunziekte. Het uiterlijk zegt derhalve niet alles. Een heldere blaar op de hiel na een wandeltocht is iets anders dan tientallen strak gespannen blaren die zonder duidelijke aanleiding op de romp van een oudere verschijnen.
De huid vormt het blaardak niet voor niets. Dit dunne laagje opperhuid bedekt de kwetsbare huid eronder, beperkt pijnlijke aanraking en vormt een tijdelijke barrière tegen vuil en micro-organismen. Dat is de voornaamste reden om een gewone, intacte blaar niet gedachteloos open te prikken.
Anatomie: waar ontstaat een blaar in de huid?
De opperhuid, lederhuid en onderhuid
De huid bestaat grofweg uit drie lagen:
- De epidermis, oftewel de opperhuid. Dit is de buitenste huidlaag.
- De dermis, oftewel de lederhuid. Hier bevinden zich onder meer bloedvaten, zenuwuiteinden, haarzakjes en zweetklieren.
- De subcutis, oftewel de onderhuid. Deze laag bestaat voor een belangrijk deel uit vet- en bindweefsel.
De opperhuid zelf bestaat eveneens uit verschillende lagen. Helemaal aan de buitenkant ligt het stratum corneum, de hoornlaag. Daaronder bevinden zich levende huidcellen die onderling worden verbonden door microscopisch kleine hechtingsstructuren.
Bij een wrijvingsblaar verschuiven huidlagen herhaaldelijk ten opzichte van elkaar. Door deze afschuifkracht raken huidcellen van elkaar los, veelal ter hoogte van het stratum spinosum, de stekelcellaag van de opperhuid. De ontstane spleet vult zich vervolgens met vocht. 2Knapik, J. J., Reynolds, K. L., Duplantis, K. L., & Jones, B. H. (1995). Friction blisters: Pathophysiology, prevention and treatment. Sports Medicine, 20(3), 136-147. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8570998/
Het niveau van de blaar zegt iets over de stevigheid
Een blaar die hoog in de opperhuid ligt, heeft een dun dak en scheurt gemakkelijk. Dat zie je bijvoorbeeld bij pemphigus vulgaris, een zeldzame auto-immuunziekte waarbij de verbinding tussen huidcellen wordt aangetast.
Een blaar onder de gehele opperhuid is dikker en strakker. Bullous pemphigoid, oftewel bulleus pemfigoïd, geeft vaak zulke stevig gespannen blaren. De ziekte tast de hechting tussen de opperhuid en de onderliggende huidlaag aan.
Dat onderscheid is voor een dermatoloog nuttig. Een slappe, snel openbarstende blaar wijst in een andere richting dan een stevige bulla die dagenlang intact blijft.
Hoe een wrijvingsblaar ontstaat
Een wrijvingsblaar ontstaat niet simpelweg doordat een schoen langs de huid schuurt. De beslissende kracht is shear stress, oftewel afschuifspanning. De buitenkant van de huid wordt door de schoen of sok meegenomen, terwijl dieper gelegen huidlagen minder ver bewegen. Daardoor worden de huidcellen als het ware uit elkaar getrokken.
Vocht en warmte versterken dit proces. Een vochtige huid heeft bij veel belastingen meer grip op een sok of schoenmateriaal. De buitenste huidlaag blijft dan sterker aan het materiaal kleven, terwijl het onderliggende weefsel blijft bewegen.
Een bekend verloop is:
- eerst een warm of branderig plekje;
- vervolgens roodheid en gevoeligheid;
- daarna een met vocht gevulde blaar;
- bij voortgezette belasting een kapotte blaar of ontvelling.
Dat eerste branderige plekje wordt onder wandelaars vaak een hotspot genoemd. Op dat moment is de huid reeds geïrriteerd, maar nog niet zichtbaar gescheiden. Wie dan stopt, droogt en tape aanbrengt, kan soms voorkomen dat er daadwerkelijk een blaar ontstaat.
Druk is niet hetzelfde als wrijving
Druk en wrijving werken dikwijls samen, doch zijn geen synoniemen.
Bij een te kleine schoen wordt een teen langdurig samengedrukt. Wanneer de voet tijdens iedere stap tevens een beetje verschuift, ontstaat daarbovenop afschuifkracht. Een naad in een sok of een steentje in de schoen concentreert die krachten op één klein gebied.
Daarom kan een blaar ook ontstaan in een schoen die nergens zichtbaar over de huid schuurt. Een kleine beweging die duizenden keren wordt herhaald, is genoeg.
Soorten blaren
Wrijvingsblaren op voeten en handen
Wrijvingsblaren zijn de bekendste soort. Ze ontstaan vooral op plaatsen die herhaaldelijk worden belast:
- hielen;
- tenen en bal van de voet;
- zijkanten van de voet;
- handpalmen;
- vingers;
- onder een horlogeband, brace of prothese;
- plaatsen waar sportkleding of uitrusting schuurt.
Wandelaars krijgen vaak blaren door een combinatie van lange belasting, gezwollen voeten, zweet en schoeisel dat gaandeweg minder goed past. Roeiers, turners, klimmers, muzikanten, hoveniers en mensen die veel met gereedschap werken, krijgen ze geregeld op de handen.
Het vocht is meestal helder. De omliggende huid kan rood en pijnlijk zijn, maar hoort niet sterk gezwollen, etterig of steeds warmer te worden.
Bloedblaren
Een bloedblaar ontstaat wanneer door druk, wrijving of beknelling tevens kleine bloedvaten kapotgaan. Het blaarvocht kleurt rood, donkerpaars of bijna zwart.
Voorbeelden zijn:
- een vinger die tussen een deur komt;
- een teen die telkens tegen de voorkant van een schoen stoot;
- huid die tussen een tang of gereedschap wordt geklemd;
- langdurige druk onder een voet;
- een forse kneuzing.
Een kleine bloedblaar is meestal niet gevaarlijk. Het lichaam breekt het bloed allengs af. De kleur verandert daarbij soms van donkerrood naar bruin en geelachtig.
Een donkere plek onder een nagel kan eveneens door bloed ontstaan. Dat heet een subunguaal hematoom, oftewel een bloeduitstorting onder de nagel. Bij hevige kloppende pijn kan een arts het bloed soms ontlasten. Zelf een gat in de nagel branden of boren is geen verstandige huisvlijt. Er bestaat kans op infectie, beschadiging van het nagelbed en een verkeerde beoordeling van de oorzaak.
Een donkere plek die zonder voorafgaand letsel ontstaat, blijft groeien of niet met de nagel uitgroeit, moet medisch worden beoordeeld. Een pigmentafwijking onder de nagel kan namelijk een geheel andere oorzaak hebben.
Blaar na cryotherapie
Cryotherapie is een behandeling waarbij een huidafwijking met vloeibare stikstof wordt bevroren. Artsen gebruiken deze methode onder meer bij wratten, ouderdomswratten, actinische keratose en sommige oppervlakkige huidafwijkingen. Door de zeer lage temperatuur raken behandelde huidcellen beschadigd en sterven zij af. Een blaar na cryotherapie is derhalve meestal een verwachte reactie en betekent niet automatisch dat de behandeling verkeerd is uitgevoerd.
Binnen enkele uren kan de huid rood, gezwollen en gevoelig worden. Daarna ontstaat soms een heldere vochtblaar of een donkerrode bloedblaar. Een bloedblaar kan nogal dramatisch ogen, maar is doorgaans onschuldig. De donkere kleur ontstaat doordat kleine bloedvaatjes tijdens het bevriezen zijn beschadigd. 3British Association of Dermatologists. (z.d.). Cryotherapy. https://www.bad.org.uk/pils/cryotherapy
Laat een kleine blaar bij voorkeur intact. Het blaardak beschermt de beschadigde huid eronder tegen vuil, wrijving en bacteriën. Houd de plek schoon en droog en dek haar af met een pleister of niet-verklevend verband wanneer kleding, schoenen of dagelijks werk tegen de blaar schuren. Na verloop van tijd droogt de blaar in en vormt zich vaak een korst.
Een grote, strak gespannen en pijnlijke blaar kan soms worden geleegd. Gebruik daarvoor uitsluitend een steriele naald en prik aan de rand, zodat het vocht kan weglopen. Laat de bovenliggende huid zitten en dek de plek daarna schoon af. Bij twijfel kun je dit beter laten doen door de huisarts, doktersassistent of behandelend huidteam. 4Leeds Teaching Hospitals NHS Trust. (2025). Cryotherapy. https://www.leedsth.nhs.uk/patients/resources/cryotherapy/
Trek een loslatend blaardak of korstje niet voortijdig weg. De huid eronder is nog kwetsbaar en kan gemakkelijk gaan bloeden of geïnfecteerd raken. Krabben en peuteren vergroten tevens de kans op een zichtbaar litteken of blijvende kleurverandering.
Na cryotherapie kan de behandelde plek tijdelijk lichter of donkerder worden. Vooral bij een donkere huid kan pigmentverlies duidelijk zichtbaar blijven. Genezing duurt meestal één tot enkele weken, afhankelijk van de grootte en plaats van de behandelde huidafwijking. Op het onderbeen kan herstel trager verlopen dan in het gezicht.
Neem contact op met de behandelaar of huisarts wanneer de roodheid zich uitbreidt, de pijn na enkele dagen duidelijk toeneemt, er pus ontstaat of je koorts krijgt. Ook aanhoudend bloeden, een onaangename geur of een wond die na enkele weken niet geneest, vraagt om beoordeling. Een huidafwijking die na cryotherapie blijft bestaan, terugkomt, groeit of spontaan bloedt, moet opnieuw worden bekeken. Zelf opnieuw bevriezen met een middel uit de winkel kan de huid beschadigen en de juiste diagnose vertragen.
Brandblaren
Blaren na contact met vuur, stoom, heet water, een hete pan, elektriciteit of een chemische stof passen vaak bij een tweedegraads brandwond. De opperhuid en een deel van de lederhuid zijn dan beschadigd.
Een oppervlakkig dermale brandwond is doorgaans rood, vochtig en zeer pijnlijk. Er kunnen dunwandige blaren ontstaan. Een diepere brandwond kan bleker, droger en vreemd genoeg minder pijnlijk zijn, doordat zenuwuiteinden zijn beschadigd.
Koel een verse brandwond direct gedurende tien tot twintig minuten met lauw, zacht stromend kraanwater. Gebruik geen ijs. IJs veroorzaakt vaatvernauwing en kan het weefsel verder beschadigen. Verwijder sieraden en loszittende kleding, maar trek materiaal dat aan de huid vastzit niet los. 5Thuisarts.nl. (z.d.). Brandwonden. https://www.thuisarts.nl/brandwonden
Smeer tijdens de eerste opvang geen boter, tandpasta, olie, bloem, eiwit of andere huisremedies op de wond. Zulke middelen koelen onvoldoende, bemoeilijken de beoordeling en kunnen verontreiniging veroorzaken.
Kleine brandblaren worden bij voorkeur intact gelaten en zo nodig beschermd met een niet-verklevend verband. Blaren die onder grote spanning staan of zeer groot zijn, kunnen door een arts of wondverpleegkundige worden geopend of verwijderd. De aanpak hangt af van grootte, plaats, diepte en kans op spontaan openscheuren. 6Federatie Medisch Specialisten. (2017). Wondbehandeling bij brandwonden. Richtlijnendatabase. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/zorg_voor_patienten_met_brandwonden/behandeling_van_brandwonden/wondbehandeling_bij_brandwonden.html
Blaren door zonnebrand
Ernstige zonnebrand kan eveneens blaren veroorzaken. De huid is dan meer dan oppervlakkig verbrand. Vaak is een groot gebied felrood, warm en pijnlijk. Later ontstaan vochtblaasjes of grotere blaren.
Koel de huid voorzichtig met lauw water of natte doeken. Drink voldoende wanneer je lang in de warmte hebt verbleven. Prik de blaren niet open. Bescherm de verbrande huid volledig tegen nieuw zonlicht totdat zij is hersteld.
Neem contact op met de huisarts bij uitgebreide blaarvorming, ernstige pijn, koorts, sufheid, misselijkheid, uitdrogingsverschijnselen of zonnebrand bij een baby. Ook blaren op een groot deel van het gezicht vragen om beoordeling.
Koudeblaren en bevriezing
Ernstige bevriezing kan na het opwarmen blaarvorming geven. Heldere blaren passen vaker bij oppervlakkiger weefselschade. Donkere of bloederige blaren kunnen wijzen op diepere beschadiging.
Bevroren huid kan aanvankelijk wit, wasachtig, gevoelloos of hard zijn. Later ontstaan zwelling, verkleuring en pijn. Wrijf de huid niet en verwarm haar niet met een kachel, föhn of heet water. Ongecontroleerde hitte kan een gevoelloze huid verbranden.
Bevriezing met blaren is geen gewone zelfzorgkwestie. Laat dit medisch beoordelen, zeker bij vingers, tenen, neus of oren.
Blaartjes door eczeem
Blaasjeseczeem aan handen en voeten
Dyshidrotisch eczeem, ook wel blaasjeseczeem of pompholyx genoemd, veroorzaakt kleine, diepgelegen en sterk jeukende blaasjes aan de zijkanten van vingers, handpalmen of voetzolen. Ze kunnen aanvoelen als tapiocakorrels onder de huid.
De blaasjes ontstaan niet doordat de zweetklieren verstopt zijn, ofschoon de oude naam dat wel suggereert. Warmte, zweten, stress, irriterende stoffen en contactallergieën kunnen een uitbraak uitlokken of verergeren. Na enkele weken drogen de blaasjes vaak in, waarna de huid schilfert, klooft en pijnlijk wordt.
De behandeling bestaat veelal uit een corticosteroïdzalf, oftewel een ontstekingsremmende hormoonzalf, gecombineerd met vettende huidverzorging en het vermijden van irriterende stoffen. Langdurig zelf dokteren met allerhande oliën of ontsmettingsmiddelen maakt de huidbarrière dikwijls slechter.
Contacteczeem
Bij contacteczeem reageert de huid op een irriterende of allergene stof. Irritatief contacteczeem ontstaat bijvoorbeeld door veelvuldig contact met water, zeep, oplosmiddelen of schoonmaakproducten. Allergisch contacteczeem ontstaat wanneer het afweersysteem gevoelig is geworden voor een bepaalde stof, zoals nikkel, conserveermiddelen, rubberbestanddelen, lijm of geurstoffen.
De huid wordt rood, jeukt of brandt en kan kleine blaasjes vormen die openbarsten en nattende plekjes achterlaten. Het patroon verraadt soms de oorzaak. Blaasjes precies onder een horlogebandje wijzen bijvoorbeeld eerder op contacteczeem dan op een virusinfectie.
Blaren door infecties
Koortslip en herpes genitalis
Het herpes-simplexvirus veroorzaakt groepjes kleine, pijnlijke blaasjes. Bij een koortslip zitten deze meestal op of rond de lip. Vooraf voel je vaak tinteling, jeuk of een branderig gevoel. De blaasjes barsten open en drogen vervolgens in tot korstjes.
Herpes genitalis kan blaasjes en pijnlijke zweertjes op de geslachtsdelen, rond de anus of op de billen veroorzaken. Plassen kan pijnlijk zijn. Bij een eerste infectie kunnen ook koorts, spierpijn en gezwollen lymfeklieren optreden.
Herpesblaasjes zijn besmettelijk zolang er verse blaasjes en wondjes zijn. Raak ze zo weinig mogelijk aan en was je handen na onvermijdelijk contact. Antivirale middelen kunnen bij ernstige, terugkerende of vroeg herkende uitbraken nuttig zijn.
Gordelroos
Gordelroos ontstaat door heractivatie van het varicella-zostervirus, hetzelfde virus dat waterpokken veroorzaakt. De uitslag zit meestal aan één kant van het lichaam, in een bandvormig gebied dat bij één zenuw hoort.
De huid kan vooraf branden, steken of overgevoelig worden. Daarna verschijnen groepjes blaasjes op een rode ondergrond. Een T-shirt dat normaal zacht aanvoelt, kan dan reeds hevige pijn veroorzaken.
Neem dezelfde dag contact op met de huisarts bij gordelroos in het gezicht, rond het oog, op de neus of bij het oor. Ook mensen met een ernstig verminderde afweer, zwangeren en ernstig zieke patiënten moeten tijdig worden beoordeeld.
Waterpokken
Waterpokken geven vooral bij kinderen een jeukende uitslag in verschillende stadia tegelijk. Je ziet rode vlekjes, verse blaasjes en korstjes naast elkaar. De uitslag begint dikwijls op de romp en breidt zich uit naar het gezicht, de hoofdhuid en ledematen.
Krabben kan een bacteriële huidinfectie veroorzaken. Houd nagels kort en probeer de jeuk te verlichten. Bij benauwdheid, sufheid, ernstige ziekteverschijnselen of een kind met een verminderde afweer is medische beoordeling nodig.
Bulleuze krentenbaard
Bulleuze impetigo is een vorm van krentenbaard waarbij grotere, slappe blaren ontstaan. De oorzaak is meestal een toxineproducerende Staphylococcus aureus. Een toxine is een door bacteriën geproduceerde schadelijke stof.
De blaren bevatten aanvankelijk helder en later troebel vocht. Na openbarsten blijven vochtige erosies en gelige korsten achter. De aandoening is besmettelijk en komt vooral bij jonge kinderen voor.
Een arts kan een antibioticum voorschrijven, afhankelijk van uitgebreidheid, leeftijd en ernst. Bij snelle uitbreiding, koorts, sufheid of een zieke indruk moet het kind vlot worden beoordeeld.
Staphylococcal scalded-skin syndrome
Het staphylococcal scalded-skin syndrome, afgekort SSSS, is een ernstige bacteriële huidaandoening waarbij de bovenste huidlaag loslaat. In het Nederlands wordt gesproken van het stafylokokken-verbrandingssyndroom of de ziekte van Ritter. De aandoening komt vooral voor bij baby’s en jonge kinderen, maar kan tevens optreden bij volwassenen met nierfalen of een sterk verminderde afweer.
De oorzaak is meestal een infectie met een toxineproducerende stam van Staphylococcus aureus. De bacterie maakt exfoliatieve toxinen, oftewel gifstoffen die het hechtingseiwit desmogleïne 1 afbreken. Dit eiwit houdt huidcellen in de oppervlakkige opperhuid bij elkaar. Wanneer die verbinding verloren gaat, ontstaan slappe blaren en laat de huid bij geringe druk los. 7Saleh, H. M., Ross, A., & Sathe, N. C. (2025). Staphylococcal scalded skin syndrome. StatPearls. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK448135/
SSSS begint vaak met koorts, prikkelbaarheid en een pijnlijke rode huid. De roodheid verschijnt geregeld rond mond, neus, liezen of navel en breidt zich daarna snel uit. Binnen uren tot dagen ontstaan grote, dunwandige blaren. Na openbarsten ziet de huid eruit alsof zij met heet water is verbrand.
Kenmerkend is dat de huid bij lichte wrijving gemakkelijk loslaat. Dit heet het teken van Nikolsky. De slijmvliezen in de mond blijven meestal gespaard, omdat daar een ander type desmogleïne aanwezig is. Dat helpt artsen om SSSS te onderscheiden van aandoeningen zoals het Stevens-Johnsonsyndroom.
SSSS vereist snelle ziekenhuisbehandeling met antibiotica, vochttoediening, pijnstilling en zorgvuldige wondverzorging. Kleine kinderen kunnen door het grote beschadigde huidoppervlak snel uitdrogen en afkoelen. Ook sepsis, oftewel een ontregelde lichamelijke reactie op een ernstige infectie, is mogelijk. Bij een kind met koorts, uitgebreide pijnlijke roodheid, blaren of loslatende huid moet je daarom direct medische hulp zoeken.
Hand-voet-mondziekte
Hand-voet-mondziekte is een virusinfectie die vooral bij jonge kinderen voorkomt. Er ontstaan pijnlijke plekjes of blaasjes in de mond en rode vlekjes of blaasjes op handen en voeten. Soms zitten ze ook op de billen.
Het grootste praktische probleem is geregeld dat drinken pijn doet. Let daarom op tekenen van uitdroging, zoals weinig plassen, een droge mond, huilen zonder tranen of opvallende sufheid.
Blaren door schimmelinfecties
Voetschimmel veroorzaakt niet altijd de klassieke witte schilfering tussen de tenen. Bij een vesiculeuze vorm kunnen kleine blaasjes op de voetzool of voetrand ontstaan. Deze jeuken vaak en kunnen na openkrabben gaan lekken.
Blaasjeseczeem en voetschimmel kunnen sterk op elkaar lijken. Soms bestaan ze zelfs tegelijk. Een arts kan huidschilfers afnemen voor microscopisch onderzoek of een kweek wanneer de diagnose onzeker is of behandeling niet aanslaat.
Gebruik niet willekeurig alleen corticosteroïdzalf op een mogelijke schimmelinfectie. De roodheid en jeuk kunnen tijdelijk afnemen, terwijl de schimmel ondertussen verder groeit. Dit gemaskeerde beeld heet tinea incognito.
Blaren na insectenbeten
Een insectenbeet veroorzaakt meestal een jeukende papel, oftewel een klein verheven bultje. Bij een sterke plaatselijke reactie kan echter een blaasje of forse blaar ontstaan. Dat komt onder meer voor na steken of beten van muggen, knutten, vlooien en sommige mijten.
De plek kan indrukwekkend zwellen zonder dat er meteen sprake is van een bacteriële infectie. Jeuk staat bij een allergische reactie vaak op de voorgrond. Toenemende pijn, pus, uitbreiding van roodheid en koorts passen eerder bij een infectie.
Bel 112 bij benauwdheid, heesheid, zwelling van tong of keel, flauwvallen of snelle uitbreiding van galbulten. Dat kunnen verschijnselen van anafylaxie zijn, een ernstige allergische reactie.
Chemische blaren
Zuren, logen, cement, reinigingsmiddelen en industriële chemicaliën kunnen de huid beschadigen. Blaarvorming kan pas enige tijd na het contact zichtbaar worden.
Verwijder besmette kleding en borstel droge chemicaliën eerst voorzichtig van de huid. Spoel daarna langdurig met lauw stromend water, tenzij het veiligheidsinformatieblad van de stof uitdrukkelijk een andere aanpak voorschrijft. Bescherm jezelf tegen secundaire blootstelling.
Chemische brandwonden horen medisch te worden beoordeeld. Neem bij twijfel contact op met de huisarts, huisartsen-spoedpost of 112. Vermeld zo exact mogelijk om welke stof het gaat en neem de verpakking of productinformatie mee.
Blaren door reuzenberenklauw
Reuzenberenklauw bevat plantensap met furocoumarinen. Dit zijn stoffen die de huid zeer gevoelig maken voor ultraviolet licht. Wanneer het sap op de huid komt en die plek daarna aan zonlicht wordt blootgesteld, kan een fototoxische reactie ontstaan. Dat is een directe chemische huidbeschadiging door de combinatie van plantensap en licht.
De eerste klachten verschijnen soms pas na enkele uren. De huid wordt rood, branderig en pijnlijk. Vervolgens kunnen blaasjes of grote, gespannen blaren ontstaan. De huidafwijking volgt geregeld precies de vorm van een sapdruppel, veeg of handafdruk. Daardoor kunnen grillige strepen en vlekken zichtbaar worden.
Spoel de huid na vermoedelijk contact direct en langdurig met water en zeep. Bescherm de plek daarna minstens enkele dagen volledig tegen zonlicht, ook achter glas. Gewone kleding biedt vaak betere bescherming dan alleen zonnebrandcrème. Prik ontstane blaren niet open. Dek grote of kwetsbare blaren af met een niet-verklevend verband.
Neem contact op met de huisarts bij grote blaren, hevige pijn, beschadiging van het gezicht of de ogen, tekenen van infectie of wanneer een groot huidoppervlak is geraakt. Na genezing kan de huid maandenlang donkerder verkleurd blijven en gevoeliger zijn voor zonlicht.
Blaren door mosterdgas
Mosterdgas, juister aangeduid als zwavelmosterd, is een uiterst giftig blaartrekkend chemisch strijdmiddel. De stof beschadigt huidcellen, ogen en luchtwegen. Ondanks de naam is het bij normale temperatuur eerder een olieachtige vloeistof dan een gas. Blootstelling is zeldzaam, doch medisch en historisch relevant omdat zwavelmosterd ernstige en vertraagd optredende blaarvorming kan veroorzaken.
De huid hoeft direct na blootstelling nog nauwelijks afwijkingen te tonen. Pas na enkele uren ontstaan branderigheid, roodheid en zwelling. Daarna kunnen grote, slappe blaren verschijnen. Bij een hoge dosis volgen soms diepe zweervorming, weefselsterfte en langdurige pigmentveranderingen. Vooral warme en vochtige huidplooien, zoals oksels en liezen, zijn kwetsbaar. 8Tewari-Singh, N., & Agarwal, R. (2016). Mustard vesicating agents-induced toxicity in the skin tissue and silibinin as a potential countermeasure. Annals of the New York Academy of Sciences, 1374(1), 184-192. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4940265/
Inademing kan hoesten, heesheid, benauwdheid en beschadiging van de luchtwegen veroorzaken. Oogcontact leidt tot pijn, tranen, lichtschuwheid en soms beschadiging van het hoornvlies. De klachten kunnen verergeren terwijl de blootgestelde persoon aanvankelijk meent dat er weinig aan de hand is.
Een mogelijke blootstelling aan mosterdgas is altijd een spoedsituatie voor gespecialiseerde hulpdiensten. Raak besmette kleding of huid van een ander niet met blote handen aan. Verlaat de besmette omgeving, voorkom verdere verspreiding en volg de aanwijzingen van brandweer en medische hulpverlening. Zelf de blaren openen of de huid met huishoudelijke middelen behandelen is gevaarlijk en zinloos. 9U.S. Department of Health and Human Services. (z.d.). Mustard: Prehospital management. Chemical Hazards Emergency Medical Management. https://chemm.hhs.gov/mustard_prehospital_mmg.htm
Blaren door medicijnen
Geneesmiddelen kunnen op uiteenlopende manieren blaarvorming veroorzaken. Soms betreft het een plaatselijke fototoxische reactie, waarbij zonlicht en medicatie samen huidbeschadiging geven. Ernstiger zijn wijdverspreide geneesmiddelenreacties waarbij de opperhuid loslaat.
Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse
Het Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse zijn zeldzame, potentieel levensbedreigende huidreacties. Ze worden vaak door medicijnen uitgelokt. Er ontstaan pijnlijke rode of paarsige vlekken, blaren, loslatende huid en beschadiging van slijmvliezen in mond, ogen of geslachtsdelen.
De patiënt voelt zich meestal duidelijk ziek en kan vooraf koorts, keelpijn of griepachtige klachten hebben. Dit beeld vereist onmiddellijke ziekenhuiszorg. Wacht dus niet af bij een pijnlijke, uitbreidende huiduitslag met blaren en slijmvliesafwijkingen, vooral wanneer kort tevoren een nieuw geneesmiddel is begonnen.
Stop een voorgeschreven geneesmiddel niet op eigen houtje wanneer er slechts één onduidelijk blaasje is. Neem wel direct medisch contact op bij een verdachte uitgebreide reactie.
Blaren door auto-immuunziekten
Bij een auto-immuunziekte richt het afweersysteem zich tegen lichaamseigen structuren. Bij auto-immuun blaarziekten worden eiwitten aangevallen die huidlagen of huidcellen aan elkaar hechten.
Bulleus pemfigoïd
Bulleus pemfigoïd komt vooral bij oudere volwassenen voor. Vaak begint het met hevige jeuk, galbultachtige plekken of eczeemachtige roodheid. Pas later verschijnen stevige, strak gespannen blaren met helder of bloederig vocht.
De blaren zitten vaak op romp, armen, benen, liezen of oksels. De mond blijft bij veel patiënten gespaard, maar slijmvliesafwijkingen zijn niet onmogelijk.
Een huidbiopt is meestal nodig. Daarbij neemt de dermatoloog een klein stukje huid weg. Voor directe immunofluorescentie wordt doorgaans huid vlak naast een verse blaar onderzocht. Met fluorescerende antistoffen wordt zichtbaar waar afweerstoffen in de huid zijn afgezet.
De behandeling bestaat vaak uit krachtige corticosteroïden op de huid. Bij een uitgebreide ziekte kunnen tabletten of andere afweerremmende middelen nodig zijn. Sommige diabetesmiddelen uit de groep DPP-4-remmers zijn in verband gebracht met bulleus pemfigoïd. Een arts beoordeelt dan of aanpassing van de medicatie wenselijk is. 10Geng, R. S. Q., et al. (2025). Bullous pemphigoid: Clinical aspects and treatments. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40539681/
Pemphigus vulgaris
Pemphigus vulgaris veroorzaakt slappe, kwetsbare blaren die gemakkelijk openbarsten. Vaak beginnen de klachten in de mond, waar pijnlijke erosies ontstaan. Erosies zijn oppervlakkige, rauwe huid- of slijmvliesdefecten.
Eten, drinken en tandenpoetsen kunnen zeer pijnlijk worden. Later kunnen blaren en nattende plekken op de huid verschijnen.
Zonder behandeling kan pemphigus vulgaris ernstig verlopen. De behandeling staat onder leiding van een dermatoloog en bestaat veelal uit corticosteroïden en gerichte afweerremmende medicatie, zoals rituximab.
Dermatitis herpetiformis
Dermatitis herpetiformis is een intens jeukende blaarziekte die samenhangt met coeliakie. Coeliakie is een auto-immuunreactie op gluten. De kleine blaasjes en korstjes zitten vaak symmetrisch op ellebogen, knieën, billen, schouders en de hoofdhuid.
Omdat de jeuk hevig is, zijn intacte blaasjes soms nauwelijks meer te zien. De patiënt heeft ze reeds opengekrabd voordat hij bij de arts komt.
Een strikt glutenvrij dieet vormt een essentieel deel van de behandeling. Dit is een van de weinige blaarziekten waarbij voeding rechtstreeks de onderliggende ziekte beïnvloedt. Het dieet moet medisch en diëtistisch worden begeleid. Een halfslachtig glutenvrij dieet vertroebelt de diagnostiek en biedt onvoldoende bescherming tegen complicaties van coeliakie. 11DermNet New Zealand. (z.d.). Autoimmune diseases in dermatology. https://dermnetnz.org/topics/autoimmune-diseases-in-dermatology
Porphyria cutanea tarda
Porphyria cutanea tarda, afgekort PCT, is een stofwisselingsziekte waarbij lichtgevoelige stoffen, zogeheten porfyrinen, zich in het lichaam ophopen. Porfyrinen zijn tussenproducten bij de aanmaak van heem, een bestanddeel van hemoglobine. Door een verminderde werking van het leverenzym uroporfyrinogeen-decarboxylase worden deze stoffen onvoldoende verwerkt.
De opgehoopte porfyrinen maken de huid overgevoelig voor zonlicht. Daardoor wordt vooral de huid op de handruggen en onderarmen kwetsbaar. Kleine stoten of wrijving kunnen daar stevige blaren, oppervlakkige wondjes en korstjes veroorzaken. De blaren genezen soms met kleine littekens of witte cystetjes, milia genoemd. De huid kan tevens donkerder worden en in het gezicht kan meer haargroei ontstaan.
PCT veroorzaakt meestal geen pijnlijke buikaanvallen of neurologische klachten, zoals sommige andere vormen van porfyrie. De huidverschijnselen staan op de voorgrond. Dat maakt de aandoening herkenbaar, maar zij kan worden verward met zonneschade, kwetsbare ouderdomshuid, pseudoporfyrie of een auto-immuun blaarziekte.
Uitlokkende en onderhoudende factoren zijn onder meer:
- ijzerstapeling;
- overmatig alcoholgebruik;
- hepatitis C;
- hiv;
- oestrogenen, bijvoorbeeld in anticonceptie of hormoontherapie;
- roken;
- bepaalde genetische aanleg;
- leverziekten.
De diagnose wordt gesteld met onderzoek naar porfyrinen in urine, bloed en soms ontlasting. Het patroon van deze stoffen helpt om PCT van andere porfyrieën te onderscheiden. Artsen onderzoeken tevens de leverfunctie, ijzervoorraad en mogelijke infecties met hepatitis C of hiv.
De behandeling bestaat vaak uit herhaalde aderlatingen. Daarbij wordt telkens een hoeveelheid bloed afgenomen, waardoor de ijzervoorraad daalt en de enzymactiviteit zich kan herstellen. Een andere mogelijkheid is een lage dosering hydroxychloroquine, waarmee porfyrinen geleidelijk uit de lever worden verwijderd. Hoge doses zijn ongeschikt, omdat zij juist leverschade en een sterke vrijmaking van porfyrinen kunnen veroorzaken.
Zonbescherming is eveneens nodig, al houdt gewoon vensterglas niet alle relevante straling tegen. PCT reageert vooral op zichtbaar violet licht en UVA. Beschermende kleding en handschoenen zijn daarom dikwijls effectiever dan alleen zonnebrandcrème. Vermijd alcohol en bespreek ijzersupplementen, oestrogenen en andere mogelijke uitlokkende factoren met de behandelaar.
Een blaar op de handrug is doorgaans alledaags. Steeds terugkerende blaren op zonbeschenen handen, opvallend kwetsbare huid en kleine littekentjes zonder duidelijke wrijving verdienen nochtans nader onderzoek. Dan kan achter het blaartje een levergebonden stofwisselingsstoornis schuilgaan.
Erfelijke blaarziekten
Epidermolysis bullosa
Epidermolysis bullosa, meestal afgekort tot EB, is een groep erfelijke aandoeningen waarbij de huid uitzonderlijk kwetsbaar is. Door afwijkingen in structurele huideiwitten ontstaan blaren na minimale wrijving of druk. Bij ernstige vormen kunnen ook mond, slokdarm, ogen en andere slijmvliezen betrokken raken.
Een baby kan al blaren krijgen door kleding, vasthouden of verschonen. Bij mildere vormen ontstaan klachten vooral aan handen en voeten tijdens lopen, sporten of werken.
De behandeling richt zich op wondzorg, pijnbestrijding, infectiepreventie, behoud van beweeglijkheid en ondersteuning van voeding. Ernstige EB vraagt gespecialiseerde multidisciplinaire zorg. Dat betekent dat dermatologen, kinderartsen, wondverpleegkundigen, diëtisten, fysiotherapeuten, tandartsen en andere disciplines samenwerken.
In Nederland geldt het Universitair Medisch Centrum Groningen als expertisecentrum voor erfelijke blaarziekten, waaronder epidermolysis bullosa. Verwijzing is vooral aan de orde bij een vermoeden van EB, complexe wondproblematiek of behoefte aan gespecialiseerde diagnostiek en begeleiding.
Minder bekende blaren
Fractuurblaren
Fractuurblaren kunnen ontstaan boven een ernstige botbreuk, vooral rond de enkel, voet, pols of elleboog. Op deze plaatsen ligt de huid strak over het bot en is weinig onderhuids vet aanwezig.
De combinatie van weefselschade en forse zwelling maakt dat huidlagen losraken. De blaren kunnen helder of bloederig zijn. Ze wijzen op aanzienlijke beschadiging van de weke delen en kunnen invloed hebben op het tijdstip van een operatie.
Deze blaren moet je niet zelf doorprikken. Ze horen bij de beoordeling en behandeling van het letsel door een traumachirurg of orthopedisch chirurg.
Oedeemblaren
Oedeem is vochtophoping in het weefsel. Wanneer de huid door zeer ernstig oedeem onder spanning komt te staan, kunnen grote heldere blaren ontstaan. Dit wordt gezien bij onder meer hartfalen, nierproblemen, veneuze insufficiëntie en acute forse zwelling.
De behandeling richt zich vooral op de oorzaak van het oedeem. Alleen een pleister op de blaar plakken lost de raison d’être van het probleem niet op.
Diabetische blaren
Bullosis diabeticorum is een zeldzame aandoening waarbij mensen met diabetes spontaan pijnloze, strak gespannen blaren aan voeten, onderbenen, handen of onderarmen krijgen. Ze kunnen aanzienlijk groot worden en ontstaan soms zonder roodheid of duidelijk trauma.
Omdat diabetes de wondgenezing en het gevoel in de voeten kan aantasten, moet een onverklaarde blaar bij diabetes zorgvuldig worden beoordeeld. Een klein wondje kan ongemerkt verdiepen wanneer neuropathie, oftewel zenuwschade, de pijnwaarneming vermindert.
Blaren bij doorbloedingsproblemen
Blaren, wondjes of zwarte verkleuring aan tenen en voeten kunnen samenhangen met een ernstig verminderde doorbloeding. De voet voelt soms koud aan en lopen veroorzaakt pijn in kuit of voet. In een gevorderd stadium bestaat pijn in rust.
Een plotseling koude, bleke of blauwe voet met hevige pijn en gevoelsverlies is een spoedsituatie. Bel dan direct 112 of de huisartsen-spoedpost.
Klachten en verschijnselen
Een gewone wrijvingsblaar geeft meestal:
- plaatselijke pijn of een branderig gevoel;
- een ronde of ovale vochtblaas;
- helder tot lichtgeel vocht;
- roodheid direct rond de blaar;
- pijn bij druk of bewegen;
- verlichting wanneer de druk wordt weggenomen.
Het klachtenpatroon verandert bij andere oorzaken. Jeukende groepjes blaasjes wijzen eerder op eczeem, een allergische reactie of een infectie. Pijnlijke blaren in de mond passen onder meer bij herpes, hand-voet-mondziekte of pemphigus. Stevige blaren zonder duidelijke wrijving bij een oudere kunnen wijzen op bulleus pemfigoïd.
Tekenen van infectie
Een blaar of open blaar kan geïnfecteerd raken. Let op:
- toenemende roodheid rond de wond;
- uitbreiding van warmte en zwelling;
- pijn die erger wordt in plaats van minder;
- troebel geelgroen vocht of pus;
- een onaangename geur;
- rode strepen die vanaf de wond omhooglopen;
- koorts of rillingen;
- ziek of slap worden.
Een beetje helder of lichtgeel wondvocht is niet automatisch pus. Wondvocht is dun en meestal geurloos. Pus is dikker, troebeler en kan geel, groen of bruin zijn.
Ervaringen: een klein blaasje kan het dagelijks leven beheersen
Een wrijvingsblaar lijkt vanuit de leunstoel gering. Tijdens een lange wandeltocht kan een blaar van één centimeter echter je looppatroon volledig veranderen. Je gaat de pijnlijke plek ontzien, landt anders op je voet en belast daardoor tenen, enkel, knie of heup verkeerd. Een plaatselijk huidletsel werkt dan door in de gehele bewegingsketen.
Mensen met terugkerende voetblaren vertellen dikwijls dat het probleem begint met een subtiel warm plekje. Wie doorloopt omdat de groep niet wil stoppen, merkt enkele kilometers later dat iedere stap snijdt. Bij het uittrekken van de sok kan de opperhuid reeds zijn losgetrokken. Vanaf dat moment gaat het niet meer uitsluitend om ongemak. De open huid moet tijdens elke volgende stap druk, vocht en verontreiniging verdragen.
Bij auto-immuun blaarziekten is de impact van een geheel andere orde. In een kwalitatief onderzoek naar ervaringen van patiënten met bulleus pemfigoïd beschreven deelnemers onder meer aanhoudende jeuk, slaapverstoring, pijn, lekkende blaren, beperkingen bij kleding en onzekerheid over nieuwe uitbraken. De jeuk kan reeds weken of maanden aanwezig zijn voordat de kenmerkende blaren verschijnen. 12Ho, C. N., et al. (2025). Patient experiences of bullous pemphigoid: Symptoms and impacts. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12126422/
Een gepubliceerd patiëntenverhaal van de International Pemphigus & Pemphigoid Foundation beschrijft hoe een patiënte met bulleus pemfigoïd steeds meer blaren, hevige jeuk, pijn en een brandend rode huid kreeg. De diagnose volgde pas na een huidbiopt; vervolgens bleek aanvullend immunofluorescentieonderzoek nodig om de aard van de blaarziekte beter vast te stellen. 13International Pemphigus & Pemphigoid Foundation. (2019). Linda’s Still Standing, Patient Journey Series 8. https://www.pemphigus.org/lindas-still-standing-journey-series-8/
Deze ervaring illustreert een terugkerend probleem: een blaar wordt soms te lang als oppervlakkig huidverschijnsel gezien. Wanneer blaren spontaan ontstaan, terugkomen of gepaard gaan met hevige jeuk en uitgebreide roodheid, moet de vraag verschuiven van “welke pleister heb ik nodig?” naar “waarom laat deze huid los?”
Hoe stelt een arts de oorzaak vast?
Vragen over het ontstaan
De voorgeschiedenis geeft vaak reeds veel informatie. De arts vraagt bijvoorbeeld:
- ontstonden de blaren na wandelen, sporten, hitte of kou?
- is er contact geweest met chemicaliën of nieuwe huidproducten?
- zijn nieuwe medicijnen begonnen?
- jeuken of doen de blaren vooral pijn?
- zitten er blaren in mond, ogen of op de geslachtsdelen?
- zijn andere gezinsleden ziek?
- komen de blaren telkens terug?
- is er diabetes, vaatziekte of een verminderde afweer?
De plaats en verdeling zijn eveneens richtinggevend. Een solitaire hielblaar na twintig kilometer wandelen behoeft meestal geen huidbiopt. Tientallen spontane blaren op romp en ledematen mogelijk wel.
Lichamelijk onderzoek
De arts let op:
- grootte en spanning van de blaren;
- helder, troebel of bloederig vocht;
- stevigheid van het blaardak;
- roodheid en zwelling;
- korsten of ontvellingen;
- symmetrie en verspreiding;
- betrokkenheid van slijmvliezen;
- tekenen van infectie;
- doorbloeding en gevoel in handen of voeten.
Bij een vermoedelijke infectie kan een kweek worden afgenomen. Met een wattenstokje wordt materiaal uit de blaar of wond verzameld om bacteriën of soms virussen aan te tonen.
Huidbiopt en immunofluorescentie
Bij een vermoedelijke auto-immuun blaarziekte zijn vaak twee huidbiopten nodig. Eén biopt komt uit een verse blaar of blaarwand en wordt onder de microscoop onderzocht. Het andere wordt uit ogenschijnlijk normale huid vlak naast een blaar genomen voor directe immunofluorescentie.
Dit tweede onderzoek toont het patroon waarin antistoffen en complement in de huid zijn afgezet. Zo ontstaat onderscheid tussen aandoeningen die er met het blote oog sterk op elkaar lijken.
Bloedonderzoek kan circulerende auto-antistoffen aantonen, bijvoorbeeld tegen BP180 en BP230 bij bulleus pemfigoïd of tegen desmogleïne-eiwitten bij pemphigus.
Een gewone wrijvingsblaar behandelen
Een intacte blaar
Laat een kleine, draaglijke blaar bij voorkeur dicht. Was de huid voorzichtig met water en milde zeep, droog haar en dek de blaar af wanneer verdere wrijving dreigt.
Geschikte bescherming kan bestaan uit:
- een niet-verklevend wondgaas;
- een zachte pleister;
- een hydrocolloïd blarenpleister;
- vilt of foam rond de blaar om druk weg te nemen.
Een hydrocolloïdpleister neemt wondvocht op en vormt een gel. Onder de pleister kan daardoor een witachtige, zachte plek verschijnen. Dat is niet automatisch pus. Laat de pleister zitten zolang hij goed vastzit, niet lekt en geen toenemende pijn of infectieverschijnselen ontstaan.
Plak een sterke kleefpleister niet rechtstreeks over een kwetsbaar blaardak wanneer de kans groot is dat je de huid bij het verwijderen meetrekt.
Mag je een blaar doorprikken?
Een kleine blaar die niet hindert, hoef je niet te openen. Een grote, pijnlijke wrijvingsblaar die lopen of werken belemmert, kan soms voorzichtig worden geleegd. Laat het blaardak daarbij intact.
Een praktische werkwijze:
- Was je handen en de huid met water en zeep.
- Reinig een dunne naald zorgvuldig met een geschikt huiddesinfectiemiddel of gebruik een steriele wegwerpnaald.
- Prik één of twee kleine openingen aan de rand van de blaar.
- Druk het vocht voorzichtig naar buiten met een schoon gaasje.
- Trek het blaardak niet weg.
- Dek de plek af met een schoon, niet-verklevend verband.
- Controleer dagelijks op infectie.
Een naald kort door een aanstekervlam halen is minder betrouwbaar dan vaak wordt gedacht. De naald kan roet bevatten, opnieuw worden aangeraakt of onvoldoende gelijkmatig zijn verhit.
Prik een bloedblaar, brandblaar, diabetische blaar of onverklaarde blaar niet zelf open. Ook blaren rond ogen, mond of geslachtsdelen vragen om terughoudendheid.
Een open of afgescheurde blaar
Spoel vuil weg met lauw kraanwater. Een loshangend huidflapje dat nog grotendeels vastzit en schoon is, kun je voorzichtig terugleggen. Het kan de wond tijdelijk beschermen.
Een volledig dood, vuil of sterk opgerold velletje kan door een arts of ervaren wondverzorger worden weggeknipt. Zelf royaal huid verwijderen veroorzaakt gemakkelijk extra schade.
Bedek de wond met een niet-verklevend gaas of passend wondverband. Verschoon het wanneer het vuil, nat of losgeraakt is. Een open blaar droog en onbedekt laten “luchten” is tijdens lopen, werken of slapen vaak onpraktisch. Een schoon, licht vochtig wondmilieu bevordert doorgaans een ordelijke genezing en voorkomt dat nieuw weefsel telkens aan het verband vastdroogt.
Pijnstilling
Paracetamol is voor de meeste mensen de eerste keuze. Houd je aan de dosering in de bijsluiter en controleer of andere middelen die je gebruikt eveneens paracetamol bevatten.
Ontstekingsremmende pijnstillers, zoals ibuprofen of naproxen, zijn niet voor iedereen geschikt. Ze kunnen problemen geven bij maagzweren, nierziekten, hartfalen, antistollingsgebruik en bepaalde vormen van astma.
Wanneer moet je niet zelf behandelen?
Neem contact op met de huisarts bij:
- een blaar die zonder duidelijke oorzaak ontstaat;
- herhaald terugkerende blaren;
- meerdere of zich snel uitbreidende blaren;
- blaren in mond, ogen of op de geslachtsdelen;
- hevige jeuk met grote gespannen blaren;
- tekenen van een bacteriële infectie;
- blaren na gebruik van een nieuw geneesmiddel;
- blaren door een chemische stof;
- een grote of diepe brandwond;
- een brandwond aan gezicht, handen, voeten, gewrichten of geslachtsdelen;
- blaren bij diabetes of ernstige vaatproblemen;
- een blaar die na ongeveer één tot twee weken niet duidelijk herstelt;
- een wond die steeds dieper, donkerder of pijnlijker wordt.
Bel direct 112
Bel 112 bij:
- benauwdheid, heesheid of rookinhalatie na een brand;
- een zeer grote brandwond;
- blaren met loslatende huid en ernstige ziekteverschijnselen;
- zwelling van tong of keel;
- flauwvallen of ernstige sufheid;
- een plotseling koude, bleke of blauwe pijnlijke arm of voet;
- snelle uitbreiding van paarsrode huidafwijkingen met koorts en ernstige ziekte.
Blaren bij diabetes
Bij diabetes is voorzichtigheid geboden, vooral wanneer neuropathie of vaatlijden bestaat. Neuropathie is zenuwschade waardoor pijn, temperatuur en druk minder goed worden gevoeld. Je kunt dan een grote blaar hebben zonder dat deze noemenswaardig pijn doet.
Ga niet op een voetblaar doorlopen omdat hij “wel meevalt”. De afwezigheid van pijn bewijst bij neuropathie weinig. Ontlast de plek, dek haar schoon af en laat de voet beoordelen wanneer de blaar groot, open, rood, warm, verkleurd of onverklaard is.
Gebruik geen likdoornpleisters met salicylzuur op of rond een diabetische wond. Het zuur kan gezonde huid beschadigen. Ook zelf snijden, eelt wegschrapen of blaren doorprikken brengt extra risico mee.
Genezing en mogelijke complicaties
Een kleine wrijvingsblaar geneest vaak binnen enkele dagen tot ongeveer twee weken. Het vocht wordt door het lichaam opgenomen en onder het blaardak groeit nieuwe opperhuid. Het oude dak droogt daarna in en laat los.
De genezing duurt langer wanneer:
- de plek steeds opnieuw wordt belast;
- de blaar open en verontreinigd raakt;
- de wond geïnfecteerd is;
- de doorbloeding verminderd is;
- diabetes slecht geregeld is;
- corticosteroïden of andere afweerremmers worden gebruikt;
- sprake is van een diepere brandwond;
- de blaar onderdeel is van een huidziekte.
Complicaties zijn onder meer cellulitis, een bacteriële infectie van huid en onderhuids weefsel, een abces, vertraagde wondgenezing, littekenvorming en bij kwetsbare patiënten een dieper voetulcus.
Een voetulcus is een chronische open wond, vaak onder een drukpunt. Vooral bij diabetes kan een ogenschijnlijk gewone blaar het begin daarvan zijn.
Blaren voorkomen tijdens wandelen en sporten
Schoenen moeten bij de activiteit passen
Een wandelschoen hoeft niet zo strak te zitten als een schaatsschoen. Tijdens langdurig wandelen worden voeten warmer en dikker. Tenen hebben daarom voldoende ruimte nodig zonder dat de hiel voortdurend op en neer glijdt.
Pas schoenen liefst aan het einde van de dag, wanneer de voeten enigszins zijn opgezet. Draag daarbij dezelfde soort sokken als tijdens de activiteit.
Nieuwe schoenen moeten worden ingelopen, maar inlopen kan een verkeerde pasvorm niet repareren. Een schoen die structureel knelt, blijft knellen.
Sokken en vocht
Sokken moeten vlak aansluiten zonder plooien of harde naden. Materialen die vocht goed afvoeren kunnen helpen, al bestaat er geen universeel beste vezel voor iedere voet en ieder klimaat.
Sommige wandelaars hebben baat bij een dunne ondersok onder een dikkere wandelsok. Een deel van de beweging vindt dan tussen de soklagen plaats in plaats van in de huid. Bij anderen maakt een dubbele sok de schoen juist te krap. Test dit vóór een lange tocht.
Neem bij lange wandelingen droge reservesokken mee. Vervang natte sokken tijdig en verwijder zand of kleine steentjes uit de schoenen.
Tape op bekende risicoplekken
Papieren medische tape kan op blaargevoelige plaatsen worden aangebracht voordat de belasting begint. In een gerandomiseerd onderzoek onder ultramarathonlopers verminderde papieren tape het aantal voetblaren met ongeveer veertig procent. Het beschermende effect was niet bij iedere deelnemer volledig en ander onderzoek vond minder overtuigend resultaat. Tape is dus nuttig gereedschap, geen pantser. 14Lipman, G. S., et al. (2016). Paper tape prevents foot blisters: A randomized prevention trial assessing paper tape in endurance distances II. Clinical Journal of Sport Medicine, 26(4), 362-368. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27070112/
Breng tape aan op schone, droge huid zonder rimpels. Rond de hoeken af, zodat de tape minder snel losrolt. Stop wanneer de tape jeuk, roodheid of blaasjes veroorzaakt. Kleefstoffen kunnen contactallergie uitlokken.
Tape over een reeds gevormde blaar vereist finesse. Trek het blaardak niet los bij het verwijderen. Een niet-verklevend wondlaagje onder de tape is dan veiliger.
Smeermiddelen, poeders en antitranspiranten
Een antiwrijvingsbalsem of dunne laag vaseline kan wrijving tijdelijk verminderen. Het effect houdt niet altijd een hele dag aan en sommige producten maken sokken of schoenen glad en vuil.
Voetpoeder kan vocht opnemen, maar te veel poeder klontert en vormt juist nieuwe drukpunten. Antitranspiranten met aluminiumzouten verminderen bij sommige mensen zweet, doch kunnen de huid irriteren. Probeer zo’n middel ruim vóór een evenement uit en gebruik het niet op kapotte huid.
Een systematische review vond dat de onderbouwing voor veel preventiemethoden beperkt en wisselend is. Goed passende schoenen, vroege aandacht voor hotspots en beperking van vocht en afschuiving blijven de kwintessens. 15Worthing, R. M., et al. (2017). Prevention of friction blisters in outdoor pursuits: A systematic review. Wilderness & Environmental Medicine, 28(2), 139-149. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28602272/
Train de belasting geleidelijk op
Huid en voeten passen zich enigszins aan herhaalde belasting aan. Een trainingsopbouw van vijf naar tien en daarna twintig kilometer is daarom zinvoller dan vanuit de bureaustoel aan een meerdaagse wandeltocht beginnen.
Eelt kan plaatselijk bescherming bieden, maar een dikke, harde eeltlaag creëert ook extra druk en kan aan de randen gaan schuiven. Overmatig eelt moet zorgvuldig worden behandeld, vooral bij diabetes. Een podotherapeut of medisch pedicure kan daarbij helpen.
Blaren op de handen voorkomen
Handschoenen helpen alleen wanneer zij goed passen. Een losse handschoen kan plooien en daardoor juist meer wrijving veroorzaken. Houd handvatten en gereedschap schoon en droog. Bouw nieuwe belasting geleidelijk op.
Bij roeien, klimmen en turnen kan tape zinvol zijn op bekende risicoplaatsen. Plak niet het gehele gewricht star vast zonder kennis van zaken. Een verkeerde tapetechniek kan de beweging beperken of huid aan de tape laten kleven.
Beginnend eelt hoeft niet volledig te worden verwijderd. Zeer dikke of opstaande eeltranden kunnen echter blijven haken en afscheuren. Houd ze glad zonder tot in levende huid te vijlen.
Natuurlijke behandeling en kruidengeneeskunde
Voor een gewone wrijvingsblaar is geen kruid nodig. Bescherming, drukvermindering, hygiëne en tijd doen het meeste werk.
Aloë vera
Aloë-veragel wordt geregeld gebruikt bij oppervlakkige brandwonden en huidirritatie. Er zijn aanwijzingen dat bepaalde preparaten herstel bij kleine oppervlakkige brandwonden kunnen ondersteunen, maar producten verschillen sterk in samenstelling en kwaliteit.
Gebruik aloë vera niet als vervanging voor onmiddellijk koelen. Smeer geen cosmetisch product met parfum of alcohol op een open blaar. Bij roodheid, jeuk of zwelling moet het middel worden gestopt.
Medische honing
Medische honing wordt in de wondzorg soms gebruikt vanwege de vochtregulerende en antimicrobiële eigenschappen. Het gaat dan om gestandaardiseerde, voor medisch gebruik behandelde honing in een wondproduct.
Keukenhoning is daarvoor niet geschikt. Die is niet steriel, kan verontreinigingen bevatten en heeft geen voorspelbare samenstelling. De Nederlandse richtlijn voor acute wonden noemt medische honing als een mogelijke lokale behandeling bij geselecteerde geïnfecteerde wonden, na adequate reiniging en onder deskundige wondzorg. 16Federatie Medisch Specialisten. (2014). Wondmateriaal voor een geïnfecteerde wond. Richtlijnendatabase. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/wondzorg_bij_acute_traumatische_en_chirurgische_wonden/wondmaterialen/wondmateriaal_voor_een_geinfecteerde_wond.html
Tea-treeolie en etherische oliën
Tea-treeolie heeft in laboratoriumonderzoek antimicrobiële eigenschappen, maar geconcentreerde olie kan de huid irriteren en allergisch contacteczeem veroorzaken. Breng haar niet onverdund aan op een open blaar.
Hetzelfde geldt voor veel etherische oliën. “Natuurlijk” betekent niet huidvriendelijk of steriel. Een open wond is geen proeftuin voor een geïmproviseerde apotheek.
Kamille, goudsbloem en andere kruiden
Voor kamille, goudsbloem en diverse kruidenzalven bestaan uiteenlopende traditionele toepassingen, maar overtuigend bewijs voor snellere genezing van gewone blaren ontbreekt. Plantenextracten kunnen bovendien contactallergie veroorzaken.
Bij een intacte wrijvingsblaar voegt een kruidenzalf doorgaans weinig toe. Bij een open of geïnfecteerde wond kan zij de beoordeling bemoeilijken.
Voeding en herstel
Een kleine blaar vraagt geen speciaal dieet. Het herstel gebruikt bouwstoffen die je bij normale, gevarieerde voeding reeds binnenkrijgt.
Eiwitten leveren aminozuren voor nieuw weefsel. Vitamine C is betrokken bij de vorming van collageen, een belangrijk bindweefseleiwit. Zink ondersteunt uiteenlopende processen in de wondgenezing. Dat betekent evenwel niet dat hoge doses supplementen een gewone blaar sneller laten verdwijnen.
Zinvolle voedingsbronnen zijn onder meer:
- yoghurt, kwark, eieren, vis, vlees, peulvruchten en tofu voor eiwitten;
- groente en fruit voor vitamine C en andere micronutriënten;
- volkorenproducten, noten, zaden, vlees en zuivel voor zink en andere mineralen;
- voldoende vocht, vooral na langdurige inspanning of hitte.
Supplementen zijn vooral relevant bij een vastgesteld tekort, ondervoeding, ernstige brandwonden, uitgebreide chronische wonden of een ziekte die de opname van voedingsstoffen belemmert. Bij grote brandwonden stijgt de behoefte aan energie en eiwit sterk. Dat valt onder gespecialiseerde ziekenhuiszorg en is niet vergelijkbaar met herstel van een wandelblaar.
Bij dermatitis herpetiformis ligt het anders. Daar is een strikt glutenvrij dieet onderdeel van de medische behandeling, omdat gluten de onderliggende auto-immuunreactie aanjagen.
Ziekenhuizen en gespecialiseerde zorg
Een gewone voetblaar behoeft geen academisch centrum. Gespecialiseerde zorg is wel relevant bij grote brandwonden, erfelijke blaarziekten en complexe auto-immuunziekten.
Nederland heeft gespecialiseerde brandwondencentra in:
- het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk;
- het Martini Ziekenhuis in Groningen;
- het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam.
Patiënten worden volgens verwijscriteria overgebracht bij onder meer uitgebreide of diepe brandwonden, brandwonden op risicovolle plaatsen, inhalatieletsel en bijzondere omstandigheden. 17Federatie Medisch Specialisten. (2020). Eerste opvang van brandwondpatiënten in de acute fase. Richtlijnendatabase. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/eerste_opvang_van_brandwondpati_nten_in_de_acute_fase/startpagina_-_eerste_opvang_van_brandwondpatienten_in_de_acute_fase.html
Voor epidermolysis bullosa en andere erfelijke blaarziekten is gespecialiseerde expertise aanwezig in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Auto-immuun blaarziekten worden doorgaans behandeld door dermatologen, zo nodig in een academisch of gespecialiseerd dermatologisch centrum.
De huisarts bepaalt veelal welke verwijzing passend is. Een zeldzame aandoening rechtvaardigt expertise, maar niet iedere blaar rechtvaardigt een pelgrimage langs universitaire klinieken.
Historische achtergrond en naamgeving
Het Nederlandse woord blaar is oud en hangt samen met woorden voor zwelling, bel of opgeblazen huid. In medische teksten worden tevens de Latijnse termen vesicula en bulla gebruikt. Vesicula betekent letterlijk een klein blaasje. Bulla verwees in het Latijn naar een bel, knop of rond voorwerp.
De naam pemphigus is afgeleid van het Griekse pemphix, dat blaar of luchtbel betekent. Pemphigoïd betekent zoveel als “op pemphigus gelijkend”. De twee aandoeningen lijken aan de buitenkant enigszins op elkaar, maar de immunologische aanval treft andere huidstructuren.
De term epidermolysis bullosa beschrijft betrekkelijk letterlijk wat er gebeurt: loslating van de epidermis met vorming van blaren. De naam omvat nochtans verschillende erfelijke ziekten met uiteenlopende genetische afwijkingen en ernst.
Wrijvingsblaren behoren vermoedelijk tot de oudste alledaagse letsels van de mens. Iedereen die lange afstanden liep, roeide, jaagde, gereedschap gebruikte of slecht passend schoeisel droeg, kon ermee te maken krijgen. De moderne wetenschap heeft het verschijnsel nader ontleed in druk, afschuiving, vocht, temperatuur en huidbelasting. De praktische les bleef opmerkelijk constant: onderbreek de wrijving voordat de huid bezwijkt.
PubMed: wat wetenschappelijk onderzoek laat zien
Mechanisme van wrijvingsblaren
Knapik en collega’s beschreven in een klassieke review dat herhaalde wrijvingskrachten huidcellen in de stekelcellaag mechanisch van elkaar scheiden. De holte vult zich daarna met vocht dat op bloedplasma lijkt, maar minder eiwit bevat. Dit verklaart waarom alleen “druk verminderen” niet altijd genoeg is. Ook beweging tussen schoen, sok en huid moet worden aangepakt. 18Knapik, J. J., Reynolds, K. L., Duplantis, K. L., & Jones, B. H. (1995). Friction blisters: Pathophysiology, prevention and treatment. Sports Medicine, 20(3), 136-147. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8570998/
Preventie tijdens duursport
Een systematische review van Worthing en collega’s onderzocht sokken, antitranspiranten en barrièremethoden. De uitkomsten liepen uiteen en veel studies waren klein of methodologisch beperkt. Sommige antitranspiranten verminderden blaren, maar veroorzaakten geregeld huidirritatie. Voor veel populaire sok- en barrièrestrategieën was het bewijs minder robuust dan de marketing suggereert. 19Worthing, R. M., et al. (2017). Prevention of friction blisters in outdoor pursuits: A systematic review. Wilderness & Environmental Medicine, 28(2), 139-149. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28602272/
In een gerandomiseerde studie bij ultramarathonlopers verminderde papieren tape op vooraf gekozen risicoplekken de blaarincidentie. Een eerdere studie van dezelfde onderzoeksgroep vond echter geen statistisch overtuigend totaalverschil. De resultaten tonen vooral dat de techniek, gekozen locatie, omstandigheden en individuele voet een groot verschil maken. 20Lipman, G. S., et al. (2014). A prospective randomized blister prevention trial assessing paper tape in endurance distances. Wilderness & Environmental Medicine, 25(4), 457-461. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25443754/ 21Lipman, G. S., et al. (2016). Paper tape prevents foot blisters: A randomized prevention trial assessing paper tape in endurance distances II. Clinical Journal of Sport Medicine, 26(4), 362-368. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27070112/
Een uitvoerige wetenschappelijke beoordeling uit 2024 concludeert dat veel gangbare preventieadviezen plausibel zijn, maar dat directe klinische onderbouwing geregeld mager blijft. De auteurs leggen de nadruk op afschuifkracht, vocht, drukverdeling en individuele huidreacties. 22Rushton, R. (2024). Friction blisters of the feet: A critical assessment of current prevention strategies. Journal of Athletic Training. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10783476/
Auto-immuun blaarziekten
Bij auto-immuun blaarziekten is het niveau waarop de huid loslaat bepalend voor het klinische beeld. Bij pemphigus raken verbindingen tussen opperhuidcellen beschadigd. Bij pemfigoïd ligt de splijting onder de opperhuid. Huidbiopsie, directe immunofluorescentie en serologisch onderzoek zijn derhalve centrale onderdelen van de diagnostiek. 23Schmidt, E., & Zillikens, D. (2011). The diagnosis and treatment of autoimmune blistering skin diseases. Deutsches Ärzteblatt International, 108(23), 399-405. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3123771/
Recente patiëntgerichte studies laten tevens zien dat ziekteactiviteit niet volledig wordt gevangen door het aantal blaren. Jeuk, pijn, slaapverlies, schaamte, verbandzorg en onzekerheid over terugkeer van klachten bepalen sterk hoeveel last iemand ondervindt. 24Ho, C. N., et al. (2025). Patient experiences of bullous pemphigoid: Symptoms and impacts. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12126422/
Hardnekkige misverstanden
“Een blaar moet ademen”
Een wond gebruikt zuurstof uit de bloedtoevoer. Zij hoeft niet onbedekt aan de kamerlucht te liggen. Een passend verband beschermt tegen wrijving, vuil en uitdroging.
“Doorprikken laat iedere blaar sneller genezen”
Legen kan drukpijn verminderen, maar creëert tevens een toegangspoort voor bacteriën. Bij kleine blaren is het voordeel meestal gering. Bij bloedblaren, brandblaren en onverklaarde blaren kan zelf doorprikken ronduit ongunstig zijn.
“Blaarvocht is ontstekingsvocht en moet eruit”
Blaarvocht bevat stoffen die bij de plaatselijke herstelreactie horen. Het hoeft niet standaard te worden verwijderd. De keuze wordt vooral bepaald door spanning, pijn, plaats, kans op openscheuren en oorzaak.
“Twee paar sokken voorkomen altijd blaren”
Dubbele sokken kunnen afschuiving tussen de soklagen opvangen. Ze kunnen een schoen echter ook te krap maken. Wat theoretisch slim lijkt, kan bij een nauwe teenbox averechts uitpakken.
“Een harde huid krijgt geen blaren”
Eelt kan enige bescherming geven, maar dikke eeltlagen kunnen verschuiven of diepere blaren verbergen. Vooral onder de voorvoet kan een blaar onder eelt zeer pijnlijk worden.
“Natuurlijke middelen kunnen geen kwaad”
Etherische oliën, plantenextracten en zelfgemaakte zalven kunnen irriteren, allergie veroorzaken of een wond verontreinigen. Een plant heeft geen vrijbrief omdat zij niet uit een fabriek komt.
De kern bij iedere blaar
Bij een gewone wrijvingsblaar is de eerste vraag praktisch: kun je de druk en afschuiving stoppen zonder het blaardak te beschadigen? Meestal volstaan schoonhouden, beschermen en tijdelijk ontlasten.
Bij spontane, uitgebreide of terugkerende blaren verandert de vraag. Dan moet worden uitgezocht waarom huidlagen hun samenhang verliezen. Een infectie, geneesmiddelenreactie, vaatprobleem of auto-immuunziekte vraagt immers geen betere blarenpleister, maar een diagnose.
Kijk derhalve niet uitsluitend naar de bel met vocht. Let op de aanleiding, de plaats, het aantal blaren, jeuk, pijn, slijmvliesafwijkingen en algemene ziekteverschijnselen. Een hielblaar na een lange mars is doorgaans hinderlijk en overzichtelijk. Loslatende huid zonder duidelijke aanleiding is een ander chapiter en verdient medische scherpte.
Lees verder over blaren en huidbeschadiging
Een gewone wrijvingsblaar ontstaat meestal door druk, vocht en herhaalde beweging, maar blaarvorming kan ook passen bij een brandwond, huidinfectie, vochtophoping of auto-immuunziekte. De artikelen hieronder gaan dieper in op verwante huidproblemen, bijzondere vormen van blaarvorming en klachten die tijdens wandelen of langdurige belasting kunnen ontstaan.
Disclaimer, bronnen en reacties
Disclaimer
Deze pagina biedt algemene publieksinformatie over blaren, wrijvingsblaren, bloedblaren, brandblaren, koudeblaren, chemische blaren, zuigblaren, blaren na cryotherapie, infectieuze blaarvorming en erfelijke, auto-immuun- of stofwisselingsgebonden blaarziekten. De tekst vervangt geen medische diagnose, lichamelijk onderzoek, wondbeoordeling of persoonlijk behandeladvies van een huisarts, dermatoloog, wondverpleegkundige, podotherapeut, brandwondenarts, kinderarts of andere bevoegde zorgverlener.
Een kleine blaar door druk of wrijving is meestal onschuldig en geneest vaak vanzelf wanneer je de huid schoonhoudt, beschermt en ontlast. Ook een zuigblaar bij een baby of een blaar na cryotherapie is dikwijls een onschuldige of verwachte huidreactie. Spontane, terugkerende, uitgebreide, bloederige of geïnfecteerde blaren kunnen daarentegen passen bij een huidinfectie, geneesmiddelenreactie, auto-immuunziekte, porfyrie, doorbloedingsstoornis of andere aandoening.
Neem dezelfde dag contact op met een arts bij snel toenemende roodheid, pus, koorts, hevige pijn, blaren in mond of ogen, uitgebreide loslatende huid, een ernstige brandwond, chemische blootstelling of blaarvorming bij diabetes en vaatproblemen. Laat een baby beoordelen wanneer blaren samengaan met slecht drinken, sufheid, duidelijke ziekteverschijnselen of koorts. Bij een baby jonger dan drie maanden is een lichaamstemperatuur van 38 °C of hoger reden om direct medisch contact op te nemen.
Bel direct 112 bij benauwdheid, ernstige sufheid, zwelling van tong of keel, een snelle allergische reactie, een grote brandwond, blootstelling aan een chemisch strijdmiddel of een pijnlijke huiduitslag waarbij grote delen van de opperhuid loslaten.
Geraadpleegde bronnen
- Afsar, F. S. (2020). Neonatal sucking blister. The Journal of Pediatrics, 220, 258. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32045151/
- Brazel, M., Desai, A., Are, A., & Motaparthi, K. (2021). Staphylococcal scalded skin syndrome and bullous impetigo. Medicina, 57(11), 1157. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8623226/
- British Association of Dermatologists. (z.d.). Cryotherapy. https://www.bad.org.uk/pils/cryotherapy
- DermNet New Zealand. (z.d.). Blistering skin conditions. https://dermnetnz.org/topics/blistering-skin-conditions
- DermNet New Zealand. (z.d.). Blisters and pustules in neonates. https://dermnetnz.org/topics/blisters-and-pustules-in-neonates
- DermNet New Zealand. (z.d.). Bullous pemphigoid. https://dermnetnz.org/topics/bullous-pemphigoid
- DermNet New Zealand. (z.d.). Dermatitis herpetiformis. https://dermnetnz.org/topics/dermatitis-herpetiformis
- DermNet New Zealand. (z.d.). Dyshidrotic eczema. https://dermnetnz.org/topics/dyshidrotic-eczema
- DermNet New Zealand. (z.d.). Epidermolysis bullosa. https://dermnetnz.org/topics/epidermolysis-bullosa
- DermNet New Zealand. (z.d.). Pemphigus vulgaris. https://dermnetnz.org/topics/pemphigus-vulgaris
- DermNet New Zealand. (z.d.). Porphyria cutanea tarda. https://dermnetnz.org/topics/porphyria-cutanea-tarda
- DermNet New Zealand. (z.d.). Pseudoporphyria. https://dermnetnz.org/topics/pseudoporphyria
- Federatie Medisch Specialisten. (2014). Wondmateriaal voor een geïnfecteerde wond. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/wondzorg_bij_acute_traumatische_en_chirurgische_wonden/wondmaterialen/wondmateriaal_voor_een_geinfecteerde_wond.html
- Federatie Medisch Specialisten. (2017). Wondbehandeling bij brandwonden. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/zorg_voor_patienten_met_brandwonden/behandeling_van_brandwonden/wondbehandeling_bij_brandwonden.html
- Federatie Medisch Specialisten. (2020). Eerste opvang van brandwondpatiënten in de acute fase. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/eerste_opvang_van_brandwondpati_nten_in_de_acute_fase/startpagina_-_eerste_opvang_van_brandwondpatienten_in_de_acute_fase.html
- Ho, C. N., et al. (2025). Patient experiences of bullous pemphigoid: Symptoms and impacts. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12126422/
-
International Pemphigus & Pemphigoid Foundation. (2019).
Linda’s Still Standing: Patient Journey Series 8.
Linda’s Still Standing (Patient Journey Series #8)
- Knapik, J. J., Reynolds, K. L., Duplantis, K. L., & Jones, B. H. (1995). Friction blisters: Pathophysiology, prevention and treatment. Sports Medicine, 20(3), 136-147. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8570998/
- Knapik, J. J., Reynolds, K. L., & Castellani, J. W. (2020). Frostbite: Pathophysiology, epidemiology, diagnosis, treatment, and prevention. Journal of Special Operations Medicine, 20(4), 123-135. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33320326/
- Lipman, G. S., Ellis, M. A., Lewis, E. J., et al. (2014). A prospective randomized blister prevention trial assessing paper tape in endurance distances. Wilderness & Environmental Medicine, 25(4), 457-461. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25443754/
- Lipman, G. S., Sharp, L. J., Christensen, M., et al. (2016). Paper tape prevents foot blisters: A randomized prevention trial assessing paper tape in endurance distances II. Clinical Journal of Sport Medicine, 26(5), 362-368. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27070112/
- Rushton, R. (2023). Friction blisters of the feet: A critical assessment of current prevention strategies. Journal of Athletic Training, 58(1), 42-54. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36701678/
- Rushton, R. (2023). Friction blisters of the feet: A new paradigm to explain causation. Journal of Athletic Training, 58(1), 55-63. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36701751/
- Saleh, H. M., Ross, A., & Sathe, N. C. (2025). Staphylococcal scalded skin syndrome. StatPearls. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK448135/
- Schmidt, E., & Zillikens, D. (2011). The diagnosis and treatment of autoimmune blistering skin diseases. Deutsches Ärzteblatt International, 108(23), 399-405. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3123771/
- Tewari-Singh, N., & Agarwal, R. (2016). Mustard vesicating agents-induced toxicity in the skin tissue and silibinin as a potential countermeasure. Annals of the New York Academy of Sciences, 1374(1), 184-192. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4940265/
- Thuisarts.nl. (z.d.). Ik heb een brandwond. https://www.thuisarts.nl/brandwonden
- U.S. Department of Health and Human Services. (z.d.). Mustard: Emergency department and hospital management. https://chemm.hhs.gov/mustard_hospital_mmg.htm
- U.S. Department of Health and Human Services. (z.d.). Mustard: Prehospital management. https://chemm.hhs.gov/mustard_prehospital_mmg.htm
- Universitair Medisch Centrum Groningen. (z.d.). Behandelteam blaarziekten. https://www.umcg.nl/-/behandelteam-blaarziekten
- Universitair Medisch Centrum Groningen. (z.d.). Epidermolysis bullosa. https://www.umcg.nl/-/epidermolysis-bullosa
- Universitair Medisch Centrum Groningen. (z.d.). Expertisecentrum voor Blaarziekten. https://www.umcg.nl/-/expertisecentrum/blaarziekten
- Worthing, R. M., Percy, R. L., Joslin, J. D., & Morrissey, D. (2017). Prevention of friction blisters in outdoor pursuits: A systematic review. Wilderness & Environmental Medicine, 28(2), 139-149. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28602272/
Reacties en ervaringen
Heb je ervaring met wandelblaren, terugkerende bloedblaren, een zuigblaar bij een baby, een blaar na cryotherapie, blaarvorming door een brandwond, eczeem, diabetes, porphyria cutanea tarda of een auto-immuun blaarziekte? Je reactie is welkom, mits zij respectvol blijft en geen herleidbare medische gegevens, namen van zorgverleners of andere privacygevoelige informatie bevat.
Beschrijf bij voorkeur waardoor de blaren vermoedelijk ontstonden, hoe zij eruitzagen, welke behandeling hielp en wanneer je medische hulp hebt gezocht. Persoonlijke ervaringen kunnen andere lezers helpen, maar vervangen geen diagnose of behandeladvies. Plaatsing van reacties kan enige tijd duren, omdat berichten eerst worden gecontroleerd op spam, medische desinformatie en persoonsgegevens.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Een leverhemangioom is een goedaardig gezwel in de lever. De tumor bestaat uit bloedvaten en bestaat uit meerdere…
Lees het artikel
Naegleria fowleri, ook bekend als 'hersenetende amoebe', is een vrijlevende amoebe. Een amoebe is een eencellig levend organisme.…
Lees het artikel
Auto-immuun hemolytische anemie (AIHA) is een zeldzame aandoening waarbij antilichamen de rode bloedcellen laten barsten. Dit leidt tot…
Lees het artikel