Automatische gedachten herkennen en onderzoeken met het 5G-schema

Laatst bijgewerkt op 17 augustus 2026 door M.G. Sulman

Automatische gedachten zijn vaak sneller dan je eigen aandacht. Nog vóór je bewust hebt afgewogen wat er precies gebeurt, heeft je hoofd soms al een conclusie getrokken over jezelf, een ander of de situatie. Dat kan onschuldig zijn, maar bij angst, somberheid, onzekerheid of hardnekkig piekeren kunnen zulke snelle interpretaties steeds dezelfde kant op trekken en daardoor emoties en gedrag versterken. Het 5G-schema helpt om dat proces te vertragen en zichtbaar te maken. Niet door iedere sombere of kritische gedachte verdacht te verklaren, maar door nauwkeuriger te onderzoeken wat er feitelijk gebeurde, welke betekenis je eraan gaf en of die betekenis werkelijk standhoudt.

Snel antwoord

Automatische gedachten zijn snelle interpretaties die vrijwel vanzelf opkomen in een bepaalde situatie. Je collega zegt niets, en meteen denk je bijvoorbeeld: “Hij is boos op mij.” Zo’n gedachte kan sterk doorwerken in je gevoel en gedrag, ook wanneer je haar nauwelijks bewust hebt opgemerkt.

Met het 5G-schema maak je dit proces zichtbaar door de gebeurtenis, gedachten, gevoelens, gedrag en gevolgen uit elkaar te halen. Vervolgens kun je de belangrijkste gedachte onderzoeken: welke feiten spreken ervoor, welke ertegen en zijn er andere redelijke verklaringen? Het doel is niet om negatief denken geforceerd positief te maken, maar om nauwkeuriger en realistischer te leren denken.

Let vooral op:
  • Een automatische gedachte voelt vaak als een feit, terwijl zij in werkelijkheid een interpretatie kan zijn.
  • Onderzoek vooral de gedachte die het sterkst samenhangt met je angst, boosheid, schaamte of verdriet.
  • Een helpende gedachte hoeft niet positief te klinken; zij moet vooral beter passen bij de feiten.
  • Soms blijkt een gedachte grotendeels te kloppen. Dan verschuift de vraag van “hoe denk ik anders?” naar “wat ga ik hiermee doen?”

Wat zijn automatische gedachten?

Je collega loopt je voorbij zonder iets te zeggen. Vrijwel meteen schiet door je hoofd: hij is boos op mij. Of: ik heb zeker iets verkeerd gedaan. Misschien merk je die gedachte nauwelijks bewust op. Je voelt vooral dat je gespannen raakt en begint terug te denken aan het gesprek van gisteren.

Zo werkt een automatische gedachte. Het is een snelle interpretatie van een gebeurtenis die zonder uitgebreid bewust redeneren opkomt. Binnen de cognitieve gedragstherapie, afgekort CGT, wordt veel aandacht besteed aan zulke gedachten omdat ze sterk verweven kunnen zijn met emoties en gedrag. Aaron T. Beck nam automatische gedachten reeds vroeg op in zijn cognitieve model van depressie. Later werd dit model verder uitgewerkt met onder meer cognitieve vertekeningen, onderliggende aannames en diepere overtuigingen.1Beck, A. T. (2008). The evolution of the cognitive model of depression and its neurobiological correlates. American Journal of Psychiatry, 165(8), 969–977. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18628348/

Een automatische gedachte kan zeer kort zijn:

  • Ik kan dit niet.
  • Ze vinden me raar.
  • Dit gaat verkeerd.
  • Hij neemt me niet serieus.
  • Ik krijg straks een paniekaanval.

Maar zij kan ook de vorm hebben van een beeld. Voor je een presentatie geeft, zie je bijvoorbeeld plotseling voor je hoe je dichtklapt en iedereen je aankijkt. Psychologisch kan zo’n beeld ongeveer dezelfde functie hebben als een gedachte in woorden: het geeft betekenis aan de situatie en kan een sterke emotionele reactie oproepen.

Het 5G-schema helpt om dit proces uiteen te leggen. In plaats van één massieve ervaring, zoals “die vergadering was verschrikkelijk”, onderzoek je afzonderlijk wat er gebeurde, wat je dacht, wat je voelde, wat je deed en wat daarvan het gevolg was.

Automatisch betekent niet hetzelfde als onbewust

Het woord automatisch kan verwarring oproepen. Automatische gedachten zijn meestal niet diep onbewust in de klassieke psychoanalytische betekenis. Vaak bevinden ze zich dicht bij het bewustzijn. Zodra iemand vraagt: “Wat ging er op dat moment door je hoofd?”, kun je de gedachte dikwijls alsnog terugvinden.

Het probleem is veeleer dat je haar niet als gedachte herkent.

Je ervaart bijvoorbeeld:

Hij vindt mij incompetent.

Niet als:

Ik heb op dit moment de gedachte dat hij mij incompetent vindt.

Dat verschil lijkt gering, doch psychologisch gezien is het aanzienlijk. In het eerste geval vallen gedachte en werkelijkheid vrijwel samen. In het tweede geval ontstaat enige afstand. Er verschijnt iets wat onderzocht kan worden.

De Nederlandse Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën beschrijft cognitieve herstructurering als een methode waarbij gedachten worden opgespoord, onderzocht en zo nodig bijgesteld.2Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën. (z.d.). Cognitieve herstructurering. https://kennisnet.vgct.nl/cognitieve-herstructurering-of-omdenken/

Waarom een gedachte zo overtuigend kan voelen

Automatische gedachten komen doorgaans niet uit het luchtledige. Eerdere ervaringen, verwachtingen, overtuigingen en je toestand van dat moment kleuren mee wat je in een gebeurtenis ziet.

Stel dat je jaren geleden op school geregeld bent uitgelachen wanneer je iets zei. Tijdens een vergadering vraagt je leidinggevende plotseling:

“Kun je uitleggen hoe je tot deze conclusie bent gekomen?”

Feitelijk is dat slechts een vraag.

Toch kan je brein razendsnel produceren:

Hij heeft door dat ik er niets van kan.

Een ander denkt bij precies dezelfde vraag:

Mooi, dan kan ik mijn redenering toelichten.

De gebeurtenis is dezelfde. De betekenisgeving verschilt.

Dat mechanisme is ook relevant bij stress, angst en trauma, omdat eerdere leerervaringen mede bepalen waar je aandacht naartoe gaat en wat je als bedreigend interpreteert.

Wanneer je moe, gespannen, somber of reeds angstig bent, kan die interpretatie bovendien sneller negatief uitvallen. Een neutrale blik lijkt vijandiger. Een tegenvaller voelt definitiever. Een lichamelijke sensatie wordt eerder als gevaarlijk uitgelegd.

Het brein registreert de werkelijkheid dus niet simpelweg alsof het een camera is. Het selecteert, vergelijkt, voorspelt en interpreteert.

De G van Gedachten is vaak de lastigste

Bij het invullen van een 5G-schema lukt de gebeurtenis meestal nog wel.

Gebeurtenis: mijn vriendin reageerde die avond niet op mijn bericht.

Daarna ontstaat gemakkelijk verwarring.

Bij Gedachten schrijft iemand bijvoorbeeld:

Ik voelde me afgewezen.

Maar afgewezen is hier een gevoel of ervaring, geen volledige gedachte.

Vraag vervolgens:

Waarom voelde ik mij afgewezen?

Dan verschijnt wellicht:

Ze heeft geen belangstelling meer voor mij.

Dát is de automatische gedachte.

Gedachte of gevoel?

Een eenvoudige vuistregel helpt.

Niet:

  • onzeker
  • boos
  • bang
  • afgewezen
  • verdrietig

Wel:

  • Ik weet niet genoeg en straks merken ze dat.
  • Hij behandelt mij alsof ik niets waard ben.
  • Als mijn hart zo blijft kloppen, gaat er iets mis.
  • Ze wil mij blijkbaar niet meer spreken.
  • Dit komt niet meer goed.

Het onderscheid wordt gemakkelijker wanneer je vertrouwd raakt met de taal van emoties. Op de pagina over emoties en stemming lees je uitgebreider hoe bijvoorbeeld angst, schuld, schaamte, verdriet en boosheid van elkaar verschillen.

Zo spoor je de gedachte achter het gevoel op

Wanneer je achteraf vooral het gevoel herinnert, stel jezelf dan deze vraag:

Wat betekende deze situatie op dat moment voor mij?

Bijvoorbeeld:

Gebeurtenis: twee collega’s lachen wanneer ik binnenkom.

Gevoel: schaamte, 75%.

Wat betekende dit voor mij?

Ze lachen om mij.

En als dat waar zou zijn, wat is daar zo erg aan?

Dan vinden ze mij belachelijk.

En wat zegt dat volgens mij over mijzelf?

Dat ik sociaal tekortschiet.

Op deze manier kun je vanuit een oppervlakkige automatische gedachte geleidelijk bij een diepere overtuiging uitkomen.

Dat hoeft overigens niet bij ieder formulier. Je hoeft na ieder ongemakkelijk gesprek niet je gehele levensgeschiedenis psychologisch af te graven. Soms is “ze lachen om mij” precies de gedachte die onderzocht moet worden.

De centrale of ‘hete’ gedachte vinden

In CGT wordt vaak gezocht naar de gedachte die emotioneel het meeste gewicht draagt. Deze wordt soms de ‘hete gedachte’ genoemd.

Stel dat je voor een gesprek met je werkgever denkt:

  • Hij zal wel kritiek hebben.
  • Ik krijg misschien een slechte beoordeling.
  • Misschien verlies ik mijn baan.

De derde gedachte zal waarschijnlijk meer angst oproepen dan de eerste.

Je kunt iedere gedachte daarom een geloofwaardigheidsscore geven:

  • Hij zal kritiek hebben: 60%.
  • Ik krijg een slechte beoordeling: 45%.
  • Misschien verlies ik mijn baan: 30%.

Opmerkelijk genoeg hoeft de gedachte die je het sterkst gelooft niet degene te zijn die de meeste emotie oproept. Een gedachte die je slechts voor 30% gelooft kan buitengewoon angstaanjagend zijn wanneer het mogelijke gevolg ernstig is.

Daarom kun je bij een 5G-schema zowel de intensiteit van de emotie als de geloofwaardigheid van de gedachte scoren.

De Subjective Units of Distress Scale of SUD-schaal gebruikt eveneens een cijfermatige inschatting om subjectieve spanning zichtbaar te maken.

In de afbeelding is een vrouw te zien die een presentatie geeft of in gesprek is met iemand die deels buiten beeld is. Ze houdt papieren vast en bevindt zich in een kantoorachtige setting met een decoratieve wand op de achtergrond.
Cognitieve gedragstherapie / Bron: Freepik

Feit of interpretatie?

Dit onderscheid is een van de nuttigste onderdelen van gedachtenonderzoek.

Feit

Mijn leidinggevende zei dat er twee fouten in mijn verslag stonden.

Interpretatie

Hij vindt mijn werk waardeloos.

Hij vertrouwt mij niet meer.

Ik ga mijn functie verliezen.

De eerste zin kan in beginsel door een camera of geluidsopname worden vastgesteld. De andere drie bevatten gevolgtrekkingen.

Dat betekent niet dat ze per definitie onwaar zijn. Misschien is je leidinggevende daadwerkelijk ontevreden.

Het punt is eenvoudiger: feit en interpretatie zijn niet hetzelfde.

Dat voorkomt tevens een andere fout. Een gedachte is niet onjuist enkel omdat zij negatief is.

“Mijn contract wordt waarschijnlijk niet verlengd” kan volkomen realistisch zijn wanneer je werkgever dat gisteren letterlijk heeft aangekondigd.

“Nu is mijn hele carrière voorgoed mislukt” gaat aanzienlijk verder.

Je onderzoekt derhalve niet of een gedachte prettig is. Je onderzoekt of zij redelijk aansluit bij de beschikbare feiten.

Veelvoorkomende denkpatronen

Automatische gedachten volgen geregeld herkenbare patronen. Binnen de cognitieve psychologie worden deze cognitieve vertekeningen of denkfouten genoemd. Het zijn manieren van interpreteren waarbij bepaalde informatie te zwaar of juist te licht wordt meegewogen.3Beck, A. T. (2008). The evolution of the cognitive model of depression and its neurobiological correlates. American Journal of Psychiatry, 165(8), 969–977. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18628348/

Gedachten lezen

Je meent te weten wat iemand anders denkt.

  • Ze vindt mijn verhaal saai.
  • Hij vindt mij zwak.
  • Iedereen ziet dat ik nerveus ben.

Soms bestaan daar aanwijzingen voor. Dikwijls vul je ontbrekende informatie zelf in.

Rampdenken

Een mogelijk probleem wordt onmiddellijk doorgetrokken naar het ernstigste scenario.

  • Als ik tijdens de presentatie mijn woorden kwijtraak, wordt het één grote vernedering.
  • Als ik vannacht slecht slaap, kan ik morgen helemaal niets.

Bij rampdenken worden vaak twee zaken tegelijk verkeerd ingeschat: de kans op het gevreesde gevolg wordt overschat en het eigen vermogen ermee om te gaan onderschat.

Alles-of-nietsdenken

Iets is volledig goed of volledig mislukt.

  • Als ik deze taak niet foutloos doe, heb ik gefaald.
  • Als ik vandaag weer pieker, heeft al mijn oefenen niets geholpen.

Dit patroon komt onder meer voor bij perfectionistische denkstijlen en depressieve klachten. Bij een gemaskeerde depressie kunnen hoge eisen en voortdurend doorgaan het zicht op onderliggende somberheid vertroebelen.

Overgeneraliseren

Eén ervaring wordt een algemene regel.

  • Ik maakte een fout, dus ik ben hier slecht in.
  • Deze relatie liep stuk, dus relaties werken voor mij niet.

Eén gebeurtenis wordt zo tot levenswet verheven.

Het positieve wegstrepen

Informatie die niet bij je negatieve overtuiging past, krijgt nauwelijks gewicht.

Tien mensen reageren positief op je werk. Eén persoon heeft kritiek. ’s Avonds denk je uitsluitend aan die ene opmerking.

De positieve reacties telden volgens je brein niet werkelijk mee. Ze waren beleefd, toevallig of onvoldoende kritisch.

Personaliseren

Je betrekt een gebeurtenis op jezelf zonder voldoende grond.

Je vriend is stil.

Automatische gedachte:

Ik heb iets verkeerd gedaan.

Andere verklaringen zijn eveneens mogelijk. Hij kan moe zijn, hoofdpijn hebben, piekeren over zijn werk of eenvoudig geen behoefte hebben aan praten.

Emotioneel redeneren

Je gevoel wordt behandeld als bewijs.

  • Ik voel me onbekwaam, dus ik ben onbekwaam.
  • Ik voel gevaar, dus er is gevaar.

Dat laatste kan een grote rol krijgen bij angst voor lichamelijke sensaties. Wie zijn lichaam voortdurend op dreiging scant, kan steeds sterker overtuigd raken dat normale gewaarwordingen medisch alarmerend zijn. Binnen psychische aandoeningen en klachten komt dit mechanisme in uiteenlopende vormen voor.

Een denkfout herkennen is nog geen weerlegging

Hier ontstaat gemakkelijk een nieuwe valkuil.

Je schrijft:

Gedachte: ze vinden mij incompetent.

Denkfout: gedachten lezen.

Conclusie: dus ze vinden mij niet incompetent.

Die conclusie volgt niet.

Het label “gedachten lezen” laat slechts zien dat je een uitspraak doet over wat anderen denken terwijl onvoldoende duidelijk is waarop die uitspraak berust.

De oorspronkelijke gedachte moet nog steeds onderzocht worden.

Anders wordt het 5G-schema een administratief ritueel waarbij je etiketten op gedachten plakt zonder er werkelijk iets van te leren.

Automatische gedachten werkelijk onderzoeken

Een goede volgende stap is niet:

Hoe bewijs ik dat mijn gedachte fout is?

Beter is:

Hoe goed wordt deze gedachte door de feiten gedragen?

Binnen CGT worden hiervoor vaak socratische vragen gebruikt. Dat zijn vragen die helpen om een overtuiging systematisch te onderzoeken zonder het antwoord vooraf vast te leggen.

Onderzoek naar CGT bij depressie ondersteunt het idee dat socratische vraagstelling cognitieve verandering kan bevorderen.4Vittorio, L. N., Murphy, S. T., Braun, J. D., & Strunk, D. R. (2022). Using Socratic Questioning to promote cognitive change and achieve depressive symptom reduction: Evidence of cognitive change as a mediator. Behaviour Research and Therapy, 150, 104035. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35016095/

Vragen die werkelijk iets onderzoeken

  • Welke concrete feiten ondersteunen mijn gedachte?
  • Welke feiten passen er minder goed bij?
  • Verwar ik een mogelijkheid met een waarschijnlijkheid?
  • Welke informatie vul ik zelf in?
  • Zijn er andere aannemelijke verklaringen?
  • Wat zou ik tegen een vriend zeggen die hetzelfde meemaakte?
  • Heb ik eerder iets vergelijkbaars gedacht en hoe liep het toen af?
  • Maak ik één fout groter dan alles wat wel goed ging?
  • Als mijn gedachte gedeeltelijk klopt, welk deel klopt dan?
  • Wat is het meest waarschijnlijke scenario?
  • Als het gevreesde inderdaad gebeurt, wat kan ik dan doen?

Die laatste vraag verdient extra aandacht. Veel angstige gedachten verliezen pas kracht wanneer je niet langer probeert te bewijzen dat het gevreesde onmogelijk is. Misschien gaat je presentatie inderdaad niet vlekkeloos.

De volgende vraag wordt dan:

Kan ik daarmee omgaan?

Waarschijnlijk wel.

Dat is een steviger gedachte dan jezelf vertellen dat alles gegarandeerd goed zal gaan.

Kijk ook naar bewijs vóór je gedachte

Zelfhulpteksten sturen nogal eens onmiddellijk op argumenten tégen een negatieve gedachte. Dat is te simpel.

Stel:

Gebeurtenis: mijn partner reageerde geïrriteerd toen ik over onze vakantie begon.

Gedachte: hij is geïrriteerd omdat ik alweer over geld begin.

Bewijs vóór

  • Hij zuchtte.
  • Hij zei: “Kunnen we dit onderwerp nu eens laten rusten?”
  • We hebben deze week al tweemaal ruzie over geld gehad.

Dat zijn relevante gegevens. Je hoeft ze niet weg te poetsen.

Bewijs tegen of nuancerend bewijs

  • Hij had die dag slecht geslapen.
  • Hij zei later dat hij vooral uitgeput was.
  • Hij praatte die avond verder normaal met mij.

Een evenwichtiger gedachte zou kunnen luiden:

Hij was duidelijk geïrriteerd toen ik het onderwerp aansneed. Dat kan met onze eerdere conflicten over geld te maken hebben, maar ik weet niet zeker dat zijn reactie uitsluitend tegen mij gericht was.

Niet bijzonder opgewekt. Wel aanzienlijk nauwkeuriger.

Een helpende gedachte hoeft niet positief te zijn

Een helpende gedachte is geen opgewekte leus waarmee je een onaangename gedachte overschildert.

Automatische gedachte

Ik ga die operatie spannend vinden.

Geforceerd positief

Ik ben nergens bang voor en alles komt goed.

Realistischer

Ik vind de operatie spannend. Dat is begrijpelijk. Het behandelteam is voorbereid en ik kan vragen stellen wanneer iets onduidelijk is.

Nog een voorbeeld:

Automatische gedachte

Morgen krijg ik kritiek en dan is alles mislukt.

Realistischer

Ik heb morgen een moeilijk gesprek en misschien krijg ik kritiek. Dat betekent niet dat ik als persoon mislukt ben.

Cognitieve herstructurering betekent dat je een interpretatie opnieuw onderzoekt en zo nodig nauwkeuriger formuleert. De raison d’être ervan is realiteitstoetsing, niet optimisme.

Meet daarna opnieuw hoe geloofwaardig de gedachte voelt

Na het onderzoek kun je dezelfde gedachte opnieuw beoordelen.

Vooraf:

Iedereen vond mijn presentatie gênant: 85%.

Na onderzoek:

Iedereen vond mijn presentatie gênant: 35%.

Nieuwe gedachte:

Ik was zichtbaar nerveus en maakte één fout. Een paar mensen reageerden later inhoudelijk op mijn verhaal. De presentatie was dus niet de totale mislukking die zij op dat moment voelde.

Geloofwaardigheid nieuwe gedachte: 75%.

Je hoeft de oorspronkelijke overtuiging niet naar 0% te krijgen.

Wanneer een gedachte van 90 naar 55% zakt, is er reeds beweging. Er ontstaat onzekerheid over iets wat eerst als vanzelfsprekend feit werd ervaren.

Juist die twijfel kan therapeutisch bruikbaar zijn.

Een volledig 5G-voorbeeld

Gebeurtenis

Tijdens de lunch vertelt een collega enthousiast over het werk van een andere collega en zegt niets over mijn bijdrage aan hetzelfde project.

Gedachten

  • Mijn werk stelt kennelijk weinig voor.
  • Ze waarderen hem meer dan mij.
  • Ik doe mijn best voor niets.

Gevoelens

  • Verdriet: 65%.
  • Irritatie: 55%.
  • Schaamte: 40%.

Gedrag

  • Ik zeg minder tijdens de lunch.
  • Daarna controleer ik mijn werk overdreven nauwkeurig.
  • Ik stel een vraag aan mijn collega uit omdat ik niet onzeker wil overkomen.

Gevolg op korte termijn

Door afstand te houden hoef ik mijn onzekerheid niet te laten zien.

Gevolg op langere termijn

Ik krijg minder contact met mijn collega’s en minder gelegenheid om feedback te ontvangen. Daardoor blijft de gedachte “ze waarderen mij niet” grotendeels onbeproefd.

Dit laatste onderdeel is gemakkelijk te onderschatten. Gedrag kan een overtuiging juist in stand houden.

Het onderwerp raakt daarom ook aan relaties en gedrag: wat je denkt over de bedoeling van een ander beïnvloedt je eigen reactie, waarna jouw gedrag weer invloed heeft op de ander.

De centrale gedachte uit dit voorbeeld onderzoeken

Gedachte:

Mijn werk stelt kennelijk weinig voor.

Feiten die ervoor lijken te spreken

  • Mijn collega prees het werk van iemand anders.
  • Mijn eigen bijdrage werd niet genoemd.
  • Ik heb vorige week een fout gemaakt.

Feiten die ertegen spreken

  • Mijn leidinggevende heeft mijn deel van het project vorige maand positief beoordeeld.
  • Ik kreeg onlangs een nieuwe verantwoordelijkheid.
  • Niemand heeft gezegd dat mijn werk onder de maat is.
  • De collega sprak specifiek over een onderdeel dat door de andere medewerker was uitgevoerd.

Andere mogelijke verklaringen

  • Mijn collega wilde vooral dat ene onderdeel bespreken.
  • Hij dacht op dat moment niet aan mijn bijdrage.
  • Lof voor iemand anders zegt op zichzelf niets over de kwaliteit van mijn werk.

Evenwichtiger gedachte

Mijn bijdrage werd tijdens deze lunch niet genoemd en dat raakte mijn onzekerheid. Daaruit volgt niet dat mijn werk weinig waard is. Als ik werkelijk wil weten hoe mijn bijdrage wordt beoordeeld, kan ik beter om concrete feedback vragen dan conclusies trekken uit één gesprek.

Dat is cognitieve herstructurering zoals zij bedoeld is: niet vriendelijker fantaseren, maar nauwkeuriger denken.

Van gedachtenonderzoek naar gedragsexperiment

Sommige gedachten kun je eindeloos op papier onderzoeken zonder dat je er werkelijk minder van overtuigd raakt.

Je denkt bijvoorbeeld:

Als ik tijdens een vergadering een vraag stel, vindt iedereen mij dom.

Je kunt twintig argumenten opschrijven waarom dat waarschijnlijk niet gebeurt. Toch blijft de angst bestaan.

Dan kan een gedragsexperiment geschikter zijn.

Voorbeeld gedragsexperiment

Gedachte:

Als ik een vraag stel, vinden mensen mij dom.

Voorspelling vooraf:

Minstens drie mensen reageren zichtbaar afkeurend en mijn leidinggevende raakt geïrriteerd.

Experiment:

Ik stel tijdens de vergadering één normale inhoudelijke vraag.

Na afloop:

Wat gebeurde er daadwerkelijk?

Op deze manier behandel je de automatische gedachte als een toetsbare voorspelling.

Gedragsexperimenten behoren samen met gedachtenregistraties tot de klassieke gereedschappen van CGT. Experimenteel onderzoek laat zien dat zowel thought records, oftewel gestructureerde gedachtenregistraties, als gedragsexperimenten overtuigingen kunnen veranderen.5McManus, F., Van Doorn, K., & Yiend, J. (2012). Examining the effects of thought records and behavioral experiments in instigating belief change. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 43(1), 540–547. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21819813/

Bij angst sluit deze werkwijze aan bij exposure, waarbij vermijding en veiligheidsgedrag worden verminderd. Meer daarover staat bij behandeling en herstel bij psychische klachten.

Let op veiligheidsgedrag

Een gedragsexperiment kan zijn doel missen wanneer je jezelf tijdens de proef voortdurend beschermt.

Stel:

Gedachte: als ik zonder uitgebreide voorbereiding iets zeg, val ik door de mand.

Experiment: ik lever één bijdrage tijdens het werkoverleg.

Maar ondertussen:

  • je schrijft ieder woord vooraf uit;
  • je controleert de tekst vijftienmaal;
  • je kijkt niemand aan;
  • je praat zo zacht mogelijk;
  • je verontschuldigt je voortdurend.

Wanneer het vervolgens goed gaat, kun je denken:

Het ging alleen goed doordat ik mij zo extreem voorbereidde.

Het veiligheidsgedrag beschermt dan juist de oude overtuiging.

Dat mechanisme komt veel voor bij angst en vermijding. Zelfs een ogenschijnlijk klein angstprobleem, zoals poepangst, kan door controle, uitstel en vermijden allengs hardnekkiger worden.

Piekeren is iets anders dan gedachten onderzoeken

Wie veel piekert, kan denken dat hij zijn gedachten juist bijzonder zorgvuldig onderzoekt.

Maar piekeren klinkt doorgaans anders:

Waarom doe ik dit altijd?

Wat als het weer gebeurt?

Waarom kan ik niet normaal zijn?

Straks verlies ik alles.

En als dat gebeurt?

Dan…

Het denken draait rond zonder veel nieuwe informatie op te leveren.

Een 5G-schema probeert precies het tegenovergestelde. Je maakt de situatie concreet en onderzoekt één gedachte aan de hand van feiten.

Wanneer je twintig minuten verder bent en steeds nieuwe rampscenario’s hebt geproduceerd, ben je vermoedelijk niet meer aan het onderzoeken maar aan het malen.

Praktische technieken daarvoor staan bij stoppen met piekeren.

illustratie van een jonge man die gespannen over zijn boeken gebogen zit, met een warrige gedachtenwolk boven zijn hoofd, symbool voor piekeren en examenstress
Een jonge student die zich verliest in gedachten tijdens het studeren — herkenbaar beeld van examenstress en het eindeloze malen dat vaak meer energie kost dan het oplevert. / Bron: Martin Sulman

Automatische gedachten bij verschillende psychische klachten

Hetzelfde 5G-principe kan bij uiteenlopende klachten worden toegepast. De inhoud van de gedachten verschilt echter sterk.

Bij depressieve klachten

Gedachten richten zich vaak op tekortschieten, verlies of hopeloosheid:

  • Ik ben waardeloos.
  • Niemand zit op mij te wachten.
  • Het wordt toch niet beter.

Beck beschreef bij depressie een patroon van negatieve opvattingen over zichzelf, de wereld en de toekomst.6Beck, A. T. (2008). The evolution of the cognitive model of depression and its neurobiological correlates. American Journal of Psychiatry, 165(8), 969–977. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18628348/ Bij sommige depressies staat vooral verlies van plezier en beloning op de voorgrond. Dat verschijnsel heet anhedonie.

Bij angst

Automatische gedachten hebben vaak betrekking op dreiging:

  • Ik raak de controle kwijt.
  • Ik kan hier niet weg.
  • Ze zien dat ik nerveus ben.
  • Er gebeurt iets met mijn lichaam.

CGT behoort tot de goed onderzochte psychologische behandelingen voor verschillende angststoornissen.7Carpenter, J. K., Andrews, L. A., Witcraft, S. M., Powers, M. B., Smits, J. A. J., & Hofmann, S. G. (2018). Cognitive behavioral therapy for anxiety and related disorders: A meta-analysis of randomized placebo-controlled trials. Depression and Anxiety, 35(6), 502–514. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29451967/

Bij trauma

Na trauma kunnen gedachten draaien om actuele dreiging, schuld, schaamte of blijvende beschadiging:

  • Nergens ben ik veilig.
  • Ik had het moeten voorkomen.
  • Ik ben voorgoed veranderd.

Bij posttraumatische stress en traumagerelateerde klachten moet gedachtenonderzoek worden ingebed in passende diagnostiek en behandeling. Een 5G-formulier is geen vervanging voor traumatherapie.

Bij complexe PTSS kunnen bovendien hardnekkige overtuigingen over eigenwaarde, vertrouwen en relaties bestaan die dieper reiken dan één afzonderlijke automatische gedachte.

Wanneer gevoelens moeilijk te herkennen zijn

Soms weet je nauwelijks wat je voelde. Je weet alleen dat je hoofd vol zat, je buik gespannen was en je weg wilde.

Dat kan onder meer voorkomen bij alexithymie, waarbij het herkennen en benoemen van gevoelens moeilijker verloopt.

Een 5G-schema kan dan beginnen bij:

  • de concrete gebeurtenis;
  • lichamelijke reacties;
  • zichtbaar gedrag;
  • wat je wilde doen;
  • gedachten die je achteraf nog kunt reconstrueren.

Bij autisme

Ook bij autisme kunnen CGT-technieken bruikbaar zijn, bijvoorbeeld bij bijkomende angst of depressie. De aanpak moet soms concreter worden gemaakt, met minder abstracte vragen en meer aandacht voor sensorische belasting, informatieverwerking en echte sociale misverstanden.

Niet iedere gespannen reactie is immers een denkfout. Een omgeving kan daadwerkelijk onduidelijk, overprikkelend of onvoorspelbaar zijn.

Soms klopt de gedachte gewoon

Dit is een belangrijke correctie op een al te simpele toepassing van het 5G-schema.

Soms is iemand werkelijk onvriendelijk.

Soms functioneert een werkplek slecht.

Soms wordt een relatie onveilig.

Soms heb je daadwerkelijk een fout gemaakt.

Stel:

Gebeurtenis: mijn leidinggevende zegt letterlijk dat mijn functioneren onvoldoende is.

Gedachte: hij is ontevreden over mijn functioneren.

Daar valt weinig aan te herstructureren.

Een volgende gedachte kan wel onderzocht worden:

Dus ik zal nooit meer ergens goed functioneren.

Het 5G-schema is derhalve geen methode om ieder werkelijk probleem om te zetten in een “verkeerde gedachte”. Sociale omstandigheden, verlies, ziekte en relationele problemen bestaan werkelijk.

Goede psychische behandeling en herstelzorg houdt met die werkelijkheid rekening.

Wanneer steeds dezelfde gedachte terugkomt

Wanneer vergelijkbare automatische gedachten in zeer verschillende situaties optreden, kan er een diepere overtuiging onder liggen.

Op het werk:

Als ik een fout maak, zien ze dat ik incompetent ben.

In een relatie:

Als ik iets verkeerd zeg, raakt hij op mij uitgekeken.

Bij vrienden:

Als ik niet interessant genoeg ben, willen ze mij er niet bij.

Onder al die gedachten kan bijvoorbeeld liggen:

Ik ben niet goed genoeg.

Binnen CGT wordt zo’n bredere overtuiging vaak een kernopvatting genoemd.

Die kernopvatting beïnvloedt vervolgens hoe nieuwe gebeurtenissen worden geïnterpreteerd.

Dit raakt aan bredere ontwikkelingspatronen. Vroege relaties en leerervaringen kunnen verwachtingen over jezelf en anderen mede vormen. De hechtingstheorie van Bowlby biedt een ander perspectief op de ontwikkeling van zulke relationele verwachtingen, ofschoon hechtingspatronen en cognitieve kernopvattingen niet hetzelfde begrip zijn.

Het lichaam doet eveneens mee

Een 5G-schema kan ten onrechte suggereren dat alles altijd met een gedachte begint.

Dat hoeft niet.

Je kunt eerst hartkloppingen voelen en pas daarna denken:

Dit is niet goed.

Je kunt uitgeput zijn na weken slecht slapen en daardoor sneller een neutrale situatie als bedreigend interpreteren.

Je kunt lichamelijk gespannen zijn voordat je precies begrijpt wat je bezighoudt.

Het autonome zenuwstelsel regelt onder meer hartslag, ademhaling en tal van andere processen die grotendeels buiten bewuste aansturing verlopen. Bij spanning kunnen lichamelijke reacties en dreigingsinterpretaties elkaar versterken.

De HPA-as of stress-as is één van de biologische systemen die betrokken zijn bij de stressrespons.

Een psychologisch model zoals de 5 G’s moet daarom niet worden voorgesteld alsof gedachten de almachtige eerste oorzaak van alle spanning zijn.

Het proces werkt over en weer:

  • een gedachte kan lichamelijke spanning vergroten;
  • een lichamelijke sensatie kan een gedachte oproepen;
  • gedrag beïnvloedt beide;
  • de gevolgen van dat gedrag vormen weer nieuwe ervaringen.
Dit schema toont de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as), een neuro-endocrien regelmechanisme dat een belangrijke rol speelt bij de stressrespons. De hypothalamus produceert het hormoon CRH (corticotropin-releasing hormone). CRH stimuleert de adenohypofyse (het voorste deel van de hypofyse) om ACTH (adrenocorticotroop hormoon) af te geven. ACTH stimuleert de bijnierschors om corticosteroïden te produceren, zoals cortisol (CORT). Cortisol remt op zijn beurt de afgifte van CRH en ACTH (negatieve feedback), wat helpt om de cortisolproductie binnen de gewenste waarden te houden.
Hypothalamus-hypofyse-bijnier-as
CRH corticotropin-releasing hormone
ACTH corticotropine
CORT cortisol
Rode lijn: negatieve terugkoppeling / Bron: Wikimedia Commons

Wat wetenschappelijk onderzoek laat zien

CGT bestaat uit meer dan het veranderen van gedachten. Therapie kan onder meer bestaan uit psycho-educatie, gedragsverandering, exposure, probleemoplossing, gedachtenonderzoek en het oefenen van nieuwe vaardigheden.

Een omvangrijke reeks meta-analyses uit 2025 onderzocht cognitieve gedragstherapie bij verschillende psychische stoornissen bij volwassenen. De bevindingen ondersteunen de werkzaamheid van CGT bij verscheidene aandoeningen, ofschoon effectgroottes en zekerheid van bewijs per probleemgebied verschillen.8Cuijpers, P., et al. (2025). Cognitive behavior therapy for mental disorders in adults: A unified series of meta-analyses. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40238104/

Onderzoek naar het veranderingsproces laat tevens zien dat cognities en stemming elkaar wederzijds kunnen beïnvloeden. De werkelijkheid is dus ingewikkelder dan: eerst wordt één foute gedachte gecorrigeerd en vervolgens verbetert automatisch het gevoel.9Persons, J. B., Marker, C. D., & Bailey, E. N. (2023). Changes in affective and cognitive distortion symptoms of depression are reciprocally related during cognitive behavior therapy. Behaviour Research and Therapy, 164, 104313. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37270956/

Het 5G-schema is derhalve vooral een werkmodel. Het maakt een complex proces voldoende overzichtelijk om ermee aan de slag te kunnen.

Soortgelijk onderzoek naar automatische gedachten

Gedachtenregistraties

In Engelstalige CGT worden vaak thought records gebruikt. Dat zijn gedachtenregistraties waarin gebeurtenis, automatische gedachte, emotie, bewijs, alternatieve interpretatie en uitkomst systematisch worden vastgelegd.

McManus en collega’s onderzochten dergelijke gedachtenregistraties naast gedragsexperimenten. Beide methoden konden overtuigingen beïnvloeden.10McManus, F., Van Doorn, K., & Yiend, J. (2012). Examining the effects of thought records and behavioral experiments in instigating belief change. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 43(1), 540–547. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21819813/

Socratische vraagstelling

Vittorio en collega’s onderzochten hoe socratische vragen tijdens CGT samenhangen met cognitieve verandering. Hun bevindingen passen bij de gedachte dat gericht vragen stellen cliënten helpt om hun eigen aannames te onderzoeken.11Vittorio, L. N., Murphy, S. T., Braun, J. D., & Strunk, D. R. (2022). Using Socratic Questioning to promote cognitive change and achieve depressive symptom reduction: Evidence of cognitive change as a mediator. Behaviour Research and Therapy, 150, 104035. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35016095/

Digitale training en virtual reality

Nieuwere studies onderzoeken digitale en virtual-realitymethoden waarmee mensen automatische negatieve gedachten leren herkennen.

Een onderzoek uit 2024 vond voorlopige aanwijzingen dat een zelfgestuurde VR-training dit vermogen bij depressiegerelateerde negatieve gedachten kan ondersteunen.12Yang, B., et al. (2024). A virtual reality-based self-guided training on identification of negative automatic thoughts related to depression. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39664325/

Dergelijke resultaten zijn interessant, doch voorlopig. De klassieke uitgangspunten blijven herkenbaar: gedachten opmerken, nauwkeurig formuleren, onderzoeken en zo mogelijk in de praktijk toetsen.

Ervaringen met gedachtenonderzoek en CGT

Ervaringsverhalen over cognitieve gedragstherapie kunnen veel laten zien over hoe de behandeling wordt beleefd. Ze zijn echter geen bewijs voor werkzaamheid op zichzelf.

Kwalitatief onderzoek naar ervaringen met CGT bij angst en depressie beschrijft zowel positieve als moeilijke kanten. Deelnemers konden baat hebben bij het begrijpen en toepassen van cognitieve technieken, maar sommigen ervoeren de behandeling ook als veeleisend, ingewikkeld of te kort.13Yarwood, B., et al. (2024). User experiences of CBT for anxiety and depression: A qualitative systematic review and meta-synthesis. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37884830/

Vrij weergegeven kwam een herkenbare spanning naar voren: het leren analyseren van gedachten kan meer greep geven op patronen, terwijl het huiswerk en voortdurende zelfonderzoek juist inspanning vragen op een moment waarop energie schaars kan zijn.

Ook cliënten die online CGT voor depressie volgden, beschreven in kwalitatief onderzoek dat nieuwe kennis vooral betekenis kreeg wanneer zij deze in concrete dagelijkse situaties konden gebruiken.14Berg, M., et al. (2020). Clients’ experiences of internet-based cognitive behavioral therapy for depression with focus on knowledge gain and usage. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32912154/

Een ander onderzoek richtte zich op gezamenlijke formulering binnen CGT: therapeut en cliënt proberen samen te begrijpen hoe klachten, gedachten en gedrag met elkaar samenhangen. Cliënten konden zo’n formulering als verhelderend ervaren, maar de ervaring hing mede af van de manier waarop zij tot stand kwam.15Redhead, S., Johnstone, L., & Nightingale, J. (2015). Clients’ experiences of formulation in cognitive behaviour therapy. Psychology and Psychotherapy: Theory, Research and Practice, 88(4), 453–467. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25573018/

Een schema werkt derhalve het best wanneer je jezelf erin herkent. Het moet geen theoretisch model worden dat mechanisch over je ervaring wordt gelegd.

Wanneer het 5G-schema averechts kan werken

Een 5G-schema kan onbruikbaar worden wanneer je het perfectionistisch gaat invullen.

Dan verschijnt bijvoorbeeld een nieuwe automatische gedachte:

Ik moet precies de juiste gedachte vinden, anders doe ik deze oefening verkeerd.

Vervolgens zit je twintig minuten te twijfelen of je angst 65 of 70% bedroeg.

Dat is niet de bedoeling.

Het schema is een hulpmiddel, geen psychologisch examen.

Een andere valkuil is eindeloos analyseren. Vooral wanneer je gevoelig bent voor piekeren kan iedere gebeurtenis aanleiding worden voor nóg een formulier, nóg een verklaring en nóg een laag zelfonderzoek.

Gebruik het schema daarom vooral wanneer:

  • je reactie opvallend sterk was;
  • hetzelfde patroon regelmatig terugkeert;
  • je achteraf niet goed begrijpt waarom iets je zo raakte;
  • je bepaald gedrag steeds opnieuw wilt vermijden;
  • je een specifieke gedachte wilt toetsen.

Wanneer professionele hulp verstandiger is

Zelfstandig een 5G-schema invullen is doorgaans een laagdrempelige oefening, maar geen universele zelfbehandeling.

Professionele begeleiding is verstandig wanneer:

  • angst, somberheid of spanning wekenlang aanhoudt en je functioneren belemmert;
  • je vrijwel voortdurend situaties vermijdt;
  • herinneringen aan trauma je overspoelen;
  • gedachten sterk samenhangen met dwanghandelingen;
  • je nauwelijks meer kunt slapen of functioneren;
  • je moeite krijgt om te beoordelen wat werkelijk gebeurt;
  • je sterk wantrouwend, verward of ontregeld raakt;
  • je gedachten aan zelfbeschadiging of suïcide krijgt.

Bij complexere problematiek moet eerst duidelijk worden welk probleem wordt behandeld. Een 5G-schema kan onderdeel van behandeling zijn, maar vervangt diagnostiek niet.

Op de centrale pagina over behandeling en herstel bij psychische klachten staat uitgebreider beschreven wanneer huisarts, POH-GGZ, psycholoog of gespecialiseerde ggz in beeld kan komen.

Ook binnen gedragsinterventies buiten de reguliere behandelkamer wordt gewerkt met verbanden tussen situaties, denken en handelen. Dergelijke principes komen bijvoorbeeld terug bij de CoVa-training van de reclassering, BORG en i-Respect.

De context verschilt, maar het uitgangspunt is herkenbaar: verandering wordt eenvoudiger wanneer zichtbaar wordt wat er vóór het gedrag gebeurt.

Stappenplan: een automatische gedachte onderzoeken met het 5G-schema

  1. Kies één concrete gebeurtenis die kort geleden plaatsvond.
  2. Beschrijf alleen wat feitelijk waarneembaar gebeurde.
  3. Noteer welke gedachte op dat moment door je hoofd schoot.
  4. Benoem de belangrijkste emotie en geef haar een score van 0 tot 100.
  5. Schrijf op wat je vervolgens deed of juist vermeed.
  6. Noteer het gevolg op korte termijn.
  7. Kijk ook naar het gevolg op langere termijn.
  8. Kies de gedachte die het sterkst samenhangt met je emotionele reactie.
  9. Geef aan hoe sterk je die gedachte gelooft, van 0 tot 100.
  10. Noteer concrete feiten die de gedachte ondersteunen.
  11. Noteer feiten die minder goed bij de gedachte passen.
  12. Bedenk één of meer andere redelijke verklaringen.
  13. Formuleer een nauwkeuriger en evenwichtiger gedachte.
  14. Beoordeel opnieuw hoe sterk je de oorspronkelijke gedachte gelooft.
  15. Vraag of een klein gedragsexperiment meer duidelijkheid kan geven.

Je hoeft daarbij niet voortdurend met jezelf in debat.

Soms luidt de uitkomst eenvoudig:

Mijn oorspronkelijke gedachte was grotendeels juist.

Dan verschuift de vraag.

Niet:

Hoe moet ik anders denken?

Maar:

Wat wil ik hiermee doen?

Ook dat is waardevolle informatie.

Van ‘ik denk het’ naar ‘ik weet het nog niet’

De grootste winst van gedachtenonderzoek zit dikwijls niet in een spectaculaire nieuwe overtuiging.

Het begint kleiner.

Eerst denk je:

Hij wijst mij af.

Na enig onderzoek wordt dat:

Ik kreeg weinig reactie en interpreteerde dat als afwijzing.

Nog iets later:

Ik weet eigenlijk niet waarom hij zo reageerde.

Die laatste zin oogt misschien weinig indrukwekkend, maar er is iets wezenlijks veranderd. Een conclusie die eerst als feit vaststond, is weer een vraag geworden.

En een vraag laat ruimte voor informatie.

Precies daar krijgt het 5G-schema zijn scherpte. Het leert je niet dat je gedachten onbetrouwbaar zijn en evenmin dat onaangename gedachten moeten verdwijnen. Het leert iets soberders: een gedachte kan buitengewoon overtuigend voelen en toch een interpretatie blijven.

De beste vraag is daarom uiteindelijk niet:

Hoe krijg ik deze negatieve gedachte weg?

Maar:

Wat weet ik werkelijk, wat vul ik zelf in, en wat gebeurt er wanneer ik mijn conclusie aan de werkelijkheid toets?

Lees verder

Verdiep je verder in het 5G-schema, gedachtenonderzoek, emoties, piekeren en cognitieve behandelmethoden.

Hoofdartikel 5G 5G-schema: gebeurtenis, gedachten, gevoelens, gedrag en gevolg De complete uitleg van de vijf G’s en de samenhang tussen denken, voelen en doen. 5G praktisch 5G-schema invullen: stappenplan en voorbeelden Leer hoe je een concrete situatie stap voor stap omzet in een bruikbaar 5G-schema. 5G voorbeelden 5G-schema voorbeelden bij angst, somberheid en stress Uitgewerkte voorbeelden laten zien hoe dezelfde vijf G’s er bij verschillende klachten uitzien. CGT en RET Behandeling en herstel bij psychische klachten Over cognitieve gedragstherapie, RET, exposure en andere behandelvormen die denken en gedrag onderzoeken. Denkpatronen Stoppen met piekeren: praktische technieken met wetenschappelijke onderbouwing Het verschil tussen gericht gedachtenonderzoek en eindeloos rondmalen in dezelfde zorgen. Gevoelens Emoties en stemming: gevoelens herkennen en begrijpen Helpt om de G van Gedachten en de G van Gevoel beter van elkaar te onderscheiden. Spanning meten SUD-schaal: betekenis en uitleg Geef angst of spanning een score en vergelijk hoe sterk een reactie vóór en na gedachtenonderzoek is. Angst en stress Stress, angst en trauma: klachten herkennen en passende hulp vinden Over dreigingsgedachten, vermijding, veiligheidsgedrag en de wisselwerking tussen denken en spanning. Emoties herkennen Alexithymie: moeite met gevoelens herkennen en benoemen Relevant wanneer je lichamelijke spanning merkt, maar moeilijk kunt bepalen welk gevoel daarbij hoort.

Disclaimer, bronnen en reacties en ervaringen

Disclaimer

Deze pagina biedt algemene publieksinformatie over automatische gedachten, cognitieve gedragstherapie (CGT), cognitieve herstructurering en het gebruik van het 5G-schema. Het schema kan helpen om de samenhang tussen een gebeurtenis, gedachten, gevoelens, gedrag en gevolgen beter te begrijpen, maar het is geen diagnostisch instrument en vervangt geen persoonlijk onderzoek, diagnose of behandeling door een huisarts, psycholoog, psychotherapeut, psychiater of andere bevoegde zorgverlener.

Niet iedere negatieve of angstige gedachte is een denkfout. Soms is een onaangename conclusie geheel of gedeeltelijk terecht en vraagt de situatie vooral om praktisch handelen, grenzen stellen, probleemoplossing of professionele hulp. Bij ernstige of langdurige somberheid, angst, dwang, traumaklachten, sterke ontregeling of problemen waardoor je dagelijks functioneren duidelijk vermindert, is het verstandig professionele hulp te zoeken. Neem bij gedachten aan zelfbeschadiging of suïcide, of wanneer er acuut gevaar bestaat, direct contact op met passende medische of spoedeisende hulp.

Geraadpleegde bronnen

  1. Beck, A. T. (2008). The evolution of the cognitive model of depression and its neurobiological correlates. American Journal of Psychiatry, 165(8), 969–977. DOI.
  2. Berg, M., Malmquist, A., Rozental, A., Topooco, N., & Andersson, G. (2020). Knowledge gain and usage of knowledge learned during internet-based CBT treatment for adolescent depression: A qualitative study. BMC Psychiatry, 20, 441. DOI.
  3. Carpenter, J. K., Andrews, L. A., Witcraft, S. M., Powers, M. B., Smits, J. A. J., & Hofmann, S. G. (2018). Cognitive behavioral therapy for anxiety and related disorders: A meta-analysis of randomized placebo-controlled trials. Depression and Anxiety, 35(6), 502–514. DOI.
  4. Cuijpers, P., Harrer, M., Miguel, C., Ciharova, M., Papola, D., Basic, D., Botella, C., Cristea, I. A., de Ponti, N., Donker, T., Driessen, E., Franco, P., Gómez Gómez, I., Hamblen, J., Jiménez Orenga, N., Karyotaki, E., Keshen, A., Linardon, J., Motrico, E., Matbouriahi, M., Panagiotopoulou, O. M., Pfund, R. A., Plessen, C. Y., Riper, H., Schnurr, P. P., Sijbrandij, M., Toffolo, M. B. J., Tong, L., van Ballegooijen, W., van der Ven, E., van Straten, A., Wang, Y., & Furukawa, T. A. (2025). Cognitive behavior therapy for mental disorders in adults: A unified series of meta-analyses. JAMA Psychiatry, 82(6), 563–571. DOI.
  5. McManus, F., Van Doorn, K., & Yiend, J. (2012). Examining the effects of thought records and behavioral experiments in instigating belief change. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 43(1), 540–547. DOI.
  6. Persons, J. B., Marker, C. D., & Bailey, E. N. (2023). Changes in affective and cognitive distortion symptoms of depression are reciprocally related during cognitive behavior therapy. Behaviour Research and Therapy, 166, 104338. DOI.
  7. Redhead, S., Johnstone, L., & Nightingale, J. (2015). Clients’ experiences of formulation in cognitive behaviour therapy. Psychology and Psychotherapy: Theory, Research and Practice, 88(4), 453–467. DOI.
  8. Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt). (2023, 21 september). Cognitieve herstructurering. VGCt Kennisnet.
  9. Vittorio, L. N., Murphy, S. T., Braun, J. D., & Strunk, D. R. (2022). Using Socratic Questioning to promote cognitive change and achieve depressive symptom reduction: Evidence of cognitive change as a mediator. Behaviour Research and Therapy, 150, 104035. DOI.
  10. Yang, B., Liao, C., Yang, Y., Shi, B., Zhang, C., & Li, C. (2024). A virtual reality-based self-guided training on identification of negative automatic thoughts in healthy adults: A mixed-methods feasibility study. Frontiers in Psychiatry, 15, 1479207. DOI.
  11. Yarwood, B., Taylor, R., & Angelakis, I. (2024). User experiences of CBT for anxiety and depression: A qualitative systematic review and meta-synthesis. Community Mental Health Journal, 60(4), 662–671. DOI.

Reacties en ervaringen

Heb je ervaring met het 5G-schema, automatische gedachten, cognitieve gedragstherapie of het onderzoeken van hardnekkige denkpatronen? Je reactie is welkom. Beschrijf bijvoorbeeld welke gedachte steeds terugkwam, hoe je die leerde herkennen, of het invullen van een G-schema je hielp en wat je in de praktijk lastig of juist nuttig vond. Vermeld geen herleidbare persoonsgegevens van jezelf, behandelaren of andere cliënten.

Ervaringen van lezers kunnen herkenning en praktische inzichten bieden, maar zijn geen vervanging voor professionele diagnostiek of behandeling. Wat voor de ene persoon goed werkt, hoeft voor een ander niet passend te zijn. Plaatsing van reacties kan enige tijd duren, omdat berichten eerst worden gecontroleerd op spam, privacygevoelige informatie, gevaarlijke gezondheidsadviezen en onnodig grievende inhoud.

Verder lezen
Ook uit Psyche en gedrag

Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.