Een cherub, in het meervoud bekend als cherubijnen, is een engelachtige figuur die herhaaldelijk in de Bijbel opduikt. De Cherubijnen zijn engelachtige wezens die geassocieerd worden met de aanbidding en lofprijzing van God. Hun aanvankelijke verantwoordelijkheid was het beschermen van de Hof van Eden, zoals vermeld staat in het boek Genesis.

Een cherub volgens de traditioneel-christelijke iconografie
Een cherub volgens de traditioneel-christelijke iconografie / Bron: Wikimedia Commons

Wat is de betekenis van cherub?

Cherubs en engelen

Cherubijnen, cherubs of cherubim zijn hemelwezens, die onderscheiden moeten worden van engelen. Engelen worden, zo lezen we in de Bijbel, tot de dienst van God uitgezonden, terwijl we de cherubs vooral aantreffen waar God Zelf is, daar waar zijn heerlijkheid zich openbaart. Engelen zijn in het Oude Testament ongevleugelde wezens die de gestalte van een mens aannemen. Cherubs zijn daarentegen hemelwezens die van vleugels zijn voorzien, omdat zij dragers van God zijn als God persoonlijk op aarde verschijnt (Psalmen 18:11; Ezechiël 11:22; vgl. 1:19vv; 10:16vv). Ze staan in verband met Gods troon (Numeri 7:89; 1 Samuel 4:4; Psalmen 80:2; 2 Samuel 22:11). Het woord cherub betekent vermoedelijk ‘bewaker’ (vergelijk genesis 3:24) en/of drager.

Cherub en serafijn

Het belangrijkste onderscheid tussen de hemelse wezens die bekend staan als cherubs en serafijnen is hun vorm: cherubs hebben vier gezichten en vier vleugels, terwijl serafijnen zes vleugels hebben. In de Bijbel is het centrale doel van zowel de cherubs als de serafijnen om op de troon te zitten en God te dienen. Een serafijn is een engel van de hoogste rang, die in Gods nabijheid lofliederen zingt.

Cherubijnen komen voor in verschillende boeken van de Bijbel, waaronder Genesis, Ezechiël, Koningen en Openbaring. Serafijnen komen alleen voor in het boek Jesaja (14:29 en 30:6). Hun naam betekent ‘vurige vliegende slangen’. Serafijnen gebruiken twee van hun vleugels om te vliegen.

Het beschermen van de Hof van Eden

De Cherubijnen worden in de Bijbel voor het eerst vermeld in Genesis 3:24:

“En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.”

God had de mens weggejaagd uit de tuin van Eden, nadat hij had gegeten van de verboden boom en ondanks dat God dat nadrukkelijk verboden had. Nu wilde God voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Hij plaatst daarom twee cherubs met een vlammend zwaard om de weg te versperren tot het paradijs.

Satan was een cherub

Voordat Satan rebelleerde tegen God, was hij een cherub:

“Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus, en zeg tegen hem: Zo zegt de Heere HEERE: U, toonbeeld van volkomenheid, vol wijsheid en volmaakt van schoonheid, u was in Eden, de hof van God. Allerlei edelgesteente was uw sieraad: robijn, topaas en diamant, turkoois, onyx en jaspis, saffier, smaragd, beril en goud. Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten was bij u. Op de dag dat u geschapen werd, waren ze gereed. U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen. Volmaakt was u in uw wegen, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er ongerechtigheid in u gevonden werd.” (Ezechiël 28:12-15 HSV)

Tabernakel en tempel

De tabernakel en de tempel, samen met hun attributen zoals de ark, bevatte veel voorstellingen van cherubijnen (Exodus 25:17-22; 26:1, 31; 36:8; 1 Koningen 6:23-35; 7:29-36; 8:6-7 ; 1 Kronieken 28:18, 2 Kronieken 3:7-14; 2 Kronieken 3:10-13; 5:7-8; Hebreeën 9:5).

Visioen in Ezechiël

Hoofdstukken 1 en 10 van het boek Ezechiël beschrijven een visioen met een viertal wezens, met elk vier gezichten en vier vleugels. Hun gezichten leken van voren op het gezicht van een mens en van rechts op de muil van een leeuw, van links op de kop van een stier en van achteren op de bek van een adelaar (Ezechiël 1:10; ook 10:14).

Beeld in Openbaring

Het beeld in Openbaring 4:6-9 lijkt ook cherubs te beschrijven. Ze loven en prijzen God.

En vóór de troon was een glazen zee, als kristal. En in het midden van de troon en om de troon heen waren vier dieren, vol ogen van voren en van achteren. En het eerste dier leek op een leeuw, het tweede dier leek op een kalf, het derde dier had het gezicht als van een mens, en het vierde dier leek op een vliegende arend. En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels rondom, en van binnen waren die vol ogen. Ze hadden geen rust en zeiden dag en nacht: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt! En telkens wanneer de dieren heerlijkheid, eer en dank brachten aan Hem Die op de troon zat en Die leeft in alle eeuwigheid.

De Cherubijnen hebben tot doel om de heiligheid en de macht van God te accentueren. Cherubs, die veel in Gods nabijheid verkeren, lijken iets van Gods karakter uit te stralen.

Last Updated on 17 december 2021 by M.G. Sulman

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *