Syndroom van Pitt-Hopkins: symptomen en behandeling

Last Updated on 2 oktober 2023 by M.G. Sulman

Het Pitt-Hopkins syndroom (PTHS) is een zeldzame genetische aandoening die wordt gekenmerkt door ontwikkelingsachterstand, bepaalde kenmerken in het gezicht (zoals afwijkingen aan de ogen), achterblijvende groei, onregelmatige ademhaling, vertraagde lichamelijke ontwikkeling en epilepsie. Het is geassocieerd met een afwijking binnen chromosoom 18, die leidt tot onvoldoende expressie van het TCF4-gen. Onder mensen met PTHS zijn er hoge percentages zelfverwonding en agressief gedrag, meestal gerelateerd aan autisme en stoornissen in de sensorische informatieverwerking.

Syndroom van Pitt-Hopkins / Bron: Wikimedia Commons

Wat is het Pitt-Hopkins syndroom?

Bij het Pitt-Hopkins syndroom is er sprake van een aangeboren ontwikkelingsstoornis die ontstaat voor de geboorte van een kind. Deze stoornis is voornamelijk van invloed op de hersenen en het zenuwstelsel. Het wordt veroorzaakt door veranderingen in een specifiek gen.

Vóórkomen

Naar schatting komt het Pitt-Hopkins syndroom voor bij 1:11.000 tot 1:41.000 mensen.

Naamgeving

Het syndroom is genoemd naar de australische kinderartsen Dr D. Pitt en Dr Ian James Hopkins. Zij beschreven de aandoening in 1978 in de medische literatuur.1Pitt D, Hopkins I (September 1978). “A syndrome of mental retardation, wide mouth and intermittent overbreathing”. Australian Paediatric Journal. 14 (3): 182–4. doi:10.1111/jpc.1978.14.3.182. PMID 728011. S2CID 45629810.

Symptomen van het Pitt-Hopkins syndroom

De meeste mensen met het Pitt-Hopkins syndroom vertonen de volgende kenmerken:

  • Opvallende Gezichtskenmerken:
    • Brede neusrug met een bolle punt
    • Brede mond
    • Filtrum (dat is de verticale sleuf in de bovenlip) met de vorm van een boog (zogeheten ‘cupido boog’)
    • Opvallende oren
    • Platvoeten
    • Tenen die elkaar overlappen (overlappende tenen)
    • Voetkussentjes (fetal pads)
    • Korte gestalte
  • Verstandelijke Beperking: De meerderheid van de getroffen individuen leert niet praten en heeft een verstandelijke beperking.
  • Ademhalingsproblemen: Veelal ervaren ze ademhalingsproblemen, waarbij ze vaak te snel ademhalen en vervolgens een tijdje stoppen met ademen.

De genoemde ademhalingsproblemen worden gekenmerkt door episoden van snelle ademhaling (hyperventilatie), gevolgd door perioden waarin de ademhaling vertraagt of stopt (apneu). Deze episoden kunnen een tekort aan zuurstof in het bloed veroorzaken, wat leidt tot een blauwachtig uiterlijk van de huid of lippen (cyanose). In sommige gevallen kan het gebrek aan zuurstof bewustzijnsverlies veroorzaken. Sommige oudere personen met het Pitt-Hopkins-syndroom ontwikkelen verwijde en afgeronde toppen van de vingers en tenen (trommelstokvingers of horlogeglasnagels) als gevolg van terugkerende episoden van verminderde zuurstof in het bloed.

Trommelstokvingers
Trommelstokvingers / Bron: Wikimedia Commons

Daarnaast kunnen de volgende kenmerken voorkomen:

  • Bijziendheid
  • Problemen met de stoelgang (moeite met poepen / obstipatie)
  • Scoliose (een zijdelingse kromming van de wervelkolom)
  • Opvallende kenmerken aan de handen, zoals dunne vingers en bijzondere lijnen aan de binnenkant van de handen
  • Wankel lopen
  • Epileptische aanvallen komen vaak voor bij mensen met het Pitt-Hopkins syndroom.

Niet iedereen met PTHS heeft alle genoemde kenmerken. De symptomen variëren van persoon tot persoon.

Oorzaak van het Pitt-Hopkins syndroom

Het Pitt-Hopkins syndroom wordt veroorzaakt door een mutatie in het TCF4-gen. Dit gen maakt een eiwit aan dat een transcriptiefactor is. Dit betreft een eiwit dat zich bindt aan de promotor van een gen. Het eiwit is nodig ten behoeve van verschillende ontwikkelingsprocessen van het lichaam. Het TCF4-gen wordt vooral tot expressie gebracht in de vroege stadia van de menselijke ontwikkeling en het wordt aangetroffen in het centrale zenuwstelsel.

In gevallen waarbij een mutatie in TCF4 ziekte veroorzaakt, is het Pitt-Hopkins syndroom bijna altijd het gevolg van een nieuwe (sporadische of de novo) mutatie. Dit betekent dat in bijna alle gevallen de genmutatie optreedt op het moment van de vorming van de eicel of zaadcel voor dat specifieke kind. De stoornis wordt meestal niet geërfd van een gezonde ouder.

Als de mutatie wel wordt doorgegeven van een getroffen individu aan een kind, dan vindt dit in de meeste gevallen autosomaal dominant plaats. Dit betekent dat slechts één kopie van een abnormaal gen nodig is voor het optreden van het syndroom. Het abnormale gen kan worden geërfd van een van beide ouders of kan het resultaat zijn van een nieuwe mutatie bij het getroffen individu. Het risico van overdracht van het abnormale gen van een getroffen ouder op het nageslacht is 50% bij elke zwangerschap, ongeacht het geslacht van het resulterende kind.

Autosomaal dominant
Autosomaal dominant / Bron Wikimedia Commons

Onderzoek en diagnos

Op basis van de symptomen en zichtbare tekenen kan de arts vermoeden dat er sprake is van het Pitt-Hopkins syndroom. Teneinde de diagnose te bevestigen, wordt DNA-onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek omvat genetische testen die gericht zijn op het identificeren van veranderingen of mutaties in het TCF4-gen. Het bevestigen van deze genetische mutatie is essentieel voor een definitieve diagnose van Pitt-Hopkins syndroom.

Behandeling van het Pitt-Hopkins Syndroom

De behandeling van het Pitt-Hopkins syndroom richt zich op de specifieke symptomen. Vaak buigt een team van specialisten, zoals kinderneurologen, gastro-enterologen, oogartsen, longartsen, logopedisten, psychologen en anderen, zich over de behandeling. Dit multidisciplinaire team zorgt voor een behandelplan op maat. Genetische counseling en psychosociale ondersteuning voor de familie maken onderdeel uit van het behandelplan.

Na de diagnose is een beoordeling van de ontwikkeling van het kind nodig op de verschillende gebieden, gevolgd door ergotherapie, fysiotherapie, spraaktherapie en voedingstherapie. Periodieke herbeoordelingen en aanpassingen zijn noodzakelijk.

Voor spraakproblemen kan vroeg gebruik van communicatiehulpmiddelen helpen. Gedragstherapie en medicatie kunnen worden overwogen. Obstipatie kan worden behandeld met een vezelrijk dieet en/of laxeermiddelen. Voor ademhalingsproblemen is overleg met een longarts nodig. Epileptische aanvallen worden vaak onder controle gebracht met anti-epileptica. Oogonderzoek en een bril kunnen nodig zijn. Soms is een operatie voor scheelzien vereist.

Reacties en ervaringen

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt bijvoorbeeld je ervaringen delen over het Pitt-Hopkins syndroom, of tips geven. Wij stellen reacties zeer op prijs. Reacties worden niet automatisch (direct) gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie gelezen zijn. Dit om ‘spam’ of anderszins ongewenste c.q. ongepaste reacties eruit te filteren. Daar kunnen soms enige uren overheen gaan