Laatst bijgewerkt op 1 augustus 2026 door M.G. Sulman
De Vrije Evangelische Gemeente Groningen was gedurende een groot deel van de twintigste eeuw een herkenbare protestantse geloofsgemeenschap in de stad. Vanuit het Ommelanderhuis aan de Schoolstraat organiseerde zij kerkdiensten, Bijbellezingen, zondagsschool, conferenties en uiteenlopende gemeenteactiviteiten. De gemeente wortelde in de negentiende-eeuwse vrije evangelische beweging, waarin plaatselijke zelfstandigheid, persoonlijk geloof, Schriftgezag en evangelisatie zwaar wogen. Haar geschiedenis verliep evenwel niet zonder spanningen. Er waren perioden van groei en onderlinge verbondenheid, maar ook conflicten, ledenverlies en uiteindelijk een breuk met de landelijke Bond in 1988. Daarmee hield de plaatselijke gemeenschap niet op te bestaan. Onder een iets gewijzigde naam ging zij nog jaren zelfstandig verder, eerst aan de Schoolstraat en later in Helpman.
De Vrije Evangelische Gemeente Groningen was een protestantse geloofsgemeenschap die waarschijnlijk omstreeks 1926 ontstond en jarenlang samenkwam in het Ommelanderhuis aan Schoolstraat 13. De gemeente legde nadruk op het gezag van de Bijbel, persoonlijke geloofsbelijdenis, evangelisatie en de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente.
In het gebouw werden kerkdiensten, conferenties, Bijbellezingen, zondagsschool en gemeenteactiviteiten gehouden. In 1988 trad de gemeente uit de landelijke Bond van Vrije Evangelische Gemeenten, maar zij verdween toen niet. Als Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen bleef zij zelfstandig voortbestaan en kocht zij in 1993 een kerkgebouw in Helpman.
- De gemeente bestond uiterlijk in 1929 en was vermoedelijk sinds 1930 aangesloten bij de landelijke Bond.
- Schoolstraat 13 was tientallen jaren het vaste adres voor erediensten, kinderwerk en onderlinge ontmoeting.
- Na het uittreden uit de Bond in 1988 bleef de plaatselijke gemeenschap nog minstens tot in de jaren 2000 aantoonbaar actief.
De vrije evangelische beweging in Nederland
Wat betekende ‘vrij evangelisch’?
De naam Vrije Evangelische Gemeente roept gemakkelijk verkeerde associaties op. Het woord vrij betekende niet dat de christelijke leer vrijblijvend werd opgevat, alsof iedere bezoeker zelf mocht uitmaken wat waar was. Het verwees in de eerste plaats naar de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente.
Zo’n gemeente wilde niet van bovenaf worden bestuurd door een bisschop, een landelijke synode of de overheid. Zij koos haar eigen ambtsdragers, beheerde haar eigen financiën en droeg zelf verantwoordelijkheid voor prediking, pastoraat en gemeenteleven. In kerkelijke taal heet dat gemeentelijke autonomie: de plaatselijke gemeente bezit een eigen verantwoordelijkheid en is niet slechts een afdeling van een landelijke organisatie.
Die zelfstandigheid stond nochtans niet gelijk aan onafhankelijkheid van Christus of Zijn Woord. Een gemeente is volgens het Nieuwe Testament geen vereniging die haar eigen waarheid produceert. Paulus noemt de gemeente in 1 Timotheüs 3:15 het huis van God en de zuil en het fundament van de waarheid. Dat betekent niet dat de kerk de waarheid verzint. Zij ontvangt haar en heeft haar te bewaren, te belijden en door te geven.
De uiteindelijke norm ligt derhalve buiten de gemeente. Zij ligt in Gods openbaring, dat wil zeggen: in datgene wat God Zelf over Zichzelf, de mens, de zonde en de verlossing bekendmaakt. Wie zich verder in dit uitgangspunt wil verdiepen, kan lezen waarom de Bijbel betrouwbaar blijft, ofschoon zij door mensen is geschreven.
Plaatselijke vrijheid heeft dus grenzen. Een kerkenraad mag niet onder het mom van autonomie de inhoud van het evangelie aanpassen. Evenmin mag een landelijk kerkverband zich gedragen alsof het eigenaar van de gemeente is. De spanning tussen plaatselijke verantwoordelijkheid en kerkelijke verbondenheid liep als een rode draad door de geschiedenis van de Vrije Evangelische Gemeenten. In Groningen zou die spanning in de jaren tachtig zeer concreet worden.
Wortels in Réveil, evangelisatie en kerkelijke onvrede
De vrije evangelische beweging ontstond niet op één dag en evenmin uit het werk van één stichter. Haar wortels lagen in verschillende negentiende-eeuwse opwekkingsbewegingen. Het Franse woord Réveil betekent ontwaken. Het werd gebruikt voor een geestelijke herleving waarin opnieuw nadruk werd gelegd op persoonlijk geloof, bekering, gebed, zending en gehoorzaamheid aan de Schrift.
Binnen de Nederlandse Hervormde Kerk bestond in de negentiende eeuw groeiende onvrede. De overheid oefende nog aanzienlijke invloed uit op kerkelijke aangelegenheden. Tegelijkertijd won de vrijzinnige theologie terrein. Vrijzinnigheid is een brede richting waarin traditionele leerstukken, zoals de godheid van Christus, Zijn plaatsvervangend sterven, de lichamelijke opstanding en het gezag van de Schrift, niet steeds als objectieve en bindende waarheid werden aanvaard.
Voor veel orthodoxe gelovigen ging het hier niet om een verschil in smaak. Wanneer Christus slechts een inspirerende leraar wordt en Zijn verzoenend sterven verdwijnt, verandert het hart van het evangelie. Verzoening betekent dat Christus door Zijn offer de schuld van zondaren draagt en de verbroken verhouding met God herstelt. Zonder werkelijke schuld is verzoening overbodig. Zonder het plaatsvervangende werk van Christus blijft zij leeg.
Predikers en evangelisten als Huibert Jacobus Budding, Jan de Liefde, Hermanus Willem Witteveen en de broers Arend en Marinus Mooij zochten daarom naar vormen van kerkelijk leven waarin de Schrift, persoonlijke geloofsbelijdenis en evangelisatie meer ruimte kregen. Zij waren het onderling niet over alles eens. Er bestonden verschillen over de doop, het ambt en de vraag of afzonderlijke gemeenten buiten de bestaande kerk moesten worden gevormd.
De vrije evangelische beweging ontstond derhalve allengs. Eerst waren er evangelisaties, huissamenkomsten, Bijbellezingen en kringen. Op sommige plaatsen groeiden deze uit tot zelfstandige gemeenten. Het was minder een strak ontworpen kerkverband dan een verzameling plaatselijke initiatieven die elkaar gaandeweg vonden.1Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, ‘Onze geschiedenis’, geraadpleegd in juli 2026.
De Bond van Vrije Christelijke Gemeenten
Op 14 en 15 september 1881 kwamen vertegenwoordigers van vijf gemeenten in Franeker bijeen. Zij verenigden zich in de Bond van Vrije Christelijke Gemeenten in Nederland. De beginselen van dit verband werden later nader uitgewerkt en op 30 januari 1885 vastgesteld.2Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, ‘Beginselen’, vastgesteld te Franeker op 14 en 15 september 1881 en 30 januari 1885.
De Bond was geen synode die zelfstandig wetten kon opleggen. Het landelijke comité moest de aangesloten gemeenten dienen, adviseren en helpen bij gezamenlijke werkzaamheden. De plaatselijke gemeenten bleven verantwoordelijk voor hun eigen kerkelijk leven.
In de oorspronkelijke beginselen klinkt een sterke afkeer door van louter uitwendig kerk-zijn. De opstellers verklaarden zelfs liever gemeenten te zien verdwijnen dan dat zij formeel bleven bestaan en intussen plaatsen van ongeloof en Christusverloochening werden. Dat is een scherpe formulering. Zij laat zien dat men kerkelijk voortbestaan niet als hoogste doel beschouwde. Een gemeente bezit geen bestaansrecht omdat er een gebouw, bestuur en ledenlijst is. Haar raison d’être, haar bestaansreden, ligt in het belijden en dienen van Christus.
Dat uitgangspunt sluit aan bij Openbaring 2 en 3. Daar spreekt Christus plaatselijke gemeenten aan op hun leer, liefde, volharding en levenswandel. Hij prijst wat goed is, ontmaskert wat verkeerd gaat en waarschuwt dat een gemeente haar kandelaar kan verliezen. De kerk wordt niet beschermd door haar naam of ouderdom. Zij leeft bij het Woord van haar Koning.
Van ‘Vrije Christelijke’ naar ‘Vrije Evangelische’
In 1923 werd de naam gewijzigd in Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland. Het woord evangelisch maakte duidelijker waarop men de nadruk wilde leggen: de verkondiging van het evangelie, persoonlijk geloof in Christus, zending en een actief gemeenteleven.
Het evangelie is in de Schrift geen algemene boodschap dat God liefde is en ieder mens uiteindelijk wel terechtkomt. Paulus vat het in 1 Korinthe 15 samen rond het sterven van Christus voor de zonden, Zijn begrafenis en Zijn opstanding op de derde dag. Het betreft een historische boodschap met een theologische betekenis.
Daarbij hoort de rechtvaardiging: Gods rechterlijke uitspraak waarbij een schuldige zondaar, op grond van Christus’ gerechtigheid, wordt vrijgesproken. Deze vrijspraak wordt niet verdiend door goede werken, kerkbezoek of morele vooruitgang. Zij wordt door het geloof ontvangen. Meer hierover lees je in Sola fide: rechtvaardiging door geloof alleen.
Evangelisatie was daarom geen kerkelijke reclamecampagne. Zij kwam voort uit de overtuiging dat mensen het evangelie werkelijk nodig hebben. Dat God zondaren roept en redt, maakte de verkondiging niet overbodig. Het gaf haar juist grond en verwachting. De verhouding tussen Gods verkiezend handelen en de opdracht tot verkondiging wordt nader uitgewerkt in Evangelisatie en uitverkiezing.
De Vrije Evangelische Gemeenten stonden theologisch gezien dicht bij verschillende delen van het orthodoxe protestantisme, doch hadden een herkenbaar eigen profiel. Zij legden nadruk op de plaatselijke gemeente als gemeenschap van belijdende gelovigen. Lidmaatschap hoorde meer te zijn dan een gevolg van geboorte, familiegewoonte of burgerlijke registratie.
Tegelijkertijd is de zichtbare gemeente nooit een verzameling volmaakte christenen. Het Nieuwe Testament spreekt over heiliging, de voortgaande vernieuwing van het leven door Gods Geest. Een gelovige is in Christus geheiligd en wordt tegelijk geroepen tot een heilige levenswandel. Dat proces blijft in dit leven onvolkomen. De gemeente bestaat uit mensen die van genade moeten leven en elkaar dikwijls juist daarin nodig hebben.
Het ontstaan van de Groninger gemeente
Waarschijnlijk gesticht in 1926
De precieze oprichtingsdatum van de Vrije Evangelische Gemeente Groningen is nog niet met een oprichtingsakte, volledig notulenboek of eerste ledenregister vastgesteld.
In de inventaris van de historische verzameling van J.H. Karelse staat bij Groningen de aanduiding 1926/1930. Het eerste jaartal lijkt te verwijzen naar het ontstaan van de plaatselijke gemeente. Het tweede duidt vermoedelijk op haar aansluiting bij de landelijke Bond.3M.J. Aalders en L. Mietus, Inventaris van de verzameling J.H. Karelse betreffende de geschiedenis van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, dossier 168, Groningen 1926/1930, 2023.
De voorzichtigste reconstructie luidt derhalve dat de gemeente omstreeks 1926 werd gevormd en in 1930 tot de Bond toetrad.
Daarmee is nog niet gezegd dat er vóór 1926 niets bestond. Vrije gemeenten ontstonden dikwijls geleidelijk. Een kleine groep begon met Bijbellezingen of huissamenkomsten. Vervolgens kwamen er geregelde zondagse bijeenkomsten, werd een bestuur gevormd en ontstond behoefte aan een officiële kerkelijke positie.
Je moet een kerkelijke stichting dus niet te veel voorstellen als het openen van een onderneming op een nauwkeurig geregistreerde datum. Gemeentevorming is een sociaal en geestelijk proces. Mensen komen bijeen rond de Schrift, erkennen leiding, dragen financieel bij en gaan samen verantwoordelijkheid nemen. Pas later krijgt dit zijn formele beslag.
De eerste aangetroffen conferentiedag
De oudste concrete krantenvermelding die tot dusver is gevonden, dateert van 2 mei 1929. Het Nieuwsblad van het Noorden berichtte dat de Vrije Evangelische Gemeente te Groningen de vorige dag haar eerste conferentiedag had gehouden. Er waren bijeenkomsten om drie uur in de middag en acht uur in de avond.4Nieuwsblad van het Noorden, 2 mei 1929, p. 10, bericht over de eerste conferentiedag van de Vrije Evangelische Gemeente te Groningen.
De woorden ‘eerste conferentiedag’ betekenen waarschijnlijk dat het om de eerste bijeenkomst van dit type ging. Zij bewijzen niet dat de gemeente op 1 mei 1929 haar allereerste samenkomst hield.
Een conferentie was in deze kring geen zakelijk congres. Gewoonlijk ging het om een dag of middag met verscheidene Bijbeltoespraken, zang, gebed en ontmoeting. Soms werd één onderwerp door meerdere sprekers behandeld. Dergelijke bijeenkomsten trokken tevens bezoekers van buiten de eigen gemeente.
De advertentie toont in ieder geval dat er uiterlijk in het voorjaar van 1929 een herkenbare organisatie bestond die onder de naam Vrije Evangelische Gemeente openbare bijeenkomsten hield. Een losse huiskring zou zich doorgaans niet op deze wijze in de stedelijke krant presenteren.
Schoolstraat 13 en het Ommelanderhuis
Een eeuwenoud gebouw krijgt een kerkelijke bestemming
De gemeente raakte voor lange tijd verbonden met Schoolstraat 13. Dit pand stond bekend als het Ommelanderhuis. Het gebouw had reeds een lange geschiedenis voordat de Vrije Evangelische Gemeente er bijeenkwam.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschrijft Schoolstraat 13 als een monumentaal pand met een brede gevel en een halfrond uitgebouwde traptoren. Het gebouw bevat onderdelen uit verschillende bouwperioden. Na een brand in 1960 werden gedeelten hersteld, waaronder delen van de vensterindeling.5Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, monumentbeschrijving Schoolstraat 13 te Groningen, rijksmonumentnummer 18675.
Voor een architectuurhistoricus is het Ommelanderhuis een gelaagd monument. Voor gemeenteleden was het bovenal de plaats waar zij op zondag heen gingen. Daar klonk de Schriftlezing. Daar werd gebeden, gepreekt en gezongen. Kinderen kenden de gangen en zalen vaak beter dan de bouwgeschiedenis.
Het kerkgebouw is in Bijbels perspectief nooit zelf het huis van God in dezelfde zin als de tempel te Jeruzalem. In het Nieuwe Testament wordt de gemeente van Christus een geestelijk huis genoemd, opgebouwd uit levende stenen (1 Petrus 2:5). Het gebouw blijft dienend. Het biedt ruimte, beschutting en herkenbaarheid, doch het wordt geen heilige plaats door baksteen of ouderdom.
Dat onderscheid behoedt je voor twee uitersten. Je hoeft een kerkgebouw niet te behandelen alsof God er meer aanwezig is dan elders. Je hoeft het evenmin te beschouwen als een willekeurige zaal zonder historische betekenis. Juist een vaste ontmoetingsplek draagt herinneringen, gewoonten en onderlinge banden.
De bazaar van januari 1930
In januari 1930 organiseerden de Vrije Evangelisten in hun gebouw aan Schoolstraat 13 een driedaagse bazaar. Het doel was groter dan het bijeenbrengen van wat extra inkomsten. Met de opbrengst wilde men toewerken naar de definitieve stichting van een eigen gemeente en mogelijk later een predikant beroepen. De bazaar laat derhalve zien dat de Groninger groep zich in deze periode nog in een fase van kerkelijke opbouw bevond. Er waren reeds samenkomsten en een eigen gebouw, maar men werkte kennelijk toe naar een steviger georganiseerde gemeente met een vaste voorganger.6<em>Nieuwsblad van het Noorden</em>. (1930, 22 januari). Bazaar Vrije Evangelische Gemeente, p. 2. https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=ddd%3A010675366%3Ampeg21%3Ap002[/mfn] Volgens het krantenverslag was het zaaltje voor de gelegenheid zorgvuldig en aantrekkelijk ingericht. J. Schut verzorgde de aankleding en R. Akkerman de bloemversiering. Bezoekers troffen er goedgevulde verkoopstands aan met onder meer Japans houtsnijwerk, porselein, etsen, schilderijen, boeken, huishoudelijke artikelen, kruidenierswaren, boter, kaas en handwerken. Ook de gebruikelijke bazaarattracties ontbraken niet. Er was een grabbelton en er waren verschillende vermakelijkheden. De organisatoren hadden kennelijk veel werk verzet om een breed publiek te trekken en de opbrengst zo groot mogelijk te maken. Ook aan muziek was gedacht. Een eigen strijkje verleende medewerking, terwijl organist Jacob Everts zich bereid had verklaard om in de avonduren enkele solostukken ten gehore te brengen. De firma J. Bar-Winckhoff plaatste bovendien twee radiotoestellen in de zaal. De bazaar was drie dagen geopend, telkens van drie tot vijf uur in de middag en van zeven tot tien uur in de avond. Het verslag eindigde met de hoop dat de verzorgde inrichting zou leiden tot een druk bezoek en een goed financieel resultaat. De activiteit was daarmee tegelijk geldinzameling, publieke presentatie en een concrete stap naar de vorming van een zelfstandige Vrije Evangelische Gemeente in Groningen.
Kerkzaal en achterzaal
De kerkdiensten vonden plaats in het complex van het Ommelanderhuis. Er was een orgel waarmee de gemeentezang werd begeleid. Achter het historische voorste gedeelte bevond zich een grote zaal. Daarnaast waren er kleinere ruimten die voor verschillende gemeentelijke activiteiten konden worden gebruikt.
De exacte indeling is nog niet aan de hand van een bouwtekening gereconstrueerd. Mondelinge herinneringen maken wel duidelijk dat onderscheid bestond tussen de eigenlijke kerkruimte en de grote zaal daarachter. Op bepaalde zondagen dronk men na de dienst koffie in deze achterzaal. De ruimte werd eveneens benut voor uitvoeringen, markten, bijeenkomsten en mogelijk zondagsschool.
In december 1963 werd in het gebouw van de Vrije Evangelische Gemeente een zang- en kleurkanarietentoonstelling gehouden. De tentoonstelling was van tien uur in de ochtend tot zeven uur in de avond geopend.6Nieuwsblad van het Noorden, 13 december 1963, p. 2, aankondiging van een zang- en kleurkanarietentoonstelling in het gebouw van de Vrije Evangelische Gemeente.
De krant vermeldt niet in welk deel van het complex de kooien stonden. Waarschijnlijk was hiervoor een grote zaal nodig. Het bericht laat in ieder geval zien dat het gebouw ruimte bood aan publieke activiteiten die geen rechtstreeks onderdeel van de eredienst vormden.
Bouwde ds. Van Petegem een kerk?
Een terugblik op de Vrije Evangelische Gemeente Bussum vermeldt dat ds. W.E. van Petegem in Groningen bekendheid kreeg omdat hij met de gemeente zelf een kerk bouwde.7Historische Kring Bussum, ‘Vrije Evangelische Gemeente Bussum 75 jaar’, Bussums Historisch Tijdschrift.
Deze formulering levert een historisch vraagstuk op. Het Ommelanderhuis werd al vóór Van Petegems komst als kerkelijk adres gebruikt. Hij begon zijn predikantschap in Groningen in 1947. Hij kan het historische voorgebouw dus niet zelf hebben gebouwd.
Waarschijnlijk doelde de bron op een kerkzaal, aanbouw of ingrijpende verbouwing achter het Ommelanderhuis. Mogelijk werkten gemeenteleden zelf mee aan metselen, timmeren, schilderen en inrichten. De grote achterzaal is een voor de hand liggende kandidaat, doch dat blijft voorlopig een reconstructie.
Zonder bouwvergunning, kadastrale gegevens, foto’s of kerkenraadsnotulen is het onverantwoord te schrijven dat Van Petegem de achterzaal aantoonbaar bouwde. De bron zegt minder nauwkeurig dat hij samen met de gemeente ‘een kerk’ bouwde. Vermoedelijk werd daarmee een nieuwe of grondig verbouwde kerkelijke ruimte bedoeld.
Het ritme van de zondag
Twee kerkdiensten in de jaren dertig
Krantenadvertenties laten zien dat de gemeente in de jaren dertig op zondag twee diensten hield.
Op 9 juni 1934 werd voor de volgende zondag een ochtenddienst om tien uur aangekondigd en een tweede dienst omstreeks halfzes.8Nieuwsblad van het Noorden, 9 juni 1934, p. 10, overzicht van godsdienstoefeningen te Groningen.
Een aankondiging van 2 januari 1937 noemt eveneens diensten om 10.00 en 17.30 uur. In beide diensten ging theologiestudent C. Zijlstra voor.9Nieuwsblad van het Noorden, 2 januari 1937, p. 15, aankondiging van diensten van de Vrije Evangelische Gemeente, Schoolstraat 13.
Deze advertenties bewijzen dat twee zondagse samenkomsten een vast patroon vormden. Zij bewijzen niet dat iedere genoemde spreker de vaste predikant was. Vrije Evangelische Gemeenten maakten geregeld gebruik van kandidaten, evangelisten, rondreizende sprekers en voorgangers uit andere plaatsen.
Ook in 1967 werd nog een ochtend- en middagdienst aangekondigd. Op zondag 19 maart werden diensten gehouden om 10.30 en 17.00 uur, met ds. Pijlman als voorganger.10Nieuwsblad van het Noorden, 18 maart 1967, p. 20, aankondiging van diensten in de Vrije Evangelische Gemeente aan de Schoolstraat.
De ochtendtijd verschoof dus in sommige perioden van tien uur naar halfelf. Kerkelijke gewoonten lijken vaak eeuwenoud, doch veranderen in de praktijk geregeld.
Psalmen in de ochtend
Uit persoonlijke herinnering van schrijver dezes is bekend dat in de morgendienst psalmen en gezangen werden gezongen, begeleid door het orgel.
De psalmen verbonden de gemeente met het gebeds- en zangboek van Israël en de kerk. Zij omvatten vrijwel de gehele geloofservaring: lof, schuld, klacht, verwondering, vrees, vertrouwen en verwachting. Een psalm zet de mens niet in het middelpunt. Hij leert je tot God spreken met woorden die God Zelf aan Zijn volk heeft gegeven.
Dat maakt psalmzang wezenlijk anders dan religieuze zelfexpressie. Je zingt niet uitsluitend wat op dat moment bij je stemming past. Soms legt een psalm woorden in je mond die je eigen gevoelswereld corrigeren of verbreden. Psalm 73 brengt een gekrenkte gelovige van afgunst naar aanbidding. Psalm 130 voert vanuit de diepte naar de verwachting van verlossing. Psalm 103 gebiedt de ziel Gods weldaden niet te vergeten.
De Groninger gemeente stond met haar psalmzang in een lange Nederlandse protestantse traditie. Wie verder wil lezen over de inhoudelijke kracht van deze zangvorm, vindt die lijn terug in zeven psalmen uit de Oude Berijming.
Over de volledige orde van dienst zijn nog geen betrouwbare liturgieën teruggevonden. Naar alle waarschijnlijkheid bestond de dienst al die jaren uit gebed, Schriftlezing, gemeentezang, prediking en collecte. De verkondiging nam binnen de vrije evangelische traditie een centrale plaats in.
Liederen van Johannes de Heer in de middag
De tweede dienst begon in een latere herinnerde periode om vijf uur. Daar werden liederen uit de bundel van Johannes de Heer gezongen.
Johannes de Heer publiceerde vanaf het begin van de twintigste eeuw een omvangrijke verzameling evangelische liederen en koren. De bundel werd veel gebruikt in evangelisatiesamenkomsten, vrije gemeenten, conferenties en huiskamers.
De liederen behandelden thema’s als bekering, het bloed van Christus, gebed, de hemel, zending en de wederkomst. De taal was directer en de melodieën lagen doorgaans dichter bij de negentiende- en vroegtwintigste-eeuwse opwekkingscultuur dan bij de Geneefse psalmmelodieën.
De combinatie van psalmen in de ochtend en Johannes de Heer in de middag tekent de identiteit van de Groninger gemeente. Zij leefde uit de oudere protestantse zangtraditie en stond tegelijk open voor evangelische liedcultuur.
Je hoeft daar geen eenvoudige tegenstelling van te maken. Psalmen kunnen zeer persoonlijk en ervaringsgericht zijn. Evangelische liederen kunnen leerstellig rijk zijn. Het verschil lag vooral in herkomst, taal, melodie en gebruik.
De wederkomst nam in verscheidene vrije evangelische kringen een zichtbare plaats in. Daarmee bedoelt de kerk de toekomstige, persoonlijke terugkeer van Christus, wanneer Hij Zijn Koninkrijk openbaar voltooit, de doden opwekt en rechtvaardig oordeelt. Voor een bredere behandeling van de Bijbelse toekomstlijn kun je lezen over het Nieuwe Jeruzalem volgens de Bijbel.
Het Heilig Avondmaal
Een advertentie uit december 1982 vermeldt dat ds. Van Petegem in de ochtenddienst voorging en dat daarbij het Heilig Avondmaal werd gevierd. In de middagdienst ging E. Sulman voor.11Nieuwsblad van het Noorden, 3 december 1982, p. 19, predikbeurten van de Vrije Evangelische Gemeente aan de Schoolstraat.
Het Avondmaal is volgens het Nieuwe Testament geen los herdenkingsritueel. Christus geeft brood en wijn als tekenen van Zijn lichaam en bloed. Zij verwijzen naar het ene offer waardoor Hij verzoening tot stand bracht.
Het sacrament voegt geen nieuw evangelie aan de prediking toe. Het maakt dezelfde belofte zichtbaar. De gelovige hoort dat Christus voor zondaren is gestorven en ontvangt vervolgens brood en wijn als concrete tekenen dat Zijn heil werkelijk buiten de mens ligt. Niet in zijn vroomheid, stemming of geestelijke prestaties, maar in het volbrachte werk van Christus.
Binnen een gemeente van belijdende gelovigen kreeg deze viering tevens een gemeenschappelijk karakter. Paulus waarschuwt in 1 Korinthe 11 tegen een avondmaalspraktijk waarbij de onderlinge verhoudingen worden veronachtzaamd. Wie aan één tafel eet, kan de eenheid van het lichaam van Christus niet straffeloos negeren.
Bijbellezingen, conferenties en evangelisatie
Het duizendjarige rijk
De gemeente organiseerde ook bijeenkomsten buiten de gewone zondagse diensten.
In november 1933 sprak ds. Mooy uit Winschoten aan de Schoolstraat over ‘Het duizendjarige rijk’.12Nieuwsblad van het Noorden, 29 november 1933, p. 3, aankondiging van een lezing door ds. Mooy over ‘Het duizendjarige rijk’.
Het duizendjarige rijk verwijst naar Openbaring 20, waar Johannes spreekt over een periode van duizend jaar. Over de uitleg van dit hoofdstuk bestaan binnen de christelijke kerk verschillende visies.
Het chiliasme, afgeleid van het Griekse woord voor duizend, verwacht een bijzondere toekomstige regering van Christus vóór het laatste oordeel. Andere uitleggers verstaan de duizend jaar als een symbolische aanduiding van de tijd tussen Christus’ eerste komst en Zijn wederkomst.
Dat dit onderwerp in Groningen afzonderlijk werd behandeld, past bij de belangstelling voor profetie en toekomstverwachting die in vrije evangelische kringen geregeld voorkwam. Het zegt nog niet dat ieder gemeentelid dezelfde uitleg aanhing.
Bij profetische teksten is zorgvuldigheid geboden. Openbaring is geen religieus puzzelboek waarmee je actuele krantenberichten rechtstreeks aan losse symbolen kunt koppelen. Het boek openbaart Christus als het Lam dat overwint en Zijn gemeente bewaart te midden van vervolging en verleiding. De getallen en beelden dienen die boodschap.
Een bredere uitleg van getallen en symbolen in Openbaring vind je in het artikel over getallen in de Bijbel.
Terugkerende conferenties
Op 23 januari 1935 werd opnieuw een conferentie van de Vrije Evangelische Gemeente aan Schoolstraat 13 aangekondigd. De bijeenkomst begon om drie uur in de middag.13Nieuwsblad van het Noorden, 23 januari 1935, p. 2, aankondiging van een conferentie van de Vrije Evangelische Gemeente.
Over het programma vermeldde de krant weinig. De aankondiging bevestigt wel dat conferenties geen eenmalige proef waren. Zij behoorden kennelijk tot het terugkerende gemeenteleven.
Zulke bijeenkomsten hadden meerdere functies. Gemeenteleden ontvingen uitgebreider Bijbelonderwijs dan in één gewone preek mogelijk was. Sprekers uit andere gemeenten brachten nieuwe accenten mee. Bezoekers van buiten konden op een laagdrempelige manier kennismaken.
De openheid naar gastsprekers en interkerkelijk Bijbelonderwijs werd later opnieuw zichtbaar toen de Brandpunt Bijbelschool lessen in het gebouw verzorgde. De Groningse geschiedenis van dat initiatief is beschreven in Evert Sulman en de Brandpunt Bijbelschool Groningen.
Evangelisatie als wezenlijk onderdeel van gemeente-zijn
Binnen de vrije evangelische traditie werd zending niet beschouwd als een hobby voor enkele enthousiaste leden. Zij vloeide voort uit Christus’ opdracht om het evangelie aan de volken te verkondigen.
Dat evangelie roept mensen tot geloof en bekering. Bekering betekent in de Bijbel een omkeer van zonde en zelfgerichtheid naar God. Zij omvat het denken, willen en leven. Het is geen oppervlakkige gedragsverbetering, maar een verandering van richting.
Deze oproep veronderstelt menselijke verantwoordelijkheid. De mens wordt werkelijk aangesproken. Toch leert de Schrift tevens dat de zondige mens Gods genade niet vanuit zichzelf voortbrengt. God opent het hart, zoals bij Lydia in Handelingen 16. Over deze verhouding tussen Gods soevereiniteit en menselijke wil kun je verder lezen in Vrije wil volgens de Bijbel.
Wanneer evangelisatie wordt losgemaakt van zonde, oordeel, kruis en opstanding, verandert zij in religieuze promotie of welzijnswerk. De vrije evangelische traditie leefde juist uit de overtuiging dat het gesproken en geschreven Woord door God wordt gebruikt om mensen tot geloof te brengen.
Kinderen en gemeenteleven
De zondagsschool
Op zondagochtend was er zondagsschool voor kinderen. Zij kregen Bijbelonderwijs dat aansloot bij hun leeftijd. Bijbelverhalen werden verteld, liederen gezongen en teksten aangeleerd.
Voor de kinderen was dit geen abstract onderdeel van de kerkorde. Zij kenden een bepaalde leidster of leider, een vaste ruimte en terugkerende gewoonten. De zondagsschool gaf de grote Bijbelse geschiedenis een menselijke stem en een concrete plaats.
Goed Bijbelonderwijs aan kinderen beperkt zich niet tot losse verhalen over moed, vriendelijkheid of vertrouwen. David is niet voornamelijk een voorbeeld van iemand die in zichzelf geloofde. De geschiedenis van David en Goliath staat binnen Gods verbondshandelen met Israël en wijst uiteindelijk vooruit naar de Gezalfde Koning die de vijand van Zijn volk overwint.
Het verbond is Gods vaste en door Hem ingestelde verhouding tot Zijn volk, waarin Hij beloften geeft en gehoorzaamheid eist. In de heilsgeschiedenis, de doorgaande geschiedenis van Gods verlossend handelen, loopt een lijn van schepping en val via Abraham, Israël en David naar Christus.
Wanneer kinderen alleen morele lessen meekrijgen, wordt de Bijbel een verzameling verhalen over braaf gedrag. De kern ligt dieper. God handelt, belooft, oordeelt en redt. De mens wordt geroepen Hem te geloven en te gehoorzamen.
De zondagsschool stond tevens in verbinding met de bredere traditie van christelijk onderwijs. Wie kinderen onderwijst, gaat nooit uit van volstrekte neutraliteit. Iedere opvoeding berust op opvattingen over waarheid, mens-zijn en het goede leven. Die historische strijd wordt breder behandeld in Hoe de school zonder Bijbel ontstond.
Kinderen als mensen voor Gods aangezicht
De Bijbel behandelt kinderen als volwaardige mensen die door God zijn geschapen. Daarbij past het begrip Imago Dei, Latijn voor beeld van God. De mens weerspiegelt als schepsel iets van Gods heerschappij, kennis, moraliteit en relationele bestaan.
Dat betekent concreet dat een kind waardigheid bezit die niet afhangt van prestaties, intelligentie of maatschappelijke bruikbaarheid. Tegelijkertijd draagt het verantwoordelijkheid. Naar Gods beeld geschapen zijn betekent niet dat de mens goddelijk is. Het betekent dat hij geroepen is God te kennen, Hem te vertegenwoordigen in de schepping en naar Zijn norm te leven.
De zonde heeft dit beeld diep aangetast, doch niet volledig uitgewist. Daarom hebben kinderen onderwijs, correctie en genade nodig. Een verdere uitwerking staat in Imago Dei: geschapen naar Gods beeld.
De zondagsschool had waarschijnlijk tevens een evangeliserende functie. Kinderen uit gezinnen die niet bij de gemeente hoorden, konden worden meegenomen. Zo kwam de Bijbelse boodschap via kinderen soms in huizen waar nauwelijks meer uit de Schrift werd gelezen.
De kerstuitvoering
Met Kerst verzorgden de kinderen van de zondagsschool een uitvoering voor ouders, familie en gemeenteleden.
Over het precieze programma zijn door schrijver dezes nog geen schriftelijke stukken gevonden. Waarschijnlijk zongen de kinderen kerstliederen en droegen zij teksten of gedichten voor. Mogelijk werd het geboorteverhaal verteld of uitgebeeld, maar dat laatste mag niet als vaststaand feit worden gepresenteerd.
Zo’n uitvoering bracht onderwijs en gemeenteleven bij elkaar. Kinderen oefenden vooraf, stonden voor een volle zaal en vertelden op hun manier over de geboorte van Christus.
De incarnatie, de menswording van de Zoon van God, is meer dan een aandoenlijk geboorteverhaal. Het eeuwige Woord werd werkelijk mens zonder op te houden God te zijn. De Zoon nam een echte menselijke natuur aan. Daardoor kon Hij onder de wet leven, gehoorzaam zijn, lijden en sterven.
De kribbe kan daarom niet van het kruis worden losgemaakt. De geboren Christus kwam om Zijn volk zalig te maken van hun zonden. Zijn menswording krijgt haar plaats binnen het werk van de Drie-enige God, waarin Vader, Zoon en Heilige Geest onderscheiden handelen zonder drie goden te zijn.
Voor veel kinderen bleef de kerstuitvoering waarschijnlijk langer in het geheugen dan een afzonderlijke preek. Kerkgeschiedenis wordt immers niet uitsluitend bewaard in officiële notulen. Zij leeft tevens in een ingestudeerd lied, spanning voor een voordracht en de herkenning van familieleden in de zaal.
Gemeenschap rond koffie en vlooienmarkt
Koffiedrinken in de achterzaal
Op bepaalde zondagen werd na de dienst koffiegedronken in de grote zaal achter het Ommelanderhuis. Het gebeurde vermoedelijk bij bijzondere gelegenheden of volgens een bepaald rooster, niet noodzakelijk na iedere dienst.
Dit detail lijkt klein, doch vertelt veel over de sociale structuur van de gemeente. Tijdens de dienst zit je naast en achter elkaar. Je luistert naar dezelfde Schriftlezing en prediking. Na afloop ontstaan gesprekken.
Daar werd gesproken over werk, ziekte, zorgen en kinderen. Een nieuwe bezoeker kon worden aangesproken zonder meteen in een formeel pastoraal gesprek terecht te komen. Ouderen ontmoetten jongere gezinnen. Mensen merkten wie afwezig was.
De gemeenschap der heiligen is de onderlinge verbondenheid van allen die door het geloof aan Christus verbonden zijn. Zij bestaat niet uitsluitend uit gezelligheid. Haar grond ligt in Christus. Omdat gelovigen één Hoofd hebben, zijn zij tevens aan elkaar gegeven.
Die gemeenschap krijgt echter wel een gewone gestalte. Zij bestaat in luisteren, meeleven, vergeven, vermanen en praktische hulp. Koffie is geen sacrament, doch een kop koffie kan wel de plaats bieden waar zorg en aandacht concreet worden.
De jaarlijkse vlooienmarkt
Volgens mondelinge herinnering werd jaarlijks een vlooienmarkt gehouden. Gemeenteleden verzamelden tweedehands goederen en verkochten deze vermoedelijk ten bate van de kerk, zending of een goed doel.
Het precieze bestedingsdoel is nog niet gedocumenteerd. Zonder kasboek, advertentie of gemeenteblad moet deze vraag openblijven.
De markt had waarschijnlijk een dubbele functie. Er kwam geld binnen en er ontstond samenwerking. Mensen haalden spullen op, sorteerden goederen, richtten tafels in en ontvingen bezoekers.
Daarmee kreeg de gemeente een zichtbaar gezicht in de stad. Mensen die niet naar een kerkdienst kwamen, liepen wellicht wel binnen voor huisraad of boeken. Zulke contacten zijn op zichzelf nog geen evangelisatie, maar zij kunnen wel drempels verlagen.
De bazaar van 1930 laat zien dat verkoopactiviteiten reeds vroeg in de geschiedenis voorkwamen. Of er een rechtstreekse organisatorische lijn liep van die bazaar naar de latere vlooienmarkt, valt thans niet vast te stellen.
Predikanten en voorgangers
Waarom een volledige lijst lastig is
De volledige reeks predikanten van de Vrije Evangelische Gemeente Groningen is nog niet sluitend gereconstrueerd.
Krantenadvertenties noemen tal van voorgangers, maar iemand die één of twee diensten leidde was niet noodzakelijk de vaste predikant. Kandidaten, theologiestudenten en gastsprekers konden meerdere keren voorgaan zonder ooit formeel aan de gemeente verbonden te zijn.
Voor een betrouwbare predikantenlijst zijn per persoon gegevens nodig over beroep, bevestiging, intrede, afscheid en eventuele volgende standplaats. De beste bronnen daarvoor zijn officiële jaarboekjes, beroepingsberichten, plaatselijke notulen en kerkelijke correspondentie.
Internetoverzichten kunnen behulpzaam zijn, doch zij nemen soms gegevens van elkaar over. Een eenmaal gemaakte fout krijgt dan de schijn van betrouwbaarheid doordat zij op meerdere websites terugkeert.
Ds. A.M. Berkhoff
Een van de vroeg bekende predikanten van de Groninger gemeente was ds. Arie Marinus Berkhoff. Hij had een achtergrond in de Christelijke Gereformeerde Kerken en raakte later verbonden aan de Vrije Evangelische Gemeente Groningen.
Berkhoff stond bekend om zijn belangstelling voor de Bijbelse toekomstverwachting, in het bijzonder het chiliasme. Zijn visie op het duizendjarige rijk week af van de meer gangbare gereformeerde uitleg.
Hij overleed in februari 1944 te Groningen. De precieze begin- en einddatum van zijn Groningse ambtsperiode moet nog aan de hand van officiële registers worden vastgesteld. Secundaire overzichten noemen 1936 als beginjaar, maar dit gegeven verdient nadere controle.
Zijn aanwezigheid past inhoudelijk bij de belangstelling voor profetische onderwerpen in de Groninger gemeente. Daaruit mag niet worden afgeleid dat ieder lid dezelfde eindtijdvisie deelde of dat iedere lezing over Openbaring door Berkhoff werd georganiseerd.
Ds. Willem Eilst van Petegem
Willem Eilst van Petegem werd op 3 december 1906 in Groningen geboren. Hij werkte aanvankelijk bij het kantongerecht in Utrecht. In 1947 werd hij op grond van bijzondere gaven toegelaten als predikant binnen de vrije evangelische beweging en begon hij zijn arbeid in Groningen.14Reformatorisch Dagblad, ‘Ds. Van Petegem overleden’, 21 februari 1984.
Toelating op grond van bijzondere gaven betekende dat iemand niet noodzakelijk de gewone academische opleiding tot predikant had gevolgd, maar naar het oordeel van het kerkverband voldoende geestelijke, Bijbelse en praktische bekwaamheid bezat.
Het Nieuwe Testament maakt onderscheid tussen geleerdheid en geschiktheid. Een opziener moet bekwaam zijn om te onderwijzen, een goed getuigenis hebben en op een beheerste wijze leidinggeven. Formele opleiding kan daarbij veel betekenen, doch een diploma is niet hetzelfde als geestelijke rijpheid.
Van Petegem bleef tot 1958 in Groningen. In september van dat jaar werd hij predikant van de Vrije Evangelische Gemeente Bussum.15Historische Kring Bussum, ‘Vrije Evangelische Gemeente Bussum 75 jaar’, Bussums Historisch Tijdschrift.
In terugblikken komt hij naar voren als een praktische en evangeliserende predikant. Zijn naam werd verbonden aan bouwwerkzaamheden in Groningen. Later maakte hij in Bussum gebruik van een evangelisatieauto met luidsprekers en was hij betrokken bij de Bijbelkioskvereniging en acties rond Het Zoeklicht.
In 1965 verliet hij Bussum en werd predikant in algemene dienst voor de binnenlandse zending. Een predikant in algemene dienst is niet aan één plaatselijke gemeente verbonden, maar voert namens het kerkverband een bredere opdracht uit. Van Petegem werkte onder meer in Utrecht-Noord, Scherpenzeel en Bennekom.
In 1971 keerde hij terug naar Groningen. Reeds in 1972 ging hij met emeritaat. Dat betekent dat hij wegens leeftijd of omstandigheden uit de gewone actieve ambtsdienst trad, zonder daarmee op te houden predikant te zijn.
Hij bleef in Groningen wonen en ging daar later nog voor. De advertentie uit december 1982, waarin hij de ochtenddienst met viering van het Avondmaal leidde, bevestigt zijn blijvende band met de gemeente.
Van Petegem overleed in februari 1984 op 77-jarige leeftijd.16Reformatorisch Dagblad, ‘Ds. Van Petegem overleden’, 21 februari 1984.
De crisis van 1971
Achttien leden zoeken tijdelijk onderdak in Veendam
De eerste duidelijk gedocumenteerde ernstige crisis binnen de Groninger gemeente vond plaats in 1971.
Achttien leden verzochten de Vrije Evangelische Gemeente Veendam om een tijdelijk lidmaatschap. De Veendamse gemeente besprak hun verzoek op 10 januari 1971 tijdens een bijzondere ledenvergadering.
Volgens het verslag vonden de betrokken Groningers in hun eigen gemeente ‘geen ruimte voor gesprek en gemeenschap’. Zij voelden zich gedwongen in een ‘keurslijf van meningen’.17Vrije Evangelische Gemeente Veendam, verslag van de bijzondere ledenvergadering van 10 januari 1971, zoals verwerkt in de historische documentatie over de gemeente.
Deze woorden zijn scherp, doch nog weinig specifiek. De openbare bron vertelt niet welke leerstellige, bestuurlijke of persoonlijke conflicten eraan ten grondslag lagen. Evenmin is duidelijk wie volgens de verschillende partijen verantwoordelijkheid droeg.
Men moet daarom niet meer zeggen dan de bron toelaat. Er was een diepgaande vertrouwensbreuk. Minstens achttien leden ervoeren onvoldoende ruimte voor gesprek en onderlinge gemeenschap. Dat is aanzienlijk voor een betrekkelijk kleine gemeente.
Tijdelijk lidmaatschap zonder stemrecht
De achttien Groningers kregen tijdelijk lidmaatschap in Veendam, aanvankelijk tot uiterlijk Pasen 1972. Zij hadden geen stemrecht en moesten hun gewone financiële verplichtingen aan Veendam voldoen.
Deze constructie laat zien dat de Veendamse gemeente de groep wilde opvangen zonder onmiddellijk een definitieve kerkelijke breuk te formaliseren. Het uitgangspunt bleef kennelijk dat terugkeer naar Groningen mogelijk moest zijn.
In december 1971 vond een gesprek plaats tussen vertegenwoordigers van de Groninger kerkenraad, de kerkenraad van Veendam en de uitgeweken leden. Het gesprek verliep volgens het verslag in goede harmonie, maar leverde niet de gehoopte verzoening op.
In maart 1972 mochten de tijdelijke leden volledig lid van Veendam worden. Sommigen sloten zich later bij andere kerkgenootschappen in Groningen aan. Twee gezinnen vertrokken begin 1973 naar respectievelijk de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Daarbij werd behoefte aan daadwerkelijke pastorale begeleiding genoemd.
Naar het conflict van de jaren tachtig
Het beroep op ds. P.J. Bonhof
Peter Johan Bonhof werd op 25 januari 1933 in Amsterdam geboren. Hij volgde theologische opleidingen in Den Haag en de Verenigde Staten. Begin jaren tachtig was hij predikant van de Vrije Evangelische Gemeente in Bantega. Van 1984 tot 1987 was hij verbonden aan een reformatorisch-evangelische gemeente in Joure.18Reformatorisch Dagblad, ‘Ds. P.J. Bonhof overleden’, 21 augustus 2013.
In 1987 kwam Bonhof naar Groningen. Rond zijn beroep ontstond een ernstig conflict met het uitvoerend comité van de Bond.
Het landelijke comité meldde dat het ‘verbijsterd’ was over het beroep dat Groningen op Bonhof had uitgebracht. Volgens de publicatie was Bonhof niet bereid binnen de Bond een officiële beroepbaarstelling aan te vragen.19A.C. Louwerse, samenvatting van ‘Werk in uitvoering’, Ons Orgaan, juli/augustus 1987, opgenomen in Weggaan en toch blijven, Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, 2019.
Beroepbaarstelling betekent dat een kerkverband iemand na onderzoek officieel bevoegd en geschikt verklaart om door aangesloten gemeenten als predikant te worden beroepen. Het gaat daarbij om leer, levenswandel, opleiding en kerkelijke positie.
De plaatselijke gemeente wilde Bonhof kennelijk beroepen zonder dat hij de gebruikelijke procedure binnen de Bond doorliep. Groningen legde veel gewicht bij haar autonomie. Het landelijke verband meende dat de gemeente daarmee gezamenlijke afspraken doorbrak.
De bron vertelt de formele aanleiding. Het volledige verhaal achter de schermen kennen we nog niet.
Niet duidelijk is:
- hoe de stemming binnen de gemeente verliep;
- hoeveel leden voor of tegen het beroep waren;
- of leden vanwege Bonhof vertrokken;
- welke bemiddelingspogingen werden ondernomen;
- of naast de procedure ook theologische verschillen meespeelden;
- welke argumenten de Groninger kerkenraad precies aanvoerde.
Zonder notulen en correspondentie kan men het conflict dus niet reduceren tot koppigheid van Groningen of bureaucratie van de Bond. Beide lezingen zouden meer zekerheid suggereren dan de bronnen toestaan.
Kerkelijke vrijheid en toetsing
Een gemeente mag ambtsdragers niet kiezen alsof roeping een zuiver particuliere aangelegenheid is. In Handelingen 20 waarschuwt Paulus de oudsten van Efeze voor dwaalleraars die van buiten én uit de eigen kring kunnen opstaan. Daarom moeten leer en levenswandel worden onderzocht.
Tegelijkertijd is een landelijke erkenningsprocedure geen garantie voor trouw. Kerkelijke instanties kunnen dwalen, politiek handelen of meer waarde hechten aan institutionele rust dan aan waarheid.
De Schrift kent derhalve geen onfeilbare landelijke commissie. Zij kent evenmin een autonome plaatselijke gemeente die aan niemand verantwoording verschuldigd is. Ambtsdragers staan onder het Woord. Gemeenten moeten elkaar helpen, waarschuwen en toetsen.
Het beginsel semper reformanda betekent dat de kerk steeds opnieuw naar het Woord moet worden teruggebracht. Het betekent niet dat zij zich voortdurend aan de Zeitgeist moet aanpassen. Meer hierover lees je in Semper Reformanda: de kerk moet zich voortdurend hervormen.
Het uittreden uit de Bond in 1988
Het kerkverbandelijke breekpunt
In april 1988 maakte het landelijke blad melding van het ‘uittreden van de VEG Groningen’.20A.C. Louwerse, samenvatting van ‘Werk in uitvoering’, Ons Orgaan, april 1988, opgenomen in Weggaan en toch blijven, Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, 2019.
Daarmee eindigde de Groninger gemeente als aangesloten lid van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.
Dit was een werkelijk kerkverbandelijk breekpunt. De gemeente stond voortaan buiten het verband waarvan zij vermoedelijk sinds 1930 deel had uitgemaakt.
Men moet deze gebeurtenis evenwel niet verwarren met de opheffing van de plaatselijke geloofsgemeenschap. Daarvoor ontbreekt ieder bewijs. Latere bronnen tonen juist dat de gemeente zelfstandig doorging.
Evenmin is aangetoond dat de gemeente in 1988 intern uiteenviel. Mogelijk vertrokken leden, maar aantallen en omstandigheden zijn niet bekend.
Van gemeente naar gemeenschap
Na het uittreden uit de Bond bleef in Groningen een vrije evangelische geloofsgemeenschap rond ds. P.J. Bonhof bestaan. In bronnen uit de jaren negentig wordt deze aangeduid als Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen. Het Reformatorisch Dagblad vermeldt dat Bonhof in de jaren negentig aan deze gemeenschap verbonden was.21Reformatorisch Dagblad. (2013, 21 augustus). Ds. P.J. Bonhof overleden. https://www.rd.nl/artikel/520038-ds-p-j-bonhof-overleden[/mfn] Waarschijnlijk ging het om de zelfstandig voortgezette voormalige bondsgemeente. Daarvoor pleiten Bonhofs blijvende betrokkenheid en het voortgezette vrije evangelische gemeenteleven in Groningen. Een formeel besluit waarin de Vrije Evangelische Gemeente haar naam veranderde in Vrije Evangelische Gemeenschap is vooralsnog echter niet gevonden. De continuïteit is derhalve aannemelijk, doch nog niet met één beslissend archiefstuk bewezen. De woorden gemeente en gemeenschap liggen inhoudelijk dicht bij elkaar. In het Nieuwe Testament wordt voor gemeente het Griekse woord ekklesia gebruikt. Het duidt op een samengeroepen vergadering. De kerk bestaat uit mensen die door Gods Woord worden geroepen en rond Christus bijeenkomen. Een verandering van naam hoeft daarom geen verandering van geloofsleer te betekenen. Zij kan wel een gewijzigde kerkelijke positie uitdrukken. Na 1988 behoorde de Groninger geloofsgemeenschap immers niet langer tot de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. Op 1 januari 1993 nam een Vrije Evangelische Gemeente de voormalige Kurioskerk aan de Van Imhoffstraat 12 in Groningen over van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt. De kerkendatabank Kerk & Orgel vermeldt deze aankoop uitdrukkelijk en noemt tevens een ingrijpende verbouwing van vooral de nevenruimten in 1994, uitgevoerd onder leiding van architect K. Klamer van architectenbureau Ag Nova te Franeker.21Kerk & Orgel. (z.d.). Vrije Evangelische Gemeente, Van Imhoffstraat 12, Groningen. Gebaseerd op Contactbrief voor kerkenverzamelaars, 29 (1993), 16, en 32 (1994), 19. https://www.kerk-en-orgel.nl/record.php?action=display_ordered&direction=asc&display=cards&id=12939&item=559&page=25&page_num=28&province=gr&sort=status
De zelfstandige geloofsgemeenschap na 1988
Een nieuw kerkgebouw in Helpman
De Kurioskerk was in 1954 in gebruik genomen door de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Helpman. Door groei van deze gemeente werd het gebouw in de jaren zestig verbouwd en uitgebreid. Uiteindelijk bleef het te klein. In 1993 kochten de vrijgemaakten daarom de grotere Opstandingskerk aan de P.C. Hooftlaan en verlieten zij de Kurioskerk aan de Van Imhoffstraat.22Kok, G.J. (2015, 23 november). Opstandingskerk Groningen (Helpman) gaat sluiten. GereformeerdeKerken.info. https://gereformeerdekerken.info/2015/11/23/opstandingskerk-groningen-helpman-gaat-sluiten/23Kok, G.J. (2017, 3 maart). Gedenkboek Geref. Kerk (vrijg.) te Helpman verschijnt in april 2017. GereformeerdeKerken.info. https://gereformeerdekerken.info/2017/03/03/gedenkboek-geref-kerk-vrijg-te-helpman-verschijnt-in-april-2017/
De beschikbare bronnen noemen de gebruiker van het gebouw aan de Van Imhoffstraat Vrije Evangelische Gemeente. Zij verbinden de aankoop echter niet rechtstreeks met een formeel besluit van de vroegere gemeente aan de Schoolstraat. De samenhang met de zelfstandige geloofsgemeenschap rond Bonhof ligt voor de hand, maar moet als een historische gevolgtrekking worden aangeduid zolang een koopakte, gemeenteblad of kerkenraadsbesluit niet is ingezien.
De aankoop blijft niettemin veelzeggend. Vijf jaar na het uittreden van de Groninger VEG uit de Bond was er in de stad een georganiseerde Vrije Evangelische Gemeente die een kerkgebouw kon kopen en het vervolgens liet verbouwen. Zij beschikte kennelijk over een bestuur en voldoende organisatorische en financiële draagkracht om zich opnieuw te huisvesten.
Het lidmaatschap van de Bond eindigde in 1988. Een plaatselijke vrije evangelische geloofsgemeenschap bleef daarna echter aantoonbaar bestaan.
De ingebruikname van de Kurioskerk betekende vermoedelijk tevens het einde van de lange periode aan de Schoolstraat. Het Ommelanderhuis had tientallen jaren ruimte geboden aan erediensten, kinderwerk, conferenties en onderlinge ontmoeting. Vanaf 1993 kreeg het vrije evangelische gemeenteleven een onderkomen in Helpman, in een gebouw dat sinds 1954 als kerk had gediend.
Bonhof in 2003 nog als predikant genoemd
Een nieuwsbrief van de Stichting Zending Brazilië voor Christus uit april 2003 bevat achterin een overzicht van betrokkenen en ondersteuners. Daarin staat: “P.J. Bonhof – Foxhol”, direct gevolgd door de functieaanduiding “Predikant Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen”.24Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 84, april 2003, personenoverzicht met vermelding van P.J. Bonhof te Foxhol als predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20084%20april%202003.pdf
Deze bron maakt duidelijk dat Bonhof in april 2003 nog met de Groninger gemeenschap werd verbonden. Aangezien hij in 1987 naar Groningen kwam, beslaat zijn aantoonbare betrokkenheid een periode van ten minste zestien jaar.25Dominees.nl, vermelding van Peter Johan Bonhof: voorganger te Bantega vanaf 1982, Joure vanaf 1984 en Groningen-VEG vanaf 1987, https://www.dominees.nl/overleden.php?q=overl2013
Daarbij past enige voorzichtigheid. De nieuwsbrief noemt hem in 2003 uitdrukkelijk predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, maar zegt niet of hij toen nog alle gewone gemeentelijke werkzaamheden verrichtte. Ook vermeldt de bron niet wanneer zijn ambtsperiode precies eindigde.
Bonhof verhuisde later naar Drachten. In daaropvolgende nieuwsbrieven staat hij als “P.J. Bonhof – Drachten” vermeld, terwijl de functieaanduiding van predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen bij ds. G. de Klein uit Assen komt te staan.26Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 88, juli 2004, personenoverzicht met P.J. Bonhof te Drachten en ds. G. de Klein te Assen als predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20088%20juli%202004.pdf
P.J. Bonhof werd op 25 januari 1933 in Amsterdam geboren en overleed op 17 augustus 2013 in Drachten. Een predikantenregister noemt achtereenvolgens zijn werkzaamheden in Bantega, Joure en vanaf 1987 bij de VEG Groningen.27Dominees.nl, “Overleden predikanten 2013”, vermelding Peter Johan Bonhof, geboren 25 januari 1933 te Amsterdam, overleden 17 augustus 2013 te Drachten, https://www.dominees.nl/overleden.php?q=overl2013
Bonhof behoort daarmee tot de langdurigst herkenbare voorgangers uit de latere geschiedenis van de Groninger geloofsgemeenschap. Hij was echter waarschijnlijk niet haar laatste predikant.
Ds. G. de Klein als latere predikant
De overgang van P.J. Bonhof naar ds. G. de Klein wordt zichtbaar in Nieuwsbrief nummer 88 van de Stichting Zending Brazilië voor Christus. Het digitale nieuwsbriefarchief dateert deze uitgave op juli 2004, terwijl op de voorpagina van de PDF zelf “Nummer 88, juni 2004” staat. De nieuwsbrief berichtte over het zendingswerk in en rond Santa Bárbara do Tugúrio in Brazilië en bevatte achterin een overzicht van Nederlandse betrokkenen, contactpersonen en ondersteuners.
In dat personenoverzicht staan achtereenvolgens:
- P.J. Bonhof, Drachten;
- ds. G. de Klein, Assen;
- “Predikant Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen”.
Door de typografische plaatsing en regelindeling lijkt de functieaanduiding bij ds. G. de Klein te horen. De nieuwsbrief maakt daarmee aannemelijk dat De Klein uiterlijk in de zomer van 2004 als predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen werd beschouwd.28Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 88, op de voorpagina gedateerd juni 2004 en in het digitale archief aangeduid als juli 2004, personenoverzicht met P.J. Bonhof te Drachten en ds. G. de Klein te Assen, gevolgd door de aanduiding “Predikant Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen”, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20088%20juli%202004.pdf
De vermelding is niet afkomstig uit een gemeenteblad van de Groninger gemeenschap zelf, maar uit een nieuwsbrief van een zendingsorganisatie waarmee Bonhof, De Klein en de gemeente kennelijk contacten onderhielden. De bron is daarom bruikbaar als aanwijzing voor hun kerkelijke positie, doch zij geeft geen formele datum van bevestiging, intrede of afscheid.
Dezelfde koppeling keert terug in de nieuwsbrief van december 2004.29Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 90, december 2004, personenoverzicht met ds. G. de Klein als predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20090%20december%202004.pdf
Ook in november 2005 wordt G. de Klein met deze functie genoemd.30Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 93, november 2005, personenoverzicht met G. de Klein te Assen als predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20093%20november%202005.pdf
Een nieuwsbrief uit november 2006 herhaalt de vermelding vrijwel ongewijzigd: “Ds. G. de Klein – Assen. Predikant Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen.”31Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 96, november 2006, personenoverzicht met ds. G. de Klein te Assen als predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20096%20november%202006.pdf
Zelfs in april 2008 komt de functieaanduiding nog in het personenoverzicht voor.32Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 101, april 2008, personenoverzicht met de aanduiding “Predikant Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen”, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20101%20april%202008.pdf
Ten slotte noemt een nieuwsbrief uit juli 2013 opnieuw:
Ds. G. de Klein – Assen. Predikant Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen.33Stichting Zending Brazilië voor Christus, Nieuwsbrief nr. 117, juli 2013, personenoverzicht met ds. G. de Klein te Assen als predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, https://zendingbrazilie.nl/images/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%20117%20juli%202013.pdf
Deze herhaalde vermeldingen over een periode van bijna negen jaar vormen aanzienlijk sterker bewijs dan één losse online gemeentegids. Zij maken aannemelijk dat De Klein vanaf uiterlijk juli 2004 gedurende langere tijd als predikant of pastoraal verantwoordelijke aan de gemeenschap verbonden was.
Vermeldingen in gemeentegidsen
Een online gemeentegids vermeldt de Vrije Evangelische Gemeenschap met een contactadres aan Brummelkampen 20 in Assen, “Inl.: ds G. de Klein”, een telefoonnummer en het e-mailadres veggroningen@home.nl.34SmartMap gemeentegids Groningen, rubriek Evangelische gemeenten, vermelding Vrije Evangelische Gemeenschap met contactpersoon ds. G. de Klein en e-mailadres veggroningen@home.nl, https://tenboer.smartmap.nl/rubriek/916/evangelische-gemeenten
Een tweede digitale gemeentegids kent hetzelfde e-mailadres toe aan de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen.35LokaalTotaal, gemeentegids Groningen, vermelding Vrije Evangelische Gemeenschap en verificatieadres veggroningen@home.nl, https://www.lokaaltotaal.nl/groningen/organisaties-en-verenigingen/e/evangelisch/vrije-evangelische-gemeenschap?a=request-verification Het daarbij vermeldde telefoonnummer 050 5275468 bestaat niet meer.36Gebeld op 1 augustus 2026.
Deze gidsen zijn ondersteunend, maar minder sterk dan gedateerde nieuwsbrieven. Adressenbestanden kunnen jarenlang blijven staan nadat een gemeente is verhuisd, kleiner is geworden of haar activiteiten heeft beëindigd. Zij bewijzen daarom niet dat de gemeenschap op het moment van raadpleging nog actief was.
Op het vroegere kerkadres Van Imhoffstraat 12 bevindt zich tegenwoordig een filiaal van Kruidvat. Het voormalige kerkgebouw heeft thans een winkelfunctie.37Gemeente Groningen. (2025, 22 mei). Kennisgeving definitief besluit omgevingsvergunning reguliere procedure, Van Imhoffstraat 12 te Groningen; Compadex. (2026). Kruidvat, Van Imhoffstraat 12, Groningen.
Wie was de laatste predikant?
De bronnen laten een vrij duidelijke overgang zien:
- in april 2003 werd P.J. Bonhof nog predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen genoemd;
- uiterlijk in juli 2004 werd deze functie aan ds. G. de Klein toegeschreven;
- De Klein bleef in nieuwsbrieven uit 2005, 2006, 2008 en 2013 met de Groninger gemeenschap verbonden.
Bonhof was derhalve vermoedelijk niet de laatste predikant. Op grond van het thans beschikbare materiaal is ds. G. de Klein de laatst aantoonbare predikant van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen. Zijn precieze datum van aantreden, de aard van zijn dienstverband en het tijdstip waarop zijn werkzaamheden eindigden, zijn evenwel nog niet vastgesteld.
Ook de vermelding uit juli 2013 bewijst niet zonder meer dat er toen nog een volledige, wekelijks samenkomende gemeente bestond. De stichting kan een oudere relatie of functieaanduiding hebben overgenomen. Voor zekerheid zijn gemeentebladen, kerkenraadsnotulen, dienstadvertenties of een formeel opheffingsbesluit nodig.
Wanneer hield de gemeente op te bestaan?
Geen betrouwbare opheffingsdatum
Een formele opheffingsdatum van de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen is in de openbaar toegankelijke digitale bronnen nog niet gevonden.
Er bestaan vermeldingen in zendingsnieuwsbrieven uit de jaren 2010. Zulke vermeldingen bewijzen echter niet dat er toen nog wekelijks een gemeente bijeenkwam. Namen van predikanten en ondersteunende relaties kunnen jarenlang in adresbestanden blijven staan.
Ook online adressengidsen bieden geen zekerheid. Een oude kerkelijke vermelding kan nog lang vindbaar zijn nadat een gemeente is verhuisd of opgehouden.
Op het vroegere adres aan de Van Imhoffstraat bevindt zich thans geen zelfstandige Vrije Evangelische Gemeenschap meer. Het gebouw of perceel kreeg een andere bestemming. Wanneer de kerkelijke activiteiten daar precies eindigden, is nog niet vastgesteld.
De historisch verantwoorde conclusie luidt daarom:
De Vrije Evangelische Gemeente Groningen trad in april 1988 uit de landelijke Bond. Zij bleef daarna als zelfstandige Vrije Evangelische Gemeenschap bestaan, kocht in 1993 een kerkgebouw. Bonhof werd in 2003 nog als predikant genoemd en De Klein in latere nieuwsbrieven. Een exacte opheffingsdatum is vooralsnog onbekend.
Dat antwoord is minder bevredigend dan een sluitend jaartal, maar wel eerlijker. Geschiedenis verdraagt geen verzonnen precisie.
De Vrije Evangelische Gemeente in het Groningse kerkelijke landschap
Een kleine gemeente tussen grotere kerkverbanden
Groningen kende in de twintigste eeuw een breed protestants landschap. Hervormden, gereformeerden, christelijk-gereformeerden, vrijgemaakten, baptisten, pinkstergelovigen en verschillende zelfstandige groepen hadden er hun eigen gemeenten en gebouwen.
De Vrije Evangelische Gemeente was vergeleken met de grote hervormde en gereformeerde kerken klein. Klein betekende echter niet zonder betekenis.
De gemeente bood een kerkelijk thuis aan mensen die waarde hechtten aan Schriftgezag, persoonlijke geloofsbelijdenis, evangelisatie en plaatselijke verantwoordelijkheid. Zij stond open voor gastsprekers en Bijbelonderwijs dat kerkgrenzen overschreed.
Dat maakt haar onderdeel van een bredere Groningse evangelische geschiedenis. Later kwamen andere initiatieven op, zoals de Andreasgemeente en het jongerenwerk van het Andreascentrum in Groningen.
Deze groepen waren onderling niet identiek. De Vrije Evangelische Gemeente had oudere wortels en een eigen kerkverbandelijke traditie. Pinkster- en charismatische gemeenten legden andere accenten, onder meer rond de gaven van de Geest en de inrichting van de eredienst.
Wie meer overzicht zoekt, kan de verschillende lijnen vergelijken in Welke christelijke stromingen zijn er?.
Gereformeerde en evangelische invloeden
De Groninger gemeente bevond zich op een kruispunt van gereformeerde en evangelische tradities.
De psalmzang, aandacht voor Schriftuitleg en verbinding met predikanten uit gereformeerde kring wijzen naar de reformatorische erfenis. De liederen van Johannes de Heer, conferenties, evangelisatie en nadruk op persoonlijke geloofskeuze wijzen naar de evangelische opwekkingscultuur.
Deze combinatie hoeft geen innerlijke tegenspraak te zijn. De Reformatie herontdekte dat een mens door genade alleen en door geloof alleen wordt gerechtvaardigd. Het evangelische Réveil drong erop aan dat deze waarheid persoonlijk moet worden geloofd en in het leven vrucht draagt.
Er ontstaat wel gevaar wanneer persoonlijke ervaring losraakt van de Schrift. Dan wordt de innerlijke beleving de uiteindelijke norm. Er ontstaat eveneens gevaar wanneer zuivere leer geen levende uitwerking krijgt. Dan wordt orthodoxie een goed geordend geraamte.
De Schrift houdt beide bijeen. Waarheid moet worden geloofd. Geloof draagt vrucht. Heiliging is geen toegangsprijs tot Gods genade, maar het gevolg ervan. Goede werken rechtvaardigen niet, doch een geloof zonder werken is dood.
Wat nog onderzocht moet worden
Plaatselijke archieven en kerkelijke jaarboeken
Ofschoon reeds veel gegevens zijn samengebracht, blijven verscheidene vragen onbeantwoord.
Nader onderzoek is nodig naar:
- de exacte oprichtingsdatum;
- eventuele voorlopers vóór 1926;
- de datum van aansluiting bij de Bond;
- de volledige predikantenreeks;
- de ambtsperiode van ds. Berkhoff;
- de bouw of verbouwing onder ds. Van Petegem;
- het ledental door de jaren heen;
- de precieze achtergrond van de crisis van 1971;
- de besluitvorming rond het beroep op Bonhof;
- de aankoop en latere verkoop van het gebouw aan de Van Imhoffstraat;
- de ambtsperiode van ds. G. de Klein;
- de formele opheffingsdatum.
De officiële VEG-jaarboekjes kunnen veel duidelijkheid geven over predikanten, ledentallen en kerkelijke positie. Plaatselijke notulen zouden inzicht bieden in de conflicten en verhuizingen. Bouwvergunningen en kadastergegevens kunnen het raadsel rond de door Van Petegem gebouwde ‘kerk’ helpen oplossen.
Foto’s, gemeentebladen en persoonlijke documenten
Foto’s van het interieur kunnen duidelijk maken waar het orgel stond en hoe kerkzaal en achterzaal met elkaar verbonden waren. Oude gemeentebladen kunnen informatie bevatten over zondagsschool, vlooienmarkt, zendingsprojecten en bijzondere diensten.
Ook persoonlijke documenten zijn waardevol:
- trouwboekjes of lidmaatschapsbewijzen;
- uitnodigingen voor kerstuitvoeringen;
- programmaboekjes;
- collectebonnen;
- foto’s van gemeenteactiviteiten;
- brieven van predikanten;
- preekaantekeningen;
- bouwtekeningen;
- agenda’s van kerkenraadsleden.
Zulke stukken lijken binnen een gezin soms onbeduidend. Voor historisch onderzoek kunnen zij precies het ontbrekende verband leveren.
Een gemeente die langer bleef dan gedacht
De Vrije Evangelische Gemeente Groningen begon waarschijnlijk omstreeks 1926. Uiterlijk in 1929 trad zij openbaar naar buiten met een conferentiedag. Vanaf Schoolstraat 13 ontwikkelde zij een herkenbaar ritme van kerkdiensten, Bijbellezingen, zondagsschool, verkoopactiviteiten en onderlinge ontmoeting.
Predikanten als Berkhoff en Van Petegem drukten hun stempel op verschillende perioden. De gemeente kende belangstelling voor profetie, evangelisatie en persoonlijk geloof, terwijl psalmzang en Schriftverkondiging haar met de bredere protestantse traditie verbonden.
De geschiedenis verliep niet zonder breuken. In 1971 vertrokken minstens achttien leden na een ernstige vertrouwenscrisis. In 1988 kwam het tot een conflict met de landelijke Bond rond het beroep op P.J. Bonhof. De gemeente trad uit het verband.
Daar eindigde haar verhaal evenwel niet.
Zij ging verder als Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen, kocht in 1993 een kerkgebouw. Bonhof bleef lang aan haar verbonden. Daarna verschijnt de naam van G. de Klein. Pas ergens in een nog niet nauwkeurig vastgestelde latere periode verdwijnt de gemeenschap uit het zicht.
Een kerkelijke organisatie kan ophouden. Gebouwen krijgen een andere bestemming. Namen verdwijnen uit jaarboeken en adressengidsen. Dat maakt het verleden niet ongedaan.
De diepste betekenis van deze geschiedenis ligt evenmin in het behoud van een institutie om haarzelf. De gemeente bestond omdat mensen samenkwamen rond het Woord, Christus beleden en hun kinderen uit de Schrift wilden onderwijzen. Waar dat Woord werd geopend, klonk een boodschap die ouder was dan het Ommelanderhuis en verder reikte dan Groningen.
Juist daarom moet deze geschiedenis sober worden bewaard. Niet mooier dan zij was. De conflicten horen erbij, evenals de onduidelijkheden en menselijke tekorten. Doch evenzeer de psalmen, het kinderwerk, de Bijbellezingen en de eenvoudige trouw van mensen wier namen nauwelijks in een archief voorkomen.
Een plaatselijke kerk blijft niet bestaan door haar naam, gebouw of verleden, maar doordat Christus er door Zijn Woord wordt verkondigd en gehoorzaamd. Wanneer leden wegvallen en een organisatie uiteindelijk verdwijnt, blijft daarom één vraag over: heeft de gemeente trouw vastgehouden aan de Schrift, het evangelie zuiver verkondigd en werkelijk geleefd als gemeenschap rond Christus?
De Vrije Evangelische Gemeente Groningen stond binnen een breder landschap van kerkverbanden, Bijbelscholen, evangelisatie-initiatieven en plaatselijke geloofsgemeenschappen. De artikelen hieronder belichten enkele personen, organisaties en kerkelijke ontwikkelingen die met deze geschiedenis samenhangen.
Over Evert Sulmans kerkelijke weg, de Brandpunt Bijbelschool en zijn betrokkenheid bij Bijbelonderwijs en evangelische samenkomsten in Groningen.
Lees het artikel Christelijke organisatieEen historische terugblik op een christelijk jongerencentrum waarin ontmoeting, Bijbelonderwijs, muziek en evangelisatie een centrale plaats innamen.
Lees het artikel KerkverbandOver het ontstaan van de Gereformeerde Bond, haar plaats binnen de Hervormde Kerk en haar inzet voor Schrift en gereformeerde belijdenis.
Lees het artikel Kerkelijke stromingenEen overzicht van de belangrijkste christelijke tradities, kerkverbanden en evangelische bewegingen, met aandacht voor hun ontstaan, leer en onderlinge verschillen.
Lees het artikel Kerk en hervormingOver de blijvende roeping van de kerk om leer, bestuur en gemeenteleven steeds opnieuw te toetsen aan het gezag van de Schrift.
Lees het artikel Predikant en BijbelleraarOver een invloedrijke twintigste-eeuwse predikant die Schriftuitleg, gebed en geestelijk leven bijeen wilde houden en waarschuwde voor kille orthodoxie en losse emotie.
Lees het artikelHet centrale overzicht met artikelen over kerken, kerkverbanden, predikanten, Bijbelscholen, zendingswerk en christelijke organisaties uit heden en verleden.
Disclaimer, bronnen, reacties en ervaringen
Disclaimer
Deze pagina biedt een historische reconstructie van de Vrije Evangelische Gemeente Groningen en de latere Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen. De tekst berust op krantenberichten, kerkelijke publicaties, archiefinventarissen, monumentgegevens, zendingsnieuwsbrieven, digitale gemeentegidsen en persoonlijke herinneringen. Niet ieder onderdeel van de geschiedenis kon worden gecontroleerd aan de hand van oorspronkelijke notulen, ledenregisters, koopakten of een volledig plaatselijk kerkarchief.
Daarom wordt in het artikel onderscheid gemaakt tussen vastgelegde feiten, aannemelijke reconstructies en mondeling overgeleverde herinneringen. Zo is het waarschijnlijk dat de aanduiding 1926/1930 verwijst naar het ontstaan van de gemeente en haar latere aansluiting bij de Bond, maar een oprichtingsakte is nog niet gevonden. Ook de continuïteit tussen de Vrije Evangelische Gemeente en de latere Vrije Evangelische Gemeenschap is aannemelijk, onder meer door de blijvende betrokkenheid van ds. P.J. Bonhof, doch een formeel besluit tot naamswijziging is vooralsnog niet aangetroffen.
De beschreven bouwgeschiedenis vraagt eveneens voorzichtigheid. Een latere bron vermeldt dat ds. W.E. van Petegem samen met gemeenteleden een kerk bouwde, maar het is nog niet vastgesteld op welk deel van het complex aan Schoolstraat 13 dit betrekking had. Mogelijk ging het om een nieuwe kerkzaal, een achterzaal of een ingrijpende verbouwing. Zonder bouwtekeningen, vergunningen of kerkenraadsnotulen blijft dit een beredeneerde reconstructie.
Oude adresgidsen, kerkelijke nieuwsbrieven en online registers kunnen gegevens jarenlang blijven herhalen nadat een gemeente is veranderd, verhuisd of haar activiteiten heeft beëindigd. Een vermelding uit 2013 bewijst daarom niet zonder meer dat er toen nog wekelijks kerkdiensten werden gehouden. De precieze datum waarop de Vrije Evangelische Gemeenschap Groningen ophield te bestaan, is thans niet betrouwbaar vastgesteld.
Geraadpleegde bronnen
- Aalders, M. J., & Mietus, L. (2023). Inventaris van de verzameling J. H. Karelse betreffende de geschiedenis van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland. Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland.
- Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland. (z.d.). Beginselen.
- Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland. (z.d.). Onze geschiedenis.
- Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland. (2019). Weggaan en toch blijven: Historische documentatie betreffende gemeenten die de Bond verlieten of een gewijzigde kerkelijke positie kregen.
- Dominees.nl. (2013). Overleden predikanten 2013: Peter Johan Bonhof.
- Gemeente Groningen. (2025, 22 mei). Kennisgeving definitief besluit omgevingsvergunning reguliere procedure, Van Imhoffstraat 12 te Groningen.
- Google Maps. (2026, april). Street View-opname van Schoolstraat 13 te Groningen.
- Historische Kring Bussum. (z.d.). Vrije Evangelische Gemeente Bussum 75 jaar. Bussums Historisch Tijdschrift.
- Kerk & Orgel. (z.d.). Vrije Evangelische Gemeente, Van Imhoffstraat 12, Groningen. Gegevens ontleend aan Contactbrief voor kerkenverzamelaars, 29 (1993), 16, en 32 (1994), 19.
- Kok, G. J. (2015, 23 november). Opstandingskerk Groningen-Helpman gaat sluiten. GereformeerdeKerken.info.
- Kok, G. J. (2015, 5 december). Gedenkboek over Opstandingskerk Groningen-Helpman. GereformeerdeKerken.info.
- Kok, G. J. (2017, 3 maart). Gedenkboek Gereformeerde Kerk vrijgemaakt te Helpman verschijnt in april 2017. GereformeerdeKerken.info.
- LokaalTotaal. (z.d.). Gemeentegids Groningen: Vrije Evangelische Gemeenschap.
- Louwerse, A. C. (1987). Werk in uitvoering. Ons Orgaan, juli/augustus 1987. Opgenomen in Weggaan en toch blijven.
- Louwerse, A. C. (1988). Werk in uitvoering. Ons Orgaan, april 1988. Opgenomen in Weggaan en toch blijven.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1929, 2 mei). Bericht over de eerste conferentiedag van de Vrije Evangelische Gemeente te Groningen, p. 10.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1930, 22 januari). Bazaar van de Vrije Evangelische Gemeente, p. 2.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1933, 29 november). Aankondiging van een lezing door ds. Mooy over het duizendjarige rijk, p. 3.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1934, 9 juni). Overzicht van godsdienstoefeningen te Groningen, p. 10.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1935, 23 januari). Aankondiging van een conferentie van de Vrije Evangelische Gemeente, p. 2.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1937, 2 januari). Aankondiging van diensten van de Vrije Evangelische Gemeente aan Schoolstraat 13, p. 15.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1963, 13 december). Aankondiging van een zang- en kleurkanarietentoonstelling in het gebouw van de Vrije Evangelische Gemeente, p. 2.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1967, 18 maart). Aankondiging van kerkdiensten in de Vrije Evangelische Gemeente aan de Schoolstraat, p. 20.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1973, 18 augustus). Advertentie voor de Brandpunt Bijbelschool Groningen.
- Nieuwsblad van het Noorden. (1982, 3 december). Overzicht van predikbeurten van de Vrije Evangelische Gemeente aan de Schoolstraat, p. 19.
- Leekster Courant. (1973, 9 augustus). Advertentie voor de Brandpunt Bijbelschool Groningen.
- Reformatorisch Dagblad. (1984, 21 februari). Ds. Van Petegem overleden.
- Reformatorisch Dagblad. (2013, 21 augustus). Ds. P.J. Bonhof overleden.
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (z.d.). Monumentbeschrijving Schoolstraat 13 te Groningen, rijksmonumentnummer 18675.
- Rovers, L. (z.d.). Personen in de Christelijke Gereformeerde Kerken: A.M. Berkhoff.
- SmartMap. (z.d.). Gemeentegids Groningen: Evangelische gemeenten.
- Stichting Zending Brazilië voor Christus. (2003, april). Nieuwsbrief, nr. 84.
- Stichting Zending Brazilië voor Christus. (2004, juni/juli). Nieuwsbrief, nr. 88.
- Stichting Zending Brazilië voor Christus. (2004, december). Nieuwsbrief, nr. 90.
- Stichting Zending Brazilië voor Christus. (2005, november). Nieuwsbrief, nr. 93.
- Stichting Zending Brazilië voor Christus. (2006, november). Nieuwsbrief, nr. 96.
- Stichting Zending Brazilië voor Christus. (2008, april). Nieuwsbrief, nr. 101.
- Stichting Zending Brazilië voor Christus. (2013, juli). Nieuwsbrief, nr. 117.
- Sulman, M. G. (z.d.). Persoonlijke en familiale herinneringen aan de Vrije Evangelische Gemeente Groningen. Ongepubliceerd bronmateriaal.
- Vrije Evangelische Gemeente Veendam. (1971, 10 januari). Verslag van de bijzondere ledenvergadering over het tijdelijke lidmaatschap van achttien leden uit Groningen.
- Wikimedia Commons. (z.d.). Portret van Jan de Liefde.
Persoonlijke herinneringen als bron
Een deel van het beschreven gemeenteleven berust op persoonlijke en familiale herinneringen van schrijver dezes. Dit geldt onder meer voor het zingen van psalmen en gezangen in de morgendienst, liederen uit de bundel van Johannes de Heer in de middagdienst, de zondagsschool, de kerstuitvoeringen, het koffiedrinken in de achterzaal, de jaarlijkse vlooienmarkt en het handen schudden door de predikant bij de vroegere hoofdingang aan Schoolstraat 13.
Zulke herinneringen geven zicht op het alledaagse kerkelijke leven, maar zijn niet hetzelfde als een gedateerd archiefstuk. Tijdstippen, ruimten en gebeurtenissen kunnen in de herinnering verschuiven of met elkaar verweven raken. Waar mogelijk zijn deze gegevens daarom vergeleken met krantenberichten, adressen, foto’s en kerkelijke publicaties. Waar bevestiging ontbreekt, wordt dit in de tekst vermeld.
Reacties, ervaringen en aanvullend bronmateriaal
Heb je de Vrije Evangelische Gemeente Groningen zelf bezocht, ben je er lid geweest of beschik je over herinneringen aan de diensten, zondagsschool, kerstuitvoeringen, conferenties, Bijbellezingen, vlooienmarkten of andere activiteiten? Je bijdrage is welkom. Geef bij voorkeur aan in welke jaren je bij de gemeente betrokken was en maak duidelijk wat je zelf hebt meegemaakt en wat je later van anderen hebt gehoord.
De schrijver dezes staat nadrukkelijk open voor aanvullend bronnenmateriaal. Denk aan gemeentebladen, notulen, ledenlijsten, liturgieën, programmaboekjes, uitnodigingen, collectebonnen, brieven, preekaantekeningen, cassettebandjes, geluidsopnamen, foto’s, bouwtekeningen, koopakten, krantenknipsels en documenten over predikanten of kerkgebouwen. Ook gegevens over ds. A.M. Berkhoff, ds. W.E. van Petegem, ds. P.J. Bonhof en ds. G. de Klein kunnen helpen om ontbrekende perioden nauwkeuriger te reconstrueren.
Vermeld bij foto’s en documenten zo mogelijk de datum of vermoedelijke periode, de locatie, de afgebeelde personen, de maker en de herkomst. Geef tevens aan of het materiaal op deze website mag worden gepubliceerd en welke naamsvermelding daarbij gewenst is. Stuur geen gevoelige persoonsgegevens van nog levende personen mee zonder hun toestemming.
Persoonlijke ervaringen kunnen nieuwe onderzoekslijnen openen, maar vormen op zichzelf niet altijd sluitend historisch bewijs. Reacties en ingezonden stukken kunnen daarom worden gecontroleerd, ingekort of voorzien van een redactionele toelichting. Plaatsing kan enige tijd duren vanwege controle op spam, privacygevoelige gegevens, onbewezen beschuldigingen en onnodig grievende inhoud.
Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.
Een sekte – het woord klinkt beladen, en dat is het ook. In de kern gaat het om…
Lees het artikel
In een ongecensureerd interview tijdens een kritieke periode in het conflict tussen Israël en Hamas, spreekt Dr. Phil…
Lees het artikel
Heb je ooit stilgestaan bij hoe krachtig het Evangelie volgens Marcus is, ondanks dat het het kortste evangelie…
Lees het artikel