Martyn Lloyd-Jones over de moderne mens: autonomie, zonde en de noodzaak van Christus

Laatst bijgewerkt op 20 juni 2026 door M.G. Sulman

Martyn Lloyd-Jones zag achter de onrust van de moderne samenleving een dieper geestelijk conflict: de mens wil zichzelf tot hoogste maatstaf maken. In zijn interview met Joan Bakewell uit 1970 sprak hij over autonomie, zonde, politiek, wetenschap, tolerantie en de unieke plaats van Christus. Zijn analyse is nog steeds actueel. Wat gebeurt er wanneer de mens vrijheid, waardigheid en moraal wil behouden, maar tegelijk het gezag van zijn Schepper afwijst?

Inleiding

In december 1970 sprak de Britse journaliste Joan Bakewell voor de BBC met Martyn Lloyd-Jones. Het gesprek duurde nauwelijks twintig minuten, maar raakte aan grote vragen. Waarom bestaat de mens? Is ieder mens vrij om zijn eigen waarheid en moraal te bepalen? Kan politiek de samenleving genezen? Is het christendom achterhaald nu wetenschap en techniek zo veel hebben bereikt? En is het niet onverdraagzaam om te zeggen dat Christus de enige weg tot God is?

Lloyd-Jones antwoordde zonder omhaal. Hij probeerde het christelijk geloof niet aanvaardbaar te maken door scherpe kanten af te vijlen. Evenmin trok hij zich terug in vrome algemeenheden. Hij legde telkens het diepere probleem bloot: de moderne mens wil zichzelf als hoogste gezag beschouwen. Hij wil wel vrijheid, waardigheid, recht en betekenis behouden, maar niet langer erkennen dat deze zaken rusten in God, Die hem geschapen heeft.

Het interview vond plaats op een kantelpunt in de Britse cultuur. Oude christelijke overtuigingen verloren snel hun vanzelfsprekendheid; individuele zelfbeschikking werd een moreel ideaal. Lloyd-Jones zag echter dat de kwestie dieper lag dan veranderende zeden. De strijd ging om de vraag wie het recht heeft het menselijk leven te bepalen: God of de mens zelf.1Het interview werd in december 1970 door de BBC uitgezonden. Zie: Denny Burk. (2022, 25 oktober). Dr. Martyn Lloyd-Jones vs. expressive individualism. https://www.dennyburk.com/dr-martyn-lloyd-jones-vs-expressive-individualism/; Martyn Lloyd-Jones Trust. The voice of Dr. Martyn Lloyd-Jones. https://www.mljtrust.org/blog/The-Voice-Martyn-Lloyd-Jones/

De vraag achter bijna iedere vraag

Bakewell stelt vragen over politiek, moraal, religieuze verdraagzaamheid en maatschappelijke verandering. Lloyd-Jones behandelt die onderwerpen niet als losse dossiers. Hij vraagt steeds welke visie op de mens eraan ten grondslag ligt.

Dat is wezenlijk. Je kunt over vrijheid spreken zonder eerst uit te leggen wat een mens is. Je kunt discussiëren over goed en kwaad zonder te zeggen waar morele normen vandaan komen. Je kunt pleiten voor menselijke waardigheid zonder te verantwoorden waarom ieder mens werkelijk waarde bezit. Maar vroeg of laat komt de rekening. Woorden als vrijheid, recht en waardigheid blijven dan nog wel in omloop, terwijl hun fundament reeds is verwijderd.

De Bijbel begint niet met de mens die zichzelf probeert te begrijpen. Hij begint met God: “In het begin schiep God de hemel en de aarde” (Genesis 1:1). Dat eerste vers is geen algemene religieuze aanhef die je na lezing weer terzijde kunt schuiven. Het bepaalt de hele werkelijkheid. God is er vóór de schepping. De wereld is niet uit zichzelf ontstaan, bestaat niet uit zichzelf en behoort niet aan zichzelf toe.

Dat geldt ook voor jou. Je bent geen toevallige eigenaar van een zelfstandig bestaan. Je bent schepsel.

Het woord schepsel klinkt voor moderne oren misschien beperkend. Toch ligt juist daarin je waardigheid. Je bent niet het tijdelijke product van blinde materie waaraan achteraf betekenis moet worden toegekend. God heeft je gewild, gevormd en geplaatst binnen Zijn werkelijkheid. Je leven heeft daarom een bestemming die je niet zelf hoeft uit te vinden.

De afbeelding toont een persoon die bidt, met gevouwen handen boven een open boek, de Bijbel.
De Bijbel begint niet met de mens die zichzelf probeert te begrijpen. / Bron: Pixabay

Geschapen naar het beeld van God

Genesis 1 zegt dat God de mens schiep naar Zijn beeld en gelijkenis (Genesis 1:26-27). Daarvoor wordt dikwijls de Latijnse term Imago Dei gebruikt: het beeld van God.

Dat betekent niet dat God een menselijk lichaam heeft en jij uiterlijk op Hem lijkt. Het beeld van God heeft betrekking op je bijzondere plaats binnen de schepping. Je bent geschapen als een persoonlijk, kennend en verantwoordelijk wezen. Je kunt nadenken over waarheid, morele oordelen vormen, liefhebben, beloften doen, taal gebruiken, de aarde beheren en bewust in verhouding tot God en andere mensen leven.

Het beeld van God raakt derhalve meerdere onderdelen van je bestaan:

  • Je waardigheid berust erop dat God je naar Zijn beeld heeft gemaakt.
  • Je verantwoordelijkheid volgt uit het feit dat je Hem rekenschap verschuldigd bent.
  • Je verstand is bedoeld om Gods werkelijkheid te leren kennen.
  • Je morele besef verwijst naar Zijn rechtvaardige karakter.
  • Je sociale bestaan laat zien dat de mens voor gemeenschap is geschapen.
  • Je heerschappij over de aarde is rentmeesterschap, geen onbeperkt eigendomsrecht.

Wanneer God de mens opdraagt vruchtbaar te zijn en over de aarde te heersen, verleent Hij werkelijk gezag. Dat gezag blijft echter afgeleid. Een rentmeester beheert goederen die aan een ander toebehoren. De mens mag de wereld onderzoeken, bebouwen en ordenen, maar niet behandelen alsof hij haar uiteindelijke eigenaar is.

Hier ligt reeds het conflict met de moderne autonomie.

Imago Dei -- elke mens draagt de afdruk van zijn Maker (Genesis 1:27)
Imago Dei — elke mens draagt de afdruk van zijn Maker (Genesis 1:27) / Bron: Martin Sulman

Autonomie: de mens als zijn eigen wetgever

Autonomie is samengesteld uit twee Griekse woorden: autos, zelf, en nomos, wet. Autonomie betekent letterlijk dat je jezelf tot wet bent. Je erkent dan geen uiteindelijke norm boven je eigen verstand, keuze of verlangen.

In alledaags taalgebruik klinkt autonomie doorgaans positief. Een volwassen mens moet zelfstandig kunnen handelen. Een patiënt behoort bijvoorbeeld goed geïnformeerd te worden en mag niet als een willoos object worden behandeld. Zulke praktische zelfstandigheid is op zichzelf niet verkeerd.

De diepere filosofische autonomie gaat echter veel verder. Zij zegt dat de mens zelf het hoogste gezag is bij het bepalen van waarheid, moraal en levensdoel. Er bestaat dan geen beslissende stem boven het menselijke oordeel. God mag eventueel nog bestaan als persoonlijke inspiratiebron, maar Hij mag niet werkelijk gebieden.

Cornelius Van Til vatte deze tegenstelling kernachtig samen:

“There is no alternative but that of theonomy and autonomy.”

Theonomie betekent hier eenvoudig Gods wet of Gods heerschappij. Van Til gebruikt het woord in brede zin. Hij bespreekt op deze plaats niet allereerst een bepaald politiek programma, maar de fundamentele keuze in de ethiek: óf God bepaalt wat goed is, óf de mens probeert zichzelf tot laatste norm te maken.2Van Til, C. (1980). Christian theistic ethics. Presbyterian and Reformed Publishing Company, p. 134. Een digitale editie is beschikbaar via: https://presupp101.files.wordpress.com/2011/08/van-til-christian-theistic-ethics.pdf. Bibliografische gegevens van de uitgave: https://archive.org/details/christianethics0000vant

Er is geen werkelijk neutraal terrein tussen beide. Wanneer je Gods gezag afwijst, kom je niet terecht in een gezagsloze ruimte. Je vervangt Zijn gezag door een ander gezag. Dat kan je individuele gevoel zijn, de publieke opinie, de staat, de wetenschap, de meerderheid of een morele elite. Iets zal uiteindelijk beslissen.

De moderne mens zegt graag dat niemand hem zijn waarden mag opleggen. Tegelijk eist hij dat anderen zijn waarden erkennen. Dat is de contradictie. Autonomie schaft gezag niet af; zij verplaatst het.

De persoon op de afbeelding is Cornelius Van Til (1895-1987), een Nederlands-Amerikaanse theoloog en filosoof.
Cornelius van Til (1895-1987) / Bron: Wikimedia Commons

De eerste autonome daad

Genesis 3 laat zien dat autonomie geen recente filosofische ontdekking is. Zij verschijnt reeds in de eerste zonde.

De slang vraagt aan Eva: “Is het echt zo dat God gezegd heeft?” (Genesis 3:1). De aanval richt zich eerst op Gods Woord. Heeft God werkelijk gesproken? Heeft Hij het wel goed bedoeld? Is Zijn gebod betrouwbaar?

Vervolgens belooft de slang dat de mens als God zal zijn en kennis zal hebben van goed en kwaad (Genesis 3:5). De verleiding bestaat niet enkel uit het eten van verboden vrucht. Adam en Eva grijpen naar het recht om zelf goed en kwaad te bepalen.

Dat is de aard van de zonde.

Zonde is meer dan het overtreden van enkele regels. Het is wetteloosheid, zegt 1 Johannes 3:4. De mens wijst Gods wet af en wil zijn bestaan naar eigen inzicht ordenen. Hij gebruikt ontvangen gaven tegen de Gever. Zijn verstand, verlangens en vrijheid blijven bestaan, maar worden losgemaakt van hun juiste bestemming.

De boom van kennis van goed en kwaad was geen magische boom die Adam nieuwe intellectuele informatie gaf. Adam wist reeds dat gehoorzaamheid goed en ongehoorzaamheid kwaad was. God had immers duidelijk gesproken. Het eten van de vrucht betekende dat de mens het morele oordeel naar zich toetrok. Hij wilde niet langer ontvangen wat goed was, maar het zelf definiëren.

De zondeval is daarom de kroning van de autonome mens. Zij is tegelijk zijn vernedering.

Adam verwacht verheffing, maar ontdekt schaamte. Hij verwacht vrijheid, maar verstopt zich. Hij verlangt kennis, maar begint onmiddellijk de waarheid te verdraaien. Wanneer God hem aanspreekt, wijst Adam naar Eva en uiteindelijk naar God: “De vrouw die U gaf om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven” (Genesis 3:12).

Autonomie maakt je niet eerlijker over jezelf. Zij geeft je juist een reden om je schuld buiten jezelf te plaatsen.

De afbeelding toont een gravure van Adam en Eva, de eerste man en vrouw volgens de Bijbel.
Jan Saenredam (1565–1607): Eva biedt Adam een appel aan van de boom der kennis van goed en kwaad. De slang, rond de stam gekronkeld, reikt haar een andere appel aan. / Bron: Wikimedia Commons

Waarom zelfbeschikking geen echte vrijheid oplevert

Vrijheid wordt tegenwoordig dikwijls omschreven als de mogelijkheid te worden wie je zelf wilt zijn. Je innerlijke verlangens zouden dan je meest authentieke zelf onthullen. Een externe norm die jouw zelfexpressie begrenst, wordt algauw ervaren als onderdrukking.

Deze opvatting veronderstelt echter dat je verlangens betrouwbaar zijn. De Schrift is daar aanzienlijk nuchterder over. Het hart is “arglistig, meer dan enig ding” (Jeremia 17:9). Jezus zegt dat kwade gedachten, seksuele zonden, diefstal, hebzucht, bedrog, hoogmoed en dwaasheid van binnenuit voortkomen (Markus 7:20-23).

Je diepste gevoelens zijn dus niet automatisch je zuiverste raadgevers. Sommige verlangens zijn goed. Andere zijn verward, egoïstisch of vernietigend. Je hebt een norm nodig waarmee verlangens kunnen worden beoordeeld.

Een man met een sterke neiging tot woede wordt niet vrij wanneer hij iedere uitbarsting als authentieke zelfexpressie beschouwt. Een gokverslaafde wordt niet autonoom doordat niemand hem mag tegenspreken. Een echtgenoot die zijn gezin verlaat vanwege een nieuwe verliefdheid volgt misschien een intens gevoel, maar verbreekt tegelijk een belofte.

Vrijheid kan daarom niet eenvoudig betekenen dat iedere innerlijke impuls onbelemmerd wordt uitgevoerd.

Jezus zegt: “Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde” (Johannes 8:34). Zonde presenteert zich als bevrijding, maar ontwikkelt zich tot heerschappij. Begeerte vraagt eerst toestemming en begint daarna bevelen te geven.

Paulus beschrijft hetzelfde proces in Romeinen 6. Je bent altijd in dienst van een meester: zonde die tot de dood leidt, of gehoorzaamheid die vrucht draagt tot gerechtigheid. De mens is geen moreel vacuüm dat geheel los van iedere invloed zijn eigen identiteit vormt.

Werkelijke vrijheid bestaat daarom niet uit onafhankelijkheid van God. Zij ontstaat wanneer je bevrijd wordt van de heerschappij van de zonde en weer kunt leven overeenkomstig het doel waarvoor je bent geschapen.

Een vis is vrij in het water. Haal je hem eruit, dan is hij verlost van de grenzen van het water, maar tevens van de mogelijkheid om te leven. Zo raakt de mens buiten Gods goede orde niet bevrijd, maar ontregeld.

Schilderij van de apostel Paulus door Rembrandt, zittend met een geopend manuscript en een zwaard op de achtergrond.
Rembrandts Paulus. / Bron: Wikimedia Commons

Het hoogste doel van de mens

Tijdens het interview verwijst Lloyd-Jones naar de klassieke vraag naar het hoogste doel van het menselijk bestaan. Het antwoord luidt dat de mens God moet verheerlijken en zich eeuwig in Hem moet verheugen.

Dit is geen hoogdravende kerkelijke formule. Zij zegt dat je leven zijn betekenis vindt in God. Hem verheerlijken betekent dat je Zijn grootheid erkent, Zijn wil gehoorzaamt en met je hele bestaan laat zien dat Hij waardig is. Je voegt niets aan Gods heerlijkheid toe; je erkent wat reeds waar is.

Je in God verheugen betekent dat gehoorzaamheid niet eindigt in kille plicht. God is Zelf het hoogste goed. Psalm 16 zegt: “Overvloed van blijdschap is bij Uw aangezicht” (Psalm 16:11). Psalm 73 komt na een pijnlijke worsteling tot dezelfde slotsom: “Wie heb ik behalve U in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde” (Psalm 73:25).

De mens is geschapen met een verlangen naar geluk, maar dat verlangen raakt na de zondeval verkeerd gericht. Je zoekt in geschapen dingen wat alleen de Schepper kan geven. Werk, liefde, bezit, gezondheid en menselijke waardering zijn goede gaven, doch zij bezwijken wanneer je ze dwingt God te vervangen.

Een carrière kan voldoening geven, maar geen schuld verzoenen. Een relatie kan nabijheid bieden, maar je bestaan geen uiteindelijke grond geven. Gezondheid is kostbaar, maar zij kan de dood niet afschaffen. Menselijke erkenning voelt aangenaam, doch zij verandert niet wie je voor God bent.

Augustinus verwoordde het aan het begin van zijn Belijdenissen aldus: “U hebt ons gemaakt naar U toe, en rusteloos is ons hart totdat het rust vindt in U.”3Augustinus. Belijdenissen, boek I, hoofdstuk 1. Latijn: “Fecisti nos ad te et inquietum est cor nostrum, donec requiescat in te.” Engelse en Latijnse tekst: https://www.newadvent.org/fathers/110101.htm

Lloyd-Jones verzet zich daarom tegen een geloof dat God vooral inzet voor menselijk welzijn. Godsdienst wordt dan een vorm van geestelijke dienstverlening. God moet stress verlagen, het huwelijk verbeteren, succes bevorderen en een gevoel van zingeving leveren.

Het probleem is niet dat geloof geen gevolgen heeft voor je welzijn. Het probleem ontstaat wanneer jouw welzijn tot het hoogste criterium wordt. God wordt dan beoordeeld naar Zijn bruikbaarheid voor jouw plannen.

De Bijbel draait die verhouding om. Je behoort aan Hem.

"Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U." Augustinus /
“Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.” Augustinus / Bron: Martin Sulman

Zonde is geen gebrek aan ontwikkeling

Een belangrijk element in Lloyd-Jones’ denken is zijn afwijzing van de gedachte dat de mens voornamelijk door gebrekkige omstandigheden verkeerd handelt. Slechte huisvesting, armoede, onrecht en onvoldoende onderwijs kunnen iemands gedrag diepgaand beïnvloeden. De Bijbel gebiedt daarom concrete zorg voor armen, vreemdelingen, weduwen en mensen die worden verdrukt.

Toch ligt het kwaad dieper dan de omgeving.

Jezus plaatst de bron van zondig gedrag in het menselijke hart (Markus 7:21-23). Paulus zegt in Romeinen 3 dat niemand uit zichzelf God zoekt en dat de hele wereld voor God schuldig staat. De menselijke kwaal is derhalve niet slechts intellectuele onwetendheid. De mens kent God uit Zijn werken, maar onderdrukt die kennis in ongerechtigheid (Romeinen 1:18-23).

Onderdrukken betekent dat de mens niet eenvoudig neutraal naar het beschikbare bewijs kijkt en toevallig tot de verkeerde conclusie komt. Hij houdt de waarheid tegen omdat hij Gods heerschappij niet wil erkennen.

Dat verklaart waarom meer kennis niet vanzelf tot meer goedheid leidt. Dezelfde wetenschap die medicijnen ontwikkelt, kan biologische wapens vervaardigen. Techniek kan voedsel verdelen, maar ook propaganda verfijnen. Onderwijs kan iemand leren helder te redeneren, terwijl het hem geen liefde tot de waarheid geeft.

Een slimmer mens is niet noodzakelijk een beter mens. Hij kan zijn intelligentie gebruiken om zijn zonde doeltreffender te organiseren.

Lloyd-Jones was vóór zijn predikantschap arts. Zijn benadering heeft iets medisch. Een bekwame arts behandelt geen ernstige ziekte alsof de patiënt slechts wat vermoeid is. Hij stelt een diagnose die recht doet aan de werkelijkheid. De Bijbelse diagnose van de mens is hard, maar niet misantropisch. Zij neemt het kwaad zo ernstig omdat zij de oorspronkelijke goedheid en hoge bestemming van de mens kent.

De mens is geen waardeloos dier. Hij is een gevallen beelddrager van God.

Totale verdorvenheid: dieper dan buitensporig kwaad

De term totale verdorvenheid wordt vaak verkeerd begrepen. Hij betekent niet dat ieder mens zo slecht handelt als menselijkerwijs mogelijk is. Ook zegt hij niet dat ongelovigen nooit liefde, moed of burgerlijke deugd laten zien.

Totale verdorvenheid betekent dat de zonde ieder onderdeel van de menselijke persoon heeft aangetast. Verstand, wil, verlangens, lichaam en relaties staan niet meer onbevlekt in dienst van God. Er is geen afgesloten, volkomen zuivere kamer in de mens vanwaaruit hij zichzelf kan herstellen.

Je verstand kan nog redeneren, maar is geneigd God buiten beschouwing te laten. Je wil kan echte keuzes maken, maar kiest van nature niet voor onderwerping aan God. Je geweten spreekt nog, maar kan worden vervormd of toegeschroeid. Je kunt anderen liefhebben, terwijl zelfs die liefde vermengd raakt met eigenbelang, angst of behoefte aan erkenning.

Deze leer verlaagt de menselijke verantwoordelijkheid niet. Zij verklaart juist waarom je Gods genade nodig hebt. Een mens die slechts onvoldoende informatie bezit, heeft onderwijs nodig. Een schuldige heeft vergeving nodig. Een geestelijk dode moet levend worden gemaakt.

Efeze 2 zegt dat mensen dood zijn door overtredingen en zonden. Dood betekent hier geen lichamelijke bewusteloosheid en evenmin dat iemand niets meer kan doen. Het betekent dat de mens van God vervreemd is en niet uit zichzelf naar Hem terugkeert. Paulus vervolgt daarom niet met een programma voor zelfverbetering, maar met Gods ingrijpen: “Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt” (Efeze 2:4-5).

Het Evangelie begint waar menselijke zelfverlossing eindigt.

De samenleving kan het hart niet vernieuwen

Bakewell vraagt Lloyd-Jones naar sociale en politieke verandering. Rond 1970 waren dergelijke vragen bijzonder actueel, maar zijn antwoord heeft niets van zijn scherpte verloren.

Politiek is noodzakelijk. De overheid heeft volgens Romeinen 13 de taak het kwaad te beteugelen en het goede te beschermen. Wetten kunnen moord bestraffen, eigendom beschermen, uitbuiting tegengaan en publieke orde handhaven. Slechte wetgeving kan groot onrecht veroorzaken; goede wetgeving kan het maatschappelijke leven werkelijk verbeteren.

Toch kan de staat geen nieuw hart scheppen.

Een wet kan diefstal verbieden, maar hebzucht niet uitroeien. Zij kan discriminatie bestraffen, maar geen liefde voortbrengen. Zij kan een huwelijk juridisch beschermen, maar geen trouw in het hart leggen. Zij kan geweld beteugelen, maar wrok niet verzoenen.

Hier moet je onderscheid maken tussen beteugeling en vernieuwing. Beteugeling beperkt de uitwerking van het kwaad. Vernieuwing verandert de innerlijke gezindheid van de mens. De overheid is tot het eerste geroepen; het tweede behoort tot Gods herscheppende werk.

Daarom falen politieke utopieën. Een utopie is een voorstelling van een volmaakte samenleving die door de juiste menselijke ordening zou kunnen ontstaan. Het systeem krijgt daarin bijna messiaanse trekken. Wanneer bezit anders wordt verdeeld, onderwijs wordt hervormd, de juiste partij regeert of traditionele structuren worden afgebroken, zou de nieuwe mens tevoorschijn komen.

Maar wie bestuurt het ideale systeem? Mensen.

Wie controleert de controleurs? Opnieuw mensen.

Wie voorkomt dat morele ijver in machtsmisbruik verandert? Een geschreven grondwet kan grenzen stellen, doch zij kan de menselijke begeerte naar macht niet genezen.

De Schrift is hier opmerkelijk realistisch. Zij kent slechte koningen, corrupte rechters, hebzuchtige priesters en misleidende profeten. Zij verheerlijkt geen enkele menselijke bestuursvorm alsof daarin het heil ligt. Zelfs David, de koning naar Gods hart, pleegt overspel en organiseert de dood van Uria. Salomo ontvangt uitzonderlijke wijsheid, maar laat zijn hart door afgoderij afbuigen.

De heilshistorische lijn, de voortgang van Gods verlossingswerk door de geschiedenis, loopt daarom niet uit op een ideale politicus. Zij loopt uit op Christus, de rechtvaardige Koning.

Close-up van handen die een open Bijbel vasthouden en een bladzijde omslaan; de achtergrond is donker, de persoon draagt een blauw overhemd.
De heilshistorische lijn, de voortgang van Gods verlossingswerk door de geschiedenis, loopt daarom niet uit op een ideale politicus. Zij loopt uit op Christus, de rechtvaardige Koning. / Bron: Freepik

Waarom de kerk meer moet doen dan maatschappelijke symptomen bestrijden

De kerk mag zich niet onverschillig tonen tegenover armoede, racisme, misbruik, oorlog of economische uitbuiting. De profeten spreken scherp tegen rechters die zich laten omkopen en rijken die armen vertrappen. Jakobus veroordeelt werkgevers die loon achterhouden (Jakobus 5:1-6). Johannes stelt dat iemand Gods liefde niet in zich heeft wanneer hij zijn broeder gebrek ziet lijden en zijn hart voor hem sluit (1 Johannes 3:17).

Een kerk die over de hemel spreekt maar concreet onrecht negeert, leest de Bijbel selectief.

Niettemin verliest de kerk haar eigen roeping wanneer zij het Evangelie reduceert tot maatschappelijke actie. Zij wordt dan een religieus aangeklede belangenorganisatie. Misschien behoudt zij christelijke woorden, terwijl de verzoening door Christus naar de marge verdwijnt.

De kerk moet het kwaad bij zijn naam noemen, slachtoffers beschermen, barmhartigheid oefenen en recht zoeken. Haar diepste boodschap blijft evenwel dat zondaren met God verzoend moeten worden.

Verzoening is het herstel van een verbroken verhouding. Door de zonde staat de mens schuldig tegenover God en leeft hij als Zijn vijand. Christus draagt aan het kruis het oordeel dat Zijn volk verdiend heeft, zodat er vrede met God ontstaat (Romeinen 5:1 en 5:10-11).

Zonder die verzoening wordt christelijke maatschappelijke betrokkenheid gemakkelijk moralistisch. De kerk vertelt anderen dan hoe zij moeten leven, maar spreekt niet langer over de schuld die alleen Christus kan wegnemen.

Lloyd-Jones wilde de samenleving niet minder serieus nemen. Hij nam haar geestelijke nood juist ernstiger dan zij zichzelf nam.

Het kruis ontmaskert menselijke zelfverlossing

De autonome mens wil graag een religie die hem helpt zonder hem te veroordelen. Hij aanvaardt misschien Jezus als inspirerend voorbeeld, morele hervormer of pleitbezorger van menselijke broederschap. Het kruis wordt dan vooral een symbool van liefde en opoffering.

De apostelen spreken scherper.

Christus stierf “voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften” (1 Korinthe 15:3). Petrus zegt dat Hij onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout (1 Petrus 2:24). Paulus schrijft dat God Christus heeft voorgesteld als zoenmiddel, zodat God rechtvaardig blijkt terwijl Hij de schuldige rechtvaardigt die in Jezus gelooft (Romeinen 3:25-26).

Het begrip plaatsvervangende verzoening betekent dat Christus in de plaats van schuldige mensen onder Gods oordeel staat. Hij draagt wat zij verdienden en schenkt hun wat zij niet verdienden.

Hierdoor wordt zowel Gods liefde als Zijn recht serieus genomen. God doet niet alsof zonde onbelangrijk is. Hij vergeeft niet door Zijn rechtvaardigheid tijdelijk uit te schakelen. Aan het kruis wordt de schuld werkelijk gedragen.

Dat botst met autonomie, want het kruis zegt dat je jezelf niet kunt redden. Je kunt God niet compenseren met nette daden, religieuze ijver of maatschappelijke betrokkenheid. Je hebt een Plaatsvervanger nodig.

Het kruis laat tevens zien hoe ernstig zonde is. Wanneer menselijke ongehoorzaamheid slechts een gebrek aan ontwikkeling was, zou onderwijs voldoende zijn geweest. Wanneer het probleem voornamelijk psychologisch was, had therapie kunnen volstaan. Wanneer maatschappelijke structuren de diepste oorzaak vormden, was een revolutie genoeg geweest.

De Zoon van God moest echter sterven.

Het afgebeelde schilderij is de "Calvarieberg" van de Siciliaanse schilder Antonello da Messina. Het werk is in 1475 geschilderd en bevindt zich in de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Het schilderij toont de kruisiging van Jezus Christus op Golgotha (Calvarieberg). Op de voorgrond treuren Maria en Johannes de Evangelist, en een schedel verwijst naar Adam, van wie men geloofde dat hij op Golgotha begraven was. Symbolen in het werk verwijzen naar de dood en verlossing, zoals de uil die zondaars en de joden symboliseert die zich afwenden van het ware geloof, en slangen die door de schedel kronkelen als symbolen voor de dood en de duivel. De olieverftechniek en de gedetailleerde weergave van de lichamen wijzen op de invloed van de Vlaamse Primitieven op de Siciliaanse kunstenaar.
De kruisiging van Jezus door Antonello da Messina / Bron: Wikimedia Commons

Rechtvaardiging: een oordeel buiten jezelf

Rechtvaardiging is Gods rechterlijke uitspraak dat een zondaar rechtvaardig voor Hem staat, op grond van het werk van Christus. Dat oordeel berust niet op je morele vooruitgang, innerlijke ervaring of religieuze prestatie.

Paulus plaatst geloven en werken nadrukkelijk tegenover elkaar wanneer het gaat om de grond van onze aanvaarding door God. “Hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid” (Romeinen 4:5).

Dat God de goddeloze rechtvaardigt, betekent niet dat Hij goddeloosheid goedpraat. De schuld is door Christus gedragen en Zijn gerechtigheid wordt de gelovige toegerekend. Toerekenen is een boekhoudkundige en juridische term: iets wordt op jouw rekening geplaatst. Jouw zonde werd Christus toegerekend; Zijn volkomen gehoorzaamheid wordt jou toegerekend.

Hier sterft iedere geestelijke zelfverheffing.

Je staat niet voor God omdat je moreel gevoeliger bent dan anderen. Je wordt niet aangenomen omdat je de juiste politieke standpunten hebt, de juiste kerk bezoekt of je leven beter op orde hebt. Je wordt gerechtvaardigd uit genade, door het geloof, vanwege Christus.

Genade is geen vriendelijke aanvulling op wat jij reeds hebt bereikt. Zij is Gods onverdiende gunst aan schuldige mensen.

Heiliging: bevrijd om anders te leven

Wie over genade spreekt zonder over een veranderd leven te spreken, maakt van genade een abstractie. De Bijbel verbindt rechtvaardiging met heiliging.

Heiliging is het werk waardoor God je steeds meer vernieuwt naar het beeld van Christus. Je wordt niet gerechtvaardigd vanwege je heiliging, maar iemand die met Christus verenigd is, blijft niet onveranderd.

De Heilige Geest maakt je niet tot een willoos voorwerp. Hij vernieuwt je wil, zodat je de zonde gaat haten en Gods geboden leert liefhebben. De gehoorzaamheid die vroeger als een bedreiging voelde, wordt allengs herkend als de weg van het leven.

Dat proces is in dit leven onvolmaakt. Een christen kan ernstig zondigen. Hij kent innerlijke strijd, terugval en traagheid. Toch is er een nieuwe richting. Zonde blijft aanwezig, maar heeft niet langer het onbetwiste heersersrecht.

Deze onderscheiding voorkomt twee dwalingen. Enerzijds kun je denken dat goede werken je aanvaardbaar voor God maken. Anderzijds kun je genade gebruiken als excuus om onveranderd te blijven. Paulus wijst beide af. Je wordt door genade gered, niet uit werken, maar je wordt tegelijk in Christus geschapen tot goede werken (Efeze 2:8-10).

De volgorde doet ertoe. Goede werken zijn de vrucht van redding, niet de koopprijs ervan.

Openbaring: God moet Zichzelf bekendmaken

De autonome mens wil God beoordelen vanuit een neutraal uitkijkpunt. Hij verzamelt argumenten, vergelijkt wereldbeelden en beslist vervolgens of God aan zijn criteria voldoet.

Maar waar zou zo’n neutrale plaats zich bevinden?

Je bent zelf onderdeel van de werkelijkheid die God heeft geschapen. Je verstand is een gave van Hem. De logische wetten waarmee je redeneert, bestaan niet onafhankelijk van Zijn ordelijke natuur. Je kunt God dus niet onderzoeken alsof Hij een voorwerp binnen een groter universum is.

Openbaring betekent dat God Zichzelf bekendmaakt. Hij is niet door menselijk onderzoek ontdekt alsof Hij Zich verborgen hield tot een bijzonder scherpzinnige filosoof Hem vond. God spreekt en laat Zijn werken zien.

De theologie maakt onderscheid tussen algemene en bijzondere openbaring.

Algemene openbaring is Gods bekendmaking in de schepping, de menselijke natuur en Zijn bestuur van de geschiedenis. Psalm 19 zegt dat de hemel Gods eer vertelt. Romeinen 1 leert dat Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid uit Zijn werken worden gekend.

Bijzondere openbaring is Gods meer specifieke spreken in Zijn Woord en uiteindelijk in Zijn Zoon. De Schrift vertelt wie God is, wat er met de mens is gebeurd en hoe Hij zondaren redt. Christus is de hoogste en beslissende openbaring van God (Hebreeën 1:1-3).

Dit betekent niet dat christenen iedere wetenschappelijke of historische discussie kunnen vermijden door eenvoudig een Bijbeltekst te noemen. Het betekent dat alle menselijke kennis plaatsvindt binnen Gods geschapen werkelijkheid. Er bestaat geen feit dat los van Hem geïnterpreteerd kan worden.

Calvijn vergelijkt de Schrift met een bril. De schepping maakt God bekend, maar door onze zondige blindheid lezen wij haar verkeerd. De Schrift stelt ons in staat Gods werken weer in hun juiste verband te zien.4Calvijn, J. Institutie, boek I, hoofdstuk 6, paragraaf 1. Engelse vertaling via Christian Classics Ethereal Library: https://ccel.org/ccel/calvin/institutes/institutes.iii.vii.html

Vrouw houdt bril vast in haar handen
De ‘brilmetafoor’ van Johannes Calvijn is een bekend beeld uit zijn theologische hoofdwerk, de Institutie. Hiermee bedoelt hij dat de Bijbel functioneert als een bril die de mens opzet om God en de wereld helder en zuiver te kunnen begrijpen. / Bron: Pixabay

Wetenschap is geen concurrerende openbaring

Lloyd-Jones uit in het interview kritiek op de manier waarop wetenschappelijke theorieën soms tot een alomvattende levensbeschouwing worden verheven. Dat onderscheid verdient zorgvuldigheid.

Wetenschap onderzoekt de geschapen werkelijkheid door waarneming, meting, hypothesevorming en toetsing. Zij kan indrukwekkende kennis opleveren over bacteriën, sterrenstelsels, erfelijkheid, hersenactiviteit en chemische processen.

Scientisme is iets anders. Scientisme is de filosofische overtuiging dat natuurwetenschap de enige betrouwbare weg tot kennis is, of dat alleen wetenschappelijk meetbare zaken werkelijk bestaan.

Die stelling kan zelf niet natuurwetenschappelijk worden bewezen. Je kunt haar niet wegen, meten of in een laboratorium testen. Zij is een filosofisch uitgangspunt over wetenschap.

Wetenschap kan vaststellen welke hersengebieden actief zijn wanneer iemand een morele beslissing neemt. Zij kan daarmee niet bepalen of die beslissing goed of kwaad is. Zij kan beschrijven hoe religieuze ervaringen samenhangen met hersenprocessen. Daaruit volgt niet dat God niet bestaat, evenmin als hersenactiviteit tijdens het bekijken van een boom bewijst dat de boom denkbeeldig is.

Je hersenen zijn betrokken bij al je aardse kennis. Dat zegt iets over de manier waarop je kent, niet automatisch over de waarheid van wat je kent.

De Bijbel roept niet op tot intellectuele luiheid. Adam krijgt de taak de dieren namen te geven; Salomo onderzoekt planten en dieren; Lukas schrijft dat hij de gebeurtenissen nauwkeurig heeft onderzocht. De schepping is ordelijk omdat God een God van orde is. Wetenschappelijk onderzoek is daarom mogelijk en waardevol.

Het wordt problematisch wanneer de methode wordt veranderd in een Weltanschauung, een alomvattend wereldbeeld. Dan wordt uit de bestudering van natuurlijke processen geconcludeerd dat alleen de natuur bestaat. Die conclusie komt niet uit de microscoop. Zij werd reeds meegenomen naar het laboratorium.

Wetenschapper in wit labjas die met een pipet vloeistof in een reageerbuis druppelt naast een microscoop in een modern laboratorium
Wetenschap onderzoekt hoe de natuur werkt. Naturalisme beweert dat buiten de natuur niets bestaat. Dat laatste is geen uitkomst van onderzoek, maar een wereldbeschouwelijke aanname die men reeds naar het laboratorium meeneemt. / Bron: Martin Sulman

Geen neutrale rede

De theoloog en filosoof Van Til benadrukte dat het conflict tussen geloof en ongeloof niet eenvoudig bestaat uit een verschil in losse feiten. Het gaat tevens om de uitgangspunten waarmee feiten worden geïnterpreteerd.

Dat betekent niet dat christenen en niet-christenen in volkomen verschillende werelden leven. Zij zien dezelfde bomen, lezen dezelfde historische documenten en kunnen samen een medische diagnose stellen. De wereld is werkelijk gemeenschappelijk omdat zij door één God is geschapen.

Het verschil verschijnt bij de uiteindelijke verklaring.

De ongelovige gebruikt logica, morele normen en wetenschappelijke regelmaat, terwijl zijn autonomie moeite heeft hun geldigheid te verantwoorden. Waarom zou het menselijke verstand, wanneer het product is van ongerichte processen, betrouwbaar toegang geven tot universele waarheid? Waarom zou een morele verplichting werkelijk bindend zijn wanneer zij uiteindelijk uit biologische en sociale ontwikkeling voortkomt? Waarom veronderstellen we dat de natuur morgen net zo ordelijk zal functioneren zoals vandaag?

De christen weet deze dingen niet uitputtend te verklaren. Hij kent echter hun grond. De werkelijkheid is ordelijk omdat zij door de getrouwe God wordt gedragen. Het menselijk verstand kan ware kennis verwerven omdat het door God is geschapen om Zijn wereld te kennen. Morele normen zijn bindend omdat zij uitdrukking geven aan Gods heilige karakter.

Dit is geen poging om ieder probleem met het woord God af te sluiten. Het is de erkenning dat eindige kennis slechts mogelijk is binnen een werkelijkheid die reeds door God betekenisvol is gemaakt.

“De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis”, zegt Spreuken 1:7. Vreze betekent hier eerbiedige onderwerping. Kennis begint niet bij een zogenaamd onafhankelijk verstand, maar bij de erkenning dat God God is.

Gevelsteen van de School met den Bijbel in Bedum, met het opschrift “De vreze des Heeren is het beginsel der wetenschap”, omlijst door siermetselwerk in een bakstenen gevel.
Gevelsteen van de School met den Bijbel in Bedum. Het klassieke opschrift “De vreze des Heeren is het beginsel der wetenschap” (Spreuken 9:10) verbeeldt de pedagogische overtuiging die vele vrije scholen in de negentiende en vroege twintigste eeuw droeg: onderwijs begint niet bij neutraliteit, maar bij erkenning van God als bron van kennis en wijsheid. / Bron: Wikimedia Commons

Tolerantie zonder waarheid wordt onverschilligheid

Bakewell vraagt Lloyd-Jones of de exclusieve boodschap van het christendom niet onverdraagzaam is. Die vraag is sindsdien alleen maar dringender geworden.

Tolerantie betekende vanouds dat je mensen verdraagt met wie je diepgaand van mening verschilt. Je bestrijdt hun overtuiging met argumenten, maar ontzegt hun niet zonder meer hun burgerlijke plaats of menselijke waardigheid.

In de moderne betekenis wordt tolerantie dikwijls gelijkgesteld aan bevestiging. Je mag een ander niet slechts verdragen; je moet diens zelfdefinitie als geldig erkennen. Wie dat weigert, geldt als schadelijk of intolerant.

Daarmee wordt tolerantie innerlijk tegenstrijdig. Zij verdraagt iedere overtuiging, behalve de overtuiging dat sommige opvattingen onwaar of moreel verkeerd zijn.

Het christendom leert dat ieder mens naar Gods beeld is geschapen en daarom met waardigheid moet worden behandeld. Een moslim, atheïst, hindoe of seksueel anders levende naaste blijft een mens die je niet mag vernederen, belasteren of mishandelen. Je bent geroepen de waarheid in liefde te spreken (Efeze 4:15).

Liefde vereist echter geen instemming met iedere overtuiging. Wanneer een arts een kwaadaardige tumor ontdekt, toont hij geen liefde door de diagnose te verzwijgen omdat de patiënt haar pijnlijk kan vinden. De waarheid kan schuren en toch noodzakelijk zijn.

Jezus zegt: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Johannes 14:6). Petrus verkondigt dat er onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven is waardoor wij zalig moeten worden (Handelingen 4:12).

Dat zijn exclusieve uitspraken. Je kunt ze afwijzen, maar niet eerlijk herformuleren tot de boodschap dat alle religies uiteindelijk hetzelfde doel bereiken.

Religies verschillen niet slechts in rituelen of culturele voorkeuren. Zij spreken elkaar tegen over de identiteit van God, de toestand van de mens, de aard van zonde en de weg tot verlossing. God kan niet tegelijk drie-enig en niet drie-enig zijn. Christus kan niet tegelijk de eeuwige Zoon van God en slechts een menselijke profeet zijn. De mens kan niet tegelijk door genade worden gerechtvaardigd en door eigen verdienste tot God opklimmen.

Tegenstrijdige beweringen worden niet waar doordat je ze beleefd naast elkaar zet.

Dit is een citaat uit het Nieuwe Testament, toegeschreven aan Jezus in het Evangelie van Johannes. Het citaat is te vinden in Johannes 14:6. De volledige tekst luidt: "Jezus zei: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij'". Deze uitspraak wordt beschouwd als een van de meest exclusieve en belangrijke uitspraken van Jezus over zijn identiteit en zijn rol in het christendom. Het benadrukt dat Jezus de enige weg is tot God de Vader.
Jezus zegt: ‘Ik bén de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.’ – Johannes 14:6 / Bron: Martin Sulman m.b.v. AI Drawing Image Generator

De ergernis van Christus alleen

De aanstoot van het Evangelie ligt niet slechts in de bewering dat Christus de enige weg is. De diepste ergernis ligt hierin: de mens heeft geen andere weg, omdat hij zichzelf niet kan redden.

Dat krenkt ons. De moderne mens wil wel religie, zolang zij hem bevestigt; hij wil zingeving, inspiratie en morele richting, maar geen vonnis over zijn schuld. Hij wil Christus desnoods bewonderen als leraar, profeet of voorbeeld. Wat hij niet wil horen, is dat hij zonder Christus verloren is.

Juist daar begint het Evangelie.

Christus is niet de enige weg omdat God willekeurig één religie heeft uitgekozen en alle andere heeft afgewezen. Hij is de enige weg omdat alleen Hij werkelijk Middelaar kan zijn. In Hem zijn de goddelijke en menselijke natuur verenigd in één Persoon. Alleen Hij kan derhalve God vertegenwoordigen tegenover de mens en de mens vertegenwoordigen tegenover God.

Een middelaar staat tussen twee partijen om verzoening tot stand te brengen. De kloof tussen God en mens is echter geen misverstand, cultuurverschil of communicatiestoornis. Zij wordt veroorzaakt door zonde, schuld en rechtvaardig oordeel. De mens heeft niet slechts meer inzicht nodig. Hij heeft verzoening nodig.

Een profeet kan Gods woorden verkondigen, maar jouw schuld niet dragen. Een engel kan God dienen, maar de menselijke natuur niet vertegenwoordigen. Een zondig mens kan zichzelf niet vrijspreken, laat staan het oordeel van anderen dragen.

Daarom wordt de eeuwige Zoon mens. Hij leeft waar wij ongehoorzaam waren. Hij draagt het oordeel dat wij verdienden. Hij sterft werkelijk en staat lichamelijk op uit de dood. Paulus vat dit samen: “Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de Mens Christus Jezus” (1 Timotheüs 2:5).

Hier ligt de ergernis. Het Evangelie zegt niet dat Christus één mogelijkheid toevoegt aan het religieuze aanbod. Het zegt dat ieder ander fundament bezwijkt. Niet onze goede bedoelingen, niet onze moraal, niet onze religieuze ijver en niet onze oprechtheid kunnen ons met God verzoenen.

Wie zegt dat er vele wegen tot God zijn, maakt het kruis uiteindelijk overbodig. Wanneer de mens ook buiten Christus om vrede met God kan vinden, dan was Golgotha geen noodzaak, maar een gratuit drama. Waarom moest Christus lijden, wanneer Zijn lijden niet onmisbaar was?

De exclusiviteit van Christus is daarom geen kerkelijke machtsgreep. Zij vloeit voort uit de ernst van onze schuld en uit de unieke Persoon en het unieke werk van Christus.

De werkelijke aanstoot luidt derhalve niet alleen: er is maar één weg.

De werkelijke aanstoot luidt: jij hebt die ene weg nodig.

Het verbond en de strijd om gehoorzaamheid

De Bijbel beschrijft Gods omgang met mensen dikwijls in termen van verbond. Een verbond is een door God ingestelde verhouding met beloften en verplichtingen. God verbindt Zich aan mensen en roept hen tot geloof en gehoorzaamheid.

Adam stond als hoofd van de mensheid in een verbondsverhouding tot God. Zijn ongehoorzaamheid bracht schuld en dood. Paulus zegt dat door één mens de zonde in de wereld kwam en door de zonde de dood (Romeinen 5:12).

Christus verschijnt daartegenover als de laatste Adam. Waar de eerste Adam ongehoorzaam was, gehoorzaamt Christus tot in de dood. Door Adams overtreding kwamen velen onder het oordeel; door Christus’ gehoorzaamheid worden velen rechtvaardig gesteld (Romeinen 5:18-19).

Deze verbondslijn maakt duidelijk waarom autonomie nooit slechts een privékeuze is. Adam handelt als vertegenwoordiger. Zijn zonde raakt zijn nakomelingen en de hele schepping. Ook jouw keuzes zijn verweven met relaties, gezinnen, gemeenschappen en generaties.

De moderne voorstelling van het individu als een losstaand zelf is derhalve fictief. Je ontvangt taal, opvoeding, cultuur, lichamelijke kenmerken en mogelijkheden van anderen. Je leven wordt gedragen door talloze relaties die je niet zelf hebt gekozen.

De vraag is niet óf je in een groter verband leeft. De vraag is welk verband je uiteindelijk bepaalt: solidariteit met Adam in zonde en dood, of vereniging met Christus in rechtvaardigheid en leven.

Deze afbeelding toont de Christus Pantocrator, een iconische voorstelling van Jezus Christus als heerser over het universum.
Jezus van de Basiliek van Sant’Apollinare Nuovo in Ravenna, 526 / Bron: Wikimedia Commons

Voorzienigheid en de grens van menselijke macht

Voorzienigheid is Gods voortdurende onderhouding en regering van de schepping. God heeft de wereld niet gemaakt om haar vervolgens aan zichzelf over te laten. Hij draagt alle dingen door het woord van Zijn kracht (Hebreeën 1:3) en werkt alle dingen overeenkomstig de raad van Zijn wil (Efeze 1:11).

Deze leer vernietigt menselijke verantwoordelijkheid niet. De Schrift stelt Gods soevereine regering en menselijke keuzes naast elkaar.

De kruisiging van Christus is het scherpste voorbeeld. Herodes, Pontius Pilatus en anderen handelen uit vijandschap en dragen werkelijke schuld. Tegelijk gebeurt wat Gods hand en raadsbesluit tevoren bepaald hadden (Handelingen 4:27-28).

Gods voorzienigheid betekent derhalve niet dat het kwaad eigenlijk goed is of dat mensen slechts poppen zijn. God regeert de geschiedenis zonder Zelf zondig te worden. Mensen handelen vrijwillig vanuit hun eigen verlangens en zijn daarvoor verantwoordelijk.

Waarom doet dit ertoe in een gesprek over autonomie?

Omdat de autonome mens controle zoekt die hij nooit kan bezitten. Hij kan plannen maken, risico’s berekenen en technologie ontwikkelen. Hij blijft echter afhankelijk. Ziekte, verlies, economische onrust en dood doorbreken de illusie dat hij zijn bestaan beheerst.

Jakobus richt zich tot kooplieden die zeggen dat zij morgen naar een stad zullen reizen, handel zullen drijven en winst zullen maken. Zijn antwoord is niet dat plannen verkeerd is. Hij herinnert hen eraan dat zij niet weten wat morgen gebeuren zal. “U bent immers een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt” (Jakobus 4:14).

De juiste houding is: “Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen” (Jakobus 4:15).

Dat is geen fatalisme. Fatalisme is de gedachte dat gebeurtenissen door een blinde, onpersoonlijke macht vaststaan. De voorzienigheid spreekt over de regering van een wijze en persoonlijke God. Je leven ligt niet in de handen van een noodlot, maar in de handen van de Vader Die zelfs de haren van je hoofd geteld heeft (Mattheüs 10:29-31).

De mens die zichzelf opnieuw probeert te maken

De moderne autonomie beperkt zich niet tot de gedachte dat je vrij moet kunnen kiezen. Zij ontwikkelt zich tot de overtuiging dat je zelf mag bepalen wat je bent.

Je lichaam, geschiedenis en familieverband worden dan grondstoffen waaruit je een eigen identiteit samenstelt. Gegevenheid wordt ervaren als hinderpaal. Wat je niet hebt gekozen, lijkt minder authentiek dan wat uit je innerlijke voorkeur voortkomt.

De Bijbel waardeert je persoonlijke geschiedenis en individuele kenmerken. Zij maakt mensen niet tot identieke eenheden. Tegelijk leert zij dat je identiteit allereerst ontvangen wordt.

Je kiest niet dat je mens bent. Je kiest je lichaam niet. Je kiest je tijd, geboorteplaats en ouders niet. Je creëert je vermogen tot denken en kiezen niet. Zelfs autonomie steunt op gaven die zij niet zelf heeft voortgebracht.

Dat betekent niet dat iedere ontvangen omstandigheid goed is. Je kunt opgroeien in een gewelddadig gezin, met een beperking geboren worden of onrechtvaardig behandeld worden. De zonde heeft Gods goede schepping diepgaand beschadigd.

Toch volgt daaruit niet dat het autonome zelf de bevoegdheid heeft de werkelijkheid onbeperkt opnieuw te definiëren. Genezing bestaat niet uit het ontkennen van geschapen grenzen, maar uit herstel binnen Gods waarheid.

Psalm 100 zegt: “Hij heeft ons gemaakt en niet wij” (Psalm 100:3). Die eenvoudige belijdenis is frontaal in strijd met de moderne droom van zelfschepping.

Quote-afbeelding met de tekst “Hij heeft ons gemaakt en niet wij” uit Psalm 100:3, vormgegeven in een warme beige tint met sierlijke botanische accenten en een rustige achtergrond.
Sfeervolle quote-afbeelding met Psalm 100:3: “Hij heeft ons gemaakt en niet wij”, als belijdenis van Gods scheppend handelen en onze afhankelijkheid van Hem. Beeld: M.G. Sulman

De oude zonde in een modern gewaad

De cultuur van Lloyd-Jones’ tijd sprak over bevrijding van traditionele normen. De huidige cultuur spreekt veel over authenticiteit, zelfexpressie en identiteit. De woorden zijn veranderd, maar de beweging is herkenbaar.

De mens wil zelf bepalen:

  • wat zijn lichaam betekent;
  • welke verlangens zijn identiteit vastleggen;
  • wat een huwelijk is;
  • wat een gezin is;
  • wanneer menselijk leven beschermwaardig wordt;
  • wat recht en onrecht zijn;
  • of God mag spreken;
  • en zelfs welke voorstelling van God hij aanvaardbaar vindt.

De autonome religieuze mens zegt niet altijd dat God niet bestaat. Hij vormt liever een god die zijn autonomie bevestigt. Zo’n god oordeelt niet, gebiedt nauwelijks en vergeeft zonder kruis. Hij functioneert als een verheven spiegel van menselijke voorkeuren.

Dat is afgoderij. Afgoderij is het vervangen van de ware God door iets geschapens of door een verzonnen voorstelling. In Romeinen 1 verruilt de mens de heerlijkheid van de onvergankelijke God voor beelden. Daarna verruilt hij Gods waarheid voor de leugen en Gods goede orde voor verlangens die tegen die orde ingaan (Romeinen 1:23-27).

De volgorde is veelzeggend. Morele ontwrichting begint met verkeerde aanbidding. Wat je als hoogste vereert, vormt uiteindelijk je denken, verlangen en handelen.

Johannes Calvijn noemde het menselijke hart een voortdurende fabriek van afgoden.5Calvijn, J. Institutie, boek I, hoofdstuk 11, paragraaf 8. Engelse tekst: https://ccel.org/ccel/calvin/institutes/institutes.iii.xii.html De mens maakt voortdurend goden die beheersbaar zijn. De moderne mens vormt daarbij vaak een god die vooral toestemming geeft en je bevestigt in wie je meent te zijn.

Portret van een jonge Johannes Calvijn met smalle baard en zwarte baret, gekleed in een donker gewaad met bontkraag; geschilderd in renaissancestijl tegen een sobere, donkere achtergrond.
Een jonge Johannes Calvijn / Bron: Wikimedia Commons

Schaamte, schuld en het herschrijven van de norm

Lloyd-Jones merkt in het gesprek op dat zonde zich vroeger dikwijls schaamde, terwijl zij in de moderne cultuur steeds openlijker wordt verdedigd. Zijn formulering moet niet romantisch worden opgevat. Ook vroegere samenlevingen kenden hypocrisie, verborgen misbruik en collectieve zonden. Een christelijk taalveld garandeert geen christelijk leven.

Zijn diepere punt blijft echter geldig. Er is verschil tussen een norm overtreden en de norm zelf afschaffen.

Wanneer iemand liegt en daarna zijn leugen probeert te verbergen, erkent hij indirect dat waarheid de norm is. Wanneer een cultuur echter verklaart dat waarheid slechts persoonlijk of subjectief is, wordt de leugen moeilijker te benoemen.

Wanneer iemand overspel pleegt en schuld ervaart, getuigt zijn geweten tegen hem. Wanneer trouw vervolgens wordt voorgesteld als een beklemmende conventie, wordt de morele orde herschreven om de daad te rechtvaardigen.

De mens kan schuld op drie manieren benaderen. Hij kan haar belijden, verbergen of herdefiniëren. De moderne autonomie kiest dikwijls de derde route.

Schuldgevoel is niet altijd betrouwbaar. Mensen kunnen zich schuldig voelen over zaken die niet verkeerd zijn, bijvoorbeeld door manipulatieve opvoeding of religieus misbruik. Omgekeerd kan een geweten afgestompt raken. Daarom is het geweten niet de hoogste norm. Het moet door Gods Woord worden gevormd.

Toch is de oplossing voor werkelijke schuld niet het uitwissen van alle morele grenzen. De oplossing is vergeving.

David bidt na zijn zonde met Bathseba niet om een nieuwe definitie van seksualiteit of macht. Hij zegt: “Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen” (Psalm 51:6). Hij legt zijn schuld niet bij zijn omstandigheden, positie of verlangen. Hij belijdt haar voor God. En juist daar begint herstel.

Quote van M.G. Sulman over drie manieren waarop de mens met schuld omgaat: belijden, verbergen of herdefiniëren.
De moderne mens ontkent schuld niet altijd rechtstreeks, maar verandert dikwijls de definitie ervan. Quote van M.G. Sulman.

Het Evangelie vernietigt en herstelt je zelfbeeld

Het Evangelie vernedert de autonome mens omdat het zegt dat hij schuldig, afhankelijk en onbekwaam tot zelfredding is. Tegelijk herstelt het zijn ware waardigheid.

  • Je hoeft jezelf niet te scheppen. Je bent door God gemaakt.
  • Je hoeft je schuld niet eindeloos te ontkennen. Christus kan haar dragen.
  • Je hoeft jezelf niet door prestaties te rechtvaardigen. God rechtvaardigt de goddeloze die op Christus vertrouwt.
  • Je hoeft je identiteit niet uit wisselende gevoelens op te bouwen. Wie in Christus is, ontvangt een nieuwe positie: kind van God, lid van Zijn volk en erfgenaam van het eeuwige leven.

De vereniging met Christus is daarbij een centraal begrip. Zij betekent dat de gelovige door de Heilige Geest zo werkelijk met Christus verbonden wordt dat hij deelt in de vruchten van Christus’ werk. Zijn dood geldt als jouw dood aan de heerschappij van de zonde; Zijn opstanding opent jouw nieuwe leven.

Paulus zegt daarom: “Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij” (Galaten 2:20). Daarmee wordt Paulus’ persoonlijkheid niet uitgewist. Hij wordt juist bevrijd van het oude bestaan waarin het ik zichzelf tot middelpunt maakte.

Christelijke zelfverloochening is geen vernietiging van je persoonlijkheid. Zij is de dood van het autonome zelf dat God van Zijn troon wil verdringen.

Jezus zegt: “Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij en het Evangelie, die zal het behouden” (Markus 8:35).

Dat klinkt paradoxaal. Toch ligt hier de weg naar werkelijk mens-zijn. Je vindt jezelf niet door eindeloos in jezelf te graven, maar door buiten jezelf op Christus te zien.

Drie jonge vrouwen lezen samen buiten in het zonlicht uit een Bijbel met zwarte kaft waarop "Holy Bible" staat.
Christelijke zelfverloochening is geen vernietiging van je persoonlijkheid. Zij is de dood van het autonome zelf dat God van Zijn troon wil verdringen. / Dream Perfection/Shutterstock.com

De rust van Lloyd-Jones

Wat in het interview opvalt, is Lloyd-Jones’ kalmte. Hij wordt geconfronteerd met vragen die de grondslagen van zijn geloof raken, maar reageert niet nerveus. Hij hoeft het christendom niet haastig te redden uit handen van de moderne tijd.

Die rust komt voort uit zijn overtuiging dat Gods Woord niet voor de rechterstoel van de cultuur staat. Het is andersom. De cultuur, de wetenschap, de politiek en het individuele leven staan onder het oordeel van Gods Woord.

Dat betekent niet dat ieder christelijk antwoord vanzelf deugdelijk is. Christenen kunnen slordig redeneren, feiten verkeerd weergeven en op kritiek reageren met holle slogans. De apostel Petrus gebiedt gelovigen rekenschap te geven van de hoop die in hen is, “met zachtmoedigheid en eerbied” (1 Petrus 3:15-16).

Zachtmoedigheid is geen onzekerheid over de waarheid. Zij is beheerst spreken vanuit het besef dat jij de waarheid niet hebt uitgevonden en zelf van genade leeft.

Lloyd-Jones probeert Bakewell niet retorisch te verslaan. Hij onderzoekt de uitgangspunten van haar vragen en wijst vervolgens op Christus. Dat is apologetiek op haar best: een verdediging van het geloof die de redelijkheid van ongeloof onderzoekt en tegelijk de hoorder persoonlijk voor Gods aanspraak plaatst.

Je kunt niet buiten Gods werkelijkheid gaan staan

De moderne autonomie leeft van geleend kapitaal. Zij gebruikt begrippen die binnen de bijbelse werkelijkheid zinvol zijn, maar probeert ze los van God zelfstandig overeind te houden.

  • Zij spreekt over menselijke waardigheid, terwijl zij de mens beschouwt als het product van onpersoonlijke processen.
  • Zij doet een beroep op universele mensenrechten, terwijl zij geen universele Wetgever wil erkennen.
  • Zij verlangt rationele discussie, terwijl zij het menselijke denken uiteindelijk herleidt tot fysisch-chemische bewegingen die gericht zijn op overleving en niet noodzakelijk op waarheid.
  • Zij veroordeelt kwaad met grote morele kracht, terwijl zij goed en kwaad behandelt als veranderlijke menselijke constructies.

Dat betekent niet dat iedere ongelovige bewust inconsequent redeneert of geen goed kan herkennen. Gods algemene genade, Zijn goedheid waardoor Hij het kwaad beteugelt en veel goeds in de samenleving bewaart, maakt werkelijk menselijk leven mogelijk. Mensen kennen Gods wet in zekere zin door hun geweten en leven in een wereld die God niet ophoudt te dragen.

De spanning ligt dieper. De ongelovige kan niet consequent leven alsof God niet bestaat. Hij moet dagelijks vertrouwen op orde, waarheid, menselijke waardigheid en morele verantwoordelijkheid. Zijn autonomie ontkent de bron waarvan zij voortdurend afhankelijk blijft.

Van Til gebruikte daarvoor soms het beeld van een kind dat op de schoot van zijn vader moet klimmen om hem in het gezicht te kunnen slaan. Zelfs de opstand tegen God is slechts mogelijk doordat God de opstandige mens leven, verstand en adem geeft.

Dat is de tragiek van de autonomie. Zij kan God niet ontvluchten. Zij kan Hem slechts ontkennen binnen de wereld die door Hem wordt gedragen.

Het beslissende alternatief

Lloyd-Jones’ interview is ruim een halve eeuw oud, maar zijn centrale diagnose is niet verouderd. De moderne mens is technischer geworden, sneller geïnformeerd en individualistischer gevormd. Zijn diepste probleem is hetzelfde gebleven.

Hij wil leven uit zichzelf.

De Bijbel noemt dat geen volwassenheid, maar opstand. Je bent geschapen om God te kennen, Hem te verheerlijken en Zijn goede heerschappij te ontvangen. Buiten Hem wordt vrijheid een vorm van slavernij, identiteit een eindeloos bouwproject en moraal een strijd tussen concurrerende machten.

Daarom is de tegenstelling van Van Til zo scherp: theonomie of autonomie. Gods gezag of zelfwetgeving. Niet omdat ieder concreet vraagstuk daarmee eenvoudig is opgelost, maar omdat iedere uiteindelijke beslissing een laatste norm veronderstelt.

De beslissende vraag is niet of je onder gezag leeft. Dat doe je altijd. De vraag is welk gezag je als hoogste erkent.

Je kunt je laten leiden door verlangen, publieke opinie, politieke macht of wetenschappelijke mode. Zij zullen elkaar geregeld tegenspreken en geen van alle kan je schuld dragen. Geen cultuur kan je rechtvaardigen. Geen staat kan je vernieuwen. Geen therapie kan je met God verzoenen. Geen daad van zelfbeschikking kan de dood overwinnen.

Christus kan dat wel.

Hij kwam niet om de autonome mens een religieuze aanvulling te geven. Hij roept hem tot bekering. Bekering betekent dat je van gedachten verandert over God, zonde en jezelf, en je daadwerkelijk tot God keert. Je legt het recht neer om je eigen hoogste norm te zijn.

Dat is vernederend. Het is tevens bevrijdend.

Je hoeft de werkelijkheid niet meer te dragen. Je hoeft jezelf niet te verlossen. Je hoeft je waarde niet voortdurend te bewijzen. Je mag als schepsel leven voor het aangezicht van je Schepper, als schuldige schuilen bij Christus en als aangenomen kind leren wandelen in de vrijheid van gehoorzaamheid.

De autonome mens zegt: mijn leven behoort mij toe.

Het Evangelie antwoordt: je bent niet van jezelf, want je bent gekocht en betaald (1 Korinthe 6:19-20).

Daarmee wordt je leven niet kleiner. Het wordt eindelijk geplaatst in het verband waarvoor het bestemd was.

In de afbeelding is een vrouw te zien die een presentatie geeft of in gesprek is met iemand die deels buiten beeld is. Ze houdt papieren vast en bevindt zich in een kantoorachtige setting met een decoratieve wand op de achtergrond.
Geen therapie kan je met God verzoenen. / Bron: Freepik
Lees verder

Meer over geloof, waarheid en christelijke denkers

Verdiep je verder in de verhouding tussen geloof en wetenschap, de betrouwbaarheid van de Bijbel en invloedrijke christelijke stemmen.

Prediking Martyn Lloyd-Jones: Woord, Geest en prediking Over Schriftuitleg, geestelijke afhankelijkheid en de kracht van Bijbelse prediking. Geschiedenis Het kruis als breuklijn in de geschiedenis van Europa Over de blijvende invloed van het christendom op cultuur, recht en mensbeeld. Bijbel Is de Bijbel betrouwbaar ondanks zijn menselijke oorsprong? Hoe goddelijke openbaring en menselijke schrijvers in de Schrift samenkomen. Persoon Mike Huckabee: wie is hij en wat zijn zijn opvattingen? Een overzicht van zijn loopbaan, geloofsovertuiging en politieke denkbeelden. Predikant John MacArthur: wie is hij en wat zijn zijn opvattingen? Over zijn prediking, theologische positie en invloed binnen het evangelicalisme. Citaten G.K. Chesterton: citaten, quotes en uitspraken Scherpe, geestige en vaak verrassend actuele uitspraken van de Britse schrijver.

Disclaimer

Dit artikel biedt een theologische en beschouwende analyse van het interview met Martyn Lloyd-Jones en is bedoeld ter informatie en verdieping. De samenvatting is geen woordelijk transcript; uitspraken uit het gesprek zijn thematisch weergegeven en op enkele plaatsen nader uitgewerkt vanuit de Bijbel en de genoemde theologische bronnen. Raadpleeg voor de precieze formuleringen en de volledige context steeds het oorspronkelijke interview en de aangehaalde publicaties.

Geraadpleegde bronnen

  • Augustinus. (z.d.). Confessions, Book I. New Advent. https://www.newadvent.org/fathers/110101.htm
  • Burk, D. (2022, 25 oktober). Dr. Martyn Lloyd-Jones vs. expressive individualism. https://www.dennyburk.com/dr-martyn-lloyd-jones-vs-expressive-individualism/
  • Calvijn, J. (z.d.). Institutes of the Christian religion. Christian Classics Ethereal Library. https://www.ccel.org/ccel/calvin/institutes/institutes.html
  • Lloyd-Jones, D. M. (1970). Interview with Joan Bakewell [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=-vbydx95tVQ
  • Martyn Lloyd-Jones Trust. (z.d.). The voice of Dr. Martyn Lloyd-Jones. https://www.mljtrust.org/blog/The-Voice-Martyn-Lloyd-Jones/
  • Van Til, C. (1980). Christian theistic ethics. Presbyterian and Reformed Publishing Company. https://archive.org/details/christianethics0000vant
  • Van Til, C. (1980). Christian theistic ethics [Digitale kopie]. https://presupp101.files.wordpress.com/2011/08/van-til-christian-theistic-ethics.pdf

Reacties en ervaringen

Hoe kijk jij naar de analyse van Martyn Lloyd-Jones? Herken je zijn kritiek op autonomie, zelfbeschikking en het moderne mensbeeld, of roept zijn benadering juist vragen bij je op? Deel gerust je reactie of ervaring onder dit artikel. Reacties worden vooraf gecontroleerd om spam, beledigingen en ongewenste reclame tegen te gaan. Daardoor kan het enkele uren duren voordat je bijdrage zichtbaar wordt.

Verder lezen
Ook uit Geloof en levensbeschouwing

Drie artikelen uit dezelfde hoofdrubriek, wekelijks opnieuw geselecteerd.