Kortedarmsyndroom: symptomen, oorzaken en behandeling

Last Updated on 12 juli 2025 by M.G. Sulman

Het kortedarmsyndroom (in de Angelsaksische literatuur ‘short bowel syndrome’ genoemd) is een complexe ziekte die optreedt als gevolg van het feitelijke verlies dan wel functieverlies van een deel van de dunne dikke darm. Dientengevolge heb je vaak een verminderd vermogen om voedingsstoffen zoals vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen, sporenelementen en vloeistoffen op te nemen. Dit wordt ‘malabsorptie’ genoemd. De specifieke symptomen en ernst van het korte darmsyndroom verschillen van persoon tot persoon. Diarree is een klacht die vaak voorkomt. Dit is vaak ernstig en kan tot uitdroging (dehydratie) leiden. Het korte darmsyndroom kan leiden tot ondervoeding, onbedoeld gewichtsverlies en er kunnen allerlei klachten optreden die te wijten zijn aan het verlies van essentiële vitamines en mineralen. Genezing van het kortedarmsyndroom is niet mogelijk, maar de aandoening kan meestal effectief worden behandeld. In sommige gevallen kan het korte darmsyndroom echter leiden tot ernstige, invaliderende en levensbedreigende complicaties.

Patiënt in gesprek met arts
Arts en patiënt met het kortedarmsyndroom / Bron: Monkey Business Images/Shutterstock.com

Leven met minder darmen: hoe Anne (42) omgaat met het kortedarmsyndroom

Na een zware buikoperatie kreeg Anne plots een diagnose waar ze nog nooit van had gehoord: het kortedarmsyndroom. Door het weghalen van een groot deel van haar dunne darm, had haar lichaam ineens veel minder capaciteit om voedingsstoffen en vocht op te nemen. “Ik dacht dat ik gewoon moest herstellen van de operatie,” zegt ze, “maar dit was pas het begin.”

De eerste weken waren het zwaarst. Alles wat ze at, leek er net zo hard weer uit te komen. Ze viel in korte tijd tien kilo af, voelde zich voortdurend uitgeput en moest vaak aan het infuus. “Ik was constant bang voor uitdroging,” vertelt ze. “Zelfs water drinken was een uitdaging, want het bleef niet lang binnen.” De artsen begonnen met sondevoeding en parenterale voeding via een infuus, iets wat ze nog steeds een paar nachten per week nodig heeft.

Langzaam leerde Anne opnieuw vertrouwen op haar lijf. Ze houdt zich aan een streng dieet, eet zes tot acht kleine maaltijden per dag en vermijdt vet en vezels. “Het is een dagtaak om op gewicht te blijven,” zegt ze eerlijk. “Maar ik merk wel verschil: ik voel me sterker, mijn huid is minder droog en ik heb weer wat energie om te wandelen.”

Ze mist de vrijheid van gewoon kunnen eten wat ze wil, maar ze is dankbaar dat ze leeft. “Ik heb dagen gehad waarop ik dacht: dit trek ik niet. Maar ik heb geleerd mijn grenzen te bewaken en te luisteren naar mijn lichaam. Het is geen makkelijk leven, maar wel mijn leven – en daar haal ik kracht uit.”

Wat is het kortedarmsyndroom?

De term ‘kortedarmsyndroom’ verwijst naar de malabsorptie van voedingsvoedingsstoffen als gevolg van ziekte of chirurgische verwijdering van delen van de dunne darm.

Normaal gesproken heeft een volwassen man of vrouw een dunne darm van ongeveer vijf meter lang, met een variatie tussen de twee tot zeven meter lang. De dunne darm ligt tussen de maag en de dikke darm in. Bij het kortedarmsyndroom is met name de dunne darm grotendeels afwezig of de dunne darm functioneert niet naar behoren. Dit laatste wordt ‘darmfalen’ genoemd. De dunne darm heeft een grote reservecapaciteit en om die reden geeft het verwijderen van ongeveer de helft van de dunne darm vaak nauwelijks klachten. Als je minder dan ongeveer twee meter dunne darm hebt, dan is er sprake van het kortedarmsyndroom.

Het belangrijkste symptoom is diarree, wat kan leiden tot uitdroging, ondervoeding en gewichtsverlies. Andere symptomen zijn onder meer een opgeblazen gevoel, brandend maagzuur, je moe voelen, lactose-intolerantie en stinkende ontlasting. Complicaties kunnen bestaan uit bloedarmoede en nierstenen.

Definitie

Door de jaren heen varieerde de definitie van kortedarmsyndroom in de medische literatuur. Dit heeft tot verwarring geleid. Sommige medische bronnen reserveren de naam kortedarmsyndroom voor gevallen die worden veroorzaakt door chirurgische resectie van een deel van de dunne darm. De meeste bronnen suggereren echter dat de aandoening het gevolg kan zijn van elke ziekte, verwonding of aandoening die van invloed is op de goede werking van de dunne darm, zelfs als de lengte van de darm niet wordt beïnvloed. Het korte darmsyndroom kan worden geclassificeerd als een oorzaak of subcategorie van darmfalen. In zeldzame gevallen worden baby’s geboren met een korte darm. Dit staat bekend als aangeboren kortedarmsyndroom. Hoewel deze aangeboren gevallen vaak worden geassocieerd met malrotatie van de dunne darm, is de exacte oorzaak van het aangeboren kortedarmsyndroom onbekend. Bij een malrotatie liggen de darmen verkeerd in de buikholte. Hierbij zijn de darmen niet goed gedraaid.

Wat is de dunne darm?

De dunne darm of het intestinum tenue is een belangrijk orgaan voor de spijsvertering. Het verbindt de maag met de dikke darm. De meeste voedselvertering en opname van voedingsstoffen vindt plaats in de dunne darm. De dunne darm is ongeveer 5 meter lang en omvat de twaalfvingerige darm, jejunum en ileum:

  • twaalfvingerige darm: het eerste deel van de dunne darm, waar ijzer en andere mineralen worden opgenomen
  • jejunum of de nuchtere darm: het middelste deel van de dunne darm, waar koolhydraten, eiwitten, vetten en de meeste vitamines worden opgenomen
  • ileum of kronkeldarm: het onderste uiteinde van de dunne darm, waar galzuren en vitamine B12 worden opgenomen
1. slokdarm, 2. maag, 3. dunne darm, 4. appendix, 5. blindedarm, 6. karteldarm, 7. endeldarm, 8. anus

Wie krijgt het?

Het korte darmsyndroom treft mannen en vrouwen in gelijke aantallen. De aandoening is meestal verworven, maar kan in zeldzame gevallen bij de geboorte reeds aanwezig zijn (aangeboren). Bij volwassenen is het korte darmsyndroom meestal het gevolg van de chirurgische verwijdering van een deel van de dunne darm. De ziekte van Crohn is de meest voorkomende oorzaak van chirurgische verwijdering van de dunne darm bij volwassenen. Bij pasgeborenen is necrotiserende enterocolitis (NEC) de meest voorkomende oorzaak van chirurgische verwijdering van de dunne darm. NEC is een darmaandoening die vooral voorkomt bij te vroeg geboren kinderen. De exacte incidentie en prevalentie van kortedarmsyndroom in de algemene populatie in Nederland is anno 2025 onbekend.

Symptomen van het kortedarmsyndroom

Veel voorkomende tekenen en symptomen van het kortedarmsyndroom kunnen zijn:

  • diarree
  • vettige, stinkende ontlasting
  • vermoeidheid
  • onbedoeld gewichtsverlies
  • Ondervoeding
  • zwelling (oedeem/vochtophoping) in de onderste ledematen

Oorzaken van het kortedarmsyndroom

Oorzaken van het kortedarmsyndroom zijn onder meer het verwijderen van delen van je dunne darm tijdens een operatie of het geboren worden met een deel van de dunne darm dat ontbreekt of dat is beschadigd. Aandoeningen die mogelijk een chirurgische verwijdering van delen van de dunne darm leiden, zijn onder meer de ziekte van Crohn, kanker, verwondingen en bloedstolsels.

Bloedonderzoek
Bloedonderzoek / Bron: Science photo/Shutterstock.com

Onderzoek en diagnose

Onder meer de volgende onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:

  • Bloedonderzoek, zoals albuminewaarden. Dit is een eiwit dat voorkomt in je bloed. Een tekort wijst op ondervoeding.
  • Volledig bloedbeeld, hetgeen informatie geeft over het aantal en de soorten cellen in het bloed.
  • Ontlastingsonderzoek om te beoordelen hoeveel vet je ontlasting bevat.
  • Röntgenfoto van de dunne darm.
  • Vitamineniveaus in het bloed.

Behandeling van het kortedarmsyndroom

De behandeling is erop gericht de symptomen te verlichten en ervoor te zorgen dat het lichaam voldoende vocht en voedingsstoffen opneemt.

Een dieet

Een calorierijk dieet dat voorziet in:

  • Belangrijke vitamines en mineralen, zoals ijzer, foliumzuur en vitamine B12.
  • Genoeg koolhydraten, eiwitten en vetten.
  • Indien nodig worden injecties met bepaalde vitamines en mineralen of speciale groeifactoren gegeven.

Medicijnen

Er kunnen medicijnen worden voorgeschreven om de normale beweging van de darm te vertragen. Hierdoor kan voedsel langer in de darm blijven. Geneesmiddelen om de hoeveelheid maagzuur te verlagen, kunnen ook nodig zijn.

Totale parenterale voeding (TPN)

Als je lichaam niet genoeg voedingsstoffen kan opnemen, wordt totale parenterale voeding geprobeerd. Dit is kunstmatige voeding die via intraveneuze weg wordt toegediend. De behandelend arts bepaalt de juiste hoeveelheid calorieën en TPN-samenstelling. Het bevat een oplossing van onmiddellijk bruikbare suikers, vetten, eiwitten en mineralen. Soms kun je ook eten en drinken terwijl je voeding krijgt via TPN.

Een dunnedarmtransplantatie

In sommige gevallen is transplantatie van de dunne darm een optie. Dit is zeer ingrijpend.

Behandeling van een kortedarmsyndroom
Behandeling van het kortedarmsyndroom / Bron: M.G. Sulman

Prognose

Er is geen remedie voor het kortedarmsyndroom behalve transplantatie. Bij pasgeboren baby’s is het overlevingspercentage na 4 jaar bij parenterale voeding ongeveer 70%. Bij pasgeboren baby’s met minder dan 10% van de verwachte darmlengte is de 5-jaarsoverleving ongeveer 20%.1Gura KM, Duggan CP, Collier SB, et al. (2006). “Reversal of parenteral nutrition-associated liver disease in two infants with short bowel syndrome using parenteral fish oil: implications for future management”. Pediatrics. 118 (1): e197–201. doi:10.1542/peds.2005-2662. PMID 16818533. S2CID 46567040.

Hoewel veelbelovend, heeft transplantatie van de dunne darm een gemengd slagingspercentage, met postoperatieve sterftecijfers tot 30%. De overlevingskansen van 1 jaar en 4 jaar zijn respectievelijk 90% en 60%.

De complicaties van het kortedarmsyndroom: wat er achter de schermen mis kan gaan

Leven met het kortedarmsyndroom (KDS) is als lopen over een evenwichtsbalk: je moet constant balanceren tussen voeding, vocht, medicatie en energie. Maar zelfs als je alles goed doet, kunnen er complicaties optreden. En sommige daarvan zijn behoorlijk verraderlijk. In dit overzicht bespreken we de meest voorkomende én de minder bekende complicaties die kunnen opduiken bij het leven met (een deel van) je darmen.

Chronische diarree en uitdroging: de directe gevolgen

Een van de eerste en bekendste klachten bij KDS is chronische diarree. Als grote stukken van de dunne darm zijn verwijderd, blijft er simpelweg minder oppervlak over om vocht en zouten op te nemen. Het resultaat? Waterige ontlasting, soms meerdere keren per dag. Dit kan leiden tot:

  • Ernstige uitdroging

  • Elektrolytentekorten (zoals natrium, kalium, magnesium)

  • Vermoeidheid, duizeligheid en spierkrampen

In sommige gevallen is de vochtverliezen zó fors, dat ziekenhuisopnames nodig zijn om via infuus bij te vullen.

Ondervoeding en gewichtsverlies

Doordat de opnamecapaciteit van de darmen verminderd is, krijgt het lichaam vaak te weinig binnen van essentiële voedingsstoffen, zoals:

  • Eiwitten

  • Vetten (vooral bij ileum-verlies)

  • Vetoplosbare vitaminen (A, D, E, K)

  • Mineralen zoals ijzer, zink en calcium

Dit leidt op de lange termijn tot gewichtsverlies, spierafbraak, botontkalking (osteopenie), haaruitval en zelfs vertraagde wondgenezing. Bij kinderen kan de groei ernstig worden verstoord.

Nierproblemen door chronisch vochtverlies

Wat weinig mensen weten: de nieren krijgen het zwaar te verduren bij KDS. Door voortdurende diarree en natriumverlies raken de nieren onderbemand met vocht. Als dit structureel gebeurt, kan dat leiden tot:

  • Nierstenen (door hoge calciumuitscheiding)

  • Acute nierinsufficiëntie

  • Chronische nierbeschadiging

Daarom moeten mensen met KDS vaak dagelijks liters vocht drinken (of via infuus krijgen), met nauwkeurige afstemming van zout- en kaliuminname.

Leverproblemen door infuusvoeding (IFALD)

Zoals hieronder apart besproken, kan langdurige parenterale voeding leiden tot leverschade — ook wel IFALD genoemd: Intestinal Failure Associated Liver Disease. Mogelijke gevolgen:

Vooral baby’s en jonge kinderen zijn hier gevoelig voor, maar ook volwassenen kunnen er na jarenlange TPV last van krijgen.

Bacteriële overgroei in de dunne darm (SIBO)

Door veranderde darmmotiliteit of een “blinde lus” in de resterende darm kan er bacteriële overgroei ontstaan: Small Intestinal Bacterial Overgrowth (SIBO). Dat kan leiden tot:

  • Opgeblazen gevoel, krampen

  • Diarree en stinkende ontlasting

  • Vitaminetekorten, vooral B12

  • Onstekingsachtige reacties

SIBO wordt vaak behandeld met korte antibioticakuren of specifieke dieetmaatregelen (zoals low-FODMAP of SCD).

Een jonge vrouw met buikklachten kijkt vermoeid naar haar onaangeroerde groene smoothie – een pijnlijk herkenbaar moment voor wie worstelt met SIBO / Bron: Martin Sulman

Maagproblemen en hypersecretie

Na darmoperaties produceert de maag soms een overmaat aan zuur, vooral in de eerste maanden. Dit kan leiden tot:

  • Maagzweren

  • Maagpijn en reflux

  • Versnelde darmpassage (dumping)

Medicatie zoals protonpompremmers (omeprazol, pantoprazol) wordt vaak voorgeschreven om dit onder controle te houden.

Psychische klachten en kwaliteit van leven

Niet alles speelt zich in de buik af. De impact van het kortedarmsyndroom op de mentale gezondheid is groot. Veel mensen worstelen met:

  • Angst voor voeding of nieuwe complicaties

  • Sociale isolatie door voedingsbeperkingen of toiletgedrag

  • Chronische vermoeidheid

  • Depressieve gevoelens door afhankelijkheid van infuus, ziekenhuiscontroles of voedingstechnologie

Daarom is begeleiding door een gespecialiseerd team met ook aandacht voor psyche en sociaal leven essentieel.

Botontkalking (osteoporose)

Door vetmalabsorptie en vitamine D-tekort ontstaat bij veel mensen met KDS een verhoogd risico op botontkalking. In de praktijk betekent dit:

  • Botpijn

  • Grotere kans op breuken

  • Afname van mobiliteit

Regelmatige controle van botdichtheid (DEXA-scan), calciuminname en suppletie zijn vaak nodig.

Osteoporose
Bij osteoporose worden je botten minder stevig en minder sterk, doordat de botdichtheid afneemt / Bron: Wikimedia Commons

Galzoutdiarree of -tekort

Wanneer het ileum verwijderd is, kan het lichaam galzouten minder goed recyclen. Dit leidt tot:

  • Galzoutdiarree (extra waterige en bijtende ontlasting)

  • Vetmalabsorptie

  • Vetoplosbare vitaminetekorten

Behandeling gebeurt met galzuurbindende medicijnen zoals cholestyramine.

De rol van de lever bij het kortedarmsyndroom: een stille hoofdrolspeler 🎭🩺

Het kortedarmsyndroom (KDS) is al complex genoeg — met verminderde opname van voedingsstoffen, uitdrogingsrisico en afhankelijkheid van infuusvoeding. Maar wat vaak onderbelicht blijft? De rol van de lever. Dit orgaan werkt keihard op de achtergrond, maar krijgt door de extra belasting ook rake klappen. In dit artikel duiken we diep in de lever bij KDS — wat er gebeurt, wat mis kan gaan en hoe je de lever kunt beschermen.

De lever als verwerkingsfabriek van voeding én infuus

De lever is een waar multitalent: het breekt gifstoffen af, maakt gal aan, slaat energie op en regelt het vet- en suikerverbruik. Bij KDS komt daar een extra taak bij: het verwerken van parenterale voeding (TPV of TPN: voeding via het infuus). Omdat het spijsverteringskanaal deels of grotendeels wordt omzeild, komt voeding direct in de bloedbaan, en dus direct bij de lever terecht.

Waar normaal voedingsstoffen stapsgewijs door de darmen worden afgebroken en opgenomen, krijgt de lever nu ineens een stroom geconcentreerde stoffen. Denk aan aminozuren, glucose, vetten en allerlei elektrolyten. En dat kan op termijn tot overbelasting leiden.

Leververvetting, cholestase en galproblemen

De drie belangrijkste leverproblemen bij mensen met langdurige parenterale voeding zijn:

  • Leververvetting (steatose): de lever slaat vet op in plaats van het te verwerken. Dit kan zich langzaam ontwikkelen, soms ongemerkt, maar leidt op de lange termijn tot verminderde leverfunctie.

  • Cholestase: de galafvoer uit de lever raakt verstoord. Gal is nodig om vetten te verteren, maar bij cholestase stagneert de galstroom. Gevolg? Gele huid (icterus), jeuk, en verhoogde leverwaarden.

  • Fibrose of zelfs cirrose: in zeldzamere gevallen ontstaat littekenvorming in de leverweefsels door aanhoudende ontsteking of stagnerende gal, met kans op blijvende schade.

Oorzaken van leverproblemen bij KDS

De oorzaken zijn meestal multifactorieel, maar belangrijke factoren zijn:

  • TPV die te rijk is aan vet of suiker (vooral bij langdurig gebruik)

  • Te weinig gebruik van de eigen darm (niets eten via de mond betekent minder galafvoer)

  • Infecties bij de infuuslijn, die ontstekingsreacties in het hele lichaam kunnen uitlokken

  • Galstuwing door inactiviteit van de galblaas bij patiënten die niets eten of drinken

  • Vitamine- en spoorelementtekorten, zoals selenium, choline of zink

  • Bacteriële overgroei in de overgebleven darm, die ontstekingsprocessen in gang zet

Wat zijn de signalen dat de lever overbelast raakt?

Soms verloopt het sluipend, maar klachten of signalen kunnen zijn:

  • Vermoeidheid

  • Geelzucht (gele huid of oogwit)

  • Donkere urine, lichte ontlasting

  • Jeuk zonder uitslag

  • Verhoogde leverenzymen in bloedonderzoek

  • Pijn of een vol gevoel rechtsboven in de buik

Let op: bij veel KDS-patiënten zijn deze symptomen vaag of helemaal afwezig. Daarom zijn regelmatige bloedcontroles essentieel.

Geelzucht
Geelzucht / Bron: Wikimedia Commons

Hoe kun je de lever beschermen bij kortedarmsyndroom?

Er zijn gelukkig manieren om de lever te ondersteunen en schade te beperken:

  • Gebruik waar mogelijk het maag-darmkanaal: zelfs minimale orale inname stimuleert de galstroom en darmwerking.

  • Aanpassing van infuusvoeding: moderne TPN is minder vet- en suikerrijk, en er wordt goed gelet op verhouding van aminozuren.

  • Cyclische toediening: in plaats van 24/7 TPV geven, wordt voeding soms in 12–14 uur toegediend, zodat de lever ‘rustmomenten’ krijgt.

  • Gebruik van omega-3-vetten (zoals Omegaven®) in plaats van standaard vetemulsies kan ontsteking verminderen.

  • Vitamine- en spoorelementensuppletie: choline, carnitine en taurine zijn belangrijk voor levermetabolisme.

  • Preventie van lijninfecties: goede hygiëne bij het aansluiten van het infuus is cruciaal.

Hoe vaak komt leverschade voor bij KDS?

Bij volwassenen met langdurige TPV is er bij circa 20 tot 40% sprake van afwijkende leverwaarden. Ernstige leverschade (zoals cirrose) komt gelukkig minder vaak voor, maar blijft een risico bij jarenlange afhankelijkheid van infuusvoeding. Kinderen lopen sneller risico dan volwassenen, doordat hun lever nog in ontwikkeling is.

Komen er ook leverproblemen voor zonder infuusvoeding?

Ja, ook bij mensen met KDS zonder TPN kunnen leverproblemen ontstaan, bijvoorbeeld door:

  • Chronische ondervoeding

  • Slechte opname van galzouten of vetoplosbare vitaminen (A, D, E, K)

  • Bacteriële overgroei in de darm

Toch komt leverschade meestal voor bij mensen die deels of volledig afhankelijk zijn van parenterale voeding.

Tot slot: luisteren naar je lever

De lever zegt niet snel iets, maar hij werkt dag en nacht voor je. Zeker bij kortedarmsyndroom is het essentieel om je leverwaarden te monitoren, alert te blijven op subtiele signalen en samen met arts of diëtist af te stemmen wat je nodig hebt. Want in een leven met minder darm, wordt de lever des te belangrijker. En die verdient zorg, aandacht en soms wat extra liefde. 💛

Lever
Ligging van de lever in het lichaam / Bron: Nerthuz/Shuuetrstock.com

Reacties en ervaringen

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt bijvoorbeeld je ervaringen delen over het kortedarmsyndroom, of tips geven. Wij stellen reacties zeer op prijs. Reacties worden niet automatisch (direct) gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie gelezen zijn. Dit om ‘spam’ of anderszins ongewenste c.q. ongepaste reacties eruit te filteren. Daar kunnen soms enige uren overheen gaan.