Last Updated on 18 augustus 2025 by M.G. Sulman
Wanneer een scepticus vraagt of God gedefinieerd kan worden en of Hij te verbinden is met de wereld die we waarnemen, klinkt dat op het eerste gehoor als een eerlijke en nuchtere vraag.1Dit artikel is geschreven als reactie op vragen die gesteld zijn op het forum Freethinker (https://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=8382) en maakt deel uit van de reeks Christelijk geloof onder het vergrootglas (https://mens-en-gezondheid.nl/geloof/christelijk-geloof-onder-het-vergrootglas/). Maar achter deze vraag gaat een hele filosofische en theologische geschiedenis schuil: van Xenophanes’ observatie dat mensen hun goden naar eigen beeld boetseren, tot Montesquieu’s ironie dat driehoeken hun god drie zijden zouden geven. De Bijbel stelt daar iets radicaal anders tegenover: God maakt Zichzelf bekend, niet als projectie van menselijk denken, maar als de Zelfbestaande, de Schepper van hemel en aarde. Vanuit dat uitgangspunt moet de vraag naar definitie en aansluiting bij de werkelijkheid beantwoord worden.
Gebruik de inhoudsopgave om snel te navigeren
De vraag naar definitie
Een schijnbaar simpele vraag
Op het eerste gehoor klinkt de vraag “Kun je God nader definiëren?” bescheiden en redelijk. Toch schuilt er een wereld aan vooronderstellingen achter. Wie een definitie eist, gaat ervan uit dat God een object is dat binnen menselijke categorieën te vangen valt. Dat is niet vanzelfsprekend.
Xenophanes en de menselijke projectie
De Griekse denker Xenophanes (ca. 570–470 v.Chr.) spotte al met de antropomorfe godenbeelden van zijn tijd: “Als paarden of ossen handen hadden, zouden zij goden tekenen die op paarden en ossen lijken”2https://plato.stanford.edu/entries/xenophanes/. Zijn punt: religieuze voorstellingen zijn vaak cultureel bepaald en weerspiegelen menselijke trekken. Daarmee ontmaskerde hij een tijdloos probleem: de mens heeft de neiging God naar eigen beeld te maken.
De Bijbel doorbreekt dit schema
Hierin contrasteert de Bijbel scherp. Mozes ontving bij de brandende braamstruik geen vage-krachtdefinitie of culturele projectie, maar de radicale openbaring: “Ik ben die Ik ben” (Exodus 3:14). Deze uitspraak staat als een anker in de geschiedenis: God definieert Zichzelf, onafhankelijk van menselijk denken of filosofische systemen.
Nominale of reële definitie?
Filosofen onderscheiden een nominale definitie (woorden uitleggen) en een reële definitie (de aard van iets aangeven). Voor de scepticus geldt vaak: geef mij een heldere nominale definitie van God, dan kunnen we verder praten. De Bijbel geeft echter meer dan een naam of concept; zij toont de werkelijkheid van God in Zijn daden en beloften. Anders gezegd: de nominale definitie (“Ik ben”) krijgt onmiddellijk existentiële diepte door de reële openbaring van God in schepping, geschiedenis en verlossing.
Wanneer God in Exodus 3:14 zegt: “Ik ben die Ik ben”, is dat niet slechts een naam of een etiket, maar een zelfdefinitie die Zijn wezen onthult. Het nominale — het woord “Ik ben” — blijft niet hangen in abstractie, maar krijgt onmiddellijk existentiële lading omdat deze God Zich ook werkelijk laat kennen in daden: Hij schiep hemel en aarde, leidde Israël door de geschiedenis en voltooide Zijn openbaring in de komst van Christus. Zo wordt de definitie geen lege formule, maar een levend getuigenis van God die Zichzelf verklaart in spreken én handelen
Wat deze openbaring betekent
Uit Gods zelfdefinitie “Ik ben” en de daaropvolgende daden blijkt allereerst dat Hij geen idee is dat mensen verzonnen hebben, maar de levende Werkelijkheid die het bestaan draagt. Hij schiep hemel en aarde en plaatste de mens daarin als beeld van Zijn majesteit. Dat betekent dat de hele kosmos niet los te denken is van Hem die haar in het aanzijn riep.
Daarnaast toont Zijn leiding in de geschiedenis van Israël en de vervulling in Christus dat God niet afstandelijk blijft, maar zich verbindt met mensen en Zijn belofte gestand doet. De belijdenis “Ik ben” is dus geen lege formule, maar een levend getuigenis van een God die spreekt, handelt en zich laat kennen en daarmee ook de maatstaf biedt voor waarheid en betekenis.
📜 Kader: Bijbelse definitie van God
De Bijbel openbaart God niet als een vaag idee, maar als de levende Werkelijkheid:
- Soeverein – Hij regeert over hemel en aarde zonder beperking (Psalm 115:3).
- Schepper – Alles is door Hem tot stand gebracht (Genesis 1:1).
- Onderhouder – Hij draagt en onderhoudt al wat bestaat (Hebreeën 1:3; Kolossenzen 1:17).
- Heilig – Volmaakt anders en verheven boven de schepping (Jesaja 6:3).
- Rechtvaardig – Zijn oordeel is zuiver en onpartijdig (Psalm 7:12).
- Getrouw – Hij houdt Zijn verbond en leidt Zijn volk Israël door de geschiedenis (Deuteronomium 7:9).
- Almachtig – Niets is voor Hem onmogelijk (Jeremia 32:17).
- Barmhartig – Groot in liefde en lankmoedigheid (Exodus 34:6).
- Waarachtig – Hij is de waarheid zelf en kan niet liegen (Johannes 14:6; Titus 1:2).
- Volheid in Christus – In Jezus Christus wordt Gods wezen zichtbaar en nabij (Johannes 1:14; Kolossenzen 2:9).
Kortom: de Bijbel definieert God als de soevereine, heilige en rechtvaardige Schepper, de Getrouwe die Zijn schepping onderhoudt, Israël leidt en Zich ten volle openbaart in Jezus Christus.
Projecties versus openbaring
De driehoek van Montesquieu
In zijn Lettres persanes merkte Montesquieu ironisch op: “Als driehoeken een god maakten, zouden ze hem drie zijden geven”3https://oll.libertyfund.org/title/montesquieu-the-persian-letters. Met deze boutade liet hij zien dat veel religieuze voorstellingen de trekken dragen van hun scheppers. Men projecteert menselijke vormen, verlangens of angsten op een bovennatuurlijk wezen.
Het probleem van mysterie zonder inhoud
De Schotse filosoof David Hume hekelde in zijn Dialogues Concerning Natural Religion dat theologen God vaak omschrijven met termen die “entirely incomprehensible” zijn, zodat er geen zinnig gesprek over gevoerd kan worden4Hume, D. (1779/1998). Dialogues Concerning Natural Religion (J. C. A. Gaskin, Ed.). Oxford: Oxford University Press, Part IV.. Met andere woorden: wanneer God slechts wordt voorgesteld als een verheven mysterie zonder concrete inhoud, dan verdwijnt de mogelijkheid van discussie. Zulke mystieke vaagheden lijken geleerd, maar zij maken het gesprek feitelijk onmogelijk.
Openbaring als correctief
De Bijbel doorbreekt dit patroon. Zij presenteert God niet als een menselijke projectie of een vaag gevoel, maar als de Schepper die spreekt en handelt. Denk aan de schepping zelf (Genesis 1), de verkiezing van Israël (Deuteronomium 7:6-8) en uiteindelijk de komst van Christus in de volheid des tijds (Galaten 4:4). Hier geen mens die God tekent naar eigen beeld, maar God die Zich openbaart naar Zijn eigen wezen.
Een verschil van orde
Er is dus een fundamenteel onderscheid tussen “goden” die door mensen worden bedacht en de God die Zichzelf bekendmaakt. De eerste categorie is inderdaad een bundeling van cultuur, dogma en verlangen. De tweede is transcendent én persoonlijk. Ofschoon dit voor de scepticus wellicht als een scandaleux claim klinkt, ligt hier precies het verschil tussen filosofische speculatie en theologische openbaring.
God en de waarneembare kosmos
De kosmos als vijandig decor
De vraag “Kun je een god aansluiten op de wereld die we waarnemen?”, zoals op Freethinker werd gesteld in het verlengde van de vraag naar een definitie van God5zie noot 1, raakt aan de enorme schaal van het universum. Wie de kosmos overschouwt, ziet een overweldigende leegte: ontelbare sterrenstelsels, waarvan bijna alles koud, doods en vijandig voor leven is. Ons eigen zonnestelsel lijkt een stofje in een immense waagschaal; de aarde niet meer dan een fragiel elektron dat om de zon cirkelt.
De stem van de scepticus
Op deze realiteit wees de theoloog Tjerk Muller op ForumC:
“Dit is dus de aard van de kosmos: een onvoorstelbaar grote kale, lege, doodse, onherbergzame ruimte, met hier en daar een onbeduidend stipje waar de biosfeer zo in elkaar steekt dat massaal lijden er gegarandeerd is.”6Zie noot 1
Zijn woorden resoneren met het gevoel van absurditeit dat velen bekruipt: hoe kan deze wereld, vol lijden en breekbaarheid, wijzen op een goede God?
De Bijbelse diagnose
Hier ligt de kern: de Bijbel verdoezelt dit lijden niet. Integendeel, zij verklaart het. Paulus schrijft dat de schepping aan de “ijdelheid” is onderworpen en “zucht” als in barensnood, wachtend op verlossing (Romeinen 8:20-22). Het massale lijden is dus geen onverwachte anomalie, maar een direct gevolg van de zondeval. De wereld is gebroken en niet omdat zij uit de hand van een demon voortkwam, maar omdat Adam, als verbondshoofd, de schepping meesleurde in zijn val.
De verkeerde conclusie
Daarom is de conclusie dat het universum wijst op een kwade schepper niet houdbaar. De vijandigheid van de kosmos bevestigt de Bijbelse diagnose van een geschonden wereldorde. Het is geen coup de grâce voor het geloof, maar een bevestiging van de noodzaak van verlossing. En juist hier wordt Christus’ werk zichtbaar als kosmisch in reikwijdte: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Openbaring 21:5).
Het alternatief van evolutie?
Een elegante schijnverklaring
Voor velen lijkt de evolutietheorie een aantrekkelijk alternatief: zij beschrijft hoe soorten zich ontwikkelen door processen van mutatie, selectie en strijd om het bestaan. Het oogt als een elegante verklaring voor de diversiteit van het leven, een tour de force die de noodzaak van een Schepper overbodig lijkt te maken. Maar bij nader toezien blijft er een lacune: evolutie kan wel variatie binnen het leven verklaren, maar niet waarom er überhaupt leven ís, noch waarom er een rationele en ordelijke kosmos bestaat waarin zulke processen mogelijk zijn.
De vooronderstelling van orde
De Duitse filosoof Immanuel Kant erkende dit impliciet. Hij zag dat onze rede geordendheid en wetmatigheid veronderstelt en zonder deze structuren zouden kennis en wetenschap onmogelijk zijn7https://plato.stanford.edu/entries/kant/. Evolutie kan variatie binnen die orde beschrijven, maar zij kan nooit de funderende orde zelf uit chaos afleiden. Dat is als proberen een schaakspel te verklaren zonder bord en spelregels.
Het probleem van strijd, dood en mutatie
Zelfs als evolutie lijden beschrijft als motor van ontwikkeling, blijft het fundamentele probleem overeind. Want de kernprocessen van evolutie draaien om strijd, dood en mutatie. En mutatie is meestal geen verbetering, maar een degeneratie van erfelijk materiaal. Dat dit als scheppend beginsel zou gelden, staat haaks op de Bijbelse voorstelling van God die in den beginne alles zeer goed schiep (Genesis 1:31).
Gods soevereine plan
Het geloof in een scheppende God betekent niet dat we de feiten van strijd, dood en mutatie ontkennen. Het betekent dat we ze plaatsen binnen een groter raamwerk: een gevallen schepping die desalniettemin door God wordt bestuurd en op weg is naar herstel. Niettegenstaande de diepte van het lijden, is er een belofte die verder reikt: “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid” (Romeinen 11:36).
Slotbeschouwing: het criterium van waarheid
Einstein en de vraag naar betekenis
Albert Einstein kreeg eens de vraag of hij in God geloofde. Zijn antwoord was veelzeggend:
“Zegt u mij eerst wat u onder God verstaat, daarna zal ik u zeggen of ik in hem geloof.”8https://en.wikiquote.org/wiki/Albert_Einstein#Religion
Hiermee legde hij de vinger bij de kern: zonder heldere definitie van wat men bedoelt met “God” blijft de discussie in het luchtledige zweven.
De beperking van menselijke projecties
Religieuze tradities en filosofische systemen hebben vaak getracht dit begrip in te vullen met beelden, metaforen en dogma’s. Soms mondt dat uit in mysterie zonder inhoud. Maar dit alles biedt geen criterium voor waarheid. Zoals Xenophanes, Montesquieu en Hume op hun eigen manier lieten zien: de mens maakt gemakkelijk goden naar zijn beeld.
De Bijbelse zelfopenbaring
Tegenover dit menselijke construeren staat Gods zelfopenbaring. De Bijbel presenteert God niet als hypothese, niet als vaag beginsel, maar als de Zelfbestaande: “Ik ben die Ik ben” (Exodus 3:14). Hij is de Schepper, de Onderhouder en de Rechter van hemel en aarde. Hij spreekt, handelt en maakt Zichzelf bekend in de geschiedenis, culminerend in Christus.
Het laatste woord
Daarom is de vraag naar definitie en aansluiting bij de werkelijkheid, zoals Freethinker deze stelt, niet los te zien van dit ene criterium: Gods eigen spreken. Zonder dat spreken blijft de kosmos absurd en leeg; mét dat spreken wordt het universum verstaan als schepping, het lijden herkend als gebrokenheid en de toekomst gezien als hoop. Zoals Paulus het samenvat: “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen” (Romeinen 11:36).
Lees verder
Dit artikel maakt deel uit van de serie “Christelijk geloof onder het vergrootglas”, waarin 95 stellingen en ruim 200 vragen het geloof kritisch bevragen en spiegelen aan de Schrift. Benieuwd naar meer?
Wie nadenkt over de vraag of God te definiëren is en hoe Hij Zich verhoudt tot de wereld vol lijden, zal ontdekken dat dit nauw aansluit bij andere grote thema’s. Zo gaat het in Waarom de hel wél eeuwig is – en wat dat zegt over Gods liefde over recht en genade, terwijl Geneeskracht van vergeten Bijbelse kruiden laat zien hoe God zich ook in schepping en geurige olie openbaart. In Waarom de Verlichting faalde wordt duidelijk dat menselijk denken zonder God leegloopt, en Wetenschap onder Gods gezag laat zien dat ook wetenschap drijft op een christelijk fundament. De vraag naar ware openbaring komt terug in Mohammed langs de Bijbelse meetlat, terwijl Coram Deo: leven voor Gods aangezicht het praktische hart raakt. En in Waarom alleen de Drie-enige God het fundament is voor waarheid, moraal en logica en Uitverkiezing in de Bijbel komt dezelfde lijn samen: God definieert Zichzelf, en daarin vinden wij waarheid, richting en hoop.
Geraadpleegde literatuur
- Bavinck, H. (2003). Gereformeerde dogmatiek. Deel 2: God en schepping. Kampen: Kok.
-
Bijbel. (2004). Bijbel, Herziene Statenvertaling. Heerenveen: Jongbloed.
-
Einstein, A. (n.d.). “Zegt u mij eerst wat u onder God verstaat…” In Wikiquote. Geraadpleegd op 17 augustus 2025, van https://en.wikiquote.org/wiki/Albert_Einstein#Religion
-
Hume, D. (2020). David Hume: Religion. In E. N. Zalta (Ed.), The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2020 Edition). Geraadpleegd op 17 augustus 2025, van https://plato.stanford.edu/entries/hume-religion/
- Hume, D. (1779/1998). Dialogues Concerning Natural Religion (J. C. A. Gaskin, Ed.). Oxford: Oxford University Press, Part IV.
-
Kant, I. (2019). Immanuel Kant. In E. N. Zalta (Ed.), The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2019 Edition). Geraadpleegd op 17 augustus 2025, van https://plato.stanford.edu/entries/kant/
-
Montesquieu, C. L. de S. de. (1721). Lettres persanes. Online Library of Liberty. Geraadpleegd op 17 augustus 2025, van https://oll.libertyfund.org/titles/montesquieu-complete-works-vol-3
-
Xenophanes. (2020). Xenophanes. In P. Curd (Ed.), The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2020 Edition). Geraadpleegd op 17 augustus 2025, van https://plato.stanford.edu/entries/xenophanes/
-
Freethinker. (2025). Reactie op forumvraag: “Ben je in staat om deze god nader te definiëren?” Geraadpleegd op 17 augustus 2025, van https://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=8382
Reacties en discussie
Wat denk jij?
-
Is God te definiëren zonder dat we Hem reduceren tot menselijke projecties?
-
Sluit de Bijbelse voorstelling van God aan op de wereld die wij waarnemen, vol lijden en gebrokenheid?
-
Of blijf je met vragen zitten?
Laat hieronder je reactie achter. Een gedachte, een tegenwerping of gewoon een à propos observatie – alles helpt om het gesprek te verdiepen.