Last Updated on 15 mei 2026 by M.G. Sulman
Recidive, oftewel het opnieuw plegen van strafbare feiten na eerdere straf of begeleiding, wordt vaak bekeken door de bril van risico: middelengebruik, schulden, delictverleden, verkeerde vrienden, impulsiviteit. Terecht, want veiligheid vraagt om nuchterheid. Toch mist er iets wanneer de mens alleen als risicoprofiel verschijnt. Agency, het vermogen om jezelf als handelend persoon te zien, brengt veranderkracht in beeld. Niet als wondermiddel, maar als serieuze factor bij motivatie, verantwoordelijkheid en het allengs loskomen van criminaliteit.

Gebruik de inhoudsopgave om snel te navigeren
- 1 Van risicoprofiel naar veranderkracht
- 2 Recidive is geen lot, maar ook geen kleinigheid
- 3 Wat bedoelen we met agency?
- 4 Agency en desistance
- 5 Waarom risicotaxatie noodzakelijk blijft
- 6 De taal van risico
- 7 Beschermende factoren: geen sprookje, wel serieus
- 8 Agency als ontbrekende schakel
- 9 Erkennen dat er een probleem is
- 10 Motivatie zonder romantiek
- 11 Een nieuw zelfbeeld als praktisch keerpunt
- 12 Wat het onderzoek uit 2025 toevoegt
- 13 Reclassering tussen controle en verandering
- 14 Desistance: stoppen met criminaliteit is zelden een rechte lijn
- 15 Wat betekent dit voor de praktijk?
- 16 Slot: de mens is meer dan zijn risicoprofiel
- 17 📚 Lees verder
- 18 Geraadpleegde bronnen
- 19 Reacties en ervaringen
Van risicoprofiel naar veranderkracht
Recidive, oftewel het opnieuw plegen van strafbare feiten na een eerdere strafrechtelijke interventie, is een nuchter begrip met grote gevolgen. Het raakt slachtoffers, buurten, gezinnen en de samenleving, maar ook de betrokkene zelf, die opnieuw vastloopt in gedrag dat schade veroorzaakt. Het WODC omschrijft recidive als het opnieuw plegen van een strafbaar feit na een strafrechtelijke interventie; het onderzoekt dit met gegevens uit de Onderzoek- en Beleidsdatabase Justitiële Documentatie, een geanonimiseerde kopie van het justitiële documentatiesysteem.1WODC. (z.d.). Recidive. Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum. Geraadpleegd op 15 mei 2026.
Risicodenken blijft noodzakelijk
Reclassering kan niet zonder risicodenken. Factoren als middelengebruik, instabiele huisvesting, schulden, antisociale contacten en het ontwijken van toezichtafspraken vergroten doorgaans de kans op herhaling. Daartegenover staan beschermende factoren, zoals werk, vaste woonruimte, behandelbereidheid, prosociale contacten en een steunend netwerk. Dat is een gedragskundige inschatting op basis van bekende risicopatronen.
Risicotaxatie is alleszins noodzakelijk om een professionele weging te kunnen maken. Zij helpt om niet alleen af te gaan op indrukken, goede bedoelingen of verklaringen achteraf. Een betrokkene kan vriendelijk overkomen en toch een hoog recidiverisico hebben. Omgekeerd kan iemand met een belast verleden op onderdelen aantoonbaar stabieler zijn geworden. Juist daarom is een zakelijke beoordeling nodig: welke factoren vergroten het risico, welke factoren beperken het risico, en wat is er nodig om toezicht zinvol te laten zijn?
De beperking van een puur risicoprofiel
Toch is een risicoprofiel niet hetzelfde als een volledig mensbeeld. Delictgeschiedenis, middelengebruik, impulsiviteit, antisociale cognities, beperkte emotieregulatie, gebrek aan dagbesteding, schulden en negatieve sociale contacten kunnen veel verklaren. Doch zij verklaren niet alles. Wie alleen naar risico’s kijkt, ziet vooral waardoor herhaling waarschijnlijker wordt; wie naar verandering kijkt, vraagt ook waardoor iemand zijn leven over een ander boeg gooit.
Die tweede vraag is van belang in toezicht en begeleiding. Niet omdat veiligheid minder zwaar zou wegen, maar omdat risicobeperking uiteindelijk meestal vraagt om gedragsverandering. Een toezicht dat uitsluitend registreert wat misgaat, blijft reactief. Een toezicht dat ook zoekt naar aanknopingspunten voor verandering, kan gerichter interveniëren.
Agency als veranderkundige factor
Hier komt agency in beeld. Agency betekent in deze context: het vermogen en de bereidheid van iemand om zichzelf te zien als handelend persoon. Niet uitsluitend als product van omstandigheden, groepsdruk, trauma, straatcultuur of dossiergeschiedenis, maar als iemand die verantwoordelijkheid kan leren nemen en keuzes kan bijstellen.
Dat is geenszins een zachte benadering. Agency ontslaat iemand niet van verantwoordelijkheid; zij maakt verantwoordelijkheid juist concreet. Het gaat niet om de boodschap dat iemand “nu eenmaal zo is” of dat zijn omgeving alles verklaart. Het gaat om de vraag of betrokkene in staat is om, binnen zijn feitelijke beperkingen en omstandigheden, ander gedrag te oefenen en vol te houden.
In de praktijk wordt agency zichtbaar in betrekkelijk kleine, maar relevante gedragsveranderingen. Iemand verschijnt op afspraken. Hij meldt terugval in middelengebruik voordat die verder escaleert. Hij vermijdt bepaalde contacten. Hij accepteert behandeling. Hij zoekt werk of houdt dagbesteding vast. Hij leert spanning te bespreken voordat die overgaat in agressie, vermijding of gebruik.
Dat zijn observeerbare signalen. Zij zeggen iets over veranderbereidheid, responsiviteit en het vermogen om toezicht niet alleen te ondergaan, maar er ook actief gebruik van te maken. Precies daar verschuift het perspectief: van een statisch risicoprofiel naar zicht op veranderkracht.
📌 Agency: meer dan motivatie
Agency betekent in deze context dat iemand zichzelf niet alleen ziet als product van omstandigheden, straatcultuur, verslaving, trauma of dossiergeschiedenis, maar als een handelend persoon. Het gaat om het vermogen om persoonlijke problemen te erkennen én om de bereidheid om concreet ander gedrag te oefenen.
Dat is geen zachte taal voor “hij bedoelt het goed”. Agency wordt pas zichtbaar in gedrag: afspraken nakomen, terugval melden, risicovolle contacten vermijden, behandeling accepteren, spanning eerder benoemen en verantwoordelijkheid nemen voordat het opnieuw misgaat.
Juist bij mensen met een hoog recidiverisico kan agency betekenisvol zijn. Zij wist risico niet uit, maar kan wel laten zien waar verandering voorzichtig begint: niet in mooie woorden, maar in waarneembare keuzes onder druk.2Lussier, P., Kouassi, P. L., & Frechette, J. (2025). Agency, criminogenic risk and needs, and recidivism: A prospective longitudinal study including 14,000 adult justice-involved individuals. Criminal Justice and Behavior. https://doi.org/10.1177/0306624X251349530
Recidive is geen lot, maar ook geen kleinigheid
Wie in de praktijk van de reclassering werkt, weet hoe verleidelijk twee versimpelingen kunnen zijn. De eerste zegt: iemand moet gewoon stoppen met strafbare feiten plegen. Punt. Alsof verslaving, een licht verstandelijke beperking, schulden, trauma, groepsdruk en jarenlange straatvorming verdwijnen zodra men er één ferme zin tegenover zet. De tweede versimpeling zegt: iemand kan er eigenlijk weinig aan doen, want zijn omstandigheden waren zwaar. Alsof verantwoordelijkheid ophoudt zodra de context ingewikkeld wordt.
Beide lezingen zijn te mager en bezijden de waarheid. Criminaliteit ontstaat zelden uit één oorzaak. Armoede veroorzaakt op zichzelf geen criminaliteit. Een afwezige vader maakt een jongen niet automatisch delinquent. Psychische problematiek leidt niet vanzelf tot geweld. Zulke factoren kunnen wel de kans op delictgedrag vergroten, vooral wanneer zij samenkomen met andere risicofactoren. Denk aan een jonge man met schulden, cocaïnegebruik, een krenkbaar ego, wapendragende vrienden en geen normale dagstructuur. Eén factor verklaart nog weinig; de combinatie kan risicovol worden.
Recidive moet daarom zorgvuldig worden besproken. Niet fatalistisch, alsof iemand met een hoog risicoprofiel toch wel terugvalt. Niet naïef, alsof motivatie op zichzelf voldoende is om herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen. Een mens kan verantwoordelijk zijn voor zijn daden en tegelijk hulp nodig hebben om niet opnieuw in hetzelfde patroon te belanden. Die spanning vormt de kern van goed reclasseringswerk: veiligheid serieus nemen, zonder de mogelijkheid van verandering uit het oog te verliezen.
Wat bedoelen we met agency?
Agency is geen modieus woord voor “zin hebben om te veranderen”. Het gaat om iets fundamentelers: het vermogen en de bereidheid van iemand om zichzelf te zien als handelend persoon binnen zijn eigen levensloop. Niet alleen als verdachte, justitiabele, cliënt of product van omstandigheden, maar als iemand die keuzes maakt, invloed heeft en verantwoordelijkheid kan leren dragen.
Iemand met agency zegt niet alleen: “De rechter wil dat ik mij meld.” Hij begint, al is het nog aarzelend, te zeggen: “Ik moet iets aan mijn leven doen, anders gaat dit opnieuw mis.” Dat verschil lijkt klein, maar in toezicht en begeleiding is het groot. In het eerste geval ondergaat iemand vooral een maatregel; in het tweede geval ontstaat er een begin van eigenaarschap.
Neem iemand die onder toezicht staat vanwege geweld in de relationele sfeer. Zolang hij zegt: “Zij drukte op mijn knoppen”, blijft de verantwoordelijkheid grotendeels buiten hem liggen. De oorzaak wordt dan geplaatst bij de ander, bij de situatie, bij de spanning of bij de alcohol. Wanneer hij leert zeggen: “Ik raak snel gekrenkt, ik ga dreigen, ik wil controle houden, en ik moet leren stoppen vóórdat ik ontplof”, ontstaat er ruimte voor gedragsverandering. Dat is agency in ruwe vorm. Nog niet fraai of voltooid, maar wel een begin.
Drie lagen van agency
Agency heeft in deze context minstens drie lagen.
Probleeminzicht
Probleeminzicht betekent dat iemand erkent dat er daadwerkelijk iets aan de hand is. Niet alleen: “Ik ben gepakt” of “Ik heb pech gehad”, maar: “Mijn gedrag brengt schade, risico en herhaling met zich mee.” Zonder probleeminzicht blijft toezicht vaak steken in controle, discussie en minimalisering.
Handelingsbesef
Handelingsbesef betekent dat iemand begrijpt dat zijn eigen keuzes ertoe doen. Dat wil niet zeggen dat omstandigheden onbelangrijk zijn. Schulden, stress, middelengebruik, trauma en sociale druk kunnen zwaar wegen. Maar zij nemen niet weg dat iemand kan leren op een ander moment weg te lopen, hulp te vragen, middelengebruik te begrenzen, contact te vermijden of spanning eerder te benoemen.
Veranderbereidheid
Veranderbereidheid betekent dat iemand bereid is om concreet gedrag te oefenen, ook wanneer dat ongemakkelijk is. Niet alleen praten over verandering, maar afspraken nakomen, behandeling volgen, openheid geven over terugval, risicovolle contacten verminderen en nieuwe routines opbouwen. Juist daar wordt duidelijk of motivatie meer is dan taal.
📌 Agency en externe locus of control
Agency raakt nauw aan wat in de psychologie locus of control heet. Daarmee wordt bedoeld waar iemand de controle over zijn leven vooral plaatst: bij zichzelf of buiten zichzelf. Bij een interne locus of control denkt iemand eerder: “Mijn keuzes doen ertoe.” Bij een externe locus of control ligt de nadruk juist op pech, anderen, instanties, straat, verleden, stress of omstandigheden.3Rotter, J. B. (1966). Generalized expectancies for internal versus external control of reinforcement. Psychological Monographs: General and Applied, 80(1), 1-28. https://doi.org/10.1037/h0092976
Veel reclasseringscliënten hebben begrijpelijkerwijs trekken van zo’n externe locus of control. Zij hebben vaak te maken gehad met instabiele opvoeding, schulden, middelengebruik, psychische problemen, groepsdruk, detentie, huisvestingsproblemen en botsingen met instanties. Dan kan allengs het gevoel ontstaan: “Het overkomt mij toch allemaal.” Soms is dat ook een aangeleerde overlevingshouding. Wie zichzelf vooral als slachtoffer van omstandigheden ziet, hoeft minder pijnlijk naar eigen gedrag te kijken.
Toch is een externe locus of control risicovol wanneer zij verantwoordelijkheid verdringt. Dan wordt agressie verklaard door “zij drukte op mijn knoppen”, middelengebruik door “iedereen blowt daar”, schulden door “niemand helpt mij”, en toezicht door “de reclassering zit mij dwars”. Zulke verklaringen bevatten soms een kern van waarheid, maar ze kunnen ook verandering blokkeren.
Agency betekent daarom niet dat omstandigheden worden ontkend. Het betekent dat iemand leert zoeken naar het deel waarop hij wél invloed heeft: niet appen, niet meegaan, wel bellen, wel verschijnen, wel open zijn over terugval, wel afstand houden. De verschuiving is klein maar wezenlijk: van “het gebeurt mij” naar “ik kan iets doen voordat het opnieuw misgaat”. Dáár begint vaak gedragsverandering.
Agency en desistance
In de criminologie raakt agency direct aan desistance. Desistance is het proces waarbij iemand geleidelijk stopt met criminaliteit. Dat proces is zelden één groot moment waarop iemand ineens “een nieuw mens” wordt. Vaker gaat het om een rommelige, ongelijkmatige beweging waarin iemand afstand neemt van oude patronen en nieuwe bindingen opbouwt.
Dat kan zichtbaar worden in gewone, concrete stappen: oude vrienden minder zien, werk vasthouden, schulden regelen, schaamte onder ogen zien, een behandeling afronden, een kind krijgen, geloof vinden, niet meer reageren op provocatie, of voor het eerst eerlijk zeggen dat het zo niet verder kan. Op zichzelf kunnen zulke stappen klein lijken. Maar samen kunnen zij iemands levensrichting danig veranderen.
Daarom is agency geen bijzaak naast risicotaxatie. Zij is één van de factoren die helpt verklaren waarom sommige mensen, ondanks een belast verleden en aanwezige risicofactoren, toch afstand nemen van criminaliteit. Niet omdat risico’s dan verdwijnen, maar omdat iemand stapje voor stapje anders leert omgaan met die risico’s. Dat is geen garantie. Wel is het precies de ruimte waarin reclasseringswerk betekenis krijgt.
Waarom risicotaxatie noodzakelijk blijft
Risicotaxatie betekent: het systematisch inschatten van de kans op toekomstig delictgedrag of toekomstige schade. Dat gebeurt niet omdat reclasseringswerkers mensen graag in hokjes plaatsen, maar omdat veiligheid vraagt om onderscheid. Niet iedere verdachte, veroordeelde of (ex-)gedetineerde vraagt dezelfde intensiteit van toezicht, begeleiding of begrenzing. Een veelpleger met middelenproblematiek, een geweldsverleden en geen stabiele woonplek vraagt om een gans andere aanpak dan iemand met een eenmalig vermogensdelict en een redelijk stabiel bestaan.
Zonder risicotaxatie wordt toezicht al snel willekeurig. Dan krijgt de één te veel bemoeienis, terwijl de ander te weinig begrenzing krijgt. Beide zijn onwenselijk. Te zwaar toezicht kan averechts werken, omdat het iemands normale bestaan onnodig belast. Te licht toezicht kan gevaarlijk zijn, omdat wezenlijke risico’s dan onder de radar blijven. Professioneel reclasseringswerk vraagt derhalve om een nuchtere vraag: wat is hier aan de hand, hoe ernstig is het risico, en welke aanpak past daarbij?
Het RNR-model: risico, behoefte en responsiviteit
Het Risk-Need-Responsivity-model, vaak afgekort als RNR-model, is hierbij van kardinala belang. Het model zegt in de kern drie dingen.
- Het risicoprincipe houdt in dat intensievere interventies vooral gericht moeten zijn op mensen met een hoger recidiverisico. Wie een laag risico heeft, hoeft niet zonder meer in een zwaar traject te worden geplaatst. Meer bemoeienis is niet altijd beter.
- Het behoefteprincipe zegt dat begeleiding zich moet richten op criminogene behoeften. Dat zijn veranderbare factoren die samenhangen met delictgedrag, zoals middelengebruik, antisociale contacten, agressieproblemen, schulden of gebrek aan dagstructuur.
- Het responsiviteitsprincipe vraagt dat de aanpak aansluit bij iemands leervermogen, motivatie, beperkingen, cultuur, persoonlijkheid en praktische omstandigheden. Een interventie kan inhoudelijk kloppen, maar toch weinig effect hebben wanneer zij niet aansluit bij de persoon die haar moet volgen.4Public Safety Canada. (2022). Risk-need-responsivity model for offender assessment and rehabilitation. Government of Canada.
Dat klinkt technisch, maar de praktijk is eenvoudig te herkennen. Als iemand delicten pleegt om drugs te bekostigen, moet middelengebruik niet in de marge blijven. Als iemand geweld gebruikt vanuit krenking, impulsiviteit en behoefte aan controle, moet agressieregulatie centraal staan. En als iemand afspraken mist omdat hij een chaotisch bestaan heeft, laaggeletterd is en brieven niet begrijpt, heeft het weinig zin om hem alleen streng toe te spreken zonder naar responsiviteit te kijken. Dan organiseer je misschien formele controle, maar nog geen leerbare verandering.

De taal van risico
Criminogene factoren: waar het werkelijk schuurt
Criminogene factoren zijn omstandigheden, patronen of kenmerken die de kans op delictgedrag vergroten. Het woord criminogeen betekent letterlijk: criminaliteit bevorderend. Dat wil niet zeggen dat zo’n factor automatisch criminaliteit veroorzaakt. Het betekent wel dat onderzoek en praktijk laten zien dat bepaalde problemen dikwijls samenhangen met recidive.
Voorbeelden zijn concreet genoeg:
- middelengebruik, zoals problematisch alcohol-, cannabis- of cocaïnegebruik;
- antisociale peers, dus vrienden of groepsgenoten bij wie normoverschrijding gewoon is;
- impulsiviteit, waarbij iemand snel handelt zonder gevolgen goed te overzien;
- antisociale cognities, oftewel gedachten die delictgedrag goedpraten, zoals: “Iedereen doet het”, “Hij verdiende het” of “De politie is de vijand”;
- schulden en geldstress;
- gebrek aan dagbesteding;
- instabiele huisvesting;
- onbehandelde psychische problematiek;
- relationele conflicten, vooral wanneer controle, jaloezie of dreiging een rol spelen.
Wie deze factoren alleen opsomt, is echter nog niet klaar. De kern is dat je ze vertaalt naar concreet gedrag. “Middelengebruik” is in een dossier misschien één woord, maar in het dagelijks leven betekent het mogelijk: nachten doorhalen, afspraken missen, sneller geïrriteerd raken, agressiever reageren, geld lenen, liegen tegen familie, oude contacten opzoeken en opnieuw strafbare feiten plegen.
Hetzelfde geldt voor antisociale cognities. Dat klinkt abstract, bijna klinisch. In de praktijk gaat het om zinnen waarmee iemand zijn gedrag voor zichzelf toelaatbaar maakt: “Ik had geen keuze”, “hij vroeg erom”, “zij respecteerde mij niet” of “zonder geld doe je nergens aan mee”. Zulke gedachten zijn niet zomaar meningen; zij kunnen delictgedrag voorbereiden, verzachten en achteraf rechtvaardigen.
Dynamische risico’s: problemen die kunnen bewegen
Een belangrijk onderscheid is dat tussen statische en dynamische risicofactoren. Statische risicofactoren zijn niet of nauwelijks veranderbaar. Denk aan delictgeschiedenis, leeftijd bij het eerste delict of eerdere veroordelingen. Die gegevens zijn relevant voor de inschatting van het risico, maar je kunt ze niet behandelen. Ze liggen vast.
Dynamische risicofactoren kunnen wel veranderen. Middelengebruik kan verminderen. Schulden kunnen worden geregeld. Een antisociaal netwerk kan worden verlaten. Agressieregulatie kan verbeteren. Woonstabiliteit kan groeien. Niet vanzelf en niet altijd succesvol, maar deze factoren zijn in beginsel wel veranderbaar.
Precies hier wordt agency interessant. Veranderbare risicofactoren veranderen namelijk niet door formulieren. Ze veranderen wanneer iemand, onder druk én met steun, ander gedrag gaat oefenen. Een meldplicht kan structuur geven. Urinecontroles kunnen middelengebruik begrenzen. Een behandeling kan inzicht geven in agressie, verslaving of controlebehoefte. Schuldhulpverlening kan financiële paniek verminderen. Maar ergens moet de persoon zelf gaan bewegen. Zonder die beweging blijft het systeem trekken aan iemand die innerlijk achteroverleunt.
Dat maakt toezicht soms ingewikkeld. De reclassering kan voorwaarden stellen, controleren, motiveren, confronteren en verwijzen. Maar zij kan niet namens iemand eerlijk worden, niet namens iemand stoppen met gebruiken, niet namens iemand oude contacten verbreken en niet namens iemand spanning verdragen zonder te dreigen of te slaan. Daar ligt de harde kern van verantwoordelijkheid.

Beschermende factoren: geen sprookje, wel serieus
Beschermende factoren zijn omstandigheden, relaties of vaardigheden die de kans op terugval kunnen verkleinen. Zij maken iemand niet immuun voor recidive. Dat zou quatsch zijn. Maar zij kunnen wel tegenwicht bieden tegen risico’s die anders gemakkelijk de overhand krijgen.
Werk is een klassiek voorbeeld. Niet omdat werk iemand moreel zuivert, maar omdat het structuur geeft, inkomen, sociale controle en soms ook waardigheid. Iemand die vroeg op moet, collega’s ziet, salaris ontvangt en aan het einde van de dag moe thuiskomt, leeft anders dan iemand die zonder ritme door de week schuift. Werk lost niet alles op, maar het kan wel een anker zijn.
Stabiele huisvesting werkt op vergelijkbare wijze. Wie iedere nacht ergens anders slaapt, leeft vaak reactief. Dan draait het bestaan om overleven, regelen, bellen, lenen en improviseren. Een vaste woonplek geeft nog geen goed leven, maar wel een basale voorwaarde om afspraken na te komen, post te ontvangen, rust te vinden en niet steeds terug te hoeven naar risicovolle plekken.
Ook een prosociaal netwerk doet ertoe. Prosociaal betekent: gericht op normaal, verantwoordelijk en niet-crimineel gedrag. Dat kan een betrokken ouder zijn, een partner, broer, mentor, kerkelijke gemeenschap, sportcoach of werkgever. Niet als reddende engel, maar als concrete tegenstem wanneer oude patronen trekken. Soms maakt één telefoontje verschil: “Kom hierheen, niet terug naar die groep.”
Innerlijke beschermende factoren
Beschermende factoren zitten niet alleen buiten iemand. Ook innerlijke vaardigheden en overtuigingen kunnen verschil maken. Denk aan emotieregulatie, dus het vermogen om boosheid, krenking of spanning te verdragen zonder direct te ontploffen. Denk aan toekomstgericht denken, probleeminzicht, gewetensvorming, (opbouwend) geloof, verantwoordelijkheid voor kinderen, of schaamte die niet verlammend wordt maar richting geeft.
Ook hier geldt: het is niet sentimenteel. Beschermende factoren zijn vaak het verschil tussen twee concrete reacties. De ene reactie is: “Ik kan nergens heen, dus ik ga terug naar de groep.” De andere is: “Ik bel mijn broer, want ik merk dat dit misgaat.” In een artikel klinkt dat misschien klein. In de praktijk kan het echter precies de breuklijn zijn tussen terugval en begrenzing.
Daarom horen risicofactoren en beschermende factoren bij elkaar. Wie alleen risico’s ziet, krijgt een donker maar onvolledig beeld. Wie alleen bescherming ziet, wordt naïef. Goed reclasseringswerk beweegt tussen beide: scherp genoeg om gevaar te benoemen, zakelijk genoeg om niet te romantiseren, en tegelijk zorgvuldig genoeg om veranderbare factoren niet over het hoofd te zien.
Agency als ontbrekende schakel
Agency is in reclasseringswerk vaak de ontbrekende schakel tussen risicotaxatie en daadwerkelijke gedragsverandering. Risicotaxatie maakt zichtbaar waar het gevaar zit. Behandeling, toezicht en voorwaarden kunnen vervolgens structuur bieden. Maar ergens moet de betrokkene zelf gaan handelen: erkennen, kiezen, oefenen, herstellen, afstand nemen, terugkomen na terugval. Zonder die beweging blijft verandering vooral iets wat anderen voor hem organiseren.
Agency betekent hier niet dat iemand ineens volledig grip heeft op zijn leven. Dat zou te groot en te netjes gedacht zijn. Het gaat om het begin van handelingsvermogen: iemand leert zichzelf niet alleen zien als object van toezicht, maar als persoon die mede verantwoordelijk is voor de richting waarin zijn leven beweegt.

Erkennen dat er een probleem is
De eerste vorm van agency is erkenning. Niet noodzakelijk de schuldbekentenis in juridische zin, al kan die ermee samenhangen. Het gaat om gedragsmatige erkenning: zien dat bepaalde patronen gevaarlijk zijn, ook wanneer iemand nog discussie voert over het delict zelf.
Een man kan formeel ontkennen wat hij gedaan heeft en toch leren dat hij contactverboden moet naleven, alcohol moet vermijden en moet stoppen met dreigende berichten. Omgekeerd kan iemand alles bekennen en toch geen centimeter veranderen. “Ja, fout geweest” is snel gezegd. Agency vraagt meer: wat ga je morgen anders doen wanneer dezelfde spanning, krenking of verleiding terugkomt?
Probleeminzicht is derhalve praktisch. Het blijkt niet vooral in mooie taal, maar in keuzes:
- wel of niet naar de afspraak komen;
- wel of niet open zijn over middelengebruik;
- wel of niet afstand nemen van delinquente vrienden;
- wel of niet hulp vragen vóórdat spanning omslaat in geweld;
- wel of niet accepteren dat toezicht geen persoonlijke belediging is, maar een kader.
Dat laatste is belangrijk. Sommige justitiabelen ervaren toezicht vooral als vernedering: “Ze moeten mij weer hebben.” Wie daar blijft steken, maakt van iedere afspraak een machtsstrijd. Wie begint te erkennen dat toezicht ook een begrenzend kader kan zijn, hoe ongemakkelijk ook, krijgt meer ruimte om het praktisch te gebruiken. Niet uit liefde voor de maatregel, maar uit besef van de eigen situatie.
Motivatie zonder romantiek
Motivatie wordt vaak te warm voorgesteld. Alsof iemand eerst diep vanbinnen zuiver moet willen veranderen en daarna pas kan beginnen. In werkelijkheid begint motivatie dikwijls half, krom en tegenstrijdig. Iemand wil niet terug naar de bajes, maar vindt regels wel irritant. Iemand wil zijn kind blijven zien, maar blijft hangen in oude vrienden. Iemand wil stoppen met cocaïne, maar wil de kick, de status of het eufore gevoel niet kwijt. Dat is vaak het ruwe beginmateriaal.
In gedragswetenschappelijke zin is ambivalentie normaal. Ambivalentie betekent dat iemand twee kanten tegelijk op wil. Hij wil rust, maar ook spanning. Hij wil vrijheid, maar niet altijd begrenzing. Hij wil erkenning, maar verdraagt correctie slecht. De reclasseringswerker die dat begrijpt, hoeft niet meteen cynisch te worden. Hij hoeft ook niet te doen alsof halfslachtige motivatie prachtig is. Hij kan ermee werken, mits hij haar niet romantiseert.
Dat vraagt om concrete vragen. Niet alleen: “Wil je veranderen?” Want daarop komt gemakkelijk een sociaal wenselijk antwoord. Beter is: “Wat kost dit gedrag je?” “Wat wil je behouden?” “Wat gebeurt er als je zo doorgaat?” “Welke keuze maakt de kans groter dat je buiten blijft?” “Wie merkt het als jij opnieuw afglijdt?” Zulke vragen halen motivatie uit de sfeer van fraaie voornemens en brengen haar terug naar gedrag, verlies, belang en verantwoordelijkheid.
Motivatie is dus geen gevoel dat eerst helemaal zuiver moet zijn. Zij is eerder een richting die versterkt kan worden door afspraken, confrontatie, succeservaringen en betekenisvolle doelen. Soms begint iemand niet omdat hij het goede leven reeds voor zich ziet, maar omdat hij iets kwijt dreigt te raken: zijn vrijheid, woning, relatie, kindcontact of laatste beetje vertrouwen. Ook dat kan een beginpunt zijn. Niet verheven, maar wel bruikbaar.
Een nieuw zelfbeeld als praktisch keerpunt
Desistance-onderzoek wijst al langer op het belang van identiteit. Mensen stoppen vaak niet alleen omdat de pakkans stijgt, voorwaarden strenger worden of detentie onaantrekkelijk is. Zij stoppen ook omdat zij zichzelf anders gaan zien. Niet meer als straatjongen, dealer, vechter, slachtoffer, buitenstaander of iemand die “toch al mislukt” is, maar als vader, werknemer, gelovige, partner, vakman, buurman; iemand die iets te verliezen heeft.
Dat nieuwe zelfbeeld is geen therapeutische franje. Het is praktisch. Wie zichzelf nog steeds ziet als iemand voor wie criminaliteit normaal is, zal voorwaarden vooral ervaren als externe dwang. Dan is toezicht iets wat van buitenaf op hem wordt gelegd. Wie zichzelf gaat zien als iemand die iets anders probeert te worden, kan diezelfde voorwaarden gaan gebruiken als steunconstructie. De meldplicht wordt dan niet alleen controle, maar ook ritme. Behandeling wordt niet alleen verplichting, maar ook oefenruimte. Contactverboden worden niet alleen beperking, maar bescherming tegen eigen terugval.
Daarmee is identiteit niet ineens een wondermiddel. Een nieuw zelfbeeld moet worden bevestigd in gedrag, anders blijft het taal. Iemand kan zichzelf vader noemen, maar toch verdwijnen wanneer het moeilijk wordt. Iemand kan zeggen dat hij klaar is met de straat, maar nog dagelijks dezelfde groep opzoeken. De vraag is dus niet alleen welke identiteit iemand uitspreekt, maar welke keuzes die identiteit beginnen te dragen.
Fergus McNeill, Stephen Farrall, Claire Lightowler en Shadd Maruna hebben in hun werk over desistance benadrukt dat reclassering niet alleen moet vragen “wat werkt?” in beperkte interventiezin, maar ook hoe mensen daadwerkelijk afstand nemen van criminaliteit binnen relaties, sociale contexten en veranderende identiteiten.5McNeill, F., Farrall, S., Lightowler, C., & Maruna, S. (2012). Reexamining evidence-based practice in community corrections: Beyond “a confined view” of what works. Justice Research and Policy, 14(1), 35-60.
Dat is precies waar agency betekenis krijgt. Niet als optimistisch sausje over risico’s, maar als zakelijke vraag: ziet deze persoon zichzelf, al is het beginnend en gebrekkig, als iemand die anders kan handelen dan voorheen? En zo ja: welke voorwaarden, relaties, interventies en verantwoordelijkheden maken die beweging groter in plaats van kleiner?

Wat het onderzoek uit 2025 toevoegt
14.000 justitieel betrokken personen
Een grote longitudinale studie van Lussier, Kouassi en Frechette uit 2025 onderzocht agency, criminogene risico’s en behoeften, en recidive bij ongeveer 14.000 volwassen justitieel betrokken personen. Longitudinaal betekent dat mensen over langere tijd worden gevolgd, zodat onderzoekers niet alleen een momentopname zien, maar ook kunnen nagaan wat later gebeurt. De studie definieert agency in deze context als het vermogen om persoonlijke problemen te erkennen en gemotiveerd te zijn om te veranderen.6Lussier, P., Kouassi, P. L., & Frechette, J. (2025). Agency, criminogenic risk and needs, and recidivism: A prospective longitudinal study including 14,000 adult justice-involved individuals. Criminal Justice and Behavior. doi:10.1177/0306624X251349530
Dat is relevant, omdat veel risicodenken vooral kijkt naar wat er misgaat of eerder is misgegaan: delictverleden, middelengebruik, antisociaal netwerk, agressie, impulsiviteit, instabiele huisvesting en gebrek aan dagstructuur. Die factoren doen ertoe. Ze mogen niet worden weggepoetst. Maar de studie stelt daar een aanvullende vraag naast: maakt het verschil of iemand zijn problemen onderkent en gemotiveerd is om zijn levensloop te veranderen?
Het antwoord is genuanceerd. Agency wist het risico niet uit. Mensen met zeer hoge risicoprofielen recidiveerden vaker dan mensen met lage risicoprofielen. Dat is belangrijk, omdat het voorkomt dat agency wordt opgeblazen tot een romantisch verhaal waarin motivatie alle harde risicofactoren plotseling overstemt. Tegelijk bleek binnen de zwaardere risicogroepen agency wel samen te hangen met minder recidive. Juist waar het risico stevig is, kan veranderbereidheid dus verschil maken.7Lussier, Kouassi en Frechette vatten het doel van hun studie samen als onderzoek naar de vraag of agency kan helpen criminogene risico’s en behoeften te overwinnen bij terugkeer in de samenleving. Zie: Lussier et al. (2025), Criminal Justice and Behavior.
Hoog risico blijft hoog risico
Agency is geen tovermiddel. Een gemotiveerde man met ernstige verslavingsproblematiek, forse schulden, een geweldsverleden, instabiele huisvesting en delinquente vrienden blijft een risicovolle casus. Wie dat vergeet, verwart hoop met wensdenken. Een paar goede gesprekken veranderen nog geen leefwereld, en een voornemen op maandag kan vrijdagavond verdampen wanneer drugs, geldstress en oude contacten opnieuw samenkomen.
Daarom moet reclassering blijven kijken naar concrete signalen van escalatie. Niet alleen naar wat iemand zegt, maar vooral naar wat er feitelijk gebeurt. Relevante signalen zijn onder meer:
- toenemende agressie;
- dreiging richting partner, ex-partner, gezin of derden;
- wapendragen;
- hernieuwd contact met delinquente peers;
- terugval in middelengebruik;
- school- of werkuitval;
- schulden die snel oplopen;
- overtreding van contact- of locatieverboden;
- wegblijven bij meldplicht;
- manipulatief of intimiderend gedrag richting hulpverlening;
- plotseling uit beeld verdwijnen.
Dit zijn geen rimpelingen. Zij kunnen erop wijzen dat het toezicht grip verliest en dat het risico verschuift van algemeen of theoretisch naar concreet en mogelijk acuut. Juist daarom moet agency altijd worden gelezen naast gedrag, context en risicodynamiek. Wie alleen luistert naar motivatie, hoort te weinig. Wie alleen kijkt naar risico, ziet eveneens te weinig.
Juist bij zware groepen kan agency verschil maken
De interessantste les is niet dat motivatie ertoe doet bij mensen die toch al een laag risico hebben. Dat lag reeds voor de hand. De werkelijke spanning zit bij de zwaardere groep: mensen met veel criminogene behoeften, een belast verleden en een leefwereld waarin terugval dichtbij is. Zij worden begrijpelijkerwijs vaak bekeken door de bril van beheersing: controleren, melden, begrenzen, rapporteren en sanctioneren. Dat is soms nodig. Zonder begrenzing wordt toezicht week en zonder veiligheid verliest begeleiding haar raison d’être.
Maar wanneer agency in deze groep geen plek krijgt, blijft iemand vooral object van toezicht. Dan wordt er op hem gelet, over hem gerapporteerd en namens hem georganiseerd. Dat kan tijdelijk nodig zijn, maar het is op zichzelf geen duurzame verandering. Subject van verandering worden betekent iets anders: iemand gaat zelf meedoen aan de richting van zijn leven, hoe gebrekkig en aarzelend dat aanvankelijk ook is.
Een reclasseringswerker ziet dit bijvoorbeeld wanneer iemand niet alleen verschijnt omdat het moet, maar zelf begint over risicosituaties. “Ik merk dat ik weer naar die jongens trek.” “Ik heb loon gekregen en krijg meteen zin om te gebruiken.” “Mijn ex reageerde niet en ik werd woest.” Zulke uitspraken zijn geen keurige succesverhalen. Ze zijn rauw, soms ongemakkelijk en nog lang niet voldoende. Toch kunnen zij veelzeggend zijn, omdat iemand begint waar te nemen wat er in hem en om hem heen gebeurt.
Daar begint vaak de ommekeer. Niet spectaculair, niet ineens, en zeker niet zonder controle. Maar wel wezenlijk. Agency betekent hier dat iemand niet alleen reageert op voorwaarden, maar allengs leert anticiperen op risico’s. Hij ziet de bui eerder hangen. Hij benoemt spanning voordat zij escaleert. Hij herkent de route naar terugval voordat hij er alweer middenin staat. In die beweging wordt risicobeheersing meer dan toezicht alleen; zij wordt een gedeelde praktijk van begrenzen, oefenen en bijsturen.
Reclassering tussen controle en verandering
Toezicht is begrenzing met een opdracht
Reclasseringstoezicht betekent dat de reclassering controleert of iemand zich houdt aan algemene en bijzondere voorwaarden, en tegelijk begeleiding biedt om aan gedragsverandering te werken. Het WODC beschrijft toezicht als het toezien op de naleving van algemene en bijzondere voorwaarden die zijn opgelegd.8Verweij, S., & Weijters, G. (2020). Recidive tijdens en na reclasseringstoezicht. WODC.
Dat dubbele karakter is cruciaal. Reclassering is geen vrijblijvende coaching, want er hangt meestal strafrechtelijke druk aan. Wie voorwaarden overtreedt, kan opnieuw bij de rechter komen of alsnog detentie riskeren. Tegelijk is reclassering ook geen kale bewakingsdienst. De Inspectie Justitie en Veiligheid schreef reeds dat de reclassering moet controleren of cliënten bijzondere voorwaarden naleven, maar hen ook moet begeleiden en ondersteunen bij het naleven daarvan, met het oog op gedragsverandering en re-integratie.9Inspectie Justitie en Veiligheid. (2017). Kwaliteit van het reclasseringstoezicht. Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Daar zit precies de spanning: begrenzen en helpen. Niet als twee gescheiden werelden, maar tegelijk. Een goede toezichthouder kan duidelijk zijn zonder kil te worden, en betrokken zonder zijn professionele afstand te verliezen. Hij moet kunnen zeggen: “Dit gedrag vergroot het risico en heeft gevolgen”, maar ook: “Welke stap is nu nodig om te voorkomen dat dit verder ontspoort?” Dat is geen zachte dubbelheid, maar de kern van het vak.
Bijzondere voorwaarden in gewone taal
Bijzondere voorwaarden zijn extra verplichtingen die door de rechter, officier van justitie of gevangenisdirectie kunnen worden opgelegd. Zij moeten het risico beperken en gedragsverandering ondersteunen. Reclassering Nederland noemt onder meer behandeling of gedragstraining, urinecontroles, een locatieverbod met enkelband en meewerken aan schuldhulpverlening als voorbeelden.10Reclassering Nederland. (z.d.). Toezicht. Geraadpleegd op 15 mei 2026.
In gewone taal betekent dit het volgende. Een meldplicht verplicht iemand om op vaste momenten bij de reclassering te verschijnen. Dat geeft zicht op gedrag, structuur en risico. Een behandelverplichting kan gaan over verslaving, agressie, psychische problematiek of seksuele problematiek. Een contactverbod betekent dat iemand geen contact mag opnemen met een bepaald persoon, bijvoorbeeld een ex-partner, slachtoffer of medeverdachte. Een locatieverbod houdt in dat iemand niet in een bepaald gebied mag komen, bijvoorbeeld rond een woning, school, uitgaansgebied of winkelcentrum.
Elektronische monitoring, gecontroleerd via een enkelband, controleert of iemand zich houdt aan een locatiegebod of locatieverbod.11Dienst Justitiële Inrichtingen. (z.d.). Elektronische monitoring. Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Een gedragstraining richt zich op het begrijpen en veranderen van eigen gedrag, zodat iemand niet opnieuw een strafbaar feit pleegt.12Reclassering Nederland. (z.d.). Gedragstraining. Geraadpleegd op 15 mei 2026. Dat klinkt overzichtelijk, maar in de praktijk vraagt het veel oefening. Leren stoppen vóór je slaat. Leren nadenken vóór je meegaat. Leren bellen vóór je gebruikt. Leren een krenking verdragen zonder te dreigen, te controleren of wraakgedrag te vertonen. Op papier zijn het vaardigheden; in het dagelijks leven zijn het breuklijnen tussen terugval en begrenzing.

Voorwaarden als risicosturing
Bijzondere voorwaarden zijn dus niet zomaar administratieve toevoegingen aan een vonnis of beslissing. Zij zijn vormen van risicosturing. Een contactverbod moet voorkomen dat een conflict opnieuw oplaait. Een locatieverbod moet afstand creëren tussen betrokkene en een risicovolle plek. Urinecontroles maken middelengebruik zichtbaar, zodat terugval niet pas wordt opgemerkt wanneer er opnieuw schade ontstaat. Schuldhulpverlening kan financiële druk verminderen, juist wanneer geldstress een rol speelt in vermogensdelicten, fraude of afhankelijkheid van een crimineel netwerk.
Daarmee krijgt toezicht een concreet karakter. Niet: “gedraag u beter”, maar: “vermijd deze persoon, kom op deze tijden, werk mee aan deze behandeling, geef openheid over gebruik, blijf weg uit dit gebied.” Goede voorwaarden maken risico hanteerbaar. Slechte of te algemene voorwaarden blijven in de lucht hangen en geven weinig richting.
Wanneer hoop gratuit wordt en controle kil
Reclassering ontspoort wanneer één taal de andere verdringt. Alleen controle maakt het werk administratief en koud. Dan wordt de cliënt een dossier met vinkjes: verschenen, niet verschenen, urine positief, urine negatief, overtreding, waarschuwing, rapportage. Dat kan nodig zijn, zeker wanneer veiligheid onder druk staat, maar het is onvoldoende. Mensen veranderen zelden door registratie alleen.
Alleen hoop is even problematisch. Dan wordt elk vriendelijk gesprek aangezien voor vooruitgang, en klinkt “hij wil wel” al snel als bewijs dat het risico daalt. Maar wie werkt met recidive weet dat woorden goedkoop kunnen zijn, zeker onder strafrechtelijke druk. Motivatie moet niet alleen worden uitgesproken, maar zichtbaar worden in gedrag. Geen woorden, maar daden. Komt iemand opdagen? Meldt hij terugval? Vermijdt hij risicoplekken? Neemt hij afstand van de groep? Laat hij zijn geld beheren? Houdt hij zich aan het contactverbod, ook wanneer hij boos, gekrenkt of jaloers is?
Precies daar wordt agency toetsbaar. Niet als warm gevoel, maar als observeerbare beweging. Iemand kan zeggen dat hij wil veranderen; belangrijker is of hij begint te handelen alsof terugval niet langer vanzelfsprekend is. Dat kan klein beginnen: een afspraak nakomen, eerlijk zijn over gebruik, op tijd aangeven dat spanning oploopt, een risicovol contact blokkeren, of hulp vragen voordat de situatie escaleert.
De kunst is dus niet om risico te vervangen door agency. De kunst is om agency binnen risicogericht werken serieus te nemen. Reclassering moet risico blijven benoemen, begrenzen en rapporteren waar nodig. Maar zij moet ook scherp blijven kijken naar de vraag of iemand zelf begint mee te werken aan verandering. Want toezicht dat alleen controleert, houdt gedrag tijdelijk in toom; toezicht dat controle verbindt met verantwoordelijkheid kan, wanneer de omstandigheden meewerken, verandering meer kans geven.
Desistance: stoppen met criminaliteit is zelden een rechte lijn
Werk, relaties, vaderschap, geloof en verantwoordelijkheid
Desistance is het proces waarbij iemand allengs afstand neemt van criminaliteit. Dat proces verloopt zelden strak, logisch of keurig volgens plan. Vaak zijn er sociale en morele ankers nodig: concrete verbindingen die iemand helpen om niet terug te vallen in oude patronen. Werk kan zo’n anker zijn. Niet omdat elke baan verheffend is of plotseling het karakter omvormt, maar omdat arbeid ritme geeft aan de dag, inkomen oplevert, sociale controle meebrengt, zelfrespect kan herstellen en iemand simpelweg minder beschikbaar maakt voor straat, gebruik, verveling, groepsdruk of de verleiding van snelle winst.
Ook een gezin kan een anker worden, zeker wanneer iemand verantwoordelijkheid gaat voelen voor een kind. Vaderschap is daarbij geen automatisch wondermiddel, maar het kan wel een nieuw appel op iemand leggen: “Wat laat ik mijn zoon of dochter zien?” Een geloofsgemeenschap kan eveneens steun bieden, mits zij niet blijft steken in warme woorden, maar ook waarheid, correctie, volhardende nabijheid en morele richting biedt. Een stabiele relatie kan een socialiserend effect hebben, bijvoorbeeld doordat een partner structuur, nabijheid, correctie en toekomstperspectief meebrengt; ofschoon diezelfde relatie ook een risicofactor kan worden wanneer jaloezie, controle, afhankelijkheid, krenking of geweld de boventoon gaan voeren.
Neem een man die vrijkomt na detentie wegens vermogensdelicten. Zijn oude vrienden verdienen snel geld met handel en diefstal. Hij heeft schulden. Zijn moeder wil hem tijdelijk in huis nemen, maar stelt voorwaarden: geen drugs in huis, meewerken aan het vinden van werk, openheid geven over reclasseringsafspraken. Via een uitzendbureau vindt hij werk. Saai werk, vroeg opstaan, weinig status. Toch gebeurt er iets. Hij wordt moe op een normale manier. Hij krijgt loon. Zijn jongere broertje ziet hem naar werk vertrekken in plaats van naar de straat. Dat is geen filmische bekering en ook geen afgerond succesverhaal. Het is gewone desistance.
Agency groeit dikwijls in zulke gewone patronen. Iemand merkt: ik kan iets anders doen dan ik dacht. Dat besef is kwetsbaar en soms nog wankel, maar het is niet niets. Juist in die kleine herhalingen, op tijd opstaan, loon ontvangen, afspraken nakomen, niet meegaan met oude contacten, ontstaat een begin van een ander zelfbeeld.
Terugval zonder totale instorting
Terugval betekent niet automatisch dat alles verloren is. In de reclasseringscontext moet men zorgvuldig onderscheid maken tussen een signaal, een overtreding en een ernstige escalatie. Iemand die één afspraak mist, vraagt een andere reactie dan iemand die stelselmatig verdwijnt, opnieuw middelen gebruikt, contact zoekt met het slachtoffer en agressief reageert wanneer hij wordt aangesproken. Zorgvuldigheid voorkomt zowel paniek als laksheid.
Professionele interventie is nodig wanneer risico’s oplopen. Denk aan dreiging richting partner, ex-partner of gezin, wapens, ernstige middelenontregeling, psychose, suïcidaliteit, stalking, seksuele grensoverschrijding, intimiderend gedrag of het structureel ontwijken van toezicht. Dan is een gesprek alleen niet genoeg. Dan moeten voorwaarden worden aangescherpt, ketenpartners worden geïnformeerd binnen de juridische kaders, behandeling worden opgeschaald of een terugmelding aan justitie volgen.
Bij lichtere terugval kan juist agency worden aangesproken. Niet om de terugval te vergoelijken, maar om haar bruikbaar te maken. Wat gebeurde er? Waar begon het? Welke keuze had eerder anders gekund? Wie had betrokkene kunnen bellen? Welke plek, persoon of gedachte vormde het begin van de glijbaan? Wat betekent dit voor de voorwaarden? En vooral: welke concrete maatregel voorkomt dat dit patroon zich herhaalt?
Zo wordt terugval geen excuus, maar leermateriaal. Heel praktisch. De vraag is niet alleen of iemand is gevallen, maar ook wat hij doet met het feit dat hij gevallen is.
De rol van schaamte, schuld en herstel
Schaamte en schuld worden vaak door elkaar gehaald, maar in het reclasseringswerk is dat onderscheid van wezenlijk belang. Schuld zegt: ik heb iets verkeerds gedaan. Schaamte zegt: ik ben verkeerd. Schuld kan verantwoordelijkheid openen; schaamte kan iemand verlammen, doen vluchten of juist agressief maken.
Een man die zegt: “Ik heb mijn gezin beschadigd door mijn geweld”, kan beginnen met herstel. Dat is pijnlijk, maar het houdt de mogelijkheid van verantwoordelijkheid open. Een man die denkt: “Ik ben toch een monster”, kan wegzakken in fatalisme. Dan wordt verandering bijna zinloos, want wie zichzelf volledig laat samenvallen met zijn slechtste daad, ziet nauwelijks nog reden om anders te handelen.
Agency vraagt daarom om een morele middenweg. De daad wordt niet kleiner gemaakt, maar de dader wordt ook niet opgesloten in zijn slechtste daad. Dat is geen goedkoop optimisme, maar simpelweg een voorwaarde voor werkbare verantwoordelijkheid.
Herstelgericht denken kan hierbij helpen, mits het zorgvuldig wordt toegepast. Herstel betekent niet dat slachtoffers vergevingsgezind moeten zijn, en evenmin dat confrontatie altijd wenselijk of veilig is. Herstel begint vaak veel basaler: stoppen met dreigen, voorwaarden naleven, schade erkennen, financiële verplichtingen nakomen, behandeling volgen en geen contact zoeken wanneer dat verboden is. Soms is afstand houden de eerste vorm van herstel.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Kijk verder dan de score
Instrumenten zijn nuttig, maar zij kijken niet terug wanneer je met iemand aan tafel zit. Een risicoscore kan helpen om proportionaliteit aan te brengen. Zij beschermt tegen buikgevoel, willekeur en te veel optimisme. Maar een score is geen mens. Zij vraagt om professionele interpretatie.
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming benadrukte in 2024 bij reclassenten met een hoog veiligheidsrisico onder meer het belang van een transparant, eenduidig beoordelingsproces en een gevalideerd wegingsinstrument.13Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. (2024). Advies reclassenten met een hoog veiligheidsrisico. Dat is terecht. Juist bij zware casuïstiek moet je kunnen uitleggen waarom je iets doet, welke risico’s zijn gewogen en waarom een bepaalde interventie proportioneel is.
Tegelijk moet zo’n beoordeling ruimte laten voor professionele duiding. Wat zie je in gedrag, motivatie, netwerk, spanning en naleving? Wat verandert er feitelijk? Wat blijft alleen taal? Welke signalen wijzen op stabilisatie, en welke signalen wijzen op naderende escalatie?
Agency hoort daarom niet als los “pluspuntje” achteraan. Zij moet in het gesprek zelf zichtbaar worden. Wat erkent iemand? Wat ontwijkt hij? Welke verantwoordelijkheid neemt hij concreet? Wat doet hij wanneer niemand kijkt? Welke keuze maakt hij onder druk?
Maak motivatie concreet
“Cliënt is gemotiveerd” is een zin die te vaak te weinig zegt. Het is te oppervlakkig. Gemotiveerd waarvoor? Om uit detentie te blijven? Om een kind te zien? Om de relatie te redden? Om de reclassering tevreden te houden? Of om werkelijk te stoppen met delictgedrag?
Motivatie moet worden geoperationaliseerd. Dat betekent: vertalen naar waarneembaar gedrag. Niet alleen beschrijven wat iemand zegt, maar ook wat hij doet, nalaat, volhoudt en vermijdt.
Een betere formulering is bijvoorbeeld:
“Betrokkene verschijnt op afspraken, erkent dat middelengebruik samenhangt met zijn vermogensdelicten, heeft zich aangemeld bij verslavingszorg en heeft ingestemd met urinecontroles. Tegelijk minimaliseert hij zijn rol in het delinquente netwerk en blijft zijn financiële situatie instabiel.”
Daarin hoor je hoop én risico. Geen gratuit optimisme, maar ook geen kille afschrijving. Wel een zakelijke weging van wat zichtbaar is in termen van concreet gedrag.

Verwar meewerken niet met veranderen
Meewerken is belangrijk. Wie niet verschijnt, niets deelt en voorwaarden ontwijkt, maakt toezicht zwak en onvoorspelbaar. Maar meewerken is nog niet hetzelfde als veranderen. Sommige mensen werken keurig mee zolang de druk hoog is. Zij spreken sociaal wenselijk, kennen de taal van hulpverlening en weten precies wat in een rapport goed klinkt.
Verandering blijkt vaak pas in spanning en conflict. Wat doet iemand wanneer zijn ex niet reageert? Wanneer zijn loon op is? Wanneer oude vrienden hem uitlachen omdat hij “braaf” is geworden? Wanneer hij slecht slaapt en trek krijgt? Wanneer hij zich vernederd voelt door een werkgever? Juist daar wordt agency getest.
Een praktische vraag kan dan meer opleveren dan een groot gesprek over motivatie: “Wat ga je vrijdagavond doen als zij weer bellen?” Als het antwoord vaag blijft, is het risico nog dichtbij. Als iemand concreet kan benoemen wie hij belt, waar hij naartoe gaat, wat hij niet meeneemt, welke plek hij vermijdt en wat hij doet als de spanning oploopt, ontstaat er meer zicht op werkelijke verandering.
Wees streng waar het moet, relationeel waar het kan
Strengheid en relatie worden vaak vals tegenover elkaar gezet. In een goed toezicht horen ze echter onlosmakelijk bij elkaar. Een reclasseringswerker die alleen aardig is, verliest begrenzing. Een reclasseringswerker die alleen corrigeert, verliest invloed. Relationeel werken betekent niet dat je alles begrijpt en daarom alles doorlaat. Het betekent dat iemand merkt: deze professional ziet mij, maar laat zich niet ompraten.
Dat is zeker nodig bij mensen met agressie, manipulatief gedrag, antisociale trekken of een lange geschiedenis van falende trajecten. Daar is helderheid dikwijls barmhartiger dan vaagheid. “Dit is de grens. Dit zijn de gevolgen. En dit is wat we nu concreet gaan doen.” Zulke taal kan agency juist versterken, omdat zij de persoon aanspreekt als iemand die verantwoordelijk kan handelen.
De kwintessens is eenvoudig, maar niet simpel: reclassering moet risico serieus nemen zonder mensen tot risico te reduceren. Desistance vraagt om controle, structuur en soms sanctie, maar ook om ankers, verantwoordelijkheid en een nieuw handelingsbesef. Niet ieder traject slaagt. Niet iedere motivatie houdt stand. Maar waar iemand begint te erkennen, te kiezen en onder druk anders te handelen dan voorheen, daar ontstaat de ruimte waarin verandering pas echt gestalte krijgt.
Slot: de mens is meer dan zijn risicoprofiel
Recidivepreventie vraagt om de nodige nuchterheid. Sommige mensen vormen een hoog risico. Sommige patronen zijn hardnekkig. Sommige voorwaarden moeten strak worden gecontroleerd. Slachtoffers en samenleving hebben recht op bescherming; dat mag niet verdwijnen achter warme woorden over motivatie, groei of tweede kansen.
Tegelijk is een mens meer dan zijn risicoprofiel. Hij is ook meer dan zijn delict, zijn score op een risicotaxatie van de reclassering, zijn justitiële documentatie, zijn verslaving of zijn slechtste avond. Wie reclassering reduceert tot beheersing, mist juist het punt waarop verandering kan beginnen: het moment waarop iemand zichzelf niet langer uitsluitend ziet als product van omstandigheden, straat, middelengebruik, trauma of dossiergeschiedenis, maar als handelend persoon.
Agency is derhalve geen zachte bijzaak. Zij is echter ook geen wondermiddel. Zij is de plek waar verantwoordelijkheid en hulp elkaar raken. Daar wordt iemand niet vrijgepleit door zijn context, maar ook niet vastgezet in zijn verleden. Hij wordt aangesproken als iemand die, onder druk en met steun, kan oefenen met ander gedrag.
Daarmee wordt reclassering meer dan toezicht houden op mislukking. Zij blijft begrenzend, controlerend en waar nodig rapporterend of sanctionerend; dat is onmisbaar. Maar zij wordt ook een streng en noodzakelijk oefenterrein voor een ander leven. Niet omdat verandering vanzelf komt, en evenmin omdat elk traject slaagt, maar omdat gedragsverandering ergens concreet moet beginnen: in erkenning, in het nakomen van afspraken, in het verdragen van spanning, in het vermijden van risicovolle contacten en in het langzaam opbouwen van een bestaan dat niet telkens terugvalt in dezelfde schade.
🪝Denkhaakje
Risico laat zien waar het mis kan gaan; agency laat zien waar verandering voorzichtig kan beginnen.
📚 Lees verder
Geraadpleegde bronnen
- Lussier, P., Kouassi, P. L., & Frechette, J. (2025). Agency, criminogenic risk and needs, and recidivism: A prospective longitudinal study including 14,000 adult justice-involved individuals. Criminal Justice and Behavior. https://doi.org/10.1177/0306624X251349530
- McNeill, F., Farrall, S., Lightowler, C., & Maruna, S. (2012). Reexamining evidence-based practice in community corrections: Beyond “a confined view” of what works. Justice Research and Policy, 14(1), 35-60. https://discoveringdesistance.home.blog/wp-content/uploads/2019/08/9ebdb-mcneill-et-al-final.pdf
- Reclassering Nederland. (z.d.). Toezicht. Geraadpleegd op 15 mei 2026, van https://www.reclassering.nl/naar-de-reclassering/toezicht/
- Reclassering Nederland. (z.d.). Gedragstraining. Geraadpleegd op 15 mei 2026, van https://www.reclassering.nl/naar-de-reclassering/gedragstraining/
- Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. (2024). Advies reclassenten met een hoog veiligheidsrisico. https://www.rsj.nl/documenten/2024/06/04/advies-reclassenten-hoog-veiligheidsrisico
- Rotter, J. B. (1966). Generalized expectancies for internal versus external control of reinforcement. Psychological Monographs: General and Applied, 80(1), 1-28. https://doi.org/10.1037/h0092976
- Verweij, S., & Weijters, G. (2020). Recidive tijdens en na reclasseringstoezicht. WODC. https://repository.wodc.nl/bitstreams/8789ca45-60c4-4f30-b112-4a1a61e0978d/download
- WODC. (z.d.). Recidive. Geraadpleegd op 15 mei 2026, van https://www.wodc.nl/onderzoek-in-uitvoering/statistiek-en-monitoring/recidive
- Dienst Justitiële Inrichtingen. (z.d.). Elektronische monitoring. Geraadpleegd op 15 mei 2026, van https://www.dji.nl/justitiabelen/onderwerpen/elektronische-monitoring
- Public Safety Canada. (2022). Risk-need-responsivity model for offender assessment and rehabilitation. https://www.publicsafety.gc.ca/cnt/rsrcs/pblctns/rsk-nd-rspnsvty/index-en.aspx
Reacties en ervaringen
Reacties en ervaringen zijn welkom, vooral van mensen die in reclassering, zorg, justitie, schuldhulpverlening, wijkteams of herstelgerichte trajecten werken. Houd het wel zorgvuldig: deel geen herleidbare dossierinformatie, namen, adressen, lopende strafzaken of details waarmee slachtoffers, verdachten, veroordeelden of gezinnen herkenbaar worden. Reacties worden eerst bekeken voordat ze verschijnen; dit kan enkele uren duren, omdat er veel spam binnenkomt en omdat gevoelige onderwerpen om zorgvuldige moderatie vragen.