Last Updated on 31 januari 2026 by M.G. Sulman
Op het forum van Freethinker wordt in een lange reeks van tweehonderd vragen aan gelovigen een ogenschijnlijk eenvoudige, maar theologisch geladen vraag gesteld: waarom zou God mensen nodig hebben om Zijn Woord te verspreiden; waarom doet Hij dat niet zelf? De vraag presenteert zich als nuchter en rationeel, maar veronderstelt tegelijk een bepaald godsbeeld, een specifieke opvatting van macht en een modern idee van efficiëntie. Juist daarom verdient zij een zorgvuldige repliek, niet op het niveau van slimme oneliners, maar vanuit het bredere Bijbelse kader waarin spreken, openbaring en menselijke verantwoordelijkheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.1Freethinker Forum. (z.d.). 200 vragen aan gelovigen: vraag 8. Geraadpleegd via https://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?f=31&t=8382

Inhoud
- 1 De vraag nauwkeurig gelezen
- 2 God heeft geen behoefte, maar een wil
- 3 Openbaring als spreken, niet als signaal
- 4 Middelen als vaste weg, niet als noodoplossing
- 5 Waarom deze vraag blijft terugkeren
- 6 Slotbeschouwing: geen tekort, maar aanspreken
- 7 📌 Kader: Waarom God niet zonder mensen spreekt
- 8 Geraadpleegde bronnen
- 9 Reacties en ervaringen
De vraag nauwkeurig gelezen
Wat wordt hier eigenlijk gevraagd?
De Freethinker-vraag lijkt op het eerste gezicht simpel en bijna praktisch: waarom zou God mensen gebruiken om Zijn Woord te verspreiden, en waarom doet Hij dat niet zelf? Toch gaat het hier niet primair om een logistieke kwestie, alsof het om een inefficiënte communicatiestrategie gaat. De vraag veronderstelt namelijk al een bepaald beeld van God, van macht en van waarheid. Zij suggereert dat een almachtige God Zijn doel rechtstreeks, zonder omwegen en zonder menselijke tussenpersonen zou moeten bereiken. Wat niet direct gebeurt, lijkt daarmee minder overtuigend, minder rationeel, of zelfs verdacht.
Hier wordt dus niet slechts een bijzaak aangeroerd, maar een fundament. De vraag raakt aan hoe je denkt over openbaring, over de rol van de mens en over wat waarheid eigenlijk is. Dat maakt haar interessant, maar ook misleidend wanneer de onderliggende aannames onbesproken blijven.
Het verborgen criterium van efficiëntie
Onder de vraag ligt een modern criterium verscholen: efficiëntie. Hoe sneller, directer en zichtbaarder, hoe beter. In zo’n denkraam geldt menselijke bemiddeling al snel als ruis op de lijn. Mensen vergissen zich, spreken elkaar tegen, falen moreel. Waarom zou een volmaakte God zich daaraan binden?
De Bijbel deelt dat criterium echter niet. Zij beoordeelt handelen niet op snelheid of onmiddellijke overtuigingskracht, maar op trouw aan doel en orde. Wat tijd kost, is daarom niet per definitie gebrekkig. Nochtans wordt dit moderne efficiëntiedenken vaak onbewust tot norm verheven, en vervolgens op God toegepast. Dat is geen neutrale analyse, maar een Weltanschauung die al vóór de vraag besloten ligt.
Een verschoven godsbeeld
Wanneer je vraagt waarom God het niet “zelf” doet, veronderstel je impliciet dat werken via mensen een teken van zwakte of afhankelijkheid is. Dat godsbeeld staat haaks op het Bijbelse spreken. De Schrift is juist opvallend consistent in haar voorstelling van een God die volkomen soeverein is en toch kiest voor handelen via middelen. Niet omdat Hij anders niet kan, maar omdat Hij zo wil.
Het probleem zit dus niet in Gods vermeende zwijgen, maar in de verwachting waarmee je luistert. De vraag zegt daarmee minstens zoveel over het moderne mensbeeld als over God. Dat besef is noodzakelijk voordat überhaupt een zinvol inhoudelijk antwoord kan worden gegeven.
God heeft geen behoefte, maar een wil
Geen God met tekorten
De Bijbel spreekt ondubbelzinnig over een God die niets tekortkomt. Hij is geen wezen dat steun nodig heeft, geen macht die afhankelijk is van menselijke assistentie. Wanneer de Schrift zegt dat God mensen inschakelt, bedoelt zij daarmee niet dat Hij anders machteloos zou zijn. Paulus verwoordt dit scherp wanneer hij stelt dat God niet door mensenhanden wordt gediend “alsof Hij iets nodig had” (Handelingen 17:25, HSV). Dat ene zinnetje snijdt een wijdverbreid misverstand af: God gebruikt mensen niet uit noodzaak, maar uit vrije wil.
Dat onderscheid is fundamenteel. Behoefte impliceert gebrek; wil impliceert keuze. Wie deze twee verwart, leest God door een menselijk raster, en maakt van Hem allengs een vergrote versie van onszelf.
Gebruik zonder afhankelijkheid
Dat God mensen gebruikt, betekent dus niet dat Zijn handelen onvolledig is zonder hen. Integendeel. In de Bijbel is Gods wil altijd beslissend, ook wanneer Hij middelen inzet. Profeten spreken, apostelen reizen, predikers verkondigen; nochtans blijft het God die roept, overtuigt en vernieuwt. De menselijke rol is werkelijk, maar niet autonoom.
Dit botst met modern denken, waarin gebruik vaak gelijkstaat aan afhankelijkheid. In Bijbels perspectief is het andersom: juist doordat God volkomen soeverein is, kan Hij Zich veroorloven mensen in te schakelen zonder Zijn majesteit te verliezen. Dat is geen pragmatische oplossing, maar een theologische keuze.
De waardigheid van menselijke betrokkenheid
Wanneer God Zijn Woord aan mensen toevertrouwt, verheft Hij daarmee niet Zichzelf, maar de mens. Hij behandelt mensen niet als passieve ontvangers, maar als aangesproken en verantwoordelijke wezens. Dat maakt het verkondigen van het Woord geen mechanische taak, maar een roeping.
De vraag waarom God mensen gebruikt, miskent vaak deze waardigheid. Zij reduceert spreken tot informatieoverdracht, terwijl de Bijbel spreken ziet als relationeel handelen. Woord en gehoor horen bij elkaar. Dat is geen tekortkoming van het systeem, doch de kern ervan.
Openbaring als spreken, niet als signaal
Geen abstracte boodschap in de lucht
Veel kritiek op religie, ook in de Freethinker-vraag, vertrekt vanuit een stilzwijgend technisch model. Als God iets te zeggen heeft, zou Hij dat toch rechtstreeks, luid en onmiskenbaar kunnen doen? Alsof openbaring werkt als een universele pushmelding. Dat beeld is begrijpelijk in een tijd van netwerken en algoritmen, maar het is niet Bijbels.
In de Schrift is openbaring geen losstaande boodschap die boven de geschiedenis zweeft. Zij is altijd ingebed in tijd, plaats en taal. God spreekt tot Abraham, tot Mozes, tot Israël, tot de profeten. En uiteindelijk, zo belijdt het Nieuwe Testament, spreekt Hij door Zijn Zoon (Hebreeën 1:1-2). Dat spreken is concreet, persoonlijk en historisch. Het komt nooit zonder drager.
Horen veronderstelt aangesproken worden
Daarmee raakt openbaring aan iets wezenlijks in het mens-zijn. Een woord is pas een woord wanneer het gehoord kan worden. En horen is meer dan geluid waarnemen; het impliceert verantwoordelijkheid. In Bijbelse zin betekent horen: je laten aanspreken, je verhouden tot wat gezegd wordt.
Wanneer God mensen inschakelt om Zijn Woord te spreken, sluit Hij precies daarbij aan. Hij behandelt de mens niet als een neutrale ontvanger van data, maar als iemand die kan luisteren, antwoorden en weigeren. Dat laatste is ongemakkelijk, nochtans onmisbaar. Waar geen mogelijkheid tot afwijzing is, is ook geen echte gehoorzaamheid.
Waarom bemiddeling geen ruis is
Moderne scepsis ziet menselijke bemiddeling vaak als vervorming. Mensen zijn feilbaar, subjectief, moreel inconsistent. Dat is waar, maar de Bijbel ontkent dat nergens. Integendeel, zij rekent er juist mee. Dat God desondanks door mensen spreekt, betekent niet dat Zijn Woord onbetrouwbaar wordt, maar dat Hij Zich verbindt aan een weg die past bij menselijke werkelijkheid.
Openbaring is daarom geen steriliteit, maar incarnatie. Het Woord komt niet langs de mens heen, maar tot de mens, via de mens. Wie dat een zwakte noemt, meet God opnieuw af aan een ideaal van abstracte perfectie dat de Schrift eenvoudigweg niet kent.
Middelen als vaste weg, niet als noodoplossing
God werkt ordelijk en doelgericht
In de Bijbel is het gebruik van middelen geen uitzondering, maar regel. God schept door Zijn Woord, onderhoudt de wereld door vaste ordeningen en werkt verlossing uit langs herkenbare wegen. Regen valt via wolken, brood komt via arbeid, en geloof ontstaat door het horen van het Woord. Dat laatste wordt expliciet gezegd: “Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God” (Romeinen 10:17, HSV).
Dat patroon is consistent. God omzeilt de schepping niet, maar gebruikt haar. Hij spreekt niet langs de mens heen, maar tot de mens binnen de werkelijkheid zoals die is ingericht. Dat is geen lapmiddel, maar een principiële keuze.
Geen afbreuk aan macht, maar uitdrukking ervan
Vaak wordt gedacht dat almacht betekent dat middelen overbodig zijn. Alsof ware macht zich pas toont wanneer zij zonder tussenstappen opereert. Dat idee is diep modern, maar Bijbels gezien quatsch. Macht blijkt in de Schrift niet uit snelheid of directheid, maar uit soevereine regie. God is niet minder almachtig omdat Hij een weg kiest; Hij is almachtig juist omdat Hij vrij is die weg te kiezen.
Wanneer God mensen inschakelt, beperkt Hij Zichzelf niet. Hij bindt Zich. Dat is iets anders. Binding veronderstelt geen onvermogen, maar trouw aan een eenmaal gekozen orde. Die orde is niet arbitrair, maar sluit aan bij Gods doel met de mens als moreel en verantwoordelijk wezen.
Kennis vraagt om dragers
Hier raakt de kwestie aan een dieper epistemologisch punt. Kennis bestaat nooit los van vorm en context. Een waarheid zonder drager is een abstractie, geen werkelijkheid. De Bijbel sluit daarbij aan. Het Woord van God komt altijd in taal, en taal vraagt om sprekers en hoorders.
Wie eist dat God Zijn Woord “zelf” moet verspreiden, vraagt in feite om betekenis zonder bemiddeling, om een waarheid die losstaat van horen, verstaan en antwoorden. Zo’n waarheid bestaat niet. Zelfs een rechtstreeks spreken van God zou niet automatisch leiden tot inzicht of geloof; het zou gehoord moeten worden, in menselijke taal begrepen en innerlijk gewogen. Dat proces kun je niet uitschakelen zonder het spreken zelf te reduceren tot geluid.
Het doel van openbaring is namelijk niet louter dat informatie wordt overgedragen, maar dat mensen tot erkenning, bekering en gehoorzaamheid worden geroepen. God spreekt niet om kennis toe te voegen, maar om een verhouding tot stand te brengen. Daarom kan de mens niet worden buitengesloten zonder dat het doel van openbaring verloren gaat. Waar geen hoorder is die zich aangesproken weet, ontstaat geen geloof; waar geen verantwoordelijkheid wordt gewekt, blijft alleen data over. Juist daarom kiest God voor spreken via mensen: omdat Zijn doel niet is dat men iets weet, maar dat men antwoordt.
De ernst van geroepen zijn
Dat God mensen gebruikt, maakt hun rol niet vrijblijvend, maar ernstig. Verkondiging is geen technische handeling, maar een roeping waarvoor men rekenschap aflegt. Dat verklaart ook waarom de Bijbel zo scherp is over verantwoordelijkheid, trouw en dwaling.
Gods keuze om via mensen te spreken is daarom geen zwaktebod, maar een moreel geladen weg. Zij onderstreept dat waarheid niet slechts iets is wat zich opdringt, maar iets waarvoor je wordt aangesproken. Niettegenstaande menselijke feilbaarheid blijft dat de weg die God Zelf heeft vastgesteld.
Waarom deze vraag blijft terugkeren
Botsing tussen twee maatstaven
De Freethinker-vraag blijft terugkomen omdat zij voortkomt uit een botsing tussen twee maatstaven die elkaar nauwelijks raken. Aan de ene kant staat een modern criterium van overtuigingskracht: wat waar is, moet zich onmiddellijk en onontkoombaar opdringen. Aan de andere kant staat het Bijbelse spreken, waarin waarheid zich kenbaar maakt binnen een morele verhouding. Niet door dwang, maar door aanspreken.
Wie deze twee door elkaar haalt, zal Gods handelen onvermijdelijk als inefficiënt of onduidelijk ervaren. Niet omdat het dat is, maar omdat het langs een vreemd meetlint wordt gelegd.
Waarheid als relatie, niet als demonstratie
In de Schrift is waarheid nooit louter demonstratief. God openbaart Zich niet om een discussie te winnen, maar om mensen tot antwoord te roepen. Dat veronderstelt vrijheid, verantwoordelijkheid en de mogelijkheid van verzet. Juist dát maakt het spreken van God serieus.
Wanneer God Zijn Woord door mensen laat verkondigen, blijft die relationele structuur intact. De hoorder kan luisteren of weigeren, vertrouwen of verwerpen. Dat is geen zwakte in het systeem, maar de kern ervan. Waar geen ruimte is voor afwijzing, is ook geen echte gehoorzaamheid.
De ongemakkelijke consequentie
De vraag waarom God het niet zelf doet, lijkt kritisch, maar schuift ongemerkt iets terzijde. Zij verplaatst het probleem van horen naar God. Alsof onduidelijkheid altijd aan de zender ligt. De Bijbel legt dat anders. Zij confronteert de mens met zijn neiging om zich te onttrekken aan aangesproken worden.
Dat maakt deze vraag ongemakkelijk, want zij keert zich uiteindelijk tegen de vraagsteller zelf. Niet: waarom spreekt God niet duidelijker? maar: wat doe je met het spreken dat je wél bereikt? Die verschuiving is confronterend, nochtans onontkoombaar binnen het Bijbelse kader.
📌 Denkhaakje
God zwijgt niet; Hij spreekt. De vraag is zelden of het Woord klinkt, maar of je bereid bent het te horen.
Slotbeschouwing: geen tekort, maar aanspreken
De vraag waarom God mensen gebruikt om Zijn Woord te verspreiden, gaat bij nader inzien niet over wat God kan, maar over hoe Hij wil werken. De Bijbel laat geen ruimte voor een God die afhankelijk is van menselijke hulp. God komt niets tekort. Toch laat de Schrift zien dat Hij er bewust voor kiest om via mensen te spreken, in echte situaties, met echte woorden en echte verantwoordelijkheid. Dat is geen zwakte, maar juist een aanwijzing dat God de mens serieus neemt.
Wie eist dat God Zijn Woord “zelf” moet verspreiden, vraagt eigenlijk om een waarheid die losstaat van luisteren, begrijpen en reageren. Zo’n waarheid bestaat niet. In de Bijbel dwingt God geen geloof af met macht of spektakel. Hij roept mensen, spreekt hen aan en verwacht een antwoord. Dat past misschien niet bij modern denken, waarin alles snel en direct moet, maar het past wel bij een wereld waarin mensen geen machines zijn, maar aangesproken worden als verantwoordelijke personen.
Uiteindelijk komt de vraag dus bij jou terecht. Niet: waarom doet God het op deze manier? maar: wat doe jij met wat je hoort? Binnen het Bijbelse kader is dát de kern. God heeft gesproken. De weg die Hij daarvoor kiest, is geen omweg, maar precies de manier waarop Hij mensen wil bereiken.
Lees verder
Dit artikel maakt deel uit van de special Het christelijk geloof onder het vergrootglas: 200 vragen van Freethinker, waarin fundamentele bezwaren tegen het christelijk geloof zorgvuldig en inhoudelijk worden doordacht.
Wie nadenkt over de vraag waarom God mensen inschakelt om Zijn Woord te verspreiden, raakt onvermijdelijk aan bredere thema’s rond waarheid, openbaring en verantwoordelijkheid. Dat komt scherp naar voren in het artikel over “Alle mensen kinderen van God?”, waarin wordt blootgelegd hoe populaire theologie het Bijbelse onderscheid tussen schepping, zonde en verlossing vervaagt. Ook de analyse van Bahnsen’s Transcendentale Argument sluit hier nauw bij aan; daar wordt zichtbaar dat waarheid nooit autonoom kan functioneren, maar altijd rust op voorafgaande aannames over God, rede en werkelijkheid.
Tegelijk staat deze vraag niet los van de wereld waarin wij thans leven. Artikelen over islamisering, over links en islam in hun gezamenlijke afkeer van Israël, en over het verborgen verhaal achter Hamas en Palestijns nationalisme laten zien hoe wereldbeelden botsen, juist daar waar waarheid wordt gereduceerd tot macht of sentiment. Daartegenover biedt de Bijbelse lijn, zichtbaar in stukken over vis-symboliek in de Schrift en zelfs in het historische verhaal van het Andreascentrum te Groningen, een ander perspectief: God werkt door mensen, in geschiedenis en cultuur, niet om Zichzelf te legitimeren, maar om mensen aan te spreken en te vormen. Wie dit artikel leest, staat derhalve midden in een groter geheel waarin spreken, horen en antwoorden steeds opnieuw de inzet zijn.
Geraadpleegde bronnen
-
De Heilige Schrift (HSV). (2010). Herziene Statenvertaling. Jongbloed.
Gebruikte teksten o.a.: Handelingen 17:24–25; Romeinen 10:14–17; Hebreeën 1:1–2. -
Freethinker Forum. (z.d.). 200 vragen aan gelovigen: vraag 8 – Waarom heeft jouw god mensen nodig om zijn woord te verspreiden?
Geraadpleegd via https://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?f=31&t=8382 -
Bahnsen, G. L. (1998). Van Til’s Apologetic: Readings and Analysis. Presbyterian and Reformed Publishing.
Relevant voor het transcendentaal-epistemologische kader rond openbaring, rede en vooronderstellingen. -
Van Til, C. (1974). The Defense of the Faith (3rd ed.). Presbyterian and Reformed Publishing.
Achtergrond bij het presuppositionele verstaan van openbaring, middelen en menselijke verantwoordelijkheid. -
Berkouwer, G. C. (1957). Algemene Openbaring. Kok.
Klassieke doordenking van Gods spreken in relatie tot schepping, geschiedenis en menselijke ontvankelijkheid.
📌 Toelichting
De Bijbel fungeert in dit artikel niet als illustratie, maar als normatief uitgangspunt. Filosofische en apologetische werken zijn gebruikt ter verduidelijking van begrippen, niet als zelfstandig waarheidscriterium.
Reacties en ervaringen
Heb jij vragen, gedachten of bezwaren bij dit artikel? Of herken je jezelf in de spanning rond waarheid, openbaring en menselijke verantwoordelijkheid, misschien vanuit gesprekken met sceptici of vanuit je eigen zoektocht? Deel hieronder gerust je reactie. Inzicht ontstaat vaak juist daar waar argumenten en ervaringen elkaar raken.
Alle reacties worden met aandacht gelezen. Ze verschijnen niet automatisch, maar worden eerst handmatig beoordeeld. Zo bewaken we een sfeer die inhoudelijk scherp mag zijn, maar tegelijk respectvol en opbouwend blijft voor iedereen.