Last Updated on 21 februari 2026 by M.G. Sulman
Hartspieratrofie is het kleiner worden van de hartspier, meestal als gevolg van ernstige ondervoeding, langdurige ziekte of cachexie bij kanker. De spiercellen verliezen massa; het hart pompt daardoor minder krachtig. Je kunt dat merken aan snelle vermoeidheid, kortademigheid bij inspanning, duizeligheid of een opvallend trage hartslag. In ernstige gevallen dreigt hartfalen, waarbij het lichaam onvoldoende bloed krijgt. Wanneer moet je alert zijn en wat kun je eraan doen?

Gebruik de inhoudsopgave om snel te navigeren
- 1 Wat is hartspieratrofie precies?
- 2 Synoniemen en verwante termen bij hartspieratrofie
- 3 Hoe ontstaat hartspieratrofie?
- 4 Wat merk je van hartspieratrofie?
- 5 Hoe wordt hartspieratrofie vastgesteld?
- 6 Is hartspieratrofie gevaarlijk?
- 7 Wat kun je doen bij hartspieratrofie?
- 8 Hartspieratrofie of iets anders?
- 9 Wanneer moet je naar de huisarts?
- 10 Lees verder
- 11 Disclaimer
- 12 Bronnen
- 13 Reacties en ervaringen
Wat is hartspieratrofie precies?
Hartspieratrofie is het kleiner worden van de hartspier, medisch het myocard genoemd. Het woord atrofie betekent letterlijk verschrompeling of volumeverlies van weefsel. In dit geval worden de hartspiercellen, de zogenoemde cardiomyocyten, dunner en verliezen zij massa. Je hart blijft kloppen, maar de spierwand is minder robuust dan voorheen.
Je kunt het vergelijken met een been dat wekenlang in het gips zit. De spieren worden dunner omdat ze minder belast worden. Bij het hart ligt het subtieler, want het hart blijft werken. Toch kan het bij langdurige ondervoeding, ernstige ziekte of cachexie langzaam spiermassa verliezen. Cachexie is een toestand van extreme ziekte-gerelateerde vermagering, vaak gezien bij kanker, waarbij niet alleen vet maar ook spierweefsel wordt afgebroken.
De hartspier bestaat grotendeels uit spiervezels die samentrekken tijdens de systole. De systole is de fase waarin je hart bloed uitpompt naar je lichaam. Als de spiervezels kleiner worden, neemt de contractiliteit af. Contractiliteit betekent de knijpkracht van de spier. Minder knijpkracht betekent minder bloed per hartslag. Dat kan gevolgen hebben voor je energie, je uithoudingsvermogen en uiteindelijk voor je hele circulatie.
Belangrijk is het onderscheid met hypertrofie. Hypertrofie betekent juist verdikking van de hartspier, bijvoorbeeld bij hoge bloeddruk. Bij atrofie gebeurt het omgekeerde: de spierwand wordt dunner. Het hart is dan niet verdikt, maar verzwakt.
Hartspieratrofie is dus geen losstaand modewoord, maar een concrete structurele verandering van het myocard. En die verandering heeft gevolgen voor hoe krachtig jouw hart zijn werk kan doen.

Synoniemen en verwante termen bij hartspieratrofie
De term hartspieratrofie is helder Nederlands en geschikt voor publieksinformatie. In medische dossiers en wetenschappelijke literatuur worden echter andere benamingen gebruikt. Het is nuttig die te kennen, zodat je rapportages correct kunt interpreteren.
Myocardatrofie
Dit is de meest precieze medische term. Het myocard is de hartspierlaag zelf; atrofie betekent volumeverlies van weefsel. Myocardatrofie verwijst dus specifiek naar krimp van de hartspiercellen. Deze term kom je vooral tegen in cardiologische en pathologische context.
Cardiale atrofie
Cardiaal betekent betrekking hebbend op het hart. Cardiale atrofie is een iets bredere formulering en kan zowel krimp van de hartspier als algemene verkleining van het hart aanduiden. In de praktijk bedoelt men meestal afname van myocardmassa, maar de term is minder exact.
Verminderde myocardmassa
In echo- of MRI-verslagen lees je soms dat er sprake is van verminderde myocardmassa. Dat is een beschrijvende term. De arts geeft dan weer dat de hartspier minder massa heeft, zonder expliciet het woord atrofie te gebruiken. Het gaat om dezelfde structurele verandering, maar neutraler geformuleerd.
Myocardial atrophy
In Engelstalige publicaties wordt gesproken over myocardial atrophy. Dit is de directe vertaling van myocardatrofie. Wie internationale literatuur raadpleegt, zal deze term regelmatig tegenkomen.
Cardiale cachexie
Cardiale cachexie is geen strikt synoniem, maar een verwante term. Cachexie betekent ernstige ziekte-gerelateerde vermagering met verlies van spiermassa. Bij cardiale cachexie verliest het lichaam spierweefsel door chronisch hartfalen; hartspieratrofie kan daar onderdeel van zijn, maar het begrip is breder dan alleen de hartspier.
Wat geen synoniem is
Hypertrofie betekent juist verdikking van de hartspier. Ook cardiomyopathie is geen synoniem. Dat is een verzamelterm voor ziekten van de hartspier en kan zowel verdunning als verdikking omvatten. Precieze terminologie voorkomt misverstanden, zeker bij een orgaan dat zo vitaal is als het hart.
Hoe ontstaat hartspieratrofie?
Hartspieratrofie ontstaat zelden uit het niets. Meestal is het een gevolg van langdurige ontregeling in het lichaam. Het hart is een spier die continu energie verbruikt. Als die energie structureel tekortschiet, of als het lichaam zichzelf begint af te breken, ontkomt ook de hartspier daar niet aan.
Ernstige ondervoeding
Bij langdurige ondervoeding, bijvoorbeeld bij anorexia nervosa of extreme crashdiëten, gaat het lichaam zuinig draaien. Eerst worden vetreserves aangesproken. Daarna volgt spierweefsel. Dat geldt niet alleen voor je arm- of beenspieren, maar ook voor het myocard, de hartspier.
Het lichaam breekt dan eiwitten af om aan energie te komen. Dat proces heet katabolisme, wat simpelweg betekent dat weefsel wordt afgebroken om brandstof te leveren. De hartspier wordt dunner, de hartslag vaak trager. Je kunt last krijgen van duizeligheid of bijna-flauwvallen, omdat de pompkracht afneemt.
Cachexie bij kanker en chronische ziekte
Cachexie is een ernstige vorm van ziekte-gerelateerde vermagering. Je verliest daarbij niet alleen gewicht, maar specifiek spiermassa. Dat gebeurt onder invloed van ontstekingsstoffen in het bloed, zoals cytokinen. Cytokinen zijn signaalstoffen van het immuunsysteem die bij chronische ziekte langdurig verhoogd kunnen zijn.
Bij kanker, hartfalen of ernstige longaandoeningen kan cachexie optreden. Het lichaam verkeert dan in een voortdurende staat van ontregeling. Spierafbraak overheerst, zelfs als iemand probeert te eten. Ook hier verliest de hartspier allengs volume, wat de pompfunctie verder kan ondermijnen.
Langdurige immobilisatie
Wanneer je weken of maanden nauwelijks beweegt, bijvoorbeeld na een IC-opname of langdurige bedrust, vermindert de belasting van het lichaam. Spieren reageren op gebruik. Minder gebruik betekent minder stimulans om massa te behouden.
Hoewel het hart blijft kloppen, verandert de hemodynamische belasting, dat is de druk en het volume waartegen het hart moet werken. Bij langdurige ontregeling kan ook hier enige mate van myocardatrofie optreden.
Hormonale en metabole ontregeling
Het hart is gevoelig voor hormonale invloeden. Denk aan schildklierhormonen, cortisol en insuline. Bij ernstige stoornissen in deze hormonen kan de spierstofwisseling veranderen.
Metabool betekent hier alles wat te maken heeft met stofwisseling, dus hoe je lichaam energie verwerkt. Wanneer die balans langdurig verstoord is, kan spierafbraak domineren. Ook de hartspier wordt dan kwetsbaar.
Hartspieratrofie is dus geen geïsoleerd probleem van het hart alleen. Het is vaak een signaal dat het hele lichaam onder druk staat. Het hart volgt, als stille getuige van wat er elders misgaat.
Wat merk je van hartspieratrofie?
Hartspieratrofie voel je niet als een scherpe pijn in je borst. Het sluipt. Je merkt vooral dat je minder kunt dan voorheen. De hartspier pompt minder krachtig; daardoor bereikt minder zuurstofrijk bloed je spieren en hersenen.
Een belangrijk begrip hier is de ejectiefractie. Dat is het percentage bloed dat je hart per hartslag uitpompt. Normaal ligt dat grofweg tussen de 55 en 70 procent. Daalt die waarde, dan neemt je inspanningstolerantie af. Inspanningstolerantie betekent simpelweg hoeveel belasting je aankunt voordat je klachten krijgt.
Sneller moe
Je staat op, loopt een trap op, en bent buiten adem. Niet omdat je conditie per se dramatisch slecht is, maar omdat je hart minder krachtig pompt. Minder bloed betekent minder zuurstof voor je spieren. Vermoeidheid is vaak het eerste signaal.
Kortademigheid bij inspanning
Kortademigheid ontstaat wanneer het lichaam harder moet werken om voldoende zuurstof te krijgen. Bij verminderde pompkracht kan zich bovendien vocht ophopen in de longen. Dat heet longoedeem. Oedeem betekent vochtophoping. Je voelt dan druk op de borst of een benauwd gevoel, vooral bij inspanning.
Duizeligheid of licht gevoel in het hoofd
Je hersenen zijn gevoelig voor schommelingen in doorbloeding. Als de bloeddruk daalt of de pompkracht onvoldoende is, kun je duizelig worden. Soms zelfs bijna flauwvallen. Dat noemt men presyncope, een voorstadium van bewustzijnsverlies.
Trage hartslag
Bij ernstige ondervoeding zie je geregeld bradycardie. Bradycardie betekent een hartslag onder de 60 slagen per minuut. Een getrainde sporter kan dat zonder klachten hebben, maar bij hartspieratrofie wijst het vaak op een verzwakte regulatie.
Het patroon is dus zelden spectaculair, maar wel veelzeggend. Je energieniveau daalt, je belastbaarheid neemt af, en je lichaam geeft subtiele signalen dat de motor minder krachtig draait. Dat vraagt om aandacht, niet om wegwuiven.
Hoe wordt hartspieratrofie vastgesteld?
Je voelt misschien dat je minder energie hebt, maar daarmee weet je nog niet wat er in je hart gebeurt. Hartspieratrofie wordt niet vastgesteld op basis van gevoel alleen. Daarvoor is gericht onderzoek nodig. De arts kijkt naar klachten, luistert naar je hart en gebruikt beeldvorming om te zien hoe de hartspier er daadwerkelijk uitziet.
Gesprek en lichamelijk onderzoek
Alles begint met een goede anamnese. Anamnese betekent het gesprek waarin je klachten, voorgeschiedenis en leefstijl worden besproken. Heb je veel gewicht verloren? Ben je langdurig ziek geweest? Is er sprake van een eetstoornis?
Bij lichamelijk onderzoek let de arts op je hartslag, bloeddruk en tekenen van verminderde doorbloeding. Denk aan koude handen, bleke huid of oedeem. Oedeem is vochtophoping, vaak zichtbaar rond de enkels.
Echocardiografie
De belangrijkste test is meestal een echocardiografie, kortweg een hartecho. Dit is een onderzoek met geluidsgolven waarmee de arts de structuur en functie van je hart kan beoordelen.
Op een echo kan men zien:
- De wanddikte van het myocard
- De grootte van de hartkamers
- De ejectiefractie
De ejectiefractie is het percentage bloed dat per hartslag wordt uitgepompt. Is deze verlaagd, dan wijst dat op verminderde pompkracht.
ECG
Een elektrocardiogram, afgekort ECG, meet de elektrische activiteit van je hart. Bij hartspieratrofie kan het ECG afwijkingen laten zien, zoals bradycardie. Bradycardie betekent een trage hartslag.
Het ECG toont geen spiermassa, maar geeft wel informatie over ritme en geleiding.

Bloedonderzoek
Bloedonderzoek kan helpen om onderliggende oorzaken op te sporen. Denk aan:
- Tekenen van ondervoeding
- Schildklierafwijkingen
- Ontstekingswaarden
Soms wordt ook gekeken naar natriuretische peptiden. Dat zijn stoffen in het bloed die stijgen bij hartfalen.
De diagnose hartspieratrofie wordt dus niet lichtvaardig gesteld. Het is een combinatie van klachten, risicofactoren en objectieve metingen. Je hart liegt niet op een echo; daar wordt zichtbaar wat het lichaam al enige tijd probeert te compenseren.
Is hartspieratrofie gevaarlijk?
Die vraag stel je terecht. Het korte antwoord is: dat hangt af van de ernst en van de oorzaak. Een lichte afname van hartspiermassa kan soms herstellen, vooral als de onderliggende factor wordt aangepakt. Maar ernstige hartspieratrofie kan uitmonden in hartfalen.
Hartfalen betekent dat het hart niet voldoende bloed rondpompt om aan de behoefte van het lichaam te voldoen. Je organen krijgen dan structureel minder zuurstof en voedingsstoffen. Dat merk je aan toenemende vermoeidheid, benauwdheid en soms vochtophoping in benen of longen.
Wanneer wordt het risicovol?
Het risico neemt toe wanneer:
- De ejectiefractie duidelijk verlaagd is
- Er sprake is van ernstige ondervoeding
- Cachexie voortduurt
- Er al bestaande hartziekte is
Bij langdurige ondervoeding, bijvoorbeeld bij anorexia nervosa, kan het hart zo verzwakken dat ritmestoornissen ontstaan. Ritmestoornissen zijn afwijkingen in het hartritme. In extreme gevallen kunnen die levensbedreigend zijn.
Kan het herstellen?
Ja, in veel gevallen wel. De hartspier is geen statisch orgaan. Bij tijdig herstel van voeding en behandeling van de onderliggende aandoening kan het myocard deels in volume en functie verbeteren. Dat vraagt echter geduld en medische begeleiding.
Een belangrijk begrip is reversibiliteit. Dat betekent omkeerbaarheid. Hartspieratrofie door tijdelijke ondervoeding is vaak deels reversibel. Atrofie in het kader van ernstige chronische ziekte is dat soms minder.
Je moet hartspieratrofie dus niet bagatelliseren, maar ook niet direct als een definitief vonnis zien. Het is een signaal. En signalen vragen om actie, niet om ontkenning.
Wat kun je doen bij hartspieratrofie?
De behandeling richt zich niet op het “oppompen” van het hart als een spier in de sportschool. De kern ligt bij het aanpakken van de oorzaak. Zonder dat blijft elke interventie half werk.
Herstel van voeding en energie
Bij ondervoeding is voedingsherstel cruciaal. Dat betekent voldoende calorieën, maar vooral voldoende eiwitten. Eiwitten zijn de bouwstenen van spierweefsel. Zonder aminozuren kan het lichaam geen spiermassa opbouwen.
Bij ernstige ondervoeding gebeurt dit onder medische begeleiding. Te snel starten met veel voeding kan leiden tot het refeeding-syndroom. Dat is een gevaarlijke verstoring van zouten in het bloed, vooral fosfaat, wanneer het lichaam plots weer voeding krijgt.
Behandeling van de onderliggende ziekte
Bij cachexie door kanker of chronische ziekte ligt de focus op behandeling van de primaire aandoening. Soms worden ontstekingsprocessen geremd of wordt aanvullende voeding ingezet.
In geval van hormonale ontregeling, zoals schildklierproblemen, wordt de hormoonbalans gecorrigeerd. Het hart reageert vaak merkbaar op herstel van die balans.
Medicatie bij verminderde pompfunctie
Wanneer de pompkracht duidelijk verminderd is, kan de arts medicatie voorschrijven zoals ACE-remmers of bètablokkers. ACE-remmers verlagen de bloeddruk en ontlasten het hart. Bètablokkers vertragen de hartslag en verminderen de belasting van het myocard.
Deze medicijnen genezen de atrofie niet direct, maar ondersteunen het hart in zijn functie.
Geleidelijke reconditionering
Reconditionering betekent het gecontroleerd opnieuw opbouwen van lichamelijke conditie. Geen plotselinge intensieve training, maar rustige, begeleide opbouw. Het hart is een spier, maar ook een orgaan dat zich moet aanpassen aan belasting.
Een fysiotherapeut of cardiorevalidatieprogramma kan hierbij helpen.
Wanneer moet je direct hulp zoeken?
Zoek medische hulp bij:
- Flauwvallen
- Ernstige benauwdheid in rust
- Pijn op de borst
- Snelle verslechtering van klachten
Hartspieratrofie vraagt om ernst, maar niet om paniek. Het is een teken dat het lichaam uit balans is geraakt. Wie die balans herstelt, geeft het hart de kans om mee te herstellen.
Hartspieratrofie of iets anders?
Niet elke verminderde pompkracht betekent dat je hartspier is gekrompen. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen verschillende hartspieraandoeningen. Ze klinken soms vergelijkbaar, maar de mechanismen verschillen wezenlijk.
Hypertrofie: verdikking in plaats van krimp
Bij hypertrofie wordt de hartspier juist dikker. Dat zie je bijvoorbeeld bij langdurige hoge bloeddruk. Het hart moet dan harder werken tegen een verhoogde weerstand. De spierwand past zich aan door dikker te worden.
Dikker betekent echter niet automatisch beter. Een verdikte hartspier kan stijver worden, waardoor het hart zich minder goed vult. Dat heet diastolische disfunctie. Diastole is de fase waarin het hart zich ontspant en zich vult met bloed.
Bij hartspieratrofie gebeurt het omgekeerde. De wand wordt dunner en de contractiekracht neemt af.
Dilatatieve cardiomyopathie
Een andere aandoening is dilatatieve cardiomyopathie. Daarbij worden de hartkamers groter en slapper. De spier is niet per se dun door ondervoeding, maar verzwakt door een structurele hartspierziekte.
Cardiomyopathie betekent letterlijk ziekte van de hartspier. Dilatatief betekent verwijd. De kamers rekken uit; de pompfunctie daalt.
Bij hartspieratrofie is er meestal een duidelijke externe oorzaak, zoals ondervoeding of chronische ziekte. Bij cardiomyopathie kan erfelijkheid of een virusinfectie een rol spelen.
Hartfalen zonder atrofie
Je kunt ook hartfalen hebben zonder dat er sprake is van duidelijke atrofie. Bijvoorbeeld bij ernstige klepafwijkingen of langdurige ritmestoornissen. Het hart functioneert dan onvoldoende, maar de spiermassa is niet per definitie verminderd.
Daarom is beeldvorming zo belangrijk. Een echo laat zien wat er werkelijk aan de hand is. De term hartspieratrofie moet je dus niet lichtvaardig gebruiken; hij beschrijft een specifieke structurele verandering van het myocard.
Het onderscheid is geen semantiek. Het bepaalt de behandeling, de prognose en de strategie. Wie precies kijkt, behandelt preciezer.
Wanneer moet je naar de huisarts?
Soms weet je intuïtief dat er iets niet klopt. Je energie is weg, je hartslag voelt anders, je wordt duizelig zonder duidelijke reden. Toch schuif je het misschien af op stress, drukte of conditie. Dat is begrijpelijk, maar niet altijd verstandig.
Ga naar je huisarts als je merkt dat:
- je onverklaard veel gewicht verliest
- je snel buiten adem bent bij lichte inspanning
- je regelmatig duizelig wordt of bijna flauwvalt
- je hart opvallend traag of onregelmatig klopt
- je een eetstoornis hebt en nieuwe hartklachten ontwikkelt
Zeker bij bestaande ondervoeding of chronische ziekte moet je alert zijn. Het hart is een vitaal orgaan. Wacht niet tot klachten ernstig worden.
De huisarts kan beoordelen of verder onderzoek nodig is, bijvoorbeeld een ECG of een echocardiografie. Hoe eerder de oorzaak wordt aangepakt, hoe groter de kans op herstel.
Je hart geeft zelden luid alarm. Meestal fluistert het. De vraag is of je luistert.
Denkhaakje
Je kunt je hart niet zien trainen of krimpen. Maar je kunt wel merken wanneer het minder reserve heeft. Wie signalen serieus neemt, voorkomt dat verminderde pompkracht uitmondt in echte uitval.
Lees verder
Wil je het grotere plaatje zien? Bekijk dan de ⭐ special over schrompelorganen, waarin je leest hoe chronische schade kan leiden tot littekenvorming en functieverlies in uiteenlopende organen. Verdiep je daarnaast in een schrompelblaas, een schrompelgalblaas, een schrompelmilt, alvleesklieratrofie, bijnieratrofie en een schrompelnier; elk met eigen klachten, maar hetzelfde onderliggende mechanisme van weefselatrofie. Ook buiten de buik kan krimp optreden. Lees bijvoorbeeld over krimpende hersenen (hersenatrofie), waarbij hersenweefsel volume verliest, en over krimpende teelballen, waar hormonale of vaatproblemen een rol kunnen spelen. Samen geven deze artikelen inzicht in wat orgaanatrofie betekent voor je lichaam als geheel.
Disclaimer
Dit artikel is bedoeld als algemene informatie over hartspieratrofie en vervangt geen persoonlijk medisch advies. Klachten zoals duizeligheid, kortademigheid, extreme vermoeidheid of flauwvallen kunnen uiteenlopende oorzaken hebben, waarvan sommige acuut en ernstig zijn. Neem bij aanhoudende of verergerende klachten altijd contact op met je huisarts of behandelend specialist. Stop nooit op eigen initiatief met voorgeschreven medicatie en start geen behandeling zonder overleg met een arts. Bij acute benauwdheid, pijn op de borst of bewustzijnsverlies: bel direct 112.
Bronnen
- Anker, S. D., & von Haehling, S. (2020). Cardiac cachexia: Pathophysiology and clinical implications. In M. Valentova, S. D. Anker & S. von Haehling (Eds.), Heart Failure Clinics, 16(1), 61–69. https://doi.org/10.1016/j.hfc.2019.08.006
- von Haehling, S., & Anker, S. D. (2017). Muscle wasting and cachexia in heart failure: Mechanisms and therapeutic strategies. Nature Reviews Cardiology, 14(6), 323–331. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28436486/
- Rausch, V., et al. (2021). Understanding the common mechanisms of heart and skeletal muscle wasting in disease states. Journal of Cachexia, Sarcopenia and Muscle. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7794402/
- Liu, B., Wu, X., Wang, Y., & Hu, X. (2025). Association between cardiac cachexia and adverse outcomes in patients with heart failure: A meta-analysis. Heart. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40089313/
Reacties en ervaringen
Heb jij ervaring met hartspieratrofie of klachten zoals duizeligheid, extreme vermoeidheid of een trage hartslag? Misschien merkte je dat zulke klachten soms enkele uren konden aanhouden voordat ze weer afnamen. Deel gerust hoe het bij jou verliep en of onderzoek, zoals een echo of ECG, duidelijkheid gaf.
Reacties worden gemodereerd om spam te voorkomen en verschijnen doorgaans binnen enkele uren.