Last Updated on 3 november 2025 by M.G. Sulman
De vraag of de mens een ziel bezit die de dood kan overleven, blijft een terugkerend twistpunt. Filosofen, sceptici en theologen hebben er zich eeuwenlang over gebogen, en op fora zoals Freethinker klinkt de kritische vraag: “Kun je bewijzen dat er een ziel aanwezig is, die de dood overleeft?”1Freethinker. (2008). Kun je bewijzen dat er een ziel aanwezig is, die de dood overleeft? Forumdiscussie. https://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=8382. Sommigen zien de ziel als een immateriële kern, anderen als een illusie van hersenactiviteit. Maar wat zegt de Bijbel zelf? Dit artikel onderzoekt de filosofische kritiek, de moderne wetenschap en vooral het Schriftuurlijk getuigenis over ziel, lichaam en geest, en plaatst de hoop op de juiste plaats: niet in een platonische onsterfelijkheid, maar in Gods belofte van de opstanding.

Inhoud
- 1 Inleiding – de vraag naar de ziel
- 2 Filosofische kritiek op de ziel
- 3 Moderne kritiek op het dualisme
- 4 Bijbels licht op de ziel
- 5 Conclusie – waarheid en illusie
- 5.1 Geen los zwevende ziel, maar een levend mens
- 5.2 Hoop voorbij de dood: de opstanding van de doden
- 5.3 Het oordeel: heilig, rechtvaardig, lichamelijk
- 5.4 De waarheid die bevrijdt
- 5.5 Samenvattend
- 5.6 De eeuwige scheidslijn
- 5.7 ❓ Kortom: kun je bewijzen dat er een ziel is die de dood overleeft?
- 5.8 📌 Als de Bijbel geen dualisme leert, wat dan wel?
- 6 Lees verder
- 7 Geraadpleegde literatuur
- 8 Reacties
Inleiding – de vraag naar de ziel
De vraag of de ziel werkelijk bestaat en de dood kan overleven, behoort tot de oudste raadsels van de mensheid. Het idee dat bij het overlijden een immateriële ziel het lichaam verlaat en elders verdergaat, klinkt velen vertrouwd in de oren. Toch is het allerminst vanzelfsprekend. Filosofen, medici en sceptici hebben er herhaaldelijk vraagtekens bij geplaatst. Op het forum Freethinker werd dit pregnant verwoord in de eenvoudige maar scherpe vraag: “Kun je bewijzen dat er een ziel aanwezig is, die de dood overleeft? En waar zou deze zich bevinden?”2https://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=8382.
Sommigen beschouwen de ziel als een immateriële kern, een “ware ik” die voortbestaat. Anderen zien het als een illusie die verdwijnt zodra het brein uitvalt. Ook binnen het christelijk denken is verwarring ontstaan, deels door de invloed van het Griekse dualisme, waarin het lichaam als tijdelijk en slecht werd gezien, en de ziel als eeuwig en goed.
Maar wat leert de Bijbel? De Schrift schildert de mens niet als een opgesplitst wezen van losse onderdelen, maar als een eenheid van stof en levensadem, een levende ziel (Gen 2:7). De mens is geen ziel in een lichaam, maar een bezield lichaam, een geheel.
Toch erkent de Bijbel ook dat bij de dood een tijdelijke scheiding optreedt: het lichaam keert terug tot stof, en de geest/ziel keert terug tot God (Pred 12:7). Deze scheiding is echter geen bevrijding, maar een gevolg van de zondeval, en zij is tijdelijk. De werkelijke christelijke hoop is niet dat de ziel eeuwig zonder lichaam verder leeft, maar dat God de mens in zijn geheel zal opwekken: lichaam én ziel, vernieuwd in Christus (1 Kor 15:42-44; Fil 3:21).
In deze studie onderzoeken we hoe de Bijbel spreekt over lichaam, ziel en geest en waarom het belangrijk is om afstand te nemen van zowel Grieks dualisme als modern fysicalisme. Niet een zwevende ziel is onze hoop, maar de opstanding van het lichaam en het eeuwige leven in Christus.
Filosofische kritiek op de ziel
De gedachte dat er een onstoffelijke ziel in ons woont die losstaat van het lichaam, heeft door de eeuwen heen de verbeelding van velen gevangen gehouden. Maar tal van denkers hebben dit idee met klem betwist. Hun kritiek is niet louter academisch; ze raakt aan de kern van ons mensbeeld.
Geen verborgen stuurman
Wie het voorbeeld van de patiënt na een herseninfarct serieus neemt, ziet hoe broos de menselijke vermogens zijn. Er is geen tweede piloot die, bij uitval van de hersenen, de besturing overneemt. Het menselijk denken en spreken is zo verweven met het lichamelijk functioneren, dat een breuk in het zenuwstelsel onmiddellijk uitmondt in een breuk in de geestelijke vermogens. Indien de ziel werkelijk los van het lichaam zou bestaan, waarom grijpt zij dan niet in, als de hersenen weigeren dienst te doen?
D’Holbach en de onttovering van de ziel
De Franse filosoof Paul Henri Thiry, baron d’Holbach, trok in zijn monumentale werk Le Système de la nature (1770) een radicale conclusie: de ziel is niets meer dan de mens, beschouwd in zijn vermogens en functies3Paul Henri Thiry d’Holbach, Le Système de la nature, 1770.. Al het spreken over een immateriële substantie is, volgens hem, een hypothese zonder grond. De verschijnselen die wij “ziel” noemen, vinden hun verklaring in het lichaam zelf. Bewustzijn is dus geen restproduct van een geheimzinnig fluïdum, maar het resultaat van fysieke processen.
Hobbes en de “koninkrijken der duisternis”
Ook Thomas Hobbes – in zijn Leviathan (1651) – had weinig op met de klassieke zielsleer. Hij bestempelde religie in veel van haar gedaanten als een kingdom of darkness, een confederatie van bedriegers die de Schrift naar hun hand zetten om mensen in angst gevangen te houden4Thomas Hobbes, Leviathan, 1651.. Het geloof in een onsterfelijke ziel zag hij als een uitvinding, bedoeld om het volk te intimideren. In de Bijbel, aldus Hobbes, is nauwelijks steun te vinden voor een ziel die het lichaam overstijgt. “Onlichamelijke geesten” noemde hij niet meer dan demonische speculaties.
Eenheid in plaats van dualisme
Uit deze filosofische kritiek komt een opvallende consensus naar voren: mens-zijn is geen optelsom van twee losse substanties. De ziel is geen autonoom reiziger die zich tijdelijk in een lichaam ophoudt. Ze is veeleer de benaming voor het menselijk bestaan in zijn volle breedte: voelen, denken, handelen; altijd in samenhang met het lichamelijke en de wereld daaromheen.
Moderne kritiek op het dualisme
Het klassieke dualisme stelt dat lichaam en ziel twee onderscheiden werkelijkheden zijn: het ene stoffelijk, het andere onstoffelijk. Maar juist deze scheiding blijkt bij nader inzien een wankele constructie. Filosofen en wetenschappers hebben er herhaaldelijk op gewezen dat het idee meer vragen oproept dan het beantwoordt.
Het interactieprobleem
Een van de oudste bezwaren betreft de wisselwerking. Hoe kan een immateriële gedachte een stoffelijke arm doen bewegen? Een simpele intentie – “ik hef mijn arm” – leidt tot een motorisch signaal, spieren spannen zich aan, de arm gaat omhoog. Als materie en geest radicaal gescheiden zijn, hoe vindt die beïnvloeding plaats? Dit is geen futiel detail, maar een structurele moeilijkheid van het dualistische denken.
Het materiële grijpt het geestelijke aan
Omgekeerd blijkt ook dat het stoffelijke onze mentale beleving rechtstreeks aanraakt. Wie een verkeerde paddenstoel eet, ervaart al spoedig een hallucinatoire roes. Hetzelfde geldt voor alcohol, morfine of een eenvoudige slaapmedicatie: chemische stoffen (materie) veroorzaken diepgaande veranderingen in het bewustzijn. Dit is moeilijk te rijmen met een ziel die in splendid isolation naast het lichaam bestaat.
Identiteit en geheugen
Braeckman en Boudry stellen in hun boek De ongelovige Thomas heeft een punt dat de problemen zich nog verder opstapelen5Johan Braeckman & Maarten Boudry, De ongelovige Thomas heeft een punt, Houtekiet, 2011, p. 221-222.. Stel dat de ziel werkelijk iemands persoonlijkheid en herinneringen bewaart. Hoe gebeurt dat dan? Zonder stoffelijk brein, zonder neurale netwerken, op welke wijze houdt een ziel die informatie vast? De vragen worden pijnlijk concreet:
-
Als een baby sterft, bezit de ziel dan een kinderlijke identiteit?
-
Wat gebeurt er met de ziel van iemand die dement overlijdt – keert die terug tot een vroegere, gezonde versie?
-
Hoe kunnen herinneringen en karaktereigenschappen bestaan zonder fysieke dragers?
De conclusie van het heden – kritisch bezien
Moderne wetenschap laat zien dat bewustzijn en hersenactiviteit nauw verbonden zijn. Wanneer het brein beschadigd raakt, worden geheugen, identiteit en zelfbeleving vaak ernstig verstoord. Dit onderstreept de diepe eenheid van lichaam en geest. Dat is een Bijbels gegeven. Maar deze observatie leidt niet noodzakelijk tot de conclusie dat er géén ziel of geest bestaat.
Het idee dat bewustzijn volledig opgaat in hersenprocessen, blijft een filosofische keuze, geen wetenschappelijke noodzaak. De gedachte dat er geen immateriële dimensie van de mens is, is niet bewezen. Het wordt vaak verondersteld. De Schrift stelt echter dat de mens leeft door Gods adem, en dat zijn bestaan door Hem wordt vastgehouden, ook voorbij de grens van dood en bederf.
“Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, en in uw boek waren zij alle opgeschreven” – Psalm 139:16
Kortom: de Bijbel ontkent niet de breekbaarheid van ons lichaam, maar stelt daartegenover een God die ons volledig kent, bewaart en opwekt. De ziel is geen back-upschijf buiten het lichaam, maar het innerlijke leven dat zijn oorsprong én toekomst in God vindt.
Bijbels licht op de ziel
De Bijbel spreekt over de ziel niet als een los, zwevend deel dat het lichaam verlaat om elders voort te leven, maar als een aanduiding van de hele levende mens in zijn relatie tot God.
De ziel is het centrum van het persoonlijk leven: waar de mens denkt, voelt, verlangt, en zich richt tot zijn Schepper. Het bijbels mensbeeld is daarom niet dualistisch (ziel versus lichaam), maar holistisch: de mens is één levend wezen, gevormd uit stof én bezield door Gods adem.
Nefesh in het Oude Testament
In Genesis 2:7 staat:
“Toen formeerde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levende ziel (nefesh chajjah).”
De mens werd een levende ziel — hij heeft er niet één. Het Hebreeuwse woord nefesh betekent in de meeste gevallen: levend wezen of persoonlijk leven. Het verwijst naar de ademende, voelende, verlangende mens.
Hetzelfde woord wordt ook gebruikt voor dieren (Gen. 1:20, 24), die eveneens levende wezens zijn.
De mens is dus niet een ziel die in een lichaam woont, maar een bezielde lichamelijke eenheid; geheel afhankelijk van Gods levensadem. Wanneer die adem terugkeert tot God, vergaat het leven (Pred. 12:7).
“Want stof bent u, en tot stof zult u terugkeren.” – Gen. 3:19
Toch betekent dat niet dat de persoon ophoudt te bestaan in Gods ogen. De Schrift spreekt van het “uitgaan van de geest” (Ps. 146:4) als het einde van het aardse leven, maar elders ook van de ziel die bij God rust (Ps. 49:16; Jes. 26:19). De nadruk ligt niet op een zelfstandige onsterfelijkheid, maar op het voortbestaan in Gods hand.
Psyche in het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament sluit hierbij aan. Het Griekse woord psychē heeft vaak de betekenis van “leven” of “persoon zelf”. Wanneer Jezus zegt:
“Vreest niet voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden; maar vreest veeleer Hem die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel” (Matt. 10:28),
dan benadrukt Hij dat het hele menselijk bestaan — lichaam én ziel — onder Gods heerschappij valt. De mens is sterfelijk in zichzelf, maar zijn bestaan is volledig afhankelijk van de wil van God, die leven geeft en leven herstelt.
De apostel Paulus legt de hoop van de gelovige niet in een zelfstandige, onsterfelijke ziel, maar in de opstanding van het lichaam.
“Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zinloos.” – 1 Kor. 15:13-14
De christelijke hoop is dus niet dat de ziel blijft zweven, maar dat God de mens geheel vernieuwt — lichaam én ziel — op de jongste dag. Toch spreekt Paulus ook over de tijdelijke tussenstaat:
“Wij willen liever uit het lichaam uitwonen en bij de Heere inwonen.” – 2 Kor. 5:8
De ziel van de gelovige rust bij Christus, wachtend op de verheerlijkte opstanding.
De eenheid van de mens
In de Schrift wordt de mens nooit gesplitst in twee of drie afzonderlijke substanties. Hart, ziel, geest, lichaam — het zijn verschillende woorden voor de ene levende persoon, die in verschillende verhoudingen tot God en de schepping staat.
“Loof de HEERE, mijn ziel, en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.” – Ps. 103:1
Wanneer de psalmist zijn ziel oproept tot lof, bedoelt hij: ikzelf, met al mijn krachten, gevoelens en gedachten, loof de HEERE. De mens is een innerlijk en uiterlijk geheel; wat hij denkt, voelt en doet, vormt samen zijn identiteit.
De Bijbel erkent onderscheid, maar geen scheiding. De mens is geschapen in volmaakte samenhang, door de zonde gebroken, en door Christus bestemd om hersteld te worden in diezelfde volheid.
De hoop der gelovigen
De Bijbel leert niet dat de ziel uit zichzelf onsterfelijk is. Onsterfelijkheid is geen natuurlijk bezit, maar een gave van God. De dood is reëel — het lichaam keert tot stof, het leven vergaat — maar het is niet het laatste woord.
“Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, al was hij gestorven.” – Joh. 11:25
De hoop van de gelovige ligt in Christus, die ziel én lichaam verlost. In Hem wordt de tijdelijke scheiding van dood overwonnen en de oorspronkelijke eenheid van mens-zijn hersteld.
De toekomst van de gelovige is niet een zwevende ziel, maar een vernieuwde mens: volledig, heilig en onvergankelijk, levend in gemeenschap met God.
“En de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite; want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.” – Openb. 21:4
Conclusie – waarheid en illusie
Wanneer we alle stemmen samenbrengen — van filosofie en wetenschap tot menselijke ervaring — blijft één waarheid helder: het ware licht over de mens komt niet uit het denken van mensen, maar uit het Woord van God. De Schrift laat zien dat de mens geen samenstel is van losse delen, maar één levend wezen, geschapen naar Gods beeld, bezield door Zijn adem en bedoeld tot Zijn eer.
Geen los zwevende ziel, maar een levend mens
De Bijbel spreekt nergens over een onstoffelijke ziel die vanzelf voortleeft na de dood. De mens werd een levende ziel toen God hem de levensadem inblies (Gen. 2:7). De ziel is niet een onsterfelijke vonk, maar het leven zelf, geworteld in Gods scheppende kracht.
Wanneer die adem tot God terugkeert, houdt het aardse leven op (Pred. 12:7). Toch is dit niet het einde van de mens, want zijn bestaan ligt niet in eigen kracht besloten, maar in de hand van de Schepper.
“In Uw hand beveel ik mijn geest; U hebt mij verlost, HEERE, trouwe God.” – Psalm 31:6
De dood is dus geen natuurlijke bevrijding, maar een breuk. Het is een gevolg van de zondeval (Rom. 5:12). De mens sterft als geheel, maar blijft door God gekend. Het is Gods macht, niet de menselijke ziel, die toekomst geeft.
Hoop voorbij de dood: de opstanding van de doden
De Bijbel verkondigt dat de dood niet het laatste woord heeft. God zal de mens geheel vernieuwen — lichaam én ziel — op de jongste dag.
“Want gelijk allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” – 1 Kor. 15:22
Onze hoop rust niet in een ingebouwde onsterfelijkheid, maar in Gods belofte van de opstanding. Jezus Zelf zegt:
“Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, al was hij gestorven.” – Joh. 11:25
De Bijbel wijst dus niet op een ziel die los van het lichaam verdergaat, maar op een God die de mens in zijn geheel opwekt, tot eeuwig leven in Christus of tot oordeel buiten Hem (Joh. 5:29).
Het oordeel: heilig, rechtvaardig, lichamelijk
De Schrift leert dat er één dag komt waarop alle mensen zullen opstaan:
“Wie het goede gedaan hebben tot de opstanding ten leven, en wie het kwade gedaan hebben tot de opstanding ten oordeel.” – Joh. 5:29
Dit oordeel is niet louter geestelijk, maar lichamelijk en werkelijk. De hel is geen bewijs dat de ziel onvernietigbaar is, maar dat God soeverein rechtspreekt over de hele mens; lichaam én ziel.
“Vreest Hem die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel.” – Matt. 10:28
De uiteindelijke scheiding is niet tussen lichaam en ziel, maar tussen gelovigen en ongelovigen; tussen hen die in Christus zijn en hen die Hem verwerpen.
De waarheid die bevrijdt
Eeuwenlang heeft het platonische denken de kerk beïnvloed met het idee van een ziel die opgesloten zit in het lichaam en na de dood bevrijd verderleeft. Maar dat is filosofie. De Bijbel leert iets diepers en rijkers: de mens leeft, sterft en zal door God worden opgewekt tot een nieuw bestaan.
“De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.” – 1 Kor. 15:26
Het Evangelie verkondigt dat Christus niet slechts onze zielen redt, maar ons hele bestaan herstelt. Hij is de eersteling van allen die zullen opstaan (1 Kor. 15:20). Wie in Hem gelooft, ontvangt het eeuwige leven. Niet als ontsnapping uit het lichaam, maar als vernieuwing van het hele mens-zijn in Gods heerlijkheid.
Samenvattend
| Illusie van de mens | Waarheid van de Schrift |
|---|---|
| Ziel is een onsterfelijke kern die vanzelf voortleeft. | De ziel is het levende bestaan dat door Gods adem gedragen wordt. |
| De dood is een natuurlijke bevrijding. | De dood is een vijand, maar door Christus overwonnen (1 Kor. 15:26). |
| Alleen de ziel wordt verlost. | Christus verlost lichaam én ziel (Rom. 8:23). |
| Onsterfelijkheid is eigen aan de mens. | Onsterfelijkheid is Gods gave in Christus (1 Tim. 6:16). |
De eeuwige scheidslijn
De waarheid van de Schrift is ernstig en genadig tegelijk: de mens leeft en sterft, maar zal in zijn geheel door God worden opgewekt; tot eeuwig leven in Christus, of tot eeuwig oordeel buiten Hem.
“En wie in het boek des levens niet geschreven gevonden werd, werd geworpen in de poel van vuur.” – Openb. 20:15
Hier wordt de grens getrokken: niet tussen lichaam en ziel, maar tussen geloof en ongeloof.
Alle menselijke filosofie valt stil, maar het Woord van God blijft:
“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.” – Matt. 24:35
❓ Kortom: kun je bewijzen dat er een ziel is die de dood overleeft?
Niet in de zin waarin empirisch-wetenschappelijke denkers of materialisten een bewijs verlangen. De Bijbel biedt geen laboratoriumproef of fotografisch verslag van een ziel die het lichaam verlaat. Wat de Schrift biedt, is geen rationeel bewijs, maar een goddelijke belofte en een opstanding die reeds begonnen is in Christus.
De Schrift leert niet dat de ziel los van het lichaam voortleeft, maar dat de hele mens leeft in relatie tot God, en dat Hij bij de dood het leven terugroept. De mens keert tot stof; zijn adem keert tot God terug (Pred. 12:7). Wat overblijft, is geen zwevende identiteit, maar de herinnering en bewaring in Gods trouw.
Maar dan dit:
“Hij is niet de God van doden, maar van levenden, want voor Hem leven zij allen.” – Lukas 20:38
Wat de Bijbel wel laat zien — met kracht en getuigenis — is dat Christus uit de dood is opgestaan. Hij is het eerstelingsoffer van de nieuwe schepping (1 Kor. 15:20). Dáárom weten wij dat de dood niet het einde is. Niet omdat wij onsterfelijk zijn, maar omdat God leven geeft.
De ziel overleeft de dood niet als een autonoom vonkje, maar de mens zal leven, omdat Christus leeft. Dat is geen filosofisch bewijs, maar een geloof dat rust op Gods betrouwbare Woord.
“Omdat Ik leef, zult ook gij leven.” – Johannes 14:19
Lees verder
Dit artikel maakt deel uit van de serie Christelijk geloof onder het vergrootglas, waarin 95 stellingen en ruim 200 vragen het geloof kritisch bevragen en spiegelen aan de Schrift.
De vraag naar de ziel raakt aan bredere thema’s: hoe geloof en denken elkaar beïnvloeden, hoe de Schrift richting geeft, en hoe de strijd tussen waarheid en leugen zich vandaag aftekent. Daarom sluiten deze artikelen goed aan:
-
Hart, ziel, verstand en kracht: hoe de kerk haar vier fronten verloor na Darwin – over de gevolgen van Darwinisme voor geloof en kerk.
-
De Bijbel als ultiem kompas voor waarheid: van Genesis tot Openbaring – waarom de Schrift het enige betrouwbare richtsnoer is.
-
Het Sabbatjaar: rust voor het land en voeding voor de ziel – over Gods goede ordening in de schepping.
-
Strijders van het Licht: wat zegt de Bijbel over geestelijke strijd? – de realiteit van strijd tegen machten en krachten.
-
Waarom links en islam elkaar vinden in hun haat tegen Israël – een analyse van hedendaagse ideologische allianties in Bijbels licht.
Geraadpleegde literatuur
- Bijbel. (n.d.). Online Bijbel. Geraadpleegd op 17 augustus 2025, van https://www.bijbel.nl
De beslissende bron: beschrijft de mens als een eenheid van stof en adem, afhankelijk van God en bestemd voor de opstanding. - Plato. (ca. 360 v.Chr.). Phaedo (B. Jowett, Trans.). Project Gutenberg. https://www.gutenberg.org/ebooks/1658
Klassieke dialoog waarin Plato de ziel als gevangene van het lichaam beschrijft en de onsterfelijkheid van de ziel verdedigt. Belangrijk als bron van het dualistische denken dat later de kerk beïnvloedde. - d’Holbach, P. H. T. (1770). The system of nature, or, the laws of the moral and physical world (J. Bonner, Trans.). Project Gutenberg. https://www.gutenberg.org/ebooks/8909
Materialistische kritiek: de ziel bestaat niet los van het lichaam maar is een product van materie. - Braeckman, J., & Boudry, M. (2011). De ongelovige Thomas heeft een punt: Een handleiding voor kritisch denken. Antwerpen: Houtekiet.
Moderne analyse die de zwakke plekken van dualisme blootlegt en pleit voor consistent kritisch denken. - Van Baaren, J. I. (1992). Ziel, geest en lichaam: En wat de Bijbel daarover zegt. Kampen: Kok.
Pastorale uitleg van hoe de Bijbel de termen ziel, geest en lichaam gebruikt. Geschreven voor een breed publiek. - Van de Beek, A. (2011). Lichaam en Geest van Christus: De theologie van de kerk en de Heilige Geest. Utrecht: Uitgeverij Kok.
Theologische reflectie over de mens en de kerk als lichaam van Christus, geleid door de Geest.
Reacties
Wat denk jij?
-
Bestaat er werkelijk een ziel die de dood overleeft, of is dat een menselijke projectie?
-
Hoe lees jij de Bijbelteksten over ziel, geest en lichaam?
-
Zie jij het gevaar van platonisch denken in de kerk van vandaag?
💬 We nodigen je uit om je gedachten, vragen of kritische opmerkingen hieronder te delen. Houd het gesprek respectvol en inhoudelijk: verschillen mogen scherp zijn, maar wel met open oor voor elkaar.