Alleen wie gelooft, kan zinnig twijfelen

Last Updated on 11 november 2025 by M.G. Sulman

Twijfel geldt vandaag als deugd: het zou getuigen van openheid, kritisch denken en intellectuele bescheidenheid. We prijzen het zoeken, wantrouwen het vinden, en koesteren onzekerheid als eerlijker dan overtuiging. Maar zelden vragen we wat twijfel is en of ze wel kán bestaan zonder waarheid, zonder norm, zonder redeneervermogen. Dit artikel onderzoekt waarom echte twijfel alleen mogelijk is in een wereld waar waarheid bestaat en het verstand toegang heeft tot de werkelijkheid en waarom juist het christelijk geloof die wereld niet alleen veronderstelt, maar bevestigt.

Jonge Afro-Amerikaanse vrouw zit peinzend op een bank met een boek in haar hand, stadslichten op de achtergrond bij schemerlicht.
Twijfel in de stad: een moment van innerlijke zoektocht te midden van het moderne leven, waar stilte en vragen elkaar ontmoeten. / Bron: Martin Sulman

Inleiding: De paradox van de twijfel

Twijfel heeft een haast mythische status gekregen in onze cultuur. Ze wordt gevierd als het kenmerk van een open geest, een intellectueel teken van moed. Wie durft te twijfelen, zou zich onttrekken aan dogma’s en vaste waarheden en juist daarom oprecht zijn. Twijfel is kritisch, volwassen en eerlijk. Althans, zo klinkt het.

Maar zelden wordt erbij stilgestaan wát twijfel eigenlijk is. Wat doet een mens precies als hij twijfelt? En kan twijfel wel bestaan zonder iets om aan te twijfelen? Want wie werkelijk alles in vraag stelt, inclusief de norm waarmee hij oordeelt, raakt in een cirkel. Je kunt immers alleen maar twijfelen áán iets, als je al gelooft ín iets anders. Twijfel veronderstelt een referentiepunt, een criterium. Net als een kompas dat alleen zin heeft als er een noorden bestaat.

Zonder waarheid wordt twijfel geen teken van intellectuele moed, maar van verwarring. Zonder betrouwbaar verstand wordt ze een echo in het brein, zonder garantie op betekenis. En zonder doel of richting verandert ze in existentiële mist. De vraag is dus niet of twijfelen mag, maar of het zin heeft. En dat hangt, zo zullen we zien, af van de wereld waarin je leeft.

maak afbeelding bij dit artikel -- zonder tekst! Frisse afbeelding, geen vage gedeelten, veel pixels, foto achtig. Goede verhoudingen: 16:9 (1200×675/1600×900) of 1.91:1 (1200×628).
Twijfel veronderstelt richting, zoals een kompas pas zin heeft als er een noorden bestaat. Zonder waarheid is zelfs zoeken betekenisloos. Alleen in Christus krijgt de twijfel koers. / Bron: Pixabay

Wat is twijfel eigenlijk?

Twijfel is een relationeel begrip

Twijfel komt niet uit het luchtledige. Ze is nooit een losstaande ervaring, zoals honger of kou. Twijfelen betekent altijd: iets in vraag stellen ten opzichte van iets anders dat men als betrouwbaar beschouwt. Het is een relationele daad, net als vergelijken of wegen. Je twijfelt aan een uitspraak, omdat je een maatstaf hebt waaraan je haar toetst. Je twijfelt aan iemands motieven, omdat je een idee hebt van wat oprechtheid is.

Zonder dat referentiepunt verliest twijfel haar betekenis. Twijfel zonder relatie is als een weegschaal zonder gewichten, of een thermometer in een wereld zonder temperatuur.

Een klassiek voorbeeld: een reiziger kijkt naar zijn kompas en vraagt zich af of hij nog wel op de juiste koers is. Hij twijfelt. Maar zijn twijfel heeft pas betekenis omdat hij gelooft dat er een noorden bestaat, en dat het kompas hem dáárheen zou moeten wijzen.

Zonder dat noorden? Dan is elke richting even betekenisloos. Dan is twijfel geen zoeken, maar dolen.

De drie voorwaarden voor zinvolle twijfel

1. Er moet een norm zijn

Een norm is een vaste maatstaf waaraan iets wordt getoetst. Zonder norm kun je niet zeggen of iets afwijkt.

📌 Voorbeeld: je kunt alleen zeggen dat een meetlat “niet klopt” als je een standaardmeter hebt. Wie geen maatstaf heeft, meet niets; hij gokt slechts.

Twijfel zonder norm is dus geen kritische houding, maar chaos in vermomming.

Close-up van het internationaal prototype van de meter, een metalen staaf van platina-iridium tegen een rode achtergrond.
Zonder vaste maat verliest elke meting haar betekenis, zoals deze platina-iridium staaf ooit de wereldwijde norm voor de meter was. Zo ook veronderstelt zinnige twijfel een objectieve waarheid als referentiepunt. / Bron: NIST en Wikimedia Commons

2. Er moet een besef van waarheid zijn

Twijfel veronderstelt dat er iets is wat waar is. Dus dat een uitspraak of ervaring óf waar óf onwaar kan zijn. Wie denkt dat alles relatief is, kan in wezen niet twijfelen, want dan is er niets om op terug te vallen.

📌 Voorbeeld: als twee mensen tegenovergestelde beweringen doen — “de brug is stevig” vs. “de brug is onveilig” — kun je daar alleen aan twijfelen als je gelooft dat één van beiden wáár is. Anders is het gewoon een kwestie van voorkeur, zoals bij ijsjes.

Zonder waarheid is twijfel slechts smaakverschil, geen zoektocht.

3. Er moet een rationeel vermogen zijn

Twijfel vereist dat het verstand kan onderscheiden, toetsen en oordelen. Je moet in staat zijn verschil te zien tussen een plausibel en een onwaarschijnlijk antwoord, tussen misleiding en oprechtheid.

📌 Voorbeeld: als een computerprogramma per ongeluk “twijfelende” signalen afgeeft, noemen we dat geen echte twijfel. Want het mist het zelfbewustzijn en de redeneerkracht om dat proces te begrijpen of te beoordelen.

Zonder rede verwordt twijfel tot niet meer dan hersenactiviteit. Geen bewuste zoektocht, maar een willekeurige flikkering van neuronen.

Deze drie voorwaarden — norm, waarheid en rede — vormen samen het fundament van elke betekenisvolle twijfel. Zodra één ervan wegvalt, houdt twijfel op een redelijke handeling te zijn. Wat overblijft is ruis, verwarring, of louter gemoedstoestand. En dat raakt direct aan de vraag: in welke wereld is er werkelijk plaats voor zulke voorwaarden? De christelijke, zo zullen we zien.

📌 Voorbeeld: Een kompas in een wereld zonder noorden

Beeld je een reiziger in die midden in een dicht woud staat. Hij haalt zijn kompas tevoorschijn, kijkt peinzend naar de naald, en vraagt zich af: “Gaat deze weg wel naar het noorden?”

Een logische, verstandige twijfel. Maar stel je nu voor dat er in zijn wereld géén noorden bestaat. Geen kaart, geen bestemming, geen richtpunt aan de hemel. Dan verandert het kompas van een hulpmiddel in een betekenisloos wijzertje. Twijfel over de richting wordt zinloos, want er is geen richting meer.

Zo is het ook met de menselijke twijfel. Ze lijkt pas zinnig als we ervan uitgaan dat er een vaste waarheid is; een “noorden” in moreel, existentieel of rationeel opzicht. In een wereld zonder waarheid, zonder betrouwbare rede, zonder kenbare werkelijkheid, verliest twijfel haar oriënterende kracht. Ze blijft misschien psychologisch bestaan — als gevoel van onzekerheid — maar ze raakt haar rationele zin kwijt.

Twijfel zonder oriëntatie: de postmoderne impasse

In het postmoderne denken wordt het bestaan van absolute waarheid vaak verworpen. Wat waar is voor de één, hoeft dat niet te zijn voor de ander. Alles wordt fluïde: identiteit, moraal en zelfs logica. In zo’n context wordt twijfel niet langer een weg naar iets beters, maar een eindstation. Men blijft hangen in ironie, cynisme, of onverschilligheid. Er is niets meer om naar toe te twijfelen.

Dáárom is het beeld van het kompas zo treffend. Een instrument dat richting wijst, is alleen bruikbaar in een wereld waar richting bestaat. Evenzo is het menselijk vermogen tot twijfelen alleen zinvol in een werkelijkheid waar waarheid, doel en rede objectief zijn.

En precies dáár wringt het in een naturalistisch of relativistisch wereldbeeld. Het naturalisme stelt dat alles wat bestaat uiteindelijk verklaarbaar is vanuit louter natuurlijke oorzaken — zonder ruimte voor een bovennatuurlijke werkelijkheid. De menselijke geest, moraal en rede worden hierin herleid tot biologische en chemische processen. Het relativisme daarentegen ontkent dat er objectieve, universele waarheden bestaan; wat waar of goed is, hangt af van perspectief, cultuur of voorkeur. Beide visies ondergraven de grondvoorwaarden voor zinvolle twijfel: het naturalisme ontneemt het verstand zijn betrouwbaarheid en het relativisme tast het bestaan van waarheid zelf aan.

Zodra men redeneert dat het menselijke denken slechts een toevallig geëvolueerde functie is — het product van blinde, doelloze natuurkrachten — verdwijnt elke reden om onze eigen overtuigingen, laat staan onze twijfels, te vertrouwen. Twijfel wordt dan geen daad van kritisch zoeken, maar een betekenisloos neveneffect van neurale activiteit. Wat overblijft is geen zoeken naar waarheid, maar cognitieve ruis zonder richting.

Zoals Charles Darwin zelf al aarzelend toegaf:

“But then with me the horrid doubt always arises whether the convictions of man’s mind, which has been developed from the mind of the lower animals, are of any value or at all trustworthy. Would anyone trust in the convictions of a monkey’s mind, if there are any convictions in such a mind?”
— Charles Darwin, brief aan William Graham, 3 juli 1881 (The Life and Letters of Charles Darwin, vol. 1, p. 285)

Die “horrid doubt” is geen geloofstwijfel, maar een filosofische twijfel aan het vermogen om überhaupt te twijfelen. Wie het menselijk verstand reduceert tot een toevallig geëvolueerd orgaan, zaagt de tak af waarop elke vorm van zoeken, redeneren of bevragen rust.

Kortom: een kompas zonder noorden is net zo zinloos als twijfel zonder waarheid. En wie dat beseft, staat op de drempel van iets fundamenteels. Namelijk dat echte twijfel alleen mogelijk is in een werkelijkheid die waarheid toelaat. En waarheid vereist een Waarheidsdrager.

De persoon op de afbeelding is Charles Darwin. Hij was een Engelse natuuronderzoeker en bioloog, bekend om zijn bijdragen aan de evolutietheorie.
Charles Darwin in 1869 / Bron: Wikimedia Commons

Twijfel in de Bijbel: kind van het licht

De Schrift is opmerkelijk eerlijk over twijfel. Ze verbergt de worsteling van het geloof niet achter vrome façades. Integendeel, de Bijbel toont gelovigen die zuchten, vragen en soms zelfs aanklagen. Maar telkens gebeurt dat binnen de levende relatie met God. Hun twijfel is geen afwijzing, maar een vorm van betrokkenheid: het schreeuwen van een hart dat verlangt te begrijpen wat het gelooft.

Psalmisten, Job en Thomas

In de Psalmen horen we de stem van de twijfelende gelovige: “Waarom verbergt Gij Uw aangezicht?” (Ps. 44:25). David en Asaf spreken woorden uit die bijna blasfemisch lijken, maar hun klacht blijft gericht tot God. Ze twijfelen aan Zijn daden, niet aan Zijn bestaan. Hun vragen ontstaan vanuit verbondenheid en niet vanuit afstand of afwijzing.

Job is wellicht het sterkste voorbeeld. Hij vraagt, hij protesteert, hij lijkt God ter verantwoording te roepen. Maar ook hij zweeft niet in leegte. Zijn vragen hebben gewicht, juist omdat hij gelooft dat God rechtvaardig moet zijn. De schreeuw “Waarom?” veronderstelt een diep vertrouwen dat er íets te begrijpen valt, dat er een zin is; hoe verborgen ook.

Thomas, de apostel die men vaak “ongelovig” noemt, twijfelt niet uit cynisme, maar uit verlangen naar zekerheid. Zijn beroemde woorden: “Tenzij ik in Zijn handen het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven” (Joh. 20:25), komen niet voort uit spot, maar uit honger naar echtheid. Christus verwijt hem niet dat hij vraagt, maar dat hij niet eerder geloofde, hoewel hij de tekenen kende. Zijn twijfel wordt beantwoord, niet bestraft. Hij mag zien en uitroepen: “Mijn Heere en mijn God!”

In al deze gevallen is twijfel geen teken van ongeloof, maar van geloof dat hunkert naar bevestiging. Het is de donkere zijde van vertrouwen, niet zijn tegendeel.

De afbeelding toont een detail van het schilderij Job en zijn vrouw van de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer, gemaakt in 1504.
Job en zijn vrouw, Albrecht Dürer, ca. 1500-1503 / Bron: Wikimedia Commons

Geen romantisering van twijfel

De Bijbel verheerlijkt twijfel niet. Ze toont begrip voor het zoeken, maar prijst het niet als doel op zichzelf. Twijfel is geen deugd wanneer zij weigert te knielen. Ze kan verworden tot hoogmoed; een subtiele vorm van geestelijke zelfbescherming. Jakobus is scherp:

“Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen” (Jak. 1:8, HSV).

Het Griekse woord dipsuchos betekent letterlijk “twee-zielig”: innerlijk verdeeld, zonder vaste koers. Hier gaat het niet om de gelovige die worstelt, maar om de mens die gelijktijdig God aanspreekt én wantrouwt; een gebed bidt maar zichzelf als rechter houdt.

Er bestaat dus ook zoiets als valse twijfel. Niet het oprechte vragen van een kind, maar het wantrouwen van een rebel. De eerste roept: “Heere, leer mij geloven.” De tweede zegt: “Ik zal pas geloven als Gij U bewijst naar mijn maatstaven.”

Twijfel wordt pas vruchtbaar als ze leeft binnen het verbond. Wanneer ze haar vragen voorlegt aan de Levende, niet wegglijdt in ironie of distantie. De psalmist eindigt niet in wanhoop, maar in lofzang. Job, na al zijn aanklachten, legt zijn hand op zijn mond (Job 40:4). Thomas knielt en belijdt: “Mijn Heere en mijn God.” Hun twijfel was een weg door de nacht, maar die nacht werd van binnenuit verlicht.

Twijfel buiten het licht is doling. Twijfel in het licht is beproefd geloof. Want geloof is geen afwezigheid van vragen, maar het vertrouwen dat er Iemand is die antwoordt. Op Zijn tijd, naar Zijn wijsheid en in Zijn waarheid.

Naturalisme en de zelfvernietiging van de twijfel

Twijfel lijkt op het eerste gezicht een neutrale denkhouding. Iets wat elk mens met een werkend brein kan doen. Maar dat is precies de vraag: waarom zouden we ons brein vertrouwen in zijn vermogen om waarheid van onwaarheid te onderscheiden? Die vraag wordt nijpend binnen het naturalisme, de overtuiging dat alles — inclusief denken — voortkomt uit blinde, materiële oorzaken.

C.S. Lewis: gedachten als toevallige bijproducten

C.S. Lewis formuleerde het probleem glashelder:

“If the solar system was brought about by an accidental collision, then the appearance of organic life on this planet was also an accident… and if so, then all our thought processes are mere accidents — the accidental by-product of the movement of atoms. And this holds for the materialist’s own thoughts about materialism.”
(God in the Dock, 1970)

Zijn punt is eenvoudig: als je denkt dat je brein slechts een toevallig geëvolueerd orgaan is, voortkomend uit blind toeval, dan heb je geen reden om aan te nemen dat je gedachten waarheidsgetrouw zijn. Je gedachten zijn dan net zo betekenisloos als het ritselen van bladeren in de wind; enkel het resultaat van chemische processen zonder waarheidsaanspraak.

En dat geldt óók voor je twijfel.

Zwart-wit foto van C.S. Lewis in 1947.
C.S. Lewis in 1947 / Bron: Wikimedia Commons

Alvin Plantinga’s evolutionair argument tegen naturalisme

De filosoof Alvin Plantinga heeft dit argument verder uitgewerkt in zijn beroemde Evolutionary Argument Against Naturalism. Zijn kernstelling: het is op z’n minst onwaarschijnlijk dat een zuiver evolutionair proces — gericht op overleving, niet op waarheid — rationele wezens zou voortbrengen die betrouwbare overtuigingen vormen.

Waarom? Omdat natuurlijke selectie ons leert te overleven, niet per se te denken wat waar is. Een overtuiging kan evolutionair nuttig zijn zonder waar te zijn. Een jager die gelooft dat leeuwen heilige geesten zijn die je moet ontwijken, overleeft. Net als de jager die begrijpt dat leeuwen gevaarlijke roofdieren zijn. De overlevingswaarde is gelijk; de waarheidswaarde verschilt.

Plantinga stelt daarom dat naturalisme in combinatie met evolutionaire theorie zelfondermijnend is. Wie beide aanhangt, heeft een reden om zijn eigen overtuigingen — inclusief die over het naturalisme — te wantrouwen.

Filosoof Alvin Plantinga glimlachend tijdens een lezing over wetenschap en religie aan de Mayo Clinic in Rochester, Minnesota.
Alvin Plantinga tijdens een lezing over wetenschap en religie aan de Mayo Clinic (Rochester, Minnesota). Plantinga staat bekend om zijn Evolutionary Argument Against Naturalism, waarin hij betoogt dat wie naturalisme en evolutie combineert, tegelijk reden heeft om aan de betrouwbaarheid van zijn eigen denken te twijfelen. / Bron: Wikimedia Commons

Het rationeel vertrouwen op ratio

De ironie is schrijnend: om te twijfelen aan een overtuiging, moet je eerst vertrouwen hebben in je redeneervermogen. Maar dat vertrouwen is binnen het naturalisme nergens op gebaseerd. Elke vorm van kritiek, scepsis of intellectuele eerlijkheid berust dan op een instrument (het brein) waarvan men geen enkele reden heeft om aan te nemen dat het betrouwbaar is.

Zonder Schepper, zonder een waarheidsdragende, rationele Bron van alle dingen, stort het hele gebouw van de menselijke rede in zichzelf in. En met haar ook de twijfel.

Twijfel veronderstelt dus — impliciet — dat er een God is die het menselijke denken ontworpen heeft om te corresponderen met de werkelijkheid. In dat licht is zelfs de twijfel een argument vóór de Schepper. Want wie redeneert alsof zijn denken betrouwbaar is, gedraagt zich als iemand die gelooft dat zijn brein méér is dan een toevallige brei van atomen.

Een ingestort betonnen gebouw te midden van een stedelijke omgeving, met puin, verbogen staal en gebroken structuren.
Zonder Schepper als fundament storten rede en waarheid ineen, zoals een gebouw zonder dragende kernconstructie. / Bron: Martin Sulman

Conclusie: In Christus krijgt twijfel zin

Twijfel is geen vijand van het geloof, maar ze moet wel weten waar ze thuishoort. Want twijfel is alleen zinnig als er een waarheid is om naar te zoeken, een norm om aan te toetsen, en een verstand dat waarheidsgetrouw werkt. Zonder die drie fundamenten wordt twijfel een dolen in de mist: een beweging zonder richting, een vraag zonder horizon, een kompas zonder noorden.

Het secularisme biedt geen antwoord. In een wereld zonder schepper, zonder doel en zonder absolute waarheid, kan twijfel niet méér zijn dan hersenactiviteit met illusies van betekenis. Er is dan geen reden om aan te nemen dat onze gedachten betrouwbaar zijn, laat staan onze twijfels.

Maar in Christus krijgt zelfs het zoeken betekenis. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven (Joh. 14:6). Dat betekent: er is een einddoel. Er is waarheid. En er is een Persoon die beide belichaamt. Twijfel binnen het geloof is geen teken van zwakte, maar van relatie. Zoals een kind naar zijn vader roept: “Leg het mij uit, want ik vertrouw U.”

De Bijbel laat zien dat de Heere niet afkerig is van eerlijke vragen — zolang ze geworteld zijn in het verlangen naar Hem. Thomas kreeg antwoord. Job kreeg geen uitleg, maar ontmoeting. De psalmen vol twijfel eindigen vaak in lofzang. Waarom? Omdat ware twijfel — die zich richt tot God — uiteindelijk door Hem gedragen wordt.

Twijfel zonder waarheid is zelfdestructief. Maar twijfel binnen de waarheid wordt een instrument van verdieping. En die waarheid is niet een idee, maar een Persoon. In Christus krijgt zelfs het vragen zijn plaats — want Hij is het antwoord.

“In Uw licht zien wij het licht.” (Ps. 36:10)

Bijbelvers uit Psalm 36:10 met zonnestralen op een wazige achtergrond van een bos in warm licht.
“In Uw licht zien wij het licht” — Psalm 36:10 herinnert eraan dat ware kennis, inzicht en richting pas zichtbaar worden in het licht van Gods aanwezigheid. / Bron: Martin Sulman

Lees verder

Wie zich verdiept in de vraag waarom twijfel alleen zinvol is binnen het kader van waarheid en rede, stuit vroeg of laat op bredere vragen over mensbeeld, bewustzijn en de relatie tussen geloof en wetenschap. In Ziel, brein en Bijbel: naar een holistisch mensbeeld voorbij ‘wij zijn ons brein’ onderzoeken we waarom de mens meer is dan zijn hersenactiviteit, en hoe een reductionistisch breinmodel twijfel juist ondermijnt. Die lijn wordt verdiept in Is bewustzijn meer dan het brein?, waar filosofische én bijbelse kritiek op het naturalisme wordt besproken. Voor wie wil weten hoe dit raakt aan bovennatuurlijke claims, biedt Wonderen onder de loep een nuchtere analyse van geloof en empirisch bewijs. In De eenvoud van God en de orde van de wereld wordt duidelijk waarom wetenschap zelf een geloofsgrondslag veronderstelt — een idee dat verder uitgewerkt wordt in Geloof en wetenschap: geen conflict maar harmonie. Tot slot toont De Bijbel en de mythen waarom bijbelse openbaring niet onderdoet voor oude kosmologische verhalen, maar een eigen waarheidsaanspraak heeft, waarop redelijke twijfel gefundeerd rust.

Bronnenlijst

  • De Heilige Schrift (Herziene Statenvertaling). (2010). Barneveld: Royal Jongbloed.
  • Calvijn, J. (2008). Institutie van de Christelijke godsdienst (herziene vert. A. Sizoo). Kampen: Kok.
  • Henry, M. (1991). Matthew Henry’s Commentary on the Whole Bible. Peabody, MA: Hendrickson.
  • Keller, T. (2008). The Reason for God: Belief in an Age of Skepticism. New York, NY: Dutton.
  • Lewis, C. S. (1970). God in the Dock: Essays on Theology and Ethics. Grand Rapids, MI: Eerdmans.
  • Plantinga, A. (1993). Warrant and Proper Function. New York, NY: Oxford University Press.
  • Plantinga, A. (2000). Warranted Christian Belief. New York, NY: Oxford University Press.
  • Scruton, R. (2015). The Soul of the World. Princeton, NJ: Princeton University Press.
  • Sproul, R. C. (1984). If There’s a God, Why Are There Atheists? Wheaton, IL: Tyndale House.
  • Vos, G. (2003). Biblical Theology: Old and New Testaments. Edinburgh: Banner of Truth Trust

Reacties en ervaringen

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Wij stellen reacties zeer op prijs. Reacties worden niet automatisch (direct) gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie gelezen zijn. Dit om ‘spam’ of anderszins ongewenste c.q. ongepaste reacties eruit te filteren. Daar kunnen soms enige uren overheen gaan.