De orde van de liefde: tussen ordo amoris en amor sui

Last Updated on 4 november 2025 by M.G. Sulman

De liefde is geen gevoel dat ons toevallig overkomt, maar een kracht die richting zoekt. Wie of wat wij liefhebben, vormt ons karakter; daarom is liefde nooit neutraal, maar geordend of ontwricht. Augustinus noemde dat de ordo amoris – de orde van de liefde – waarin ieder goed zijn juiste plaats heeft: God boven alles, de naaste als onszelf, en het zelf niet als middelpunt maar als deel van een groter geheel. Tegenover die hemelse ordening staat de amor sui, de liefde tot zichzelf, die in haar gezonde vorm zelfzorg betekent maar in haar verdorven gedaante alles tot haar eigen nut buigt. In een tijd waarin “zelfliefde” als hoogste deugd geldt, klinkt die oude wijsheid verrassend actueel. Want wie zichzelf boven alles bemint, raakt allengs zichzelf kwijt; maar wie leert liefhebben in de juiste orde, vindt juist daarin rust, vrijheid en vreugde.

Tussen ordo amoris en amor sui / Bron: Pixabay

Inleiding – Wat bedoelen we met ‘orde in de liefde’?

Een meisje zegt: “Je kunt pas van een ander houden als je eerst van jezelf houdt.” Haar vriend antwoordt: “Maar als je altijd met jezelf bezig bent, blijft er toch niets over voor de ander?” In dat kleine meningsverschil schuilt een oud menselijk raadsel: hoe verhouden eigenliefde, naastenliefde en liefde tot God zich tot elkaar? De een vreest zelfverloochening, de ander zelfzucht. Augustinus, kerkvader en denker uit de vierde eeuw, zag in dat deze spanningen niet verdwijnen door één kant te kiezen; ze vragen om ordening. Hij sprak van de ordo amoris – de orde van de liefde – waarin het hart leert onderscheiden wat eerst en wat laatst komt. De mens heeft niet te veel liefde, maar te veel wanorde: hij bemint het tijdelijke alsof het eeuwig is, en zichzelf alsof hij zijn eigen oorsprong was. Inzicht in die orde bepaalt hoe wij omgaan met succes, relaties, macht en genegenheid. Want elke keuze, groot of klein, verraadt wat wij in stilte het meest beminnen.

Augustinus door Benozzo Gozzoli (15e eeuw) / Bron: Wikimedia Commons

Wat is ordo amoris – de juiste ordening van de liefde

Liefde als maat van het hart

Augustinus beschouwde liefde niet als één gevoel naast andere, maar als de grondtoon van het hele bestaan. “Mijn gewicht is mijn liefde,” schreef hij in zijn Belijdenissen (Confessiones, XIII,9): wat wij liefhebben, daarheen bewegen wij. Liefde is dus richtinggevend; zij trekt de ziel naar wat zij waardevol acht. Het probleem is niet dat wij liefhebben, maar dat wij de verkeerde dingen of in verkeerde mate liefhebben. Wie eer, bezit of genot boven waarheid of God stelt, bemint onordelijk — en zal innerlijk verdeeld raken.

Een hiërarchie van liefde

De ordo amoris is de rangorde waarin liefde recht doet aan de werkelijkheid. God verdient de hoogste plaats, omdat Hij de bron van al het goede is; daarna komt de mens, als drager van Zijn beeld; vervolgens de schepping, als gave en opdracht. Wanneer die volgorde omkeert, ontstaat verwarring. Zo wordt arbeid afgoderij, genegenheid verstikking, of idealisme fanatisme. Liefde vraagt daarom onderscheidingsvermogen (discretio): wat heeft eeuwigheidswaarde, en wat slechts tijdelijk nut?

Orde als vrijheid

Het klinkt paradoxaal, maar wie liefheeft volgens de juiste orde, wordt niet beperkt, maar bevrijd. Orde is geen keurslijf, maar een harmonie waarin de ziel rust vindt. Zoals een orkest slechts samenklinkt als ieder instrument zijn plaats kent, zo vindt de mens vrede wanneer zijn verlangens afgestemd zijn op het Goede. Die innerlijke harmonie is geen stoïcijnse zelfbeheersing, maar een vreugdevol evenwicht: de liefde tot God ordent, zuivert en vervult tegelijk.

Voorbeeld: de student en zijn ambities

Neem een student die studeert uit liefde voor kennis en dienst aan de samenleving. Wanneer succes zijn hoogste goed wordt, raakt zijn liefde ontwricht: kennis wordt middel tot prestige, en de ander tot concurrent. Wanneer hij echter leert zijn werk te zien als gave en verantwoordelijkheid, komt er evenwicht. Zijn inzet wordt niet kleiner, maar zuiverder. Dat is ordo amoris in praktijk: niet minder passie, maar gerichte passie.

Wat is amor sui – de liefde tot zichzelf

Twee gezichten van eigenliefde

Eigenliefde is een merkwaardig fenomeen. Zij is tegelijk noodzakelijk en gevaarlijk. Zonder enig zelfrespect verkommert de mens; zonder begrenzing wordt hij zelfzuchtig. Augustinus onderscheidde daarom twee vormen van amor sui: een liefde die zichzelf recht bemint (caritas sui), en een liefde die zichzelf tot afgod maakt (amor sui usque ad contemptum Dei – liefde tot zichzelf tot verachting van God). De eerste is gezond en scheppingsmatig: de mens mag zichzelf zien zoals God hem bedoelde, als waardevol en bemind. De tweede is hoogmoedig en destructief: de mens wil zelf maat en oorsprong zijn van het goede.

Van zelfzorg naar zelfverheerlijking

In onze tijd wordt “van jezelf houden” vaak gezien als de sleutel tot geluk. En inderdaad: wie zichzelf haat, kan moeilijk liefde ontvangen of geven. Maar die boodschap is allengs verschoven van aanvaarding naar verheerlijking. Zelfliefde is veranderd in zelfprojectie: de mens bouwt een zorgvuldig geënsceneerd imago en noemt dat “authentiek zijn”. Toch is dat geen echte liefde, want wie zichzelf voortdurend moet bevestigen, leeft uit angst. De amor sui zonder hogere maatstaf wordt een eindeloos spiegelpaleis waarin de mens zichzelf zoekt en niet vindt.

De bijbelse correctie

De Schrift veroordeelt eigenliefde niet, maar zet haar in verhouding: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Leviticus 19:18). Dat is geen oproep tot zelfvergetelheid, maar tot evenwicht. De mens mag zichzelf beminnen, doch niet als hoogste goed. Wie zichzelf haat, kan de ander moeilijk liefhebben; maar wie zichzelf tot maat van alle dingen maakt, bemint in wezen slechts zijn spiegelbeeld. De liefde tot onszelf is bedoeld als maatstaf voor de liefde tot de ander en niet als haar vervanging.

Daarom zegt Christus: “Wie achter Mij wil komen, verloochene zichzelf” (Matteüs 16:24). Die woorden klinken scherp, maar zij bevrijden eerder dan dat zij breken. Zelfverloochening is geen zelfhaat, maar genezing van de egocentrische gebondenheid waarin de mens zichzelf verliest. Zij ordent de liefde: het eigen ik treedt terug om zijn plaats te hervinden in Gods licht. Wie zijn leven verliest in Zijn hand, ontvangt het terug en dan niet verkleind, maar vervuld; niet ontkend, maar voltooid.

Voorbeeld: de influencer en het zelfbeeld

Een jonge influencer krijgt lof en likes, maar voelt zich leeg zodra de aandacht wegebt. Haar amor sui is afhankelijk van publiek applaus. Wanneer zij leert haar waarde te vinden in iets dat niet door mensenhanden bepaald wordt — bijvoorbeeld in geloof, vriendschap, of dienst aan anderen — ontstaat rust. Zij houdt nog steeds van zichzelf, maar niet als middelpunt; ze ziet zichzelf in een groter verband. Dat is de genezing van de wanordelijke eigenliefde: van spiegel naar venster.

“Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.” Augustinus / Bron: Martin Sulman m.b.v. AI Drawing Image Generator

De spanning tussen liefde tot God en liefde tot jezelf

Geen vijanden, maar rivalen

Liefde tot God en liefde tot jezelf lijken op het eerste gezicht tegengesteld. De een roept tot zelfverloochening, de ander tot zelfaanvaarding. Toch zijn ze geen vijanden, slechts rivalen om de eerste plaats. Augustinus zag de wortel van alle zonde niet in haat, maar in verkeerde liefde: de mens wil zichzelf beminnen zonder God, niet in God. Hij kiest voor autonomie boven afhankelijkheid. De strijd van het hart is dus geen oorlog tussen haat en liefde, maar tussen hogere en lagere liefde — tussen het schepsel dat zijn Schepper wil zijn.

De moderne omkering

De hedendaagse mens kent weinig hoger ideaal dan authenticiteit. “Wees trouw aan jezelf” is het nieuwe gebod. Maar wat als het ‘zelf’ verdeeld is? Wat als begeerte en geweten elkaar tegenspreken? Dan wordt zelftrouw eerder een tirannie dan een deugd. Augustinus zou zeggen: het zelf dat zichzelf tot norm maakt, verliest richting. De liefde tot God daarentegen ordent het zelf: zij maakt het niet kleiner, maar waarachtiger. De mens die zich onderwerpt aan iets hogers, ontdekt wie hij werkelijk is.

De paradox van gehoorzaamheid

Liefde tot God is geen onderwerping uit angst, maar instemming uit liefde. Wie God boven alles bemint, ervaart niet verkleining, maar uitbreiding. Zoals een muzikant vrijheid vindt binnen de tonen van een melodie, zo vindt de mens zijn vrijheid binnen Gods orde. Amor Dei (liefde tot God) en amor sui (liefde tot zichzelf) sluiten elkaar dus niet uit, mits het eerste het tweede ordent. Wie zichzelf liefheeft in God, bemint zichzelf zoals hij bedoeld is — niet als centrum, maar als kind.

Voorbeeld: de ambitieuze jongere

Een jonge man droomt van roem in de sport. Zijn discipline is bewonderenswaardig, maar allengs wordt de sport zijn altaar. Succes bepaalt zijn waarde, mislukking zijn identiteit. Wanneer hij echter leert zijn talent te zien als gave in plaats van bewijs, verandert de toon. De liefde tot God herstelt de verhouding: hij blijft even gedreven, maar niet meer verlamd door eigenwaan of angst. Zo blijkt: wie God bemint, verliest niet zichzelf, maar vindt zichzelf in waarheid terug.

Hoe raakt dit de liefde tot de ander?

Liefde als ordenend principe in relaties

Wie leert liefhebben in de juiste orde, ontdekt dat elke relatie een spiegel is van zijn innerlijke rangorde. De manier waarop iemand zijn naaste behandelt, verraadt wat hij werkelijk liefheeft. Wanneer eigenbelang vooropstaat, wordt de ander middel tot zelfbevestiging; wanneer God de eerste is, krijgt ook de ander zijn waardigheid terug. Augustinus stelde: men bemint de naaste in Deo — in God — omdat alleen daarin de liefde zuiver blijft, ontdaan van drang tot bezit of macht.

Van gevoel naar verantwoordelijkheid

De moderne cultuur begrijpt liefde vaak als emotie of aantrekkingskracht. Maar in de christelijke traditie is liefde in de eerste plaats een daad van wil: een beslissing om het goede van de ander te zoeken, ook als het gevoel schommelt. Die overgang van sentiment naar verantwoordelijkheid vormt het hart van ordo amoris. Liefde wordt dan niet grillig, maar trouw; niet consumptief, maar opbouwend. Ze vraagt discipline van het hart — niet in koude beheersing, maar in gerichte toewijding.

Liefde en rechtvaardigheid

Augustinus zag ook de samenleving als een oefenplaats van liefde. Rechtvaardigheid, zei hij, is niets anders dan de juiste orde van liefde in het publieke leven. Een staat zonder ordo amoris is geen gemeenschap, maar een roversbende (De Civitate Dei, XIX,21). Waar liefde recht doet aan de ander, ontstaat recht; waar liefde zichzelf zoekt, ontstaat onrecht. Daarom is naastenliefde niet slechts privédeugd, maar fundament van ethiek en recht.

Voorbeeld: vriendschap als oefenschool

Twee vrienden raken gebrouilleerd omdat de één zich verraden voelt door de ander. In zijn boosheid wil hij afstand, maar beseft dat hij zijn trots verkiest boven de relatie. Wanneer hij zijn wrok in het licht van liefde beoordeelt, ontdekt hij dat vergeving niet zwak is, maar sterk: ze herstelt de orde van liefde boven gekrenkt ego. Zo blijkt ordo amoris niet abstract, maar praktisch: zij leert het hart wegen wat belangrijker is — gelijk of gemeenschap.

De horizon van de liefde

In de naaste ontmoeten we niet alleen een medemens, maar een echo van de Schepper. Wie de ander liefheeft in de juiste orde, bemint het beeld van God in hem. Daarom kan liefde nooit ophouden bij sympathie of voorkeur; zij strekt zich uit tot de vijand, tot wie ons ergert of niets teruggeeft. Daar, waar liefde niets meer wint, openbaart zij haar goddelijke aard. Want de orde van de liefde eindigt niet in ons hart, maar in Gods hart, waar elke ware liefde haar oorsprong en haar voltooiing vindt.

Psychologische en maatschappelijke echo’s

De ik-cultuur als spiegel

Wie om zich heen kijkt, merkt dat de amor sui niet langer zonde heet, maar zelfverwezenlijking. De mens van nu leeft in een spiegelzaal van identiteit: wie ben ik, wat voel ik, hoe kom ik over? Sociale media versterken dat zelfbewustzijn; elk gebaar wordt spiegel, elk beeld bevestiging of afwijzing. Toch groeit, paradoxaal genoeg, ook de leegte. Psychologen signaleren meer burn-out, depressie en angststoornissen dan ooit. Liefde zonder orde blijkt uitputtend. De mens die voortdurend moet presteren om bemind te worden, verliest allengs de rust van het ontvangen.

Een vrouw met donker haar zit in een hurkende positie. Ze heeft haar hoofd in haar handen en kijkt naar beneden, wat een indruk van verdriet, zorg of diepe gedachten geeft.
Depressie / Bron: Johan Larson/Shutterstock.com

De verschuiving van de maatstaf

In vroegere eeuwen lag de maatstaf buiten de mens — in God, natuur, gemeenschap. Nu ligt zij binnenin. “Luister naar je hart,” klinkt het. Maar harten spreken soms met tegenstemmen: begeerte, schuld, verlangen, angst. Zonder oriëntatiepunt buiten zichzelf raakt de mens stuurloos. Augustinus zou zeggen: de mens is rusteloos tot hij rust vindt in God. In moderne termen: wie zichzelf tot absoluut middelpunt maakt, verliest betekenis, want betekenis bestaat slechts in relatie.

Liefde als zelfbevrijding

Toch moeten we die ik-cultuur niet enkel veroordelen. Haar roep om authenticiteit verraadt een diep verlangen naar echtheid, naar erkenning die niet toneelmatig is. De ordo amoris sluit dat verlangen niet uit, maar ordent het: liefde tot jezelf mag bestaan, mits zij ingebed is in een grotere horizon. Wie zichzelf bemint in waarheid — met erkenning van eigen grenzen en afhankelijkheid — bevrijdt zich van de dwang om voortdurend iets te ‘worden’. De mens die zich weet geliefd, hoeft zichzelf niet eindeloos te bewijzen.

Casus: de perfectionistische leerling

Een meisje op de middelbare school haalt hoge cijfers, maar voelt zich nooit goed genoeg. Elk compliment ervaart ze als tijdelijk. Haar liefde tot zichzelf hangt af van prestaties; falen is onverdraaglijk. Wanneer ze leert dat haar waarde niet afhangt van succes maar van gegevenheid — dat ze mag bestaan — verandert haar houding. Ze werkt nog even hard, maar met vrede in plaats van angst. Hier raakt de psychologische ervaring aan de oude wijsheid van de ordo amoris: orde is geen wet, maar bevrijding.

Liefde als maatschappelijk tegenwicht

Ook maatschappelijk heeft de wanorde van liefde haar prijs. Relaties worden vluchtiger, gemeenschappen brozer, instituties kouder. Waar ieder zijn eigen geluk als hoogste goed najaagt, blijft weinig ruimte over voor trouw, dienst en genade. De ordo amoris is daarom niet slechts een innerlijke discipline, maar een culturele noodzaak. Zij herinnert ons eraan dat samenleven pas mogelijk is wanneer mensen leren het eigene te relativeren ten gunste van iets hogers — waarheid, recht, of eenvoudigweg de ander.

Een korte epiloog

De wereld zal altijd nieuwe vormen van liefde zoeken, maar de oude vraag blijft dezelfde: wat beminnen wij het meest? De orde van de liefde is geen schema voor heiligen, maar een routekaart voor zoekende mensen. Zij leert niet minder lief te hebben, maar beter. Want pas waar liefde haar juiste plaats vindt, vindt ook de mens die van zichzelf.

🗨️ Reacties en ervaringen

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt bijvoorbeeld je gedachten delen over hoe jij de strijd tussen amor sui en ordo amoris ervaart, of hoe genade jouw liefdesorde heeft veranderd. Ook tips voor verdere lectuur of doordenking zijn welkom.

Wij stellen reacties zeer op prijs. Reacties worden niet automatisch (direct) gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie zijn gelezen, om ‘spam’ of anderszins ongepaste reacties eruit te filteren. Hier kunnen soms enkele uren overheen gaan. Dank voor je begrip – en voor je bijdrage aan het gesprek.