Last Updated on 28 november 2025 by M.G. Sulman
De Drie-eenheid klinkt voor velen als een ingewikkelde theologische puzzel; drie Personen, één God, hoe moet je dat voor je zien? Toch ontstaat dit geloof niet in een lesboek maar in de geschiedenis zelf: in de komst van Jezus, Zijn woorden en daden, Zijn dood en opstanding, en de komst van de Heilige Geest. De Bijbel gebruikt daarbij termen die soms abstract lijken, zoals wezen (wat God in Zijn diepste kern is) en persoon (een Iemand die spreekt, liefheeft en handelt), maar de rode draad blijft eenvoudig: God laat Zich kennen in liefde, nabijheid en relatie. Wie die lijn eenmaal ziet, merkt dat de Drie-eenheid niet een vreemd bijproduct is, maar het kloppend hart van het christelijk geloof.
Inhoud
- 1 Waar de Drie-eenheid begint: niet in een woord maar in een gebeurtenis
- 2 Wat ‘persoon’ en ‘wezen’ bij God betekenen
- 3 De drie lijnen die de hele Schrift dragen
- 4 Hoe de apostelen trinitarisch leren denken
- 5 Jezus’ woorden die alleen God kan spreken
- 6 Bijbelteksten die de Drie-eenheid impliciet dragen
- 7 De uitwisseling tussen Vader, Zoon en Geest
- 8 Waarom sommige visies misgaan (en waarom dat ertoe doet)
- 9 Hoe de Drie-eenheid praktisch wordt in het dagelijks geloof
- 10 Hoe je dit zelf leert uitleggen (ook aan sceptici)
- 11 De Drie-eenheid als hartslag van de christelijke traditie
- 12 God kennen zoals Hij Zich heeft gegeven
- 13 Lees verder
- 14 Geraadpleegde literatuur
- 15 Reacties en ervaringen
Waar de Drie-eenheid begint: niet in een woord maar in een gebeurtenis
Het opvallende probleem: een groot begrip zonder bijbels trefwoord
Wie in een Bijbel-app zoekt op het woord Triniteit krijgt nul hits, en in een papieren concordantie vind je het evenmin. Dat voelt bijna paradoxaal: een van de kernwaarheden van het christelijk geloof zonder eigen hoofdstuk, lemma of handreiking. Maar die afwezigheid is misleidend eenvoudig; alsof je in een dagboek zoekt naar het woord ‘liefde’ terwijl elke pagina erdoor ademt. Het Nieuwe Testament introduceert geen abstracte terminologie, maar beschrijft een reeks gebeurtenissen waaruit een nieuwe werkelijkheid oplicht: Vader, Zoon en Geest treden gezamenlijk naar voren.
De stille ruimte tussen Maleachi en Matteüs
Tussen de laatste regel van Maleachi en het eerste vers van Matteüs ligt geen lege ruimte, maar de plek waar de openbaring omslaat in geschiedenis. In die ‘boekrug’, die smalle tussenruimte, is alles gebeurd wat de Drie-eenheid zichtbaar maakt: de Zoon wordt mens, leeft, sterft en staat op; daarna wordt de Heilige Geest uitgestort. Theologische termen zoals incarnatie (God die mens wordt) en opstanding (Jezus die echt, lichamelijk leeft na de dood) klinken soms zwaar, maar beschrijven gebeurtenissen die het godsbeeld voorgoed veranderen. Het Nieuwe Testament wordt vervolgens geschreven door mensen die die werkelijkheid al kennen; daarom klinkt de trinitarische toon als vanzelfsprekend.
Een voorbeeld uit het gewone leven: gedeelde ervaring vereist geen uitleg
Stel dat je met een groep vrienden een week op kamp bent geweest. Wie later appt: “Weet je nog die avond bij het kampvuur?”, hoeft niets toe te lichten; iedereen vult het zelf aan. De gebeurtenis is zó sterk aanwezig dat een zinsnede volstaat. Zo ook bij de apostelen: zij wandelden met Jezus, hoorden Zijn woorden, zagen Zijn opstanding en ervoeren Pinksteren. Daarom spreken zij zonder schroom over de liefde van de Vader, de genade van de Zoon en de kracht van de Geest. Geen technisch schema; gedeelde werkelijkheid.
Allengs zie je dan hoe de Drie-eenheid niet begint in een leerstelling, maar in Gods daden in de tijd.
Wat ‘persoon’ en ‘wezen’ bij God betekenen
Het begrip ‘wezen’: wat God tot God maakt
Wanneer christenen zeggen dat God één wezen heeft, bedoelen zij niet iets mystieks, maar iets eenvoudigs: het wezen is wat iemand in zijn diepste kern is. Bij mensen is dat beperkt; wij zijn sterfelijk, begrensd en tijdsgebonden. Bij God is het wezen oneindig, eeuwig en niet afhankelijk van iets buiten Hem. Een vergelijking helpt: een steen bestaat (dus heeft wezen), maar heeft geen gedachten of bedoelingen. Hij kan wel op je teen vallen, maar hij doet het niet omdat hij iets wil. Zo zie je dat wezen iets anders is dan bewustzijn of persoonlijkheid.
Het begrip ‘persoon’: een Iemand die spreekt, liefheeft en handelt
Een persoon is geen lichaam, maar een Iemand met een wil, een stem, relaties en een eigen manier van handelen. In de Bijbel zie je dat Jezus tot de Vader spreekt, dat de Vader Hem liefheeft en dat de Geest leidt, troost en onderwijst. Dit zijn geen rollen in een toneelstuk, maar drie onderscheiden Iemanden binnen het ene goddelijke wezen. Dat woord ‘persoon’ is dus geen menselijke projectie, maar een poging om recht te doen aan wat de Schrift zelf laat horen: echte communicatie en echte wederkerigheid.
Waarom “drie manieren van verschijnen” niet klopt
Vaak denken mensen — te goeder trouw — dat de Drie-eenheid betekent dat God zich in drie “vormen” laat zien, zoals water dat ijs, vloeistof of damp kan worden. Dat klinkt aantrekkelijk eenvoudig, maar het gaat mis op één cruciaal punt: Jezus bidt tot de Vader. Je kunt niet tot een “andere verschijningsvorm” van jezelf bidden. Dat zou zijn alsof je in de spiegel staat te praten en de spiegel terugpraat. De Bijbel laat echte, onderscheiden Personen zien; geen afwisselende modi of maskers.
Waarom dit taalveld nodig is
Deze woorden — wezen en persoon — zijn geen ingewikkelde filosofie, maar hulpmiddelen om te verwoorden wat de Bijbel laat zien: God is één in wat Hij is, en drie in Wie Hij is. Zonder dat onderscheid ontstaan er misverstanden die de Bijbelteksten in de knel brengen. Met dit onderscheid vallen de puzzelstukken juist op hun plek: Jezus spreekt tot de Vader, de Geest daalt neer op de Zoon, en toch is er maar één God.
Het voelt misschien als een conceptuele oefening, maar het is in werkelijkheid een geloofsdaad: God erkennen zoals Hij Zichzelf heeft laten kennen; niet kleiner, niet platter, maar in de volheid van Zijn openbaring.
“God is één in wat Hij is, en drie in Wie Hij is.”
De drie lijnen die de hele Schrift dragen
De eerste lijn: er is maar één God
Door heel de Bijbel klinkt een hardnekkige en consequente overtuiging: er bestaat maar één ware God. Dat monotheïsme is geen theoretische stelling, maar een belijdenis die het volk Israël letterlijk dagelijks uitsprak. “Hoor, Israël: de HEERE is onze God, de HEERE is één.” Die zin was hun raison d’être; hij gaf richting, identiteit en houvast. Men kan het zo begrijpen: de Bijbel begint niet bij ‘drie’, maar bij ‘één’. Alles wat later volgt blijft stevig verankerd in dat fundament.
De tweede lijn: drie onderscheiden Personen
Vanuit dat ene goddelijke wezen zie je telkens weer drie onderscheiden stemmen oplichten. Jezus bidt tot de Vader, de Vader spreekt vanuit de hemel en de Geest daalt neer op de Zoon. Dat zijn geen wisselende kostuums of tijdelijke verschijningsvormen; het zijn drie Iemanden die met elkaar spreken, elkaar liefhebben en handelen. Een voorbeeld maakt dat helder: als Jezus in Johannes 17 zegt “Verheerlijk Mij bij Uzelf,” gebruikt Hij taal die alleen zinvol is wanneer Hij daadwerkelijk tot een Ander spreekt. Die relationele dynamiek loopt als een dun maar onverwoestbaar draadje door heel de Schrift.
De derde lijn: volledige goddelijkheid van Vader, Zoon en Geest
De drie Personen die we onderscheiden, delen volledig in de goddelijke majesteit. De Vader schept, de Zoon schept, de Geest schept. De Vader wekt Christus op, Christus staat op door Zijn eigen gezag, en de Geest doet Hem opstaan met kracht die ook gelovigen levend maakt. Als drie mensen bij een project betrokken zijn, doen ze allemaal een klein deel. Maar in de Bijbel zijn Vader, Zoon en Geest volledig betrokken bij hetzelfde goddelijke werk; dat is een heel ander niveau. Het Nieuwe Testament durft daarbij woorden te gebruiken die verrassend direct zijn: Jezus wordt aangesproken als Heer; de titel die in het Grieks dezelfde gewichtige klank heeft als de naam van God Zelf in het Oude Testament.
Hoe die drie lijnen samen één geheel vormen
Wanneer je deze drie lijnen naast elkaar legt — één God, drie Personen, volledige goddelijkheid — krijg je geen puzzel waar stukjes niet passen, maar een patroon dat steeds duidelijker wordt. De Bijbel bouwt geen koude wiskunde, maar een relationele werkelijkheid. De Drie-eenheid is de bron waaruit het hele geloof ontspringt: de liefde van de Vader, de genade van de Zoon, de kracht van de Geest. Hiermee staat of valt het christelijk wereldbeeld; zonder deze drie lijnen blijft de Bijbel fragmentarisch, maar mét deze lijnen vallen de teksten als vanzelf in een harmonische samenhang.
Hoe de apostelen trinitarisch leren denken
Petrus als iemand die de Drie-eenheid meemaakte
Petrus schreef geen trinitarisch handboek; hij lééfde de Drie-eenheid. Hij liep drie jaar lang met Jezus mee, hoorde Zijn stem, zag Zijn wonderen en luisterde naar Zijn gebeden. Op de berg van de verheerlijking hoorde hij vervolgens de stem van de Vader, een moment waarop hemel en aarde elkaar raakten. En daarna, op de Pinksterdag, ervoer hij hoe de Heilige Geest kwam als kracht, troost en richting. Petrus hoeft de Drie-eenheid niet te bewijzen; hij ademt haar. Petrus kende God niet vanuit theorie, maar van nabij.
De stem van de Vader, de nabijheid van de Zoon, de kracht van de Geest
De apostelen schreven vanuit een gedeelde geschiedenis. Ze hadden gezien hoe Jezus bad, hoe Hij Zich tot de Vader verhief en hoe Hij beloofde dat de Trooster zou komen. Toen die Trooster — de Heilige Geest — daadwerkelijk neerdaalde, werd de puzzel compleet. De relatie tussen Vader, Zoon en Geest was geen gedachte-experiment, maar een beleefde werkelijkheid. Daarmee werd hun taal vanzelfsprekend trinitarisch: wie zo geleefd heeft, schrijft niet meer in losse categorieën.
Paulus neemt de Shema en opent haar in het licht van Christus
In 1 Korintiërs 8:6 doet Paulus iets wat voor Joodse oren gedurfd klonk: hij neemt de eeuwenoude belijdenis “De HEERE is één” en laat haar opnieuw klinken. Hij spreekt over “één God, de Vader” en “één Heer, Jezus Christus”; woorden die de Joodse Shema weerspiegelen in een vernieuwde vorm. Voor een tiener kun je het zo schetsen: Paulus verandert de Shema niet, maar laat zien dat Jezus erbinnen past. De eenheid van God blijft, maar wordt nu gevuld met een naam en een gezicht.
Trinitarisch spreken wordt vanzelfsprekend taalgebruik
Wanneer je merkt hoe natuurlijk de apostelen over de Drie-eenheid spreken, zie je dat zij de werkelijkheid zelf al kenden voordat er een term werd bedacht. De Bijbel gebruikt geen technische schema’s; zij gebruikt gebeden, brieven, ervaringen, gesprekken. Als Paulus schrijft “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen,” geeft hij geen les, maar benoemt hij een gedeelde werkelijkheid. Net zoals vrienden stilzwijgend begrijpen waar een herinnering vandaan komt.
De Drie-eenheid als beleefde realiteit
De apostelen geloofden niet in een idee, maar in een God die Zich liet kennen in drie Personen. Zij keken niet terug op een definitie, maar terug op een weg: Jezus die leefde en stierf, de Vader die Hem bevestigde, de Geest die hen wakker maakte tot geloof. Daarom klinkt hun taal zo zeker, zo ongeforceerd; niet omdat zij alles konden uitleggen, maar omdat zij de Drie-enige God hadden ontmoet.
Aldus wordt duidelijk dat de Drie-eenheid niet ontstaat in de studeerkamer, maar in de omgang met God Zelf: Vader, Zoon en Heilige Geest, verweven in één levende geschiedenis.
Jezus’ woorden die alleen God kan spreken
“Kom tot Mij… en Ik zal u rust geven”
Jezus gebruikt taal die opmerkelijk eerlijk is: Hij nodigt mensen uit om naar Hém te komen, niet alleen naar Zijn boodschap. Hij zegt niet: “Ik zal u vertellen hoe u rust vindt,” maar: “Ik geef u rust.” Dat is het soort uitspraak dat een profeet nooit durfde te doen. Mozes verwijst naar God. Jesaja wijst naar God. Johannes de Doper wijst radicaal weg van zichzelf. Jezus daarentegen trekt mensen naar Zich toe alsof Hij de bron van vrede is. Voor een 16-jarige kun je het zo duiden: dit klinkt alsof iemand de deur zelf is, niet alleen de wegwijzer.
De “Ik ben”-uitspraken en hun gewicht
In Johannes 8 zegt Jezus: “Voor Abraham was, ben Ík.” Hij gebruikt daar het zeldzame en geladen “Ik ben”. Dat is dezelfde zelfaanduiding waarmee God Zich in het Oude Testament bekendmaakt. Een gewone mens zou zo’n zin nooit uitspreken zonder onmiddellijk te worden gecorrigeerd. De reactie van het publiek in Johannes 8 is dan ook fel: zij begrijpen dat Jezus Zichzelf naast de Naam van God plaatst. Zulke uitspraken zijn geen poëtische overdrijving; zij leggen bloot wie Jezus denkt te zijn, en wie Hij werkelijk is.
Bidden tot Jezus: een praktijk die alleen zinvol is als Hij God is
In Johannes 14 zegt Jezus tegen Zijn leerlingen dat zij, wanneer Hij teruggekeerd is naar de Vader, “in Zijn Naam” dingen mogen vragen en dat Hij Zelf het zal doen. Dat is geen vage spirituele uitspraak, maar een directe verwijzing naar gebed. Bidden betekent: spreken tot God, erkennen dat Hij jou hoort en antwoordt. Dat vroege christenen bekendstonden als mensen die “de Naam van de Heer aanroepen,” laat zien hoe centraal dit stond. Jezus verwachten te kunnen aanspreken is alleen logisch wanneer Hij meer is dan een leraar; het is het handelen richting een goddelijke Persoon.
De vanzelfsprekendheid van aanbidding
De eerste christenen aarzelden niet om Christus te eren, te prijzen en te aanbidden. Dat is opvallend, zeker omdat zij Joden waren die hun hele leven hadden geleerd dat aanbidding uitsluitend toekomt aan God. Als Jezus alleen een mens was geweest, zou dit ondenkbaar zijn. Dat de gemeente Zich zó snel en zó spontaan richt op Christus, laat zien dat Zijn woorden en daden hen tot één conclusie dwongen: Hier staat geen schepsel, maar de Heer Zelf.
Wat dit zegt over de Drie-eenheid
De woorden van Jezus zijn het hart van het trinitarische geloof. Niet omdat theologenen ze later zo uitlegden, maar omdat Jezus Zélf spreekt als iemand die de plaats, de autoriteit en de heerlijkheid van God inneemt. Hij troost als God, vergeeft als God, roept als God en wordt aanbeden als God. Deze manier van spreken en handelen maakt duidelijk dat de Drie-eenheid geen bedacht systeem is, maar een geleefde realiteit: de Vader zendt, de Zoon spreekt, de Geest bevestigt.
Zo ontstaat een beeld van God dat tegelijk eenvoudig en majestueus is: één God, maar niet eenzaam; volheid van leven, liefde en nabijheid — en alles zichtbaar in de woorden van Jezus die alleen God kan uitspreken.
Bijbelteksten die de Drie-eenheid impliciet dragen
De doopformule: één Naam die drie Personen omvat
Wanneer Jezus Zijn leerlingen uitzendt, zegt Hij iets dat voor Joodse oren revolutionair was: mensen moeten worden gedoopt “in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Het gaat niet om drie namen, maar één Naam; één goddelijke identiteit waarin drie Personen worden uitgesproken. In de tijd van de Bijbel betekende “in iemands naam” dat je definitief bij die persoon hoorde, alsof je publiekelijk verklaarde: ik ben zijn eigendom, zijn leerling, zijn huisgenoot. Voor een jonge lezer kun je het vergelijken met een officieel teamshirt: je draagt de kleuren van de club die jou voortaan bepaalt.
De zegen van Paulus: genade, liefde en gemeenschap
Aan het einde van 2 Korintiërs schrijft Paulus een zinnetje dat je bijna over het hoofd ziet: “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.” Er staat geen inleidende uitleg, geen voetnoot en ook geen schema. Paulus gebruikt trinitarische taal alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Dat komt doordat de kerk al leefde vanuit de opstanding van Jezus en de komst van de Geest; de Drie-eenheid was voor hen geen formule, maar hun adem.
Trinitarische patronen in de gebeden van het Nieuwe Testament
Veel christelijke gebeden uit het Nieuwe Testament volgen een herkenbare beweging: tot de Vader, door de Zoon, in de Geest. Dat klinkt misschien plechtig, maar het is in wezen eenvoudig. De Vader is de Bron, de Zoon de Middelaar, de Geest de Levende Kracht. Dit patroon zie je terug in talloze lofzangen, dankgebeden en brieven. Het maakt duidelijk dat christenen niet drie goden aanspreken, maar één God die Zich in drie Personen aan hen heeft geschonken.
Onuitgesproken vanzelfsprekendheid
De opmerkelijke kracht van deze teksten zit in hun ‘nonchalance’. De Bijbel brengt de Drie-eenheid niet binnen via een theologisch college, maar via alledaagse zinnen, praktische aanwijzingen en pastorale woorden. De doopformule is een opdracht. De zegen van Paulus is een groet. De gebedspatronen zijn onderdeel van gewone geloofspraktijk. Als je deze laag eenmaal ziet, begrijp je waarom de Drie-eenheid niet als bouwschema in de Bijbel staat: zij bestaat als geleefd leven en niet als filosofisch model.
Hoe deze teksten samen de contouren vormen
Wanneer je de doopformule, de apostolische zegen en de gebedstaal naast elkaar legt, tekent zich een krachtig beeld af. Niet statisch, doch dynamisch. Niet ingewikkeld, maar rijk. Het is alsof drie stemmen klinken binnen één melodie. De Bijbel vraagt je niet alle noten te doorgronden; ze nodigt je uit om de harmonie te horen.
Zo zie je hoe Bijbelteksten die op het eerste gezicht eenvoudig lijken, een onderstroom dragen die diep en helder is: Vader, Zoon en Heilige Geest; één Naam, één God, één gedeelde goddelijke werkelijkheid.
De uitwisseling tussen Vader, Zoon en Geest
De Zoon die tot de Vader bidt
In Johannes 17 hoor je iets dat onmogelijk te combineren is met het idee dat God slechts in verschillende “rollen” optreedt. Jezus bidt tot de Vader en spreekt Hem aan als een Ander: “Verheerlijk Mij bij Uzelf.” Dat gebed is geen innerlijke dialoog of poëtische metafoor, maar een ontmoeting tussen twee Personen. In de taal van de Schrift werkt dat concreet: de Zoon vraagt, de Vader hoort, en er is liefde tussen beiden. Voor een 16-jarige is dit goed te denken als een relatie waarin twee stemmen elkaar werkelijk nodig hebben om verstaan te worden.
De Geest die verheerlijkt en leidt
De Heilige Geest verschijnt in het Nieuwe Testament nooit als een vage kracht, maar als een Persoon die handelt, spreekt, leidt en troost. Jezus zegt dat de Geest “Mij zal verheerlijken”; een zin die alleen betekenis heeft als de Geest niet simpelweg een invloed is, maar iemand die bewust handelt. In Handelingen zie je dezelfde persoonlijkheid: de Geest stuurt Paulus een andere kant op, legt dingen op het hart, en bemoedigt de gemeente. De Geest staat niet op zichzelf, maar wijst naar de Zoon; en tegelijkertijd komt Hij voort uit de Vader. Een driehoek van wederzijdse beweging.
Drie Personen met één doel: verlossing
In de verlossingsgeschiedenis wordt het onderscheid nog tastbaarder. De Vader zendt, de Zoon gehoorzaamt, de Geest vernieuwt. Dat is geen hiërarchie in waardigheid, maar een harmonie in rolverdeling. De Vader behield Zijn goddelijke majesteit toen de Zoon mens werd; de Zoon verloor Zijn goddelijkheid niet toen Hij aan het kruis hing; de Geest werd niet minder God doordat Hij in gelovigen woont. Ze werken samen zoals een ademhaling samenwerkt met hartslag en bloedsomloop: onderscheiden, maar onlosmakelijk verbonden.
De ‘economische’ Drie-eenheid: een woord met uitleg
Theologen noemen dit de economische Drie-eenheid. Dat klinkt hoogdravend, maar betekent eenvoudig: de Drie-eenheid zoals God Zich laat zien in de geschiedenis, in Zijn handelen. Economie betekent hier “huishouding” — hoe God Zijn reddingsplan uitvoert. Het gaat dus niet om wie God in Zichzelf is (dat noemen we de immanente Drie-eenheid), maar om hoe Hij werkt in de wereld. Een voorbeeld helpt: wie een huis binnenloopt, ziet de bewoners door hun handelen; iemand kookt, iemand repareert iets, iemand verzorgt de planten. Zo ook bij God: je leert Hem kennen door Zijn daden.
“Je leert God kennen door Zijn daden.”
Wat deze uitwisseling ons leert over God
Wie de Drie-eenheid los zou maken van de werkelijkheid van deze interactie, houdt een abstract begrip over. Maar wie kijkt naar de uitwisseling tussen Vader, Zoon en Geest, ontdekt iets verrassend eenvoudigs: God is relationeel. Liefde is niet iets dat Hij pas voelt als er een wereld is; liefde is wat Hij eeuwig heeft binnen Zichzelf. Dit maakt het christelijk godsbeeld zo uniek: geen eenzame godheid ergens boven de wolken, maar een levende gemeenschap van liefde; één Wezen, drie Personen, volledig verenigd.
De Drie-eenheid als ritme van de Bijbel
Van doop tot gebed, van schepping tot verlossing, van Pinksteren tot het laatste visioen van Openbaring: de Bijbel laat een ritme horen van Vader, Zoon en Geest. Dat ritme is geen dogmatische uitvinding, maar de hartslag van de christelijke boodschap. Je hoeft de term ‘Triniteit’ niet te kennen om de Drie-eenheid tegen te komen; de tekst zelf drijft eraan, zinsnede na zinsnede.
Hier, in dit samenspel, zie je waarom christelijk geloof geen theoretisch schema is, maar een levende ontmoeting. Vader, Zoon en Geest bewegen samen en dan niet als drie goden, niet als drie manieren van doen, maar als één God die zich in liefde en daad laat kennen.
Waarom sommige visies misgaan (en waarom dat ertoe doet)
Wanneer het portret van Christus verschuift
In bijna elke afwijkende leer over God begint de misser bij Jezus. De eeuwen door hebben mensen moeite gehad met het idee dat één Mens tegelijk volledig God kan zijn. Daardoor ontstaan theologische systemen die op het oog logisch lijken, maar onder de oppervlakte breken met de Bijbel zelf. Het lijkt soms onschuldig — een kleine verschuiving in taal of beeld — maar de gevolgen zijn ingrijpend. Als je Jezus verandert, verandert je hele godsbeeld; en als je godsbeeld verandert, verandert alles daarna. Het lijkt op een rij dominostenen die keurig is opgebouwd: één steen die van positie verandert, zet een beweging in gang die de hele structuur herschikt. Zo werkt theologie altijd; een kleine afwijking bij Christus wordt allengs een andere kijk op God, op mens, op verlossing.
Jehovah’s Getuigen: een Christus die schepsel blijft
Jehovah’s Getuigen zien Jezus als een hoog schepsel, de aartsengel Michaël in een menselijke gedaante. Dat klinkt misschien eerbiedig, maar het haalt de fundamentele belijdenis onderuit dat Jezus de Heer is, de Kyrios, de Naam van God die in het Oude Testament wordt gebruikt voor YHWH. Als Jezus slechts een wezen tussen God en mens is, valt er iets weg dat het Nieuwe Testament voortdurend benadrukt: alleen God kan redden. Een schepsel kan geen schepper zijn; een gezant kan geen zaligmaker zijn. De hele structuur van verlossing raakt hierdoor uit balans.
Mormonen: meerdere goden in plaats van één
Bij de Mormonen is het probleem anders maar niet minder diepgaand. Hun traditie leert dat God de Vader, Jezus en de Heilige Geest drie afzonderlijke goden zijn, verbonden door een soort hemels verbond. Dat lijkt misschien op “drie Personen”, maar in werkelijkheid introduceert het drie zelfstandige godheden. Daarmee verlaat men de bijbelse belijdenis van Deuteronomium 6:4. Het gevolg? Het geloof verliest de eenheid en absolute majesteit van God. Het lijkt een kleine schuifbeweging, maar het ondermijnt het fundament waarop heel de Schrift rust.
Modalisten: één Persoon in drie rollen
De derde groep die vaak opduikt, zijn de modalisten, soms bekend als “Oneness”-gelovigen. Zij stellen dat God één Persoon is die zich in drie rollen voordoet, soms als Vader, soms als Zoon, soms als Geest. Het lijkt elegant en eenvoudig, maar het botst frontaal met de manier waarop de Bijbel spreekt. Jezus bidt tot de Vader, de Vader antwoordt, de Geest daalt neer: dat is geen toneelstuk maar echte relatie. Modalistische taal kan vriendelijk klinken, maar ze dooft het hart van het evangelie uit, want zonder echte Zoon en echte Vader verdwijnt ook de liefde tussen hen.
Waarom deze verschillen niet technisch zijn, maar existentiëel
Het lijkt soms een luxeprobleem: maakt één zo’n verschilpunt nu echt zoveel uit? Toch blijkt steeds het tegenovergestelde. Een verkeerd godsbeeld raakt vroeg of laat aan heel praktische geloofszaken. Hoe bid je? Tot wie wend je je? Wat betekent verlossing? Hoe zeker is de liefde van God? Als God niet relationeel is in Zichzelf, hoe kan Hij dan liefde zijn vóórdat er mensen bestonden? Als Jezus niet volledig God is, hoe kan Hij dan een wereld dragen?
Theologie gaat hier niet over abstracte puzzels, maar over het fundament waarop mensen hun leven bouwen. Je kunt een muur schilderen zonder het huis te veranderen, maar als je aan de dragende balken zit, zakt het hele bouwwerk in. Zo werkt het ook met deze visies: zodra Gods eigen Zelfopenbaring wordt ingeperkt, verandert de hele structuur van het geloof.
“Als God niet relationeel is in Zichzelf, hoe kan Hij dan liefde zijn vóórdat er mensen bestonden?”
Waar het uiteindelijk om draait
Dit hoofdstuk laat zien dat afwijkende visies op de Drie-eenheid nooit onschuldig zijn. Ze schuiven, soms amper merkbaar, het centrum van het geloof opzij. Niet de discussie om de discussie is belangrijk, maar de vraag wie God werkelijk is; de God die Zichzelf heeft bekendgemaakt in Vader, Zoon en Heilige Geest. Alleen wanneer dat beeld helder blijft, blijft het evangelie helder.
Daarom is het zo wezenlijk om deze verschillen niet achteloos weg te wuiven. In de kern gaat het nooit om semantiek, maar om waarheid; om de God die is, niet de God die wij misschien liever zouden construeren.
Hoe de Drie-eenheid praktisch wordt in het dagelijks geloof
Bidden tot de Vader door de Zoon in de Geest
In het Nieuwe Testament stroomt gebed als vanzelf langs een herkenbare lijn: je wendt je tot de Vader, komt tot Hem door het werk van de Zoon, en wordt gedragen door de kracht van de Geest. Je kunt het vergelijken met een orkest: de dirigent geeft leiding, de musici brengen de muziek tot leven, en de geluidstechnicus zorgt dat alles helder en in balans klinkt. Drie onderscheiden rollen, één uitvoering die alleen bestaat doordat zij samen handelen. Het is geen ingewikkelde formule, maar een ritme waarin elke Persoon zijn eigen rol heeft. Die beweging vormt stilletjes het hart van christelijke devotie.
Aanbidding die weet tot Wie zij spreekt
Aanbidding krijgt kleur naarmate je beter begrijpt Wie God is. Een lied klinkt anders wanneer je beseft dat niet een abstracte kracht je draagt, maar een levende God die in Zichzelf liefde en relatie is. Je zingt tot de Vader die je kent, dankzij de Zoon die je redt, met de Geest die je hart opent. Aanbidding wordt daarmee niet extatischer, maar helderder. Ze wordt minder afhankelijk van emoties en meer van waarheid. Dat levert geen koude liturgie op, maar een warme helderheid; alsof je eindelijk ziet tot Wie je je woorden richt.
De Drie-eenheid en identiteit: wie jij bent als gedoopte
Christenen worden gedoopt “in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Dat betekent: je leven valt voortaan binnen die ene Naam. Je identiteit is niet langer een losse verzameling keuzes of stemmingen; ze wortelt in Gods eigen werkelijkheid. Voor jongeren kan dit verrassend bevrijdend zijn: je hoeft jezelf niet uit het niets te verzinnen. Je hoeft niet constant te bepalen wie je “eigenlijk” bent. Je draagt de Naam van de Drie-enige God, en dat geeft een vaste plaats om te staan; een ankerpunt in een wereld die soms als drijfzand voelt.
De Geest die het geloof levend houdt
De Heilige Geest is niet een optionele bijrol, maar de Persoon die het geloof voortdurend voedt en verfrist. Hij herinnert, overtuigt, troost en duwt je in de goede richting wanneer je eigen kracht tekortschiet. Je zou kunnen zeggen: de Geest maakt de leer van de Drie-eenheid concreet in het dagelijks leven. Zonder Hem blijft het geloof theorie; met Hem wordt het een weg. Hij verbindt je met Christus en leert je de Vader herkennen in momenten van vreugde en van strijd.
De Drie-eenheid als dagelijks kompas
Wie de Drie-eenheid begrijpt, denkt niet alleen “juist” over God, maar leert ook op een andere manier naar de werkelijkheid kijken. Liefde is geen toevallig product van biologie, maar een echo van de eeuwige liefde tussen Vader, Zoon en Geest. Vergeving is geen zwaktebod, maar een weerspiegeling van het hart van de Zoon. Hoop is geen optimisme, maar een geschenk van de Geest die toekomst opent.
Zo wordt duidelijk dat de Drie-eenheid geen ver-van-je-bed-theologie is, maar een praktisch kompas. In elke stap van het geloof — bidden, twijfelen, groeien, vallen en herstellen — ontmoet je de Drie-enige God. Niet als drie puzzelstukjes, maar als één levende werkelijkheid die je draagt.
Hoe je dit zelf leert uitleggen (ook aan sceptici)
De drie ankerwaarheden paraat hebben
Wanneer iemand vraagt hoe de Drie-eenheid werkt, hoef je geen college te geven. Je hebt vooral drie ankerwaarheden nodig die de Bijbel steeds opnieuw bevestigt: er is maar één God; Vader, Zoon en Geest zijn drie onderscheiden Personen; en elke Persoon is volledig God. Deze drie lijnen vormen samen een kader waarmee bijna elke vraag te adresseren is. Het helpt om ze niet als formules te onthouden, maar als drie kleuren die samen het hele schilderij vormen.
Het gesprek rustig en helder houden
In gesprekken — of dat nu in een klaslokaal, op een verjaardag of in een felle online discussie is — gaat het zelden mis op inhoud, maar vaak op tempo. Mensen raken verstrikt in ingewikkelde termen of voelen zich overweldigd. Wie de Drie-eenheid wil uitleggen, doet er goed aan het ritme laagdrempelig te houden. Begin niet bij abstracties, maar bij concrete scènes: Jezus die bidt, de Geest die neerdaalt, de Vader die spreekt. Dat zijn herkenbare momenten die bijna iedereen begrijpt. Vanuit die scènes kun je rustig verder bouwen.
Een voorbeeldgesprek in vogelvlucht
Stel dat iemand zegt: “Drie-enigheid klinkt als wiskundige onzin.” Je kunt dan beginnen bij het onderscheid tussen wezen en persoon. Het wezen is wat God is — oneindig, eeuwig — en een persoon is wie God is — Vader, Zoon, Geest. Dat zijn geen losse puzzelstukjes, maar twee verschillende categorieën. Voor een scepticus werkt die helderheid bevrijdend: het haalt het gesprek uit de sfeer van getallen en plaatst het in de sfeer van relatie. Je hoeft geen filosofisch genie te zijn om zo’n gesprek te voeren; je hoeft vooral te laten zien hoe de Bijbel zelf spreekt.
De waarde van memorisatie
Wie een paar kernteksten uit het hoofd kent, staat vaak verrassend sterk. Denk aan Johannes 1:1 (de goddelijkheid van de Zoon), Johannes 17:5 (de eeuwige relatie tussen Vader en Zoon), Matteüs 28:19 (de doopformule) en 2 Korintiërs 13:14 (de apostolische zegen). Het zijn geen “bewijsteksten”, maar vensters op Gods wezen. Wanneer iemand een scherpe vraag stelt, kun je terugvallen op dit kleine innerlijke reservoir. Memoreren is geen ouderwetse discipline; het is een manier om het geloof paraat te houden, juist in onverwachte situaties.
Hoe je de ander betrekt zonder te dwingen
Een goed gesprek over de Drie-eenheid ontstaat niet wanneer je de ander met argumenten overweldigt. Het ontstaat wanneer je uitnodigt tot meekijken. Je zegt niet: “Zo zit het en punt uit,” maar: “Kijk eens naar hoe Jezus spreekt… merk je dat?” Door iemand uit te nodigen het Bijbelverhaal zelf te volgen, ontstaat ruimte voor inzicht zonder druk. De waarheid van de Drie-eenheid is namelijk niet een rationele truc, maar een openbaring die zichtbaar wordt in het leven van Jezus en de komst van de Geest.
Leren spreken zoals de apostelen
Wie lang genoeg kijkt naar de manier waarop de apostelen schrijven, ziet dat zij niet haastig redeneren maar rustig getuigen. Ze laten de feiten spreken: de stem van de Vader, het licht van de Zoon, het werk van de Geest. Die toon is instructief. Je hoeft geen verdediging op te bouwen als een muur; je mag spreken als iemand die iets heeft gezien. Dat verlaagt de spanning in het gesprek en verhoogt de helderheid. Want uiteindelijk is dit het hart van apologetiek: niet winnen, maar verhelderen.
Het uiteindelijke doel: de werkelijkheid laten zien
In alle gesprekken, hoe scherp of vriendelijk ook, blijft het doel gelijk: de werkelijkheid tonen zoals God die heeft geopenbaard. De Drie-eenheid is geen menselijke puzzel, maar Gods zelfopenbaring in geschiedenis, vlees en Geest. Wie dat voor ogen houdt, spreekt rustiger, luistert beter en staat steviger.
Zo wordt uitleggen geen wedstrijd, maar een uitnodiging: kijk naar Christus, luister naar Zijn woorden, zie de Geest werken en ontdek hoe Vader, Zoon en Geest samen het hart vormen van het christelijk geloof.
De Drie-eenheid als hartslag van de christelijke traditie
Geen filosofisch systeem maar een belijdenis uit aanbidding
Wanneer je de vroege kerk bestudeert, valt iets op dat verrassend eenvoudig is: de leer van de Drie-eenheid ontstond niet aan een schrijftafel, maar in de liturgie, in gebed en aanbidding. Christenen zongen tot Christus, baden tot de Vader en beleefden de kracht van de Geest. Die praktijk drong hen ertoe om woorden te zoeken die recht deden aan wat ze ervoeren. De belijdenissen — zoals Nicea en later Athanasius — zijn daarom geen theoretische constructies, maar pogingen om een levende werkelijkheid helder te bewaren. De kerk dacht niet “dit klinkt logisch”, maar “dit is Wie God is”.
Waarom historie ertoe doet
In de vierde eeuw brak er een hevig debat los: was Jezus wel volledig God? De discussie was niet academisch. Nee, zij raakte de kern van het evangelie. Als Christus niet volledig God was, kon Hij geen volmaakte Middelaar zijn; als Hij niet volledig mens was, kon Hij ons niet vertegenwoordigen. Concilies zoals die van Nicea (325) en Constantinopel (381) werden daarom niet gehouden uit intellectualistische drift, maar uit pastorale urgentie. De vraag was: hoe behoudt de kerk het geloof zoals het door de apostelen is overgeleverd?
Athanasius: de vasthoudendheid van één mens
De figuur die in dit alles regelmatig opduikt, is Athanasius. Hij was een bisschop die vijfmaal uit zijn stad werd verbannen, maar bleef vasthouden aan de godheid van Christus. Zijn standvastigheid is bijna legendarisch. “Athanasius contra mundum” — Athanasius tegen de wereld — werd een spreekwoord. Hij stond niet alleen voor een abstracte waarheid, maar voor het reddende hart van het evangelie. Zijn vasthoudendheid laat zien dat theologie niet alleen denken is, maar ook moed, trouw en liefde tot de waarheid.
Waarom sommige kerkelijke tradities het zicht kwijtraakten
Door de eeuwen heen zijn er kerken geweest die de Drie-eenheid wél bleven belijden, maar niet langer uit innerlijke overtuiging. De woorden bleven, maar de inhoud brokkelde ondertussen af. Dat gebeurde meestal wanneer het vertrouwen in de betrouwbaarheid van de Schrift afnam; eenmaal los van dat fundament werd de Drie-eenheid een historisch artefact en niet langer een levende overtuiging. Het resultaat herken je: geloof wordt vaag, aanbidding wordt subjectief, en Christus verliest Zijn majesteit. Waar de Drie-eenheid vervaagt, vervaagt de glans van het evangelie zelf.
De blijvende waarde: waarheid die generaties draagt
Toch is het opmerkelijk hoe hardnekkig deze belijdenis door de eeuwen heen standhoudt. Ze is generatie na generatie opnieuw omarmd, verdedigd, herontdekt en doorgegeven. Dat is geen toeval. De Drie-eenheid is niet een logische vondst, maar een beschrijving van hoe God Zich werkelijk heeft laten kennen. Wie deze waarheid kwijt is, raakt vroeg of laat de kern kwijt. Maar wie haar vasthoudt, vindt rust: je aanbidt de God die van eeuwigheid liefde is, die Zichzelf schenkt, die sprekend nabij komt.
Zo wordt de Drie-eenheid de hartslag van de traditie; niet een relikwie, maar een levende stroom die het geloof voedt, richting geeft en de kerk als geheel draagt.
God kennen zoals Hij Zich heeft gegeven
Aanbidding als ontmoeting, niet als theorie
Aan het eind van deze reis ‘door’ de Drie-eenheid wordt iets duidelijk dat tegelijk eenvoudig en ontroerend is: christelijk geloof begint niet bij abstracte begrippen, maar bij ontmoeting. God laat Zich niet kennen als een idee, maar als Iemand — drie Personen, één Wezen. Vader, Zoon en Geest staan niet als puzzelstukjes naast elkaar, maar als een levende werkelijkheid waarin liefde, heiligheid en nabijheid elkaar doordringen. Wanneer je deze lijnen eenmaal ziet, begrijp je waarom aanbidding geen intellectuele oefening is maar een antwoord op Gods eigen openbaring.
Het evangelie als trinitarisch verhaal
Het hele evangelie draait om deze beweging: de Vader heeft lief, de Zoon komt en redt, de Geest vernieuwt en verandert. Die volgorde is geen schema maar een ritme. Het laat zien dat God niet pas liefde werd toen mensen ontstonden, maar dat liefde Zijn eeuwige hartslag is. De Zoon komt niet uit nood, maar uit genade; de Geest werkt niet uit afstand, maar vanuit nabijheid. Voor een jonge lezer kun je het eenvoudig zo samenvatten: het evangelie is geen verhaal óver God, maar een verhaal dat door God Zelf wordt verteld — in drie stemmen die samen één melodie vormen.
Met nieuwe ogen leren lezen
Wie deze trinitarische laag eenmaal heeft opgemerkt, leest de Bijbel anders. Zinnen die je eerder over het hoofd zag, beginnen opeens te schitteren. De doop in de Naam van de Vader, Zoon en Geest klinkt niet meer als liturgische routine, maar als een plechtige onderdompeling in de werkelijkheid van God Zelf. De woorden van Jezus — “Ik geef u rust” of “Ik ben” — krijgen een diepte die je niet eerder zag. En de stille, soms bijna onmerkbare werking van de Geest wordt een herkenbare fluistering: een herinnering, een aandrang, een troost in het hart.
Waarom deze waarheid rust geeft
De Drie-eenheid schetst geen ingewikkeld godsidee, maar een God die niet veraf en eenzaam is. Hij is nabij, betrokken en in Zichzelf een gemeenschap van liefde. Dat betekent dat liefde niet een toevallig product van evolutie is, maar een weerspiegeling van Gods eigen wezen. Het betekent dat vergeving niet iets zwaks is, maar iets goddelijks. Het betekent dat hoop niet gebaseerd is op optimisme, maar op de vaste trouw van Vader, Zoon en Geest. In een wereld die vaak versnipperd en onrustig aanvoelt, biedt deze waarheid een ankerpunt dat zich niet laat verschuiven.
Een uitnodiging om verder te gaan
Dit laatste hoofdstuk sluit de lijn af, maar niet het gesprek. De Drie-eenheid is een uitnodiging om te blijven kijken, te blijven luisteren, te blijven ontdekken. Niet omdat alles mysterieus moet blijven, maar omdat God Zich geeft in lagen die steeds rijker worden naarmate je langer kijkt. Wie de Drie-enige God leert kennen, leert de wereld anders zien en zichzelf anders verstaan.
Zo eindigt dit artikel niet met een conclusie, maar met een belofte: wie God zoekt zoals Hij Zich heeft geopenbaard — in Vader, Zoon en Heilige Geest — zal ontdekken dat deze waarheid niet zwaar is, maar lichtgevend; niet afstandelijk, maar nabij; niet ingewikkeld, maar levensgevend.
Lees verder
Wie verder wil denken over de Drie-eenheid vindt rijke aanknopingspunten in andere artikelen binnen dezelfde geloofscategorie: in De absurditeit van de Triniteit? wordt de kern van “één Wezen, drie Personen” opnieuw doordacht, terwijl Schendt de Drie-eenheid de logica? laat zien dat een bijbels trinitair godsbeeld niet botst met helder denken maar het juist verdiept. Wie breder wil kijken, kan terecht bij het spanningsveld tussen Gods alwetendheid en de vrijheid van de mens, waar dezelfde vragen naar identiteit, relatie en goddelijke zelfopenbaring terugkeren. Ook De eenvoud van God en de orde van de wereld sluit nauw aan: het artikel laat zien dat wetenschap en scheppingsgeloof niet elkaars tegenpolen zijn, maar elkaar veronderstellen. En wie de wortels van het bijbelse spreken over God wil begrijpen, kan verder lezen in De Bijbel en de mythen, waarin wordt uitgelegd waarom Genesis niet simpelweg een echo van Babylon is, maar een geheel eigen en theologisch geladen wereld opent.
Geraadpleegde literatuur
- Apologist Ministries. (2020, 8 oktober). James White – The Forgotten Trinity [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=C-2nYJHXj60
- Athanasius. (1998). Contra Arianos (K. T. Noakes, Trans.). In P. Schaff & H. Wace (Eds.), Nicene and Post-Nicene Fathers (Vol. 4). Hendrickson. (Origineel werk ca. 360 n.Chr.).
https://www.ccel.org/ccel/schaff/npnf204 - Bauckham, R. (2008). Jesus and the God of Israel: God Crucified and Other Studies on the New Testament’s Christology of Divine Identity. Eerdmans.
- Bijbel. (2021). Herziene Statenvertaling (HSV). Koninklijke Jongbloed.
- Bird, M. F. (2013). Evangelical Theology: A Biblical and Systematic Introduction. Zondervan.
- Grudem, W. (2020). Systematic Theology (2e ed.). Zondervan Academic.
- Hurtado, L. W. (2003). Lord Jesus Christ: Devotion to Jesus in Earliest Christianity. Eerdmans.
- Köstenberger, A. J., & Swain, S. R. (2020). Father, Son and Spirit: The Trinity and John’s Gospel. IVP Academic.
- Letham, R. (2019). The Holy Trinity: In Scripture, History, Theology, and Worship (2e ed.). P&R Publishing.
- Sanders, F. (2016). The Triune God. Zondervan Academic.
- Shirley, J. (2010). The biblical basis for the doctrine of the Trinity. Bibliotheca Sacra, 167(665), 28–44.
- White, J. R. (1998). The Forgotten Trinity. Bethany House.
- Wright, N. T. (2012). How God Became King: The Forgotten Story of the Gospels. HarperOne.
- Yarbro Collins, A. (2010). Mark: A Commentary. Fortress Press.
- Young, F. M. (2010). From Nicaea to Chalcedon: A Guide to the Literature and its Background (2e ed.). Baker Academic.
Reacties en ervaringen
Hieronder kun je reageren op dit artikel in de categorie geloof. Je kunt bijvoorbeeld jouw gedachten delen over de Drie-eenheid, aangeven welke Bijbelteksten jou hebben geholpen, of beschrijven hoe jouw eigen geloofsweg je zicht op Vader, Zoon en Geest heeft gevormd. We stellen reacties zeer op prijs; ze maken het gesprek rijker en helpen anderen verder.
Reacties worden niet automatisch gepubliceerd. De redactie leest elke inzending eerst, zodat ‘spam’ of anderszins ongewenste of onpassende berichten kunnen worden tegengehouden. Daardoor kan het soms enkele uren duren voordat jouw bijdrage zichtbaar is.