Last Updated on 24 november 2025 by M.G. Sulman
In het hart van het Iraanse regime klopt geen zuiver nationalistisch motief, maar een diepgewortelde religieuze verwachting: de komst van de Mahdi, de twaalfde imam, die lang geleden is verdwenen in de sluier der tijd, doch nimmer gestorven. Voor de westerse waarnemer lijkt dit misschien folklore of bijgeloof, maar voor velen binnen de geestelijke elite van Iran is het een kompas dat hun beleid stuurt, oorlog rechtvaardigt en haat bezielt. Hier is eschatologie geen abstract theologisch begrip, doch een operationele ideologie. Zij voedt de geopolitieke keuzes van Teheran, stuurt zijn bondgenootschappen aan, en bepaalt — althans in de ogen van zijn leiders — het ritme der geschiedenis. Israël, dat in het sjiitische eindtijddenken moet wijken voor de zuivering die de Mahdi zal brengen, is daarin geen gewone vijand, maar een theologisch struikelblok; la pierre d’achoppement op weg naar de verlossing. Dit artikel onderzoekt hoe een messiaanse verwachting verandert in een politiek wapen, en hoe het contrast met het bijbelse messiasbeeld ons theologisch én strategisch tot nadenken moet stemmen.
Inhoud
- 1 Proloog: De belofte van een verborgen heerser
- 2 Twaalf imams en één stilte: Het dogma der verborgenheid
- 3 Jeruzalem als brandpunt: Israël in het schouwtoneel der eindtijd
- 4 De Mahdi als zwaard: Rechtvaardigheid door vernietiging
- 5 Heilige oorlog als vooravond: De Mahdi als geopolitiek project
- 6 De demonisering van het Westen: moreel verval en antichristelijke narratieven
- 7 Waarom Iran kernwapens wil: theologie als drijvende kracht
- 8 De Messias van Israël: Tussen oordeel en genade
- 9 Lees verder
- 10 Geraadpleegde bronnen
- 11 💬 Reacties en overdenkingen
Proloog: De belofte van een verborgen heerser
Binnen de islamitische wereld bestaan meerdere toekomstverwachtingen, doch weinige zijn zo geladen, zo politiek geëngageerd, als de sjiitische verwachting van de Mahdi. Deze twaalfde imam, Muhammad ibn al-Hasan, zou volgens de traditie in het jaar 874 na Christus verdwenen zijn — ghayba, zo luidt de term — en leeft sindsdien in verborgenheid. Hij is dus niet gestorven, maar heeft zich teruggetrokken. Afzijdig van het zichtbare toneel, doch niet onwerkzaam. Voor de volgelingen van het twaalversjiisme1Het twaalversjiisme (Arabisch: al-Ithnā ʿAshariyya) is de grootste stroming binnen het sjiitisch islamitisch denken. Het aanhangt de leer dat er na Mohammed twaalf wettige imams zijn, beginnend bij Ali en eindigend bij Mohammed al-Mahdi, de twaalfde imam die volgens deze traditie in 874 in occultatie (verborgenheid) verdween en aan het einde der tijden zal terugkeren. is hij de rechtgeleide, al-Mahdī al-Muntaẓar, de langverwachte. En juist deze verborgenheid, deze schijnbare afwezigheid, verleent hem paradoxaal genoeg gezag: als een koning die tijdelijk zijn hof verliet, terwijl elk besluit onder zijn autoriteit blijft vallen.
In de sjiitische overlevering neemt deze Mahdi eschatologische proporties aan. Zijn terugkeer markeert het begin van de eindtijd; een periode van rechtvaardig herstel, maar ook van zuiverend geweld. Hij zal komen “wanneer de aarde vervuld is van onrecht”, zo luidt het adagium, “en haar vullen met gerechtigheid.” In de logica van dit geloofsverhaal is duisternis een voorwaarde voor dageraad; chaos de voedingsbodem van verlossing. Wat voor sommigen een reden tot bezinning zou zijn, wordt hier omgekeerd: de wereld moet eerst desintegreren, wil de Mahdi zijn opwachting maken. Eschatologie fungeert zo als strategie.
Binnen het Iraanse theocratische model wordt deze verwachting niet louter getolereerd, maar gecanoniseerd. Ayatollah Khomeini, grondlegger van de Islamitische Republiek, omarmde expliciet de eschatologische dimensie van de revolutie. Zijn doctrine van de Wilayat al-Faqih (de heerschappij van de rechtsgeleerde) legitimeert een tijdelijk regentschap namens de verborgen imam. Anders gezegd: zolang de Mahdi zich hult in stilzwijgen, spreekt de ayatollah in zijn naam. Wat voor buitenstaanders klinkt als een mystiek relikwie uit vervlogen tijden, blijkt in werkelijkheid een actief geopolitiek draaiboek.
Ali Khamenei, Opperste Leider van Iran, beweert in directe communicatie met God te staan. Een claim die zijn religieus-politieke gezag verheft tot bijna profetische hoogte. In onderstaande fragment wordt duidelijk hoe het sjiitisch leiderschap niet slechts regeert namens de Mahdi, maar zich beroept op hemelse inspiratie.
Twaalf imams en één stilte: Het dogma der verborgenheid
De twaalfde zonder troon
Het twaalversjiisme — de dominante stroming binnen de Iraanse sjiitische islam — rust op het geloof in een reeks van twaalf rechtgeleide imams, geestelijke erfgenamen van de profeet Mohammed. Deze imams worden niet verkozen, noch willekeurig erkend; hun gezag wordt geacht goddelijk verordineerd te zijn, een keten van onfeilbaarheid (ismah) die van vader op zoon is overgeleverd. De twaalfde in deze lijn, Muhammad ibn al-Hasan al-Askari, verdween evenwel in de nevelen der geschiedenis. Geen graf, geen tastbaar einde, enkel het verhaal van een jongetje dat zich, door goddelijke beschikking, aan het zicht der mensen onttrok.
Dit is de zogeheten kleine en grote ghayba (Kleine en Grote Verduistering): een tweefasige periode van verborgenheid, waarbij de imam eerst nog communiceerde via vier “gedelegeerden”, alvorens geheel te zwijgen. Sinds het jaar 941 is het stil gebleven. En tóch, deze stilte is geen afwezigheid. In de sjiitische visie blijft de Mahdi levend aanwezig, weliswaar niet empirisch verifieerbaar, maar wel existentieel reëel. Zoals de zon achter de wolken nog altijd warmte schenkt, zo, zegt men, oefent de Mahdi zijn geestelijke invloed uit.
De sluier als strategie
Wat voor de seculiere Westerling oogt als een mystiek overblijfsel uit vervlogen tijden, blijkt in het Iraanse staatsdenken allerminst passé: het is een leer met geopolitieke snijvlakken. Want als de Mahdi onzichtbaar is, wie spreekt er dan namens hem? Dit is waar de leer van de Wilayat al-Faqih — letterlijk: het gezag van de rechtsgeleerde — haar intrede doet. Ayatollah Ruhollah Khomeini stelde dat zolang de Mahdi zich verborgen houdt, een gekwalificeerde geestelijke het wereldlijk gezag dient uit te oefenen in diens naam.
“De Islamitische regering is een voorbereidende fase voor de komst van de Mahdi,” schreef Khomeini in zijn traktaat Hokumat-e Islami.
Deze opvatting betreft geen marginaal theologisch detail, maar een fundamentele machtsleer. Binnen de Iraanse context functioneert de Wilayat al-Faqih als een eschatologisch geïnspireerd bestuursmodel, waarin de staat zichzelf beschouwt als voorlopige vertegenwoordiger van de verborgen imam. De ayatollah treedt op als nā’ib al-ʿām — een universele plaatsvervanger — met bevoegdheden die zich uitstrekken over wetgeving, rechtspraak en militair optreden. Deze bevoegdheden worden gelegitimeerd vanuit het idee dat het huidige regime optreedt in anticipatie op de wederkomst van de Mahdi, en dus handelt binnen een heilshistorisch kader.
Platonische echo’s
In deze constructie echoot — zij het ongewild — een antiek filosofisch motief. Zoals Plato in zijn Politeia de idee van de “filosoof-koning” ontwikkelde — een heerser die toegang heeft tot de ware kennis der Ideeën — zo legitimeert het sjiitische systeem gezag vanuit een vorm van verborgen openbaringskennis. Het gaat om meer dan praktische competentie; het gaat om metafysisch inzicht. Een soort hiërarchisch weten dat de gewone sterveling allerminst bezit. De Mahdi, als bron van waarheid, verleent via zijn afwezigheid juist kracht aan de priester-geleerde die in zijn geest handelt.
Een concreet voorbeeld hiervan is het recht van de Opperste Leider om het vrijdaggebed te leiden namens de Mahdi. In deze symbolische handeling wordt impliciet verondersteld dat de leider niet enkel het volk vertegenwoordigt, maar ook de eschatologische gezagsstructuur: hij spreekt namens een afwezige, maar aanwezige Imam. Zijn woord krijgt zo een quasi-oraculair karakter en dan niet omdat hij alles weet, maar omdat hij ‘weet wie boven hem spreekt’.
De ayatollah als priester-koning
In de sjiitische theocratie van Iran fungeert de Opperste Leider niet louter als politiek bestuurder, maar als nā’ib al-ʿām; algemene plaatsvervanger van de verborgen imam. Deze functie combineert religieus gezag (als faqih, rechtsgeleerde) met politieke soevereiniteit. In klassieke termen: hij is zowel priester als koning.
De parallel met het platonisch ideaal van de filosoof-koning is treffend: gezag behoort toe aan wie toegang heeft tot het ware inzicht. Niet democratische legitimatie, maar esoterische kennis rechtvaardigt zijn macht. De ayatollah kent de wetten van God, en mag ze daarom op aarde uitvoeren.
Maar in tegenstelling tot de christelijke traditie — waarin priester en koning gescheiden ambten zijn (vgl. Melchizedek als type van Christus, Hebr. 7) — versmelten in het sjiitische model het altaar en de troon. De wetgevende, uitvoerende en religieuze macht vallen samen in één persoon die zowel de staat bestuurt als de eindtijd voorbereidt.
Het gevolg? Politiek wordt liturgie. En tegenspraak wordt godslastering.
Eschatologie als strategisch handelingskader
De opvatting dat de geestelijk leider optreedt als plaatsvervanger van de verborgen imam fungeert niet als doctrinaire bijzaak, maar als leidraad voor concreet beleid. De verwachting van de wederkomst van de Mahdi verleent aan het huidige tijdsgewricht een gevoel van eschatologische urgentie. Gewapend conflict, maatschappelijke onrust en internationale confrontaties worden binnen deze logica niet noodzakelijk als afwijkingen of mislukkingen gezien, maar als voorbereidingen van het goddelijk scenario. De Mahdi keert immers terug te midden van een wereld die in moreel en politiek verval verkeert. Indien die omstandigheden uitblijven, ligt het binnen de denklogica van bepaalde revolutionaire kringen voor de hand om dergelijke chaos actief te bevorderen. Eschatologie wordt aldus geen passief wachten, maar een vorm van performatief handelen: een theopolitiek draaiboek waarin crisis en conflict als noodzakelijke condities worden gecreëerd of versterkt ten behoeve van de ‘wederkomst’.
Mahdi vs. Antichrist
In de islamitische eindtijdverwachting verschijnt de Mahdi als redder van de wereld. Maar zijn profiel vertoont op meerdere punten een griezelige overeenkomst met de bijbelse Antichrist. Onderstaande vergelijking laat zien hoe deze figuren structureel overeenkomen in rol, tijdsduur, stijl en doel – maar diametraal tegenover de Messias van de Bijbel staan.
Kenmerk Mahdi (sjiitische islam) Antichrist (Bijbel) Titel/functie Verborgen imam, rechtgeleide Mens der zonde, zoon des verderfs Komst In tijden van chaos Na wegnemen van weerhouder (2 Thess. 2:6–8) Heerschappij 7 jaar (Bihār, vol. 52) 7 jaar (Daniël 9:27; Openb. 13:5) Middel Zwaard, doden van vijanden Verleiding, wonderen, afgoderij Doel Wereldwijde onderwerping aan de islam Zelfverheffing boven God (2 Thess. 2:4) Relatie tot Jezus Wordt geholpen door een 'moslim Jezus' Verwerpt de ware Christus Einddoel Islamitische wereldorde Afgodische wereldorde Einde Geen duidelijke afloop Wordt vernietigd door de komst van Christus (2 Thess. 2:8) N.B.: De gelijkenis is te systematisch om toevallig te zijn. Wat de islam verheerlijkt als toekomstig heil, wordt door de Bijbel ontmaskerd als de ultieme misleiding.
Jeruzalem als brandpunt: Israël in het schouwtoneel der eindtijd
Geen gewone vijand
Israël is voor de Islamitische Republiek Iran geen natie onder de volken, maar een existentiële afwijking: een theologisch anachronisme c.q. een obstakel op de weg van de Mahdi. Deze vijandschap wortelt dieper dan geopolitieke rivaliteit of territoriale sympathieën voor de Palestijnse zaak. Zij is verankerd in het apocalyptisch wereldbeeld van het sjiisme, waarin de komst van de Mahdi samengaat met de val van onrecht en ‘verderf’. Israël, met Jeruzalem als zijn hart, belichaamt in dit denken het laatste bolwerk van die vermeende verdorvenheid.
Mahmoud Ahmadinejad verwees in 2005, tijdens de conferentie The World Without Zionism, naar een uitspraak van ayatollah Khomeini, stellende dat “het regime dat Jeruzalem bezet, van de pagina der geschiedenis moet verdwijnen”. Ofschoon het Perzische origineel geen letterlijk equivalent van “van de kaart vegen” bevatte, werd de uitspraak in het Westen breed opgevat als een oproep tot vernietiging van Israël; een interpretatie die, terecht of onterecht, sindsdien het discours kleurt.
De eschatologische kaart
Binnen dit kader fungeert Israël als tegenbeeld van de Mahdi. Waar de Mahdi vrede, zuiverheid en islamitische rechtvaardigheid moet herstellen, vertegenwoordigt Israël in de ogen van vele sjiitische geestelijken een vorm van eindtijdelijk verzet; een bastion van ‘taghut’ (opstandigheid tegen God). Het bestaan van een Joodse staat op wat door velen beschouwd wordt als islamitisch erfgoed (Jeruzalem, al-Quds) is voor deze ideologie een anomalie die slechts tijdelijk kan voortbestaan.
In de overlevering komt de Mahdi niet terug in een ordentelijke wereldorde, maar in een wanordelijke wereld die vraagt om zuivering. Jeruzalem moet daarbij herwonnen worden, niet slechts politiek, maar geestelijk, als poort naar het herstel van goddelijke orde. De strijd tegen Israël wordt aldus een liturgische handeling.
In sommige kringen heet het zelfs dat “elke raket die Israël treft, de komst van de Mahdi bespoedigt.” Wat voor de buitenstaander klinkt als religieuze krankzinnigheid, is binnen deze logica heilig realisme.
Valse messias en ware verwachting
Een diepere laag van deze animositeit schuilt in de vervormde spiegel die het sjiitisch eindtijddenken van het Joodse messianisme maakt. Binnen het jodendom is de komst van de Messias verbonden aan vrede, herstel van de tempel, en de uiteindelijke verlossing van Israël. Dat Israël vandaag weer op de wereldkaart staat, wordt door christenen als vervulling van profetie gelezen (vgl. Ezechiël 36–37). Voor het sjiitisch eschatologisch model daarentegen is deze ‘wederopstanding’ een gevaarlijke imitatie, een verwarrende voorbode van de Dajjal, de islamitische antichrist.
De Dajjal, zo leert men, verschijnt vóór de Mahdi, en misleidt velen. Zijn komst gaat vooraf aan de zuivering. De gedachte dat Israël in die rol past — als schijnoverwinning vóór de werkelijke zuivering — circuleert al decennia in sjiitische esoterische kringen. Zo krijgt het conflict een metafysisch gelaat.
Geen diplomatie zonder theologie
De aanhoudende vijandschap van het Iraanse regime jegens Israël wordt door westerse diplomatie veelal begrepen in termen van strategische rivaliteit, regionale machtsbalans of historische grieven. Wat men daarbij vaak over het hoofd ziet, is de onderliggende theologische structuur die deze vijandschap niet slechts verklaart, maar ook noodzakelijk maakt. Binnen het sjiitisch-eschatologische kader is Israël geen politieke tegenstander in de klassieke zin, maar een eschatologisch obstakel: een entiteit die moet verdwijnen opdat de komst van de Mahdi kan worden gerealiseerd. Vreedzame co-existentie is in dit wereldbeeld niet slechts onwaarschijnlijk, maar principieel ongewenst. Verdragen, onderhandelingen of militaire afschrikking veranderen niets aan dit grondmotief. De theologische logica vereist namelijk niet enkel moreel afwijzen, maar uiteindelijke eliminatie van datgene wat het ‘goddelijke herstel’ in de weg staat.
Intermezzo: Wat Ramin uit Iran leerde over Joden
Ramin is een Iraniër die opgroeide in Shiraz, in een streng islamitisch gezin. Als kind werd hij via school, tv en religieuze lessen systematisch opgevoed met haat tegen Joden.2Pod for Israel. (2025, juni 25). From Death to Life: Former Muslim’s Incredible Story of Finding Jesus & the Truth About Israel [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=J2HlS640bq0
Op school begon de dag met het gebed: “Dood aan Israël, dood aan Amerika.”
In schoolboeken stonden karikaturen van Israëlische soldaten die Palestijnse kinderen vermoordden.
Op televisie werd verteld dat Joden moslimkinderen zouden doden om hun bloed te gebruiken voor matzes.
Volgens islamitische teksten, zo ontdekte hij later zelf, zouden Joden en christenen vijanden zijn en uiteindelijk gedood moeten worden.
Ramin vertelt dat Joden in Iran als onreine dieren en onmensen werden afgeschilderd. Kinderen spuugden op klasgenoten waarvan werd gedacht dat ze Joods waren.
Toch sprak zijn vader soms positief over Israël en Joden, en later ontdekte Ramin – na een radicale persoonlijke verandering – het christelijk geloof en de diepe historische verbondenheid tussen Joden en christenen. Vandaag de dag ziet hij het joodse volk met liefde en respect, en is zelfs getrouwd met een Joodse Israëlische vrouw.
Één vijand, twee werelden: islam en globalisme tegen Israël
Het is veelzeggend dat zowel het islamitisch eschatologisch denken als het seculier globalistisch denken Israël beschouwen als een sta-in-de-weg. De een noemt het “de kleine Satan”, de ander “een obstakel voor vrede”. De een verwacht een messiaanse orde na de val van Jeruzalem, de ander een nieuwe wereldorde, zónder Israël als nationale, religieuze en soevereine entiteit. Twee verschillende systemen, één gedeelde ergernis: Israël als bewijsstuk van Gods handelen in de geschiedenis.
Thema Islamitisch eschatologisch denken Seculier globalistisch denken Perceptie van Israël Heiligschennis in het hart van de Ummah Koloniaal reliek, bron van conflict Doelstelling Eliminatie voorafgaand aan komst Mahdi Neutralisatie of marginalisering t.b.v. “vrede” Motief Theologisch: Israël blokkeert islamitisch heil Ideologisch: Israël blokkeert mondiale harmonie Verwachte toekomst Islamitisch wereldrijk na val van Israël Postnationale wereldorde zonder religieuze exclusiviteit Stijl van strijd Spiritueel geladen, soms gewelddadig Diplomatiek, juridisch, media-gestuurd Uiteindelijke obstakel Joodse aanwezigheid in het Beloofde Land Joodse identiteit als nationale categorie Of het nu komt uit minachting voor de verkiezing van Israël, of uit haat tegen de God van Israël, het resultaat is hetzelfde: Israël moet verdwijnen om plaats te maken voor een alternatief koninkrijk. Maar dat Israël bestaat – ondanks oorlog, haat en verwerping – is geen toeval. Het is genadig bewijs dat God Zijn beloften niet vergeet (Jeremia 31:35–37; Romeinen 11:29).
De Mahdi als zwaard: Rechtvaardigheid door vernietiging
Vrede met de vuist
De figuur van de Mahdi, zoals die gestalte krijgt binnen het sjiitisch-twaalvereschatologisch denken, wijkt fundamenteel af van het christelijke messiasbeeld. Hij wordt niet voorgesteld als een lijdende verlosser of vergevende herder, maar als een eschatologische krijgsheer. In de overlevering verschijnt hij niet met een openbaringsboek in de hand, maar met een zwaard. Dus niet als leraar, maar als rechter. Zijn komst markeert geen vreedzame verzoening, maar luidt een gewelddadige zuivering in.
Volgens de Kitāb al-Ghayba van Shaykh al-Tūsī – een invloedrijk sjiitisch traktaat uit de 11e eeuw – zal de Mahdi zich manifesteren met een leger van 313 volgelingen, analoog aan de strijders van Mohammed bij de slag van Badr. Deze symbolische herhaling van het islamitisch oerverhaal onderstreept het militante karakter van zijn verschijning. In deze context is het doel niet om te komen tot dialoog of om op te roepen tot bekering, maar de totale eliminatie van onrecht via goddelijk-sanctioneerde geweld. De Mahdi komt om de orde te herstellen door middel van onderwerping.
De zuivering van de aarde
Binnen het sjiitisch-eschatologische raamwerk krijgt het begrip gerechtigheid een uitgesproken martiaal en exclusivistisch karakter. Niet dialoog, maar zuivering staat centraal; niet pluralisme, maar onderwerping. Het veelvuldig herhaalde adagium dat “de aarde gevuld zal worden met gerechtigheid, zoals zij voordien gevuld was met onrecht” weerspiegelt deze radicale omslag van soteriologie naar theocratische heerschappij 3Zie o.a. al-Tusi, Kitāb al-Ghayba, sectie 6; en Al-Majlisi, Bihār al-Anwār, vol. 52..
In de praktijk impliceert dit de (her)invoering van de sharia in haar meest rigide interpretatie, de eliminatie van religieuze diversiteit (beschouwd als ‘valse religies’), en de bestraffing van afvalligheid als existentieel verraad. De oprichting van een wereldomspannend islamitisch rijk onder leiding van de Mahdi vormt daarin geen utopische hoop, maar een theologisch geformuleerd einddoel. ‘À la guerre comme à la guerre’: als men gelooft dat goddelijke gerechtigheid enkel door strijd gerealiseerd kan worden, dan wordt vrede zelf afhankelijk van voorafgaande vernietiging.
Armageddon of Al-Malhama? Eindstrijd in Bijbel en Hadith
De term “Armageddon” is puur bijbels van oorsprong en komt voor in Openbaring 16:16, waar de volken worden verzameld tot een ultieme strijd tegen God en Zijn Gezalfde. Het markeert het moment waarop Christus zichtbaar wederkeert om Zijn vijanden te verslaan en het vrederijk te vestigen. In het islamitisch eschatologisch denken komt de term Armageddon niet voor, maar het concept van een apocalyptische eindstrijd wél – onder de naam al-Malhama al-Kubrā (de grote slag). Deze vormt het theatrale hoogtepunt van de islamitische eindtijdverwachting.
Beide tradities spreken dus over een allesbeslissend conflict, maar met totaal verschillende theologische invullingen. Waar de Bijbel spreekt over de overwinning van het Lam, spreekt de islam over de overwinning van de Mahdi en een ‘moslim Jezus’. Hieronder een overzicht:
Element Christendom (Openbaring) Islam (Hadith) Term Armageddon Al-Malhama al-Kubra Locatie Israël, bij Megiddo Onbepaald – vaak Syrië of Jeruzalem genoemd Leider Antichrist (tegen Christus) Dajjal (tegen Mahdi en Isa ibn Maryam) Veldheren Wereldlegers onder antichrist vs. Christus Mahdi en Isa vs. Dajjal en zijn volgelingen Uitkomst Wederkomst van Christus, eeuwig koninkrijk Islamitische wereldheerschappij, daarna Laatste Oordeel In de islamitische traditie eindigt de eindstrijd niet met het vestigen van het Koninkrijk van God door de Zoon, maar met een tijdelijke islamitische heerschappij onder Mahdi en Isa (Jezus), waarna uiteindelijk de Dag des Oordeels volgt. De Jezusfiguur in deze overlevering is echter niet de Zoon van God, maar een moslimprofeet die het kruis breekt en de joden en christenen onderwerpt aan de sharia.
Wat de islam ziet als heilsweg, is vanuit bijbels perspectief juist de climax van verleiding en rebellie tegen de ware Messias. Christus komt niet om zich aan te sluiten bij de Mahdi, maar om hem te ontmaskeren en om te regeren als Koning der koningen, en dan niet als vazal van een verborgen imam.
Heilige oorlog als vooravond: De Mahdi als geopolitiek project
Theologie als draaiboek
In veel westerse denkkaders wordt religie primair opgevat als een persoonlijke overtuiging of morele inspiratiebron, zelden als beleidsbepalend principe. Binnen het sjiitisch-islamitische staatsdenken van de Islamitische Republiek Iran echter fungeert theologie niet slechts als onderstroom, maar als expliciete ruggengraat van strategisch handelen. De eschatologische verwachting van de Mahdi is in dat kader geen louter innerlijke hoop, maar vormt een normatief en richtinggevend referentiepunt. Het betreft geen contemplatieve eindfase van de geschiedenis, maar een operationele aanvangsstructuur.
De doctrine van de Wilayat al-Faqih legitimeert deze theopolitieke ordening: zolang de Mahdi zich niet manifesteert, rust er op de schouders van de rechtsgeleerde (faqih) de verantwoordelijkheid om rechtvaardigheid te realiseren. Ja, desnoods met politieke, juridische en militaire middelen. Binnen deze logica verwordt ‘gerechtigheid’ tot een uitvoerbaar beleidsdoel dat concreet gestalte krijgt in milities, wapenprogramma’s, martelaarscultus en geopolitieke allianties.
Eschatologisch interventionisme
Binnen het strategisch zelfverstaan van de Islamitische Republiek Iran wordt militair en ideologisch optreden in de regio niet opgevat als agressie, maar als eschatologische voorbereiding. Teheran positioneert zichzelf nadrukkelijk niet als expansionistische macht, maar als ‘wegbereider’; een tijdelijke maar noodzakelijke actor in het goddelijke heilsplan dat uitmondt in de wederkomst van de Mahdi. De inzet van bondgenoten en proxy-milities in conflicthaarden zoals Irak, Syrië, Libanon en Jemen wordt in die context niet primair geduid in termen van machtspolitieke belangenbehartiging, maar als religieus gemotiveerde plicht.
De zogenaamde Axis of Resistance – een ideologisch en militair netwerk dat zich uitstrekt van Hezbollah in Libanon tot de Houthi’s in Jemen en de Fatemiyoun-brigades in Syrië – functioneert in deze optiek als een eschatologisch instrumentarium. Groepen als de Quds Force worden niet louter operationeel aangestuurd, maar theologisch gelegitimeerd: hun gewapend optreden wordt gepresenteerd als onderdeel van een transcendent voorbereidingsproces. Met andere woorden, kogels en raketten vormen slechts de tastbare schil; de innerlijke kern is overtuiging, geworteld in het geloof dat iedere schakel in het netwerk medewerkt aan het naderen van de eindtijdorde.
De Mahdi als machtssymbool
Het Iraanse staatsdenken kan worden begrepen als een eschatologisch-teleocratisch4De term teleocratisch is afgeleid van het Griekse telos (doel) en kratos (heerschappij), en duidt op een bestuursvorm waarin het gezag zijn legitimiteit ontleent aan een toekomstig einddoel of moreel ideaal. Het concept werd onder meer uitgewerkt door de Britse filosoof Michael Oakeshott, die in On Human Conduct (1975) het onderscheid maakt tussen teleocratic (doelgerichte) en nomocratic (wettelijk geordende) regimes. In een teleocratie worden wetten en instituties ondergeschikt gemaakt aan een allesoverheersend einddoel. In het geval van Iran: de voorbereiding op de wederkomst van de Mahdi. Waar een theocratie gezag ontleent aan goddelijke openbaring in het heden, ontleent een teleocratie legitimiteit aan het eschatologische einde. model, waarin politieke autoriteit niet gebaseerd is op zelfbeschikking (autarchia), maar op onderwerping aan een transcendente toekomstorde. In deze visie fungeert de Mahdi als eschaton-in-persoon: een toekomstige, doch reeds bepalende instantie van ultieme gerechtigheid en waarheid. De ayatollah, als hoogste rechtsgeleerde, treedt op als zijn plaatsvervanger (nā’ib al-ʿām) en fungeert binnen dit kader als bemiddelaar tussen de verborgen imam en de zichtbare werkelijkheid. Politiek gezag is hiermee per definitie theologisch gemedieerd en eschatologisch georiënteerd.
Deze metafysische oriëntatie verleent het regime een opmerkelijke mate van ideologische volharding. Beleid wordt niet afgemeten aan directe effectiviteit of internationale legitimiteit, maar aan trouw aan het heilsplan. Sancties, diplomatieke isolatie of economische tegenspoed vormen in dit perspectief geen falen, maar beproevingen op weg naar vervulling. De geschiedenis zelf wordt opgevat als theodrama, waarin het huidige regime zich positioneert als de voorlopige actor in dienst van een nog komende openbaring. Het doel ligt buiten de tijd, en wie handelt in gehoorzaamheid aan deze verwachting, schrijft geschiedenis; niet met inkt, maar met bloed.
De demonisering van het Westen: moreel verval en antichristelijke narratieven
De ‘grote Satan’: Amerika als theologisch vijandbeeld
Sinds de Iraanse revolutie van 1979 wordt de Verenigde Staten systematisch aangeduid als al-Shaytān al-Akbar – de ‘grote Satan’. Deze benaming werd gelanceerd door ayatollah Khomeini en is sindsdien een vast onderdeel van het retorisch arsenaal van het regime. Het is geen losse belediging, maar een kernconcept: de VS symboliseert voor het regime alles wat spiritueel verderfelijk is: van moreel relativisme tot kapitalisme, van zedeloosheid tot zionisme. Het Westen wordt niet slechts als fout beschouwd, maar als demonisch geïnspireerd.
In deze gedachtewereld is Israël slechts een uitwas, een voorpost, een parasitaire entiteit gevoed door Washingtons duivelse dollars en wapens. Vandaar ook de veelgehoorde tegenhanger: Israël als de ‘kleine Satan’. Dit duo – ‘grote’ en ‘kleine’ Satan – vormt in de ogen van het regime de belichaming van het wereldwijde kwaad dat de komst van de Mahdi frustreert.
Decadentie als bewijs van satanische macht
Het regime ziet in de Amerikaanse cultuur een satanische vorm van rebellie tegen God. Vrije meningsuiting, geseksualiseerde media, abortus, homoseksualiteit en religieus pluralisme worden geïnterpreteerd als manifestaties van taghut, een goddeloze overheersing die zich verzet tegen de heerschappij van Allah. In hun retoriek is het Westen bezield door een shaitani geest: verdorven, misleidend en vijandig aan de islamitische eindtijdorde. In sommige preken van sjiitische geestelijken wordt zelfs verwezen naar de eindtijdfiguur Dajjal (de islamitische valse messias) als werkzaam in, door of via het Westen.
Deze overtuiging rechtvaardigt in hun ogen een volstrekte afwijzing van westerse invloeden. Niet alleen in kleding, kunst en media, maar ook in wetenschap, technologie en rechtspraak. Alles wat uit het Westen komt, is besmet met de geest van de grote Satan. Tenzij het strategisch bruikbaar is, want dan wordt het gebruikt zonder bewonderd te worden. Die selectieve verwerping is een vorm van pragmatische hypocrisie.
Christus hertekend: van Zoon tot onderdaan
De kern van het christelijk geloof – de belijdenis van Jezus Christus als de gekruisigde, opgestane en verhoogde Zoon van God – is fundamenteel onverenigbaar met het ideologische wereldbeeld van het Iraanse regime. Niet vanwege vermeende gewelddadigheid – integendeel, het christendom wordt in theocratische kringen juist als te ‘zacht’ beschouwd – maar omdat het de exclusieve, universele soevereiniteit van Christus als Heer der geschiedenis proclameert. Deze claim ondermijnt volgens islamitische logica de finaliteit van de islam en de profetie van Mohammed.
Om die reden wordt het christelijk geloof binnen de Iraanse context doorgaans genegeerd, gemarginaliseerd of theologisch geherinterpreteerd. Jezus (ʿĪsā ibn Maryam) wordt niet gepresenteerd als de Zoon van God, maar als een menselijke profeet die Mohammed aankondigde. In deze hermeneutiek breekt hij symbolisch ‘het kruis’, verwerpt zijn eigen goddelijke status, en onderwerpt zich aan de islamitische wet. Deze lezing is gebaseerd op onder meer Soera 61:6, waar Jezus als volgt wordt geciteerd:
“En toen Isa (Jezus), de zoon van Maryam, zei: O kinderen van Israël, ik ben voorzeker de boodschapper van Allah tot u… die een boodschapper aankondigt die na mij komt, wiens naam Ahmad is.” (Koran, Soera 61:6)
Deze theologische herdefiniëring functioneert als een bewuste onderwerping van de christelijke boodschap aan het islamitische kader. Het kruis, de opstanding en de genade worden geneutraliseerd; wat resteert is een wettisch model zonder verzoening. De Zoon wordt ontkend, en het Evangelie gereduceerd tot een voorspel op de sharia.
Waarom Iran kernwapens wil: theologie als drijvende kracht
Niet alleen macht, maar mandaat
Binnen veel westerse analyses wordt het Iraanse nucleaire programma doorgaans verklaard vanuit traditionele geopolitieke motieven zoals afschrikking, machtsbalans of regimeveiligheid. Hoewel dergelijke factoren een rol spelen, miskent deze benadering een diepere laag: de theologisch-eschatologische dimensie. In de ideologische logica van de Islamitische Republiek is de ontwikkeling van een kernwapen niet slechts een strategisch instrument, maar potentieel onderdeel van een goddelijk mandaat.
De hoogste religieuze autoriteit – de faqih – fungeert immers als plaatsvervanger van de verborgen imam (de Mahdi), wiens wederkomst het eindpunt vormt van de geschiedenis. Tot die tijd rust op de schouders van het regime de verantwoordelijkheid om de wereldorde voor te bereiden op diens komst. Indien de realisatie van dat eschatologische doel onrust, conflict of zelfs catastrofale confrontatie vereist, dan wordt dit niet als moreel bezwaarlijk gezien, maar puur als gehoorzaamheid aan een hoger plan.
Eschatologische versnelling: het vuur dat de Mahdi wakker maakt
Binnen invloedrijke sjiitische kringen leeft de overtuiging dat wereldwijde instabiliteit – in het bijzonder de ondergang van Israël – een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de openbaring van de Mahdi. Vanuit dit perspectief is het nucleaire programma van Iran dan ook niet primair gericht op afschrikking, maar op eschatologische versnelling. Niet MAD (Mutually Assured Destruction), maar een Divinely Assured Destiny: de bom als theologisch geladen middel tot historische ontknoping.
Ofschoon de hoogste geestelijke leider, ayatollah Khamenei, het bezit van kernwapens publiekelijk afwijst op basis van een vermeende fatwa, is de juridische status van deze uitspraak ambigu. In de sjiitische rechtstraditie zijn fatwa’s contextueel en niet per definitie bindend: wat vandaag haram (verboden) is, kan morgen wajib (verplicht) worden, indien het belang van de Ummah dat vereist. De sharia is, in dit revolutionaire kader, een functioneel instrument; kneedbaar onder druk van macht en opportuniteit.
Binnen deze logica wordt zelfs het gebruik van een kernwapen niet als intrinsiek immoreel beschouwd, maar als een daad van gehoorzaamheid: het uitschakelen van een vijand die — theologisch gezien — reeds voorbestemd is om van de aardbodem te verdwijnen.
🛑 Van haram naar wajib? De strategische elasticiteit van sharia
Iran stelt publiekelijk dat kernwapens haram (verboden) zijn, op basis van een fatwa van ayatollah Khamenei. Maar wie goed kijkt, ziet dat deze ‘fatwa’ nooit officieel is gepubliceerd in de traditionele juridische vorm (zoals in de verzamelde decreten van de Rahbar) en bovendien onduidelijk blijft over of het verbod ook geldt voor productie of alleen voor gebruik. Volgens een grondige analyse van de Atlantic Council (2024) is Khamenei’s vermeende fatwa tegen kernwapens geen formeel religieus verbod met bindende rechtskracht, maar een politiek gemotiveerde uitspraak zonder schriftelijke codificatie in de islamitische jurisprudentie. Ze fungeert eerder als diplomatiek rookgordijn dan als werkelijk theologisch verankerd standpunt – bedoeld om de internationale gemeenschap gerust te stellen, terwijl Iran de ruimte behoudt om zijn nucleaire ambities voort te zetten indien dat strategisch wenselijk wordt geacht.5Vaez, A. (2022, July 21). Iran’s nuclear weapons fatwa: A policy, not a theological ban. Atlantic Council. https://www.atlanticcouncil.org/blogs/iransource/iran-nuclear-weapons-fatwa-khamenei/
Belangrijker is het bredere punt: in sjiitische jurisprudentie zijn fatwa’s niet definitief. Ze zijn contextueel. Wat vandaag haram is, kan morgen wajib (verplicht) worden, afhankelijk van de omstandigheden (maslaha, het hogere belang). Voorbeelden daarvan zijn legio:
Liegen is normaal gesproken haram, maar wordt wajib als het de levens van moslims beschermt (taqiyya-principe).
Vrouwenstemrecht werd lange tijd als onislamitisch beschouwd, maar later als wajib gezien in het kader van revolutionaire participatie.
Diplomatie met het Westen werd onder Khomeini verworpen, maar onder Rouhani juist religieus gelegitimeerd als noodzakelijke stap.
In die lijn is het volkomen denkbaar dat de productie of zelfs inzet van een kernwapen religieus ‘geherwaardeerd’ wordt, mocht dat het regime in staat stellen de belangen van de Ummah, de ‘heilige zaak’ van Israël’s vernietiging of de komst van de Mahdi te bespoedigen.
Met andere woorden: wie denkt dat een fatwa een slot op de bom is, onderschat de theologische soepelheid van het revolutionaire sjiisme.
De Messias van Israël: Tussen oordeel en genade
Twee gestalten, twee wegen
Binnen de sjiitisch-eschatologische theologie verschijnt de Mahdi als een eschatologische heerser die zijn missie niet vervult door lijden, maar door macht. Hij komt niet om zichzelf te offeren, maar om te zuiveren; niet om te sterven, maar om te onderwerpen. Zijn komst markeert het begin van een wereldwijd islamitisch rijk waarin onrecht wordt uitgeroeid, zo nodig met geweld. Zijn autoriteit is geworteld in strijd en zijn heerschappij in het zwaard.
Daartegenover staat het bijbelse beeld van de Messias: Jezus Christus, die niet vol wraaklust oprukt, maar nederdaalt in ootmoed. Hij verschijnt niet te paard met een leger, maar rijdt Jeruzalem binnen op een ezel (Zach. 9:9). Hij draagt geen wapen, maar een kruis. Zijn weg loopt via vernedering (Jesaja 53), zijn troon wordt voorafgegaan door Golgotha (Johannes 19). Toch is Hij niet zwak: als opgestane Heer wordt Hem alle macht gegeven (Mat. 28:18), maar die macht is getekend door zelfovergave (Openb. 5:6).
De Mahdi heerst door te doden; Christus door zichzelf te geven. De één reinigt de wereld van zijn vijanden; de Ander sterft voor hen. Waar de één komt om te onderwerpen, komt de Ander om te verlossen.
“God echter bewijst Zijn liefde voor ons, doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.”
— Romeinen 5:8
Lam én Leeuw
Ofschoon het contrast tussen de Mahdi en de bijbelse Messias scherp is, is het binnen de christelijke eschatologie geen tegenstelling tussen zachtmoedigheid en oordeel op zich. Ook Christus verschijnt aan het einde der tijden als rechter en koning. In Openbaring 19:11–16 wordt Hij voorgesteld als de ruiter op het witte paard, met een scherp zwaard uit zijn mond. Dit is een beeld van het goddelijk oordeel over de volken. Zijn tweede komst is geen herhaling van het lijden, maar de openbaring van zijn gerechtvaardigde heerschappij.
Toch is dit oordeel niet geworteld in wraakzucht of ideologische zuivering, maar in waarheid en gerechtigheid. Zoals Hebreeën 9:28 stelt:
“Zo zal ook Christus, eenmaal geofferd om de zonden van velen weg te nemen, ten tweeden male zonder zonde verschijnen tot zaligheid dengenen die Hem verwachten.”
Het onderscheid ligt in de aard en herkomst van het oordeel: de Mahdi treedt op met plotseling geweld als middel tot wereldheerschappij; Christus komt na lankmoedig geduld, om de zijnen te verlossen en gerechtigheid te vestigen. Waar de Mahdi strijd ziet als de noodzakelijke doorgang tot vrede, is bij Christus de vrede zelf de voorwaarde en vrucht van zijn koninkrijk.
Israël als erfgenaam, niet als obstakel
De plaats van Israël vormt een fundamenteel onderscheid tussen de sjiitisch-eschatologische visie en de christelijke profetie. In het sjiitische eindtijdschema fungeert Israël als remmende kracht; een te elimineren entiteit die de komst van de Mahdi belemmert. Het land en zijn hoofdstad worden gezien als symbolen van verdorvenheid en goddeloze hegemonie, die slechts door zuivering – desnoods gewelddadig – uit de geschiedenis verwijderd kunnen worden.
In de bijbelse eschatologie daarentegen is Israël geen obstakel, maar het toneel van Gods onherroepelijke beloften. Jezus Christus is, naar het vlees, voortgekomen uit het huis van David (Romeinen 1:3), en Jeruzalem blijft de stad van zijn naam. Het eschatologisch perspectief is niet vernietiging, maar herstel. In profetieën zoals Zacharia 12:10 en Romeinen 11:25–26 wordt Israël voorgesteld als object van verlossing: een natie die door oordeel heen geleid wordt tot bekering en herstel binnen de messiaanse orde.
Het verschil is wezenlijk: waar de islamitische eschatologie de ontkenning van Israël als voorwaarde voor heil ziet, erkent de christelijke eschatologie Israël als blijvende erfgenaam binnen Gods heilsplan. Het conflict is daarmee niet slechts geopolitiek van aard, maar ten diepste geestelijk van aard en theologisch van oorsprong.
De apostel Paulus tekent dit geestelijk strijdtoneel met de woorden:
“Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen overheden, tegen machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis…” (Efeze 6:12).
Tegen die achtergrond komt de christelijke hoop des te radicaler naar voren. Geen strijd om het einde der tijden te forceren, maar het geduldige verwachten van Hem die zijn vijanden liefhad, en zichzelf gaf tot verzoening. Het gaat om het kruis, dwaasheid voor wie verloren gaan, maar kracht Gods voor wie geloven (1 Kor. 1:18).
Mahdi, Antichrist en Jezus Christus vergeleken
De Mahdi en de Antichrist delen opvallend veel trekken: beiden verschijnen in de eindtijd, brengen wereldwijde orde met geweld of misleiding, en verwerpen de ware Christus. Alleen Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Zoon van God, biedt ware redding. Echter, niet door macht, maar door genade. “Hij moet regeren” (1 Kor. 15:25), en Zijn koningschap is niet tijdelijk, maar eeuwig.
Kenmerk Mahdi (sjiitische/islamitische eindtijd) Antichrist (bijbelse eindtijd) Jezus Christus (ware Messias) Status Verborgen imam, “rechtgeleide” leider Mens der zonde, zoon des verderfs (2 Thess. 2) Zoon van God, vleesgeworden Woord (Joh. 1:14) Komst Verschijnt in chaos om gerechtigheid te brengen Verschijnt met tekenen en wonderen, bedriegt velen Is gekomen, gestorven, opgestaan, komt weder Heerschappij Zeven jaar, wereldwijd islamitisch bestuur Zeven jaar (Daniël 9:27), wereldwijde misleiding Eeuwig koningschap in gerechtigheid (Jes. 9:6–7) Middel van macht Zwaard, oorlog, zuivering van tegenstanders Verleiding, afgoderij, politieke/militaire macht Kruis, opstanding, genade Relatie tot Jezus Mahdi wordt bijgestaan door een ‘moslim Jezus’ Antichrist verwerpt Jezus en verheft zichzelf (2 Thess. 2:4) Jezus is de Messias – gekruisigd en verhoogd Relatie tot Israël Israël moet verdwijnen Oorlog tegen de heiligen en Jeruzalem (Openb. 13) Komt om Israël te verlossen (Rom. 11:26; Zach. 14) Doel Wereldheerschappij onder sharia Zelfverheffing, wereldwijde aanbidding Vernieuwing van hemel en aarde, vrede in gerechtigheid Eindbestemming Onbekend / stilzwijgen Vernietigd door de komst van Christus (2 Thess. 2:8) Regeert voor eeuwig (Openb. 11:15)
Lees verder
In het brede landschap van teksten waarin theologie, geschiedenis en actualiteit elkaar raken, sluit dit artikel nauw aan bij eerdere beschouwingen over Israëls positie in de wereld. Wie verder wil lezen, kan zich verdiepen in Israëls recht op Jeruzalem, waar de historische en juridische grondslagen van de Joodse soevereiniteit worden ontvouwd; in Waarom links en islam elkaar vinden in hun haat tegen Israël, waarin de ideologische convergentie tussen progressief activisme en islamitisch verzet wordt blootgelegd; en in De motie-Piri en Paternotte’s verklaring, die laten zien hoe politiek taalgebruik het morele kompas rondom Israël kan vervormen. Daarnaast biedt De boog van Elam gebroken een bijbelse lens op Iran, terwijl Projectieve inversie en Tien misleidende woorden over Israël scherp maken hoe terminologie het debat structureert. Zo ontstaat een continuüm van analyses waarin geschiedenis, profetie en geopolitiek elkaar spiegelen.
Geraadpleegde bronnen
-
Abdo, G. (2006). The Shi‘ite Revival: How Conflicts Within Islam Will Shape the Future. Oxford University Press.
-
Axworthy, M. (2013). Revolutionary Iran: A History of the Islamic Republic. Oxford University Press.
-
Cook, D. (2005). Contemporary Muslim Apocalyptic Literature. Syracuse University Press.
-
Filiu, J.-P. (2011). Apocalypse in Islam. University of California Press.
-
Kepel, G. (2002). Jihad: The Trail of Political Islam. Belknap Press.
-
Khomeini, R. (1979). Hokumat-e Islami: Islamic Government. Al-Maktab al-Islami.
-
Madelung, W. (1997). The Succession to Muhammad. Cambridge University Press.
-
Momen, M. (1985). An Introduction to Shi‘i Islam. Yale University Press.
-
Nasr, V. (2007). The Shia Revival. W.W. Norton.
-
Oakeshott, M. (1975). On Human Conduct. Clarendon Press. (Voor teleocratisch denken.)
-
Rezaei, F. (2018). Iran’s Nuclear Program: A Study in Nuclear Proliferation and Rollback. Palgrave Macmillan.
-
Takeyh, R. (2009). Guardians of the Revolution. Oxford University Press.
-
Warrick, J. (2016). Black Flags: The Rise of ISIS. Anchor Books.
💬 Reacties en overdenkingen
Wat raakt jou in dit artikel? Heb je vragen, aanvullingen, of wil je jouw eigen perspectief delen? We nodigen je van harte uit om te reageren. Of je nu gelooft in Yeshua HaMashiach, zoekt naar waarheid, of worstelt met wat er in de wereld gebeurt.
👇 Laat hieronder je reactie achter.
Interessant artikel (tot ongeveer halverwege). Het is jammer dat het artikel zoveel herhalingen bevat. Daardoor wordt het ’taaie kost’ waarin je om de haverklap dezelfde zinnetjes en stellingen en vergelijkingen tegenkomt en steeds minder zin krijgt om door te lezen.
Dank voor je eerlijke feedback, want die is zeer waardevol. Je hebt helemaal gelijk: in de oorspronkelijke versie kwamen bepaalde stellingen en formuleringen te vaak terug, waardoor de tekst onnodig stroperig werd.
Ik heb het artikel inmiddels grondig herzien: herhalingen zijn geschrapt, de structuur is aangescherpt en kernpunten worden nu helderder, compacter en gevarieerder uitgewerkt.
Hopelijk leest het nu vlotter en blijft het toch inhoudelijk stevig staan. Suggesties blijven welkom!
Een verhelderend beeld van Iran. Niet het Iran uit het nieuws. Ik vind het toch wat kort door de bocht en oordelend. Jezus’ advies was liefde en eerst Gods Koninkrijk zoeken in het binnenste. Daarna volgt de rest. Ik zie dat Iran dit letterlijk neemt waar Israël volgens de Bijbel, Jezus liet kruisigen. De Joden willen Jezus niet erkennen, sjiiten wel. Dus ja Iran erkent Jezus als profeet wat hij ook was. Onderwerping aan God komt in de Bijbel ook voor. Jezus heeft het er voortdurend over. Voor de rest begrijp ik Iran beter nu. Bedankt voor uw bijdrage.