Snottransplantatie bij chronische bijholteontsteking: hoop uit een onverwachte hoek

Last Updated on 8 februari 2026 by M.G. Sulman

Een snottransplantatie, officieel sinonasale microbioomtransplantatie (SNMT) genoemd, is een experimentele behandeling voor chronische bijholteontsteking (chronische rhinosinusitis, CRS). Daarbij kampt je neus langdurig met ontstoken slijmvlies, verstopte ademhaling, druk op het gezicht, taai slijm en soms reukverlies. De oorzaak zit vaak niet in één bacterie, maar in een ontregeld microbioom, het geheel aan micro-organismen in je neus. Kan herstel van dat evenwicht verlichting geven, en wanneer is medische beoordeling verstandig?

Man met chronische bijholteontsteking bij de KNO-arts, met drukpijn rond de neus en een anatomisch neusmodel op de achtergrond.
Een patiënt met langdurige sinusklachten tijdens een consult bij de KNO-arts. Chronische bijholteontsteking gaat vaak gepaard met drukpijn, verstopte neus en aanhoudende ontsteking van het neusslijmvlies. / Bron: Martin Sulman

Wat is een snottransplantatie eigenlijk?

Een snottransplantatie, in medische termen sinonasale microbioomtransplantatie (SNMT), is een experimentele behandeling waarbij gezond neusslijm van een donor wordt overgebracht naar jouw neusholte. Dat klinkt ongewoon, doch het idee erachter is verrassend logisch. In je neus en bijholten leeft een heel ecosysteem van bacteriën en andere micro-organismen; samen heet dat het sinonasale microbioom. Bij chronische bijholteontsteking is dit evenwicht vaak verstoord. Niet één ‘foute’ bacterie domineert, maar het geheel is ontregeld.

Bij SNMT probeert men dat evenwicht te herstellen door slijm met een gezonde bacteriesamenstelling toe te dienen. Het doel is herkolonisatie: het opnieuw vestigen van gunstige bacteriën op het neusslijmvlies. Dat slijmvlies, de beschermende binnenlaag van neus en bijholten, is bij CRS vaak langdurig geïrriteerd en ontstoken; artsen spreken dan van chronische inflammatie. De transplantatie is dus geen snelle schoonmaak, maar een poging om het systeem allengs weer tot rust te brengen.

Belangrijk om te weten: SNMT is geen reguliere behandeling. Zij wordt uitsluitend toegepast binnen onderzoeksverband en onder strikte medische controle. Het is een zoektocht naar herstel, geen wondermiddel, en juist die nuance vormt haar raison d’être.

Chronische bijholteontsteking als hardnekkig probleem

Wanneer een ontsteking niet meer overgaat

Bij chronische bijholteontsteking, medisch aangeduid als chronic rhinosinusitis (CRS), is er sprake van een langdurige ontsteking van het neusslijmvlies en de bijholten. Langdurig betekent hier niet een paar weken, maar maanden achtereen; artsen hanteren doorgaans een grens van twaalf weken. Je neus komt simpelweg niet meer tot rust. Wat begon als een verkoudheid of acute sinusitis, blijft hangen en wordt allengs een constante achtergrondruis in het dagelijks leven.

Oudere man met verkoudheidsklachten die binnen op de bank zit en in een tissue niest; warme kleding en zachte achtergrond benadrukken het gevoel van griep en malaise.
Man met verkoudheidsklachten die binnen op de bank zit en in een tissue niest; warme kleding en zachte achtergrond benadrukken het gevoel van griep en malaise. / Bron: Martin Sulman

Klachten die zich vastzetten

De symptomen van CRS zijn zelden spectaculair, maar des te uitputtender. Je kunt denken aan een blijvend verstopte neus, een drukkend gevoel rond ogen of voorhoofd, taai slijm dat moeilijk loskomt en een verminderd reukvermogen. Soms is er pijn, soms vooral loomheid in het hoofd. Omdat de klachten sluimerend verlopen, worden ze gemakkelijk genormaliseerd. Je leert ermee leven, ofschoon de ontsteking ondertussen actief blijft.

Waarom standaardbehandeling vaak tekortschiet

Bij acute bijholteontsteking ligt de oorzaak vaak bij een bacteriële infectie, en dan kan antibiotische behandeling zinvol zijn. Bij CRS ligt dat anders. Hier speelt zelden één aanwijsbare ziekteverwekker een hoofdrol. Het probleem zit dieper, namelijk in een chronisch geactiveerd slijmvlies en een verstoord lokaal afweersysteem. Neussprays met corticosteroïden, spoelingen en soms operaties kunnen verlichting geven, doch het onderliggende patroon blijft vaak intact.

De rol van het microbioom in chronische ontsteking

Steeds duidelijker wordt dat het sinonasale microbioom, het geheel aan micro-organismen in neus en bijholten, een sleutelrol speelt bij het ontstaan en voortbestaan van CRS. Wanneer gunstige bacteriën verdwijnen en andere soorten de overhand krijgen, raakt het slijmvlies ontregeld. Het afweersysteem blijft waakzaam, soms zelfs overactief. Niet omdat er gevaar dreigt, maar omdat het evenwicht zoek is geraakt. Juist daar begint de gedachte achter nieuwe behandelstrategieën, waaronder de snottransplantatie, voorzichtig vorm te krijgen.

Het sinonasale microbioom als vergeten speler

Een ecosysteem in je neus

In je neus en bijholten leeft een bont gezelschap aan bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. Samen vormen zij het sinonasale microbioom. Dat klinkt abstract, maar je kunt het zien als een lokale gemeenschap die meehelpt om het slijmvlies gezond te houden. Sommige bacteriën remmen ontsteking, andere houden potentiële indringers in toom. Zolang die gemeenschap in balans is, merk je er weinig van. Pas wanneer zij ontspoort, begint het systeem te haperen.

Hoe evenwicht kan omslaan

Bij chronische bijholteontsteking raakt dat microbioom vaak uit balans, een toestand die artsen dysbiose noemen. Dat betekent niet dat er plots gevaarlijke bacteriën opduiken, maar dat nuttige soorten verdwijnen en minder gunstige de ruimte krijgen. Herhaald antibioticagebruik, frequente infecties, luchtvervuiling of operaties kunnen dat proces versnellen. Het slijmvlies reageert daarop met aanhoudende ontsteking, ook wanneer de oorspronkelijke aanleiding allang verdwenen is.

Ontsteking zonder duidelijke vijand

Wat CRS zo hardnekkig maakt, is dat het afweersysteem blijft reageren terwijl er geen duidelijke vijand meer is. De ontsteking wordt als het ware zelfonderhoudend. Medisch spreekt men dan van laaggradige chronische inflammatie. Je voelt dat als druk, verstopping en vermoeidheid in het hoofd, terwijl onderzoeken soms weinig spectaculairs laten zien. Juist dit verklaart waarom standaardbehandelingen geregeld tekortschieten.

Van bestrijden naar herstellen

In plaats van opnieuw te proberen ‘foute’ bacteriën te elimineren, verschuift de aandacht steeds meer naar herstel van evenwicht. Niet vernietigen, maar herstructureren. In die denklijn past de sinonasale microbioomtransplantatie. Zij vertrekt vanuit het idee dat een gezond microbioom niet ontstaat door afwezigheid van bacteriën, maar door de juiste samenstelling. Dat is een subtiele, doch wezenlijke verschuiving in medische Weltanschauung.

Infographic van het sinonasale microbioom met gezonde en verstoorde bacteriële balans in neus en bijholten, in relatie tot chronische bijholteontsteking.
Overzicht van het sinonasale microbioom: de gemeenschap van micro-organismen in neus en bijholten. Een verstoord evenwicht, ook wel dysbiose genoemd, speelt een belangrijke rol bij het ontstaan en voortbestaan van chronische bijholteontsteking. / Bron: Martin Sulman

Hoe verloopt een sinonasale microbioomtransplantatie?

Van donor tot toediening

Een snottransplantatie begint niet bij de patiënt, maar bij de donor. Dat is doorgaans een gezond persoon zonder neusklachten, allergieën of recente infecties. Het neusslijm van deze donor wordt zorgvuldig afgenomen en in het laboratorium onderzocht. Men kijkt daarbij niet alleen naar de afwezigheid van ziekteverwekkers, maar vooral naar de samenstelling van het microbioom. Het gaat om kwaliteit, niet om hoeveelheid.

Bewerking en selectie van slijm

Het afgenomen slijm wordt gefilterd en bewerkt om ongewenste stoffen te verwijderen. Wat overblijft is een geconcentreerde oplossing met micro-organismen die als gunstig worden beschouwd. Dit proces gebeurt onder strikte hygiënische omstandigheden. Artsen spreken hier van microbiële selectie, een gecontroleerde manier om een stabiel bacterieel profiel over te brengen zonder onnodige risico’s.

Toediening in de neusholte

De toediening zelf is relatief eenvoudig en gebeurt meestal via een neusspray, spoeling of een met vloeistof doordrenkte tampon. Het doel is dat de micro-organismen zich hechten aan het neusslijmvlies, een proces dat kolonisatie wordt genoemd. Dat verloopt niet van de ene op de andere dag. Het slijmvlies heeft tijd nodig om te reageren en het lokale evenwicht opnieuw te organiseren.

Wat de behandeling wel en niet belooft

Een sinonasale microbioomtransplantatie is geen directe oplossing voor alle klachten. Je krijgt geen garantie op snelle verlichting, en soms gebeurt er aanvankelijk weinig. De inzet is subtieler: het verminderen van chronische ontstekingsactiviteit door herstel van het lokale ecosysteem. Juist omdat het proces geleidelijk verloopt, vraagt deze benadering om geduld en realistische verwachtingen.

Laboratoriumonderzoek naar microbiële selectie bij het sinonasale microbioom, met neusslijmmonsters, pipet en bacteriekweken.
In het laboratorium wordt neusslijm zorgvuldig geanalyseerd en bewerkt om een stabiele en veilige samenstelling van micro-organismen te selecteren. Deze microbiële selectie vormt een cruciale stap binnen experimenteel onderzoek naar sinonasale microbioomtransplantatie. / Bron: Martin Sulman

Wat zegt de wetenschap tot nu toe?

Voorzichtige resultaten, geen doorbraak

Onderzoek naar sinonasale microbioomtransplantatie staat nog in de kinderschoenen. De meeste studies zijn kleinschalig en verkennend van aard, vaak uitgevoerd bij patiënten met therapieresistente chronische bijholteontsteking. Sommige deelnemers rapporteren minder verstopping, minder slijmproductie en een afname van drukgevoel in het hoofd. Dat klinkt hoopgevend, doch het gaat om trends, niet om harde conclusies. Grote, gecontroleerde studies ontbreken vooralsnog.

Effecten zijn niet uniform

Opvallend is dat niet iedereen baat heeft bij deze benadering. Waar de ene patiënt duidelijke verbetering ervaart, merkt een ander nauwelijks verschil. Dat onderstreept hoe complex het sinonasale microbioom is. De samenstelling verschilt per persoon, net als de reactie van het slijmvlies en het lokale afweersysteem. Medisch gesproken is er sprake van aanzienlijke interindividuele variatie, wat standaardisatie bemoeilijkt.

Veiligheid krijgt voorrang

Tot nu toe lijken ernstige bijwerkingen zeldzaam, mits de procedure zorgvuldig wordt uitgevoerd. Dat betekent strikte donorselectie, microbiologische screening en medische begeleiding. Niettemin blijft voorzichtigheid geboden. Langetermijneffecten zijn nog onvoldoende in kaart gebracht, en juist daarom wordt SNMT uitsluitend toegepast binnen onderzoeksverband. De wetenschap tast hier niet blind, maar met beheerste stappen, vooruit.

Een verschuivend medisch perspectief

Misschien is de grootste opbrengst van dit onderzoek niet de behandeling zelf, maar het inzicht dat ontstekingsziekten niet altijd vragen om onderdrukking, maar soms om herstel van samenhang. In dat licht is SNMT minder een eindpunt dan een experiment binnen een bredere heroriëntatie op chronische ontsteking en microbiële ecologie.

Voor wie is deze behandeling wel en niet bedoeld?

Niet voor elke neus met klachten

Een sinonasale microbioomtransplantatie is geen eerste stap bij neusklachten. Integendeel. Zij komt pas in beeld wanneer sprake is van chronische bijholteontsteking die onvoldoende reageert op gangbare behandelingen, zoals zoutspoelingen, corticosteroïd-neussprays of een operatie. Juist omdat SNMT experimenteel is, wordt zij niet ingezet bij milde of wisselende klachten. De lat ligt hoog, en dat is terecht.

Wanneer standaardzorg is uitgeput

In de praktijk gaat het vaak om mensen die al jaren met klachten rondlopen en meerdere behandeltrajecten hebben doorlopen. De ontsteking blijft bestaan, ondanks correcte therapietrouw en medische begeleiding. Artsen spreken dan van therapieresistente CRS. In die context kan deelname aan een onderzoeksprotocol overwogen worden, mits je verder gezond bent en geen bijkomende aandoeningen hebt die het risico vergroten.

Wie beter niet in aanmerking komt

SNMT is niet geschikt voor iedereen. Mensen met een verminderde afweer, ernstige allergieën, actieve infecties of bepaalde auto-immuunziekten worden doorgaans uitgesloten. Ook recent antibioticagebruik kan een contra-indicatie zijn, omdat dit de kans op succesvolle kolonisatie verkleint. Het uitgangspunt blijft voorzichtigheid; niet alles wat vernieuwend is, is ook direct passend.

Altijd onder medische regie

Belangrijk om te benadrukken is dat een snottransplantatie nooit een doe-het-zelf-ingreep is. Zij hoort thuis in academisch of specialistisch onderzoek, onder toezicht van KNO-artsen en microbiologen. Juist omdat het gaat om ingrijpen in een complex biologisch systeem, vraagt deze aanpak om expertise, controle en terughoudendheid. Dat maakt haar minder toegankelijk, doch ook wezenlijk betrouwbaarder.

Sinusitis of bijholteontsteking
Sinusitis of bijholteontsteking / Bron: Wikimedia Commons

Is een snottransplantatie in Nederland mogelijk?

Nog geen reguliere zorg

In Nederland is de sinonasale microbioomtransplantatie anno 2026 geen reguliere behandeling. Zij maakt geen deel uit van de standaardrichtlijnen voor chronische bijholteontsteking en wordt niet aangeboden in de gebruikelijke KNO-zorg. Dat betekent dat je deze behandeling niet kunt krijgen via de huisarts of in een algemeen ziekenhuis.

Alleen binnen onderzoeksverband

Voor zover nu bekend, vindt onderzoek naar SNMT vooral plaats in academische settingen en veelal in het buitenland. Nederlandse patiënten kunnen soms deelnemen aan internationale studies, maar dat gebeurt onder strikte voorwaarden en na zorgvuldige selectie. De behandeling is dan onderdeel van wetenschappelijk onderzoek, niet van reguliere therapie.

Wat je wel kunt doen

Heb je langdurige en therapieresistente klachten, dan is het zinvol dit te bespreken met een KNO-arts, bij voorkeur in een academisch centrum. Daar kan worden beoordeeld of je in aanmerking komt voor experimentele behandelingen of lopend onderzoek. Zelf experimenteren of alternatieve aanbieders volgen is nadrukkelijk af te raden.

Op de afbeelding is een arts te zien die medicijnen voorschrijft.
KNO-arts raadplegen / Bron: Freepik

Verwachtingen, risico’s en nuchtere afweging

Geen snelle oplossing

Een snottransplantatie wekt al snel de indruk van een resetknop. Dat beeld klopt niet. Wie aan SNMT begint, moet rekenen op een geleidelijk en onzeker verloop. Het microbioom laat zich niet afdwingen; het reageert traag en soms onvoorspelbaar. Verbetering, als die optreedt, komt meestal stap voor stap. Blijft effect uit, dan is dat geen uitzondering maar onderdeel van het experimentele karakter van deze benadering.

Mogelijke risico’s, ook al zijn ze klein

Tot nu toe lijken ernstige complicaties zeldzaam, mits de procedure zorgvuldig wordt uitgevoerd. Toch zijn risico’s niet volledig uit te sluiten. Denk aan ongewenste kolonisatie, tijdelijke toename van klachten of verstoring van een toch al kwetsbaar slijmvlies. Omdat langetermijneffecten nog onvoldoende bekend zijn, weegt voorzichtigheid zwaar. Dat is geen zwaktebod, maar een teken van medische discipline.

Afwegen wat past bij jouw situatie

De kernvraag is niet of SNMT veelbelovend klinkt, maar of zij past bij jouw klachten en behandelgeschiedenis. Voor sommigen biedt zij een rationele volgende stap; voor anderen vooral extra onzekerheid. Een eerlijke afweging vraagt om gesprek met een deskundige arts, niet om hoop alleen. Vernieuwing heeft waarde, doch alleen wanneer zij wordt gedragen door realisme.

Tussen hoop en terughoudendheid

SNMT markeert een verschuiving in denken over chronische ontsteking. Niet langer alles bestrijden, maar zoeken naar herstel van samenhang. Dat is intrigerend, en misschien wel de grootste winst van dit onderzoeksveld. Of de behandeling zelf een vaste plaats zal krijgen, moet blijken. Voorlopig vraagt zij om een houding die hoopvol is, maar niet lichtvaardig.

Lees verder

Wie zich verdiept in snottransplantatie en het sinonasale microbioom, merkt al snel dat chronische neus- en bijholteklachten zelden op zichzelf staan. Een klassieke bijholteontsteking kan overgaan in een slepend probleem, terwijl ogenschijnlijk onschuldige perenniële rhinitis, met het hele jaar door een geïrriteerde neus, het slijmvlies langzaam ontregelt. Soms blijft het bij hinderlijke klachten; in zeldzame gevallen kan een infectie doorschieten naar ernstiger aandoeningen, zoals een caverneuze sinustrombose, diep achter de ogen. Ook verschijnselen als harde stukjes slijm ophoesten passen in dat bredere spectrum van chronische ontsteking en gestoorde afvoer.

Daarbij zijn er aandoeningen die minder bekend zijn, maar wel degelijk relevant. Systemische ziekten zoals eosinofiele granulomatose met polyangiitis (EGPA) kunnen zich eerst uiten via neus en bijholten, terwijl lokale problemen zoals avasculaire necrose van de kaak of jukbeenderen laten zien hoe kwetsbaar het aangezicht kan zijn bij verstoorde doorbloeding en ontsteking. Tussen medische trajecten door zoeken sommige mensen ook verlichting in ondersteunende middelen, zoals beklierde ogentroost, een traditioneel kruid dat vooral bij oog- en neusslijmvliesklachten wordt gebruikt. Samen schetsen deze thema’s een breder kader: chronische neusklachten vragen om samenhangend denken, niet om losse oplossingen.

Dit is een afbeelding van de plant ogentroost, de beklierde ogentroost (Euphrasia officinalis) of stijve ogentroost (Euphrasia stricta).
Beklierde ogentroost / Bron: Wikiemdia Commons

Disclaimer

De informatie op deze pagina is bedoeld voor algemene voorlichting en vervangt geen medisch advies. De beschreven klachten, aandoeningen en behandelingen, waaronder sinonasale microbioomtransplantatie, zijn complex en kunnen per persoon verschillen. Stel op basis van deze tekst geen diagnose en start of wijzig geen behandeling zonder overleg met een arts. Heb je aanhoudende of verergerende klachten, dan is het raadzaam contact op te nemen met je huisarts of KNO-arts. In spoedeisende situaties dient altijd direct medische hulp te worden ingeschakeld.

Bronnen

  • Abreu, N. A., Nagalingam, N. A., Song, Y., Roediger, F. C., Pletcher, S. D., Goldberg, A. N., Lynch, S. V., & Zadeh, M. (2012). Sinus microbiome diversity depletion and Corynebacterium tuberculostearicum enrichment mediates rhinosinusitis. Science Translational Medicine, 4(151), 151ra124. https://www.science.org/doi/10.1126/scitranslmed.3003783
  • Gill, S. K., et al. (2024). SinoNasal Microbiota Transfer to treat recalcitrant chronic rhinosinusitis: A case series showing safety and possible benefit. International Forum of Allergy & Rhinology. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/alr.23352 (gaf aan dat SNMT veilig was en directe verbetering liet zien in een kleine groep proefpersonen)
  • Psaltis, A. J., & Wormald, P. J. (2022). Unraveling the role of the microbiome in chronic rhinosinusitis. Frontiers in Cellular and Infection Microbiology. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9354834/
  • Park, S. C., Park, I.-H., & Park, J.-H. (2021). Microbiome of unilateral chronic rhinosinusitis. International Journal of Environmental Research and Public Health, 18(18), 9878. https://doi.org/10.3390/ijerph18189878
  • De Boeck, I., & Wittouck, S. (2019). Anterior nares diversity and pathobionts represent sinus microbiome in chronic rhinosinusitis. mSphere, 4(e00532-19). https://journals.asm.org/doi/10.1128/msphere.00532-19
  • Orlandi, R. R., Kingdom, T. T., Smith, T. L., et al. (2021). International consensus statement on allergy and rhinology: Rhinosinusitis. International Forum of Allergy & Rhinology, 11(7), 1087-1101. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/alr.22741

Reacties en ervaringen

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt bijvoorbeeld je ervaringen delen met een bijholteontsteking, chronische neusklachten of behandelingen die voor jou verlichting gaven. Ook praktische tips of aanvullende observaties zijn welkom. Reacties worden gewaardeerd en dragen bij aan een breder beeld.

Berichten verschijnen niet automatisch. De redactie leest reacties eerst na om spam en ongewenste of ongepaste inhoud te voorkomen. Daardoor kan het enkele uren duren voordat je reactie zichtbaar is.