Een urineweginfectie is een infectie van de urinewegen. Deze infecties worden veroorzaakt door micro-organismen die alleen met een microscoop zijn waar te nemen, waaronder schimmels, virussen en bacteriën. Bacteriën zijn de meest voorkomende oorzaak van urineweginfecties. Normaal gesproken worden bacteriën die in de urinewegen belanden, weer snel verwijderd door het lichaam voordat ze klachten kunnen veroorzaken. Soms hebben bacteriën echter de overhand en winnen ze het van de natuurlijke afweer en veroorzaken ze een infectie. Het urinestelsel bestaat uit nieren, urineleider, blaas en urinebuis (urethra). Een infectie in de urethra wordt urethritis genoemd. Een ontsteking in de blaas wordt blaasontsteking genoemd. Bacteriën kunnen via de urineleiders opstijgen naar de nieren en zich daar vermenigvuldigen en een infectie veroorzaken. Een nierinfectie heet pyelonefritis. Een urineweginfectie komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen.

Urinewegsysteem of urinestelsel
Urinestelsel / Bron: Alila Medical Media/Shutterstock.com

Inhoud

Lagere en hogere urineweginfecties

Urineweginfecties worden meestal ingedeeld in lagere en hogere urineweginfecties. Bij de lagere urineweginfecties zijn de blaas of de urinebuis betrokken en bij de hogere infecties de nieren en de urineleiders. De meeste urineweginfecties zijn niet ernstig, maar sommige infecties (zoals nierinfecties) kunnen wel leiden tot ernstige problemen. Als een urineweginfectie niet serieus genomen wordt en onbehandeld blijft, kunnen de ziektekiemen zich via de bloedbaan verspreiden waardoor levensbedreigende complicaties kunnen ontstaan.

Wie krijgt het?

Urineweginfecties zijn de tweede meest voorkomende vorm van infectie in het lichaam. Een urineweginfectie kan iedereen treffen, maar het zijn vooral vrouwen die het krijgen.

Vrouwen zijn vooral om anatomische redenen gevoelig voor urineweginfecties. Enerzijds doordat de urethra van een vrouw korter is, zodat bacteriën snellere toegang hebben tot de blaas. Ook ligt bij vrouwen de urethra-opening vrij dicht bij de vagina en de anus. Daarom is het risico dat bacteriën die van nature in de endeldarm voorkomen, in de vagina terechtkomen, vrij hoog. Urineweginfecties komen bij mannen veel minder vaak voor, maar kunnen ernstig zijn wanneer ze zich voordoen. Bij mannen zijn het vooral oudere mensen met een vergrote prostaat die last hebben van een urineweginfectie.

Bij vrouwen komen urineweginfecties het vaakst voor rond de leeftijd van 50 jaar. De reden hiervoor is het begin van de overgang en de bijbehorende hormonale veranderingen die infecties zoals blaasontsteking bevorderen. Maar ook urineweginfecties komen vaker voor bij jonge vrouwen tussen de 20 en 40 jaar. Redenen hiervoor zijn onder meer frequente geslachtsgemeenschap, evenals hormonale veranderingen tijdens de zwangerschap.

Urineweginfecties komen ook vaak voor bij kinderen en moeten vroeg worden behandeld om te voorkomen dat de ontsteking zich vanuit de blaas verspreidt en in de bovenste urinewegen terechtkomt. Kinderen worden vaak getroffen omdat hun immuunsysteem nog niet volledig is ontwikkeld.

Oorzaken van een urineweginfectie

Ziekteverwekkers

De meeste urineweginfecties worden veroorzaakt door bacteriën die in de darm voorkomen. De bacterie Escherichia coli (E. coli) veroorzaakt de meeste urineweginfecties. Microben zoals Chlamydia en Mycoplasma kunnen de urethra en het reproductieve systeem infecteren, maar niet de blaas. Chlamydia en Mycoplasma infecties zijn seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s).

Wat doen de urinewegen om een infectie te voorkomen?

De urinewegen hebben verschillende methoden om infectie te voorkomen. Op de plekken waar de urineleiders zich hechten aan de blaas, werken als eenrichtingskleppen om te voorkomen dat urine terugstroomt naar de nieren, en door te plassen worden (schadelijke) micro-organismen het lichaam uitgewerkt. Mannen beschikken over een prostaat. De prostaatklier produceert een afscheiding die ervoor zorgt dat bacteriën traag groeien. Bij zowel mannen als vrouwen, zorgt het afweersysteem ervoor dat infecties worden voorkomen. Ondanks al deze waarborgen, kunnen infecties optreden.

Sommige bacteriën hebben een sterk vermogen om zich te hechten aan de binnenkant van de urinewegen. Zo heeft de E.coli bacterie celwanden die bekleed zijn met uitsteeksels, die ‘pili’ worden genoemd. Deze pili werken als een soort klittenband, waarmee ze zich vasthechten aan de wand van de blaas en de urinewegen. Doordat deze boosdoeners zich zo effectief vasthechten, zijn ze moeilijk(er) weg te spoelen met de urine. Ook kunnen de bacteriën overleven in de diepere slijmvlieslagen van de blaas. Hierdoor zijn ze zelfs in staat antibiotica te trotseren.

Afwijkingen aan de nieren of urinewegen

Wanneer de blaas niet helemaal leeggeplast wordt, hebben bacteriën meer kans krijgen om zich te vermenigvuldigen en zal er sneller een urineweginfectie optreden. Een steeds terugkerende blaasontsteking kan duiden op een afwijking aan de nieren of de urinewegen. Afwijkingen in het urogenitale stelsel kunnen het ontstaan van een ontsteking bevorderen. Voorbeelden van dergelijke afwijkingen zijn: aangeboren misvormingen van de urinewegen, een vergrote prostaat een baarmoederverzakking.

Bovenvermelde afwijkingen leiden vaak tot afvloedbelemmering en stuwing van de urine. Wanneer de urine te lang in de blaas blijft staan, krijgen bacteriën de kans zich te vermeerderen. Dit bevordert het ontstaan van infecties.

Risicofactoren

Vrouwen

Vrouwen hebben aanzienlijk meer kans op het ontwikkelen van urineweginfecties. Dit komt omdat vrouwen een kortere urethra (plasbuis) hebben dan mannen, waardoor ziektekiemen gemakkelijker in de urineblaas kunnen komen. Vooral jonge vrouwen hebben vaak last van urineweginfecties.

Urinekatheter

Oudere mensen met een urinekatheter hebben ook meer kans op het ontwikkelen van urineweginfecties. Hier gebruiken de bacteriën de katheter als een ‘geleiderail’.

Jonge kinderen

Daarnaast kunnen kinderen ook getroffen worden door een urineweginfectie. Er is een verhoogd risico op infectie, vooral in de luierleeftijd, omdat bacteriën zich snel kunnen vermenigvuldigen in een vochtige omgeving. 

Andere risicofactoren

Andere risicofactoren voor urineweginfecties zijn een verzwakt immuunsysteem (bijvoorbeeld door ernstige ziekten of medicijnen die het immuunsysteem van het lichaam onderdrukken), stofwisselingsziekten (zoals diabetes mellitus) en urinestroomstoornissen (bijvoorbeeld door urinestenen, tumoren of een vergrote prostaat).

Voorts zijn er nog de volgende risicofactoren:

  • frequente geslachtsgemeenschap
  • verzwakt immuunsysteem door stress
  • overmatige intieme hygiëne
  • koude
  • lage hydratatie (te weinig drinken)
  • hormonale veranderingen

Risicogroepen

Risicogroepen zijn:

  • vrouwen ouder dan 50 (peri- en postmenopauzale fase)
  • vrouwen tussen 20 en 40
  • zwangere vrouwen
  • diabetici
  • oudere mannen
  • gekatheteriseerde patiënten

Symptomen van een urineweginfectie

Beschrijving van de klachten

Symptomen van een urineweginfectie variëren en zijn afhankelijk van onder meer je leeftijd, je geslacht, en de vraag of er een katheter aanwezig is. Jonge vrouwen hebben meestal een frequente en intense drang om te plassen en een pijnlijk, branderig gevoel in de blaas of urethra tijdens het urineren. De hoeveelheid urine kan zeer klein zijn. Oudere vrouwen en mannen hebben meer kans op klachten als moeheid, algehele zwakte met spierpijn en buikpijn. De urine kan er troebel uitzien, donker van kleur of bloederig zijn of een vieze geur hebben. Bij een persoon met een katheter, kan koorts het enige symptoom zijn. Normaal gesproken hoeft een urineweginfectie geen koorts te veroorzaken als het een blaasontsteking betreft. Koorts kan betekenen dat de nieren of de prostaat er bij betrokken zijn. Andere symptomen van een nierinfectie zijn pijn in de rug of in je zij, onder de ribben, misselijkheid en braken.

Jongere kinderen kunnen vaak niet hun klachten onder woorden brengen en vertellen waar ze last van hebben. Hoewel koorts het meest voorkomende teken van een urineweginfectie is bij zuigelingen en peuters, hebben de meeste kinderen met koorts geen urineweginfectie. Praat met een arts als je je zorgen maakt over de toestand van je kindje. 

De verschijnselen in vogelvlucht

Symptomen van een blaasontsteking kunnen zijn:

  • pijn of branderig gevoel tijdens het plassen
  • vaak (kleine beetjes) plassen
  • de behoefte voelen om te plassen ondanks een lege blaas
  • bloed in de urine, troebele urine en/of stinkende urine
  • druk of kramp in de lies of onderbuik

Symptomen van een nierinfectie of pyelonefritis kunnen zijn:

Complicaties

De meeste urineweginfecties zijn relatief eenvoudig en duren (bij adequate behandeling) niet langer dan een paar dagen. 

Als er echter sprake is van aangeboren afwijking van de urinewegen, aandoeningen zoals diabetes, nierfalen of katheterisatie, kunnen deze tot ernstigere complicaties leiden. In deze gevallen is een intensievere diagnose en een passende behandeling (meestal met antibiotica) noodzakelijk.

Hetzelfde geldt als een aanvankelijk onschuldige ontsteking van de lagere urinewegen (bijvoorbeeld cystitis) zich uitbreidt naar de nieren en een nierbekkenontsteking veroorzaakt. Bij een hevige nierbekkenontsteking door het opstijgen van een ‘verwaarloosde’ blaasontsteking), kunnen de bacteriën giftige stoffen afscheiden in de bloedbaan.

Een urineweginfectie bij mannen wordt over het algemeen beschouwd als gecompliceerde urineweginfecties, zelfs bij jongere mannen zonder eerdere ziekte. Dit komt omdat bij mannen ook de prostaat kan worden getroffen. Die dient opgehelderd te worden door een arts. Ook urineweginfecties bij kinderen en zwangere vrouwen, dienen beoordeeld te worden door een arts. 

Onderzoek en diagnose

De arts kan de diagnose ‘urineweginfectie’ meestal stellen op basis van de typische symptomen en middels een urineonderzoek. Een urineonderzoek op de huisartsenpraktijk (via teststrips) is vaak voldoende om een blaasontsteking aan te tonen. De uitslag is meestal binnen een dag bekend. Indien verder onderzoek geïndiceerd is, kan een beroep worden gedaan op klinisch chemisch laboratorium en/of microbiologisch laboratorium.

Bij gecompliceerde of vaak terugkerende urineweginfecties is verdere diagnostiek noodzakelijk. Voor dit doel worden de bacteriën die verantwoordelijk zijn voor de urineweginfectie geïdentificeerd met een zogenaamde urinekweek en wordt hun gevoeligheid voor antibiotische behandeling getest. In dergelijke gevallen kan ook een cystoscopie worden uitgevoerd om eerder niet-herkende pathologische veranderingen in de urinewegen te ontdekken. Een cystoscopie is een inwendig onderzoek van de plasbuis en de blaas.

Behandeling van een urineweginfectie

Veel water drinken

Drink veel: dagelijks 2 tot 3 liter, bijvoorbeeld water of thee.

Afwachten of niet?

Bij een (lichte) blaasontsteking kan een vrouw één week afwachten of de klachten vanzelf overgaan en ondertussen veel water drinken. Je kunt ook antibiotica slikken. Antibiotica zijn altijd nodig bij:

  • zwangerschap
  • diabetes
  • bij een ziekte van de nieren of blaas

Mannen moeten altijd direct hun huisarts raadplegen bij vermoeden van een blaasontsteking. 

Antibiotica zijn altijd nodig bij een nierbekkenontsteking.

Medicatie (antibiotica)

De diagnose kan bevestigd worden door urineonderzoek. In het laboratorium wordt onderzocht welke bacteriën in de urine aanwezig zijn en er wordt direct getest of de aangetroffen bacterie gevoelig is voor de behandeling met een antibioticum. Bij behandeling met het juiste antibioticum, verdwijnen de klachten vaak al vrij snel. Het is van belang dat je de medicijnenkuur afmaakt, ook als de klachten al in een eerder zijn verdwenen. Als je te snel stopt met een antibioticum, dan vergroot het de kans dat de ontsteking terugkomt.

Ziekenhuisopname

Bij hoge koorts en ernstig ziek-zijn, geldt het advies om de behandeling van een nierbekkenontsteking in het ziekenhuis aan te vangen. Je krijgt dan antibiotica toegediend via een infuus. Het medicijn komt dan direct in het bloed terecht. In het ziekenhuis wordt extra onderzoek verricht om eventuele andere oorzaken en aandoeningen uit te sluiten, zoals nierstenen of een uitgezette nier waardoor de urine niet goed naar de blaas kan stromen. Wanneer behandeling met antibiotica binnen drie dagen geen verbetering oplevert, zal verder onderzoek nodig zijn.

Verwijzing naar een specialist

Bij terugkerende klachten, zal je verwezen worden naar een specialist (vaak een uroloog of gynaecoloog). Deze zal onderzoeken of er een afwijking van de urineweg aanwezig is, die de ontsteking in stand houdt of uitlokt.

Prognose

Symptomen van blaasontsteking verdwijnen meestal binnen 24 tot 48 uur nadat de behandeling is begonnen. Als je een nierinfectie hebt, kan het 1 week of langer duren voordat de symptomen verdwijnen.

Preventie

Door de volgende maatregelen te nemen kun je een urineweginfectie voorkomen:

  • plassen na seksuele activiteit
  • voldoende drinken en regelmatig plassen
  • neem een douche in plaats van een bad
  • vermijd vaginale douches en gebruik geen vaginale sprays of poeders
  • leer meisjes bij zindelijkheidstraining om van voren naar achteren te vegen

Last Updated on 4 augustus 2021 by M.G. Sulman

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *