Het kortedarmsyndroom (in de Angelsaksische literatuur ‘short bowel syndrome’ genoemd) is een complexe ziekte die optreedt als gevolg van het feitelijke verlies dan wel functieverlies van een deel van de dunne dikke darm. Dientengevolge heb je vaak een verminderd vermogen om voedingsstoffen zoals vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen, sporenelementen en vloeistoffen op te nemen. Dit wordt ‘malabsorptie’ genoemd. De specifieke symptomen en ernst van het korte darmsyndroom verschillen van persoon tot persoon. Diarree is een klacht die vaak voorkomt. Dit is vaak ernstig en kan tot uitdroging (dehydratie) leiden. Het korte darmsyndroom kan leiden tot ondervoeding, onbedoeld gewichtsverlies en er kunnen allerlei klachten optreden die te wijten zijn aan het verlies van essentiële vitamines en mineralen. Genezing van het kortedarmsyndroom is niet mogelijk, maar de aandoening kan meestal effectief worden behandeld. In sommige gevallen kan het korte darmsyndroom echter leiden tot ernstige, invaliderende en levensbedreigende complicaties.


Patiënt in gesprek met arts

Inhoud

Wat is het kortedarmsyndroom?

De term ‘kortedarmsyndroom’ verwijst naar de malabsorptie van voedingsvoedingsstoffen als gevolg van ziekte of chirurgische verwijdering van delen van de dunne darm.

Normaal gesproken heeft een volwassen man of vrouw een dunne darm van ongeveer vijf meter lang, met een variatie tussen de twee tot zeven meter lang. De dunne darm ligt tussen de maag en de dikke darm in. Bij het kortedarmsyndroom is met name de dunne darm grotendeels afwezig of de dunne darm functioneert niet naar behoren. Dit laatste wordt ‘darmfalen’ genoemd. De dunne darm heeft een grote reservecapaciteit en om die reden geeft het verwijderen van ongeveer de helft van de dunne darm vaak nauwelijks klachten. Als je minder dan ongeveer twee meter dunne darm hebt, dan is er sprake van het kortedarmsyndroom.

Het belangrijkste symptoom is diarree, wat kan leiden tot uitdroging, ondervoeding en gewichtsverlies. Andere symptomen zijn onder meer een opgeblazen gevoel, brandend maagzuur, je moe voelen, lactose-intolerantie en stinkende ontlasting. Complicaties kunnen bestaan uit bloedarmoede en nierstenen.

Definitie

Door de jaren heen varieerde de definitie van kortedarmsyndroom in de medische literatuur. Dit heeft tot verwarring geleid. Sommige medische bronnen reserveren de naam kortedarmsyndroom voor gevallen die worden veroorzaakt door chirurgische resectie van een deel van de dunne darm. De meeste bronnen suggereren echter dat de aandoening het gevolg kan zijn van elke ziekte, verwonding of aandoening die van invloed is op de goede werking van de dunne darm, zelfs als de lengte van de darm niet wordt beïnvloed. Het korte darmsyndroom kan worden geclassificeerd als een oorzaak of subcategorie van darmfalen. In zeldzame gevallen worden baby’s geboren met een korte darm. Dit staat bekend als aangeboren kortedarmsyndroom. Hoewel deze aangeboren gevallen vaak worden geassocieerd met malrotatie van de dunne darm, is de exacte oorzaak van het aangeboren kortedarmsyndroom onbekend. Bij een malrotatie liggen de darmen verkeerd in de buikholte. Hierbij zijn de darmen niet goed gedraaid.

Wat is de dunne darm?

De dunne darm of het intestinum tenue is een belangrijk orgaan voor de spijsvertering. Het verbindt de maag met de dikke darm. De meeste voedselvertering en opname van voedingsstoffen vindt plaats in de dunne darm. De dunne darm is ongeveer 5 meter lang en omvat de twaalfvingerige darm, jejunum en ileum:

  • twaalfvingerige darm: het eerste deel van de dunne darm, waar ijzer en andere mineralen worden opgenomen
  • jejunum of de nuchtere darm: het middelste deel van de dunne darm, waar koolhydraten, eiwitten, vetten en de meeste vitamines worden opgenomen
  • ileum of kronkeldarm: het onderste uiteinde van de dunne darm, waar galzuren en vitamine B12 worden opgenomen

Wie krijgt het?

Het korte darmsyndroom treft mannen en vrouwen in gelijke aantallen. De aandoening is meestal verworven, maar kan in zeldzame gevallen bij de geboorte reeds aanwezig zijn (aangeboren). Bij volwassenen is het korte darmsyndroom meestal het gevolg van de chirurgische verwijdering van een deel van de dunne darm. De ziekte van Crohn is de meest voorkomende oorzaak van chirurgische verwijdering van de dunne darm bij volwassenen. Bij pasgeborenen is necrotiserende enterocolitis (NEC) de meest voorkomende oorzaak van chirurgische verwijdering van de dunne darm. NEC is een darmaandoening die vooral voorkomt bij te vroeg geboren kinderen. De exacte incidentie en prevalentie van kortedarmsyndroom in de algemene populatie in Nederland is anno 2021 onbekend.

Symptomen van het kortedarmsyndroom

Veel voorkomende tekenen en symptomen van het kortedarmsyndroom kunnen zijn:

  • diarree
  • vettige, stinkende ontlasting
  • vermoeidheid
  • onbedoeld gewichtsverlies
  • Ondervoeding
  • zwelling (oedeem/vochtophoping) in de onderste ledematen

Complicaties

De complicaties van het kortedarmsyndroom kunnen zijn:

  • ondervoeding
  • een maagzweer of maagzweren oftewel zweren op het slijmvlies van de maag of de twaalfvingerige darm veroorzaakt door te veel maagzuur
  • nierstenen: steentjes van onopgeloste afvalstoffen die zich in de nieren vormen
  • bacteriële overgroei in de dunne darm, een aandoening waarbij abnormaal grote aantallen bacteriën in de dunne darm groeien

Oorzaken van het kortedarmsyndroom

Oorzaken van het kortedarmsyndroom zijn onder meer het verwijderen van delen van je dunne darm tijdens een operatie of het geboren worden met een deel van de dunne darm dat ontbreekt of dat is beschadigd. Aandoeningen die mogelijk een chirurgische verwijdering van delen van de dunne darm leiden, zijn onder meer de ziekte van Crohn, kanker, verwondingen en bloedstolsels.

Bloedonderzoek
Bloedonderzoek / Bron: Science photo/Shutterstock.com

Onderzoek en diagnose

Onder meer de volgende onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:

  • Bloedonderzoek, zoals albuminewaarden. Dit is een eiwit dat voorkomt in je bloed. Een tekort wijst op ondervoeding.
  • Volledig bloedbeeld, hetgeen informatie geeft over het aantal en de soorten cellen in het bloed.
  • Ontlastingsonderzoek om te beoordelen hoeveel vet je ontlasting bevat.
  • Röntgenfoto van de dunne darm.
  • Vitamineniveaus in het bloed.

Behandeling van het kortedarmsyndroom

De behandeling is erop gericht de symptomen te verlichten en ervoor te zorgen dat het lichaam voldoende vocht en voedingsstoffen opneemt.

Een dieet

Een calorierijk dieet dat voorziet in:

  • Belangrijke vitamines en mineralen, zoals ijzer, foliumzuur en vitamine B12.
  • Genoeg koolhydraten, eiwitten en vetten.
  • Indien nodig worden injecties met bepaalde vitamines en mineralen of speciale groeifactoren gegeven.

Medicijnen

Er kunnen medicijnen worden voorgeschreven om de normale beweging van de darm te vertragen. Hierdoor kan voedsel langer in de darm blijven. Geneesmiddelen om de hoeveelheid maagzuur te verlagen, kunnen ook nodig zijn.

Totale parenterale voeding (TPN)

Als je lichaam niet genoeg voedingsstoffen kan opnemen, wordt totale parenterale voeding geprobeerd. Dit is kunstmatige voeding die via intraveneuze weg wordt toegediend. De behandelend arts bepaalt de juiste hoeveelheid calorieën en TPN-samenstelling. Het bevat een oplossing van onmiddellijk bruikbare suikers, vetten, eiwitten en mineralen. Soms kun je ook eten en drinken terwijl je voeding krijgt via TPN.

Een dunnedarmtransplantatie

In sommige gevallen is transplantatie van de dunne darm een optie. Dit is zeer ingrijpend.

Behandeling van een kortedarmsyndroom
Behandeling van het kortedarmsyndroom / Bron: M.G. Sulman

Prognose

Er is geen remedie voor het kortedarmsyndroom behalve transplantatie. Bij pasgeboren baby’s is het overlevingspercentage na 4 jaar bij parenterale voeding ongeveer 70%. Bij pasgeboren baby’s met minder dan 10% van de verwachte darmlengte is de 5-jaarsoverleving ongeveer 20%.1Gura KM, Duggan CP, Collier SB, et al. (2006). “Reversal of parenteral nutrition-associated liver disease in two infants with short bowel syndrome using parenteral fish oil: implications for future management”. Pediatrics. 118 (1): e197–201. doi:10.1542/peds.2005-2662. PMID 16818533. S2CID 46567040. 

Hoewel veelbelovend, heeft transplantatie van de dunne darm een gemengd slagingspercentage, met postoperatieve sterftecijfers tot 30%. De overlevingskansen van 1 jaar en 4 jaar zijn respectievelijk 90% en 60%.

Last Updated on 25 juli 2021 by M.G. Sulman

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *